vrijdag 28 februari 2020

Alexander Schimmelbusch - Opperduitsland

Recensie door Philipp van Ekeren
Uitgeverij Prometheus



Van Wolf of Frankfurt tot blauwdruk van BV Duitsland

Het boek is uit en ik moest werkelijk even bijkomen van de 221 pagina's. Ik bleef achter met de vraag wat voor een boek ik nu net had gelezen. In het begin deed het me denken aan de sfeer van 'American Psycho' maar dan afspelend binnen de hedendaagse Duitse upper class: een hyperintelligente hoofdpersoon zonder enige emphatisch vermogen in een puissant gefortuneerd leven op het hoogste niveau, laverend tussen bedrijfsleven en politiek. Genadeloos ondergaat de lezer het hectische leven van deze bankdirecteur; fusies & overnames in een spervuur van complexe zinnen. Zinnen die staan als een huis en zeker niet licht lezen. Die soms langzaam moeten worden herlezen om de impact volledig te beseffen. Daardoor een opgave? Absoluut niet! Schimmmelbusch schetst zijn protagonist strak maar zeer vermakelijk in zijn denken en doen. Messcherp wordt de huidige maatschappij ontleed, altijd analytisch tot in de essentie, cynisch en bij vlagen hilarisch. Dat levert werkelijk prachtige zinnen op. Zoals over de werkende vrouw in een relatie met een succesvolle echtgenoot.

'En zo ontstonden middelpuntvliedende krachten in deze huwelijken, die als allianties van autonome eenheden waren opgezet, omdat de totale afwezigheid van de noodzaak geld te verdienen de vrouwen met de verleiding confronteerde hun mannenberoep op te geven en zich voortaan aan hun eigen interesses te wijden.'

Een bijzonder inkijkje in de top het bankwezen. Ter illustratie één zin over het pitchen in de financiële wereld die nauwgezet de bedrijfscultuur en mentaliteit beschrijft in opmerkelijke metaforen:

'De functie van zo'n pitch is de kinderlijke veroveringsfantasieën die als schimmen van gouden vissen onder bevroren wateroppervlakken door de dagdromen van bedrijfsleiders spoken, aan te voelen, aan een analyse te onderwerpen en vervolgens aan die laatsten als strategisch zinvol te presenteren.'

Steeds meer wordt zijn perfecte wereld onthuld en hoe Victor, bijna in een ivoren toren, leeft en omgaat met andere mensen. Zou eigenlijk zeggen hoe hij ze gebruikt. Een exemplarische scene is als deze Victor iets gaat kopen bij de Mediamarkt en een cultuurshock ondergaat tussen de gewone burgers. Als lezer ga je je afvragen waar het verhaal naar toe gaat. Op dat punt kan je dat werkelijk niet bevroeden.

Halverwege het boek neemt deze superzakenman het besluit om een manifest te schrijven in 21 korte hoofdstukken over de huidige maatschappij, een radicale oplossing om Duitland te transformeren in één groot toekomstbestendige multinational ‘BV Duitsland’ waar het grote verschil tussen extreem rijk en arm drastisch wordt genivelleerd, om Duitsland te beschermen tegen de globalisering, om Die Heimat te beschermen tegen de opkomende wereldmachten zoals China. Een duidelijk politiek pamflet en visie. Sociaal, betrokken en plausibel. Zo uitgesproken heb ik Houllebeq nog niet meegemaakt. Het deed me ook denken aan de publiciteit op dit moment over het nieuwe boek 'Kapitalisme en ideologie' van Thomas Piketty met zijn aanval op de superrijken. Een mooi villein voorbeeld over investeerders is de zin:

'Met de internationale investeerders was het daar tegenwoordig net als met de toeristen op de reusachtige cruiseschepen, die met hun boeggolven de lagunestad naar de ondergang dreven – ze kregen maar niet genoeg, en doorgaans merkten ze het niet dat de visbouillon voor hun risotto van karkassen van in Madagaskar gekweekte pangasius was getrokken.'

Over de helft van het verhaal wordt zijn jeugd- & studievriend Ali Osman geïntroduceerd. Deze telg uit een zeer succesvoll Dönerimperium heeft hij zich aangesloten bij de Grünen. Hij is er niet helemaal op zijn plaats en als hij het pamflet van Victor onder ogen krijgt beseft hij gelijk dat dit de basis is van zijn nieuwe politieke carrière met zijn eigen partij 'Deutschland AG'. Dat gebeurt dan ook en voordat de lezer kan ademhalen is Victor minister van het derde kabinet Osman. En speelt het verhaal in de toekomst waar het manifest werkelijkheid is geworden.

Meer ga ik niet prijsgeven. Het is allemaal indrukwekkend maar ook erg veel. Naar mijn bescheiden mening ietwat teveel. Naar het eind van de roman verliest het door de extra verhaallijnen wat aan kracht. Ook dat de veelheid aan ideeën, analyses en invalhoeken, hoe bijzonder dan ook, een duidelijke samenhang en opbouw in het verhaal niet altijd versterken. Als voorbeeld de uitwijding over de wens van Victor om een roman te schrijven, refererend aan zijn eigen leven én natuurlijk iets voor eeuwig achter te laten, is in mijn ogen een overdaad.

Toch blijft Opperduitsland een heel bijzonder boek door het actuele onderwerp én de krachtige bespiegelingen, gegoten in betonnen zinnen. Het zet aan te denken over de diverse maatschappelijke thema's die worden aangesneden. Een goed geschreven roman. Ja, dit unieke boek verdient veel lezers.

En wat ik niet wil vergeten te melden is het ijzersterke omslagontwerp van Design Agency 'Dog and Pony'. Grafische eenvoud maar daardoor een treffende visuele vertaling van het verhaal.

Auteur

Alexander Schimmelbusch (1975) is romanschrijver.
Hij werd geboren in Oostenrijk en groeide op in Frankfurt am Main en New York. Na zijn studie economie en Duitse studies aan de Georgetown University in Washington, werkte hij vijf jaar als consultant voor fusies en overnames bij een investeringsbank in Londen. Hij leeft nu als schrijver en journalist, gevestigd in Berlijn en New York.

Zijn roman Blut im Wasser werd in 2009 bekroond met de Hotlist- prijs. In 2018 was het vierde boek de economische satire Opperduitsland.

Titel: Opperduitsland
Auteur: Alexander Schimmelbusch
Vertaling: Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen
Pagina's: 232
ISBN: 9789044639049
Uitgeverij Prometheus
Verschenen: januari 2019

woensdag 26 februari 2020

Haruki Murakami - Norwegian Wood


Bespreking door Roosje (herlezing)
Atlas Contact


Verloren zielen 

*SPOILERS* !!

Toru Watanabe zit in een vliegtuig en hoort bij de landing het nummer Norwegian Wood van The Beatles. Een kleine twintig jaar terug in de tijd gaat hij naar het moment waarop hij zich probeerde in te prenten hoe Naoko eruit zag. Naoko vraagt hem zich haar te herinneren. Dat smeken van Naoko om zich haar te herinneren maakt Watanabe oneindig verdrietig, ‘Want Naoko hield niet eens van me.’ En hij wel van haar. Op dezelfde pagina onthult Murakami ons zijn poëtica: 


‘Uiteindelijk [...] kunnen in een onvolledig vat dat een tekst nu eenmaal is alleen onvolledige herinneringen en onvolledige gedachten worden gevat.’


Deze vroege roman van Murakami gaat over volwassen worden, het is een zg. coming-of-age-roman. Het volwassen worden van een tamelijk lieve jongen onder gruwelijke omstandigheden. Ik vraag me af of dit niet een van Murakami’s meest gruwelijke romans is. Ik geef hier nog geen antwoord op. Gruwelijk omdat veel mensen in zijn nabijheid, van wie hij houdt, zelfmoord plegen. Zijn jeugdvriend Kizuki, het vriendje van Naoko, Naoko zelf aan het van het boek, Hatsumi, een meisje die hem na aan het hart ligt, vriendin van zijn vriend Nagasawa, maar haar zelfmoord valt buiten het bestek van dit boek. Verder, de zus en een oom van Naoko. Pogingen tot zijn er ook vele: Reiko, Naoko’s oudere kamergenoot in Villa Ami, en het meisje aan de receptie van diezelfde instelling. Ook gaan er mensen dood aan natuurlijke oorzaken: de vader van Midori, die Watanabe net heeft leren kennen in het ziekenhuis; de moeder van Midori was al dood. Dus ook Midori heeft het behoorlijk voor haar kiezen gekregen. Watanabe en Midori vallen op elkaar, terwijl beiden nog een ander hebben. Midori is een pittig meisje dat zich niet op de kop laat zitten. Watanabe is veel introverter, hij trekt er liever op uit, gaat wandelen, als hij verdrietig is of sluit zich op in zijn kamer.

Er gebeurt heel veel in deze roman en toch valt dat niet direct op. Dat komt onder andere omdat Watanabe zo’n rustige en introverte jongen is. Hij is maar deels in staat zijn eigen gevoelens te onderkennen. Vrouwen helpen hem daarbij: Naoko, Midori, Hatsumi, Reiko. In mindere mate zijn het zijn mannelijke vrienden: de ‘Marinier’ en Nagasawa. Het zijn de vrouwen die Watanabe hun levensverhaal vertellen en ook verwoorden ze wat ze erbij voelen en welke hun overwegingen zijn en soms ook dat zij het niet weten. Het is Watanabe zelf die Naoko op zijn beurt een tijdje in leven houdt, door zijn wandelingen met haar - op haar uitnodiging -, zijn vele brieven, op een gegeven moment is dat iedere zondag, en zijn bezoekjes aan haar en Reiko in Villa Ami.

Dit is typerend voor de fictie van Murakami: het zijn de vrouwen die veel sterker zijn, die het leven brengen, de energie verschaffen, die reuring brengen. Zijn mannelijke hoofdpersonages zijn een beetje stille jongens en mannen, weifelend, wel lief, trouw en aandachtig maar een beetje besluiteloos, onwennig in het leven, op zichzelf.

Dat er veel gebeurt in deze roman komt o.a. door de ‘en toen en toen-stijl’, een heel verhalende stijl en door de omstandigheid dat Murakami als schrijver niet veel uitlegt en weinig verbanden legt: het lijkt een beetje op een praesens historicum = iets vertellen alsof het nu gebeurt terwijl alles zich in het verleden heeft afgespeeld; dat het verhaal zich afspeelt in een continu en constant ‘nu’. Het verhaal wordt weliswaar achteraf verteld maar als lezer weet je nog niet wat er allemaal gebeurd is. Zelf denk ik bij herlezing dat er een beetje te veel gebeurt, maar dat ervaar je niet zo. De eerste keer dat ik de roman las, raakte ik de weg een beetje kwijt. Er waren ook zo veel meisjes… en Japanse namen zijn lastig.

Naoko en Watanabe houden zich aan elkaar vast omdat zij de zelfmoord van Kizuki niet kunnen verwerken. Naoko gaat ook een keer, plaatsvervangend, met Watanabe naar bed, omdat de coïtus tussen haar en Kizuki om welke reden dan ook niet gelukt was. De seks werkt als een reis naar het dodenrijk, seksuele climax wordt niet voor niets ‘de kleine dood’ genoemd. Maar Kizuki kan natuurlijk niet terugkeren naar de levenden. Daarom - onder andere - gaat Naoko hem zelf zoeken in het dodenrijk als was zij Orfeus.

Het is de liefde die mensen de das omdoet. In het geval van Naoko zelfs letterlijk in de vorm van een touw. Hatsumi kan niet van een ander houden dan van Nagasawa, terwijl ze weet dat hij dat niet van haar doet. Ondanks een huwelijk met een ander kan zij hem niet vergeten. Nagasawa is een egoïstisch mens, maar hij is daar wel compleet eerlijk over. Hij heeft vele talenten, onder andere het snel leren van vreemde talen, een helder intellect en een afkeer van zelfmedelijden: een echte stoïcijn -, maar hartelijkheid past hem niet.

Naoko wil wel van Watanabe houden, omdat hij goed voor haar is, maar verder dan zelfgebreide handschoenen en een halve trui - de andere helft breit Reiko - komt zij niet. Midori houdt van Watanabe en hij ook van haar, maar zijn liefde voor Naoko en Kizuki saboteert die. Dat is ongeveer het treurigste wat je kan overkomen: heftige verliefdheid, die nota bene ook nog wederzijds is, maar de trouw aan de doden weerhoudt je ervan die nieuwe, echte liefde, te consumeren.

Eigenlijk is dit een heel somber en heel verdrietig boek. En nu ik van alles rijtjes heb gemaakt, dus ook van de doden en de zelfmoordenaars, vind ik dat best wel een ‘overkill’. Iets te veel van het goede. Iets minder had ook gekund.

De emoties en de psychologie komen bij Murakami uit:
1. De verhalen die mensen elkaar vertellen, meestal zijn dat vrouwen aan een mannelijke hoofdpersoon; het verhalen aan elkaar vertellen is een oeroud literair procédé.
2. Uit de dromen, die bij Murakami vaak de indruk geven van een gebeuren in de werkelijkheid of in ieder geval in een soort tussenwereld, tussen waken en slapen. In deze roman is dat nog tamelijk bescheiden, het is voornamelijk de naakte gestalte van Naoko met het vlinderspeldje in haar haar als Watanabe de eerste keer in Villa Ami bij Reiko en Naoko slaapt.
3. De sprookjesachtige fantasieën, die bijvoorbeeld in Kafka op het strand een veel groter deel uitmaken. Hier komt dat een beetje aan de orde maar heel voorzichtig in de fantasieën van Midori, die bijvoorbeeld vertelt dat haar vader naar Uruguay is verhuisd.

Tot het rijk van de meer of mindere emoties reken ik ook de nadruk die ligt op muziek. Dat is belangrijk in veel romans van Murakami, vaak is dat jazz, maar hier neemt het een bijzonder hoge vlucht: Norwegian Wood en zo’n beetje alle andere liedjes van The Beatles; Henry Mancini’s Dear Heart (die plaat doet Watanabe Naoko cadeau op haar 20e verjaardag, waarop zij met elkaar naar bed gaan); folksongs, Proud Mary - eerder van Creedance Clearwater Revival denk ik dan van Ike and Tina Turner -, Blood Sweat and Tears met Spinning Wheel, Simon and Garfunkel, The Rolling Stones, Jim Morrison (vooral zijn suggestieve tekst: People are strange when you’re a stranger),Tony Bennet, Carlos Jobim (bossanova), Bill Evans, Burt Bacharach, Rodgers (in mijn boek foutief gespeld als Rogers) and Hart, Ray Charles, Carole King, Beach Boys, Stevie Wonder, Miles Davis, Kind of Blue mag ik natuurlijk niet vergeten en, Th. Monk, Bud Powell, John Coltrane (geliefd bij Murakami zelf, geloof ik, Miles Davis ook). En ook de klassieken - ook o.a. in Kafka -: Bach, Brahms, Mozart, Ravel, Debussy.

Ook is er een forse plaats ingeruimd voor de boeken die Watanabe leest: S. Fitzgerald, De grote Gatsby; Th. Mann, De Toverberg; J. Conrad, Lord Jim; Salinger, The catcher in the rye; Truman Capote; Jack Kerouac; John Updike, Raymond Chandler; Faulkner, Licht in augustus; Hermann Hesse, Tussen de raderen (een boekje dat hij vindt in de boekhandel van Midori’s ouders en dat een beetje uit de toon valt, en dat vindt Watanabe zelf eigenlijk ook; en dat ik ook las; ik heb zo’n beetje alle romans van Hesse gelezen, vroeger); Franse auteurs als George Bataille en Boris Vian.

Van de films die hij ziet, noemt hij er maar twee expliciet: The Graduate en The Sound of Music: een vreemde combi. Even afgezien van de SM-pornofilms, die Midori met hem wil zien.

Ondanks de loodzware gebeurtenissen en idem problematiek is de toon van de roman niet zwaar, wel zeer weemoedig en enigszins mysterieus. De toon bij Murakami is bijna altijd aan de lichte kant. Murakami lijkt een verteller, die zelf niet zo veel uitlegt en ook die behoefte niet heeft. Hij laat zijn personages vertellen en ervaren en dromen en brieven schrijven. Hij lijkt te noteren als een buitenstaander, schrijven wordt een soort écriture automatique, in Kafka is dat zeer duidelijk: het geschrevene gaat zijn eigen gang buiten de schrijver om. Vergelijk dat eens met de zware aanwezigheid van Philip Roth in zijn romans, zeker in de Zuckermanns. Dat maakt op mij, totale buitenstaander, de indruk dat dat ‘Japans’ is; ‘zen’ misschien wel, hoewel ik geloof dat Murakami zelf niet veel heeft met het zenboeddhisme.

Maar ik begin nu wel te voelen waar niet-liefhebbers van Murakami het soms over hebben: het clichématige in zijn stijl; sommigen vragen zich af of dat in het Japans ook zo is, met andere woorden: is het een vertaalkwestie? Als je al wat boeken gelezen hebt van Murakami - ik een stuk of tien of misschien nog meer - dan kan dat stereotype, dat alsmaar hetzelfde soort van dialogen en het simpele, übersimpele woordgebruik en soms zelfs ook hetzelfde gebruik van dromen of het magisch-realisme je tegen gaan staan. Het onbekende, het mysterieuze lijkt een stereotype te worden: auwww!.

Murakami geeft zelf nauwelijks aan hoe je als lezer zijn teksten moet interpreteren. Er kunnen (semi-)causale verbanden zijn, er zijn persoonlijke verbanden, er zijn verbanden die deze wereld te boven gaan. Je mag het zelf uitzoeken. Zijn droom- en magisch-realistische beelden zijn natuurlijk zeer geschikt voor dieptepsychologische interpretatie, Freud of Jung of wie dan maar ook.

Niet helemaal toevallig (want verstopt in het boek zelf), maar toch erg leuk: ik vond een ouder artikel uit de VPRO-gids - 11-17 jan 2014 - bij het verschijnen van Murakami’s roman De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren, 2014; en het radioprogramma Nooit meer slapen. Ivo Smits, Japan-kenner en hoogleraar, zegt dat veel van Murakami’s personages veel op elkaar lijken: eenzame mannen, die moeite hebben met relaties. Ian Buruma, die Japan op een heel andere wijze kent en waardeert, zegt: ‘Hij heeft een vlakke, simpele stijl, zonder verwijzingen naar de Japanse literaire traditie.’ Jannie Regnerus, schrijfster en kunstenaars, woonde een tijdje in Japan en kent Murakami’s werk goed; ze wordt een beetje kriebelig van de gedweeheid waarmee de personages zich bij hun lot neerleggen; dat wordt verheven tot een soort levenskunst. Daar geef ik haar wel een beetje gelijk in maar mij stoort dat niet, ik denk dan - waarschijnlijk ten onrechte - dat is Oosters, Japans misschien wel, een beetje ‘zen’. Overigens vind ik dat Murakami’s vrouwen dat veel minder doen. Die zijn juist wel strijdvaardig. Dat vind ik stiekem ook wel heel stoer.     

De romans en verhalen van Murakami zijn altijd een beetje dromerig, een beetje boven of naast de realiteit. Een van zijn terugkerende thema's is de dunne grens of misschien geen grens tussen waken en slapen, vandaar dat dromen een grote rol spelen, tussen werkelijkheid en fantasie, zoals heel duidelijk in bijv. Kafka op het strand. Daarom kun je er eigenlijk ook niet zo de vinger op leggen. Gister las ik nog een stuk in Philip Roths De menselijk smet. Roth gaat uitgebreid en heel verbaal in op alle mogelijke kanten van een situatie en of van menselijke motieven. Hij gaat er altijd eens lekker voor zitten om zijn gedachten daarover onder woorden te brengen en het lekker uit te spinnen. Hoe anders is dat bij Murakami. Het is een soort van spinrag of misschien wel vuurvliegjes die hij ons toont. Het begin van Norwegian Wood is ook zo: een herinnering aan Naoko, de putten, dromen, nachtmerrieachtige verhalen en gevoelens. 
 
De eerste keer dat ik het boek las vond ik het ook niet zo somber. De laatste keer merkte ik pas hoe zwaar het boek eigenlijk is. De dood, de zelfmoord is nooit ver weg, al wordt er niet heel nadrukkelijk de nadruk op gelegd. Watanabe is depressief, dat kun je wel concluderen. Zijn vriend dood, en op diens vriendin is hij verliefd maar haar hart is niet vrij. Daarom deert hem niets dan literatuur en muziek. Die twee zijn zeer belangrijk; die zijn eigenlijk altijd belangrijk in Murakami's werk.

Norwegian Wood is een vroege Murakami. Hier is het fantastische aspect nog niet zo ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld in Kafka op het strand,. Er zijn wel de dromen, en de verhalen die anderen hem vertellen, en de verzinsels, zoals Midori doet maar niet zo verschrikkelijk magisch-realistisch.
Dit boek lijkt tamelijk simpel maar dat is het totaal niet. Murakami legt geen dingen uit, zoals bijvoorbeeld Philip Roth uitentreuren doet - die doet dat namelijk zo uitgebreid dat je in zijn woorden de weg ook helemaal kwijt kunt raken -. Murakami lijkt geen verschil te maken tussen droom en werkelijkheid, of in ieder geval weinig. Daardoor lijken de dingen en de mensen zich op één lijn, een soort van een lineair universum, te bewegen. Dat lijkt op eenvoud of simpelheid. Dat is het niet.

De dromerigheid, de nevel, het spinrag, de bedrieglijke eenvoud van Murakami moeten je liggen, of je moet eraan wennen, of je vindt het helemaal niks. Er lijkt geen weg tussen te liggen. Take it or leave it.
Het eerste boek dat ik van hem las was Spoetnikliefde, een wat minder bekend boek. Ik snapte er niks van. Ik kon het helemaal niet volgen. Jaren later las ik Norwegian Wood en daar was ik helemaal hoteldebotel van. Misschien ben ik op dit moment een stukje minder hoteldebotel. Maar ongrijpbaar blijft Murakami wel.

De auteur

Haruki Murakami (1949) schreef onder andere de romans 'Norwegian Wood', 'Kafka op het strand', '1q84' en 'De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren'. Murakami’s werk wordt in meer dan veertig landen uitgegeven en is bekroond met meerdere prijzen, waaronder de Welt-Literaturpreis en de Hans Christian Andersen Literatuurprijs. Hij wordt regelmatig getipt als kandidaat voor de Nobelprijs. In 2016 verscheen de verhalenbundel 'Mannen zonder vrouw'. Zijn grote nieuwe roman Killing Commendatore verscheen eind 2017, een nieuw hoogtepunt in zijn oeuvre. In januari 2019 verscheen 'Roman schrijver van beroep', een eenmalig kijkje achter het bureau én in de ziel van Haruki Murakami. 

Titel: Norwegian Wood
Auteur: Haruki Murakami
Uitgever: Atlas Contact
ISBN: 9789045017426
Vertaling: Elbrich Fennema
Genre: fictie
Pag.: 213
Verschenen oorspronkelijk: 1987
Verschenen deze editie: 2011

dinsdag 25 februari 2020

Angela Carter - Circusnachten

Recensie door Marjon Nooij
Uitgeverij Orlando



De gevleugelde, victoriaanse Venus

In Londen, aan het eind 19e eeuw, doet Jack Walser - Amerikaans journalist - onderzoek naar de ware identiteit van de 1.82 m lange Sophie Fere (in het Engels Fevvers); de gevierde, gevleugelde acrobate in het Circus van Kolonel Kearney. Tijdens een interview vertelt ze hem dat ze een uit het ei geboren zwaan is en in een mandje te vondeling is gelegd voor een bordeel, waar de prostituees haar hebben gevonden en haar liefdevol in het bordeel lieten opgroeien. Hierbij ligt de nadruk op het paradoxale van een elegante zwaan met het boerse accent en gedrag van de grove van Fere.

Walser raakt volledig in vervoering van de mysterieuze Fere, die er lustig op los fabuleert - natuurlijk is het Carter die dat Fere laat doen - en iedereen met de grote vraag achterlaat of ze nu werkelijkheid is, of een verzinsel. Het is vooral haar stem die Walser biologeert.

'[...] een stem die galmde als de dichtslaande deksel van een vuilnisemmer, [...] haar spelonkachtige, sombere stem, een stem die gemaakt was om over de storm heen te schreeuwen, de stem van een hemelse visvrouw. (Muzikaal als die vreemd genoeg was, was het geen stem die geschikt was voor zang; hij bevatte wanklanken en had een bereik van anderhalve octaaf). Haar stem met zijn omfloerste, huiselijke Cockney-klinkers en willekeurig geaspireerde klanken. Haar donkere, roestige, duikende, stotende stem, dwingend als die van een sirene.'

Incognito volgt Walser Fere naar Sint Petersburg waar hij in het circus als clown optreedt voor de Russische tsaar, danst met een tijgerin en naakt poseert voor een klas chimpansees terwijl een apenstelletje onverstoorbaar ligt te copuleren. De auteur schetst de schimmige lijn tussen het dierlijke en menselijke, en de grens waar deze in elkaar over lijken te gaan. Vooral Sybil, het slimme varken heeft fantastische menselijke trekjes.

Het boek staat bol van allerlei allegorieën; de auteur, met haar excentrieke ideeën, lardeert haar verhalen met metaforen, symbolische beschrijvingen en vergelijkingen om niet-tastbare begrippen te verduidelijken. Op weergaloze wijze maakt ze gebruik van surrealistische beeldtaal - visual language - en het daaraan verwante magisch realisme en expressionisme, met een verrukkelijke verbeeldingskracht. (Iets teveel superlatieven, maar deze passen toch uitstekend bij dit boek?) Een fantastisch spel met de realiteit. De personificatie van de chimpansees in het circus is hier een mooi voorbeeld van.

Het is even wennen aan de extravagante schrijfstijl. Deze is voluptueus, bombastisch en het grenst hier en daar aan het purple proze. De samenhang van de bizarre gebeurtenissen en Feres ontboezemingen winnen in het tweede hoofdstuk al snel aan kracht en dan is er geen ontkomen meer aan het betoverende absurdisme. Vol energie en humor, met een grenzenloze fantasie, worden thema's als genderidentiteit, erotiek, feminisme en machtsverhoudingen in het verhaal verweven. Carter toont zich een uiterst eigenzinnig auteur die, evenals haar personages, lak had aan de geldende conventies en de ingetogen manier van schrijven die de Engelse literatuur in de 20e eeuw eigen was.

Circusnachten is weliswaar een doorlopend verhaal, maar heeft een caleidoscopische structuur door de vele fabelachtige wendingen die voortkomen uit de monoloog van Fere. Opgebouwd uit drie hoofddelen beschrijft het verhaal het vertrek van de circusartiesten vanuit Londen naar Sint-Petersburg, waarna ze hun weg vervolgen naar de koude uitgestrektheid van Siberië.

De duizelingwekkende lijntjes grijpen uiteindelijk steeds weer in elkaar en de vele verschillende personages: de Kolonel, Kapitein, Lizzie, Mignon, Madame Schreck, de Sjamaan, de olifanten, apen, varkens en tijgers etc, maken het lezen tot een adembenemende belevenis. De enthousiasmerende inleiding is uit de pen van Sarah Waters.

Wat rest is de vraag wat er waar is en wat niet. Wat waar is, is dat het een heerlijke leeservaring is om je onder te dompelen in deze lyrische droomwereld, die doorspekt is met verwijzingen en uitspraken van oude meesters, als Shakespeare e.a. 
Een welverdiende keuze dat deze roman wordt opgenomen in de lenteactie 2020 van Schwob.

'De wervelende tornado van Feres lach plantte zich voort over de gehele aardbol [...]'

De Britse journalist en auteur Angela Carter (1940-1992) heeft negen romans, vele korte verhalen, een filmscenario en hoorspelen op haar naam staan. De ziekte kanker werd haar op tweeënvijftigjarige leeftijd fataal.

Titel: Circusnachten
Auteur: Angela Carter
Vertaling: Leonoor Broeder en Anke ten Doeschate
Pagina's: 348
ISBN: 9789493081260
Uitgeverij Orlando
Oorspronkelijk: 1984
Verschenen: januari 2020

zondag 23 februari 2020

Muriel Spark – De beste jaren van juffrouw Brodie

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Orlando





Portret van juf Brodie en haar sextet



Met de nodige humor en drama verhaalt dit boek over juffrouw Jean Brodie die een select clubje meisjes uitzoekt om buiten de normale schoolvakken om te ‘vormen’. De Marcia Blaine School staat in Edinburgh en voor het verhaal is het van belang te weten dat het zich afspeelt in het begin van de jaren ‘30. Volgens Jean  Brodie zijn de 10-jarige Brodie-meisjes nog enigszins ‘kneedbaar’ tot crème de la crème. We volgen de meisjes tot ze een jaar of zeventien zijn. De zes uitverkorenen hebben elk hun specialiteit en zijn juf Brodie zeer toegewijd vooral door de onorthodoxe manier waarop ze onderricht krijgen. De juf legt de accenten van haar lessen op totaal andere zaken dan gewoon was in die tijd. Haar missie is de kinderen vooral zoveel mogelijk bij te brengen op het gebied van kunst, liefde en politiek. De liefde speelt voor de meisjes een enorme rol, met grote belangstelling proberen ze alles te weten te komen over seks. Dit levert hilarische passages op omdat het fijne hen nog niet bekend is, maar er wordt naar hartenlust verzonnen en aangevuld, compleet met meisjesachtig gegniffel.

Jean Brodie verloor haar verloofde in de oorlog en gaat als vrijgezel door het leven, zij vindt dat ze in ‘de beste jaren van haar leven’ zit. Haar liefdesleven maakt vreemde sprongen wanneer ze betrapt wordt in een omhelzing met een getrouwde collega. Twee mannelijke leerkrachten mogen op haar belangstelling rekenen, passionele intriges en vooral de afwegingen voor het maken van keuzes maken het verhaal interessant, zeker wanneer de meisjes ook een rol krijgen in het 'theater'. Zonder in details te treden maakt juf Brodie het erg bont door de meisjes voorstellen te doen die weinig met educatie (het woord dat ze op haar manier zo hoog in het vaandel heeft staan) van doen hebben:

''Het woord ‘educatief’, van het Latijnse educatio, komt van de stam e van ex, ‘uit’ en duco, ‘ik leid’. Het betekent dus uitleiden. Voor mij betekent opvoeding een uitleiden van van wat er in de ziel van de leerling al aanwezig is. Voor juffrouw Mackay betekent het iets in de ziel brengen wat er niet in zit, en dat is niet wat ik onder opvoeding versta, ik noem dat een intrusie, van de Latijnse stam-prefix in, dat 'in' betekent en de stam trudo die ‘ik dring’ betekent.'' (blz.51)

Hoewel de meisjes zeer gesteld zijn op de lerares worden ze geconfronteerd met een groepsdynamiek die hen aan de ene kant verbindt met elkaar, maar hen tevens afsluit van de rest van de school. En de zaken waarmee de zo betrokken lerares hen mee infiltreert zijn niet altijd de meest zuivere ideologieën. Ze doet dus precies wat ze haar collega verwijt: het inprenten van gevaarlijk gedachtegoed. De uitwerking van dit thema is geraffineerd; door de uitverkoren meisjes te isoleren van de rest en hen het idee te geven dat ze bijzonder en intelligent zijn ontstaat er een groepsdynamiek die zich uiteindelijk tegen juf Brodie kan keren. Wanneer de meisjes ouder worden, je zou het boek kunnen bestempelen als een Bildungsroman, zijn ze minder ontvankelijk voor hun lerares en zijn ze beter in staat hun eigen keuzes te maken.

Het uiteindelijke doel van Jean Brodie heeft alles te maken met gedaanteverwisseling, dit klinkt cryptisch, maar neem aan dat deze geleidelijke ontwikkeling in het verhaal bijzonder knap gevonden is. De voorliefde voor kunst speelt hierbij een rol. Ze gaan naar musea om Italiaanse schilderijen te bewonderen, twee meisjes gaan apart om een naakte Griekse held te bekijken en dan is er de tekenleraar die schildert. Seksualiteit blijft een thema, zowel bij de opgroeiende meisjes als bij de juf, die langzamerhand niet meer zo overtuigend in haar ‘beste jaren van haar leven’ zit. Goed en kwaad, de verleiding, het paradijs en de zondeval komen sterk naar voren wanneer juf Brodie haar la opendoet en de voorspellende woorden uitspreekt:

“In mijn la heb ik drie pond appels, gekregen van meneer Lowther uit zijn boomgaard, laten we ze opeten nu de kust veilig is – niet dat de appels niet van mij zijn, maar voorzichtigheid….voorzichtigheid is…Sandy?” (blz.65)

Over de opbouw en de stijl van het boek ben ik erg enthousiast. Een aantal flash-forwards geven het boek precies het zetje waardoor je je als lezer bevoordeeld voelt. De hints zijn onheilspellend genoeg om te weten dat, wanneer er al een echt einde aan het boek zit, er niet alleen winnaars zullen zijn. Religie is een thema dat regelmatig ter sprake komt, wanneer duidelijk wordt dat juffrouw Brodie zichzelf als een God beschouwt weten we dat dit wellicht een stapje te ver is. Plaats is er ook voor Ariel, de luchtgeest uit De storm van Shakespeare, Eunice wordt hiermee vergeleken.

Kortom, dit is geen boek om even in een avondje uit te lezen. Jet Steinz gebruikt in haar voorwoord de term ‘onderkoeld’ ter aanduiding van de toon in het boek. Daar kan ik het mee eens zijn. Er blijft veel onuitgesproken, onuitgewerkt en dat is ook meteen de kracht van deze roman. Dankzij de talrijke aanwijzingen in legio vormen ontstaat een onaf beeld dat niet af hoeft, laat lekker bestaan in zijn onaffe toestand. Zo is het leven ook, iets is nooit echt af, omstandigheden veranderen en dan zijn we terug bij het thema van de transfiguratie, de metamorfose.

Deze auteur weet hoe een complexe roman met meerdere personages te schrijven met elk een eigen psychologische ontwikkeling. Ook wordt er een mooi tijdsbeeld beschreven. De jaren ‘30 waarin de dreiging van WOII voelbaar wordt en de Spaanse burgeroorlog een feit is.



De auteur

Muriel Spark, geboren als Muriel Sarah Camberg (Edinburgh, Schotland, 1 februari 1918 — Florence, Italië, 13 april 2006) was een Brits (Schots) schrijfster.

Voor de Tweede Wereldoorlog vertrok zij naar het toenmalige Rhodesië (nu Zimbabwe), om daar in 1937 in het huwelijk te treden met Sydney Oswald Spark. Uit dit huwelijk werd één zoon geboren. De verbintenis liep uit op een grote mislukking, maar Muriel bleef de achternaam Spark gebruiken en refereerde in later tijden aan haar ex-echtgenoot als "S.O.S.". Tijdens de oorlogsjaren had ze een aantal baantjes als secretaresse, om er in 1944 met moeite in te slagen naar Engeland terug te keren. In Londen kwam ze in een milieu van kleine literaire tijdschriften terecht en debuteerde als schrijfster. Eind jaren 1960 verhuisde zij naar Rome, en de laatste decennia van haar leven woonde zij in Toscane in een omgebouwde 13e-eeuwse kerk. Enkele van haar latere romans spelen spelen zich af in Italië.

Muriel Sparks vader was Joods, haar moeder had de anglicaanse religie, maar Muriel kreeg geen religieuze opvoeding. In 1954 bekeerde ze zich tot het katholicisme. Daarom wordt ze vaak in een groep ingedeeld met Evelyn Waugh en Graham Greene; beide auteurs werden eveneens op latere leeftijd katholiek. Greene geldt zelfs wel als haar ontdekker, en zeker als haar beschermer: hij heeft haar in de beginjaren van haar schrijverschap geldelijk gesteund.

Zij schreef aanvankelijk literaire kritieken, gaf een biografie van Mary Shelley (de auteur van Frankenstein) in het licht, en debuteerde met het verhaal "The Seraph and the Zambesi", waarmee zij in 1950 de Observer Short Story Competition won. 

Titel: De beste jaren van juffrouw Brodie
Auteur: Muriel Spark
ISBN: 9789493081284
Uitgever: Uitgeverij orlando
Vertaling: W.A.C. Whitlau
Pag.: 173
Genre: Fictie
Verschenen: deze vertaling 2019, oorspronkelijk 1961