vrijdag 16 september 2022

Robert Jan Heyning - Angstpiloot

Recensie door Marjon Nooij
Uitgeverij Oevers

Alles waar je voor vlucht heeft een langere adem dan jij

Zijn hele hebben en houden achterlatend, maar met een rugzak vol herinneringen en angsten, is Lodewijk vol goede moed onderweg. De belastingdienst heeft hem volledig kaalgeplukt. Het geld dat hij nog achter de hand had, heeft hij her en der in zijn krakkemikkige motor met zijspan gepropt – een op de rommelmarkt gevonden bakje dat in een eerder leven dienst heeft gedaan op een Hongaarse kermisattractie. Tussen zijn schamele bezittingen zit ook een andere schat; een nogal merkwaardig schilderij van zijn overleden, blinde opa. Een mooi opgevoerde metafoor voor heilig geloven in datgene wat je niet ziet.

Zo gaat de tragikomische roman Angtspiloot van start, anderhalf jaar na Heynings meesterlijke debuut Harlekijn. Ook deze keer heeft de auteur weer gekozen voor Italië als setting, heeft zijn protagonist zijn kostje bij elkaar gescharreld met de verkoop van bij het grofvuil gevonden spullen – 'uit-de-mode en de-buren-hebben-duurder' – en ligt zijn hart bij het maken van toneel en theater. Tevens komen de maskers terug uit de zeventiende eeuwse Commedia dell'Arte.

Zijn oude vriend Luigi – niet bijster onder de indruk van Lodewijks teloorgang – zei hem dat niets meer hebben is 'als een opgelegde kans kelder en vliering op te ruimen en de ramen te zemen'. Het zou een mooie gelegenheid zijn om naar Italië te komen om daar een aan zijn lot overgelaten 'patatseria' te heropenen. Lodewijk aarzelt niet, pakt zijn spullen bijeen en grijpt zijn kans. Een bijkomend voordeel is dat hij zijn oude hobby deltavliegen weer op kan pakken; 'de mooiste illusie van vrijheid'.

Wat hij ook mee op reis neemt, zijn angsten en herinneringen. Lodewijk heeft in zijn jeugd een aantal nare dingen meegemaakt die hem tot de dag van vandaag parten blijven spelen. Zo heeft hij een nagelfobie die hem noopt om te allen tijde zijn sokken aan te houden – ja, ook tijdens de seks – en hem zelfs een bepaalde periode heeft gedwongen om handschoenen te dragen, uit angst dat 'de dekseltjes' zouden verschuiven en 'de drek' via zijn nagelbedden naar buiten zou stromen. Om zijn hyperventilatie- en zweetaanvallen te beteugelen, doet hij regelmatig 'zijn oefeningen', maar zijn darmen leiden een geheel ongecontroleerd eigen leven.


'Angst blijft zich hardnekkig vastkrampen in zijn buik. Hij controleert zijn hielen en enkels op spetter, doet zijn oefeningen en loopt terug. […] Als je eenmaal vliegt, blijft de angst in linten wc-papier achter in de struiken.'


Door middel van flashbacks wordt de lezer deelgenoot gemaakt van het ontstaan en de gevolgen van zijn angsten, zijn eerdere werkzaamheden, de hobbels in zijn liefdesleven en zijn grote voorliefde om zich onder te dompelen in de literatuur. In de huid van zijn personages kruipend, zich in verre oorden wanend, is hij de held of wordt hij juist verslagen. Literatuur draait voor hem steevast om
'Liefde, in de ruimste zin van het woord; hoop, wanhoop, verlangen, haat, het past er allemaal in. Liefde is levensadem, ook van elke roman, ongeacht het verhaal.'

Liefde is ook een centraal thema in Angstpiloot. Lodewijks eerste liefde wist hem te verlossen van het dragen van zijn handschoenen en wanneer hij in Italië ongenadig wordt belazerd door een verdorven burgervader – die zich bijna letterlijk achter een masker heeft verscholen –, ontmoet hij de Vlaamse Kat. Ze krijgt er nog een harde dobber aan om Lodewijk in het gareel te krijgen. Hij op zijn beurt zal alle zeilen bij moeten zetten om zijn angsten te leren beheersen om Kat niet af te schrikken. Op zeker moment weet hij intuïtief een solovoorstelling op te voeren die zowaar louterend op zijn fobieën werkt. Het ontbreekt hem niet aan moed om het heft in eigen hand te nemen, wanneer hem onrecht wordt aangedaan.

Angstpiloot is een rijk gelaagde roman waarmee de auteur de verbeeldingskracht van de lezer prikkelt. De kracht zit hem in het compact beschrijven van anekdotes en het kostelijke taalgebruik. Heyning speelt met taal; hij improviseert en verhaspelt werkwoorden, bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden. Humoristische hyperbolen houden het verhaal licht, ondanks de serieuze angsten van Lodewijk. Scènes waarin hij naar een naaktstrand gaat en een duik neemt met alleen zijn sokken en sandalen aan, of wanneer hij onderweg in een mierenhoop belandt, zijn hilarisch en zie je zo op je netvlies.


'Iets steekt hem dwars door de sluimering overeind. Hij probeert het vuur van zijn enkels en kuiten te krabben. Rode mieren. Hij zit net naast hun pad. Het is een centimeter of twintig breed, met vluchtstroken links en rechts. Verderop ziet hij hun torenstad, een alienachtig bouwsel met een stompe punt. Het is ruim anderhalve meter hoog met misschien wel zeshonderd verdiepingen, nog afgezien van wat er ondergronds is gebouwd aan kraam- en provisiezalen. Hij slaat de monsters van zich af, want dat zijn het: monsters, met grijptangen en weerhaken uit bestekelde gifzakken. Ze grommen en smakken, maar dat kun je alleen horen als je ze onder een vergrootglas legt.'

Met veel visuele en abstracte verbeeldingskracht, en subtiele, soms vileine humor beschrijft Heyning een cruciale episode uit het leven van zijn personage. Lodewijk gaat niet alleen gebukt onder reële, maar ook onder irreële angsten. Hij is sociaal niet de handigste, maar wel een ontwapenende en aandoenlijke man.

Angstpiloot is een tragikomisch verhaal en het is onmogelijk om de fobische Lodewijk níet in je hart te sluiten.

--

Eerder verschenen op Tzum

Lees hier de recensie van Harlekijn

--

Titel: Angstpiloot
Auteur: Robert Jan Heyning
Pagina's: 244
ISBN: 9789493290006
Uitgeverij Oevers
Verschenen: augustus 2022

maandag 22 augustus 2022

Gabriele Tergit - Zo was het nu eenmaal

Recensie door Marjon Nooij
Uitgeverij Van Maaskant Haun


Teloorgang van een bloeiende Joodse samenleving in Berlijn

Gabriele Tergit – pseudoniem voor Elise Hirschmann (Berlijn, 1894 – Londen, 1982) – werd geboren in een Joods gezin in het gegoede milieu en werkte na haar studies filosofie en geschiedenis als eerste vrouwelijke rechtbankverslaggever in de Weimarrepubliek in een door mannen gedomineerde omgeving. Ze werkte voor het Berliner Tageblatt dat door de Duitsers werd gezien als liberale, Joodse krant. Vanwege de dreigende machtsovername door het naziregime besloot Tergit in 1933 – na de brand in de Reichstag en net op tijd, want de nazi's hadden hun oog al op de belangrijke en invloedrijke journalist laten vallen – om Duitsland vanaf Tiergarten met de S-Bahn te verlaten en via Tsjechië de wijk te kiezen naar Palestina; een lastig besluit voor haar, omdat ze in wezen het zionisme afwees. In 1938 vestigde ze zich definitief in Londen.

Na het verschijnen van haar magnum opus De Effingers was het haar grote wens om nogmaals een indrukwekkende roman te schrijven over de Joods-Duitse bourgeoisie. Dit schreef ze onder de titel So war's eben. Er is destijds aardig wat 'gerommeld' in de lijvige roman, bepaalde families werden er zelfs rigoureus uitgeschreven. Het duurde nog tot 2021 voordat Duitsland er eindelijk klaar voor was om het werk onverkort en in originele staat uit te geven onder redactie van Nicole Henneberg, waarna Mattanja van den Bos de vertaling naar het Nederlands voor haar rekening nam. De roman, die bij Uitgeverij Van Maaskant Haun verscheen als Zo was het nu eenmaal, behelst de periode van 1897 tot de zestiger jaren van de twintigste eeuw.

Zo was het nu eenmaal vertelt het verhaal over het verval van Pruisen en van een aantal Duitse en Joods-Duitse families in Oost- en West-Berlijn – middenklasse gezinnen en gegoede lui – tijdens grofweg de eerste zes decennia van de twintigste eeuw. De vriendschappelijke banden tussen de diverse families komen door de veranderende politieke mores op scherp te staan en ook in het geval van een gemengd huwelijk wakkert de (naderende) oorlog het antisemitisme aan. Dit gebeurt grotendeels tijdens de inflatie, die vooral in de schoenen wordt geschoven van de 'roofzuchtige vreemdelingen'.

'Buitenlandse Joden hebben hier hele straten opgekocht. U zult mijn verontwaardiging delen. […] De inflatie is de rooftocht van het grote geld tegen de kleine burgers.'


Een belangrijke en informatieve rol is weggelegd voor de diverse leden van de redactie van de fictieve Berliner Rundschau, waar heel wat wordt bekonkeld en men vaak van mening verschilt over de stand van zaken in de politieke wereld.

'Veel kwam voort uit verkeerde aannames. De menigte was woedend vanwege haar Duitse taal, de Sudetenduitser vriendelijk vanwege de Duitse taal. Als hij had geweten dat ze Jodin was dan had hij haar niet vriendelijk 'landgenote' genoemd en als de Tsjechen geweten hadden dat ze vervolgd werd, dan waren ze vriendelijk geweest. Zo ingewikkeld was alles overal.'


Hoofdredacteur Heye blijft zijn democratische gedachtegoed trouw. Het alter ego waarmee Tergit zichzelf opvoert in de gedaante van Grete, wordt journalist bij Berliner Rundschau. Haar familie is niet enthousiast over haar functie, maar de ambitieuze Grete zet onverzettelijk door op haar ingeslagen weg.

De verschillende gezinnen maken allen een ontwikkeling door. Neem bijvoorbeeld het gezin Von Rumke. Het behoort tot de rijkere klasse en dreigt na de Eerste Wereldoorlog uit elkaar te vallen, wanneer hun kinderen elk een eigen weg kiezen. Freia verlaat het ouderlijk huis door met een Joodse man te trouwen en Jürgen begeeft zich in communistische kringen. Interessante rollen zijn weggelegd voor de oudste zoon Friedrich Wilhelm en zijn tweede vrouw Ruth – Edeltrauth – Stahlmacher; hij overtuigd nationaalsocialist die zijn Joodse zwager probeert te redden en de meedogenloze Ruth die vastbesloten opgaat in haar Arische rol, haar Joodse kennissen verraadt, maar toch een Joodse onderduiker in huis heeft.

'In de herfst van 1944 ging er om de drie dagen een transport. Alle bekenden […] werden getransporteerd. Niemand wist waarheen. 'We komen in een ander getto terecht.' […] 'Ja, ja' zei iemand anders, 'je lijdt hier weliswaar een verschrikkelijke honger, maar je bent hier tenminste al gewend.'
'Hoe heet de plek waar u naartoe gaat?'
'Birkenau.''


Een groot deel van de roman bestaat uit dynamische, politieke en maatschappijkritische dialoogscènes, waardoor de gebeurtenissen van de geschiedenis en de politieke onrust zich voor het oog van de lezer ontwikkelen. Er heerst ongeloof bij de Joodse gemeenschap, hun rustige en goede leven is aan het wankelen en uiteindelijk moeten ze zelfs kamers onderverhuren vanwege armoede, geldontwaarding en woningnood. De veranderingen van het dagelijks leven in de verschillende sociale klassen, werkloosheid, Beurskrach van 1929 met zijn hyperinflatie, vervolging en ballingschap worden gedetailleerd in beeld gebracht. De Shoah komt vanzelfsprekend aan bod, maar wordt niet tot in de kleine details beschreven.

De roman bestaat uit vijf duidelijk afgebakende delen: Keizerrijk, Oorlog, De Republiek Weimar, Het Derde Rijk, Na de oorlog. In het laatste deel van de roman gaat Grete in de vijftiger jaren naar Londen en New York om oude bekenden op te zoeken. De verschillende personages hebben zich in ballingschap verspreid over diverse landen. De bezoeken zijn als een afscheid nemen van het 'oude leven' en het zich openstellen voor het 'nieuwe oude leven'.

Het aantal namen dat Tergit opvoert is duizelingwekkend te noemen. De losse appendix met alle personages is een welkom hulpmiddel om duidelijkheid te verschaffen. Ook het overweldigende aantal scenes die beschreven worden, laten de lezer soms bijna naar adem happen. Maar de aanhouder wint, komt steeds vaster in het verhaal en wordt uiteindelijk beloond door deze caleidoscopische roman door het panoramische beeld van dit roerige en beklemmende stuk geschiedenis. De 'vergeten' auteur geeft een authentiek tijdbeeld van de geschiedenis van Duitsland.

Tergit beschrijft in deze indrukwekkende sociale kroniek de mores en de karakters in heldere taal en zonder een blad voor de pen (mond) te nemen. Haar nuchtere, lucide kijk op maatschappij en politiek is wars van sentimentaliteit en met een soms haast zakelijke stijl. Wel beschrijft ze in de journalistieke fragmenten de sterke fundamentele veranderingen, die niet alleen veranderingen zijn door de tijdgeest, maar ook door het doormaken van de Groote- en Tweede Wereldoorlog. De journalistieke beschrijvingen waren voor Tergit uiteraard een kolfje naar haar hand. Ze laat zien waar de titel voor lijkt te staan en wekt daarmee de indruk dat het bedoeld is als een gelaten uitdrukking. Zo was het nu eenmaal/so war's eben, het is voorbij en we moeten leren van onze fouten, maar kunnen niets meer aan het verleden veranderen.

Eerder verschenen op Tzum

--

Titel: Zo was het nu eenmaal
Auteur: Gabriele Tergit
Vertaling: Mattanja van den Bos
Pagina's: 596
ISBN: 9789083166124
Uitgeverij Van Maaskant Haun
Verschenen: juli 2022

zondag 21 augustus 2022

Patti Gomme - Holodomor, Stalins genocide in Oekraïne 1931 - 1933

Recensie door Marjon Nooij
Uitgeverij Aspekt


Een toegedekte en ontkende genocide

'Niemand heeft zoveel verbeelding dat hij zich de werkelijkheid kan voorstellen.'
Patti Gomme

Stel 1000 willekeurig gekozen mensen de vraag of ze weten wat Holodomor betekent. De kans is bijzonder klein dat je het juiste antwoord krijgt.

Geschiedenis van Oekraïne

De geschiedenis van Oekraïne is deels bepaald door de rijke, vruchtbare landbouwgronden, ijzer- en staalindustrie, graan, vee, steenkool en erts. Ten koste van Oekraïne wilde Rusland zijn territorium uitbreiden. Vele volken hebben in de geschiedenis het land bevolkt en het land is vaak veroverd en bezet door buurlanden. De bevolking van Oekraïne heeft in de geschiedenis vele malen te maken gehad met meedogenloze terreur.

De Russische Revolutie in 1917 had tot gevolg dat er in Oekraïne een burgeroorlog heeft gewoed met massaslachtingen als gevolg. Later, onder bewind van Stalin, werden de 'koelakken' (rijke, succesvolle en vaak ook intelligente boeren) door de propaganda bestempeld als demonische aartsvijanden, die geëlimineerd dienden te worden. Hun landbouwgronden werden afgenomen, evenals de gewassen en het vee. Alles diende te worden 'gecollectiviseerd'. Er werden massa-executies uitgevoerd op notabelen en priesters. De koelakken werden gezien als klassenvijand en in groten getale gedeporteerd naar de 'goelags' op de taiga's in Siberië; de 'dekoelakisatie'.

De inbeslagname van de oogsten in 1931 was de belangrijkste oorzaak van de Holodomor. De kunstmatig gecreëerde genocide door hongersnood vond plaats van 1931 tot 1933. 'Holod' betekent honger en 'domor' uitroeien; met een pijnlijke, wrede dood als gevolg. Elk moreel bewustzijn verdwijnt wanneer honger overheerst. Mensen begaan daden die ze onder normale omstandigheden zouden verafschuwen.

'De omvang en gruwelijkheid ervan tarten het menselijk voorstellingsvermogen.
Gruwelijk vooral door de methode van uitroeien: hongersnood, georganiseerd door de eigen machthebbers. Het resultaat was het lijden en de dood van miljoenen onschuldige mensen. Het was een hongersnood die deel uitmaakte van een politiek beleid dat de triomf moest verwezenlijken van een ideologie: het marxisme oftewel de dictatuur van het proletariaat.'


In het boek is een hoofdstuk opgenomen met getuigenissen die ontleend zijn aan het gedachtenisboek 'Het jaar 1933: honger', dat alleen in de Oekraïense taal is verschenen. Het bevat zéér schrijnende verhalen van mensen die de honger en vernederingen, ondanks alles, hebben overleefd. De laatste getuigen zijn nu zo goed als allemaal al overleden. Het zou als één van de meest omvangrijke genociden de geschiedenis ingaan. Hoewel het toch tachtig jaar heeft geduurd, voordat deze geschiedenis in de openbaarheid kwam.

Gomme schrijft: 'Stalin trad als grote overwinnaar met Roosevelt en Churchill uit de oorlog tegen de Duitsers. Hij werd daarom door deze twee laatstgenoemden ontzien.' Dat laatste geeft toch te denken.

Patti Gomme is een Vlaamse onderzoekster die met dit boek het zwijgen heeft willen doorbreken. Ze heeft in haar onderzoek ondervonden dat er nog steeds niet veel algemeen bekend is over deze geschiedenis in Oekraïne. Het is duidelijk dat er gedegen onderzoek is gedaan. Veel literatuur heeft ze geraadpleegd en vooral haalt ze veel aan van wat Aleksander Solzjenitsyn heeft beschreven in zijn boek 'De Goelag Archipel'.

Het is een zeer indringend verslag geworden, dat veel informatie geeft over gruwelijk stuk Oekraïense geschiedenis en praktijken van Stalin. Enkele foto's in het midden van het boek zijn het schrijnende bewijzen van de gruwelen.

De auteur geeft uitgebreide informatie en beschrijft in heldere, onverbloemde bewoordingen de aanloop van de Holodomor, wat deze heeft betekend en waardoor het zo lang ontkend en toegedekt is gebleven. Een bitter stuk geschiedenis van het land dat in de geschiedenis al zo vaak te maken heeft gehad met oorlog en onderdrukking, dat pas na de Oekraïense Onafhankelijkheidsoorlog in 1917 een zelfstandig, internationaal erkend land werd, maar nog tot 1991 opgeslokt is gebleven door de Sovjet-Unie. Na de val van het communisme werd Oekraïne een onafhankelijke democratie.

De Russische annexatie van het strategisch gelegen schiereiland De Krim heeft de Oekraïense economie in 2014 en 2015 een zware klap gegeven, waardoor de inflatie flink steeg die zich pas weer in 2020 begon te herstellen. Ook nu weer heeft het land zwaar te lijden onder terreur. De annexatie leidde uiteindelijk tot een escalatie op 24 februari 2022, toen Rusland een aanvalsoorlog begon door vanuit verschillende kanten het land – dat tot de armste landen van Europa behoort – binnen te vallen.

Het boek beklijft en geeft inzicht. Een regelrechte aanrader voor de lezer die geïnteresseerd is in de geschiedenis van Oekraïne.


Holodomor, Stalins genocide in Oekraïne 1931 - 1933
Auteur: Patti Gomme
Categorie: Non-fictie/Geschiedenis
Pagina's: 182
ISBN: 9789461535597
Uitgeverij Aspekt
Verschenen: november 2014

zondag 14 augustus 2022

Petra Thijs - Schaduwlicht

Recensie door Marjon Nooij
Uitgeverij Pelckmans

Een manhaftige feministe avant la lettre

Victorine Louise Meurent (1844 – 1927) was het roodharige naaktmodel dat is vastgelegd op de beroemde schilderijen Déjeuner sur l'herbe en L'Olympia van de 19e-eeuwse Franse kunstschilder Édouard Manet; de schilder die geldt als stuwende kracht in de overgang van het realisme naar het impressionisme en daarmee de inspirator was voor vele collega-schilders.

De Vlaamse auteur Petra Thijs krijgt via-via een ongepubliceerd manuscript toegespeeld van de hand van journalist en kunstcriticus Adolphe Tabarant (1863 – 1950). Hij schreef eerder over Manet en was de eerste die het verhaal over zijn tijdgenote Meurent heeft willen optekenen. Ze komt er in zijn onaangename geschrift echter bekaaid vanaf, daar hij haar een kwalijke reputatie toedicht door haar te beschrijven als een aan de drank verslaafde prostituee die bovendien jong gestorven zou zijn. Thijs komt tot de conclusie dat hij zich hiermee overduidelijk schuldig heeft gemaakt aan geschiedvervalsing. De vraag rijst of het feit dat Émile Zola haar in zijn roman L'Oeuvre model heeft laten staan voor de courtisane Irma er misschien toe heeft bijgedragen dat Tabarant dit verwerkte in zijn manuscript. Werd hij wellicht door haar afgewezen of werd zijn visie op haar gevoed door uitspraken van een jaloers collega-model?

Tabarants manuscript, dat waarheidsgetrouw is weergeven, is door Thijs gebruikt als uitgangspunt voor haar romandebuut 'Schaduwlicht'. Na tien jaar van research heeft de auteur het bijzondere levensverhaal beschreven van de muze van Manet en neemt ze de lezer mee naar het Parijs van de grote schilders van weleer.

Over het verloop van haar leven is veel gespeculeerd. Door de vrije hand te nemen en fictieve elementen te verweven door de feitelijkheden die over Victorine Meurent bekend zijn, heeft de auteur een interessante reconstructie geschreven over een doortastende en zelfstandige vrouw die zeer gedreven was om zich staande te houden in de kunstenaarswereld waar mannen de scepter zwaaiden. Ook Edgar Degas, Henri de Toulouse-Lautrec – die eveneens debet is geweest aan het in diskrediet brengen van haar reputatie – en Alfred Stevens hebben gebruik gemaakt van haar diensten als schildersmodel. Het lukte haar om schilderlessen te nemen, maar van haar verzameling schilderijen is hoegenaamd niets overgebleven, omdat haar buren haar bezittingen na haar dood hebben verbrand. Wel is bekend dat ze, na aanbeveling van Manet en Stevens, gedurende haar leven zesmaal heeft mogen exposeren in de Salon en dat ze 'werd bekroond door de Société des Artistes Français.'

Wanneer de roman na het vermaledijde manuscript van Tabarant van start gaat, kruipt de auteur in de huid van haar personage door gebruik te maken van een ik-verteller.

Meurent, geboren in een kunstzinnig 'milieu bourgeois', ontvlucht als jong meisje het gezin en liefdeloze moeder. Ze belandt in Parijs waar ze kennismaakt met Manet en voor hem begint te poseren. Zijn succes is aanvankelijk klein en het wordt hem niet toegestaan te exposeren in de prestigieuze Parijse Salon, maar belandt in 1863 op de parallelle Salon des Refugés. Zijn schilderij wordt als behoorlijk impertinent bestempeld, vanwege het niet te missen vrouwelijk naakt; een 'jonge kladschilder' die 'de goede zeden [...] uitdaagde.' Des te schrijnender is dat La Naissance de Vénus van Alexandre Cabanels in 1863 wél werd toegelaten en bejubeld, omdat het werd bestempeld als mythologische naakt. In 1865 lukt het Manet alsnog om een volgend werk te exposeren op de Salon.

'Als Manet gedacht had dat de kritiek hem gunstig gezind zou zijn, kwam hij bedrogen uit. Toen de bezoekers L’Olympia zagen hangen, overstemden uitroepen als ‘Boe!’ en ‘Schande!’' […] De moraalridders […] riepen luidkeels dat het de hoogste tijd was om paal en perk te stellen aan deze verregaande corruptie van de goede smaak en moraal. 
(bron: manuscript Tabarant)


De schilder wordt door de – immer nieuwsgierige – salonbezoekers bestempeld als erotomaan en het kortbenige model als 'vrouwelijke gorilla die haar hand op een onfatsoenlijke plek legt.' De verstandhouding tussen schilder en model is van vriendschappelijke en wederzijds aanvullende aard die ruim tien jaar zal duren; zij draagt waardevolle ideeën aan en heeft een positieve invloed op zijn werk, hij beloont haar naar behoren. Een welkome bijkomstigheid voor Meurent – in de tijd dat vrouwen er niet op konden rekenen om een leerstoel te kunnen bemachtigen op de Académie – is dat ze de fijne kneepjes van het schildersvak opdoet door Manets handelingen en techniek goed in zich op te nemen.

Na het beëindigen van haar relatie met Alfred Stevens en het overlijden van Manet, vliegen de duiven haar echter niet in de mond, maar haar trotse karakter staat haar niet toe om bij de pakken neer te zitten. Haar moederlijke liefde kan ze kwijt bij de buitenechtelijke dochter van Manet, die haar echter ook weer wordt ontnomen. Dit ontaardt in een jarenlange zoektocht die haar zelfs de oceaan laat oversteken. Met Marie Dufour heeft ze de laatste jaren van haar leven een openlijke biseksuele relatie, die ze niet onder stoelen of banken schuift. Meurent zal uiteindelijk in 1927 op 83-jarige leeftijd in de Parijse voorstad Colombes overlijden.

'Ik had mijn hele leven in de schaduw gestaan, eerst in die van mijn zus, vervolgens in de goedgeklede schaduw van Manet, en in zekere zin ook in die van Alfred Stevens.'


In deze reconstructie volgt na het manuscript van Tabarant, een deel waarin de auteur hem de ruimte geeft zijn eigen verhaal te doen. Hierin laat ze hem een blauwtje lopen, doordat Meurent niet in wil gaan op de avances van de door haar geobsedeerde kunstcriticus. Zodoende wordt aannemelijk gemaakt waarom hij haar in zijn manuscript zo weinig egards heeft gegeven.

In het leeuwendeel van de roman brengt Meurent haar eigen leven in kaart en leren we haar kennen als een vrouw die zichzelf continu moet bewijzen, maar met haar sterke temperament en een vechtersmentaliteit veel voor elkaar weet te krijgen en zelfs de kans krijgt zich te revancheren door haar werk te exposeren tussen dat van haar mannelijke collega-schilders.

In het laatste deel 'Historische duiding' geeft de auteur in ruime mate tekst en uitleg over haar bronnen en hoe ze heeft getracht om de feiten, die ze tijdens haar onderzoek heeft kunnen achterhalen, – zo waarheidsgetrouw als mogelijk is – te volgen, ook al zijn sommige gebeurtenissen iets geantidateerd om ze goed op elkaar aan te laten sluiten. Tevens geeft ze verantwoording over de informatie die ze van een eigen draai heeft voorzien.

De krachtige dialogen en het naadloos verweven van fictieve elementen met de reeds bekende feiten, maken van deze roman een zeer geloofwaardig geheel. Niet alleen heeft de auteur gedegen onderzoek gedaan naar het leven van haar hoofdpersonage, ook de ins en outs van de kunstwereld van weleer, de schildertechnieken en -terminologie weet ze op zeer realistische wijze weer te geven. Het resultaat is een levensechte afspiegeling van de vermeende werkelijkheid van een manhaftige feministe avant la lettre.


Eerder verschenen op Tzum

--

Titel: Schaduwlicht
Auteur: Petra Thijs
Pagina's: 328
ISBN: 9789464014549
Uitgeverij Pelckmans
Verschenen: april 2022

donderdag 4 augustus 2022

Eva Menasse - Dunkelblum

Recensie door Roosje de Vries
Uitgeverij Atlas Contact


De geschiedenis van Dunkelblum

Dunkelblum is een plaatsje in de verre zuid-oost hoek van Oostenrijk. Een slaperige plek, maar toch: ‘[…] hebben de muren oren, de bloemen in de tuinen hebben ogen, ze draaien hun kopjes alle kanten uit om maar niets te missen, en het gras registreert met zijn snorharen elke stap die wordt gezet.’ (2022: 11). En als dat al voor bloemen, muren en gras zo is, dan beleven de Dunkelblumse mensen het al helemaal zo. Nou ja, ik hoef die metafoor natuurlijk niet uit te leggen.

Er hangt altijd een zekere dreiging in de lucht; een dreiging die stamt uit het verleden. Die maakt mensen voorzichtig en zelfs wantrouwig. Dat verleden is niet heel duidelijk aanwezig. De twee wereldoorlogen hebben er natuurlijk mee te maken. En de grens met Hongarije, die om de hoek is. Er is een herinnering aan dat grote Rijk, waar Oostenrijk en Hongarije eens hand in hand gingen. Nou ja, dat hand-in-hand-gaan, daar valt wel wat op af te dingen. Wie de Sissi-films met Romy Schneider heeft gezien, weet dat het Oostenrijk was die in de Donau-monarchie de dienst uitmaakte en dat Hongarije het achtergestelde broertje was. Feitelijk bestond de dubbelmonarchie uit het hedendaagse Oostenrijk, Hongarije, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Tsjechië, Slowakije, Slovenië en delen van Italië, Montenegro, Polen, Roemenië, Servië en Oekraïne.
In ieder geval was er dat grootse verleden, maar ook de twee wereldoorlogen die voor de dubbelmonarchie bepaald niet goed uitpakten, en dat is natuurlijk een understatement.

Dit verhaal begint in de zomer van 1989. De grens met Hongarije en de hele communistische wereld begint scheuren te vertonen. Sinds het einde van WOII verandert er van alles, te veel wellicht. Verschillende gebeurtenissen beginnen de Dunkelblumse suffe en bedompte boel op te schudden. Zo wordt er op een hoger gelegen weide een geraamte gevonden. Is het een nazi, een soldaat uit WOI, een vluchteling, een Jood, of een verdwenen Dunkelblumse vrouw? De verwaarloosde Joodse begraafplaats in het stadje - toch eerder een stadje dan een dorp - wordt opgeknapt door een groep progressieve jonge mensen, die niet uit Dunkelblum komen. Meer vreemdelingen doen Dunkelblum aan. Daarbij zijn een paar autochtone Dunkelblumers, onder wie een jonge vrouw en een oude gay reisbureau-houder, bezig de plaatselijke geschiedenis te ontrafelen. Het nazi-verleden is alomtegenwoordig, maar veelal onderhuids, al blijven zwakke plekken in het zwijgen daarover niet onopgemerkt. Een dementerende winkelier begint op te geven van zijn voormalige nazipraktijken.

Is het wel mogelijk dé geschiedenis van Dunkelblum te schrijven? Is het mogelijk het verleden überhaupt te ontrafelen? Dat zijn twee verschillende zaken, maar ik ga daar verder niet op in. Eén ding wordt duidelijk: dé geschiedenis bestaat niet. Er bestaan verschillende geschiedenissen: van families, van sociale groepen, van de rangen en standen, van verschillende ‘ethnische’ en culturele groepen, van individuen. Maar zelfs die micro-geschiedenissen laten zich feitelijk niet schrijven. Alle pogingen daartoe mislukken. Blijkbaar moeten we leven met een duister verleden. Dunkelblum staat natuurlijk in zeker opzicht voor ons allemaal. Dunkelblum is ‘elckerlijc’.

De Oostenrijkse auteur Eva Menasse maakt voortdurende omtrekkende bewegingen in de vertelling. Om de beurt met meanderende omwegen en heen en weer slingerend tussen verleden en heden, komen de verschillende bewoners en voormalige bewoners voor het voetlicht. Er is een opmerkelijk landkaartje voorin het boek geplaatst met de woningen en hun bewoners. Dat moet je vooral veel raadplegen tijdens het lezen, want ik raakte de draad nog wel eens kwijt.

Al die omtrekkende manoeuvres en duistere doolhof-paden zijn uitingen van het feit dat de Dunkelblumse geschiedenis niet bestaat en ook nooit zal kunnen bestaan, en dus ook niet beschreven en opgeschreven kan worden. Wat dat betreft is Menasse uiterst consistent in deze roman met betrekking tot haar opvatting over de geschiedenis die niet bestaat. In die zin is deze roman een ideeënroman. Dat betekent ook - en ook daarin is Menasse wederom consistent - dat er niet echt een einde is aan het verhaal.

Anderzijds betekent dat dat de lezer op de proef gesteld wordt - en dat is zeer legitiem, maar toch voldeed het mij niet helemaal. Mijn Vlaamse boekenvrienden noemen het dat ‘je als lezer op je honger blijft zitten.’ Je verwacht van een roman, van een verhaal dat er een min of meer duidelijke handeling is en dat personages en motieven daarin fijn samengaan en er iets moois ontstaat. Iets lelijks of iets verdrietigs kan natuurlijk ook mooi zijn.

Wat ook wel apart is dat Menasse tamelijk ironisch schrijft. Niet heel overdreven, maar wel met een ironische distantie. Dat heeft ook voordelen. De geschiedenis van Oostenrijk tijdens WOI en WOII is niet niet iets waar je als Oostenrijker trots op kan zijn. Bovendien hebben veel Oostenrijkers zich schuldig gemaakt aan wat je als ‘oorlogsmisdaden’ zou kunnen beschouwen. En wat blijkt natuurlijk, veel van die opvattingen bestaan nog steeds. Denk aan: antisemitisme, niet de minst ‘foute’ opvatting. Ik ben geen Oostenrijker, en daarom mis ik, denk ik, heel veel aan verwijzingen en dergelijke in de tekst. Voor Oostenrijkers zal deze roman confronterender zijn dan voor mij.

Zeker is dit een roman die het waard is om te lezen, maar helemaal enthousiast ben ik toch niet. Ik snap het concept, maar voel me toch een beetje ‘in de steek’ gelaten door de auteur.

Overigens krijgt deze roman enorm veel positieve kritieken.

Eva Menasse (Wenen, 1970) studeerde geschiedenis en Duitse literatuur. Ze werkte onder andere bij het Oostenrijkse tijdschrift Profil en bij de Frankfurter Allgemeine Zeitung en ontving eerder de Heinrich-Böll-Preis. Haar roman Quasikristallen (2014) stond maandenlang op de Spiegel-bestsellerlijst. Eerder verschenen ook Vienna en de verhalenbundel Dagelijkse zonden. Haar boek Dieren voor gevorderden verscheen in september 2018 en werd bekroond met de Österreichischer Buchpreis. Eva Menasse woont in Berlijn. (Bron: https://www.atlascontact.nl/auteur/eva-menasse/)

--

Titel: Dunkelblum zwijgt
Auteur: Eva Menasse
Vertaling: Annemarie Vlaming
Pagina's: 524
ISBN: 9789025472269
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: juni 2022

zaterdag 30 juli 2022

Rebecca Solnit - Orwell’s roses

Recensie door Eric Waut
Granta Books



Biografische tuin van weetjes via overwoekerende essays

If war has an opposite, garden might sometimes be it, and people have found a particular kind of peace in forests, meadows,parks and gardens.”


In dit boek, dat af en toe een reeks grillige zijsprongetjes bevat, neemt de Rebecca Solnitt ons mee op een reis langs vele plaatsen, ten einde de persoon George Orwell op een totaal andere manier te doorgronden. Uitgangspunt is de ontdekking van de auteur dat Orwell in het verleden rozen plantte in de tuin van een woning in het dorpje Wallington (Hertfordshire) waar hij tijdelijk woonde. De auteur kwam dit te weten toen ze ging kijken naar bomen die Orwell er zou hebben geplant. Evenwel, deze waren inmiddels verdwenen. Maar de rozen die hij zou hebben geplant waren er nog.

We komen zo een George Orwell op het spoor die meer blijkt te zijn dan de politiek geëngageerde schrijver. Het vormt een frisse en andere kijk op de bekende auteur van 1984, Animal farm, Down and Out in Paris and London en andere werken. Niet alleen de Orwell die geconfronteerd werd met de afschuwelijke arbeidsomstandigheden in de mijnen en de gruwel van de Spaanse Burgeroorlog. Maar ook de persoon die na zijn ervaringen kon tot rust komen in zijn tuin. In zijn dagboeken worden de activiteiten in de tuin haarfijn omschreven. Geen filosofisch gemijmer, maar twijfel over de weersomstandigheden en de gevolgen hiervan voor de tuin. Later zal Orwell nog meer de afzondering opzoeken op het eiland Jura nabij Schotland.

Het is soms wel één biografische tuin van weetjes via overwoekerende essays. Af en toe komen er allerlei verhaaltjes aan bod die soms als onkruid opduiken, waar men misschien best bij de eindredactie onverbiddelijk de snoeischaar had kunnen inzetten. Toch weet Solnitt ons prima te onderhouden. Onkruid kan bij nadere studie ook mooi zijn. Meer nog, we vallen in herhaling, ze slaagt er in Orwell ons gekend omwille van zijn harde kijk op de samenleving een menselijker gelaat te geven. Achter de stuurse blik die hij lijkt te hebben komt een lieve man tevoorschijn. Net als iemand die je met enige trots in zijn tuin rustig het resultaat van hard werk weet te tonen, enkele tips heeft en je naar huis stuurt met enkele jonge plantjes.

Neem bijvoorbeeld het gegeven dat een familielid van Orwell te zien is op een schilderij van Sir Joshua Reynolds (1723-1793). Dit familielid, Charles Blair, had een zeer duistere kant omwille van zijn activiteiten als plantagehouder te Jamaïca en waar deze ook slaven inzette. Solnitt weet ons zo te herinneren aan het gegeven dat achter de ogenschijnlijke romantiek en zeemzoete beelden, die we misschien kennen van dergelijke schilderijen van Reynolds, het sfeertje dat ons ook voor ogen komt in de verfilmingen van boeken van Jane Austen, toch een zeer harde realiteit schuil ging. Als een mooie rozenstruik met vervelende doornen.

"The profound confinement of slavery and the labor-intensive sugar plantations haunt places so superficially antithetical they serve almost as alibis: the landscapes of scenic beauty that seem to have nothing to do with manipulations, labor, production, and politics. In that sense, the apoliticalness of nature was itself a political production."


Zo weet ze ons ook een andere kijk te geven op de grootschalige handel in rozen. Haar verslag over het bezoek aan een rozenkwekerij in Colombia waar ze de rozen weet te omschrijven, niet als product van de natuur, maar van uitbuiting, is het hoogtepunt in dit boek. Sommige van de rozen die we kopen zijn blijkbaar het resultaat van hard werken onder slechte omstandigheden, onderbetaald en met de nodige negatieve gevolgen voor de gezondheid van de werknemers. Als je deze passages leest ga je toch wel even nadenken de volgende keer als je bloemen gaat kopen om aan je geliefde te geven.

Net als Orwell confronteert Solnitt ons met de gevolgen van Stalin-dictatuur. Zo had hij een andere kijk op de genetica met zware gevolgen voor de landbouw. Solnitt vertelt op zeer omstandige wijze dit somber verhaal. Ook het verhaal in de marge van Stalin die citroenbomen (lemon-trees) liet planten op een plaats waar deze onmogelijk konden gedijen is opvallend. Ze weet hierdoor de gevolgen van een dictator die niet meer wordt tegengesproken zeer confronterend te omschrijven.

Dat is wel het nadeel van dit boek. Solnitt weet de sombere verhalen, het resultaat van onze moderne maatschappij, wel degelijk te vinden. Haar kritiek is wel te onderschrijven. Maar vrolijk ga je er wel niet van worden. Ook als ze het heeft over de gezondheidsproblemen van Orwell. Wie dit boek alleen voor de schoonheid van de roos zou lezen komt zeker bedrogen uit.

Bijzonder is toch wel hoe ze de essayist die George Orwell ook was mooi weet te omschrijven. Ze geeft daarbij onbedoeld een reeks tips voor wie zich ook wil wagen aan een essay.

Dit boek is dus een zeer mooi verslag van een columnist die op zoek ging naar een andere kant van deze bekende auteur. Van observaties van de rozenteelt, problemen inzake het klimaat en de manifeste ongelijkheid in onze maatschappij. Geen absolute topper, maar zeer onderhoudend en ideaal voor iemand die in een vakantieperiode eens wat interessante feiten wil bijleren en het werk van George Orwell beter wil leren kennen. Handig is ook de index op het einde waardoor je nadien de verhalen nog eens kan terugvinden. De auteur haalt ook getrouw haar bronnen aan.

Rebecca Solnit (1961) is een gekend essayist die al vele boeken heeft gepubliceerd. Bekende werken zijn onder meer Wanderlust en Men explain things to me.

--

Titel: Orwell’s roses
Auteur: Rebecca Solnitt
Pagina’s: 308
ISBN: 9781783788620
Uitgeverij: Granta Books
Verschenen: juli 2021

woensdag 13 juli 2022

Marius Atmoredjo - Loslaten zullen ze nooit meer

Recensie door Bas Aghina
Uitgeverij In de Knipscheer

Poëzie die aantoont hoe veelstemmig onze gedeelde geschiedenis is

De Nieuwsbrief van Neerlandistiek is een schatkamer annex snoepkraam, ook voor wie Nederlandse gedichten zoekt uit verre tijden of gebieden, of beide. Het is dan ook daar dat ik een interessant gedicht vond van de Surinaams-Javaanse dichter Marius Atmoredjo uit zijn bundel Loslaten zullen ze nooit meer uitgegeven bij In de Knipscheer. Tijd om de hele bundel te lezen.

Familievertelling over continenten
Atmoredjo’s gedichten zijn geïnspireerd door familieverhalen overgeleverd vanaf zijn overgrootmoeder. Zij – de Mbah Sari in een van de eerste gedichten? – kwam als contractarbeidster vanuit toenmalig Nederlands-Indië in de negentiende eeuw in Suriname aan. Dat klinkt positiever dan het eraan toeging, het was koloniale transmigratiepolitiek: overbevolking ‘in de Oost’ tegengaan door andere rijksgenoten als goedkope arbeidskrachten in te zetten in de regelmatig kwakkelende West-Indische/Surinaamse economie.

Ondanks deze bewogen oorsprong weeft Atmoredjo – opgeleid als werktuigbouwkundige – vooral een mooie en eerlijke geschiedenis. Beeld voor beeld reizen wij mee van het verblijf in de buitengebieden nu eens luierend op een ambèn (eenvoudig bed van hout of bamboe) dan weer met angst voor de dorpsleraar (“Voor het klaslokaal/staat hij al klaar/om met een éénmeterliniaal/mijn weerstand/weer af te meten (…)” of in afwachting van de regens. Tot we met de schrijver in Nederland zijn aangekomen waar sneeuw en grote gebouwen de regels beheersen – of toch niet helemaal: “Maar de eerste najaarssneeuw/dwarrelt al uit de hemel/en hoopt zich op als schaafijs/op het zadel van mijn fiets/terwijl ik het ijs wegschraap/gaan mijn gedachten terug naar mijn vriend/toen nog een jongetje (…)”

Klassiek
De Atmoredjo’s stijl is nuchter, eigenlijk nooit pathetisch en steeds hanteert hij de woorden met – bijna bèta? – precisie. Soms doen deze gedichten in de verte wat denken aan de klassieke Chinese landschapsdichtkunst, die in resonerende natuurbeelden ook hele binnenwerelden oproepen. Een andere keer zijn de gedichten metaforisch met een weemoedig-milde humor zoals in De Dag:


'De dag is allang versleten
de lager van het wiel
is aan vervanging toe
Het piept en het kraakt en het roept
naar het goede van gisteren

Zo sluit ik de dag weer af
en wacht tot morgen
de as afbreekt
en ik rondtol
als het wiel dat geen houvast heeft'


Na zo’n gedicht betrap je jezelf op de spontane gedachte: na bioloog Leo Vroman verfrissend weer eens een ‘exacte’ dichter – al zijn de stijlen verschillend en is exactheid niet alleen aan bèta’s voorbehouden (natuurlijk).

Vooruit, nog een fragment dan, uit Djati kast*

'De deur van mijn
seniore onderbuurvrouw
staat al op een kier
als ik arriveer
zij zit naast haar djati kast
waarvan de kleine lades openstaan
alsof er vlinders in zaten
die ze de vrijheid gaf.
en in de onderste gesloten lade
de cocons nog zijn bewaard
(…)'
* Djati: hout van de Indische teakboom


Stem in taalfamilie
Atmoredjo laat zien hoe opgroeien in een levende verhalentraditie goede poëzie kan opleveren. Poëzie die daarmee ook aantoont hoe veelstemmig onze gedeelde geschiedenis en dus identiteit en Nederlandse taal zijn. Ook voor iedereen die nog niet dagelijks beseft dat een leven er één in een keten is en dat wij van verhalen aan elkaar hangen.

Deze bundel is zonder meer een ontdekking, niet in de laatste plaats omdat het belangrijk is dat juist de wat minder vaak gehoorde groep Surinaamse Javanen nu een dichterlijke stem heeft: duidelijk, geworteld en levend. Een stem ontstaan in de voormalige “West” die wij hopelijk nog vaker zullen horen klinken in de grote huiskamer van de Nederlandse taalfamilie.

--

Titel: Loslaten zullen ze nooit meer
Auteur: Marius Atmoredjo
Illustrator: Robert Bosari
Pagina's: 52
ISBN: 9789493214705
Uitgeverij In de Knipscheer
Verschenen: maart 2022

maandag 11 juli 2022

Maria Lazar - Leven verboden!

Recensie door Marjon Nooij
Uitgeverij van Maaskant Haun


Hoe zal er over mij gesproken worden als ik dood ben?

Maria Lazar (1895-1948) was een Weense bohème van welgestelde Joodse afkomst. Ze groeide op met namen als Robert Musil en Stefan Zweig tussen de elite van de Oostenrijkse cultuur en publiceerde destijds in dezelfde bladen als Elias Cannetti's vrouw Veza en Joseph Roth. Vanwege de oorlogsdreiging vluchtte ze naar het noorden, om in ballingschap te gaan op het Deense eiland Thurø, waar ze werk uitbracht onder het pseudoniem Esther Grenen. Zodoende overleefde ze de oorlog, maar in 1948 maakte ze een einde aan haar leven toen er een terminale ziekte bij haar was geconstateerd.

Leven verboden! speelt zich af in 1931. Het werd in 1934 in Engeland gepubliceerd door uitgeverij Wishart onder de titel No right to live. De uitgever echter was beducht voor de anti-nazi uitingen en haar openlijke beschrijvingen van de opkomst en ideologieën van het nationaalsocialisme aan het begin van de jaren dertig – het laat zien hoe het politieke klimaat steeds dreigender wordt – en schrapte destijds niet alleen passages, maar voegde ook er ook dingen aan toe. De Engelse versie las niet overal even vloeiend, daar er duidelijk te merken was dat er stukken misten en het verhaal onverwachte sprongen maakte in de tijd.

Lazars werk raakte in vergetelheid en pas in 2020 werd in Oostenrijk alsnog het ongecensureerde Duitstalige boek gepubliceerd. Uitgeverij van Maaskant Haun bracht deze versie in november 2021 uit in een vloeiend leesbare vertaling van Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen.

Leven verboden! is spannende literatuur en begint met een dramatische passage; een vliegtuig stort neer. Bankier Ernst von Ufermann is onderweg naar Frankfurt om te onderzoeken hoe hij zijn noodlijdende firma nieuw leven in kan blazen om derhalve zijn welgestelde leven veilig te stellen. Op het vliegveld concludeert hij dat zijn zakken zijn gerold, inclusief portefeuille met vliegticket, waardoor hij de fatale vlucht mist en iedereen denkt dat hij erin zit. Het onheuglijke nieuws van zijn vermeende ter aarde storten, bereikt hem pas later, als hij in het huis van zijn maîtresse de telefoon aanneemt zonder zich bekend te maken.

'Hallo! Het is gewoon niet te geloven. Hallo! Je weet dus echt van niets. Stel je voor, Ufermann, je weet wel, die wilde vandaag naar Frankfurt vliegen, Ufermann, stel je voor, Ufermann is neergestort, met het vliegtuig natuurlijk, het hele vliegtuig is neergestort en uitgebrand. Ufermann is dood, joh, die is zo dood als een pier, die is zelfs geen lijk meer, alle inzittenden verkoold, staat in de kranten.'


Hij weet niet wat hij met deze situatie aan moet en besluit om niet meteen terug te gaan naar huis. Zodoende is hij ineens iemand die zich niet meer onder de levenden kan bewegen; een levende dode in een schemergebied tussen de wereld van de levenden en die van de doden.

In verschillende verhaallijnen worden de hersenspinsels van de achterblijvers beschreven, maar de lezer volgt grotendeels de gedachtestroom Ufermann. Hij vraagt zich af hoe het zijn vrouw vergaat, of ze om hem rouwt en hoe ze haar leven zal vervolgen met het enorme bedrag dat zijn levensverzekering aan haar zal uitkeren. Ineens komt hij tot de ontdekking dat hij met zijn 'overlijden' ook zijn aanzien heeft verloren.

'[...] hij is immers dood, verkoold en neergestort, niet eens een lijk meer, niet eens een nog zo zielig hoopje botten meer. Hij heeft geen recht meer op zijn comfortabele bed, dat onaangeroerd in zijn kamer staat als in een grafkamer. Hij heeft geen recht meer op zijn huis, zijn thuis, wat heeft het voor zin daar nog gedachten aan te wijden, geen recht op zijn vrouw en op zichzelf. Als een indringer dwaalt hij rond in een stad die hem plotseling vreemd voorkomt, als iemand die hier niets te zoeken heeft. Weg met jou, verdwijn, we hebben je niet nodig.'


Een kans om te verdwijnen, tijdelijk of permanent, grijpt hij met beide handen aan. Als Edwin von Schmitz – geblondeerd kapsel, zwarte ulster – kan hij, 'in dienst van een hogere zaak', wat geld verdienen door per trein een pakje de grens met Oostenrijk over te smokkelen. Hij belandt in een rollercoaster van belevenissen, en zwijgzaam dolend door Wenen heeft hij de kans om het leven dat hij als Ufermann heeft geleid te overlopen. Hij lummelt wat rond, geeft ontwijkende antwoorden en moet spaarzaam met zijn geld omgaan, iets wat hij als rijke ondernemer allang was verleerd. Men begrijpt echter niet wat hem in Wenen houdt. 'Er is iets niet pluis met die Pruis.' Dit leidt er echter toe dat hij verstrikt raakt in zijn eigen leugen, waaraan hij niet meer kan ontsnappen. De fantasie en nieuwsgierigheid om zijn oude leven achter zich te laten, maken plaats voor een nachtmerrie; hij raakt gevangen in het dodenrijk.

De beklemming en spanning worden steeds sterker; de spanningsboog wordt tot het einde vastgehouden. Doordat hij 'dood' is, wordt het niet meer geaccepteerd wanneer hij ineens weer opduikt. Hij kan praten tot hij een ons weegt, maar hij wordt door niemand meer gehoord.

Toch is het niet alléén dat beklemmende verhaal aan de oppervlakte; het is ook een gedachte-experiment en een parabel die mensen van alle tijden bezig kunnen houden. Lazar beschrijft een fantasie die veel mensen koesteren; hoe zal er over mij gesproken worden als ik dood ben? Gaat het gewone leven dan door? Word ik wel gemist en door wie?

Ufermann maakt gaandeweg een psychologische ontwikkeling door. Waar hij eerst leeft voor zijn succes en rijkdom en weinig oog heeft voor de zielenroerselen van de mensen om hem heen, wordt hij tegen wil en dank teruggeworpen op zichzelf en overdenkt hij zijn leven en relaties. De scherpe dialogen en gedachtestromen zitten vol ellipsen die het verhaal een ongekunstelde vorm en een levensechtheid hebben gegeven.

Een betekenisvolle component van het verhaal is de setting in Duitsland en Wenen aan het begin van de jaren dertig. De opkomst van Hitler, het antisemitisme en de economische situatie na de beurskrach van 1929 vormen het decor van het verhaal. Tijdens het interbellum zindert de Grote Oorlog nog na, terwijl de volgende alweer in de startblokken staat. Het gedachte-experiment van de levende dode krijgt hiermee nog eens een extra laag, omdat het tegelijkertijd een metafoor wordt voor het leven van grote groepen mensen van wie het leven steeds moeilijker gemaakt zal worden en ook zullen 'verdwijnen'. Op het moment het wij dit boek lezen, weten we natuurlijk dat WOII enkele jaren later zal uitbreken en dat de Holocaust in het verschiet ligt; dat te wéten maakt dat je dit boek niet meer 'onbevangen' als fictief verhaal kunt afdoen.

Er zijn veel ontwikkelingen in Leven verboden! en de afloop laat zich tot aan het einde toe niet raden. Het is een krachtig tijdsbeeld van de jaren dertig, beschreven door een maatschappijkritische, scherpe observator die niet oordeelt, maar toont.

--

Titel: Leven verboden!
Auteur: Maria Lazar
Vertaling: Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen
Pagina's: 300
ISBN: 9789083095929
Uitgeverij van Maaskant Haun
Verschenen: November 2021

donderdag 7 juli 2022

Kathryn Schulz - Verloren & Gevonden

Recensie door Marjon Nooij
Maven Publishing


Lofzang op het leven en ons geluk

In haar inspirerende boek Verloren & Gevonden onderzoekt de Amerikaanse auteur, journalist en Pulitzer Prize-winnaar Kathryn Schulz diverse betekenissen die er achter de woorden 'verloren' en 'gevonden' kunnen schuilen en hoe deze kunnen worden geïnterpreteerd, gevoeld en ervaren.

Schulz groeide op in een liefdevol gezin. Op vele vlakken was haar vader haar grote voorbeeld; hij leerde haar van literatuur houden. Wanneer hij vierenzeventig is overlijdt hij. Niet geheel onverwacht, want hij tobde al jaren met een slechte gezondheid en lichamelijke ongemakken. Schulz bewonderde en adoreerde hem. Daarbij was hij een schoolvoorbeeld van een verstrooide man; wist niet waar hij iets had opgeborgen en leunde dan op zijn vrouw die hem met mateloos geduld wist terug te leiden naar waar hij naar zocht. Zijn overlijden deed Schulz beseffen dat het woord 'verliezen' vele betekenissen kan hebben. Verlies van een ouder, gezondheid, attributen en jeugd. Toch kan verlies ook minder tragisch zijn, zoals Schulz ervoer bij het vredige inslapen van haar vader. Al zijn dierbaren omringden hem en hij mocht rustig sterven zonder allerlei levensrekkende handelingen. En ondanks dat verlies met verdriet samenhangt, besefte ze dat dit het innerlijke leven en de intermenselijke relaties ook verrijken kan.

Aan de hand van diverse existentiële thema's filosofeert en reflecteert Schulz met een zeer open blik en laat ze de cohesie zien van verschillen en overeenkomsten tussen liefde en verlies, liefde en rouw, verdriet en opluchting.

'Wat ik aan mijn vader miste [...] was het leven zoals het er voor mij uitzag, gefilterd door zijn persoonlijkheid, omhooggehouden en beschouwd tegen zijn innerlijk licht. Maar het belangrijkste wat met zijn dood was verdwenen [...] was iets waar ik nooit bij zal kunnen: het leven zoals híj het zag, het leven zoals ieder van ons het ziet, van binnen naar buiten.'


Op dezelfde wijze onderzoekt ze in het tweede deel het woord 'gevonden'. Het vinden kan iets concreets zijn, maar kan ook een ontdekking zijn. Iets waar je naar op zoek bent, of iets wat totaal onverwacht op je pad verschijnt. We kunnen zoeken naar iets wat tastbaar is of naar iets abstracts. En Schulz vond de liefde.

Haar persoonlijke memoires complementeert ze door verschillende vormen van intertekstualiteit. Zo verweeft ze de verhalen van Plato en Dante, de Griekse god Eros – de belichaming van vleselijke liefde – en Aphrodite – godin van vruchtbaarheid en liefde – met haar eigen geschiedenis en ervaringen.

Droge kost? Neen, verre van dat. Verloren & Gevonden is juist zeer toegankelijk, aansprekend en aanstekelijk geschreven. Soms lijkt er meer te zijn tussen hemel en aarde – theologische thema's krijgen van haar de ruimte – maar Schulz blijft aards in haar queeste. Ze weet de lezer gerust te stellen, dat er altijd weer een beter moment zal komen en dat je ook vrede kunt hebben met het verlies van iets of een dierbaar iemand.

Door het lezen van dit boek groeit het besef hoe belangrijk het is om niet uitsluitend te vertrouwen op je automatische piloot, maar je te blijven verwonderen over de dingen en gebeurtenissen om je heen en dat we het gebruik van onze zintuigen als leidend zouden moeten gebruiken.

Een helder, erudiet boek dat ontroert en verwondert, hoop en vertroosting biedt.

--

Eerder verschenen in 
Boekenkrant


Titel: Verloren & Gevonden
Auteur: Kathryn Schulz
Vertaling: Henny Corver ; Pon Ruiter ; Frits Van der Waa
Pagina's: 256
ISBN: 9789493213296
Maven Publishing
Verschenen: juni 2022