dinsdag 28 juni 2022

Gert-Jan van den Bemd - Branco & Julia




Zoektocht naar de vrouw met de verdwenen glimlach

In zijn derde roman Branco & Julia reist Gert-Jan van den Bemd (1964) af naar Lissabon en duikt hij in het leven van een voor hem nog onbekende jonge Française. De aanzet voor de roman is het vinden van een oude prent waarop een vrouw met een blijmoedige blik in de branding staat. Toevallig stuitte hij op dezelfde veilingsite op een tweede foto; onmiskenbaar dezelfde vrouw, ogenschijnlijk een twintigtal jaar ouder, maar met een minder gelukkige uitstraling, en hij raakte erdoor geïntrigeerd. Na enig speurwerk vond hij bij de handelaar nóg een paar honderd kiekjes van deze vrouw, die in 1926 geboren bleek te zijn. Zijn belangstelling was gewekt, waardoor hij in de zomer van 2019 de foto's bij elkaar graaide en afreisde naar een dorpje aan de Frans-Atlantisch kust, op zoek naar aanwijzingen over haar levenswandel. Wat volgt is een intensieve zoektocht naar deze geheimzinnige dame en hij ontdekt waarom er geen foto’s meer van haar bestaan vanaf 1965. Een interessante en originele basis voor een nieuwe roman, geschreven vanuit twee elkaar aanvullende ik-perspectieven.

 Marjon Nooij

De auteur laat zijn verhaal starten op de Feira da Ladra; een rommelmarkt in Lissabon, waar de jonge kunstenares Julia een doos met oude foto's vindt waar steeds dezelfde vrouw op staat afgebeeld. Als de 'Venus van Botticelli'. Lang kan ze er niet naar kijken, omdat een haveloos geklede man er ook zijn oog op had laten vallen en haar de doos uit de handen graait. Julia kampt met een 'painters block' en kan de foto's niet uit haar gedachte bannen. Haar gedroomde schilderscarrière zit danig in het slop en de beeltenis van de vrouw zet haar fantasie in een hogere versnelling. Ondertussen verdient ze wat bij door naakt te poseren in het kunstenaarsklasje van Valèrio en verkoopt op de Feira snel in elkaar geflanste, seriematige schilderijen aan de toeristen.

Het tweede personage Branco is een getormenteerde, wat oudere verzamelaar van antieke voorwerpen; een einzelgänger die zich regelmatig uitdost met een smoezelig pak om op de rommelmarkt te speuren naar voorwerpen die hij, vooral 'voor weinig', probeert te bemachtigen. Zijn grote droom is om als schrijver door te breken en de foto's die hij op de markt heeft weten te bemachtigen, zijn een voorzichtige aanzet tot inspiratie. 'Ik was ervan overtuigd: dit waren háár foto’s, dit was háár leven. Mijn verhaal zou over haar gaan.' Het feit dat de kunstenares twee ontbrekende plaatjes in haar bezit heeft, zit hem niet lekker.

'Steeds als ik iets heb aangeschaft waar ik geen verstand van heb, krijg ik de neiging om alles te lezen wat erover is gepubliceerd. Het onderscheiden van hoofd- en bijzaken is niet mijn sterkste kant. Zo ging het ook met de foto’s. Ik belandde in een moeras van informatie, van verwijzingen naar websites en boeken met nog meer informatie. Volgens een van de eerste websites die ik raadpleegde, worden de foto’s die ik had gekocht gerekend tot vernacular photography, een begrip waar ik nog nooit van had gehoord.'

Op de Feira kruisen de wegen van de zeer verschillende karakters elkaar een tweede keer en eisen ze wederzijds het recht op van de afbeeldingen.
Daar ze beiden hun eigen beweegredenen hebben om na te gaan wie de vrouw is, kunnen ze er niet onderuit om samen op zoek te gaan in Frankrijk, met de obscure antagonist Valèrio als chaperonne. Hij is de archetypische drijvende kracht achter de zoektocht, in de hoop er zelf een financiële slaatje uit te slaan. Wat volgt is een kat-en-muis-spel, waarbij ze vooral moeten samenwerken en uiteindelijk hun concurrentiestrijd moeten laten varen. Veel meer over wat de personages drijft na de vondst op de Feira vertelt de plot niet, waardoor de personages tweedimensionaal blijven.


Een puntje van aandacht is het te frequente gebruik van sommige woorden op dezelfde bladzijde, zoals 'tabletopopstelling', een woord dat opvalt, omdat het eigenlijk – en dat leest ook veel gemakkelijker – 'tabletop opstelling' moet zijn.
'[…] een professionele tabletopopstelling: een flexibele kunststof plaat die door middel van klemmen en statieven zo was gemonteerd dat er een glooiend, smetteloos wit decor ontstond, als een skipiste voordat de eerste liften naar boven waren gegaan, met aan weerszijden softboxen voor een schaduwvrije belichting.' Metaforisch draaft Van den Bemd hier met die 'skipiste' wat te ver door, net als bij: 'Het karretje danste als een lenteveulen [...]' en 'En toen dook de vrouw opnieuw op, als een goudklompje in een zeef vol gruis.'

Grosso modo is Branco & Julia een soepel leesbare en onderhoudende vakantieroman, waarbij de lezer voornamelijk meereist met de hoofdpersonages, maar niet veel te weten komt over bijzonderheden uit het leven van Yvette. Van toegevoegde waarde is een kleine selectie van de foto's die de auteur op het spoor brachten van de geheimzinnige vrouw en die hem inspireerden tot het schrijven van de roman.

--

Titel: Branco & Julia
Auteur: Gert-Jan van den Bemd
Pagina's: 272
ISBN: 9789022338704
Uitgeverij Manteau
Verschenen: mei 2022

maandag 27 juni 2022

Jane Leusink - Kraanvogels




Verlies en rouw

Omgaan met het verlies van een fysieke ander, is iets dat je – hoe moeilijk ook – lijkt te kunnen leren. Al blijkt iedere weg van rouw even uniek als de vorige, even uniek als die van een ander. Sommigen zeggen daarom dat cultuur, het vertellen van verhalen, vastleggen, variëren en weer doorvertellen het bezweren van sterfelijkheid is, die van onszelf en van anderen.

Bas Aghina

In het omgaan met rouw laat Jane Leusink, winnaar C. Buddingh’ Prijs 2003, voormalig docent aan het Spinozalyceum (Amsterdam) en tegenwoordig docent Schrijversvakschool (Groningen), in haar nieuwste bundel Kraanvogels zien hoe poëzie hierin een positieve rol kan spelen. “Je moet de doden naar je toeschrijven, opdat ze waarlijk in je kunnen opstaan en terug kunnen praten,” aldus haar eigen ‘opdracht’ bij de toelichting van alweer haar zesde bundel. Deze taak neemt Jane Leusink – die eerder Eliot en Auden als inspiratoren noemde – serieus en dit levert een bundel op van nu eens een bontkleurig en dan weer stemmig taalweefsel, dat je meetrekt in andere tijden en werelden. Waarop je kunt meedeinen in het gesprek met voorouders en anderen, die ons voorgingen. Soms met interessante perspectieven zoals van een schapen van de kudde van de dochter, die tot zij stierf aan kanker, schaapherder in de Pyreneeën was, zoals in het lyrische Wij, de ‘Proloog’:


“Wij weten wat we niet kunnen zeggen
wij leven hier in de verte zonder woorden
wij voelen wat we bijna vergeten waren
oude dingen over onszelf wij is schapen
is lammeren is wij om naar te zoeken wij
is een kudde is honden is haar om ons te leiden
opdat er altijd een weg terug is want wij
is onze taal is graf is water brokken zout
is de stilte van onze lammeren
dit is ons requiem voor haar”


Niet alleen word je meegenomen in de verwerking – ‘doorwerking’ is een beter woord hier, zoals in een symfonie of sonate een of meerdere thema’s een doorwerking ondergaan waardoor verdieping optreedt – met de dood van haar dochter of langer geleden overleden familieleden, via foto´s en in de herinnering voortleven. Ook bij de meer historische cycli bijvoorbeeld in De kunst van het sterven op Bali waar de ars moriendi, in dit geval de puputan (rituele zelfdoding) door de Balinese adel tijdens de Nederlandse verovering van Bali in 1906 of het machinale sterven van soldaten in 1916. Dit levert soms bevreemdende, mini-essays op, die in hun zakelijkheid én spraakmakende details, juist goed doorklinken tot in onze tijd:


“Mij was een klaar besef van geur van kleur van bang
van plassen meren, zeeën bloed en dood en sidderaal.
Het was 1906 las ik tachtig jaar later bij journalist
Ewald Vanvugt, de strafexpeditie, waarin
radja Dewa Agoeng Djambe van Badoeng […]
[…] Ik dacht: hier begint ons zeg maar zuigend
lawaaierig verdwijnen, de hitte tot in onze eeltige voetzolen
gebrand, we hebben alles met licht vastgelegd, komen er
gitzwart van inkt pas weer uit. Er waren later Kamervragen:
een slachting heette daar collectieve zelfmoord of eigenschuld
dikke bult, zo wil tenslotte onze plundergretige traditie.”


Soms scheert het rakelings langs de kliffen van een te persoonlijk gesprek wat als lezer in het begin ongemakkelijk kan aanvoelen, als toon en stijl er niet voor zouden zorgen dat je je geen luistervink of voyeur voelt. Bovendien voorkomt dit zo het rondstrooien van te algemene wijsheden en uitspraken over dood, verlies en schuldvragen van achterblijvers. Bergpaden in de taal zijn niet ongevaarlijk.

Mooi is dat in dit epische gedicht over Bali er ook in de tijd gesprongen wordt naar het dichterlijk ik dat samen met een vriendin veel later in Scheveningen, Den Haag – inderdaad, de Weduwe van Indië – een soort verzoeningsoffertjes brengt. Het is dit perspectivisch heen en weer gaan tussen derde, tweede en eerste persoon en tijdperken, wat deze gedichten intrigerend houdt. Het prikkelt, schuurt soms en zo moet het ook met dit onderwerp.

Toon, stijl en woordkeuzes zijn zelden boos, grimmig, wel bevragend, nuchter observerend – iets dat in de goede woorden een groter effect heeft dan zware emotionele lettercombinaties – reflexief en bedroefd; ja, dat natuurlijk ook. Juist de afwisseling tussen tweede persoonservaringen, vooral in relatie tot de vroeg gestorven dochter, vader, moeder en – meer op afstand – immigrerende grootouders – en de derde persoonservaringen met de dood – de Eerste Wereldoorlog, Kornelis ter Laan (Gronings schrijver en politicus, pleiter voor het Gronings eerste helft 20ste eeuw) tilt deze bundel uit boven te sterke één-op-één gesprekken. Hierdoor groeit deze bundel langzaam uit tot een soort poëtisch traktaat over dat grote gesprek dat wij cultuur noemen.

Los van mooie reeksen en gedichten levert dit ook bijzondere zinnen/passages op: ‘Iemand fietste onder zijn regenwolk naar het station’ (uit ‘Dat we hier op aarde zijn, niet in het paradijs’) of ‘Broertje, het donkerste hoekje van de zolder/waar je langs moet om bij je kamertje te komen/ga je alle erge dingen denken die er bestaan/(…) (uit: ‘Aankomst’ uit de reeks Natuur pakt ons op onze zwakste plek). In dit soort passages kun je ook zien dat dichten een manier van met de wereld meekijken is die meeleven kan opleveren. Hoe meer wij de wereld en anderen in de tweede persoon ervaren – denk aan wat Lévinas en Buber ons hierin leerden – en beschrijven, des te beter alles kan worden.

Kraanvogels van Jane Leusink verdient het om breed gelezen te worden, een gevarieerde dichtbundel die haar opdracht waarmaakt. Niet alleen in de losse reeksen, maar misschien vooral op een meta-manier: door de perspectiefwisselingen waardoor het besef groeit van hoe overledenen in verbale voorstellingen en herinneringen ons iets laten zien. Hoe wij zo in ‘hun’ woorden een spiegel voorgehouden krijgen: hoe zou ikzelf zijn als vluchteling, als Balinees of, inderdaad, als schaap? En laat dat nu net een van de kenmerken zijn van rijke poëzie, de perspectievendans op zoek naar waarachtigheden en dat wat vooral aangestipt kan worden, minder gegrepen of ultiem begrepen.


Titel: Kraanvogels
Auteur: Jane Leusink
Pagina's: 84
ISBN: 9789491737831
Uitgeverij Nobelman
Verschenen: april 2022

maandag 20 juni 2022

Rob van Essen - Reddend zwemmen

Recensie door Philipp van Ekeren
Uitgeverij Thomas Rap


Bijkomen

Al eerder heb ik genoten van De goede zoon waarmee Rob van Essen definitief is doorgebroken. Zijn boek met losse verhalen Een man met goede schoenen sprak mij zelfs meer aan. Dus was ik van plan om Miniapolis te gaan lezen, maar tussentijds werd Reddend zwemmen in mijn handen gedrukt. Binnen twee pagina’s was ik verloren, ik kon niet meer ophouden met lezen. Zwaar verslavend en meer dan gewoon leuk. Ik kreeg het vaak benauwd van het lachen. Dit boek is mijn ultieme bewijs aan de jeugd dat literatuur echt niet saai hoeft te zijn. Integendeel: dit super droge verhaal, oorspronkelijk uitgegeven in 1996, maar nu na 25 jaar heruitgegeven, ontdaan van foutjes en licht ‘versoepeld’, is ronduit hilarisch.

Het verhaal wordt verteld door een jongen die totaal geen idee heeft wat hij met zijn leven aan moet. Dus wordt zijn leven bepaald door toeval en ontmoetingen. Hij stapt zomaar op een trein, trein stopt in een weiland, hij stapt uit en loopt naar het dichtstbijzijnde dorp en komt terecht in een jeugdherberg waar hij eerder heeft gewerkt met een aantal kroegen in de buurt. Zo eenvoudig kan het zijn. De rode draad is de reactie van een onbekende Charlotte op zijn bizarre annonce in de krant: ‘a million rainy days’ (een songtekst van de groep ‘The Jesus And Mary Chain’) met daaronder ‘(wie begrijpt alles)’. De reactie van deze Charlotte laat hem niet meer los.

Juist omdat je als lezer mee wordt genomen in het denken, de geestige beschouwingen, associaties, lachwekkende fantasieën en rijmelarij op antieke carnaval hits van de hoofdpersoon.

“Ik pakte een tijdschrift uit de leesmap en sloeg het open. Het Vijftien Stappen Dieet. Vijftien stappen, daar kon je dus al van afvallen. En wie bracht je terug? Als je dezelfde weg terugging was je plotseling bezig met Het dertig Stappen Dieet.”


De hoofdpersoon communiceert minimaal met zijn omgeving. Het verhaal speelt zich grotendeels af in zijn gedachten en reacties op wat hij ziet of hoort. Of het nu een reclamebord bij Albert Heijn is met de tekst ‘Hoera herfst’ wat hem aanzet om de andere seizoenen in te vullen (‘Wreed winter’ en ‘Kut Kerst’). Vooral de grote finale van het verhaal; zijn aanwezigheid op een trouwfeest in een kroeg is om te smullen. Zijn tekstuele invallen bij het refrein van de carnavalshit ‘Wat Doe Ik Hier Wat Doe Ik hier Bis Bis Bis’ is de meligheid ten top.

“God kijkt tevreden naar beneden/ waar wordt gewerkt en wordt gebeden/ Maar zij die niet meer in hem geloven/roepen met luide stem naar boven: refrein).”
“En Sören Kierkegaard/ was weken van de kaart/ nadat hij in de kroeg/ wanhopig aan mij vroeg: refrein).”


Het verhaal speelt zich duidelijk af in het verleden. Dat zou een nadeel kunnen zijn voor jonge lezers. Want die kennen niet meer besnorde Chiel Montagne met het televisieprogramma ‘Op losse groeven’ vol met Nederlandse hits of kunnen zich niet meer voorstellen dat roken in de trein nog heel gewoon was.

De stijl van Van Essen is uniek. Hij weet als geen andere schrijver je gedachteloos mee te nemen in het personage. Je beleeft het mee. Dat had ik ook in de al eerdergenoemde boeken. En met zijn ongeremde fantasie zijn vergelijkingen dolkomisch. Als in een slapstick. Nog een voorbeeld. De beschrijving van de lach van zijn collega Steven in de herberg.

“Steven lachte weer. Je had het triomfantelijke gelach van de duivel die door zijn verrekijker ziet hoe bij de hemelpoort weer een buslading zondaars de toegang wordt geweigerd, en je had het lachje van Steven. Daartussen lag een diepe kloof van vulkanisch gesteente waarover slangen gleden met giftanden zonder cariës.”


Rob van Essen is een regelrechte verrijking in literair Nederland. Met zijn eigen stijl, bijzondere verhalen en onverwachte humor verdient hij een groot lezerspubliek. Jong en oud. Ik hoop nog veel boeken van hem te mogen lezen. Ik hoop nog vele jaren te genieten van zijn schrijversfantasie.

Titel: Reddend zwemmen
Auteur: Rob van Essen
Pagina's: 224
ISBN: 9789400408074
Uitgeverij Thomas Rap
Verschenen: mei 2021

woensdag 15 juni 2022

Lucas Zandberg – De geschiedenis van mijn onvoorstelbare ouderdom


Identiteitsfraude van de bovenste plank

Française Jeanne Louise Calment (1875-1997) viel de eer te beurt om negen-en-een-half jaar lang de titel 'oudst nog levende mens ooit' te dragen, waarbij ze een Japanner 'op leeftijd' met ferme pas voorbij stevende. Volgens de documenten uit het bevolkingsregister van Arles – ze heeft Van Gogh nog persoonlijk gekend – heeft ze uiteindelijk bijna 122-en-een-half jaar geleefd. Sluitend bewijs zou je zeggen, ware het niet dat de data onlangs alsnog in twijfel zijn getrokken door een Russisch duo.

Marjon Nooij

De (on)waarschijnlijke levensloop van de kranige Calment sprak Lucas Zandberg tot de verbeelding en hij gebruikte deze als basis voor zijn roman De geschiedenis van mijn onvoorstelbare ouderdom. Eerder al ging Rascha Peper hem voor, door facetten uit het leven van Calment als leidraad te gebruiken bij het schrijven van haar roman Kiew, Kiew. Fransman Michel Allard en het schrijversduo Lucien de Cock (Vlaams geriater) en zijn vrouw Helga Michiels – ze waren de laatste jaren van haar leven bevriend met Calment – hebben geschreven over haar leven en beslommeringen. Zandberg heeft er echter niet voor gekozen om haar exacte levensloop te beschrijven, maar heeft de wetenswaardigheden over deze vrouw creatief gebruikt en op geestige wijze verwerkt tot een roman over de levenswandel van zijn personage Hélène Dubois.

Renée en Célestin wonen met hun zoontje Étienne in het fictieve, slaperige dorpje Donsières. Veel te makken hebben ze niet, maar de bezoekjes van Renée's moeder Hélène worden steevast vergezeld door een goed gevulde, welkome enveloppe. In tegenstelling tot haar dochter is het de jeugdige Hélène die, ondanks de zestig lentes die ze al telt, behept is met een gave, rimpelloze huid en een jeugdige uitstraling, waardoor er soms verwarring ontstaat over wie moeder of dochter is. Wanneer Hélène tijdens een logeerpartij nochtans volkomen onverwacht het loodje legt, is het Célestin die daar een slaatje uit wil slaan en derhalve wordt een plan geboren om onder de aanzienlijke successierechten uit te komen. Ze laten Renée sterven, zodat zij de identiteit en het vermogen van haar moeder over kan nemen. Een behoorlijk lucratieve business, die zij tot haar dood vol zal moeten houden. Al weet ze dan nog niet dat ze 'behoorlijk' oud zal worden.

Vanwege de angst voor ontdekking leeft het gezin teruggetrokken, onder het mom van; oma leeft – na het overlijden van haar dochter – samen met schoonzoon en kleinzoon. Het geluk lacht haar echter niet lang toe, want zowel Célestin als Étienne zijn geen lang leven beschoren.

Renée (ehhh, Hélène) moet in haar leven diverse hobbels nemen om niet door de mand te vallen. Zo ontmoet ze mensen die in haar de dochter herkennen, maar ook oude vriendinnen van de moeder die herinneringen willen ophalen. Maar al doende leert ze en er dient zich regelmatig een uitweg of foefje aan waardoor ze door de mazen van het net der onwaarheid weet te glippen.

Zandberg volgt de belangrijkste anekdotes die er bekend zijn uit het leven van Calment en lardeert deze met droge humor, hoewel hij ook de tragiek van zijn personage niet uit het oog verliest. Het verdient een compliment dat een mannelijk auteur vanuit het vrouwelijk ik-perspectief het verhaal op een geloofwaardige manier vertelt. In de tweede helft van het boek komt hij goed op stoom. De wat ouderwets aandoende taal, die goed aansluit bij de eerste helft van de twintigste eeuw, wordt wat losser en zijn hoofdpersonage steeds eigenzinniger. Tot een brandje in haar appartement roet in het eten gooit en ze het dringende advies krijgt te verhuizen naar een verzorgingshuis.

'De ouderdom haalde mij in. Om mij heen vielen mijn vriendinnen uit de parochie als overrijpe appels van de boom. Ze maakten haast om het aardse bestaan af te sluiten. Om de haverklap droegen we een van ons ten grave, terwijl we ons allemaal afvroegen wie als volgende aan de beurt was, tot er op een dag een einde aan deze traditie kwam omdat ik als laatste overbleef. Ik had hen allemaal overleefd. Bij de laatste begrafenis in 1982 voelde ik me ernstig benadeeld, tot ik me herinnerde dat ik vierentachtig was.'


En Hélène's ogenschijnlijk hoge leeftijd (vooral in combinatie met haar opmerkelijk kwieke uitstraling) trekt de aandacht van kranten en wetenschappers, maar ze vindt alle publiciteit maar niets, weigert zelfs om haar honderdste verjaardag te laten opluisteren met een persoonlijk bezoek van de burgemeester, en journalisten houdt ze liever op een afstand.

''Gefeliciteerd, mevrouw Dubois, u bent jarig en de oudste persoon van Frankrijk!' riep hij overdreven luid en duidelijk. 'Hoe voelt dat?'
'Niet anders dan andere dagen, ' zei ik. 'U hoeft trouwens niet zo te schreeuwen.'
'Wat is het geheim van uw hoge leeftijd?'
'Gewoon doorademen, niet doodgaan.'
'En wat voor toekomst verwacht u?'
'Een heel erg korte.''

Mevrouw Cornu, directrice van het verzorgingshuis, is bijzonder content met het feit dat de oudste-mens-ooit toevallig in háár domein woont en doet er alles aan om de krant te halen. Naarmate Hélène ouder wordt, groeit bij haar – ondanks dat ze op hoge leeftijd nog altijd zeer bij de pinken is, kringelt haar de mist van de reminiscentie af en toe in haar hoofd – navenant de angst voor verspreking en dit noopt haar om al bij leven foto's en documenten te vernietigen die haar identiteitsfraude alsnog aan het licht zouden kunnen brengen. Zal iemand erin slagen om haar te ontmaskeren?

Op de leeftijd van 122 jaar en 164 dagen sterft Hélène. Ze werd 'slechts' 99 jaar.

--

Titel: De geschiedenis van mijn onvoorstelbare ouderdom
Auteur: Lucas Zandberg
Pagina's: 240
ISBN: 9789029545631
Uitgeverij De Arbeiderspers
Verschenen: maart 2022

maandag 6 juni 2022

Eva Meijer - Zee nu


Terrorvloed; de zee spreekt

Wat als de zee met een kilometer per dag terrein wint op ons land en het nooit meer eb wordt? In haar recente roman Zee nu schetst Eva Meijer (1980, filosoof, kunstenaar, singer-songwriter) het niet ondenkbare toekomstbeeld van de klimaatverandering in Nederland en de snelheid waarmee de zee de regie van de mens kan overnemen.

Marjon Nooij

Dijken en duinen blijken niet hoog genoeg te zijn, of bezwijken gewoonweg door de druk van het opkomende water. De onheilstijding dat de zee zich met een kilometer per dag landinwaarts oprukt, is bewaarheid. Meijer geeft de zee de hoofdrol; dit benadrukt ze door middel van korte filosofisch bespiegelende cursiefjes die ingeleid worden door een stelling waarmee ze de zee een eigenschap toedicht. 'De zee als hoeder van gedachten', '... als dromenvanger', '... als poortwachter'

Niet iedereen is zich bewust van de dreiging. De minister van Infrastructuur en Waterstaat bevindt zich nog in de ontkenningsfase, maar ondertussen probeert een bekende landelijke warenhuisketen al een slaatje te slaan uit de onrust onder de bevolking, door allerlei hulpartikelen tegen exorbitante prijzen aan te bieden.

Wetenschappers houden zich aan de theorie dat de stijging van het waterpeil het gevolg is van een zeldzame stroming door het verschuiven van aardplaten. 'De Nederlandse kustlijn was in de geschiedenis vaker verschoven onder invloed van grote weersveranderingen', maar niemand kon zich herinneren dat er ooit geen eb was.

Meijer verwerkt recente actualiteiten in haar verhaal, zoals klimaatontkenners en milieuactivisten, de coronapandemie, de noodzaak van verduurzaming, en zinspeelt op een fietsende minister-president – 'Alleen samen kunnen we het water de baas' – die aan zijn vierde termijn bezig is en uit hoofde van zijn werk te maken heeft gehad met de tweede oliecrisis en de belastingdienst die op racistische gronden heeft gehandeld.

Wetenschappers en politici zien de noodzaak om snel te handelen niet unaniem in. Om paniek onder de bevolking de kop in te drukken, wordt er besloten om het nieuws omzichtig naar buiten te brengen. 'We houden het op aardplaten, die kun je niet zien en zitten ver onder water, het klinkt redelijk onschuldig.' Defensie wordt ingezet om met zandzakken soelaas te bieden tegen het opkomende geweld, maar er wordt uit alle macht voor gewaakt dat er onrust wordt veroorzaakt.

'”Als we nu beginnen over evacueren raakt iedereen in paniek.”
“Als we nu niet beginnen over evacueren zijn we te laat.”'


Het gevaar van het wassende water veroorzaakt niet alleen onder de bevolking een exodus; ook aalscholvers en konijnen reppen zich richting het oosten. Kwallen en bultruggen komen met de stroming mee op het land. Tenminste... dat wat land was en zij nu als territorium zien.

Wanneer Meijers personages zich in een boot verschansen om op zoek te gaan naar overlevenden – en daarbij tegen gebouwen en kerktorens botsen – gaan de karakters psychologisch nergens de diepte in; ze blijven archetypen. Poëtische zinnen over existentiële thema's, het lucide taalgebruik en hilarische noten die haar verhaal doordesemen, maken echter veel goed. Er is zelfs nog ruimte voor een vleugje magisch realisme.

De duidelijke boodschap van Zee nu is het gevaar dat ons zorgvuldig drooggelegde landje loopt. En dat het ons allemaal aangaat!

--

Eerder verschenen in Boekenkrant 

Titel: Zee nu
Auteur: Eva Meijer
Pagina's: 240
ISBN: 9789464520132
Uitgeverij Cossee
Verschenen: maart 2022

Erik Rozing - Staat van ontkenning


Ethische struikelblokken rond klimaatsocialisme en een stijgende zeespiegel

Begin dit jaar verscheen bij Uitgeverij Meulenhoff Staat van ontkenning; de derde roman van Erik Rozing. Hiermee is hij een andere weg ingeslagen, want deze dienstdoende psychiater situeerde zijn eerste twee romans – De psychiater en het meisje (2016) en Het beste voor iedereen (2019) – binnen de kaders van zijn werkveld.

Marjon Nooij

In deze behoorlijk volle ideeënroman – met dystopische kenmerken – gaat hij niet alleen in op de gevolgen van de klimaatverandering, maar stelt hij ook andere prangende ethische kwesties aan de kaak en zoomt hij in op diverse controversiële thema's.

Astrid Franken krijgt als politica een flinke hoeveelheid dilemma's op haar bordje. Ze is een schijnhuwelijk aangegaan met wetenschapper Victor die zichzelf omschrijft 'als vijand van het volk en de vriend van de tsaar'. Ze biedt hem hiermee de mogelijkheid Rusland te verlaten zonder argwaan te wekken. De tsaar had hem namelijk opgedragen om, door middel van in-vitro-voortplanting, een 'nova' van hem te maken, met alle risico's van dien. De kans dat zijn psychopathische kenmerken hiermee worden gereproduceerd, is niet ondenkbaar. De link naar Ira Levins' The boys from Brazil is hiermee snel gelegd.

'Alleen vijanden van de tsaar doen niet wat hij vraagt […]. En die blijven niet heel lang gezond.'


Hun zoon Adam is actief als lid van een groep klimaatactivisten die zich hard maakt tegen de CO2-uistoot en die zichzelf, volgens zijn vriendin, voorzien van een katheter, vast zou moeten laten lassen op het terrein van ExxonMobil. Met name miljardairs krijgen te maken met waarschuwingen voor hun hoge CDG (Climate Destruction Quotient, oftewel de totale uitstoot per persoon, gedeeld door het aantal levensjaren), door het tot zinken brengen van hun privéjacht. Waar Adam precies precies mee bezig is, blijft lang schimmig voor zijn ouders.


'De Nederlandse autoriteiten deinsden terug voor sluiting van de raffinaderij en binnen Europa was er onvoldoende eensgezindheid om gezamenlijk op te treden.'


Het gezin van Astrid is van een bijzondere samenstelling. Victor heeft op voortplantingsgebied een nogal discutabel streven. Hij maakte een hologram, Darwin genaamd, die als goede vriend deelneemt aan het gezinsleven. Hun zoon Adam ageert tegen de huidige gang van zaken vanuit politiek Den Haag en weekt zich steeds meer los van het gezinsleven om zijn eigen principes en idealen na te jagen. Door toedoen van zijn vriendin lijkt hij zelfs te radicaliseren. Tijdens de Tweede Watersnood is Astrids moeder verdronken en sindsdien woont haar vader bij hen in. Als filosoof geeft hij tegenwicht aan de mores binnen het gezin. Het huwelijk met Victor geeft haar lange tijd voldoening. 'Waar ze niet aan twijfelde was haar liefde voor hem, de vreemde mix van bewondering en vertedering.'

Rozing heeft ervoor gekozen om steeds van perspectief te wisselen, waardoor ieders besognes belicht worden en de karakters goed uitgewerkt zijn. Zijn soepele schrijfstijl is een plezier om te lezen en de dialogen scherp en levensecht.

'Hij (Adam MN) dacht aan wat zijn vader heeft gezegd. 'Om iets te redden, moet je ook iets vernietigen.' Maar zijn vader was oud en cynisch en hij was jong en... […] Hij bezat geen enkel gen dat zijn vader niet ook had. Hij zocht naar de betekenis van dit feit […] Hij moest vasthouden aan wat hem van zijn vader onderscheidde. Misschien maakte dat hem tot hij werkelijk was.'


Niet alleen heeft Rozing klimaatfictie geschreven, maar hij gaat verder dan dat. Buiten de klimaatvraagstukken wordt er ook aandacht geschonken aan het politieke klimaat.
Staat van ontkenning is een verontrustende toekomstroman over controversiële en ethische thema's, waarin niet alleen de inzet van Kunstmatige Intelligentie, het vervagen van normen en waarden, de klimaatcatastrofe, het vluchtelingenbeleid en een terroristische aanslag op de democratie, maar tevens de uitholling van het unieke van de mens en de maakbaarheid van het individu centraal staan.

Grote vraagstukken worden aangestipt, waarop het soms lastig te antwoorden is, wanneer er frictie blijkt te zijn tussen politiek en klimaat. Wanneer is de mens bereid om echt concessies te doen; ten koste van het eigenbelang, maar in het voordeel van milieu, natuur en klimaat? Minstens zo urgent is de vraag hoe ver de wetenschap wil gaan. Waar wordt de grens getrokken tussen voortschrijdend inzicht en normvervaging?

Een roman biedt de vrijheid om een verhaal te creëren en Rozing heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt. Staat van ontkenning is op veel punten tevens een eye-opener over zaken die vroeger ondenkbaar waren, maar zomaar ineens actueel kunnen worden. Waar vroeger werd gezegd: de jeugd heeft de toekomst, lijkt dit een verontrustende te zijn. Hoe fictief de roman ook is, het zou zomaar eens een reëel toekomstbeeld kunnen blijken.

--

Eerder verschenen op Tzum

Auteur: Erik Rozing
Pagina's: 416
ISBN: 9789029094542
Uitgeverij J.M. Meulenhoff
Verschenen: januari 2022

donderdag 2 juni 2022

Jens Christian Grøndahl - Dagen als gras



De kracht van literatuur 

Er zijn schrijvers die je gelijk weten te raken. Auteurs waar je, na de eerste kennismaking, direct op zoek gaat naar eerder werk en reikhalzend uitkijkt naar het volgende nieuwe uitgave. In mijn geval niet enkel enthousiast over hun schrijfstijl of verhaallijn, maar juist door hun onderwerp: romans over gewone mensen. Over herkenbare hoofdpersonen in relatie tot familieleden, vrienden, geliefden of vreemden. Versleten hartstocht, onvoorwaardelijke trouw, het handelen in onverwachte omstandigheden, verkeerd begrepen, onzekerheid, twijfelend en soms verbitterd. In dergelijke situaties voel je gewoon het ongemak, proef je de woede, beleef je de onmacht. Dat is voor mij de kracht van literatuur. Dat prikkelt mijn leeshonger.

Philipp van Ekeren

Een van de schrijvers die ik lang geleden heb ontdekt is Ian McEwan. Sinds twee jaar ben ik bij toeval op Jens Christian Grøndahl gestuit. Na het lezen van Vaak ben ik gelukkig was ik onmiddellijk in de ban van deze Deense schrijver. Binnen anderhalve pagina weet hij mij telkens weer mee te slepen. Ook met zijn laatste verhalenbundel Dagen als gras is dat het geval. Elk woord staat op zijn plaats, elk woord met zorg gekozen, geen zin te lang of te kort, niets overbodig. Doeltreffend om als lezer meteen te worden meegenomen in de overwegingen van de hoofdpersonen. Voelbaar, tastbaar, verontrustend en herkenbaar.

De zes verhalen in dit boek hebben geen onderlinge connectie. Het eerste verhaal heeft draagt ook de titel 'dagen als gras' van deze uitgave (motto voor dit hoofdstuk: 'de dagen van een mens zijn als gras, hij zal opbloeien maar ook weer verdwijnen en worden vergeten buiten de Heer').

Ik zal deze verhalen in het kort bespreken om meer lezers te verleiden en toch te zorgen dat ik niet teveel weggeef.

Dagen als gras

Het eerste verhaal gaat over Lars, een jongen die na het einde van de Tweede Wereldoorlog in het Deense dorpje Skagen kennismaakt met een jonge Duitse vluchteling. Deze gebeurtenis zal Lars zijn hele leven niet meer loslaten. Een verhaal van alle tijden. Wat doe je bij de confrontatie met een onschuldige leeftijdgenoot? Volg je de heersende opvatting van haat tegen de 'schuldigen' door de goegemeenschap? Laat je je reactie bepalen door de hypocriete houding van de kerk? Of help je een weerloos iemand in nood? En hoelang duurt het voordat iemand is vergeten?

"Hij heeft alleen nog de beelden die zich achterwaarts terugtrekken in zijn haperende geheugen.'


Villa Ada

Ook hier staat het thema vluchteling centraal. Maar dan wel in het moderne Italië. Het gaat over een echtpaar, een nuchtere en gelaten Deense echtgenoot die met een temperamentvolle Italiaanse is getrouwd. Hun idealistische zoon neemt de stap om echt een vluchteling te helpen. De verschillende manier waarop beide ouders, die duidelijk uit elkaar zijn gegroeid, hierop reageren is een genot om te lezen.


'Mijn zoon gaat zich voor hen niet inlaten met illegale zaken. Ik wist dat jij een goedgelovige slappeling was, maar ik wist niet de je een links-extremist was zoals mijn moeder!'


Edith Wengler

Het verhaal behelst het uitzonderlijke liefdesleven van een beroemde Deense actrice Edith Wengler, opgetekend door de hoofdpersoon, een schrijver/journalist bij een uitgeverij. Van haar eerste jeugdliefde tot de relatie die begint bij een man die op het punt staat om uit het leven te stappen. Grøndahl weet haar zo goed tot leven te brengen. Dat heeft er ook mee te maken dat Grøndahl bekend is met de toneelwereld. Hij is opgeleid tot filmregisseur, is een tijd lang dramaturg geweest en heeft ook nog twee toneelstukken op zijn naam staan. Naast een studie filosofie aan de Universiteit van Kopenhagen. Ook dat schemert soms door in zijn schrijven.

'Dat waarnaar je verlangt, heeft geen omvang en volume, dacht ze. Daarin schuilt de vergissing. Wie had haar dat moeten vertellen?'


Ik ben de zee

Dit verhaal begint verrassend genoeg als een thriller. Een, in zichzelf gekeerde, rechercheur die een zelfmoord onderzoekt van een succesvolle ondernemer. Maar niets is wat het lijkt. De speurder geeft niet op, ook al is het onderzoek al lang en breed afgesloten. Uiteindelijk komt hij achter de waarheid. Dit verhaal begint met het motto 'voor mij ligt de zee, achter mij de woorden…' en eindigt met dezelfde woorden uit het gedicht van de Deense dichter Henrik Nordbrandt.

Zomerslaap

Van dit verhaal heb ik het meest genoten. Het gaat over een zelfstandige weduwe, de relatie met haar dochter en haar werk als fiscaal rechercheur. Het knappe is dat Grøndahl het karakter van deze vrouw zo goed weet weer te geven door de beschrijving van haar leven en haar relaties. Van haar overleden echtgenoot tot de ouders van haar schoonzoon. Haar scherpe maar vooral nuchtere observaties zijn vaak hilarisch, maar ook spottend. Over mensen die zich qua smaak ontwikkelen of degenen die zich omringen door een 'protserige designhel'.

'Toen ik eindelijk aan het genie was voorgesteld, kon ik duidelijk merken dat ze al lang was geïntegreerd in haar nieuwe schoonfamilie.'


Hoe de hoofdpersoon zo is geworden wordt pas duidelijk door haar jeugdbeschrijvingen. De harde opvoeding door haar ploeterende moeder zonder enige genegenheid. Dit bepaalt weer de relatie met haar eigen dochter. Over ambitie, feminisme, kinderen krijgen en onafhankelijkheid. Duidelijk een generatieconflict.

'Het nieuws dat ik zwanger was van Leonora werd met een zuinige glimlach ontvangen, alsof ze twijfelde tussen medelijden en leedvermaak. 'Nou, zeg maar gedag tegen je carrière,' zei ze op zachte bitse toon.'


Meer kan en wil ik niet prijsgeven. Maar het feit dat ik nogmaals moest grinniken toen ik dit verhaal voor de tweede keer las spreekt voor zich. Genieten dus.

Vaarwel

Van een totaal andere orde is het laatste verhaal. Over een jonge alleenstaande vrouw, vers van de theologie-opleiding die predikant wordt in een klein dorp. Door haar zware taak bij het ondersteunen van een verse weduwe moet ze even op vakantie. Ze komt terecht in Berlijn. Daar ontmoet ze een atheïstische artiest en de liefde bloeit op. Haar geloof en onvoorwaardelijke hulp aan de medemens is de rode draad in dit verhaal. Het citaat van Ludwig Wittgenstein over het bovennatuurlijke is toepasselijk. Mooi geschreven, zoals alle verhalen.

Er zit veel gelaagdheid in de literatuur van Grøndahl. Hij laat ons de overwegingen van zijn hoofdpersonen beleven, hij neemt ons mee in hun twijfel, in goedheid en tekorten. Tussen generaties, tussen karakters, tussen goed en kwaad en vooral wat daartussen zit. Kortom, niets menselijks is ons vreemd. Deze schrijver verdient echt een groot publiek. Ook dit boek is een aanrader.

Titel: Dagen als gras
Auteur: Jens Christian 
Grøndahl
Vertaling: Femke Muller
Pagina's: 360
ISBN: 9789029094467
Uitgeverij J.M. Meulenhoff
Verschenen: april 2021