woensdag 28 februari 2024

Veerle De Vos - Ferdinand Verbiest en de ontdekking van China

 

Ferdinand Verbiest, de jezuïet die China opende

In 2009 opent Xi Jinping ‒ toen nog vicepresident van China ‒ in het Brusselse museum Bozar de prestigieuze tentoonstelling ‘Zoon van de hemel’. De Chinese Volksrepubliek had voor de gelegenheid een indrukwekkende hoeveelheid kunstschatten naar de Europese hoofdstad verscheept. Een van de objecten, een bescheiden tekening uit de zeventiende eeuw, toont de opeenvolgende stadia van een zonsverduistering. De astronoom die de tekening had gemaakt, had zijn werkje zelfs gesigneerd: Auctore P. Ferdinando Verbiest, Societatis Jesu, in Regia Pekinensi, Astronomia praefecto.

Robert Van der Meiren

Als VRT-journaliste en eminente China-kenner Veerle De Vos de tentoonstelling bezoekt staat ze lang stil bij de tekening. Wie was die Ferdinand Verbiest, vraagt ze zich af, en hoe kon iemand uit een onooglijk Vlaams dorpje het in het ontoegankelijke keizerrijk China schoppen tot prefect van het bureau voor de astronomie, mandarijn-astronoom, viceminister van Openbare Werken en persoonlijke leraar en adviseur van de keizer, de machtige ‘zoon van de hemel’? En hoe kregen jezuïeten in de zeventiende eeuw hoegenaamd voet aan grond in dat gesloten keizerrijk?

‘Iemand zou daar eens een boek over moeten schrijven’ zegt iemand die naast haar de tekening staat te bekijken.

Dat viel niet in dovemansoren…

Ferdinand Verbiest

Hij wordt op 9 oktober 1623 geboren in het West-Vlaamse Pittem, het vierde van zeven kinderen in een gezin dat tot de betere klasse mag gerekend worden. Na de humaniora aan de jezuïetencolleges van Kortrijk en Brugge, treedt hij nog tijdens zijn studies aan de universiteit van Leuven (1) toe tot de jezuïetenorde. Hij droomt ervan als missionaris te worden uitgezonden naar Zuid-Amerika, maar zijn aanvragen worden keer op keer door Rome afgewezen. Ten einde raad gooit hij het roer om en dient een verzoek in om naar China te mogen gaan. Dat verzoek wordt wél ingewilligd, en na een lange en bewogen zeereis kunnen hij en enkele medebroeders op 17 juli 1658 eindelijk voet aan wal zetten op Chinese bodem. Verbiest is dan vijfendertig. Zoals hem is opgedragen meldt hij zich aan bij de missiepost van Xi’An (2), ongeveer duizend kilometer ten zuidwesten van Peking. Daar krijgt hij zijn Chinese naam: Nan Huairen, “hij die goedheid koestert”.

In Peking is de achtenzestigjarige Duitse jezuïet Johann Adam Schall von Bell dan al vele jaren directeur van het bureau voor astronomie, een belangrijke functie in het keizerrijk. Hij heeft gehoord dat de nieuwkomer bijzonder onderlegd is in wis- en sterrenkunde, en hij ziet in Verbiest een geschikte opvolger. Op 14 april 1660 ontvangt Nan Huairen een keizerlijk bevelschrift dat hem ontbiedt naar de Verboden Stad.

Verbiest wordt er de assistent van Schall. Hij is nog niet lang in Peking als de jonge keizer Shunzi plots overlijdt. In de daaropvolgende verwarring omtrent de troonsopvolging geraken Schall, Verbiest en hun medewerkers in diskrediet. Vooral op aanstoken van de “klassieke” Chinese astronoom Yang Guangxian worden de jezuïeten veroordeeld voor het verspreiden van staatsgevaarlijke theorieën ‒ dat de aarde rond is, bijvoorbeeld ‒ en subversief gedrag. Door tussenkomst van de grootmoeder van kindkeizer Xuanye (3) worden de vonnissen ‒ executie voor Schall en stokslagen voor Verbiest ‒ op het laatste nippertje omgezet in huisarrest. Vanaf dan dompelt Verbiest zich, wellicht uit verveling, helemaal onder in de sterrenkunde, en dat zal hem enkele jaren later goed van pas komen.

Yang Guangxian staat nu aan het hoofd van het bureau voor astronomie. Zijn berekeningen zijn echter niet altijd betrouwbaar, tot ongenoegen van de Kangxi-keizer. De volkskalender én de kalender voor de beweging van de planeten, die het bureau heeft opgesteld voor het achtste regeringsjaar van de keizer, worden ter controle voorgelegd aan Verbiest (4) die vrijwel onmiddellijk meerdere fouten ontdekt. Hij krijgt daarop de kans om in een wetenschappelijke tweestrijd met Yang en ten overstaan van de keizerlijke entourage zijn fenomenale astronomische kennis te bewijzen (5), en daarin slaagt hij met vlag en wimpel: al zijn voorspellingen kloppen precies. Yang wordt ontslagen en vervangen door Verbiest. De volkskalender voor 1670 draagt onderaan de signatuur “Nan Huairen, Prefect van de Astronomie”.

Het tij is nu definitief gekeerd. Verbiest krijgt veel invloed aan het hof. Hij wordt adviseur van de keizer, en diens persoonlijke leraar voor meetkunde en rekenkunde. Hij introduceert diverse nieuwe technologieën, ontwerpt en giet kanonnen van verschillende kalibers (6), ontwerpt het eerste zelfrijdende wagentje (7), tekent een nieuwe wereldkaart, maar maakt ook vernuftige kleinoden ter vermaak van de keizer. Ook politiek neemt zijn invloed toe. Als in drie vorstendommen rebellie uitbreekt speelt Verbiest een belangrijke diplomatieke rol in het behalen van de keizerlijke overwinning, waarna hij gepromoveerd wordt tot viceminister van Openbare Werken.

Bij dit alles mag niet worden vergeten dat de jezuïet Verbiest in de eerste plaats de plicht had het Chinese volk te bekeren tot het christendom, maar hij beseft dat deze hemelse opdracht nooit enige kans van slagen zal hebben zonder de medewerking van het keizerlijk hof. De keizer en zijn medewerkers hebben bewondering voor Verbiests intelligentie, en hij probeert hen ervan te overtuigen dat hij zijn multidisciplinaire wetenschappelijke en technische kennis uitsluitend aan zijn geloof te danken heeft, maar dat lukt niet. Zijn inspanningen worden bovendien gedwarsboomd doordat er in Rome een tweespalt groeit tussen de dominicanen, die het bestaande “bijgeloof” brutaalweg willen vervangen door het enige echte geloof, en de jezuïeten die eerder streven naar een vorm van ’entente cordiale’ met het confucianisme. Verbiest pleit zelfs voor misvieringen in het Chinees in plaats van in het Latijn, maar daar heeft het Vaticaan al helemaal geen oren naar. Als Rome ook nog de voor Chinezen belangrijke voorouderverering wil verbieden lijkt de legalisering van het christendom verder weg dan ooit.

Als ultiem overtuigingsmiddel stelt Verbiest voor de keizer een bloemlezing samen met westerse filosofische en wetenschappelijke geschriften. Hij werkt jaren aan zijn Studie om de beginselen te begrijpen. Hij zoekt naar convergenties tussen christendom en confucianisme, vermijdt zorgvuldig iedere verwijzing naar de christelijke God, maar dan nog wordt de inhoud van het boek door de keizer omschreven als “rebels, foutief en vaag”. Het omvangrijke werk wordt daarom nooit gepubliceerd.

Gedurende de dertig jaar dat hij in China leefde heeft Verbiest zijn aanpak onophoudelijk moeten verdedigen en verantwoorden ten overstaan van zijn oversten in Rome. De stugge houding van het Vaticaan heeft er uiteindelijk toe geleid dat de (volgende) Chinese keizer het christendom in 1724 definitief verbood. De Chinese cultuur bleek té sterk voor de omwenteling die de christianisatie zou teweegbrengen.

Begin 1687 valt Verbiest van zijn paard. Hij loopt ernstige verwondingen op die in de daaropvolgende maanden maar niet willen helen. Hij overlijdt op 28 januari 1688, vierenzestig jaar oud. Hij krijgt een staatsbegrafenis, en wordt begraven op het jezuïetenkerkhof in Peking. Op zijn grafsteen laat de keizer een tekst beitelen waarin hij zijn enorme waardering voor de jezuïet uitspreekt:

‘Jij, Nan Huairen, trouw en eerlijk, bekwaam in de wetenschappen, kwam van een verafgelegen land aan de andere kant van de oceanen, om ons je groot hart te schenken. Vele jaren lang vervulde jij je ijverige taken. Dankzij jou verloopt de berekening van de tijd weer precies en is de kalender gecorrigeerd. Je observeerde de hemel, de wolken en de sterren en berekende de exacte bewegingen van de hemelse lichamen. 
Dat in die andere wereld eeuwige glorie mag uitstralen over je naam, dat je grote daden vernoemd blijven tot in de verste streken en dat je verdiensten, gegrift in deze vlekkeloze steen, zonder te vervagen, overgedragen worden aan de toekomstige generaties.’


Veerle De Vos en Ferdinand Verbiest

Gedurende ruim vijf jaar volgt de schrijfster het spoor van de  man die cruciaal was in de ontsluiting van het hermetisch  gesloten keizerrijk China naar het Westen toe. Ze interviewt  academici, verdiept zich in astronomie en spiritualisme, leest  boeken en artikels van vooraanstaande Chinese en westerse wetenschappers, en doorwroet de archieven van instellingen, universiteiten, musea en bibliotheken in Leuven, Gent, Genua, Rome, Lissabon en Peking. Daar, bij het graf van Ferdinand Verbiest op de Zhalan-begraafplaats, kan ze de reconstructie van het leven van deze bewonderenswaardige Vlaming afsluiten. Uit zijn rijkgevulde leven blijft dan geen steen meer over die ze niet heeft omgekeerd. Het resultaat is een bijzonder boeiende levensbeschrijving van een man die door de kracht van zijn intelligentie wist door te dringen tot de allerhoogste kringen van het Chinese keizerrijk.

Veerle De Vos

Veerle De Vos is erin geslaagd alle bestaande kennis over Ferdinand Verbiest bijeen te brengen. Ze schrijft haar bevindingen neer in de biografie Ferdinand Verbiest en de ontdekking van China, een gedetailleerd tijdsdocument over het Chinese keizerrijk en over de opdringerige missioneringsdrang van christelijk Europa in de zeventiende eeuw. Centrale figuur is uiteraard Ferdinand Verbiest, maar De Vos besteedt ook ruim aandacht aan de politieke, maatschappelijke, religieuze en wetenschappelijke omkadering, en aan de figuren die een impact hadden op zijn leven.

De ondertitel van het boek, Alles onder de hemel, verwijst naar de onbegrensde macht van de Chinese keizers die onbetwistbaar en exclusief beslissingsrecht hadden over werkelijk ‘alles onder de hemel’.De Vos is journaliste, ze weet hoe ze haar publiek moet boeien, ze toont zich een bezielde vertelster pur sang. Door haar vlotte, onderhoudende schrijfstijl leest Ferdinand Verbiest en de ontdekking van China als een spannende avonturenroman die de lezer vanaf de eerste pagina’s bij de arm neemt en niet meer loslaat. Het verslag over de lange en moeilijke reis van Verbiest en zijn kompanen om China te bereiken zit vol tragiek, de beschrijving van het wetenschappelijk experiment waarmee Verbiest ten overstaan van de Chinese machthebbers de juistheid van zijn astronomische berekeningen moet bewijzen, en van de voorbereidingen daartoe, is spannend als een thriller, het verslag over een reis van de keizer naar zijn geboortestreek met een gevolg van maar liefst zeventigduizend mensen is indrukwekkend en vermakelijk, de vastberadenheid waarmee Verbiest de keizer en de Chinese elite er tracht van te overtuigen dat al zijn kennis een goddelijke oorsprong heeft is bijwijlen aandoenlijk, enzovoort … Om maar te zeggen: deze biografie zit zo vol variatie dat ‘niet uitlezen’ geen optie is. De Vos citeert overvloedig uit de geschriften van Verbiest én van de mensen die in zijn wereld figureerden Europeanen zowel als Chinezen waardoor we een duidelijk beeld krijgen van de wetenschappelijke knowhow in de zeventiende eeuw, van de uitzonderlijke intelligentie van Verbiest, en van de meningsverschillen tussen enerzijds de jezuïeten die tussen de Chinezen leven, en hun religieuze oversten in het verre Europa anderzijds. Hij is er weliswaar zeker van dat zijn godsdienst superieur is aan het ‘bijgeloof’ van de Chinezen, maar is tevens ruimdenkend genoeg om vele aspecten van de Chinese cultuur zeer bewonderenswaardig te vinden. Hij stelt zich open voor de levenswijze van het volk dat hij in eerste instantie moet trachten te bekeren: ‘vergeef me dat ik dit zeg, schrijft hij, maar in vele zaken overtreffen de Chinezen zelfs de Europeanen.’ Op dit punt vraagt De Vos zich af in hoeverre Verbiest verleid werd door de Chinese cultuur: ‘Hoe dicht kwam hij bij de essentie van China tijdens zijn jaren aan het hof, vraag ik me af. Werd hij zelf verblind door het stralende licht van de Chinese beschaving tijdens zijn werk als astronoom? Ging hij de wereld vanuit een ander perspectief bekijken? Critici verweten de jezuïeten dat ze ‘plus Chinois que les Chinois’ werden, dat ze vergaten wie ze waren, waar ze vandaan kwamen, en waarom ze naar China waren gekomen.’

Bijzonder is dat De Vos het levensverhaal van Ferdinand Verbiest geregeld onderbreekt om ‒ op lichtgrijze pagina’s waardoor deze onderbrekingen gemakkelijk te onderscheiden zijn van de biografie ‒ verslag uit te brengen over de ervaringen en de moeilijkheden die tijdens haar zoektocht op haar pad kwamen. We krijgen een complete biografie, en tegelijk “the making of” ervan. Ze is openhartig over de twijfels en onzekerheden die haar in de beginfase af en toe overvielen, en is zich bewust van haar beperkingen maar ook van haar opportuniteiten: ‘Ik voel me de volgende maanden als een archeoloog die met een paar opgegraven potscherven een hele vaas moet verbeelden en heropbouwen: een persoonlijk fragment uit een dagboek, een zin in een brief die een gevoel voor humor verraadt, een paar trotse ogen die me aankijken vanuit een portret, gekrabbelde aantekeningen in de marge van een beduimeld boek. Ik sta er versteld van hoe weinig materiaal er nodig is om iemand van eeuwen geleden weer tot leven te laten komen.’

Conclusie

De Vos trekt parallellen naar vandaag. Ze ziet gelijkenissen tussen de strategie waarmee China vandaag de wereld benadert en de manier waarop de jezuïeten 400 jaar geleden China benaderden. Een belangrijke verdienste van haar boek is dat het ons een beter begrip bijbrengt over én voor het mysterieuze China van vandaag. Doch even belangrijk is dat de schrijfster ons uitdrukkelijk doet nadenken over onze actuele houding tegenover dat land. Ze waarschuwt dat het Westerse navelstaren ons weleens zuur zou kunnen opbreken, en dat het daarom tijd is om onze blik op China te verruimen en onze meningen over dit land bij te stellen:

Chinese intellectuelen hebben onze klassiekers gelezen en kennen de grote auteurs uit de Europese, Amerikaanse en Russische canon. Ze kennen onze belangrijkste schilders, kunstenaars en componisten. Hun kinderen studeren partituren van Bach en Beethoven en winnen er later viool- en pianowedstrijden mee in het Westen. Wat kennen wij van de Chinese cultuur? Welke klassieke Chinese auteurs lezen we, naar welke muziek luisteren we, wat weten we van hun geschiedenis? Wat kennen we van de Chinese filosofische stromingen behalve Yin en Yang, een Boeddhabeeld in de sauna en een beetje Confucius? Hoezeer bekijken we de wereld zonder het echt te beseffen nog altijd voornamelijk vanuit ons eigen perspectief? We can’t be bothered om echt interesse te tonen voor wat anders is.’


In elk geval is
Ferdinand Verbiest en de ontdekking van China onder de bekwame handen van Veerle De Vos een ongemeen boeiende biografie geworden. Voormalig VRT-journalist en chinacorrespondent Stefan Blommaert noemt het werk “een fijnproeverij voor liefhebbers van geschiedenis” en dat klopt helemaal. Het is tevens een ode aan de intelligentie, aan de kracht van de geest, en aan de onverzettelijkheid en het doorzettingsvermogen van één man, die met zijn begripvolle houding ten aanzien van de plaatselijke geloofsovertuigingen en gebruiken het hele Chinese keizerrijk wellicht tot het christendom had kunnen bekeren, maar daarin als het ware werd gesaboteerd door het thuisfront. Ferdinand Verbiest was (en is), zo weten we nu, voor de Chinese geschiedenis veel belangrijker dan we tot nu toe konden vermoeden. Het is trouwens opvallend hoe respectvol en omzichtig de Chinese overheid omspringt met de geschriften en voorwerpen die Verbiest heeft nagelaten.

  1. Hij studeert er o.a. filosofie, logica, natuurwetenschappen, wiskunde, ethiek, Latijn, klassieke literatuur, en maakt er kennis met relatief nieuwe disciplines als meet- en rekenkunde, en astronomie.

  2. Xi'an is de hoofdstad van de provincie Shaanxi. Ze telt vandaag ca. 11 miljoen inwoners.

  3. Xuanye was de persoonlijke naam van de Kangxi-keizer (1654-1722), derde keizer van de Qing-dynastie. Hij kwam in 1661 (als kind) op de troon, en regeerde tot aan zijn dood in 1722.

  4. Adam Schall was intussen overleden.

  5. Bijvoorbeeld: enkele dagen voor de zonsverduistering van april 1669 maakt hij voor de keizer en zijn hoogwaardigheidsbekleders een tekening met daarop de verschillende fasen van de eclips, met uitleg in het Chinees en het Mantsjoe. Zijn berekeningen blijken minutieus te kloppen.

  6. Een nogal controversiële bezigheid voor een jezuïet, die evenwel bewijst hoe ver Verbiest wou gaan om de missionering te doen slagen.

  7. Dit door stoom aangedreven wagentje wordt nog altijd beschouwd als de eerste auto.


Titel: Ferdinand Verbiest en de ontdekking van China

Ondertitel: Alles onder de hemel
Auteur: Veerle De Vos
Pagina’s: 356, met fotografische illustraties, geografische kaarten, tijdlijn en bibliografie
Pelckmans Uitgevers NV, Kalmthout (België)
Genre: historische non-fictie
ISBN: 9789464015676
Verschenen: oktober 2023