maandag 31 oktober 2022

Maurice Blanchot - Aminadab


Verrassend meeslepend verhaal over een zoektocht in de krochten van een wonderlijke binnenwereld

Maurice Blanchot (1907-2003) was een Frans filosoof, literatuurcriticus en romancier, en debuteerde in 1941 met zijn novelle Thomas De duistere. In zijn tweede werk Aminadab (1942) keert Thomas terug, maar of het mogelijk om hetzelfde personage gaat, is aan de lezer. Aminadab speelt zich af in een eigen ruimte, binnen de marges van een raadselachtig gebouw met even raadselachtige bewoners; zieken, bewakers, huisbewaarder, conciërge e.d., zonder dat er iemand is die contact heeft met de buitenwereld.

Marjon Nooij

Wie Blanchot’s roman leest wordt overvallen door perplexiteit en blijft verbouwereerd achter. Het verhaal laat zich moeilijk vatten en ontwarren. Het is hard werken, maar je kunt het ook gewoon over je heen laten komen. De doorlopende tekst – opeenvolgende fragmenten, zonder hoofdstukken of zelfs witregels – zit vol wonderlijke, lange monologen en meanderende zinnen die niet altijd coherent zijn en vol tegenstellingen zitten.

Dat maakt het lezen van Aminadab een ervaring die te vergelijken is met bijvoorbeeld het labyrintische De plaats van Mario Levrero. Dat Blanchot een bewonderaar was van Kafka – en essays over hem schreef – is evenwel ook in deze roman te proeven. Blanchot’s verhalen gaan vaak over beklemmende ruimtes waaruit geen ontsnappen mogelijk lijkt, zoals ook in Het kasteel van Kafka. Blanchot ontkende echter dat hij Het kasteel had gelezen voordat hij Aminadab schreef.

De roman begint met de scène waarin Thomas door een meisje uitnodigend wordt gewenkt om binnen te komen. Hij steekt de straat over en betreedt een lange gang, zonder trap. Dit komt hem bijzonder voor, omdat de kamer van het meisje zich op de derde verdieping zou moeten bevinden. Later zal blijken dat er alleen trappen lijken te zijn die naar lagergelegen etages leiden. Achter een deur met de vermelding ‘Hier is de ingang’ hoort hij de geluiden van een flinke woordenwisseling. ‘Hij kon zich niet herinneren ooit zulke rauwe, schrille en tegelijkertijd gesmoorde kreten te hebben gehoord. Het leek wel of de ruzie in zo’n volmaakte harmonieuze en vriendschappelijke sfeer was uitgebroken dat die alleen maar door de verschrikkelijkste verwensingen teniet kon worden gedaan.’ Deze zin geeft al meteen een incoherente indruk; een zin vol tegenstellingen. Blanchot verkondigde het zelf al; ‘literatuur is ’taal die ambiguïteit wordt”.

Eenmaal binnen in deze bevreemdende, duistere wereld maakt Thomas kennis met talloze mysterieuze wetten en het wordt hem niet gegund zich vrijelijk door het huis te verplaatsen, want pas als je huurder bent heb je meerdere privileges. Tijdens zijn zoektocht door het huis, ziet hij meerdere deuren, gordijnen, een luikje dat, wanneer het geopend wordt, de deur vergrendelt. Via het luikje is een trap te zien, maar hoe kom je daar als de deur gesloten blijft? Nieuwe kamers die hij binnengaat hebben steeds een andere ambiance; een luxueuze uitstraling kan in een split second transformeren tot iets spookachtigs.

Bewakers proberen de orde te handhaven, maar knijpen regelmatig ook een oogje toe. Gedurende het leeuwendeel van de tijd zijn de bewoners volgzaam, gedragen zich zelfs slaafs ten opzichte van de ordehandhavers. Een meisje van de huishouding maakt hem in beginsel wegwijs in de regels van het huis. De enige persoon waar Thomas zich een beetje aan kan optrekken is Dom. Hij kan zich zelfs letterlijk aan hem optrekken, want ze worden aan elkaar geketend. Dom is door Thomas niet goed in te schatten, daar hij een tatoeage van een gezicht op zijn gezicht heeft. Verder maakt hij echter niet veel vrienden. Het blijft voornamelijk bij vluchtige, hallucinante contacten.

Blanchot zelf stond er ook niet om bekend een sociaal dier te zijn – zoals hij zelf zei, leefde hij in essentiële eenzaamheid – en hij laat het gevoel van beklemmende isolatie en desoriëntatie meanderen door het verhaal. Er zijn veel ontwikkelingen, maar tegelijkertijd gebeurt er bitter weinig om Thomas verder te helpen, en zijn zoektocht naar de derde verdieping duurt voort.

De vraag die rijst is wat de zin van het bestaan is binnen de absurditeit van dit universum. Hoe komen de bewoners daar, wat houdt hen daar en hoe verhoudt hun gevangenschap zich met het het feit dat ze hun lot gelaten dragen? Zijn er buiten nog mensen die zich om hen bekommeren?

De onrustbarende gebeurtenissen geven het geheel een claustrofobische lading. Er zijn niet altijd plausibele verklaringen voor de gebeurtenissen die ver van de realiteit af staan. Onderling wordt er veel gesproken, maar het is lastig om de raadselachtige gesprekken vol tegenstrijdigheden te doorgronden. Gesprekken die niet te toetsen zijn op waarheid of misleiding.

De lezer wordt in dit ongrijpbare verhaal voortdurend misleidt door zinnen die een heel andere betekenis lijken te hebben dan in eerste instantie wordt gedacht. Net als de andere bewoners gaat ook Thomas zich steeds ondoorgrondelijker uiten en zich dingen inbeelden. Hij krijgt last van de waanideeën die ook de andere bewoners parten spelen. Het leven binnen het gebouw heeft soms veel weg van een wonderlijke, suggestieve dodenstad en Thomas is op zoek naar iets wat niet bestaat. Misschien zijn er in Aminadab zelfs raakvlakken te ontdekken met het allegorische epos De goddelijke komedie van Dante; Thomas belandt in de hel, maar op zoek naar de hemel bereikt hij alleen met grote moeite de louteringsberg. In plaats van Vergilius heeft hij steun aan de man die aan hem is vastgeketend, maar Beatrice die hem naar binnen heeft gewenkt en hem naar God zou moeten leiden, blijft uit beeld.

Er bestaan diverse theorieën over waarom Blanchot zijn boek Aminadab genoemd heeft. Een daarvan is dat het boek een allegorie zou zijn op de holocaust. Daarbij zou de aanname passen dat het genoemd is naar de broer van zijn goede vriend Levinas, die door de nazi’s werd vermoord en met deze zeldzame joodse naam getooid was. De tijd waarin het geschreven is maakt deze aanname aannemelijk. Maurice Blanchot was ten tijde van hun kennismaking (in Straatsburg, jaren twintig) verwikkeld in een flirt met het antisemitisme en Frans nationalisme. Hij was aanvankelijk aanhanger van de extreem nationalistische partij Action Française, om later het linkse gedachtegoed aan te hangen.

Een compliment aan het adres van Peter Bergsma is hierbij zeker op zijn plaats. Omdat Blanchot speelt met taal en betekenissen, getuigt het van veel creativiteit om een dergelijke roman in vloeiend en stijlvol Nederlands te vertalen.

Laat je meevoeren met de tekst en ga er niet vanuit dat je alles zult begrijpen, zeker niet bij een eerste lezing. Het gaat om het gevoel dat zijn zinnen bij de lezer oproept en de meerduidigheid die alsmaar zorgt voor paradoxen. Steeds lijkt de onthulling van het mysterie aanstaande, maar steeds is er weer die ambiguïteit die je heen en weer slingert. Een ambiguïteit die een appél doet op het vermogen van de lezer om voortdurend te interpreteren. Dat is de magie van Blanchot.

--

Eerder verschenen op Tzum

Titel: Aminadab
Auteur: Maurice Blanchot
Vertaling: Peter Bergsma
Pagina's: 350
ISBN: 9789083046761
Uitgeverij Kievenaar
Verschenen: september 2022

maandag 17 oktober 2022

Interview – Felicita Vos over haar roman Tussen zwarte vlinders


Arnhem, 1 oktober 2022; 
Drie windhonden staan nieuwsgierig te kijken wanneer ik binnenkom, maar het ijs is snel gebroken en ze laten zich gewillig aaien en toespreken. In haar gezellige woonkamer schenkt Felicita Vos de koffie nog eens bij en met de kat op haar schoot spreken we over haar nieuwste roman Tussen zwarte vlinders.

Marjon Nooij






Interview

In Tussen zwarte vlinders schrijf je over de Romacultuur en -wetten. Volgens de boekbeschrijving ben je de enige Roma-auteur in Nederland. Hoe belangrijk is het voor je om aandacht te besteden aan deze cultuur? Denk je dat het algemeen heersende beeld verschilt met de wereld die jij van dichtbij kent?

'Ik vind het erg belangrijk om in mijn romans aandacht te besteden aan de Romacultuur. Het is een cultuur die zich verdunt en langzaam maar zeker zal verdwijnen. Gebruiken, rituelen en tradities worden door moeders en grootmoeders alleen via de orale verteltraditie overgedragen. Het is ook een manier om gebruiken en tradities te beschermen. De Romacultuur is een gesloten cultuur. Het is een manier geweest om te kunnen overleven. Roma zijn door de eeuwen heen als paria’s vervolgd en uitgesloten. In de Tweede Wereldoorlog werden Roma net als Joden actief vervolgd en naar de vernietigingskampen afgevoerd, waar velen in de gaskamers zijn omgekomen. Ook vandaag de dag nog worden Roma geminacht en verguisd. Dat is voor mij onacceptabel en daarmee wordt een rijke cultuur groot onrecht aangedaan. Juist om dat te kunnen doorbreken, vind ik het belangrijk om de sluier van mystiek, waarmee de Roma cultuur omgeven is, op te lichten. Zonder in een slachtofferrol te willen kruipen, moet ik toch vaststellen dat de denkbeelden heden ten dagen nog steeds bestaan uit extremen. Variërend van de kippendief tot het wulpse meisje dat rond kampvuren danst, of verleidelijk op een boomstronk ligt. Onzin natuurlijk. Ik merk dat er enerzijds angst bestaat voor Roma, waardoor vooroordelen bestaan en mensen vaak niet de moeite nemen om ze te leren kennen. Anderzijds is de cultuur gesloten, omdat de Roma zelf met angst leven; angst voor vervolging en teloorgang van een beschaving die langzamerhand oplost. Met name de ouderen denken dat ze door het stilhouden van de eigen taal en cultuur een grotere kans hebben te overleven. Maar is dat zo? Ik zou graag de stereotype denkbeelden willen doorbreken die vaak gebaseerd zijn op vooroordelen en clichés. Onbekend maakt onbemind en juist door meer openheid te geven, erover te schrijven en mensen daardoor kennis te laten maken met de rijkdom van de Roma cultuur, kun je misschien iets van de vooroordelen wegnemen. Daarnaast geef ik de cultuur door. Deze blijft, doordat er van binnenuit over geschreven wordt, voortbestaan.'

'Je vraagt me ook of het algemene beeld verschilt van de wereld die ik van dichtbij ken. Daarop kan ik volmondig ja zeggen. Maar tegelijkertijd is het belangrijk je te realiseren dat de Roma net als de Nederlander niet over een kam geschoren kan en mag worden. Vanwege de gesloten cultuur, maar ook de angst voor het stigma dat er op de Roma rust, zwijgen veel hoogopgeleide Roma over hun afkomst. Mijn eigen vader peperde ons altijd in dat we nooit over onze afkomst mochten praten. Hij zei letterlijk: ”Als mensen hadden geweten wat mijn afkomst was, had ik het nooit zover in het leven geschopt.” Mijn vader was ingenieur, maar er is mij vaak genoeg gevraagd of hij wel kon lezen en schrijven. Net als de vraag of ik in een woonwagen geboren ben. Nee, ik ben niet in een woonwagen geboren, mijn vader ook niet.'

'Maar goed, voor ik teveel uitweid terug naar je vraag. Ik sluit mijn ogen niet voor de misstanden die er zijn en die voor mij vaak te maken hebben met de sociaal economische situatie waarin mensen zich bevinden. Je ziet dat bij alle bevolkingsgroepen terug en verder is het in mijn ogen belangrijk dat hoogopgeleide Roma hun schaamte laten varen en durven uitkomen voor hun afkomst. Zo kun je de samenleving laten zien dat er genoeg hoogopgeleide Roma zijn die van belang zijn voor onze samenleving; mensen met moed, hoop, daadkracht en talent, mensen die maatschappelijk betrokken zijn en zich onbaatzuchtig voor anderen inzetten.'

Het hoofdpersonage Raven en haar zus Ula zijn onder gecompliceerde omstandigheden opgegroeid. Hun moeder Janis is een Hollandse en haar partner Kolja is geboren en getogen binnen de Romacultuur. , wanneer Janis wil trouwen en Kolja haar zegt: 'Voor de Romawet zijn we al getrouwd. Ik zie geen heil in een door pajo’s gesloten huwelijk. Wat stelt het voor? In mijn wereld betekent het niets.'

Janis kijkt daar heel anders naar: 'Het mag in zijn wereld dan wel niets betekenen, maar in die van mij des te meer.' Dit leidde tot een breuk tussen de twee. Hoe zit het met de opvattingen van de Roma en wat houdt de Romawet in, ten opzichte van het huwelijk?

'Er wordt vaak ten onrechte gedacht dat Roma een losbandig volk is dat het niet zo nauw neemt met zeden en moraal. Niets is minder waar. We worden opgevoed met strenge regels, normen en waarden. Losse zeden worden niet getolereerd. Het is ook niet toegestaan om openlijk verkering te hebben. In vroeger tijden werden huwelijken gearrangeerd. Tegenwoordig worden gelukkig zelf partnerkeuzes gemaakt, maar je kunt niet zomaar een jongen of meisje mee naar huis nemen. Het is ook niet gepast om als ongetrouwde vrouw met een man alleen te zijn. Wanneer een jongen en een meisje samen een nacht van huis wegblijven, zijn ze voor de Romawet getrouwd. Dat huwelijk is voor de Romawetten rechtsgeldig. Nu zul je misschien denken Romawetten? Ja, de Roma hebben eigen wetten en regelgeving en hebben daaraan gekoppeld ook eigen rechtspraak. In mijn roman zie je het schuren van culturen en de pijn die Janis ervaart wanneer ze zich afgewezen voelt. Dat heeft verstrekkende en ook gruwelijke gevolgen zowel voor Kolja, haar kinderen, als voor haarzelf.'

Je boek heeft veel verschillende lagen. In een ervan beschrijf je hoe het er in Spanje aan toegaat met de Galgo; het hondenras dat gebruikt wordt door jagers, de zogenaamde galgueros. Er worden jaarlijks duizenden Galgo’s gefokt voor de jacht en hazenrennen. Je refereert daarbij aan de documentaire Broken spirit - The galgo's last run, waarin hartverscheurende beelden zijn te zien.
Het is duidelijk dat deze misstanden je aan het hart gaan. Kun je daar iets meer over vertellen?

'Het enorme leed dat aan de jacht met Galgo’s en Podenco’s kleeft breekt mijn hart. Deze honden zijn niet beschermd, ze zijn vogelvrij en worden doorgaans, in tegenstelling tot andere honden, onder gruwelijke omstandigheden gehouden.
Galgo’s en ook Podenco’s worden voor de jacht getraind door ze achter een auto mee te trekken. De honden die het niet volhouden sterven en hun lijken worden meegesleept. De honden worden onder onterende omstandigheden in kleine, betonnen hokken gestopt en krijgen maar weinig te eten en te drinken. Sommige honden drinken hun eigen urine, om maar wat vocht binnen te krijgen. Het jachtseizoen loopt van oktober tot februari. Aan het eind van het jachtseizoen worden naar schatting 50.000, maar in werkelijkheid zijn het er veel meer, op gruwelijke wijze gedood. Ze worden in bomen opgehangen, in een kuil gegooid met benzine overgoten en levend verbrand of hun jager brengt ze naar een veld, breekt daar hun poten zodat ze hem niet meer achterna kunnen lopen.'

'Ik leef zelf samen met drie windhonden; mijn Whippet Hazel, Neva, een Galgo/Sloughi mix en Lila, zij is een Galgo. Neva is in een dodingstation geboren en Lila is in een dodingstation gedumpt. Ze zijn beiden vrijgekocht door een Spaanse shelter. Neva hebben we zelf met het vliegtuig opgehaald. Lila is door een Nederlandse stichting opgehaald. Ik stond klaar toen ze met de bus uit Spanje aankwam, een zeer emotioneel moment. Gelukkig zijn er Spaanse shelters die zich inzetten voor het welzijn van Galgo’s en Podenco’s, ze vrijkopen uit shelters of redden uit putten of velden. Ze krijgen naast de benodigde medische zorg ook voor het eerst van hun leven liefde. Ik heb diep respect voor deze mensen. Het zijn ware helden. En gelukkig zijn er ook mensen die deze mooie zielen adopteren en een prachtig leven willen geven. Ik vind het heel bijzonder dat, ondanks de trauma’s die ze met zich meedragen, deze honden zich toch weer durven openstellen voor mensen en zoveel liefde en vertrouwen geven en kunnen ontvangen.'

--

Eerder verschenen in Bazarow Magazine



Felicita Vos - Tussen zwarte vlinders

 

Odyssee naar de wortels van de Romacultuur

Als kind van een Hollandse moeder en een vader met Romawortels groeide Felicita Vos (1972) op met de gebruiken van de Romacultuur. Het opgroeien met twee zo verschillende culturen en het voelbare stigma dat deze cultuur nog altijd heeft, bracht met zich mee dat ze zich daar initieel ontheemd bij voelde, maar uiteindelijk heeft ze daar haar weg in gevonden. 'Ik zou graag de stereotype denkbeelden willen doorbreken die vaak gebaseerd zijn op vooroordelen en clichés.' In Nederland is ze de enige Roma-auteur en in haar oeuvre speelt dit een grote rol, zoals ook in haar nieuwste roman Tussen zwarte vlinders. 'Daarnaast geef ik de cultuur door. Deze blijft, doordat er van binnenuit over geschreven wordt, voortbestaan.'

Marjon Nooij

Tijdens een trip naar Rome ontdekt Raven een galerie waar foto's worden getoond van Roma; 'een volk zonder vaderland, maar wel met een volkenrechtelijke status, een eigen vlag en een volkslied.' Tot haar verbijstering lijkt ze op één daarvan een man te herkennen die haar vader Kolja zou kunnen zijn. De consternatie is groot, want ze weet niet beter dan dat haar vader jaren geleden is verdronken tijdens een vistocht met een vriendenclub. 'Zijn lichaam was nooit gevonden. Zijn doorweekte colbert met in de binnenzak zijn rijbewijs en paspoort, aangespoeld of achtergelaten op het strand, waren volgens de autoriteiten het bewijs van zijn dood.' Zijn vriend Fernando is de enige die hem in zee heeft zien verdwijnen en verder zijn alle sporen doodgelopen. Het ontdekken van de foto in de galerie brengt Raven gevoelens tussen verwarring en hoop. Ze besluit de foto te kopen en op onderzoek uit te gaan.

'Wat was er [...] gebeurd? [...] ‘Jullie vader was zichzelf niet de laatste tijd en hij was altijd al onbezonnen,’ dat zei ze, maar zo herinnerde ik mij hem niet. Hun samenzijn was als een ragfijn spinnenweb, dat konden Ula en ik nu overzien. Wie van hen had het kapot gemaakt? Ik dacht aan de donkere zee waarin hij verdwenen zou zijn. Alles leek het omgekeerde van wat het voor ons altijd geweest was. En nu was ik op zoek naar de waarheid.'


Vos beschrijft ook de jeugd Raven, hoe ze zich heen en weer geslingerd voelde tussen twee culturen en niet kon plaatsen waar ze precies bij hoorde. Kolja heeft haar en haar zus Ula opgevoed met de regels en tradities van zijn cultuur, hij laat hen Spanje zien en flamencolessen nemen, maar na zijn overlijden wil Marieke, haar moeder, daar niets meer van weten. Hun relatie ging gebukt onder verschillende inzichten, die niet altijd even gemakkelijk waren en uiteindelijk zelfs hebben geleid tot wederzijds wantrouwen. Een afwijzing van Kolja wakkert bij Marieke wraakgevoelens aan. Zelf heeft ze ook het nodige te verduren gehad in haar jeugd en ze is vol schaamte en getraumatiseerd over de rol die haar eigen vader in het verleden heeft gespeeld. De narcistische, maar in wezen getroebleerde vrouw sluit zich na de verdwijning van haar man vol rancune en haat op in haar eigen wereld en besluit Kolja's cultuur en familie verder dood te zwijgen. Ze verkeert in hippiekringen en lonkt naar het exotisme. Daarbij voedt ze haar dochters nogal onconventioneel op en bouwt voor zichzelf een yurt in de tuin, waar geen plaats is voor haar dochters. De meisjes blijven in het ouderlijk huis wonen en zijn aan zichzelf overgeleverd.

'Haat en liefde maakten een schurende pendelbeweging die uiteindelijk wel in balans is gekomen. Althans, dat maak ik mezelf wijs. Ik leef tussen twee werelden en heb mijn weg daarin gevonden. Ik was gewend aan discriminatie en de pijn die het me ooit bezorgde, had plaatsgemaakt voor onverschilligheid.'


Ondertussen gaat de zoektocht naar Kolja's voetsporen verder en ook Ula sluit zich aan. Meerdere malen worden ze op het verkeerde been gezet en er blijkt sprake te zijn van dubbele agenda's, waardoor ze lang in het duister tasten en de zoektocht soms dood lijken te lopen. Nikos, een redder in nood die Raven behoedt voor erger wanneer haar haren door een kaars in brand vliegen, is bekend met het kleine wereldje – ons kent ons – van flamencomuziek en weet hen details te vertellen over hun vader.

Raven en haar zus worden uiteindelijk onthaald door mensen uit de Romacultuur die hun vader van heel dichtbij hebben gekend. De ontvangst voelt voor hen als een warm bad en staat in schril contrast met de ambiance van leugens en verraad die hun moeder om zich heen heeft gecreëerd.

Ondanks het gemis van een stevige thuisbasis tijdens haar jeugd en de wrokkige houding van haar moeder, heeft Raven om leren gaan met de tegenslagen in het leven en is ze niet blijven hangen in haar misère. Anders is dat bij haar goede vriend Fredo die op een dramatisch keerpunt staat in zijn leven en er alles aan lijkt te zijn gelegen om een appèl op haar te doen.

Met Tussen zwarte vlinders heeft Vos een verhaal geschreven met diverse lagen. Zo besteedt ze ruim aandacht aan de misstanden die heden ten dage in Spanje nog altijd strijk en zet zijn rond de Spaanse Galgo; een jachthondenras dat veel leed wordt aangedaan en na het jachtseizoen door de galgueros op gruwelijke wijze wordt gedood of ergens achtergelaten. Vrijwilligers zetten zich in om ze te vangen en onder te brengen in shelters. Hierbij refereert ze aan de documentaire Broken Spirit - The Galgo's Last Run, die een ontluisterende blik geeft op het leven van de Galgo en het geweldige werk van de shelters. Raven bezoekt zo'n opvangplaats en valt als een blok voor een teefje dat ze adopteert.

Tussen zwarte vlinders is een universeel verhaal over diverse thema's, zoals onrecht, gemis, een verstoorde moeder-dochterrelatie, diversiteit en een uitstervende cultuur. De verschillende verhaallijnen vullen elkaar aan en maken het een volle roman. De auteur neemt je mee in haar labyrintische, mysterieuze odyssee op zoek naar de wortels van de Romacultuur.

--

Titel: Tussen zwarte vlinders
Auteur: Felicita Vos
Pagina's: 228
ISBN: 9789462972421
Uitgeverij De Kring
Verschenen: 13 oktober 2022

dinsdag 4 oktober 2022

Eveline van de Putte - Lucht


Loslaten is een kunst; hoe een vogel naar de hemel gaat

Wat besluit je wanneer de laatste levensfase van een ouder is aangebroken? Wat ligt binnen je mogelijkheden en wat kun je zelf emotioneel aan?

Eveline van de Putte (1966, schrijver, dichter, trainer en fotograaf) besluit om haar stervende moeder bij te staan op haar weg naar de dood. Een 'gelukje' daarbij is dat ze door de coronapandemie haar werkzaamheden noodgedwongen heeft moeten staken en dat haar lief, eveneens noodgedwongen, in het overzeese verblijft. Ze had de tijd en de mogelijkheid, en greep die met beide handen vast.

Marjon Nooij

In 2017 is haar vader op 92-jarige leeftijd overleden en Van de Putte ziet ook haar moeder na verloop van tijd achteruit gaan, totdat deze ineens blind wordt. In het verzorgingshuis in Vlissingen zit ze gedurende vier weken dagelijks aan het bed van haar moeder; zwaar voelende weken 'waarin niks gebeurt en tegelijk heel veel gebeurt'. Ze biedt haar moeder haar ogen door haar steeds te vertellen wat zij zelf ziet, geeft haar haar natje en droogje – slokje water, thee met honing, hapjes vla, kleine stukjes fruit – en zorgt dat ze krijgt waar ze om vraagt. Doordat ze intensief aan het mantelzorgen is, beleeft ze het afscheid heel intens.

'De dag duurt eindeloos en ik kan me nauwelijks voorstellen hoe het moet zijn om opgesloten te zitten in een donker zelf. Het moet angstaanjagend stil zijn daarbinnen, stil en rumoerig tegelijk. Je droomt de raarste dingen. Dat je als vrouw alleen in een donkere schuur bent opgesloten met een stel piloten. Oorlogsherinneringen die je nooit hebt uitgesproken? Of demonen die alle ruimte krijgen nu je ogen je geen afleiding meer bieden.'


Tijdens de laatste twee weken besluit ze op te schrijven hoe de dagen verlopen. Haar moeder is lang helder gebleven. Het samenzijn en de gesprekjes tussen hen ervaart ze als waardevol. Pas een jaar na het overlijden vat ze de moed op deze persoonlijke herinneringen te verwerken tot het boek Lucht, dat in april 2022 is verschenen bij Uitgeverij De Brouwerij.

De verstilling in die dagen zorgt ervoor dat haar eigen blik niet alleen beperkt blijft tot de kleine kamer. Ze registreert ook de dagelijkse gang van zaken rond de 'grijze kinderen' van het verzorgingshuis; de andere bewoners wier leven op dat moment 'gewoon' verder gaat. Het leven buiten de kamer volgt gedurende die zomerse dagen haar gebruikelijke ritme. Het uitzicht op de binnentuin geeft afleiding en met scherpe observaties beschrijft ze de bloementuin, de vogels die vaste gast zijn, de mensen die er hun vertier zoeken en rondwandelen met bewoners.

Door het blind zijn komen bij haar moeder de onzekerheden en onrust bovendrijven, maken haar kwetsbaar. Ligt ze nog steeds op haar eigen kamer? Wat gebeurt er buiten?
De korte gesprekken halen herinneringen naar boven. Over bessen en bramen plukken, de vele potten zelfgemaakte jam en de souvenirs die ze voor haar moeder van haar reizen meenam. Echt diep gaan de gesprekken niet; de gelovige Zeeuwse is altijd wat gesloten geweest over haar emoties, maar ze is vastbesloten om weer naar huis te gaan.

'Ik ben niet bang om te sterven, kind, maar dat ik zo moet liggen en gevoerd worden, dat vind ik verschrikkelijk.' […] 'Let op me, dat ik geen vlekken op mijn kleren heb. […] Sorry dat ik zo ongezellig ben.'


Om haar zinnen aan het eind van de dag te verzetten, gaat Van de Putte regelmatig langs bij een bloemenkweker om onkruid te wieden, waarna ze naar haar ouderlijk huis gaat om te slapen op een matras in de woonkamer.

Het zien van het breekbaarder worden en de uitputting die haar moeder ten deel vallen, is confronterend. Decorumverlies komt om de hoek kijken; haar geest wordt warrig. Het moment van pijnbestrijding en palliatieve sedatie met dormicum is de voorbode dat het afscheid steeds dichterbij komt. 'Als jij niet kan loslaten, moet ik het anker binnenhalen en de boot de haven uitduwen.'

'Tegen het potloodgrijze laken met fijne, roze bloemetjes lijkt je gezicht nog bleker dan het al was. Ik schrik. De Schreeuw van Munch ligt op het kussen. Nu je verdwaalt in de kolkende eenzaamheid, slaan de demonen hun klauwen in je huid. Je krijgt steeds meer blauwe plekken. […] Je neus wordt met het uur bleker, kouder en spitser. […] Je zakt steeds verder in elkaar, als een vrucht die zonder water verschrompelt en uiteindelijk van de tak valt.'


Lucht
is een alomvattend en troostrijk verhaal over een heel ingrijpende gebeurtenis; het onvoorwaardelijk bieden van zorg en aandacht aan een ouder in de laatste levensfase, het transformeren van kind zijn, naar het zorg dragen voor een ouder. De auteur beschrijft haar eigen benauwende gevoelens van onvermogen en schielijk geïrriteerde emoties jegens de verzorgenden, die uiteraard hun liefdevolle best doen, maar vanuit hun professie soms wat te zakelijk lijken. Niet alleen het verliezen van een ouder gaat gepaard met rouwen, ook het verlies van je eigen functies en zelfstandigheid brengt rouw met zich mee. Met Lucht schreef Van de Putte liefdevol over de zorg voor en het verlies van haar moeder, en een openhartig verslag van haar eigen rouwgevoelens.

Een mooie laag in het verhaal zijn haar beschrijvingen van Dik; een jonge meeuw die in de binnentuin vertoeft – 'vast ook enig kind' – wachtend tot een van zijn ouders hem komt voeren en de tijd daar is om uit te vliegen.

Vlak na het sterven van haar moeder vliegt ook Dik op.

Hij vliegt het leven tegemoet.

--

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow


Titel: Lucht
Auteur: Eveline van de Putte
Pagina's: 234
ISBN: 9789083114569
Uitgeverij De Brouwerij
Verschenen: april 2022

maandag 3 oktober 2022

Interview - Jan Siebelink over zijn nieuwe roman Brengschuld

Over Brengschuld
In Knielen op een bed violen vertelde de jonge Ruben Sievez het verhaal over de ondergang van het familiebedrijf. In die grote beroemde roman is het geloof van de vader de oorzaak van de teloorgang. Een recente gebeurtenis werpt echter een ander licht op de geschiedenis. Uit een nagelaten briefje van de vroeg gestorven huurbaas van destijds blijkt nu pas dat de huisvesting van de bewoners van de kwekerij altijd gegarandeerd zou moeten blijven. Hoe anders is het verlopen.

Brengschuld vertelt het verhaal van hoe geldgebrek de kwekersfamilie noopte een deel van hun grond te verkopen. Door de bouw van een grote tennishal aan de rand van hun overgebleven terrein komt de wereld binnen. Het paradijs raakt verstoord en de ondergang van de kwekerij is aanstaande. In het oeuvre van Jan Siebelink is er een constant decor, maar steeds worden de gebeurtenissen anders beschreven, met een andere bestemming van de personages, vanuit een ander perspectief. Het ritueel van de terugkerende elementen openbaart niet alleen de kern van zijn familie, maar brengt tegelijk het schrijverschap van Jan Siebelink vol aan het licht.


Brengschuld. Een fluistering na Knielen op een bed violen, waarin de dingen nog even in trilling worden gebracht



Ede, 29 augustus 2022; een gezellig hoekje in de zonovergoten, bloeiende tuin van het echtpaar Siebelink en een kopje koffie, zonder bijbedoelingen gepresenteerd met Madeleines. Jan Siebelink moet er om lachen wanneer ik dit opmerk. Toepasselijk is het wel, want met Brengschuld is Siebelink nog eens teruggegaan naar de verloren tijd die hij eerder beschreef in zijn verhaal Witte chrysanten (1975) en zijn magnum opus Knielen op een bed violen (2005)

Marjon Nooij

In Brengschuld maken we opnieuw kennis met Ruben Sievez, de zoon van het hoofdpersonage Hans uit Knielen op een bed violen. Ruben is 84 geworden en naar zijn ouderlijk huis en de kwekerij terug gegaan. De aanleiding is een anonieme brief met de boodschap dat zijn ouders te allen tijde in hun huis hadden mogen blijven wonen. In hoeverre kunnen we Brengschuld als een losstaand verhaal zien of is het een voortzetting van Knielen op een bed violen?

'Natuurlijk denk je bij het lezen onmiddellijk aan het gezin en de kwekerij, en dus aan Knielen, maar het geeft een heel ander perspectief op de kwekerij en op wat er gebeurd is. In Knielen wordt uiteindelijk de ondergang van de kwekerij beschreven, het faillissement en de dood van de kweker. Er wordt exact verteld wat een geploeter het is op de kwekerij, hoe moeilijk om het draaiende te houden. De ondergang vooral wordt benadrukt door de geringe inkomsten, de nota's die binnenkomen en de schulden die ontstaan, waardoor hij troost zoekt bij een streng bevindelijk, zelfs sektarisch geloof.'

'Toen het allemaal nog heel behoorlijk ging en zij daar hun boterham verdienden met heel hard werken, is er een moment geweest dat een verandering veroorzaakt heeft, namelijk het feit dat de huurbaas komt te overlijden en hun huis door de erven te koop wordt gezet. Sievez heeft geen geld voor dat huis, waardoor ze een stukje land moeten verkopen – een essentieel stuk van de kwekerij – en daar begint de ellende. Uit de brief blijkt dat het misschien niet nodig is geweest. Dat is volgens mij een geheel nieuw perspectief op de situatie.'

'Er wordt heel veel niet verteld in Brengschuld. In Knielen wordt met veel woorden ruim baan gemaakt voor veel episodes. Hier wordt zo zuinig mogelijk met woorden omgegaan en wordt de suggestie gewekt dat er toch wel wat gaande is. Ruben zit in de tuin te wachten, zoals ze allemaal wachtten op iemand die misschien zal komen of een brief die je verwacht. Dan gaan je gedachten alle kanten op en dat gebeurt hier ook. In die zin is Brengschuld eigenlijk een heel licht boek. Voor mij is het een heel ander boek dan Knielen. Je moet bedenken dat een personage in een roman ontstaat terwijl hij beschreven wordt, oftewel ik aan het schrijven ben. Daarvoor bestond die man niet. Natuurlijk zijn er vergelijkingen met de echte zoon en de echte vader. Het onderwerp is hetzelfde. Het is een juweeltje dat erachteraan komt, waarin de dingen nog even in trilling worden gebracht en beschreven, en dan is het ook voorbij allemaal.'

In Knielen op een bed violen is ook sprake van de verkoop van een stuk grond? Niet aan hun buurman Delgijer maar aan de heer Maters die er een zwembad gaat bouwen. Dat zijn twee verschillende personages. Bij beide boeken wordt er gesproken van recht van overpad. Het is in mijn beleving hetzelfde stuk grond dat verkocht wordt in beide boeken.

'Ik denk dat je gelijk hebt. Het boek dat ik nu beschrijf zou eigenlijk nog geplaatst kunnen worden vóór Knielen, omdat we in dit boek te weten komen wat de eigenlijke oorzaak en de essentie is van de neergang en de teloorgang van het bedrijf, meer nog dan de rol van Ruben. Hij krijgt het briefje op zijn verjaardag en dan voor het eerst begrijpt hij dat het anders had kunnen gaan, zoals zo vaak een klein briefje alles anders kan maken. Het briefje is toevallig tevoorschijn gekomen en naar hem opgestuurd. Hij kan er geen navraag meer naar doen. Is het bewust achtergehouden, wilde men geld zien van de erven?'

'Dit gegeven kantelt het beeld dat is beschreven in Knielen. Het gaat natuurlijk over hetzelfde stukje grond, maar we zien ook dat door dat briefje het schuldgevoel, dat hij verdrongen heeft en vervaagd is, bij de hoofdfiguur ineens weer actueel en urgent wordt. Er knapt iets bij Ruben; hij die zo gevoelig was, hij die zijn vader zo nastond, die als puber zo volledig betrokken was bij de kwekerij en die zijn ouders wilde helpen, door op Delgijer af te stappen en te proberen geld bij hem los te krijgen. Hij bewerkstelligt daarmee ook nog min of meer de ondergang van de kwekerij.'

Ruben krijgt daarmee een grote last op zijn schouders.

'Die last krijgt hij op hoge leeftijd en dat trekt alles van die tijd weer omhoog, ook oorlogsherinneringen.'

Brengschuld geeft een ander perspectief op het verhaal dan Knielen op een Bed violen, maar er zitten ook verschillende dingen in. Het sterven van vader bijvoorbeeld. In Knielen op een bed violen dacht Jozef Mieras, de prediker, veel in de melk te brokkelen te hebben, maar in Brengschuld wordt een veel intiemer scène geschetst. Bijvoorbeeld Tom die zijn spijt laat zien naar zijn vader toe.

'Je moet beseffen dat Ruben hier 84 is, hij wacht op zijn dochter, zijn vrouw is er niet meer en dan komt dat briefje. Dat trekt het hele verleden omhoog en dan zijn er flitsen van wat er gebeurd is. Zijn jeugd, hoe hij op de kwekerij rondloopt, hoe hij en zijn broer met elkaar omgingen. Ik ga dus niet meer gedetailleerd op de dingen in. Nu zien we voor het eerst de intimiteit van het sterven van de vader en hoe die zoons daarmee omgaan. Dat is geheel nieuw. Het gaat in Brengschuld om schuld over iets wat Ruben niet goed heeft gedaan. Je krijgt hier een preciezere, intiemere blik op de relatie tussen de zoon en de vader, en de realistische vrouw die zijn moeder was. Het is een andere kijk op de zaken en een laatste kijk, want hij zit ermee. Hij komt te weten dat het ook anders had kunnen zijn. Hij heeft als jonge jongen iets geprobeerd met een goede intentie, maar het is verkeerd afgelopen. Ik denk dat het briefje ook een oplossing voor hem biedt, een soort verlossing geeft, zodat hij het leven rustig kan verlaten.'

'In Brengschuld kom ik misschien nog dieper bij het geheim van de vader en kom ik uiteindelijk ook, hoewel van veel grotere afstand, dichterbij hem door Ruben. Daardoor trek ik ook de broer daarbij mee. Ik ben er wel blij mee, dat dit op papier gekomen is.'

We weten dat het autobiografische gehalte van Knielen op een bed violen groot is. Toen ik me aan het voorbereiden was op dit gesprek, zag ik dat er in Brengschuld een aantal andere dingen worden beschreven, zoals bijvoorbeeld huisbaas Metz die in de oorlog in de kelder van de kwekerij in de stookketel ondergedoken heeft gezeten, wat zijn verlossing heeft bewerkstelligd. Ook Delgijer zit daarin opgesloten. Deze scènes komen in Knielen op een bed violen niet voor, dus misschien moeten we Brengschuld dus los zien van Knielen op een bed violen?

'Ik denk dat je de boeken nu teveel koppelt. Natuurlijk is het een autobiografisch boek, maar dat betekent niet dat het exact de werkelijkheid weerspiegelt zoals het toen was, deels wel en deels niet. Vader en moeder in het echt zijn niet precies de vader en de moeder in de roman, het zijn romanfiguren en die vader met zijn gedachtegangen torst de hele roman van 4 à 500 pagina's. Maar de lezer mag natuurlijk doen wat hij wil. Je linkt de boeken automatisch aan elkaar, maar het is een heel andere roman.'

'Ik heb het briefje nog niet zolang geleden ontvangen en was er behoorlijk van ontsteld. Hoe kan dat nou dat ik het nog krijg? De dame was overleden op het moment dat ik het opende. Ik heb nooit kunnen achterhalen waar ze woonde of vanwaar het het gestuurd heeft. Toch wist ik dat ik iets met het briefje moest doen. Het had anders kunnen lopen allemaal. Ja, het gaat erom dat hij schuld heeft en misschien is het verhaal toch nog een poging om iets goed te maken. Misschien wel voor de lezers van Knielen op een bed violen, dat zij weten wat er ook nog is gebeurd. Zo heb ik het verhaal zelf min of meer gezien.'

Ruben was zeven toen de oorlog eindigde en hij herinnert zich dat zijn moeder hem heeft verteld dat de huurbaas ondergedoken heeft gezeten in de stookketel. Hiermee komt een ander facet van schuld naar voren, namelijk die van Metz; een schuld die hij heeft willen vereffenen, door er voor te willen zorgen dat het gezin, waar hij een goede verstandhouding mee had, tot in lengte van dagen kon blijven wonen in het huis op de kwekerij.

'Ik denk dat de ouders er nooit aan hebben gedacht dat er ooit iets zou gebeuren dat dit voornemen in de weg zou kunnen staan. Metz voelt zich erkentelijk en is hen dankbaar. Hij heeft zijn leven te danken aan het feit dat hij bij hen heeft mogen onderduiken.'

'Ik heb nooit eerder over oorlogsherinneringen geschreven, maar ik heb ze wel en enkele daarvan zijn nu in dit boek terecht gekomen. Ik heb de terdoodveroordeelden ook gezien en mocht hen eten brengen in de kelder. Een groepje soldaten, dat over de kwekerij liep met een geweer in de aanslag, was op zoek naar iemand. Die sfeer heb ik wel meegemaakt, maar ik heb nooit een gelegenheid gevonden om daar een verhaal over te maken. Ik vond het leuk om toch nog iets van die herinneringen in te brengen en nu was er een kader voor waarin het ook klopte.'

Hans en Margje hebben nooit verwacht dat Metz al zo vroeg zou overlijden. Als je in de bloei van je leven bent, ben je er nog niet zo mee bezig dat het leven eindig is.

'Ja, zeker. Brengschuld is heel anders dan Knielen. Het boek ontroert, niet vanwege de heftigheid en het hallucinerende van het sterven van de vader, zoals het in Knielen gebeurt en dat de man zich losmaakt van het gezin door een streng geloof aan te hangen, maar in Brengschuld wordt nog even teruggekeken naar hoe het allemaal anders had kunnen zijn. Meer niet eigenlijk. En dan komen er vervolgens een aantal dingen aan de orde.'

Ruben draagt een schuld met zich mee, terwijl hij helemaal geen kwaad heeft willen doen, maar hij beseft dat hij niet tegen Delgijer had mogen zeggen dat zijn ouders het huis niet konden kopen. In wezen zorgt dit schuldgevoel er voor dat hij het voor zichzelf heel groot maakt.

'Ik denk dat het juist pas groot is geworden toen het briefje kwam. Er zijn 70 jaar overheen gegaan. Het briefje maakt het actueel en zet Ruben aan tot nadenken en zo krijgt de lezer toch nog een mooi verhaal te lezen. Ik wilde het verhaal vertellen en had het binnen vier/vijf maanden op papier.'

En dan de titel Brengschuld. Brengschuld is een schuld waarbij het verschuldigde bedrag – in dit geval de huur – door de schuldenaar moet worden voldaan aan de huurbaas. Toen Ruben echter naar Delgijer ging met de vraag of hij zijn ouders financieel uit de nood kon helpen, werd het 'haalschuld'. Het soort schuld kantelde omdat Ruben toen iets wilde van Delgijer.

'Ja, dat vind ik wel mooi bedacht'. Officieel is huur een brengschuld. Ik vind 'brengschuld' een mooi woord, de schuldigheid zit er al in, ook moreel.'

Het verschil tussen beide boeken is dat Brengschuld vanuit het perspectief van Ruben is geschreven en Knielen op een bed violen vanuit zijn vader. Dat geeft een heel andere kijk op de zaak.

'Dit boek heeft alles met Knielen te maken en het is ook weer een op zichzelf staand verhaal, er hangt een andere sfeer, andere toon. In Knielen wordt gevochten en gestreden om het dagelijks brood en om overeind te blijven. Er komen mensen op de kwekerij en die brengen ideeën aan. Hans ontvlucht het en isoleert zich door het geloof. In Brengschuld wordt nog een keer een beschouwende blik geworpen op alles wat ooit gebeurd is, terwijl er nog een ding is blijven haken en niet is opgelost voor hemzelf en dat is de schuld die hij voelt. Hij staat aan het begin van wat er door zijn handelen is misgegaan. Daar heeft hij het heel moeilijk mee. Tegelijkertijd lucht het hem op, omdat hij er nog een keer over na kan denken. Zoals ook over de intimiteit van het sterven van de vader, zoals het in werkelijkheid ook is gegaan. Ook ik was even in slaap gedommeld en heb het sterven net niet meegemaakt. De omstandigheden worden nog even scherp gezet. Ik heb het in een soort roes geschreven en zoals het nu geworden is, daar heb ik wel vrede mee. Het lijkt me dat het nu definitief afgesloten is. Een laatste finishing touch aan alles. Het heeft me sinds mijn debuut Witte chrysanten al bezig gehouden.'

Wat dat betreft kan het boek nu dicht?

'De tennishal die zeventig jaar geleden gebouwd is, is terwijl ik Brengschuld aan het schrijven was afgebroken. Ik ben gaan kijken en liep het pad op. Er ligt nu een enorme kuil, zoals ik beschrijf in Brengschuld. Toen pas kon ik goed zien welk een enorm stuk land Delgijer gekocht heeft van mijn ouders. Ik kon even terug naar de tegenwoordige tijd van toen en mijn boek heeft er nu afscheid van genomen. Ik keek als een toeschouwer naar die kuil en hoorde dat mijn naam genoemd werd. Ze wisten niet dat ik daar op dat moment was en natuurlijk ook niet dat ik met een nieuw boek bezig was. Alle dingen vallen samen en de grond is nu definitief weer in andere handen.'

Voor Ruben is het mooi dat het geschreven is.

'Zeker, dat zeg je mooi. Hij kan rustig zijn verjaardag en de komst van zijn dochter afwachten. Als hij het tenminste meemaakt. Hij heeft een TIA gehad en valt op de grond neer. In mijn beleving, toen ik schreef, dacht ik dat hij misschien zou sterven. De roman duurt maar enkele uren, van het ontbijt tot even na het middaguur.'

Kun je Brengschuld ook lezen zonder voorkennis van Knielen?

'Nee, misschien niet. Mijn hele oeuvre hangt aan elkaar en grijpt in elkaar. Ik weet natuurlijk niet goed wat een boek met een lezer doet en bij iedereen zal het weer anders werken. Als er een boek van mij verschijnt is er wel een bepaald verwachtingspatroon en men wil toch wel graag dat er weer een boek als Knielen verschijnt, mooi en aangrijpend, hoewel het ook heel divers is ontvangen. Sommigen konden het niet aan en stopten het weg, of lagen er nachtenlang wakker van. Brengschuld is een fluistering daarna. Het boek is nu ter drukke en tot het laatst toe heb ik dingen weggelaten of erbij gedaan. Het betekent dat ik, omdat ik er zo intens mee bezig ben geweest, zelf geen indruk heb van wat het dan bij de lezer teweegbrengt.'

'Het vreemde is voor mij ook wel dat, van de schare lezers die toen Knielen kochten, er een generatie is die al niet meer leeft. Ik heb nagedacht over hoe ik iets zal formuleren, over wat die man denkt, wat gebeurt er nou toch? Dan zijn er wel passages die vanzelf komen, maar soms weet ik het ook even niet meer. Maar goed, het is toch binnen korte tijd op papier gekomen. Dat betekent dat het moest gebeuren. Ik stelde me helemaal open voor de beelden die zouden komen. Keek naar die troebele schemerzone waar kinderangst en machteloosheid heerste. Hoe kon ik die ouders helpen? Dat is iets wat heel essentieel bij mij is. Ik heb altijd voor hen klaargestaan en was eigenlijk helemaal in dienst van hen en dat ben ik nog steeds. Met dit boek ook. Het is voor hen en het moest gebeuren. Ook voor mijn lezers. Zij moesten ook nog weten dat dit gebeurd is. Een vage verplichting. Voor mij als schrijver is het fijn, omdat ik het toch over een heel zinvol onderwerp heb. Ik hoef geen verhaal te bedenken, snap je, en dat vind ik heel essentieel. Ik merk dat ik nu een beetje beter in het boek kom, want je bent de eerst met wie ik over Brengschuld praat, dus is het voor mij ook een beetje nieuw.'

U heeft het nu voor Ruben op een rijtje gezet.

'Zeker, zoveel kwaad heeft hij niet gedaan, daar was hij nog te jong voor. Hij wilde alleen maar het allerbeste voor zijn ouders en dan gaat het uiteindelijk helemaal mis. Het helse kabaal dat vanuit de bouwput van de buurman kwam, ik kan het nog horen. Het overstemde het hele gebied tot in de voorkamer toe. Elk weekend was het lawaaiig, echt dramatisch. Er zijn een paar sterke gevoelens die dit verhaal naar voren hebben gebracht. Ik had heel erg met die ouders te doen en tijdens het schrijven was ik heel dicht bij hen. Ik zag ze helemaal scherp voor me en ik geloof dat ze het wel goed vinden dat ik dit heb gedaan.'

Ondanks de dingen die er zijn gebeurd in het boek, die de relaties binnen het gezin soms op scherp hebben gezet, komt het me wel voor als een harmonieus en liefdevol gezin.

'Ja, zeker, dat was het ook. Voor mijn moeder is het heel moeilijk geweest, dat heb je wel kunnen lezen, maar niettemin bleef ze op haar man gesteld.'

Op de weg hier naar toe heb ik Witte chrysanten nog gelezen. Daarin werd geschreven: “'Mijn vader waardeerde mij. Eén keer heeft hij het openlijk tegen mij gezegd.'Jij bent altijd een goede zoon geweest,' zei hij.'” Ook dat is natuurlijk inherent aan de mores van die tijd. Vroeger werd zoiets niet zo vaak gezegd tegen een kind.

'Nee, dat hij dat zei was heel bijzonder en in Brengschuld komt het terug op een andere manier. Dat hij me een hand geeft, als een vreemde bijna. Wat precies de werkelijkheid is en wat ik nu zelf bedenk, haal ik ook door elkaar. Witte chrysanten is destijds op een avond in een roes geschreven en dertig jaar later schrijf ik Knielen, waarin ik dezelfde zinnen schrijf. Het is een uitbreiding van het verhaal. Je kunt het zien als een trilogie die samen een geheel vormen. Dat vind ik zo bijzonder. Dat ik het nog meemaak en ik ben heel dankbaar dat ik het op papier heb gekregen.'

'Ik ben wel een schrijver die misschien steeds hetzelfde vertelt in allerlei vermommingen, maar ik heb nooit hoeven bedenken wat ik zou gaan schrijven. Nee, het diende zich aan en dat is een voorwaarde om het waarachtig te maken. Ik hoef niets te bedenken, dat hoefde ook niet voor dit boek. Zo is het in dit verhaal gegaan. Wat dan werkelijk en autobiografisch is, is lastig, want ik doe mijn moeder geen recht door haar te beschrijven als kleine dame of met een bepaalde uitspraak. De werkelijkheid is oneindig anders. Zij is duizend keer meer dan dat en in het boek is ze vollediger als romanfiguur. Ze was de sturende factor achter haar man en gezin.'

U beschrijft dat Ruben automutileert door in zijn armen te krassen en daardoor probeert zijn schuld weg te snijden. Het zijn aangrijpende scènes.

'Daar heb ik me in verdiept. Als Ruben zijn teen stoot, doet dit de pijn van zijn schuld verdwijnen. Ik heb eerder geschreven in – wat ik zelf een van mijn mooiste boeken vind – Het lichaam van Clara over een vrouw die zichzelf snijdt. Het is iets wat mij fascineert. Het leven mag niet licht zijn, het moet zwaar zijn. Je moet pijn durven lijden om andere pijn, onrust, angst, wroeging te laten verdwijnen.'

'Zelf vind ik één van de mooiste passages in het boek wanneer Ruben naar de singel loopt en alles staat in bloei. Hij ziet alle kleuren, ruikt alle geuren en hij ervaart even helemaal het één zijn met de natuur. Dit als voorbode van het geronk van de machines om het gat voor de hal te graven. Het totale geluk, de schoonheid van alles valt in die alinea samen met het vernietigen van de kwekerij.'

Nog een laatste vraag over het geloof. Hans heeft zich tegen zijn vader gekeerd die een streng geloof aanhangt. Zelf wordt hij bekeerd en dan zet zijn zoon Tom zich stevig tegen hem af, maar uiteindelijk radicaliseert Tom ook. Dit lijkt veel op predestinatie. Toch lijkt Ruben dichter bij zijn vader te staan dan Tom, de jongere broer van Ruben, die voelt dat hij eigenlijk een teleurstelling is en zich daar ook naar gaat gedragen.

'Tom heeft zich eerst tot het uiterste tegen zijn vader verzet en hij keert daardoor juist terug naar de vader. Hij radicaliseert, wordt een prediker die de herkerstening van het westen willen vormgeven. Bij fundamentalisten zie je dat gebeuren en verder kan hij bijna niet gaan. Het is een soort syndroom; het fenomeen van de terugkeer naar het geloof.'

--

Eerder verschenen in Bazarow Magazine

--

Titel: Brengschuld
Auteur: Jan Siebelink
Pagina's: 176
ISBN: 9789403180519
Uitgeverij De Bezige Bij
Verschenen: september 2022

zondag 2 oktober 2022

Rachel Ingalls – Mevrouw Caliban


Een surrealistische parabel

Rachel Ingalls (1940-2019) was een Amerikaans auteur, maar woonde de laatste halve eeuw van haar leven in Londen. Mrs. Caliban, een klassiek monsterverhaal, verscheen in 1982 en vier jaar later werd Ingalls' novelle ineens genoemd als 'een van de twintig grootse Amerikaanse romans' van nog in leven zijnde auteurs na de Tweede Wereldoorlog. Bij Uitgeverij Orlando is het onterecht vergeten werk van de expat-schrijfster onlangs verschenen als Mevrouw Caliban in een Nederlandse vertaling van Lisette Graswinckel en voorzien van een uitgebreid en verhelderend nawoord door Rivka Galchen. Het boek is opgenomen in de Schwob Zomeractie 2022

Marjon Nooij

De eenzame Dorothy kan niet echt bogen op een gelukkige periode in haar leven; haar zoontje is onlangs overleden aan zoiets simpels als een blindedarmoperatie en niet lang daarna heeft ze een miskraam gehad. Deze dubbele misère heeft haar huwelijk met Fred geen goed gedaan, met als gevolg een emotionele verwijdering tussen de twee echtelieden. Als klap op de vuurpijl wordt ook haar hondje dodelijk aangereden. Daarbij heeft ze als taak het geheugen te zijn voor haar man die nogal verstrooid is – hoewel dit meer neigt naar ongeïnteresseerdheid – en heeft ze het onuitgesproken vermoeden dat hij haar bedriegt.

Dorothy zit in een psychisch isolement. Ze trekt zich terug in haar cocon van de door het huwelijk opgelegde 'gevangenschap' en doet haar huishoudelijke taken op de automatische piloot. Een van haar liefhebberijen is luisteren naar de radio. Ze wekt de indruk de greep op de realiteit te verliezen en haar eigen verhalen te bedenken, die ze destilleert uit de berichtgevingen. Het heeft veel weg van auditieve hallucinaties; ze hoort boodschappen die alleen voor haar lijken te zijn bedoeld.

'Goed, nou ja. Het was dan ook een oude radio. Een heel oude radio. Het was ongetwijfeld mogelijk dat de geluidsgolven elkaar in de weg zaten, of iets dergelijks; een soort ruis of interferentie die geen specifiek, storend geluid maakte, alleen inbrak en zich mengde met de algemene toon van het programma waarmee het in botsing kwam.'


Het bericht over een gevaarlijk monster dat ontsnapt zou zijn uit het Instituut voor Oceanografisch Onderzoek neemt ze dan ook niet al te serieus. Maar voor de lezer kan het natuurlijk niet uitblijven; een ‘reusachtig kikkerachtig wezen’ met ‘ondoorgrondelijke ogen’ stapt onverhoeds haar keuken binnen. Het ijs tussen de twee is snel gebroken. Larry – een mix van mens en dier – vertelt haar dat hij wordt gezocht voor de moord op twee laboranten. Hij is gevlucht voor de verkrachtingen en mishandelingen die hij moest ondergaan tijdens zijn gevangenschap; stuk voor stuk aangrijpende ontboezemingen die doen denken aan vivisectie. Ze verbergt hem, geeft hem te eten (bergen avocado’s) en maakt hem wereldwijs. Er ontstaat een tedere affaire. Ze kunnen samen over van alles praten, vinden steun bij elkaar en wanneer het donker is gaan ze er samen op uit.
 

'Ze verliet de weg en reed een zandpad af. Er was verder niemand. Ze sloeg weer af naar een smal, hobbelig weggetje en zette de auto stil. De zee was luid en dichtbij. […] Hij legde een arm om haar heen. Ze liet haar hoofd op zijn schouder rusten. Ze zaten roerloos te luisteren.
Ze dacht: mijn hele tienertijd verlangde ik hier zo vurig naar – in een auto zitten met een jongen op het strand – en het gebeurde nooit. Maar nu is het zover.'


Niet alleen kan Dorothy haar gemankeerde moedergevoelens bij het kinderlijke monster kwijt, het geeft haar een doel om voor te leven. Ook vindt ze bij hem aandacht en adoratie, en heeft ze seks met de onverzadigbare Larry. Dorothy wordt langzamerhand een rebelse dame die steeds meer voor zichzelf gaat kiezen. Haar kindjes en hondje zijn niet de enige doden die er zijn te betreuren, want tegen het einde zijn er een respectabel aantal koppen gerold.

De naam van Mevrouw Caliban zou afgeleid zijn van het personage Caliban in het toneelstuk De storm van Shakespeare, waarin magie als structuurelement wordt gebruikt. Caliban gelooft daarin dat twee dronken matrozen van de maan afkomstig zijn. De naam Dorothy is terug te leiden naar het vrouwelijke personage uit Het land van Oz, waarin deze omringt wordt door dieren met menselijke trekjes. Ingalls maakte dankbaar gebruik van deze gegevens voor haar parabel.

Mevrouw Caliban is een even bevreemdend als ontroerend verhaal; een compacte en luchtige cultroman met een ironisch en surrealistisch tintje over een sprookjesachtige romance en het verlangen naar affectie en tederheid van twee gebroken harten; een typische American Gothic novel. In dit genre is er vaak sprake van half-menselijke wezens die ver van de realiteit afstaan.

De hamvraag is of de magische relatie tussen Dorothy en haar sexy kikkerman een kans van slagen heeft. In heldere bewoordingen zoekt Ingalls de grenzen op tussen realiteit en fantasie van een in verdriet verzande huisvrouw. Ingalls laat in ieder geval open of Dorothy het zich allemaal heeft ingebeeld. Ze geeft het verhaal naar het einde toe een sinistere wending. Bij de gruwelijke apotheose – zoals die vaak voorkomen in Ingalls boeken - rijst meteen de vraag of de wens de vader is van de gedachte.

--

Eerder verschenen op Tzum

Titel: Mevrouw Caliban
Auteur: Rachel Ingalls
Vertaling: Lisette Graswinckel
Pagina's: 160
ISBN: 9789083233840
Uitgeverij Orlando
Verschenen: juli 2022