zaterdag 30 juli 2022

Rebecca Solnit - Orwell’s roses

Recensie door Eric Waut
Granta Books



Biografische tuin van weetjes via overwoekerende essays

If war has an opposite, garden might sometimes be it, and people have found a particular kind of peace in forests, meadows,parks and gardens.”


In dit boek, dat af en toe een reeks grillige zijsprongetjes bevat, neemt de Rebecca Solnitt ons mee op een reis langs vele plaatsen, ten einde de persoon George Orwell op een totaal andere manier te doorgronden. Uitgangspunt is de ontdekking van de auteur dat Orwell in het verleden rozen plantte in de tuin van een woning in het dorpje Wallington (Hertfordshire) waar hij tijdelijk woonde. De auteur kwam dit te weten toen ze ging kijken naar bomen die Orwell er zou hebben geplant. Evenwel, deze waren inmiddels verdwenen. Maar de rozen die hij zou hebben geplant waren er nog.

We komen zo een George Orwell op het spoor die meer blijkt te zijn dan de politiek geëngageerde schrijver. Het vormt een frisse en andere kijk op de bekende auteur van 1984, Animal farm, Down and Out in Paris and London en andere werken. Niet alleen de Orwell die geconfronteerd werd met de afschuwelijke arbeidsomstandigheden in de mijnen en de gruwel van de Spaanse Burgeroorlog. Maar ook de persoon die na zijn ervaringen kon tot rust komen in zijn tuin. In zijn dagboeken worden de activiteiten in de tuin haarfijn omschreven. Geen filosofisch gemijmer, maar twijfel over de weersomstandigheden en de gevolgen hiervan voor de tuin. Later zal Orwell nog meer de afzondering opzoeken op het eiland Jura nabij Schotland.

Het is soms wel één biografische tuin van weetjes via overwoekerende essays. Af en toe komen er allerlei verhaaltjes aan bod die soms als onkruid opduiken, waar men misschien best bij de eindredactie onverbiddelijk de snoeischaar had kunnen inzetten. Toch weet Solnitt ons prima te onderhouden. Onkruid kan bij nadere studie ook mooi zijn. Meer nog, we vallen in herhaling, ze slaagt er in Orwell ons gekend omwille van zijn harde kijk op de samenleving een menselijker gelaat te geven. Achter de stuurse blik die hij lijkt te hebben komt een lieve man tevoorschijn. Net als iemand die je met enige trots in zijn tuin rustig het resultaat van hard werk weet te tonen, enkele tips heeft en je naar huis stuurt met enkele jonge plantjes.

Neem bijvoorbeeld het gegeven dat een familielid van Orwell te zien is op een schilderij van Sir Joshua Reynolds (1723-1793). Dit familielid, Charles Blair, had een zeer duistere kant omwille van zijn activiteiten als plantagehouder te Jamaïca en waar deze ook slaven inzette. Solnitt weet ons zo te herinneren aan het gegeven dat achter de ogenschijnlijke romantiek en zeemzoete beelden, die we misschien kennen van dergelijke schilderijen van Reynolds, het sfeertje dat ons ook voor ogen komt in de verfilmingen van boeken van Jane Austen, toch een zeer harde realiteit schuil ging. Als een mooie rozenstruik met vervelende doornen.

"The profound confinement of slavery and the labor-intensive sugar plantations haunt places so superficially antithetical they serve almost as alibis: the landscapes of scenic beauty that seem to have nothing to do with manipulations, labor, production, and politics. In that sense, the apoliticalness of nature was itself a political production."


Zo weet ze ons ook een andere kijk te geven op de grootschalige handel in rozen. Haar verslag over het bezoek aan een rozenkwekerij in Colombia waar ze de rozen weet te omschrijven, niet als product van de natuur, maar van uitbuiting, is het hoogtepunt in dit boek. Sommige van de rozen die we kopen zijn blijkbaar het resultaat van hard werken onder slechte omstandigheden, onderbetaald en met de nodige negatieve gevolgen voor de gezondheid van de werknemers. Als je deze passages leest ga je toch wel even nadenken de volgende keer als je bloemen gaat kopen om aan je geliefde te geven.

Net als Orwell confronteert Solnitt ons met de gevolgen van Stalin-dictatuur. Zo had hij een andere kijk op de genetica met zware gevolgen voor de landbouw. Solnitt vertelt op zeer omstandige wijze dit somber verhaal. Ook het verhaal in de marge van Stalin die citroenbomen (lemon-trees) liet planten op een plaats waar deze onmogelijk konden gedijen is opvallend. Ze weet hierdoor de gevolgen van een dictator die niet meer wordt tegengesproken zeer confronterend te omschrijven.

Dat is wel het nadeel van dit boek. Solnitt weet de sombere verhalen, het resultaat van onze moderne maatschappij, wel degelijk te vinden. Haar kritiek is wel te onderschrijven. Maar vrolijk ga je er wel niet van worden. Ook als ze het heeft over de gezondheidsproblemen van Orwell. Wie dit boek alleen voor de schoonheid van de roos zou lezen komt zeker bedrogen uit.

Bijzonder is toch wel hoe ze de essayist die George Orwell ook was mooi weet te omschrijven. Ze geeft daarbij onbedoeld een reeks tips voor wie zich ook wil wagen aan een essay.

Dit boek is dus een zeer mooi verslag van een columnist die op zoek ging naar een andere kant van deze bekende auteur. Van observaties van de rozenteelt, problemen inzake het klimaat en de manifeste ongelijkheid in onze maatschappij. Geen absolute topper, maar zeer onderhoudend en ideaal voor iemand die in een vakantieperiode eens wat interessante feiten wil bijleren en het werk van George Orwell beter wil leren kennen. Handig is ook de index op het einde waardoor je nadien de verhalen nog eens kan terugvinden. De auteur haalt ook getrouw haar bronnen aan.

Rebecca Solnit (1961) is een gekend essayist die al vele boeken heeft gepubliceerd. Bekende werken zijn onder meer Wanderlust en Men explain things to me.

--

Titel: Orwell’s roses
Auteur: Rebecca Solnitt
Pagina’s: 308
ISBN: 9781783788620
Uitgeverij: Granta Books
Verschenen: juli 2021

woensdag 13 juli 2022

Marius Atmoredjo - Loslaten zullen ze nooit meer

Recensie door Bas Aghina
Uitgeverij In de Knipscheer

Poëzie die aantoont hoe veelstemmig onze gedeelde geschiedenis is

De Nieuwsbrief van Neerlandistiek is een schatkamer annex snoepkraam, ook voor wie Nederlandse gedichten zoekt uit verre tijden of gebieden, of beide. Het is dan ook daar dat ik een interessant gedicht vond van de Surinaams-Javaanse dichter Marius Atmoredjo uit zijn bundel Loslaten zullen ze nooit meer uitgegeven bij In de Knipscheer. Tijd om de hele bundel te lezen.

Familievertelling over continenten
Atmoredjo’s gedichten zijn geïnspireerd door familieverhalen overgeleverd vanaf zijn overgrootmoeder. Zij – de Mbah Sari in een van de eerste gedichten? – kwam als contractarbeidster vanuit toenmalig Nederlands-Indië in de negentiende eeuw in Suriname aan. Dat klinkt positiever dan het eraan toeging, het was koloniale transmigratiepolitiek: overbevolking ‘in de Oost’ tegengaan door andere rijksgenoten als goedkope arbeidskrachten in te zetten in de regelmatig kwakkelende West-Indische/Surinaamse economie.

Ondanks deze bewogen oorsprong weeft Atmoredjo – opgeleid als werktuigbouwkundige – vooral een mooie en eerlijke geschiedenis. Beeld voor beeld reizen wij mee van het verblijf in de buitengebieden nu eens luierend op een ambèn (eenvoudig bed van hout of bamboe) dan weer met angst voor de dorpsleraar (“Voor het klaslokaal/staat hij al klaar/om met een éénmeterliniaal/mijn weerstand/weer af te meten (…)” of in afwachting van de regens. Tot we met de schrijver in Nederland zijn aangekomen waar sneeuw en grote gebouwen de regels beheersen – of toch niet helemaal: “Maar de eerste najaarssneeuw/dwarrelt al uit de hemel/en hoopt zich op als schaafijs/op het zadel van mijn fiets/terwijl ik het ijs wegschraap/gaan mijn gedachten terug naar mijn vriend/toen nog een jongetje (…)”

Klassiek
De Atmoredjo’s stijl is nuchter, eigenlijk nooit pathetisch en steeds hanteert hij de woorden met – bijna bèta? – precisie. Soms doen deze gedichten in de verte wat denken aan de klassieke Chinese landschapsdichtkunst, die in resonerende natuurbeelden ook hele binnenwerelden oproepen. Een andere keer zijn de gedichten metaforisch met een weemoedig-milde humor zoals in De Dag:


'De dag is allang versleten
de lager van het wiel
is aan vervanging toe
Het piept en het kraakt en het roept
naar het goede van gisteren

Zo sluit ik de dag weer af
en wacht tot morgen
de as afbreekt
en ik rondtol
als het wiel dat geen houvast heeft'


Na zo’n gedicht betrap je jezelf op de spontane gedachte: na bioloog Leo Vroman verfrissend weer eens een ‘exacte’ dichter – al zijn de stijlen verschillend en is exactheid niet alleen aan bèta’s voorbehouden (natuurlijk).

Vooruit, nog een fragment dan, uit Djati kast*

'De deur van mijn
seniore onderbuurvrouw
staat al op een kier
als ik arriveer
zij zit naast haar djati kast
waarvan de kleine lades openstaan
alsof er vlinders in zaten
die ze de vrijheid gaf.
en in de onderste gesloten lade
de cocons nog zijn bewaard
(…)'
* Djati: hout van de Indische teakboom


Stem in taalfamilie
Atmoredjo laat zien hoe opgroeien in een levende verhalentraditie goede poëzie kan opleveren. Poëzie die daarmee ook aantoont hoe veelstemmig onze gedeelde geschiedenis en dus identiteit en Nederlandse taal zijn. Ook voor iedereen die nog niet dagelijks beseft dat een leven er één in een keten is en dat wij van verhalen aan elkaar hangen.

Deze bundel is zonder meer een ontdekking, niet in de laatste plaats omdat het belangrijk is dat juist de wat minder vaak gehoorde groep Surinaamse Javanen nu een dichterlijke stem heeft: duidelijk, geworteld en levend. Een stem ontstaan in de voormalige “West” die wij hopelijk nog vaker zullen horen klinken in de grote huiskamer van de Nederlandse taalfamilie.

--

Titel: Loslaten zullen ze nooit meer
Auteur: Marius Atmoredjo
Illustrator: Robert Bosari
Pagina's: 52
ISBN: 9789493214705
Uitgeverij In de Knipscheer
Verschenen: maart 2022

maandag 11 juli 2022

Maria Lazar - Leven verboden!



Hoe zal er over mij gesproken worden als ik dood ben?

Maria Lazar (1895-1948) was een Weense bohème van welgestelde Joodse afkomst. Ze groeide op met namen als Robert Musil en Stefan Zweig tussen de elite van de Oostenrijkse cultuur en publiceerde destijds in dezelfde bladen als Elias Cannetti's vrouw Veza en Joseph Roth. Vanwege de oorlogsdreiging vluchtte ze naar het noorden, om in ballingschap te gaan op het Deense eiland Thurø, waar ze werk uitbracht onder het pseudoniem Esther Grenen. Zodoende overleefde ze de oorlog, maar in 1948 maakte ze een einde aan haar leven toen er een terminale ziekte bij haar was geconstateerd.

Marjon Nooij

Leven verboden! speelt zich af in 1931. Het werd in 1934 in Engeland gepubliceerd door uitgeverij Wishart onder de titel No right to live. De uitgever echter was beducht voor de anti-nazi uitingen en haar openlijke beschrijvingen van de opkomst en ideologieën van het nationaalsocialisme aan het begin van de jaren dertig – het laat zien hoe het politieke klimaat steeds dreigender wordt – en schrapte destijds niet alleen passages, maar voegde ook er ook dingen aan toe. De Engelse versie las niet overal even vloeiend, daar er duidelijk te merken was dat er stukken misten en het verhaal onverwachte sprongen maakte in de tijd.

Lazars werk raakte in vergetelheid en pas in 2020 werd in Oostenrijk alsnog het ongecensureerde Duitstalige boek gepubliceerd. Uitgeverij van Maaskant Haun bracht deze versie in november 2021 uit in een vloeiend leesbare vertaling van Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen.

Leven verboden! is spannende literatuur en begint met een dramatische passage; een vliegtuig stort neer. Bankier Ernst von Ufermann is onderweg naar Frankfurt om te onderzoeken hoe hij zijn noodlijdende firma nieuw leven in kan blazen om derhalve zijn welgestelde leven veilig te stellen. Op het vliegveld concludeert hij dat zijn zakken zijn gerold, inclusief portefeuille met vliegticket, waardoor hij de fatale vlucht mist en iedereen denkt dat hij erin zit. Het onheuglijke nieuws van zijn vermeende ter aarde storten, bereikt hem pas later, als hij in het huis van zijn maîtresse de telefoon aanneemt zonder zich bekend te maken.

'Hallo! Het is gewoon niet te geloven. Hallo! Je weet dus echt van niets. Stel je voor, Ufermann, je weet wel, die wilde vandaag naar Frankfurt vliegen, Ufermann, stel je voor, Ufermann is neergestort, met het vliegtuig natuurlijk, het hele vliegtuig is neergestort en uitgebrand. Ufermann is dood, joh, die is zo dood als een pier, die is zelfs geen lijk meer, alle inzittenden verkoold, staat in de kranten.'


Hij weet niet wat hij met deze situatie aan moet en besluit om niet meteen terug te gaan naar huis. Zodoende is hij ineens iemand die zich niet meer onder de levenden kan bewegen; een levende dode in een schemergebied tussen de wereld van de levenden en die van de doden.

In verschillende verhaallijnen worden de hersenspinsels van de achterblijvers beschreven, maar de lezer volgt grotendeels de gedachtestroom Ufermann. Hij vraagt zich af hoe het zijn vrouw vergaat, of ze om hem rouwt en hoe ze haar leven zal vervolgen met het enorme bedrag dat zijn levensverzekering aan haar zal uitkeren. Ineens komt hij tot de ontdekking dat hij met zijn 'overlijden' ook zijn aanzien heeft verloren.

'[...] hij is immers dood, verkoold en neergestort, niet eens een lijk meer, niet eens een nog zo zielig hoopje botten meer. Hij heeft geen recht meer op zijn comfortabele bed, dat onaangeroerd in zijn kamer staat als in een grafkamer. Hij heeft geen recht meer op zijn huis, zijn thuis, wat heeft het voor zin daar nog gedachten aan te wijden, geen recht op zijn vrouw en op zichzelf. Als een indringer dwaalt hij rond in een stad die hem plotseling vreemd voorkomt, als iemand die hier niets te zoeken heeft. Weg met jou, verdwijn, we hebben je niet nodig.'


Een kans om te verdwijnen, tijdelijk of permanent, grijpt hij met beide handen aan. Als Edwin von Schmitz – geblondeerd kapsel, zwarte ulster – kan hij, 'in dienst van een hogere zaak', wat geld verdienen door per trein een pakje de grens met Oostenrijk over te smokkelen. Hij belandt in een rollercoaster van belevenissen, en zwijgzaam dolend door Wenen heeft hij de kans om het leven dat hij als Ufermann heeft geleid te overlopen. Hij lummelt wat rond, geeft ontwijkende antwoorden en moet spaarzaam met zijn geld omgaan, iets wat hij als rijke ondernemer allang was verleerd. Men begrijpt echter niet wat hem in Wenen houdt. 'Er is iets niet pluis met die Pruis.' Dit leidt er echter toe dat hij verstrikt raakt in zijn eigen leugen, waaraan hij niet meer kan ontsnappen. De fantasie en nieuwsgierigheid om zijn oude leven achter zich te laten, maken plaats voor een nachtmerrie; hij raakt gevangen in het dodenrijk.

De beklemming en spanning worden steeds sterker; de spanningsboog wordt tot het einde vastgehouden. Doordat hij 'dood' is, wordt het niet meer geaccepteerd wanneer hij ineens weer opduikt. Hij kan praten tot hij een ons weegt, maar hij wordt door niemand meer gehoord.

Toch is het niet alléén dat beklemmende verhaal aan de oppervlakte; het is ook een gedachte-experiment en een parabel die mensen van alle tijden bezig kunnen houden. Lazar beschrijft een fantasie die veel mensen koesteren; hoe zal er over mij gesproken worden als ik dood ben? Gaat het gewone leven dan door? Word ik wel gemist en door wie?

Ufermann maakt gaandeweg een psychologische ontwikkeling door. Waar hij eerst leeft voor zijn succes en rijkdom en weinig oog heeft voor de zielenroerselen van de mensen om hem heen, wordt hij tegen wil en dank teruggeworpen op zichzelf en overdenkt hij zijn leven en relaties. De scherpe dialogen en gedachtestromen zitten vol ellipsen die het verhaal een ongekunstelde vorm en een levensechtheid hebben gegeven.

Een betekenisvolle component van het verhaal is de setting in Duitsland en Wenen aan het begin van de jaren dertig. De opkomst van Hitler, het antisemitisme en de economische situatie na de beurskrach van 1929 vormen het decor van het verhaal. Tijdens het interbellum zindert de Grote Oorlog nog na, terwijl de volgende alweer in de startblokken staat. Het gedachte-experiment van de levende dode krijgt hiermee nog eens een extra laag, omdat het tegelijkertijd een metafoor wordt voor het leven van grote groepen mensen van wie het leven steeds moeilijker gemaakt zal worden en ook zullen 'verdwijnen'. Op het moment het wij dit boek lezen, weten we natuurlijk dat WOII enkele jaren later zal uitbreken en dat de Holocaust in het verschiet ligt; dat te wéten maakt dat je dit boek niet meer 'onbevangen' als fictief verhaal kunt afdoen.

Er zijn veel ontwikkelingen in Leven verboden! en de afloop laat zich tot aan het einde toe niet raden. Het is een krachtig tijdsbeeld van de jaren dertig, beschreven door een maatschappijkritische, scherpe observator die niet oordeelt, maar toont.

--

Titel: Leven verboden!
Auteur: Maria Lazar
Vertaling: Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen
Pagina's: 300
ISBN: 9789083095929
Uitgeverij van Maaskant Haun
Verschenen: November 2021

donderdag 7 juli 2022

Kathryn Schulz - Verloren & Gevonden

Recensie door Marjon Nooij
Maven Publishing


Lofzang op het leven en ons geluk

In haar inspirerende boek Verloren & Gevonden onderzoekt de Amerikaanse auteur, journalist en Pulitzer Prize-winnaar Kathryn Schulz diverse betekenissen die er achter de woorden 'verloren' en 'gevonden' kunnen schuilen en hoe deze kunnen worden geïnterpreteerd, gevoeld en ervaren.

Schulz groeide op in een liefdevol gezin. Op vele vlakken was haar vader haar grote voorbeeld; hij leerde haar van literatuur houden. Wanneer hij vierenzeventig is overlijdt hij. Niet geheel onverwacht, want hij tobde al jaren met een slechte gezondheid en lichamelijke ongemakken. Schulz bewonderde en adoreerde hem. Daarbij was hij een schoolvoorbeeld van een verstrooide man; wist niet waar hij iets had opgeborgen en leunde dan op zijn vrouw die hem met mateloos geduld wist terug te leiden naar waar hij naar zocht. Zijn overlijden deed Schulz beseffen dat het woord 'verliezen' vele betekenissen kan hebben. Verlies van een ouder, gezondheid, attributen en jeugd. Toch kan verlies ook minder tragisch zijn, zoals Schulz ervoer bij het vredige inslapen van haar vader. Al zijn dierbaren omringden hem en hij mocht rustig sterven zonder allerlei levensrekkende handelingen. En ondanks dat verlies met verdriet samenhangt, besefte ze dat dit het innerlijke leven en de intermenselijke relaties ook verrijken kan.

Aan de hand van diverse existentiële thema's filosofeert en reflecteert Schulz met een zeer open blik en laat ze de cohesie zien van verschillen en overeenkomsten tussen liefde en verlies, liefde en rouw, verdriet en opluchting.

'Wat ik aan mijn vader miste [...] was het leven zoals het er voor mij uitzag, gefilterd door zijn persoonlijkheid, omhooggehouden en beschouwd tegen zijn innerlijk licht. Maar het belangrijkste wat met zijn dood was verdwenen [...] was iets waar ik nooit bij zal kunnen: het leven zoals híj het zag, het leven zoals ieder van ons het ziet, van binnen naar buiten.'


Op dezelfde wijze onderzoekt ze in het tweede deel het woord 'gevonden'. Het vinden kan iets concreets zijn, maar kan ook een ontdekking zijn. Iets waar je naar op zoek bent, of iets wat totaal onverwacht op je pad verschijnt. We kunnen zoeken naar iets wat tastbaar is of naar iets abstracts. En Schulz vond de liefde.

Haar persoonlijke memoires complementeert ze door verschillende vormen van intertekstualiteit. Zo verweeft ze de verhalen van Plato en Dante, de Griekse god Eros – de belichaming van vleselijke liefde – en Aphrodite – godin van vruchtbaarheid en liefde – met haar eigen geschiedenis en ervaringen.

Droge kost? Neen, verre van dat. Verloren & Gevonden is juist zeer toegankelijk, aansprekend en aanstekelijk geschreven. Soms lijkt er meer te zijn tussen hemel en aarde – theologische thema's krijgen van haar de ruimte – maar Schulz blijft aards in haar queeste. Ze weet de lezer gerust te stellen, dat er altijd weer een beter moment zal komen en dat je ook vrede kunt hebben met het verlies van iets of een dierbaar iemand.

Door het lezen van dit boek groeit het besef hoe belangrijk het is om niet uitsluitend te vertrouwen op je automatische piloot, maar je te blijven verwonderen over de dingen en gebeurtenissen om je heen en dat we het gebruik van onze zintuigen als leidend zouden moeten gebruiken.

Een helder, erudiet boek dat ontroert en verwondert, hoop en vertroosting biedt.

--

Eerder verschenen in 
Boekenkrant


Titel: Verloren & Gevonden
Auteur: Kathryn Schulz
Vertaling: Henny Corver ; Pon Ruiter ; Frits Van der Waa
Pagina's: 256
ISBN: 9789493213296
Maven Publishing
Verschenen: juni 2022

Marijn O'Hanlon – Een jaar in de tuin van White Stork Farmhouse

Recensie door Roosje de Vries
Uitgeverij Atlas Contact


Tuindagboek

Redmond O’Hanlon, de beroemde Engelse reisverslaggever en amateur-bioloog woont met zijn Nederlandse vrouw Marijn op een boerderij ergens in Drenthe, in de buurt van Ruinen, als ik het goed gelezen heb. Ze zijn het drukke Amsterdam ontvlucht en hopen in de natuur tot rust te kunnen komen. Marijn houdt een tuindagboek bij. Dat resulteerde dit jaar in een publicatie. Van begin februari 2021 tot eind van dezelfde maand een jaar later kunnen wij met haar meeleven in haar tuin, haar omgeving en haar huiselijk leven met haar niet altijd erg gezonde man. Ik herinner me van de VPRO-uitzending over de Beagle en Darwin - in 2009 / 2010 - dat hij toen ook al een broze gezondheid had.

Het bijzondere in de tuin van de O’Hanlons is dat er een ooievaarsnest is - op het dak van hun boerderij; niet de eenvoudigste plek om goed te observeren -, dat ieder voorjaar bewoond wordt door een ouderpaar ooievaars. Het is sowieso een va-et-vient van ooievaars in hun omgeving. Je kunt concluderen: het gaat weer goed met de meest Nederlandse vogel. Nou ja, of de ooievaar de meest Nederlandse vogel is, dat weet ik eigenlijk niet, wel de grootste en meest imposante in ieder geval. Waar er in mijn kindertijd, ondanks de natuurwandplaten op school, geen ooievaar meer te vinden was in het landschap, daar kunnen we tegenwoordig dankzij natuurprogramma’s als Beleef de lente in hun nesten kijken - en ook in de nesten van andere vogels.

Ik maakte vorig jaar op een wandeling mee dat één van de ouders een dood of ondermaats jong het nest uit kieperde. Er stonden meer mensen te kijken en er gingen kreten van afschuw door de menigte. De meeste mensen weten dat wel, dat een dood of ondermaats jong weggesmeten wordt of soms ook opgegeten, maar toch. Om zo direct geconfronteerd te worden met de hardheid van het leven, dat is wel een dingetje… Marijn vertelt gruwelijke verhalen van jongen die tijdens voedselschaarste gras of zand te eten krijgen en daar vanzelfsprekend niet goed op gedijen - understatement - en sterven.

Ooievaars zijn er meestal maar de helft van het jaar. Veel van de grote zwartwitte vogels trekken in de herfst naar warmere streken. Er is eerder sprake van nesttrouw dan van partnertrouw, lees ik. Hé, dat wist ik niet. Ik dacht dat onder ooievaars ‘huwelijkstrouw’ regel was. In ieder geval komen in de tijd dat de ooievaars ontbreken ook de andere tuinvogels en (tuin)beesten aan de beurt. Ik noem er een paar: spreeuwen, roodborsten, putters, mussen, gaaien, the usual suspects zou je kunnen zeggen, maar ook meer bijzondere soorten als raven en groene spechten. Roofvogels als sperwers slaan hun slag natuurlijk wel eens. Die ervaring heb ik in mijn eigen stadstuin ook. Roofvogels weten heel goed waar er voedersilo’s hangen en waar vogeltjes zich in rijen staan of fladderen te verdringen.

Redmond is een soort wandelende encyclopedie en hij heeft een zeer uitgebreide bibliotheek van oudere en nieuwere Engelse natuurboeken. Die worden gretig geraadpleegd. Als kind las hij al veel over de natuur. Overigens ging hij geen biologie studeren maar Engelse taal- en letterkunde. Als een ouderwetse schoolmeester strooit hij weetjes en spreuken in het rond.

Het observeren van en het zorgen voor dieren is niet zonder gevaar. Dat wil zeggen, je bent al snel begaan met het lot van de vogels, egels en zo. Er zijn natuurlijk ook dieren die we niet willen: ratten, muizen (meestal; ik vind ze schattig, maar ik wil ze niet in huis natuurlijk), slakken (ja, ‘ergernisdieren’ numero uno zijn ongetwijfeld de slakken; hele moestuinen verdwijnen in hun. Malende kaken, jonge aanplant moet het ontgelden etc), wespen (ik laat de nesten zitten als ze niet erg in de weg hangen), of ook kauwen en eksters, die op zoek zijn naar eieren en jonge vogels en anders de vetbollen als gekken plunderen. Tot mijn genoegen las ik dat gaaien, die prachtige bijna uitheems uitziende gaaien, door mij nog vaak Vlaamse gaaien genoemd, meestal niet op zoek zijn naar jonge vogels maar naar verstopte eikels. Toch geloof ik dat niet helemaal. Ik zie in mijn eigen tuin een gaai die behoedzaam de dichte conifeer in wipt en dat doet hij ongetwijfeld niet omdat hij op zoek naar verstopte eikels.

Tot voor kort meende ik dat het verhaal dat egels slakken eten een fabel was.Slakken zijn volgens mij voor geen enkel dier voorkeursvoedsel. Toch zag ik op een eigen filmpje - wildcamera’s in de tuin - inderdaad dat een egel een slak oppeuzelde. Dat kostte best wat moeite. De slak werd om en om gerold voordat de egel eindelijk zijn scherpe tanden erin zetten en hem inderdaad moeiteloos oppeuzelde.

Een ander ‘ding’ is dat je je enorme zorgen gaat maken als je het leven in je tuin zo zorgvuldig monitort. Waarom heeft die egel zijn bakje kattenbrokjes vannacht nu niet leeggegeten? Waar is die egel überhaupt gebleven? Hoe krijg ik die kauwen en hun hongerig kroost uit mijn tuin? Hoe gaat het nu met die ooievaar met die wond in haar nek? Die papa-merel ziet er wel erg verfomfaaid uit. En dat merel-jong met zijn bedelgedrag, hoe kan die overleven in een stadstuin waar buurkatten op de loer liggen. Nou ja, die mensen zien nog een merel. Waar zijn onze merels gebleven, onze meest prachtige vroegemorgenzangers en avondzingers? Hier zijn ze al jaren niet meer te vinden. Katten zijn ook een enorme bron van zorg. Bertus, de kat van de O’Hanlons is grote vogelmoordenaar, een ergere bestaat er bijna niet. Van alles tellen de O’Hanlons in het werk om hun kat werkelijk te domesticeren. En ik heb al een paar jaar geen kat meer, maar mijn buren des te meer.

Vlak in de buurt van de boerderij van de O’Hanlons is een ooievaarsopvang, maar die is overvol. De verzorgers kunnen niet op vakantie. En wie zal voor de dieren zorgen, als zij er niet meer zijn? Bovendien, zo weet iedere vogelvoederaar en egelhokhouder, is dit een vrij dure hobby.

Grappig is dat Redmond ieder stuk tuingereedschap, vooral als het nostalgische gevoelens oproept, wil bezitten. Goed gereedschap is het halve werk, dat weet ik inmiddels ook. Het onderhouden van een (moes)tuin is sowieso mega veel werk.

Dit tuindagboek is vooral voor mede-tuinbezitters en vogelvoederaars een feest der herkenning: o ja, die putters, die waren er hier ook; en waarom waren de kepen er afgelopen winter nu juist niet; en die egels hebben hier toch een paradijs aan voedsel en keuze aan verschillende hokken, waarom mijden ze ons?

En het is ook een heerlijk afwijkend huishouden dat de O’Hanlons voeren. Redmond, die aan slapeloosheid lijdt en daarom ’s nachts veel aan het werk is. Zijn overdadige Engelse ontbijten, die dat weet hij al te goed, niet goed zijn voor zijn hart. Bijna denk je: lekker stout…

Heerlijk boek! Lekker vlot leesbaar! Zalig om te lezen op je strandje of onder een dikke eikenboom, als je van de zomer juist de koelte zoekt.

--

Titel: Een jaar in de tuin van White Stork Farmhouse. 
Ondertitel: Ooievaarsdagboek
Auteur: Marijn O’Hanlon
Pagina’s: 256
ISBN: 9789045 047126
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: juni 2022