vrijdag 4 oktober 2019

Claudia Biegel - Bijna vernietigd. Drie generaties Jappenkamp

Recensie door Truusje
LM Publishers

'Dit verhaal is geboren uit verraad.
Het is gebaseerd op een dagboek
dat zij - mijn moeder - had willen vernietigen.'
- Claudia Biegel

Je kunt makkelijker een mens uit de oorlog halen, 
dan de oorlog uit een mens

De impact die het doormaken van een oorlog op een mens heeft, wordt veelal doorgegeven aan de volgende generatie en stopt niet wanneer deze persoon is overleden. Het sijpelt nog een aantal generaties na en zelfs de nazaten die deze oorlog niet aan den lijve hebben meegemaakt, kunnen de gevolgen van een dergelijke traumatische periode nog regelmatig voelen.

Biegel heeft dit verhaal gereconstrueerd aan de hand van het dagboek van haar moeder, wiens wens het was dat het dagboek vernietigd zou worden. Maar haar echtgenoot heeft het gered uit een vuilniszak en het kwam de auteur na het overlijden van haar moeder onder ogen.
Het betreft een  getuigenis van de drie-en-een-half jaar tijdens haar pubertijd die zij - Elleke Rosendaal - met haar moeder - Anneke - in het Tjideng-kamp, een Japans interneringskamp, hebben doorgebracht. Tjindeng, net als Kramat een wijk in Batavia (tegenwoordig Jakarta) die destijds alleen werd bewoond door Indischen, wordt door de Japanners ontruimd. In beginsel worden hele blanda-gezinnen gesommeerd om zich naar het kamp te begeven en worden achter de gesloten poort gezet. De volwassen mannen waren eerder al opgepakt en geplaatst in het manneninterneringskamp in Bandung. De jongere jongens bleven voorlopig bij hun moeders en zusjes. Eufemistisch noemden de Japanners het 'beschermde buurten' die omheind waren met bamboe, het gedek genaamd.

'Het is tijdelijk, zeiden de mensen tegen elkaar. Misschien is het beter zo. Nu zijn we tenminste beschermd tegen al die dieven van tegenwoordig.'

In Tjindeng had Nippon het voor het zeggen en Kapitein Kenichi Sonei zwaaide er het laatste oorlogsjaar de scepter met gewelddadige en sadistische hand.

'Dat ze sterk moesten zijn, zei haar moeder. Dat ze deze moeilijke tijd alleen doorkwamen als iedereen sterk bleef. Later, toen ze in het kamp zaten, zou diezelfde moeder Elleke verwijten dat ze geen traan had gelaten toen haar vader werd opgepakt. Tegen die tijd was moeder allang vergeten dat zij er zelf op had aangedrongen om sterk te zijn. Tegen die tijd was moeder veel vergeten. Niet in de laatste plaats degene die ze was geweest voor ze het kamp inging.'


Het leven in het kamp valt in eerste instantie nog mee en op de woensdagen mogen ze het kamp even verlaten, zodat Elleke naar Kramat kan gaan om haar vriend Jaap op te zoeken. Maar de omstandigheden worden nijpender, grimmiger. Steeds verplicht verhuizen in het kleiner wordende kamp, steeds minder ruimte en privacy, steeds meer bewoners in één ruimte. Onverwachte huiszoekingen maken de bewoners onzeker en angstig. Ongedierte doet massaal zijn intrede en er breken ziektes uit als geelzucht, beriberi, dysenterie en andere tropenziektes, als gevolg van de verzwakte gezondheid, waardoor er vele doden vallen. Mensen zonder eigen geld worden gesommeerd het kamp verlaten. Waarheen weet niemand op dat moment.
De vrouwen moeten fysiek hard werken. Het zelf koken is later niet meer mogelijk en de rantsoenen voedsel die ze krijgen worden steeds kariger. Bij wijze van straf worden sommigen kaalgeschoren, dagen opgesloten in een benauwd hok met golfplaten dak en het dagelijkse appèl onder de brandende zon gaat gepaard met scheldkanonnades en wreedheden van Sonei. Voor Elleke zijn de uren van het appèl bijna niet te doen, omdat ze vanwege haar klompvoeten lange tijd wankelend op haar tenen staat en steun moet zoeken aan de arm van haar moeder.

Heimelijk begint Elleke een dagboek bij te houden, waarin pijnlijk duidelijk wordt wat de impact van zoveel ellende teweeg kan brengen bij een eerder opgewekte, tierige tiener. Dit heeft ze niet vast kunnen houden, waardoor bitterheid en sarcasme hun intrede doen. Anneke begint uit pure frustratie en onmacht haar woede te botvieren op haar dochter en geslagen worden lijkt strijk en zet te worden. Als volwassene in vredestijd draagt Elleke nog altijd het verleden met zich mee.

'Bij iedereen kwamen er karaktertrekken naar boven die voor de oorlog veilig zaten weggeborgen in een of andere uithoek van de geest. Dat was wat de oorlog deed met mensen: het slechtste naar boven halen.'

Claudia Biegel - de dochter van Elleke - heeft het verhaal een tweede laag meegegeven, door in korte fragmenten te beschrijven hoe de kampervaringen van haar moeder, haar eigen jeugd omlijsten. In huis draait alles om het niet boos maken van haar moeder. Out of the blue kan Elleke ontsteken in een niets ontziende woede, waarbij ze haar oorlogservaringen in de strijd werpt. Veel stressmomenten, de oorlog hang immer in de lucht, afgewisseld met euforische momenten, omdat Elleke een vast voornemen had om van elke minuut na de oorlog een feestje te willen maken. Haar dochter, die de oorlog alleen van horen zeggen heeft, raakt erin getraind om haar succesvol te kalmeren. Op deze manier is ook zij een slachtoffer van de oorlogservaringen van haar moeder.

'De posttraumatische oorlogsstress had zich diep genesteld in haar ziel en nam steeds meer bezit van haar persoonlijkheid. [...] Posttraumatische oorlogsstress is hardnekkig en wordt doorgegeven aan kinderen en kleinkinderen. De optimistische kant van het verhaal is dat de intensiteit van de stress met elke volgende generatie afneemt. Langzaam maar zeker verstompen de scherpste kantjes.'

Het valt te bewonderen dat Ellekes echtgenoot tegen de uitdrukkelijke wens van zijn vrouw is in gegaan en het dagboek van de vernietigingsdood heeft gered. Daarnaast tevens dat Biegel de moed heeft gehad om haar moeders ervaringen te reconstrueren en haar eigen verhaal erin heeft verweven. De auteur heeft een mooi verhaal neergezet. De feiten die ze uit het dagboek heeft gehaald uitstekend weergegeven. Die feiten zijn bikkelhard, maar nergens worden de sentimenten overdreven, zodat het resultaat een realistisch beeld geeft van hoe Elleke de oorlog heeft ervaren en hoe ze heeft moeten leven met haar herinneringen.

Auteur aan het woord


Een leven lang schrijven

Zolang als ik me kan herinneren, ben ik al aan het schrijven.

Of het nu is achter de oude typemachine van mijn vader, waar ik niet mocht aankomen, of in schriftjes, bloknoten en papierfrutsels. Als zes jarige schreef ik het korte verhaal De Gierigaard en sindsdien ben ik niet meer gestopt.

Als oudste dochter van Indische ouders, ben ik niet alleen opgevoed met nassi goreng maar vooral ook met verhalen. Mijn vader vertelde iedere avond voor het slapen gaan over reus Kaalkop, draak Peichoen en bediende Falstaf. Bij het ontbijt volgden verhalen over kabouter Puntmuts en zijn stoute vriendje Sjabesje. Door alle spanning en humor heen, klonk altijd ook de stem van heimwee naar het geboorteland en van pijn over de uitgewiste jeugd. Gevoelens die, ongewild, werden doorgegeven aan de volgende generatie en misschien wel de bron vormen van mijn schrijverschap.

Op de lagere school begon ik met schrijven van korte verhalen en las die vervolgens voor aan mijn zusje en kinderen in de buurt. Vanaf die tijd loopt schrijven als een rode draad door mijn leven. Een continu leerproces want schrijven leer je door te schrijven en het kan altijd beter. Na een aantal cursussen aan de Schrijversvakschool om het roman genre beter in de vingers te krijgen, begon ik aan de roman Foute Sarah’s. Dit boek is in 2011 verschenen bij uitgeverij Mistral. Kort daarop is Foute Sarah’s omgewerkt tot muzikaal theaterstuk en opgevoerd in theaters verspreid door Nederland. Begin 2015 verscheen mijn tweede roman, Rusteloze Benen, bij uitgever Aerialmedia. In oktober 2015 is de verhalenbundel Verbrande levens, verschenen bij uitgeverij LetterRijn. In juni 2019 verscheen bij LM Publishers Bijna Vernietigd – drie generaties jappenkamp.

Naast mijn schrijfwerkzaamheden werk ik in het hbo onderwijs als communicatie adviseur. Tot slot, last but zeker niet least, heb ik twee kanjers van kinderen die op eigen benen het leven trotseren en een partner met wie ik al vele jaren samenwoon in de meest inspirerende stad van Nederland: Amsterdam.

Titel: Bijna vernietigd. Drie generaties jappenkamp
Auteur: Claudia Biegel
Pagina's: 192
ISBN: 9789460225109
LM Publishers
Verschenen: juni 2019

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat gerust een reactie achter.
Dat wordt zeer op prijs gesteld en we willen graag weten wat je ervan vindt.