Recensie Roosje
Uitgeverij Querido/Singel Uitgeverijen
Jarenlang lagen die woorden onbruikbaar
ergens achter in mijn gedachten en nu
willen ze hier rondhangen onder de brandende zon. [...].
mijn geboorteland is het nu winter.’ (2015: 7)
Odiles moeder is een ongehuwde moeder en vindt dat ze in een verkeerde tijd geboren is. Ze is zeer eigenzinnig, verliefd op een man die de hare nooit zal kunnen zijn, intelligent en bezit een groot aanpassingsvermogen. Die man en die moeder zorgen ervoor dat Odile haar grootouders niet kent. Die hebben hun zwangere dochter de straat op gestuurd.
De moeder leert
Odile lezen uit een boek met de ronkende titel: Mengelwerk voor Beschaafde Kringen. Die titel doet vermoeden dat
dit verhaal zich niet afspeelt anno nu - 2018 -. Of het is een heel oud boek,
dat kan ook.
We weten het niet, maar vermoedelijk kort na 1836, maar helemaal zeker is dat
niet. Van Leeuwen noemt geen jaartallen en geen geografische plaatsen:
‘Er werd ook in aangekondigd (in het Mengelwerk, rdv) dat het Duizendjarige Rijk in 1836 zou aanbreken, omdat de eerste en
de laatste twee cijfers van dat jaartal ieder samen negen waren en die twee
negens samen achttien en die één en die acht alweer samen negen, en achttien
keer negen was honderdtweeënzestig, dus een één en een zes en een twee, wat bij
elkaar opgeteld ook negen was en daarom zou het Duizendjarige Rijk in 1836
aanbreken.
Dat jaar is voorbijgegaan en het Duizendjarige Rijk
is niet gekomen.‘
(ibid.: 15)
Odiles moeder
is Odile zeer toegewijd en voedt haar dochter op in de hoop dat zij haar zal
volgen in haar onafhankelijkheid. Een onfortuinlijk incident zorgt ervoor dat
moeder in het krankzinnigengesticht terecht komt en Odile moet maar zien hoe
zij zich redt zonder geld.
Odile ontmoet
Koben op een kermis en zij gaan samenwonen op zijn boerderij; zijn ouders zijn
gestorven maar daar geeft hij niets om - dat zou een teken moeten zijn voor
Odile. Zij is zo in beslag genomen door haar sores en zo onbekend met mannen
dat ze dat niet opmerkt.
Haar moeder
komt vrij - want een gevangenis was het, het krankzinnigengesticht -. Odile is
zeer tegen de zin van Koben een plattelandsschooltje begonnen met een enkele
leerling. De aardappeloogst is mislukt. De pacht van de boerderij gaat over in
andere handen. De moeder krijgt van de godsdienstige of bijgelovige Koben de
schuld, want zij is een waanzinnige vrouw en daarom gevaarlijk. Een brochure
van de Maatschappij voor Overzeese
Volksplanting komt hun onder ogen. Koben ziet het aanvankelijk niet zo
zitten, maar eenmaal in de Nieuwe Wereld -
hun plek gaat Nieuwspruit heten - grijpt hij zijn kans om zo’n beetje de baas te gaan spelen
in het groepje gedwongen plantagewerkers, geholpen door zijn interpretatie van
de godsdienst.
Het vergaat de
meesten niet best, na een heftige zeereis en in een land waarvan zij de taal
niet spreken en de cultuur niet kennen, noch de gewassen die zij moeten telen in
de grond die zij evenmin kennen. De
Maatschappij speelt geen prettige rol. Straatarm, uitgebuit en doodziek zijn
ze. Alleen de moeder weet door haar positie als buitenstaander, door haar
kennis van de vreemde taal die ze onderweg is gaan leren, en door haar
aanpassingsvermogen, een beter leven op te bouwen. Het belangrijkste vergeet ik:
Koben behandelt Odile vanaf het begin slecht, zij is te onafhankelijk al is ze
hem trouw en blijft zij bij hem. Zwanger worden gaat ook niet zo makkelijk en one way or the other Odile is steeds het
symbool voor Kobens eigen falen. Ze krijgen een dochter en later een zoon, sort of.
‘Weet je het weer beter? Denk je dat je geen
vergissing kunt maken? Of heb je ze beïnvloed? Ik zag dat je met hen praatte,
je had niet met hen mogen praten!
Dat deed ik ook niet, weersprak ik hem, ik zei
alleen maar tegen hen dat ik niets mocht zeggen.
Koben speelde met de pen die ik naast de inktpot
had gelegd.
Maakt hem niet kapot, zei ik.’ (ibid.: 171)
Koben had
eerder Odiles pen kapot gemaakt en haar inktpot leeggegooid. Hij kan niet
schrijven en niet lezen - veel kolonisten kunnen niet lezen en schrijven wat
een beetje vreemd is voor kolonisten uit vermoedelijk Nederland, want het
alfabetiseringscijfer in Nederland is vanaf de 17e eeuw altijd zeer hoog
geweest -. Dichterlijke vrijheid van Van Leeuwen.
Ik merk dat het
moeilijk is de sfeer van het verhaal over te brengen. Omdat Van Leeuwen het
verhaal vertelt in een soort vacuüm - ze noemt vrijwel geen jaartallen (behalve
hierboven 1836) en geen plaatsnamen behalve het Nieuwspruit, dat voor de
inheemsen niet is uit te spreken. Van Leeuwen gebruikt daarvoor een sobere stijl
en weinig literaire poespas. Enerzijds wordt daardoor het vertelde een beetje
dromerig en sprookjesachtig - weliswaar een naargeestig sprookje; anderzijds
krijgen het verhaal en de verhoudingen tussen de mensen een geweldige urgentie
- hmm, beetje een hyperig begrip, geloof ik.
Vervreemding
aan de ene kant, ook omdat de kolonisten geen benul hebben van het land waar ze
zijn, behalve de moeder van Odile en Odile zelf een beetje, en aan de andere
kant een verdichting, een samenballing, een tot een essentie wordend bestaan
van de kolonisten.
Ook proef ik
door haar bedrieglijk eenvoudige stijl heen subtiele kritiek over verschillende
thema’s, bijvoorbeeld feminisme, uitbuiting van mensen in de Nieuwe Wereld en
in de Oude, het teruggrijpen op oud geloof, bijgeloof zelfs, waar je je
verstand zou moeten gebruiken. Het tegen wil en dank blijven vasthouden aan
oude waarden en normen uit een gevoel van minderwaardigheid. De grootste held
is Odiles moeder, zonder twijfel.
Humor is er
eveneens, heel subtiel weer: kijk maar eens naar het Mengelwerk, het boek waaruit Odile heeft leren lezen en de de naam
van de Maatschappij. De naam van de
nederzetting: Nieuwspruit, een naam
die geen enkele autochtoon kan
uitspreken.
Daardoor vind
ik dit een heel bijzonder boek. Je moet er als lezer een beetje gevoel voor
krijgen. Ik kan
me voorstellen dat sommigen het gewoon een saai verhaal zullen vinden en
misschien al snel zullen uitroepen: Waarom gaat die vrouw niet gewoon weg bij
die nare vent?
Over de auteur
Johanna Rutgera
(Joke) van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952) is een Nederlands auteur voor
kinderen en volwassenen, dichter, illustrator en cabaretière. Ze woont sinds 2002 in Antwerpen.
Als schrijver
en illustrator van (kinder)boeken is ze veelvuldig bekroond. Zo werd Een huis met zeven kamers in 1980
bekroond met een Gouden Penseel en een Zilveren Griffel en Deesje in 1988 met een Gouden Griffel en een Zilveren Penseel. Van
Leeuwen leverde het Kinderboekenweekgeschenk in 1988 (Duizend dingen achter deuren) en in 1993 (Het weer en de tijd).
Haar hele
oeuvre werd in 2000 bekroond met de Theo Thijssenprijs, in 2010 met de Gouden
Ganzenveer en in 2012 met de Constantijn Huygens-prijs. Voor volwassenen
schreef ze onder meer Feest van het begin
(AKO Literatuurprijs) en De onervarenen
(shortlist Libris Literatuur Prijs). Ze publiceert ook dichtbundels zoals Het moet nog ergens liggen en werd in
2007 gelauwerd met de Herman de
Coninckprijs voor haar gedicht Andermans Hond.
Titel: De onervarenen
Auteur: Joke van
Leeuwen
Uitgever:
Querido
Eerste druk
2015
Nederlandstalig
240 pagina's
ISBN: 9789021400259
Categorie: Literaire
roman
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat gerust een reactie achter.
Dat wordt zeer op prijs gesteld en we willen graag weten wat je ervan vindt.