zondag 12 april 2020

J. Slauerhoff - Schuim en as

Recensie door Cies
Uitgever: Nijgh & van Ditmar



Negentig jaar later, nog steeds onrustig

In mei 1930 werd de verhalenbundel Schuim en as gepubliceerd in een oplage van 1560 exemplaren. Eerder dat jaar was al de kleinere bundel Het Lente-Eiland in een oplage van 150 exemplaren gepubliceerd. Deze bundel is na uitbreiding en in een hogere oplage in 1933 heruitgebracht. Schuim en as was hierdoor voor de meeste recensenten de eerste kennismaking met het proza van Slauerhoff (1898-1936)

Het beviel de (meeste) recensenten wat ze lazen. Jan Engelman kwalificeert Schuim en as als ‘een breuk met hetgeen wat er tot dan door Nederlandse schrijvers is geproduceerd aan provincialistische theelicht mysteries’. Anthonie Donker gaat nog een stap verder door de stellen dat ‘het nieuwe proza in onze literatuur zet in met de verhalen van Slauerhoff’. Het is de combinatie van een onbehouwen en slordig maar door en door persoonlijk en suggestief proza dat recensenten aanspreekt in Schuim en as. Slauerhoff is een meester in het hanteren van het 'show don’t tell' principe. Zijn keuze in wat hij aan de lezer toont en hoe hij dit dan beschrijft is wat Slauerhoff onderscheidt van zijn voorgangers en tijdgenoten. Het afwegen van wat wel en wat niet te vertellen en hoe dit dan te doen is de ‘aardse’ dichter Slauerhoff toevertrouwd. 
De vermeende slordigheid is bij Slauerhoff een keuze en geen gebrek aan schrijverstalent. In het eerste verhaal uit de bundel De Erfgenaam zijn slechts her en der flarden te vinden van die slordigheid en suggestieve stijl. Het verhaal is ook eerder geschreven (1923/24) dan de andere vier verhalen. Die zijn allemaal geschreven in 1928 en 1929. Ook Slauerhoff had enige tijd nodig om zijn eigen stijl, zijn eigen geluid te vinden. Wat wel al in De Erfgenaam aanwezig is, is een vaak terugkerend thema in Slauerhoffs werk: een onrustige zoeker, ontevreden met zijn huidige leven, die onvervaard op zoek gaat naar innerlijke rust en tevredenheid zonder het volste zelfvertrouwen te hebben deze innerlijke rust ooit te vinden.
In Het einde van het lied, het tweede verhaal in Schuim en as is de niet nader genoemde hoofdpersoon een afgezwaaide hogere officier uit het Russische oorlog. In de Russische Japanse Oorlog (1905-05) heeft hij zowel fysiek als mentaal klappen opgelopen. Van zijn kapotgeschoten been herstelt hij, van wat wij tegenwoordig PTSS noemen herstelt hij niet. Wanneer hij na allerlei omzwervingen aan de boorden van het meer van Locarno een jong Zweeds meisje leert kennen en de kans op een idylle aanwezig is, een mogelijkheid om eindelijk innerlijke rust en een vredig oude dag te bereiken, twijfelt ‘onze’ ex-officier.

Ik dronk meer dan gewoonlijk minder dan ik wilde, dacht toch aan morgen, verlangde en ergerde mij om dit verlangen, maar eigenlijk misschien omdat ik niet heviger verlangde en mij geen omhelzingen voorstelde, geen plannen had.

Van twijfel lijkt op het eerste gezicht geen sprake te zijn in, het derde verhaal, De Laatste Reis Van De Nyborg. De 'ruwe bolster, blanke pit’ kapitein Fröbom begint aan zijn 14e reis met de Nyborg. Net als de vorige keren een trip van San Francisco naar Foochow (het huidige Fouchou in China) op de Nyborg die beladen is met de lijken van overleden Chinezen die ‘thuis’ begraven moeten worden. Toch slaat ook hier de twijfel toe wanneer er benedendeks tussen de lijkkisten onverklaarbare dingen gebeuren. Twijfel die bijdraagt aan het nemen van verkeerde beslissingen, die tot nog meer twijfel leiden. Van de in het begin nog zo standvastige Fröborn is op het einde nog maar een zielig hoopje mens over.
Het hoogtepunt van Schuim en as en misschien wel van al Slauerhoff zijn verhalen is Larrios. Het is het verhaal van de onbereikbare vrouw, de onmogelijke liefde voor de man die op enig moment constateert dat hij haar nooit zou vinden door te zoeken en tóch blijft hij zoeken en haar achterna reizen. Het is een door en door romantische zoektocht van een afgestompte cynicus. Op het moment dat hij dan eindelijk per toeval en in alle rust Larrios ontmoet lijkt zij verder weg dan ooit. Schrijnend.
In het afsluitende Such Is Life In China komt een allegaartje aan avonturiers, nachtvlinders, missionarissen, zeelui en louche zakenlui tijdens een weekend in de Chinese havenstad Amoy (het huidige Xiamen) bijeen in wisselende samenstelling. Nader tot elkaar komen doen ze echter niet omdat het stuk voor stuk bannelingen zijn, die hun tijd verdoen wachtend totdat ze naar een volgende plaats kunnen of moeten gaan beseffend dat het op die volgende plek wel ander is, maar zo goed als zeker niet beter is. Ze proberen, zonder er echt in te slagen, het beste van de huidige situatie te maken.
Slauerhoff slaagde niet, ondanks de positieve kritieken van recensenten, in het bereiken van een groot lezerspubliek met Schuim en as. Bij zijn overlijden in 1936, zes jaar na publicatie van Schuim en as was de eerste druk nog niet uitverkocht. Laat dit geen reden zijn om (bijna) negentig jaar later Schuim en as links te laten liggen. Laat je door Slauerhoff meevoeren over de wereldzeeën, de hoog- en laagvlaktes van het vasteland op zoek naar de eigen innerlijke (on)rust.
Titel: Schuim en as
Auteur: J. Slauerhoff
ISBN: 9789038895000
Uitgever: Nijgh & van Ditmar
Genre: fictie
Pag.: 144
Verschenen: deze editie 2012

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat gerust een reactie achter.
Dat wordt zeer op prijs gesteld en we willen graag weten wat je ervan vindt.