vrijdag 30 november 2018

Leni Zumas - Rode klok


Recensie door Roosje
Uitgeverij Atlas Contact



De levens van vrouwen

Geen spoilers!

Vier vrouwenlevens volgen wij, of eigenlijk zijn het er vijf. De vier leven in een plaatsje aan de westkust, aan zee, in Oregon - het fictieve Newville, een paar honderd kilometer van de hoofdstad Salem, dat niet verward moet worden - maar ergens toch ook weer wel - met Salem, Massachusetts, waar in 1692 gruwelijke heksenprocessen plaatsvonden, die we nog in zo’n beetje de helft van de horror- en heksenfilms genoemd zien worden. Dit is het Salem in Oregon.

Het is ergens in de 21e eeuw, hoewel in het huis van de Echtgenote nog een pick up gebruikt wordt om muziek te luisteren en de Biografe nog een telefoon heeft die niet met internet verbonden is en de Genezeres haar energie uit batterijen haalt. De vrouwen leven zichtbaar hun vrouwenleven, dat heel anders is dan het leven van de mannen. Meteen vermoeden we Margaret Atwood om de hoek te zien aankomen met haar The Handmaid’s Tale. De andere twee vrouwen zijn de Dochter en de Genezeres.

Het is opvallend dat we in de eerste helft van het boek - zo ongeveer dan - de vrouwen alleen aangeduid zien met hun functie, niet met hun eigennaam. In het begin weten we nog niet veel van hen en blijft veel verhuld en/of in de lucht hangen. Maar Zumas schrijft heel lucide. Opmerkzame lezers kunnen zelf het plaatje gaan inkleuren. Geloof me, dat ga je vanzelf doen en het klopt.
Daarom kan ik van het verhaal eigenlijk weinig vertellen; dit moet je zelf gewoon doen. Het belangrijkste personage is de Biografe, die een biografie schrijft over de negentiende-eeuwe Faröerse vrouw en ijswetenschapper Eivør Mínervudottír, die niet de weg van vrouwen volgde en die haar wetenschappelijk werk niet onder haar eigennaam gepubliceerd kreeg. Ze stierf op het ijs en kreeg een zeemansgraf:

‘Ze liet geen geld of bezittingen of een boek of een kind na, maar haar lijk heeft dieren in leven gehouden, die op hun beurt weer andere dieren in leven hebben gehouden.’ 
(2018: 408).

Het is het leven van gewone vrouwen. Zij leven onder de dreiging van de nieuwe paternalisering van mannen, in het bijzonder de nieuwe wetgeving die van kracht gaat worden, die abortus en ivf verbiedt. Side effect is dat kinderen twee ouders horen te hebben, dus dat ongetrouwde vrouwen, Bom-moeders (eigenlijk met een ‘m’, b(ewust)o(ngehuwde)-moeder) geen kind meer mogen hebben. Het is allemaal niet zo verschrikkelijk als in Atwoods dystopische roman, maar de dreiging is overal tastbaar.

Er is grote aandacht voor wat vrouwen bezighoudt met veel nadruk op het lichamelijke: gewenste en ongewenste zwangerschap; menstruatie; een tikkende biologische klok (ziedaar de titel, klok wordt ook gebruikt voor baarmoeder); ivf; het moederschap, hoezeer gewenst, is zwaar; het lichaam dat veranderd door hormonen en zwangerschap; schaamlipcorrecties; schaamhaar;  huwelijk; single blijven, gewenst en ongewenst; overspel; ovulatie; gynecologen; abortussen, legaal en illegaal; gezondheid; huishouden; gezond eten en snoepzucht; seks; lesbianisme; adoptie. Het boek brengt je bijna terug naar de jaren 70 met allerlei actiegroepen en nadrukkelijke eis voor vrouwenrechten en emancipatie. Misschien dat dat mensen afschrikt.

Zumas schrijft heel helder en heel zorgvuldig. Langzaam borduurt zij het plaatje helemaal vol. Misschien zijn er mensen die die stijl een beetje saai zullen vinden. Dat is het niet. Levens van vrouwen zijn nooit saai, ook niet de levens van vrouwen in het verleden. Dat vrouwen nog steeds geen gelijke rechten hebben, niet in het Westen en ook niet in ontwikkelingslanden - ik zocht even naar de politiek-correcte term, maar ontwikkelingsland mag, als ik het goed begrijp -.
Niet schuilt het ‘kwaad’ van Zumas’ boek in de fictieve dystopie als bij Atwood, maar feitelijk in de gewone wereld van nu. De Amerikanen in Zumas boek hebben de pech dat zij een president kregen, die niet iedereen wilde, de Biografe zegt: een president waarop ik niet gestemd heb. Dat is natuurlijk een steek onder water.

De natuur, de zee, het land, de aarde, dieren, bescherming van dieren spelen een zeer grote rol. De Genezeres staat daar symbool voor.

Het is lastig veel van het verhaal prijs te geven, dus dat doe ik niet.  De roman is uitermate goed geschreven en boeit tot op de laatste van dit lijvige werk. Het is een echt vrouwenboek, dus ik weet eigenlijk niet wat mannen ervan zullen vinden. Daar ben ik wel heel benieuwd naar. Als je er zin in hebt, laat me dat dan weten.

Auteur

Leni Zumas is een Amerikaanse schrijver en woont in Portland, Oregon . Zij is de auteur van twee romans ( Red Clocks and The Listeners ) en een verhalenverzameling (Farewell Navigator). Haar korte fictie en essays zijn verschenen in Granta , The Cut, The Sunday Times Style (VK), Tin House, Lenny Letter, The Collagist , Quarterly West en elders. Ze geeft leiding aan de MFA- en BFA- programma's aan de Portland State University .

Zumas groeide op in Washington, DC, waar ze de Sidwell Friends School volgde. Ze studeerde af aan de Brown University en het Amherst MFA-programma van de Universiteit van Massachusetts. Voor Portland State doceerde ze aan Columbia University , Hunter College , Eugene Lang College, het Great Smokies Writing Program aan de UNC Asheville en het Juniper Summer Writing Institute.

Het eerste boek van Zumas, Farewell Navigator: Stories, werd in 2008 door Open City uitgegeven. Miranda juli zei over de verzameling: "Als de duisternis ooit je vriend is geweest, is jouw verhaal hier." "Het is een zeldzame schrijver die ons dichter bij mensen kan brengen die we misschien de straat oversteken om te vermijden", schreef een recensent in LA Weekly. Zumas was geprofileerd in de Debut Fiction-uitgave van het tijdschrift Poets & Writers en stond in de documentaire 60 Writers / 60 Places (2010) van Michael Kimball en Luca Dipierro.

Auteur: Leni Zumas
Titel: Rode klok - Red Clocks
Vertaling: Linda Broeder
Pagina's: 416
ISBN: 9789025453282
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: november 2018


donderdag 29 november 2018

Philip Roth-Het contraleven

Recensie door Roosje 
Uitgeverij De Bezige Bij 






Twee broers of over het schrijven van romans

 


Spoilers!!!! Onderstaande analyse niet lezen, voor je het boek zelf gelezen hebt, tenzij het je niet kan schelen.

Wat een intrigerend boek, wat een boek vol kuilen, struikelingen en dubbele en driedubbele bodems, wat een verbaal kanon - ja, dat is Philip Roth meer dan toevertrouwd -, wat een taaltiran, wat een zinnen-mitrailleur, wat een charmeur, wat een woordentovenaar!

Vijf hoofdstukken kent deze roman uit 1986:
  1. Basel, over broer Henry, die overlijdt na een hartoperatie.
  2. Judea over broer Henry, die, safe and sound, naar een dorp op de West-Bank,, Agor genaamd, Judea, Israël is verhuisd.
  3. In de lucht, Nathan verhindert - sort of - een vliegtuigkaping.
  4. Gloucestershire, het pastorale landleven in Engeland, dat wil zeggen in het vooruitzicht, over de dood van Nathan, na een fatale hartoperatie. M.i. het kernhoofdstuk.
  5. Onder christenen, het prille huwelijksgeluk - NOT! - van Nathan en Maria in Engeland.

Wat een raar boek, wat zijn die hoofdstukken op een vreemde wijze met elkaar verbonden! In het eerste hoofdstuk gaat Henry dood en in het volgende is hij springlevend. In hoofdstuk 4 gaat Nathan dood en lijkt dat op een omgekeerd hoofdstuk 1: Nathan lijkt Henry te zijn geworden. Vier hoofdstukken zijn plaatsbepalingen, een hoofdstuk gaat niet eens over Gloucestershire, tenzij je dat opvat als de green pastures van na je dood - dat zou best kunnen -. Het laatste hoofdstuk is geen plaatsbepaling maar speelt zich af in de groene heuvels en mistige dagen van het Engelse platteland, dus Gloucestershire.
Het laatste hoofdstuk: het prille huwelijksgeluk van Nathan en Maria wordt in de kiem gesmoord, letterlijk en figuurlijk; nog voor hun kind geboren is, is het alweer over. Zij zijn er snel achter dat ze te verschillend zijn.

Het duurde even voor ik doorhad waar deze roman eigenlijk over gaat. Terzijde: in verhouding tot Lolita vind ik deze roman nog tamelijk inzichtelijk; ligt vast aan mij ;-). Dit boek gaat over de roman, over het schrijven van een roman, over de poëtica van Philip Roth. Zo is het begrijpelijk dat Roth gebruik maakt van zijn alter ego Nathan Zuckerman. Over Nathan Z heeft Roth een aantal romans geschreven en zelfs in zijn autobiografie De feiten. De autobiografie van een schrijver (1988) speelt Nathan Z een hoofdrol.
Waarom maakt een auteur gebruik van een alter ego? Iedereen weet dat je alter ego jou vertegenwoordigt. Nathan Z is Philip Roth. Deze roman maakt de noodzaak van het gebruik van een alter ego duidelijk. Nathan Z is nodig om het onderzoek naar het schrijven van romans door Philip Roth mogelijk te maken. Nathan Z is Philip Roth maar eigenlijk nog veel meer; hij is ook de Philip Roth die in andere situaties anders zou kunnen reageren. Nathan Z is ruimer dan Philip Roth, maar valt toch ook met hem samen.

Via Nathan Z, en in deze roman ook zijn broer Henry, kan Roth helemaal los gaan met ‘what if’-situaties. Denk eens aan Roths roman Het complot tegen Amerika: een ‘what if’-verhaal par excellence.
Om zich nog vrijer te kunnen bewegen schrijft Nathan Z een roman die op autobiografische data is gestoeld: Carnovsky (lees: een Zuckerman-roman). Hoe verhouden feiten, autobiografische feiten, zich tot fictie? Maakt de fictie de feiten eigenlijk niet zelfs beter? Kunnen bepaalde situaties, bepaalde kwesties niet beter onderzocht worden door ze fictioneel te maken? Denk aan: wat betekent het om jood te zijn? Om een jood te zijn in de diaspora? Om een jood te zijn in Amerika, de plek waar je geboren bent, maar je grootouders niet, waar de Holocaust niet heeft plaats gehad? Om een jood te zijn in Zwitserland, in Engeland, in Europa dus, waar de Holocaust nog steeds voelbaar is maar een soort van ondergeschoffeld wordt (diep trauma). Om een jood te zijn in het Eigen Land (hoofdletters van mij, rdv), Israël? Om een jood te zijn op de West-Bank, een orthodoxe jood, een geseculariseerde jood in Jerusalem?

Dus: hoe ziet de roman eruit als ik, Nathan Zuckerman, Nathan - mijzelf - en Henry dood laat gaan? Hoe ziet die roman eruit als ik zelf doodga en ik de roman schrijf vanuit het standpunt van Henry? Hoe ziet de roman eruit als ik mijn eigen ‘Beobachters’ standpunt laat varen en me stort in een verliefdheid met een niet-joodse vrouw, een goj, een sjikse? Maria heet niet toevalligerwijze ‘Maria’, naar de moeder van de Messias; ze is christelijk in al haar poriën. (Voor de volledigheid: de Messias is voor de joden nog niet gekomen; joden wachten nog op Zijn komst; Jezus is de Messias van de christenen, niet van de joden).

Dan is er het andere punt wat hier nauw mee samenhangt: Philip Roths poëtica. Hoe schrijft Philip Roth? Hij schrijft in ieder geval met een hoop dubbele bodems. Hij schrijft en hij reflecteert op dat schrijven van hem, hij onderzoekt met zijn schrijven; soms bijna in een zin. Hij schept verwarring - zo zijn er twee Maria’s, Henry’s Maria in 1. Basel, een seksueel vrijgevochten vrouw met wie hij niet durft weg te lopen van zijn gezin. En de Maria van Nathan, een preutse, ingetogen Engelse vrouw van betere komaf met een hoop issues. In het begin van hoofdstuk 4 staan een paar ideeën over fictie die Nathan te berde brengt: 1. er is fictie die met veel kabaal in de lucht geschoten wordt; 2. er is fictie die niet aanslaat, explosieven die niet willen ontbranden; 3. er is fictie die gericht is op het binnenste van de schedel van de schrijver zelf. (min of meer letterlijke citaten, ca. p. 223, 1997, mijn versie).

Ook met deze hele roman schept Roth verwarring, waaruit hij poogt het beste te halen voor een roman maar ook het verloop beschrijft van het schrijven van een roman. Het vervolg op zijn roman Carnovsky. De tweede versie van Carnovsky deel 2 (hier ook verdubbeling!) wordt door Henry en door Maria - Nathans Maria - na Nathans dood gevonden op zijn bureau. Henry heeft zo zijn redenen om de bladzijden waarin hij voorkomt en waar zijn buitenechtelijke relaties worden beschreven, te willen vernietigen. Zijn vrouw weet het niet en hij wil zijn huwelijk niet op het spel zetten. Maria is bang dat haar ex naar wie zij terug wil - als ik het goed heb onthouden - haar aandeel ziet in het leven met Nathan. Maria laat toch alles liggen en denkt dat zij ermee weg komt door te stellen dat dit een roman is en alles fictie. Later denkt Henry ook in die richting: het is een roman, het is fictie. Maar het knelt, die relatie fictie - werkelijkheid, het schuurt.

Overigens ben ik zelf dol op een roman die het schrijven van fictie, van een verhaal, van een roman, van de roman in kwestie - en je dus als lezer zogenaamd meeleest met het schrijfproces - tot thema heeft. Gek genoeg zijn die er niet heel veel. Ik denk hier aan Leon de Winter, Hoffman’s honger (dacht ik, ik doe het uit mijn blote hoofd). In poëzie is het gebruikelijker te dichten over het dichten. Het meta-niveau.

Ik meen dat dit boek, Het contraleven, voornamelijk gaat over het schrijven van romans door Philip Roth. Zijn onderzoek hiernaar: hoe zit het misschien, hoe zou het kunnen zijn, hoe experimenteer ik, bijvoorbeeld met behulp van ‘what-if-verhalen’.


Kaïn heeft Abel gedood, een gravure van Gustave Doré
Maar er zijn andere thema’s die steeds terugkomen; in willekeurige volgorde:

--angst voor impotentie; letterlijk en figuurlijk! Dat is een terugkerend thema bij mannelijke auteurs, zie bijv. T.S Eliot, The Waste Land; Nabokov, Lolita. Volgens mij een veelvoorkomend thema in Amerikaanse literatuur. Meer dan in Nederlandse literatuur?

--de verhouding van joodse Amerikanen tot Israël; zie ook Nicole Krauss, Donker Woud.

--wat betekent het om jood te zijn als je niet gelovig bent en niet in Israël woont? Roth is vele malen beticht van ‘joodse zelfhaat’.

--relatie tot vrouwen, echtgenotes en minnaressen. Roth zelf is ook een paar keer getrouwd geweest; een ‘vrouwenman’.

--wat betekent het om broers te zijn? Overeenkomsten, verschillen? Een soort van Kaïn en Abel? Broedermoord, letterlijk en figuurlijk.

--leven en dood - zijn ernstige zaken (stukje uit een boeddhistische soetra...)

--‘what-if-situaties’

--persoonsverwisseling: Henry wordt Nathan en vice versa; twee Maria’s; Zuckerman en Roth.

--dubbele bodems; driedubbele bodems.

De lijst is niet volledig.

Nog een paar woorden over Roths stijl. Philip Roth is een zeer hartstochtelijk auteur. Hij schrijft met de pen als was het een geweer. Hij vuurt de woorden, de zinnen, de verhalen, de kwesties met volle sterkte op je af. Dat is heftig. Hij is niet de auteur van het zuinige woord. Maar altijd is hij über-intelligent, hij onderzoekt hoe de dingen voor hem zijn en hoe alles verandert. Talloos zijn de allusies, er is sprake van veel intertekstualiteit, - zeer leerzaam -. Hij beziet de zaken vanuit zo’n beetje alle perspectieven die er bestaan. Daar moet je wel een beetje tegen kunnen. Ook het gebruik van al die dubbele bodems en het niet afhoudende van zijn prachtige zinnen, daar moet je in groeien, denk ik. Het contraleven is, evenmin als Operatie Shylock, een roman waar je mee moet beginnen, denk ik. Ook de ‘joodse kwestie’ is een onderwerp dat niet iedereen aanspreekt. Niet makkelijk, maar heel erg rijk. 
I love him ;-)





Over de auteur:

Philip Milton Roth (Newark, New Jersey, 19 maart 1933 – New York, 22 mei 2018) was een Amerikaanse literaire schrijver. Hij werd geboren als kind van tweede generatie Joods-Amerikaanse ouders.

Roth behaalde in 1955 zijn master in Engelse literatuur, waarna hij zijn dienstplicht vervulde. Hij doceerde literatuurwetenschappen aan diverse Amerikaanse universiteiten, het laatst aan de University of Pennsylvania. Vanaf 1992 legde hij zich geheel toe op het schrijven.

Op 22 februari 1959 trouwde Roth met Margaret Martinson, van wie hij zich in 1964 liet scheiden van tafel en bed. Margaret overleed in 1968 na een auto-ongeluk. In 1990 trouwde Roth met de actrice Claire Bloom; in 1994 gingen ze uit elkaar. Bij de verschijning van zijn roman I Married a Communist (1998) werd Roth door verschillende journalisten bekritiseerd omdat hij zijn breuk met Bloom zou hebben verwerkt in het mislukte huwelijk van zijn personages Ira Ringold en Eve Frame.

In november 2012 maakte Roth bekend te stoppen met schrijven. Hij stierf in mei 2018 op 85-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Manhattan aan een hartstilstand.

Philip Roth schreef veelal over de Joodse identiteit en de politieke cultuur in de Verenigde Staten. Hij werd met name beroemd door de seksueel revolutionaire roman Portnoy's Complaint (1969). The Breast, The Professor of Desire en The Dying Animal vormen de Kepesh-trilogie, en handelen over het leven van de seksueel vrijgevochten professor David Kepesh. Roths meest geroemde boeken zijn American Pastoral (1997), I Married a Communist (1998) en The Human Stain (2000), die samen de American Trilogy genoemd worden omdat ze een soort biografie van het naoorlogse Amerika vormen: het eerste boek handelt over de Vietnamoorlog en de protestgeneratie, het tweede over het tijdperk-McCarthy en het derde speelt tegen de achtergrond van het Lewinsky-schandaal. Alle drie de boeken worden 'verteld' door Roths literair alter ego, Nathan Zuckerman.

In 2004 verscheen The Plot Against America, dat gezien wordt als een ander hoogtepunt in Roths oeuvre. Dit boek gaat over een what-if-geschiedenis, die zich afspeelt in de VS tijdens de jaren dertig en veertig, wanneer de verkiezingen niet door de zittende president Franklin D. Roosevelt worden gewonnen, maar door vliegpionier Charles Lindbergh, van wie bekend is dat hij benaderd is voor het presidentschap en wiens nazi-sympathieën en isolationisme gedocumenteerd zijn. Onder 'president Lindbergh' worden er allerlei antisemitische wetten doorgevoerd in de VS, waartegen de joodse familie waar de roman om draait, zich moet verweren.

Sindsdien schreef Roth verschillende kortere romans, die vaak handelen over de fysieke en mentale aftakeling van een mens. Meest geroemd is Everyman (2006), een korte maar aangrijpende roman over verlies en sterfelijkheid. De titel is een verwijzing naar het gelijknamige middeleeuwse toneelstuk (zie Elckerlijc), waarin 'de mens', als hij gaat sterven, verantwoording moet afleggen over zijn aardse gedragingen.



Bibliografie (alleen antiquarisch):

Titel: Het Contraleven
Auteur: Philip Roth
Vertaler: Rob van der Veer
Uitgever: De Bezige Bij
Verschijningsdatum: oktober 2008
Druk: 4e druk
Aantal pagina's: 429 pagina's
ISBN: 9789023421740
Categorie: Literaire romans





zondag 25 november 2018

Noud Bles – De Poolse weg

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Aspekt





Metamorphosen in een modern jasje



Met een veelbelovende, mysterieuze cover ligt hier de herziene editie van De Poolse weg. Een goede zaak om dit boek nog eens onder de aandacht te brengen. De inhoud van deze roman leest nog net zo fris als in de tijd van de eerste verschijning in 1990. Het – op het eerste oog – toegankelijke boek zit bomvol allusies, werpt de huidige mens terug op de essentie en voert hem naar oudtestamentische tijden. Het hoofdpersonage geeft zich letterlijk bloot in al zijn kwetsbaarheid en laat zich kennen zonder de negatieve connotatie die gekoppeld is aan deze uitdrukking. De Poolse weg is een reis naar het verleden waarbij de thematiek samen te vatten is in het verlangen naar liefde en de zoektocht naar de oorsprong. 

Het beroep van Zeger Faber is huisarts. We maken kennis met hem wanneer hij als een ietwat morsig figuur in zijn prachtige huis met tuin – daarover later meer – voorbereidingen treft voor zijn reis naar Polen. Let wel, Polen lag destijds nog achter het IJzeren Gordijn en de benaming ‘uitdaging’ om er veilig aan te komen met je lading is een understatement. Zeger is van slag, want zijn vrouw Evelien is zomaar vertrokken en ook Eefke, hun dochter, is het huis uit. Wat rest is een leeg huis, de praktijk en een tuin die ontworpen is door Evelien en die wat Zeger betreft volledig op de schop mag.
Deze tuin heeft een belangrijke plaats in het boek. De combinatie van de tuin met de appel die Zeger schilt en de namen van zijn vrouw, zijn dochter en de Poolse tolk Ewa doen sterk denken aan het paradijs. Maar dan wel het paradijs van na de zondeval natuurlijk, want de ambiance en de gemoedstoestand van Zeger zijn allerminst paradijselijk.

Het verhaal belooft wat. Een reis met een schitterend oldtimer – een Volkswagenbusje met spijltje in het voorraam (!) – van Nederland naar Polen. De bezitter van het busje is Alex, de oudere broer. Een totaal ander type dan Zeger, regelmatig botsen hun meningen als in een Bijbelse broedertwist.
Maar Alex heeft de bus en Zeger wil beslist terug naar Ewa, de tolk die hij eerder ontmoette in Polen.

‘Vorig jaar ontsnapte een schokgolf uit mijn waterdichte geheugencompartiment. In Polen. Ze vertaalde het Pools van onze gastheren in Engels en ons Engels in Pools. Haar huid was wit, haar ogen waren groot en helderblauw. Ik hoorde haar stem. Verstond niet wat ze zei, haar moedertaal noch haar Engels. Ze was jong, droeg langgedragen ouderwetse kleren en had het tengere figuur van een kind. Haar uiterlijk straalde onschuld uit. Ze heette Ewa.

Het lichaam krijgt veel aandacht in het boek. Een huisarts krijgt voortdurend te maken met het menselijk lichaam en Zeger is zich hiervan erg bewust. Hij schrijft over handen die warm of koud zijn, over lippen die zoveel zenuwuiteinden hebben zodat die uitermate geschikt zouden zijn om iets te onderzoeken, maar dat kan natuurlijk niet bij vreemden. Gelukkig blijft er een afstand tussen patiënt en dokter. Hij bekent zijn voorliefde voor bleke, jonge androgyne, onschuldige meisjes. Deed denken aan Humbert Humbert uit Lolita van Vladimir Nabokov, die ook dat jonge, lucide van jonge meisjes zo aantrekkelijk vond. Nou ja, dit thema is ook al heel oud, denk maar aan de mythe van Salomé waarin het hoofd van Johannes de Doper geofferd wordt omdat een koning een jong meisje begeert. 


Psyche en Cupido- Bron

Eenmaal in Polen aangekomen met het restant hulpgoederen dat overbleef na de diverse grenscontroles, volgt de rest van het verhaal. Eigenlijk gaat het niet eens om de daadwerkelijke gebeurtenissen daar. Door flashbacks komen we steeds meer te weten over het verleden van Zeger, zijn relatie met zijn broer en zijn ouders, vooral zijn vader krijgt de nodige aandacht. Lees en huiver welke gevolgen zijn daad had voor zijn zoon!

En ja, de verleidingen waaraan een arts blootstaat zijn groot, een greep in de opiatenkast is zo gedaan. Verslaving ligt op de loer en ook dit motief draagt bij aan de ontwikkeling van de personages. Ewa komt steeds meer in beeld, zij moet het hoofd boven water zien te houden door meerdere banen tegelijk te hebben. Haar man zit werkloos thuis, maar is wel politiek actief. Veel liefde is er niet tussen hen, dus voelt Zeger zich vrij om met haar om te gaan. Ze bezoeken congressen, ziekenhuizen, haar werk en haar tuberculeuze moeder. Met meegebrachte medicijnen en verbandmiddelen kan Zeger een kleine bijdrage leveren aan het eeuwige tekort in een ziekenhuis. Helaas kunnen de meegenomen handschoenen niet gesteriliseerd worden, ze zijn disposable, dit moet voor een ziekenhuis daar in die tijd overkomen als een geweldige verspilling! Wat een verschil met het gemak waarmee hier in het westen alles zo makkelijk voor het grijpen ligt en vervangen kan worden.

Het contact met de praktijk in Nederland is mondjesmaat mogelijk. Zo af en toe spreekt hij zijn waarnemer en zijn betrokkenheid is groot. Zeger is trots op zijn grote praktijk en kent zijn patiënten, eigenlijk heeft hij moeite om de zorg over te dragen, hij blijft zich verantwoordelijk voelen. Het lijntje tussen Nederland en Polen blijkt uiterst nuttig in een noodgeval, hoewel je daar achteraf vraagtekens bij kunt zetten. Maar omdat het verhaal ook een thrillerachtig element heeft mag de lezer dat zelf ervaren. Net als de titel van deze bespreking, deze kan pas verklaard worden wanneer het boek gelezen is. Dus is dit het advies: lees het boek en reis mee naar de peilloze diepten van het wezen van de mens.




De auteur

Noud Bles werd 19 maart 1945 in Vinkeveen geboren. Begon in de jaren zestig te schrijven en ontving in 1964 de poëzieprijs van de Jong Nederlands-Belgische Literaire Dagen. Publiceerde vijf romans, twee verhalenbundels, drie gedichtenbundels en losse bijdragen in kranten en tijdschriften. Is zelfstandig auteur, lid van de Auteursbond (voorheen VVL/Vereniging van Schrijvers en Vertalers) en woont in Gendt (Over-Betuwe). Verzorgt cursussen verhalen schrijven, begeleidt leeskringen en maakt literaire programma’s, ook werkt hij aan literaire projecten zoals het culturele huisprogramma Radboud Reppen en Roeren van de Radboud Universiteit. In Nijmegen is hij mede-oprichter van de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen en de werkgroep Literaire bakens Nijmegen. De Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid honoreerde zijn bijdragen aan de lees- en taalcultuur met een TAALent 2016.

Noud Bles schrijft columns en feuilletons, vertaalt soms uit het Duits, vertelt en schrijft over de literatuur uit veel uiteenlopende landen, organiseert regelmatig literaire publieksactiviteiten en werkt aan nieuwe verhalen en aan een nieuwe roman. Op 11 november 2011 verscheen zijn laatste verhalenbundel en werd op museum De Stratemakerstoren het literaire baken Faust aan de Waal onthuld. Zin roman De laatste hand verscheen in 2017.


Titel: De Poolse weg
Auteur: Noud Bles
Uitgever: Aspekt
ISBN: 9789463384605
Pag.: 257
Genre: roman
Verschenen: deze herziene editie 2018, oorspronkelijk 1990

vrijdag 23 november 2018

Arthur Schnitzler - Beate en haar zoon


Recensie door Philipp van Ekeren
Uitgeverij Aspekt


Een bijna vergeten boek, eindelijk vertaald


Soms wekt alleen al een schrijversnaam op een, mij onbekend, boek mijn nieuwsgierigheid. Neem nou de naam Arthur Schnitzler. Zeker als in dit geval de Oostenrijkse schrijver prominent is afgebeeld op de voorzijde van de omslag en de wereld kritisch aankijkt. De twee alinea’s tekst op de achterzijde beschrijven feitelijk precies het verhaal en nodigen niet gelijk uit om het boek meteen ter hand te nemen anno 2018.

Gelukkig heb ik het toch gedaan en daar heb ik geen moment spijt van gehad. Het verhaal speelt zich af in de betere kringen in Oostenrijk in het begin van de vorige eeuw. Rond een bergmeer verpozen de steenrijke aristocraten, industriëlen en adel die niets anders te doen hebben dan bij elkaar op bezoek te gaan, soirées te organiseren, wat te tennissen, te roeien op het meer of de tijd te doden met kaarten. In deze kleine overzichtelijke en uiterst formele wereld houdt iedereen elkaar nauwlettend in de gaten. Dat er veel over elkaar wordt gesproken mag duidelijk zijn.

De lezer wordt geheel meegenomen door de hoofdpersoon Beate in haar doen en laten, maar vooral in haar denken en haar gevoelens. Deze weduwe speelt feilloos alle regels en rituelen van de heersende etiquette, maar steeds meer gaan haar (lust)gevoelens opspelen. Zij wordt gevoeliger voor de vele toespelingen van alle heren om haar heen. Deze keurige heren, dwalen haast hitsig om haar heen. De speldenprikjes, insinuaties, uitnodigingen en het net iets te lang haar hand vasthouden, zijn uiterst vermakelijk.

'Bertram kwam omhoog, keek op naar de hemel en liet zijn ogen vervolgens vol glinsteringen over Beate glijden. Wat hebben jullie toch allemaal? Dacht ze. En wat heb ik? Want ineens realiseerde ze zich dat ze haar lichaam een beetje uitdagend bewoog.'

Daarnaast maakt zij zich zorgen over het seksueel ontwaken van haar zoon. Ook begint ze langzamerhand te twijfelen aan de oprechtheid en trouw van haar overleden man, een toneelspeler. Niet alleen op de bühne blijkt later. Exact dát maakt deze novelle zo goed. De bijna broeierige sfeer, het onderhuidse verlangen, haar twijfels om toch maar een keurige gerespecteerde dame te blijven, de zorg dat haar zoon niet in handen valt van een ‘slechte’ vrouw en uiteindelijk het toegeven aan haar (natuurlijke) passie, worden prachtig beschreven vanuit het denkbeeld van een dame uit die tijd. Het eenvoudige verhaal ontleent daaruit zijn kracht.

'Ze namen degene, die hun op dat moment beviel en wierpen die daarna weer weg… Ja, wanneer iemand zich liet nemen en wegwerpen. Maar zo was zij niet. Nee, zover was het met haar nog niet gekomen. Vluchtige avonturen waren niets voor haar. Als ze daarvoor in de wieg was gelegd, hoe kwam het dan dat ze aan die affaire met Frits zo zwaar tilde?'

Deze novelle is 105 jaar geleden uitgegeven in Oostenrijk en heeft een schok teweeg gebracht. Dat vrouwen überhaupt lustgevoelens zouden hebben was toen al ondenkbaar. Om daar ook nog over te gaan schrijven was helemaal uit den boze. Zeker niet door een gerespecteerde arts als Schnitzler. Het is niet opmerkelijk dat Sigmund Freud een grote bewondering koesterde voor deze schrijver. Het past ook duidelijk in een flagrante roerige tijd in Europa en het Oostenrijks-Hongaarse Keizerrijk zo vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

De novelle deed mij gelijk denken aan een andere publicatie uit Oostenrijk in 1906 die ook al voor veel ophef had gezorgd: ‘Josephine Mutzenbacher of het verhaal van een Weense prostituee door haarzelf verteld’. Deze beroemde novelle - die overigens ook door Uitgeverij Aspekt is uitgegeven - is een erotische bestseller en de laatste honderd jaar zijn er drie miljoen exemplaren van verkocht. De auteur is nooit bekend geworden maar er circuleren twee namen… Felix Salten óf Arthur Schnitzler.

‘Beate en haar zoon’ is heel toegankelijk en mooi geschreven. De subtiele gelaagdheid in de Nederlandse versie blijft voor mij prefect behouden. Een groot compliment voor de vertaler Jef Rademakers is hier op zijn plaats. Deze novelle is niet aan te raden voor eenieder die op zoek is naar een groot en spannend avontuur. Neen, de kracht ligt in het meevoelen en meebeleven. Om te leven in een keurslijf en toe te geven aan verlangens. En dat is indrukwekkend gedaan.

Van de novelle 'Sterven' is een recensie te vinden op deze blogspot via: https://metdeneusindeboeken.blogspot.com/2018/01/arthur-schnitzler-sterven.html

Auteur

Arthur Schnitzler (1862 - 1931) Was één van de belangrijkste Oostenrijkse schrijvers van het fin du siècle. Het feit dat hij een omstreden schrijver was, heeft hij te danken aan zijn controversiële gedrag. In een artikel in de Volkskrant in 1998 werd hij, zeer bondig, een 'Neurotische rokkenjager met kennis van de menselijke ziel'  genoemd. Zoals in het nawoord is te lezen; 'Zijn libido had Casanova-achtige afmetingen en met zijn psychologische inzicht stak hij Freud naar de kroon.'

Hij werd geboren in Wenen, als oudste zoon van de arts en keelspecialist Johann Schnitzler. Het gezin was welgesteld, hoogontwikkeld en liberaal Joods, wat in het vrijgevochten leven van de zeer intelligente Arthur niet veel invloed heeft gehad op zijn zondebesef en schuldgevoel over seksualiteit. Hij studeerde cum laude af aan het gymnasium. Destijds al schreef hij graag, maar zijn vader heeft toch zoveel invloed op hem gehad dat hij ook arts is geworden en met hetzelfde specialisme als zijn vader.

Dat Arthur een rokkenjager was en allerlei heimelijke affaires had, is aan het licht gekomen toen zijn vader het dagboek van zijn zestienjarige zoon had gevonden, waarin hij zeer gedetailleerd bijhield 'wat, met wie en hoe vaak hij het deed'.

Wanneer zijn vader in 1893 komt te overlijden, stort hij zich helemaal op het schrijven en wordt hij de belangrijkste schrijver van Oostenrijk. Het schrijven van toneelstukken had zijn voorliefde en zijn romans en novelles geven dan ook het gevoel dat ze als toneeltekst kunnen fungeren.

Schnitzler staat bekend als de bedenker van de monologue interieur en zelfs nu nog zijn schrijvers door hem en deze schrijftechniek geïnspireerd.

Tijdgenoot Sigmund Freud schreef hem veel bewondering te hebben voor zijn psychologische inzicht en kennis van de menselijke geest.

Terugkerende thema's in het werk van Schnitzler zijn de liefde en de dood.


Titel: Beate en haar zoon
Auteur: Arthur Schnitzler
Vertaling: Jef Rademakers
Pagina's: 132
ISBN: 9789463384537
Uitgeverij Aspekt
Verschenen: juli 2018

woensdag 21 november 2018

Tan Twan Eng - De tuin van de avondnevel

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Xander





In het weekend had ik vrij en verkende ik de theeplantage. Hele gedeelten van Majuba waren nog door rimboe bedekt. De bomen, honderden, duizenden jaren oud, gingen geleidelijk over in het regenwoud waarmee Malaya is bedekt.’ 
(blz. 317)


Een verslavende reis de diepte in….


Zelden las ik een roman die me met al zijn tentakels beetnam en meevoerde naar gebieden waarvan je het vermoeden niet had dat ze bestonden. De krachtige, spicy mix van het verhaal en de stijl laten je één worden met de mystiek van het Verre Oosten, de Japanse tradities en de wrok van Zuid-Afrikaanse boeren. Wat die drie met elkaar te maken hebben wordt woord voor woord duidelijk. Lees, ruik, proef, hoor en mediteer mee en laat het boek een onvergetelijke indruk achterlaten.

Centraal in het boek staat Yun Ling, zij vertelt haar geschiedenis aan de hand van gebeurtenissen die haarzelf, haar familie, haar land en grote delen van de wereld veranderden. Het is zeker geen doorsnee verhaal, zij overleefde als enige één van de vele Jappenkampen en deze nachtmerrie is nog maar een fractie van alles wat er nog komen gaat. Behalve Yun Ling werd ook haar zusje gevangen gehouden in het kamp. Het gegeven dat zij niet levend uit het kamp kwam, brengt Yun Ling terug naar Yugiri, de plek in de bergen waar dierbare en afschrikwekkende herinneringen liggen. Zij wil als eerbetoon aan haar zus een tuin aanleggen. 

Om die herinneringen niet te vergeten moet alles opgeschreven worden, hoewel niet alles terug hoeft te komen in het geheugen, want waarom is er - naast Mnemosyne de god van de Herinnering - geen godin van het Vergeten? Dit vraagt Richard Holmes zich ook af in A Meander Through Memory and Forgetting.*
Haast is geboden, want Yun Ling lijdt aan een neurologische aandoening die haar taalvermogen geleidelijk zal aantasten. Het boek is niet chronologisch opgebouwd, het begint waar Yun Ling net afscheid genomen heeft van haar baan als rechter in Kuala Lumpur. Als onderzoekster bij het oorlogstribunaal maakt ze niet alleen vrienden. In een dicht weefwerk van families die elkaar kennen uit de zakenwereld of gemeenschappelijke roots hebben en in een tijd waarin het broeit in Zuid-Oost Azië na WOII, ontspinnen zich meerdere intriges.

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Mnemosine.JPG


Tweede hoofdpersonage is de Japanse Aritomo, hij was ooit de hovenier van de keizer, maar woont nu in Malaya** op een berg in de wolken. Deze kunstzinnige, raadselachtige man zorgt voor een belangrijk deel voor spanning in het verhaal. Lees waarom deze kluizenaar zoveel belangstelling krijgt van 'onverlaten', wat zijn rol was tijdens WOII en wat Yun Ling bij hem te zoeken heeft.

Hij keek me aan, draaide zich om en liep weg, waarmee hij de ruimte tussen ons vulde met een pijnlijke stilte. De arbeiders, die de duidelijke spanning in de lucht voelden, keken een andere kant op. Toen ik naar Aritomo’s weglopende gestalte keek, besefte ik dat als ik van hem wilde leren, ik mijn vooroordelen opzij moest schuiven, hoe moeilijk het ook was.
Ik begon te hollen en haalde hem in. ‘Op de rotsblokken die u heeft gevonden staan allemaal vreemde tekens,’ zei ik.’ (blz. 270)

De link tussen de twee hoofdpersonages is ‘De tuin’. Als hovenier van de keizer werd Aritomo als waar kunstenaar alom gerespecteerd.
Zijn tuinen waren helemaal doordacht, niets werd aan het toeval overgelaten. Hij speelde met zichtlijnen, met de wolken, met het water, de stenen en de lucht. Een kleine opening in een heg geeft een totaal ander perspectief op de achterliggende bergen dan wanneer je de heg weg zou laten. Die tuin wordt bijna een verhaallijn op zich met verbanden die zowel betoveren als doen afgrijzen.

Zuid-Afrika wordt vertegenwoordigd in de persoon van Magnus, eigenaar van de Majuba-theeplantage. Hij houdt de sfeer er goed in met zijn braai die hij regelmatig organiseert voor vrienden en bekenden. Hoe hij terechtgekomen is in Malaya is een van de smaakmakers van het boek. Tan Kwan Eng kijkt niet op een lesje geschiedenis meer of minder en weet genuanceerd verslag te doen.

Langzamerhand wordt het verhaal zowel uitgerafeld als een organisch geheel. Het weldadige trage tempo waarmee de lezer de diepte ingetrokken wordt, zorgt voor een intense leeservaring, je wilt doorlezen, maar ook absorberen. Dus een advies zou kunnen zijn: lees deze benevelende roman in kleine porties, het is een absolute aanrader!

*'We kennen een godin van de herinnering, Mnemosyne, maar geen godin van het Vergeten. Die zou er wel moeten zijn, want het zijn tweelingzussen, tweelingkrachten, die aan weerszijden van ons lopen en twisten om de heerschappij over ons en wie we zijn, ons leven lang tot aan de dood.

Richard Holmes, A Meander Through Memory and Forgetting' (openingscitaat)

**Malaya was een Britse kolonie op het schiereiland Malakka. Tegenwoordig behoort dit gebied tot Maleisië. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Malaya_(Britse_Rijk)




De auteur

Tan Twan Eng (1972) is geboren in Penang, Maleisië. Zijn eerste roman The Gift of Rain werd voor de Booker Prize genomineerd, evenals zijn tweede roman De tuin van de avondnevel. Eng woont in Kaapstad in Zuid Afrika.
(https://www.xanderuitgevers.nl/boeken/tuin-avondnevel-tan-twan-eng/)

Titel: De tuin van de avondnevel
Titel oorspronkelijk: The Garden of Evening Mists
Auteur: Tan Kwan Eng
Vertaling: Reintje Goos en Jan Pieter van der Sterre
Uitgever: Xander
ISBN: 9789401600439
Pag. 1020 (ebook), paperback: 374
Genre: historische roman
Verschenen: 2013
Verschenen oorspronkelijk: 2012

dinsdag 20 november 2018

Jeroen Brouwers - Het hout


Recensie door Roosje
Uitgeverij Atlas Contact


Miserere mei, Domine *

Misschien moet ik waarschuwen
voor een lichte vorm van spoilerij...!!!


Dit boek moest geschreven worden, zei Jeroen Brouwers, éminence grise van de vaderlandse literatuur, tegen Wim Brands in het VPRO-programma Boeken op 28 december 2014, zonder dit verder toe te lichten. Nee, persoonlijk was hij niet seksueel misbruikt, wel veel geslagen met een voorwerp als de stoffer zonder haren uit Het hout, maar autobiografisch was het verhaal niet (sic! ik ga nog eens een beschouwing wijden aan het begrip 'autobiografisch' in fictie).

Laat ik eerst zeggen dat Jeroen Brouwers al een jaar of dertig tot mijn favoriete schrijvers behoort; en dat Het hout ook weer een geweldige roman is. Ik vind het moeilijk een toegankelijk stukje te schrijven over een boek waar ik zo enthousiast over ben omdat het zo gelaagd is en dat zoveel verschillende facetten kent (vergelijk het met een kaleidoscoop). Brouwers' stijl en taalgebruik zijn haarscherp en loepzuiver; zijn metaforen zijn helder en zijn nooit over the top. Zijn thema's en motieven weet hij als bijna geen ander te weven door het lopende verhaal, waardoor je een veel dieper niveau van lezen en beleven krijgt.

Jongenspensionaat Rodakerken
In het kort is het verhaal als volgt: er is een kwetsbare jongeman, hij heet Eldert Haman. Zijn moeder is Duitse en sterft op jonge leeftijd; zijn vader wordt in de oorlog door de Gestapo weggehaald en komt niet meer terug. Eldert wordt door een oom en tante in Rotterdam opgevoed. Na de oorlog raakt hij als leraar Duits verzeild in het jongenspensionaat in Rodakerken (Kerkrade, Bleijerheide) bij de broeders Franciscanen. Daar wordt hij als een al te makke prooi ingesponnen in het web van de broeders. Eldert raakt zijn naam, zijn fiets, zijn inkomen, zijn boeken en dus zijn vrijheid en zijn identiteit kwijt. Hij wordt broeder Bonaventura. Het dieptepunt in zijn leven is nog niet bereikt: zijn baan wordt hem afgenomen door de nieuwe broeder Mansuetus (in deze naam zie ik het Latijn voor zwijn 'sus'), de ergste tiran van het pensionaat - niet toevallig een Duitser -, die jongens mishandelt en van alle broeders tot de ergste seksuele handelingen overgaat. Bonaventura weet van het misbruik en de mishandelingen maar weet niet goed wat hij daartegen moet ondernemen. Hij wil op de een of andere wijze de jongens beschermen en dat is voor hem de reden het klooster niet te verlaten. Dan krijgt hij kiespijn die zo erg is dat hij buiten de kloostermuren mag gaan om een tandarts te raadplegen. Natuurlijk wordt hem een hart onder de riem gestoken door de mede-broeders, die zeggen dat geen menselijke pijn zo erg kan zijn als het lijden van Jezus en de martelaren. Dat lijden van Bonaventura wordt zijn redding - net zoals bij Jezus himself, rdv. Hij ontmoet de vrijgevochten weduwe Patricia, zijn troosteres en zij is het begin van zijn nieuwe menswording.
Het einde van Het hout is een apotheose op Witte Donderdag, de dag van het Laatste Avondmaal, de belofte van Jezus aan zijn volgelingen en de ontmaskering van het verraad van Judas. Een on-Brouwersiaans einde, zoals hij zelf ook zei tegen Wim Brands. (rdv: vergelijk ook met Dantes Divina Commedia)

Het verhaal bestaat uit drie delen, die genummerd zijn maar geen titel hebben. In deel 1 staat Eldert Haman / Bonaventura centraal; in deel 2 Mansuetus; in deel 3 Patrica. Het vertelde 'nu' vindt plaats in de Heilige Week, waarin voorbereidingen getroffen worden voor het bezoek van de bisschop en diens bijwonen aan de mis op Witte Donderdag. De voornaamste suspence in dit 'nu' is waar Mark Freelink gebleven is en wat er met hem en zijn vriend Wil van Lanschot gebeurd is. Als lezer raak je op de hoogte van van alles en nog wat door flashbacks. Tijd en gebeurtenissen en symboliek zijn ingewikkeld maar helder verknoopt.

Thema's zijn onder andere: felle aanklacht tegen het seksueel misbruik van katholieke-kerkdienaren; tegen de uitwassen van de RK kerk; tegen de dehumanisering door het kloosterleven; maar er is hoop: verlossing is mogelijk.

Cover van de eerdere uitgave
Ik denk dat Brouwers niet gelovig is, maar wel is het zo dat hij met opzet christelijke motieven gebruikt voor bewustwording en bevrijding. Het kan ook niet anders: de christelijke kerk maakt al twee millennia deel uit van ons bewustzijn en onze cultuur. Of je nu gelovig bent of niet, het lijden van Christus staat symbool voor het universele lijden van de mens; en daarbij is het instituut kerk niet per se nodig.

Het gebruik van de motieven heeft zo'n beeldende functie dat je het voor je ziet als een schilderij of een bewegend schilderij (ik weet niet zeker of dat een 'film' is) en tegelijk roept het een diepe emotie op. Natuurlijk speelt ook de symboliek van deze motieven een heel belangrijke rol. Motieven zijn onder andere - er zijn er legio -: de bril die achterblijft, als zijn vader door de Gestapo wordt weggevoerd, maar ook de bril van Patricia; de fiets die Eldert Haman wordt afgenomen. De bril staat voor het scherpe zien, het juiste zien. De fiets staat voor de (bewegings)vrijheid.
Dan is er natuurlijk ook het hout, de stoffer zonder haren en vooral de strijkstok, waarmee de jongens geslagen worden. Maar vanzelfsprekend is dat hout ook het hout waaraan Christus gestorven is; dat Hout komt in de Goede Week in het jongenspensionaat naar beneden gedonderd. Die gebeurtenis is symbolisch èn humoristisch; en dat is een knappe combinatie van andersoortige betekenissen. Symboliek kan al te nadrukkelijk aanwezig zijn en een verhaal moeilijk leesbaar maken. De combinatie met humor maakt het geheel lichter en van een gelaagde betekenis.
Hoe Mansuetus en Benedictus praten en hoe taal bezigen is uiterst humoristisch, sarcastisch zelfs.

Haman is de naam van de de Perzische eerste minister in het boek Esther uit het Oude Testament, een jodenhater, die door toedoen van de joodse Esther, zelf opgehangen wordt aan de paal die Haman bestemd had voor de joden in het Perzische rijk -. Ik vraag me nu wel af waarom de hoofdpersoon die naam draagt. Is hij een verdoemde? Is Het hout een omgekeerd Esther-verhaal? Opmerkelijk is dat Bonaventura tijdens zijn penitentie in Duitsland het Oude Testament gaat lezen, dat hij niet kende. Het is zo dat voor katholieken het Nieuwe Testament belangrijker is dan het Oude; en voor protestanten omgekeerd. De naam Bonaventura betekent 'goede toekomst'; misschien moet ik het zo lezen dat de jonge Eldert, een verdoemde, door zijn ervaring als Bonaventura in een klooster, tot loutering komt; een nieuwe mens wordt. Niet voor niets speelt het 'nu' van de roman zich af in de Goede Week: de week van het Lijden en de Opstanding van Christus: de diepste wanhoop leidt tot verlossing.
En die paal van Haman is natuurlijk ook een Hout, een Kruis.
Ook de namen Mansuetus en prior Benedictus zijn vol betekenis.

Klein puntje van kritiek heb ik wel: Patricia is voor een vrouw in het Zuidlimburgse 1953 wel erg vrijgevochten en feministisch. De oranje muts en wanten, die Patricia draagt en die symbool staan voor haar eigenzinnige vrijmoedigheid, horen meer thuis in de jaren 1970 dan in 1953.
En ook het onverwachte einde is een ietsepietsie te theatraal, maar anderzijds past het emotioneel en symbolisch gezien goed. Het is het omgekeerde van de pracht en praal die hoort bij de Heilige Week: humor en diepe betekenis.


Ik laat het hierbij. Het is niet zozeer het verhaal wat mij aanspreekt. Het is de combinatie van taalgebruik, thema's, motieven, symboliek, hartstochtelijke aanklacht en humor, die mijn bewondering oproept. Dit is een boek dat je echt verschillende keren moet lezen omdat je makkelijk allerlei zaken ontgaan. Brouwers schrijft naar eigen zeggen maar 15 regels per dag (sinds zijn attaque); misschien moet ik dat als lezer ook doen: 15 regels Het hout per dag!

*Miserere mei, Domine betekent; Wees mij genadig God

Auteur

Jeroen Godfried Maria Brouwers (Batavia, 30 april 1940) is een Nederlandse journalist, schrijver en essayist.
Jeroen Brouwers is het vierde kind van Jacques Theodorus Maria Brouwers (1903-1964) en Henriëtte Elisabeth Maria van Maaren (1908-1981). Later werd nog een broertje geboren. Zijn vader werkte als boekhouder bij een architectenbureau.

Na de Japanse invasie begin 1942 en de capitulatie van het KNIL werd zijn vader overgebracht naar een krijgsgevangenkamp in de buurt van Tokio. Brouwers belandde met zijn grootmoeder Elisabeth Henrica Pos (1885-1945), zijn moeder en zus eerst in het Japanse interneringskamp Kramat. Na een paar maanden werden ze overgeplaatst naar het kamp Tjideng, in een buitenwijk van Batavia. Zijn grootouders hebben de kampen niet overleefd. Hij schreef in 1981 over deze Japanse bezetting van Indonesië een boek Bezonken rood, vertaald in 1988 in het Engels als Sunken Red. Zijn jeugd in Indonesië speelt ook een rol in zijn romans Het verzonkene en De zondvloed. Deze drie romans zijn later in één band uitgebracht.
Na de oorlog werd het gezin herenigd en verhuisde naar Balikpapan (Borneo, het huidige Kalimantan).
Mevrouw Brouwers repatrieerde in 1947 met haar kinderen per schip naar Nederland. In 1948 kwam ook Brouwers' vader naar Nederland.

Tot 1950 woonde Brouwers thuis bij zijn ouders. Van zijn tiende tot zijn zestiende werd hij in diverse rooms-katholieke pensionaten in o.a. Limburg ondergebracht. De reden was dat hij een onhandelbaar kind zou zijn dat na de vrijheid van Indië niet kon wennen aan het Hollandse keurslijf. Ook deze internaats- en kostschoolervaringen bij o.a. Jongenspensionaat 'St. Maria Ter Engelen' Bleijerheide van de broeders Franciscanen te Bleijerheide verwerkte hij in zijn werk, zoals in zijn roman Het Hout (2014), waarvoor hij de ECI Literatuurprijs ontving.
Brouwers werd in 1992 opgenomen in de Orde van de Vlaamse Leeuw, en is sinds 1993 Ridder in de Belgische Kroonorde.

In 2007 kende de Taalunie aan Brouwers de Prijs der Nederlandse Letteren toe. Hij accepteerde eerst de prijs, maar weigerde deze later, omdat het bijbehorende geldbedrag van 16.000 euro volgens hem niet in overeenstemming was met het prestige van de prijs. Zo leverde alleen een debuutprijs bijvoorbeeld al 15.000 euro op, terwijl de Prijs der Nederlandse Letteren een oeuvreprijs is. In dezelfde maand nam Brouwers de Tzumprijs voor de beste literaire zin van 2007 in ontvangst, waaraan een geldbedrag van 52 euro was verbonden. Ook ontving hij in 2007 de cultuurprijs van de gemeente Zutendaal, waaraan geen geldbedrag was verbonden. In 1993 kreeg hij voor zijn hele oeuvre de Constantijn Huygens-prijs , toen 10.000 gulden waard en in november 2015 voor zijn roman Het hout de ECI Literatuurprijs groot 50.000 euro.
In 2018 werd bekend dat de Radboud Universiteit Nijmegen Brouwers een eredoctoraat toekent.


Titel: Het hout
Auteur: Jeroen Brouwers
Pagina's: 288 pagina's
ISBN: 9789046706169
Uitgeverij Atlas Contact
Verschijningsdatum: oktober 2017
Oorspronkelijk geschreven november 2015