vrijdag 30 november 2018

Leni Zumas - Rode klok


Recensie door Roosje
Uitgeverij Atlas Contact



De levens van vrouwen

Geen spoilers!

Vier vrouwenlevens volgen wij, of eigenlijk zijn het er vijf. De vier leven in een plaatsje aan de westkust, aan zee, in Oregon - het fictieve Newville, een paar honderd kilometer van de hoofdstad Salem, dat niet verward moet worden - maar ergens toch ook weer wel - met Salem, Massachusetts, waar in 1692 gruwelijke heksenprocessen plaatsvonden, die we nog in zo’n beetje de helft van de horror- en heksenfilms genoemd zien worden. Dit is het Salem in Oregon.

Het is ergens in de 21e eeuw, hoewel in het huis van de Echtgenote nog een pick up gebruikt wordt om muziek te luisteren en de Biografe nog een telefoon heeft die niet met internet verbonden is en de Genezeres haar energie uit batterijen haalt. De vrouwen leven zichtbaar hun vrouwenleven, dat heel anders is dan het leven van de mannen. Meteen vermoeden we Margaret Atwood om de hoek te zien aankomen met haar The Handmaid’s Tale. De andere twee vrouwen zijn de Dochter en de Genezeres.

Het is opvallend dat we in de eerste helft van het boek - zo ongeveer dan - de vrouwen alleen aangeduid zien met hun functie, niet met hun eigennaam. In het begin weten we nog niet veel van hen en blijft veel verhuld en/of in de lucht hangen. Maar Zumas schrijft heel lucide. Opmerkzame lezers kunnen zelf het plaatje gaan inkleuren. Geloof me, dat ga je vanzelf doen en het klopt.
Daarom kan ik van het verhaal eigenlijk weinig vertellen; dit moet je zelf gewoon doen. Het belangrijkste personage is de Biografe, die een biografie schrijft over de negentiende-eeuwe Faröerse vrouw en ijswetenschapper Eivør Mínervudottír, die niet de weg van vrouwen volgde en die haar wetenschappelijk werk niet onder haar eigennaam gepubliceerd kreeg. Ze stierf op het ijs en kreeg een zeemansgraf:

‘Ze liet geen geld of bezittingen of een boek of een kind na, maar haar lijk heeft dieren in leven gehouden, die op hun beurt weer andere dieren in leven hebben gehouden.’ 
(2018: 408).

Het is het leven van gewone vrouwen. Zij leven onder de dreiging van de nieuwe paternalisering van mannen, in het bijzonder de nieuwe wetgeving die van kracht gaat worden, die abortus en ivf verbiedt. Side effect is dat kinderen twee ouders horen te hebben, dus dat ongetrouwde vrouwen, Bom-moeders (eigenlijk met een ‘m’, b(ewust)o(ngehuwde)-moeder) geen kind meer mogen hebben. Het is allemaal niet zo verschrikkelijk als in Atwoods dystopische roman, maar de dreiging is overal tastbaar.

Er is grote aandacht voor wat vrouwen bezighoudt met veel nadruk op het lichamelijke: gewenste en ongewenste zwangerschap; menstruatie; een tikkende biologische klok (ziedaar de titel, klok wordt ook gebruikt voor baarmoeder); ivf; het moederschap, hoezeer gewenst, is zwaar; het lichaam dat veranderd door hormonen en zwangerschap; schaamlipcorrecties; schaamhaar;  huwelijk; single blijven, gewenst en ongewenst; overspel; ovulatie; gynecologen; abortussen, legaal en illegaal; gezondheid; huishouden; gezond eten en snoepzucht; seks; lesbianisme; adoptie. Het boek brengt je bijna terug naar de jaren 70 met allerlei actiegroepen en nadrukkelijke eis voor vrouwenrechten en emancipatie. Misschien dat dat mensen afschrikt.

Zumas schrijft heel helder en heel zorgvuldig. Langzaam borduurt zij het plaatje helemaal vol. Misschien zijn er mensen die die stijl een beetje saai zullen vinden. Dat is het niet. Levens van vrouwen zijn nooit saai, ook niet de levens van vrouwen in het verleden. Dat vrouwen nog steeds geen gelijke rechten hebben, niet in het Westen en ook niet in ontwikkelingslanden - ik zocht even naar de politiek-correcte term, maar ontwikkelingsland mag, als ik het goed begrijp -.
Niet schuilt het ‘kwaad’ van Zumas’ boek in de fictieve dystopie als bij Atwood, maar feitelijk in de gewone wereld van nu. De Amerikanen in Zumas boek hebben de pech dat zij een president kregen, die niet iedereen wilde, de Biografe zegt: een president waarop ik niet gestemd heb. Dat is natuurlijk een steek onder water.

De natuur, de zee, het land, de aarde, dieren, bescherming van dieren spelen een zeer grote rol. De Genezeres staat daar symbool voor.

Het is lastig veel van het verhaal prijs te geven, dus dat doe ik niet.  De roman is uitermate goed geschreven en boeit tot op de laatste van dit lijvige werk. Het is een echt vrouwenboek, dus ik weet eigenlijk niet wat mannen ervan zullen vinden. Daar ben ik wel heel benieuwd naar. Als je er zin in hebt, laat me dat dan weten.

Auteur

Leni Zumas is een Amerikaanse schrijver en woont in Portland, Oregon . Zij is de auteur van twee romans ( Red Clocks and The Listeners ) en een verhalenverzameling (Farewell Navigator). Haar korte fictie en essays zijn verschenen in Granta , The Cut, The Sunday Times Style (VK), Tin House, Lenny Letter, The Collagist , Quarterly West en elders. Ze geeft leiding aan de MFA- en BFA- programma's aan de Portland State University .

Zumas groeide op in Washington, DC, waar ze de Sidwell Friends School volgde. Ze studeerde af aan de Brown University en het Amherst MFA-programma van de Universiteit van Massachusetts. Voor Portland State doceerde ze aan Columbia University , Hunter College , Eugene Lang College, het Great Smokies Writing Program aan de UNC Asheville en het Juniper Summer Writing Institute.

Het eerste boek van Zumas, Farewell Navigator: Stories, werd in 2008 door Open City uitgegeven. Miranda juli zei over de verzameling: "Als de duisternis ooit je vriend is geweest, is jouw verhaal hier." "Het is een zeldzame schrijver die ons dichter bij mensen kan brengen die we misschien de straat oversteken om te vermijden", schreef een recensent in LA Weekly. Zumas was geprofileerd in de Debut Fiction-uitgave van het tijdschrift Poets & Writers en stond in de documentaire 60 Writers / 60 Places (2010) van Michael Kimball en Luca Dipierro.

Auteur: Leni Zumas
Titel: Rode klok - Red Clocks
Vertaling: Linda Broeder
Pagina's: 416
ISBN: 9789025453282
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: november 2018


donderdag 29 november 2018

Philip Roth-Het contraleven

Recensie door Roosje 
Uitgeverij De Bezige Bij 






Twee broers of over het schrijven van romans

 


Spoilers!!!! Onderstaande analyse niet lezen, voor je het boek zelf gelezen hebt, tenzij het je niet kan schelen.

Wat een intrigerend boek, wat een boek vol kuilen, struikelingen en dubbele en driedubbele bodems, wat een verbaal kanon - ja, dat is Philip Roth meer dan toevertrouwd -, wat een taaltiran, wat een zinnen-mitrailleur, wat een charmeur, wat een woordentovenaar!

Vijf hoofdstukken kent deze roman uit 1986:
  1. Basel, over broer Henry, die overlijdt na een hartoperatie.
  2. Judea over broer Henry, die, safe and sound, naar een dorp op de West-Bank,, Agor genaamd, Judea, Israël is verhuisd.
  3. In de lucht, Nathan verhindert - sort of - een vliegtuigkaping.
  4. Gloucestershire, het pastorale landleven in Engeland, dat wil zeggen in het vooruitzicht, over de dood van Nathan, na een fatale hartoperatie. M.i. het kernhoofdstuk.
  5. Onder christenen, het prille huwelijksgeluk - NOT! - van Nathan en Maria in Engeland.

Wat een raar boek, wat zijn die hoofdstukken op een vreemde wijze met elkaar verbonden! In het eerste hoofdstuk gaat Henry dood en in het volgende is hij springlevend. In hoofdstuk 4 gaat Nathan dood en lijkt dat op een omgekeerd hoofdstuk 1: Nathan lijkt Henry te zijn geworden. Vier hoofdstukken zijn plaatsbepalingen, een hoofdstuk gaat niet eens over Gloucestershire, tenzij je dat opvat als de green pastures van na je dood - dat zou best kunnen -. Het laatste hoofdstuk is geen plaatsbepaling maar speelt zich af in de groene heuvels en mistige dagen van het Engelse platteland, dus Gloucestershire.
Het laatste hoofdstuk: het prille huwelijksgeluk van Nathan en Maria wordt in de kiem gesmoord, letterlijk en figuurlijk; nog voor hun kind geboren is, is het alweer over. Zij zijn er snel achter dat ze te verschillend zijn.

Het duurde even voor ik doorhad waar deze roman eigenlijk over gaat. Terzijde: in verhouding tot Lolita vind ik deze roman nog tamelijk inzichtelijk; ligt vast aan mij ;-). Dit boek gaat over de roman, over het schrijven van een roman, over de poëtica van Philip Roth. Zo is het begrijpelijk dat Roth gebruik maakt van zijn alter ego Nathan Zuckerman. Over Nathan Z heeft Roth een aantal romans geschreven en zelfs in zijn autobiografie De feiten. De autobiografie van een schrijver (1988) speelt Nathan Z een hoofdrol.
Waarom maakt een auteur gebruik van een alter ego? Iedereen weet dat je alter ego jou vertegenwoordigt. Nathan Z is Philip Roth. Deze roman maakt de noodzaak van het gebruik van een alter ego duidelijk. Nathan Z is nodig om het onderzoek naar het schrijven van romans door Philip Roth mogelijk te maken. Nathan Z is Philip Roth maar eigenlijk nog veel meer; hij is ook de Philip Roth die in andere situaties anders zou kunnen reageren. Nathan Z is ruimer dan Philip Roth, maar valt toch ook met hem samen.

Via Nathan Z, en in deze roman ook zijn broer Henry, kan Roth helemaal los gaan met ‘what if’-situaties. Denk eens aan Roths roman Het complot tegen Amerika: een ‘what if’-verhaal par excellence.
Om zich nog vrijer te kunnen bewegen schrijft Nathan Z een roman die op autobiografische data is gestoeld: Carnovsky (lees: een Zuckerman-roman). Hoe verhouden feiten, autobiografische feiten, zich tot fictie? Maakt de fictie de feiten eigenlijk niet zelfs beter? Kunnen bepaalde situaties, bepaalde kwesties niet beter onderzocht worden door ze fictioneel te maken? Denk aan: wat betekent het om jood te zijn? Om een jood te zijn in de diaspora? Om een jood te zijn in Amerika, de plek waar je geboren bent, maar je grootouders niet, waar de Holocaust niet heeft plaats gehad? Om een jood te zijn in Zwitserland, in Engeland, in Europa dus, waar de Holocaust nog steeds voelbaar is maar een soort van ondergeschoffeld wordt (diep trauma). Om een jood te zijn in het Eigen Land (hoofdletters van mij, rdv), Israël? Om een jood te zijn op de West-Bank, een orthodoxe jood, een geseculariseerde jood in Jerusalem?

Dus: hoe ziet de roman eruit als ik, Nathan Zuckerman, Nathan - mijzelf - en Henry dood laat gaan? Hoe ziet die roman eruit als ik zelf doodga en ik de roman schrijf vanuit het standpunt van Henry? Hoe ziet de roman eruit als ik mijn eigen ‘Beobachters’ standpunt laat varen en me stort in een verliefdheid met een niet-joodse vrouw, een goj, een sjikse? Maria heet niet toevalligerwijze ‘Maria’, naar de moeder van de Messias; ze is christelijk in al haar poriën. (Voor de volledigheid: de Messias is voor de joden nog niet gekomen; joden wachten nog op Zijn komst; Jezus is de Messias van de christenen, niet van de joden).

Dan is er het andere punt wat hier nauw mee samenhangt: Philip Roths poëtica. Hoe schrijft Philip Roth? Hij schrijft in ieder geval met een hoop dubbele bodems. Hij schrijft en hij reflecteert op dat schrijven van hem, hij onderzoekt met zijn schrijven; soms bijna in een zin. Hij schept verwarring - zo zijn er twee Maria’s, Henry’s Maria in 1. Basel, een seksueel vrijgevochten vrouw met wie hij niet durft weg te lopen van zijn gezin. En de Maria van Nathan, een preutse, ingetogen Engelse vrouw van betere komaf met een hoop issues. In het begin van hoofdstuk 4 staan een paar ideeën over fictie die Nathan te berde brengt: 1. er is fictie die met veel kabaal in de lucht geschoten wordt; 2. er is fictie die niet aanslaat, explosieven die niet willen ontbranden; 3. er is fictie die gericht is op het binnenste van de schedel van de schrijver zelf. (min of meer letterlijke citaten, ca. p. 223, 1997, mijn versie).

Ook met deze hele roman schept Roth verwarring, waaruit hij poogt het beste te halen voor een roman maar ook het verloop beschrijft van het schrijven van een roman. Het vervolg op zijn roman Carnovsky. De tweede versie van Carnovsky deel 2 (hier ook verdubbeling!) wordt door Henry en door Maria - Nathans Maria - na Nathans dood gevonden op zijn bureau. Henry heeft zo zijn redenen om de bladzijden waarin hij voorkomt en waar zijn buitenechtelijke relaties worden beschreven, te willen vernietigen. Zijn vrouw weet het niet en hij wil zijn huwelijk niet op het spel zetten. Maria is bang dat haar ex naar wie zij terug wil - als ik het goed heb onthouden - haar aandeel ziet in het leven met Nathan. Maria laat toch alles liggen en denkt dat zij ermee weg komt door te stellen dat dit een roman is en alles fictie. Later denkt Henry ook in die richting: het is een roman, het is fictie. Maar het knelt, die relatie fictie - werkelijkheid, het schuurt.

Overigens ben ik zelf dol op een roman die het schrijven van fictie, van een verhaal, van een roman, van de roman in kwestie - en je dus als lezer zogenaamd meeleest met het schrijfproces - tot thema heeft. Gek genoeg zijn die er niet heel veel. Ik denk hier aan Leon de Winter, Hoffman’s honger (dacht ik, ik doe het uit mijn blote hoofd). In poëzie is het gebruikelijker te dichten over het dichten. Het meta-niveau.

Ik meen dat dit boek, Het contraleven, voornamelijk gaat over het schrijven van romans door Philip Roth. Zijn onderzoek hiernaar: hoe zit het misschien, hoe zou het kunnen zijn, hoe experimenteer ik, bijvoorbeeld met behulp van ‘what-if-verhalen’.


Kaïn heeft Abel gedood, een gravure van Gustave Doré
Maar er zijn andere thema’s die steeds terugkomen; in willekeurige volgorde:

--angst voor impotentie; letterlijk en figuurlijk! Dat is een terugkerend thema bij mannelijke auteurs, zie bijv. T.S Eliot, The Waste Land; Nabokov, Lolita. Volgens mij een veelvoorkomend thema in Amerikaanse literatuur. Meer dan in Nederlandse literatuur?

--de verhouding van joodse Amerikanen tot Israël; zie ook Nicole Krauss, Donker Woud.

--wat betekent het om jood te zijn als je niet gelovig bent en niet in Israël woont? Roth is vele malen beticht van ‘joodse zelfhaat’.

--relatie tot vrouwen, echtgenotes en minnaressen. Roth zelf is ook een paar keer getrouwd geweest; een ‘vrouwenman’.

--wat betekent het om broers te zijn? Overeenkomsten, verschillen? Een soort van Kaïn en Abel? Broedermoord, letterlijk en figuurlijk.

--leven en dood - zijn ernstige zaken (stukje uit een boeddhistische soetra...)

--‘what-if-situaties’

--persoonsverwisseling: Henry wordt Nathan en vice versa; twee Maria’s; Zuckerman en Roth.

--dubbele bodems; driedubbele bodems.

De lijst is niet volledig.

Nog een paar woorden over Roths stijl. Philip Roth is een zeer hartstochtelijk auteur. Hij schrijft met de pen als was het een geweer. Hij vuurt de woorden, de zinnen, de verhalen, de kwesties met volle sterkte op je af. Dat is heftig. Hij is niet de auteur van het zuinige woord. Maar altijd is hij über-intelligent, hij onderzoekt hoe de dingen voor hem zijn en hoe alles verandert. Talloos zijn de allusies, er is sprake van veel intertekstualiteit, - zeer leerzaam -. Hij beziet de zaken vanuit zo’n beetje alle perspectieven die er bestaan. Daar moet je wel een beetje tegen kunnen. Ook het gebruik van al die dubbele bodems en het niet afhoudende van zijn prachtige zinnen, daar moet je in groeien, denk ik. Het contraleven is, evenmin als Operatie Shylock, een roman waar je mee moet beginnen, denk ik. Ook de ‘joodse kwestie’ is een onderwerp dat niet iedereen aanspreekt. Niet makkelijk, maar heel erg rijk. 
I love him ;-)





Over de auteur:

Philip Milton Roth (Newark, New Jersey, 19 maart 1933 – New York, 22 mei 2018) was een Amerikaanse literaire schrijver. Hij werd geboren als kind van tweede generatie Joods-Amerikaanse ouders.

Roth behaalde in 1955 zijn master in Engelse literatuur, waarna hij zijn dienstplicht vervulde. Hij doceerde literatuurwetenschappen aan diverse Amerikaanse universiteiten, het laatst aan de University of Pennsylvania. Vanaf 1992 legde hij zich geheel toe op het schrijven.

Op 22 februari 1959 trouwde Roth met Margaret Martinson, van wie hij zich in 1964 liet scheiden van tafel en bed. Margaret overleed in 1968 na een auto-ongeluk. In 1990 trouwde Roth met de actrice Claire Bloom; in 1994 gingen ze uit elkaar. Bij de verschijning van zijn roman I Married a Communist (1998) werd Roth door verschillende journalisten bekritiseerd omdat hij zijn breuk met Bloom zou hebben verwerkt in het mislukte huwelijk van zijn personages Ira Ringold en Eve Frame.

In november 2012 maakte Roth bekend te stoppen met schrijven. Hij stierf in mei 2018 op 85-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Manhattan aan een hartstilstand.

Philip Roth schreef veelal over de Joodse identiteit en de politieke cultuur in de Verenigde Staten. Hij werd met name beroemd door de seksueel revolutionaire roman Portnoy's Complaint (1969). The Breast, The Professor of Desire en The Dying Animal vormen de Kepesh-trilogie, en handelen over het leven van de seksueel vrijgevochten professor David Kepesh. Roths meest geroemde boeken zijn American Pastoral (1997), I Married a Communist (1998) en The Human Stain (2000), die samen de American Trilogy genoemd worden omdat ze een soort biografie van het naoorlogse Amerika vormen: het eerste boek handelt over de Vietnamoorlog en de protestgeneratie, het tweede over het tijdperk-McCarthy en het derde speelt tegen de achtergrond van het Lewinsky-schandaal. Alle drie de boeken worden 'verteld' door Roths literair alter ego, Nathan Zuckerman.

In 2004 verscheen The Plot Against America, dat gezien wordt als een ander hoogtepunt in Roths oeuvre. Dit boek gaat over een what-if-geschiedenis, die zich afspeelt in de VS tijdens de jaren dertig en veertig, wanneer de verkiezingen niet door de zittende president Franklin D. Roosevelt worden gewonnen, maar door vliegpionier Charles Lindbergh, van wie bekend is dat hij benaderd is voor het presidentschap en wiens nazi-sympathieën en isolationisme gedocumenteerd zijn. Onder 'president Lindbergh' worden er allerlei antisemitische wetten doorgevoerd in de VS, waartegen de joodse familie waar de roman om draait, zich moet verweren.

Sindsdien schreef Roth verschillende kortere romans, die vaak handelen over de fysieke en mentale aftakeling van een mens. Meest geroemd is Everyman (2006), een korte maar aangrijpende roman over verlies en sterfelijkheid. De titel is een verwijzing naar het gelijknamige middeleeuwse toneelstuk (zie Elckerlijc), waarin 'de mens', als hij gaat sterven, verantwoording moet afleggen over zijn aardse gedragingen.



Bibliografie (alleen antiquarisch):

Titel: Het Contraleven
Auteur: Philip Roth
Vertaler: Rob van der Veer
Uitgever: De Bezige Bij
Verschijningsdatum: oktober 2008
Druk: 4e druk
Aantal pagina's: 429 pagina's
ISBN: 9789023421740
Categorie: Literaire romans





dinsdag 27 november 2018

Manja Croiset - Mijn Odyssee


Recensie door Truusje
Uitgeverij Brave New Books
'Onverwerkt verleden tijd'
-Manja Croiset

Huis Clos, het is beter jong te sterven, dan lang te lijden


Een paar maanden geleden kreeg ik het boek Mijn Odyssee van Manja Croiset in handen en daar zou ik 'wel eventjes' een recensie over schrijven. Dat pakte echter anders uit dan gepland......

Al lezende kwam ik al snel tot de conclusie dat dit geen boek is om 'in een adem' uit te lezen. De inhoud en betekenis van de woorden werken beklemmend, zijn verre van vrolijk en daarom lukte het me niet het boek achter elkaar uit te lezen. Elke dag een stukje was voor mij een betere optie om te tekst tot me door te laten dringen, met als gevolg dat ik er behoorlijk veel tijd aan heb besteed.


Mijn Odyssee is een (auto-)biografie en egodocument van de auteur. Het bestaat uit drie delen:
- Mijn leven achter onzichtbare tralies
- Manja en de klinieken
- Over de Shoah die nooit voorbij gaat

In het eerste deel beschrijft Croiset haar herinneringen uit haar vroegste jeugd. Ze is de jongste van drie dochters van de Joodse Paula Kool en Odo Croiset. Paula heeft in de Tweede Wereldoorlog haar hele familie verloren in de Shoah (Holocaust). Odo heeft Joods bloed en is in de oorlog illegaal drukker van, de destijds eveneens illegale krant, Het Parool. Tijdens de Duitse bezetting wordt hij gevangen gezet en belandt in het concentratiekamp Sachsenhausen. Paula en Odo gingen een gemengd huwelijk aan, doordat een zwangerschap zich aangekondigd had.

Paula Croiset-Kool
Paula is getraumatiseerd en depressief. Op een derde zwangerschap heeft ze niet gerekend en eigenlijk is de kleine Manja niet echt gewenst. De jongste dochter blijkt een pienter meisje, maar blijft altijd, zoveel mogelijk onopgemerkt, in de achterhoede. Dit vooral op school, waar haar angsten zich langzamerhand een weg naar buiten zoeken. Op balletles blinkt ze uit en op school is ze een intelligente en gehoorzame leerling. Maar ook een doemdenkertje, bang voor vele dingen en ze leeft voortdurend met een steeds aanwezige, mysterieuze angst dat er iets naars zou kunnen gebeuren. Zelfs het langs de deuren moeten gaan met de kinderpostzegels boezemt haar angst in.

'toen ik klein was werd er zilverpapier ingezameld
voor blinde kinderen kennelijk bracht het geld op
maar ik dacht dat zilverpapier genas'

'[...]toen leefde ik nog met een vanzelfsprekendheid'

Thuis voelt Manja dat ze eigenlijk niet gewenst is. Schaamte en onzekerheden komen om de hoek kijken en ze ontbeert de warmte van een liefhebbende moeder.
Wanneer een vriendje van Marjolijn - haar oudste zus - op een hardhandige manier met Manja aan het stoeien is en haar op haar bed smijt,  schrijft ze dat ze;

'[...]hetzelfde dichtgeklapte middenrif kreeg
als toen met de scène met pappa op oudjaar
maar ogenschijnlijk onaanraakbaar
ook zij bang voor kritiek van pappa en mamma
ze blijft zitten en durft niet te vertellen en hangt een poppetje
met een strop om haar nek aan de lamp in de woonkamer
ze slaapt op zolder'

Het gezin onderneemt regelmatig leuke uitstapjes en gaat ook op vakantie. De ouders zijn voor die tijd heel progressief, maar weten niet om te gaan met hun jongste dochter. Paula heeft last van paniekaanvallen en ook Manja krijgt ermee te maken, maar die worden door de artsen niet goed ingeschat. Volgens hen zou het kopieergedrag zijn.
Dit leidt er uiteindelijk toe dat ze op zestienjarige leeftijd wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek. Een gevoel van onveiligheid wordt gevoed door het strenge regime.
In die jaren werd er in het geheel niet spaarzaam omgegaan met het verstrekken van medicatie.

'maandag- en donderdagmorgen opgelucht als je een ontbijt krijgt
je bent niet aan de beurt voor een electroshock behandeling
*behandeling ze deden het ook als straf zonder verdoving'

Odo Croiset
Ondanks dat Manja zich niet altijd goed begrepen of bejegend voelt, schemert er in de tekst toch door dat ze veel van haar ouders - beiden hebben een hoge leeftijd behaald - heeft gehouden. Haar vader is altijd haar beschermer geweest. Hij was als 'een onwrikbaar blok graniet', maar ook 'haar rots in de branding' en heeft veel met zijn jongste dochter gepraat. Toch heeft hij gezwegen over het oorlogsverleden van Paula en de Shoah die zijn stempel op haar moeder heeft gedrukt. Bij Manja rijst de vraag waarom zíj in een kliniek opgenomen moest worden en haar moeder niet.

Het derde gedeelte van het boek - over de Shoah die nooit voorbij gaat - vertelt op een zeer uitgebreide, maar confronterende wijze over de impact van de Holocaust op 'de tweedegeneratie oorlogsslachtoffers'.

Mooi zijn de verhalen over de mores van de jaren eind '40, begin '50. De melkboer die aan huis kwam, de tobbe met wasbord, de schillenboer met zijn ratel, de toverlantaarn en de krultang die in het vuur werd opgewarmd. De veranderingen die Amsterdam in de loop der jaren heeft ondergaan worden heel herkenbaar aangehaald.

De schrijfstijl is divers. Fragmentarisch, ook wel als flarden van gedachten, worden de herinneringen beschreven en afgewisseld met poëzie. De verhalende tekst is niet overal coherent, eerder chaotisch en in telegramstijl, maar de essentie is heel duidelijk.
Lettertype en -grootte wisselen voortdurend en er wordt veel gewerkt met vetgedrukte woorden en stukken tekst. Soms lijken de gedrukte pagina's wat chaotisch, doordat er in de eerste twee delen, op willekeurige plek kleine aantekeningen zijn geplaatst, bij wijze van annotatie.

Doordat de tekst in de eerste twee delen is verstoken van interpuncties en een hoofdletter aan het begin van de zin, is aandachtig lezen een vereiste. Regelmatig - ook in eenzelfde stuk tekst - wisselt het perspectief tussen de eerste persoon enkelvoud en de veel afstandelijkere derde persoon enkelvoud. Hierdoor lijkt ze afstand te scheppen tot zichzelf. Empatisch vermogen is haar niet vreemd.
De auteur toont zich een ware woordkunstenaar, zo verbastert ze bijvoorbeeld Traumata tot Traumamma en Traupappa. Kernachtige oneliners zijn in de tekst verweven. Cynisme en zelfspot doorspekt de tekst, maar de verdrietige lading blijft duidelijk voelbaar. Zeer gedetailleerd wordt een leven van zeventig jaar beschreven en dat niet alleen.....ook het leed van de jaren daarvoor.
Het boek is uitzonderlijk volledig gedocumenteerd, onderbouwd en voorzien van verduidelijkende afbeeldingen. 

Manja's naam is gekozen naar het boek Manja van Anna Gmeyner en daarom heeft het sterrenbeeld Cassiopeia een bijzondere betekenis voor haar.

Manja Croiset - Op transport
Manja Croiset is strijdbaar en heeft zich er altijd hard voor gemaakt om de wereld te laten weten wat haar is overkomen en aangedaan. Het is haar levenswerk, waar ze zich nog altijd dagelijks mee bezig houdt. Ze is te vergelijken met een pitbull, eenmaal ergens in vastgebeten, laat ze niet meer los.

De laatste jaren is ze ook fysiek ziek geworden en zou ze willen kiezen voor euthanasie, welke haar niet wordt gegeven. 
Doordat ze aan haar bed is gekluisterd is de laatste fase van haar leven er weer een van gevangenschap. 
Als kunstenaar heeft ze meerdere werken gemaakt ter nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers.

De eenzaamheid, het zich onbegrepen voelen door familie, die haar verwijt haar psychisch ziek zijn te cultiveren, en de wanhoop spatten van de bladzijden af. Het is uitermate beklemmend en het grijpt je bij de strot om te lezen dat er ná de oorlog een nieuwe oorlog kan ontstaan in het hoofd van degene die het aan den lijve heeft meegemaakt, maar ook in het hoofd van de volgende generatie.

De Odyssee van Manja Croiset, alleen kwam Odyssee zelf, na zijn omzwervingen veilig weer thuis.

Cassiopeia
Jan Foudraine (1929-2016) was psychiater en bewerkstelligde met zijn boek Wie is van hout? dat er een andere en meer kritische visie ontstond op de psychiatrie. In de vorige eeuw werd een psychiatrisch patiënt gezien als wandelend ziektebeeld, volgestopt met medicatie en behandeld met elektroshocktherapie. 

De menselijke benadering van de patiënt was vaak ver te zoeken en Foudraine liet zien een groot voorstander te zijn van een meer individuele benadering, minder hiërarchie in de kliniek, minder medicatie.

Deze ommezwaai in denken werd natuurlijk niet direct algemeen goed en bij de 'oude garde' van psychiaters en verpleegkundigen was er weerstand om 'het oude' los te laten. Het heeft de tijd nodig gehad om in te dalen.
Gelukkig staat tegenwoordig het individu centraal en niet het ziektebeeld.

Links

Het leven van Manja Croiset in beeld

NCRV interview Willy Lindwer over Manja Croiset

Video doorsnee van mijn leven! Manja Croiset

Reportage over het Leven en Werk van Manja Croiset Joodse Omroep

Gedichten voorgedragen door Manja Croiset uit Dissonante symfonie en een Knipoog in de duisternis

AT5 Specials

Auteur

Manja Croiset, de afbeelding die ze zelf verkoos.
Schets door Wieger Lindeboom
Manja Croiset (Amsterdam, 5 juli 1946) is een Nederlandse dichteres, schrijfster, voordrachts- en beeldend kunstenares.

Croiset is een dochter van Shoah-overlevenden. Ze is de jongste van drie dochters. Haar moeder Paula Kool (1918-2012) was Joods en verloor haar hele familie. Haar vader Odo Croiset (1915-2011) zat in diverse kampen wegens illegaal drukwerk.
Croiset was vanaf haar 6e op balletles bij Nel Roos, de latere Nel Roos-balletacademie. Ze danste voor Unicef in de Jaarbeurshallen in 1960, georganiseerd door Carel Briels. Dit evenement werd rechtstreeks uitgezonden op de tv en draaide tevens in de zomer van 1960 in de bioscoop.
Na de lagere school bezocht Croiset het Barlaeus Gymnasium. Ze kwam, als tweedegeneratieslachtoffer, op jonge leeftijd in de psychiatrie terecht. Ze verbleef jaren in psychiatrische inrichtingen. Daarover is ze op haar zestigste gaan publiceren. Ze is negen jaar werkzaam geweest bij het Leidsch Dagblad.
Er is een film over haar leven gemaakt door de documentairemaker Willy Lindwer. Deze ging in première op 24 februari 2014 in EYE in Amsterdam, en is op 22 april 2018 vertoond in het Nationaal Holocaust Museum in oprichting in Amsterdam.

De film is opgenomen in het archief van Yad Vashem inclusief de inleidende speeches en twee boeken van de schrijfster in de bibliotheek.
De schrijfster heeft de grammaticale vorm onverwerkt verleden tijd ingevoerd, zowel de film als haar boek Mijn leven achter onzichtbare tralies worden hiermee geopend. Eveneens heeft de dichteres met Bloemlezing of rouwkrans en Prozee als synoniem van lyrisch proza de Nederlandse taal verrijkt. De eigen schrijfstijl is benoemd als: idiosyncrasie, medisch jargon. Psychologica. Voortvloeiend uit haar historische boeken, breder dan egodocumenten. Gaandeweg haar loopbaan heeft ze zich ontwikkeld tot woordcartoonist.

Titel: Mijn  Odyssee
Auteur: Manja Croiset
Pagina's: 352
ISBN: 9789402172560
Uitgeverij Brave New Books
Verschenen: februari 2018

zondag 25 november 2018

Noud Bles – De Poolse weg

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Aspekt





Metamorphosen in een modern jasje



Met een veelbelovende, mysterieuze cover ligt hier de herziene editie van De Poolse weg. Een goede zaak om dit boek nog eens onder de aandacht te brengen. De inhoud van deze roman leest nog net zo fris als in de tijd van de eerste verschijning in 1990. Het – op het eerste oog – toegankelijke boek zit bomvol allusies, werpt de huidige mens terug op de essentie en voert hem naar oudtestamentische tijden. Het hoofdpersonage geeft zich letterlijk bloot in al zijn kwetsbaarheid en laat zich kennen zonder de negatieve connotatie die gekoppeld is aan deze uitdrukking. De Poolse weg is een reis naar het verleden waarbij de thematiek samen te vatten is in het verlangen naar liefde en de zoektocht naar de oorsprong. 

Het beroep van Zeger Faber is huisarts. We maken kennis met hem wanneer hij als een ietwat morsig figuur in zijn prachtige huis met tuin – daarover later meer – voorbereidingen treft voor zijn reis naar Polen. Let wel, Polen lag destijds nog achter het IJzeren Gordijn en de benaming ‘uitdaging’ om er veilig aan te komen met je lading is een understatement. Zeger is van slag, want zijn vrouw Evelien is zomaar vertrokken en ook Eefke, hun dochter, is het huis uit. Wat rest is een leeg huis, de praktijk en een tuin die ontworpen is door Evelien en die wat Zeger betreft volledig op de schop mag.
Deze tuin heeft een belangrijke plaats in het boek. De combinatie van de tuin met de appel die Zeger schilt en de namen van zijn vrouw, zijn dochter en de Poolse tolk Ewa doen sterk denken aan het paradijs. Maar dan wel het paradijs van na de zondeval natuurlijk, want de ambiance en de gemoedstoestand van Zeger zijn allerminst paradijselijk.

Het verhaal belooft wat. Een reis met een schitterend oldtimer – een Volkswagenbusje met spijltje in het voorraam (!) – van Nederland naar Polen. De bezitter van het busje is Alex, de oudere broer. Een totaal ander type dan Zeger, regelmatig botsen hun meningen als in een Bijbelse broedertwist.
Maar Alex heeft de bus en Zeger wil beslist terug naar Ewa, de tolk die hij eerder ontmoette in Polen.

‘Vorig jaar ontsnapte een schokgolf uit mijn waterdichte geheugencompartiment. In Polen. Ze vertaalde het Pools van onze gastheren in Engels en ons Engels in Pools. Haar huid was wit, haar ogen waren groot en helderblauw. Ik hoorde haar stem. Verstond niet wat ze zei, haar moedertaal noch haar Engels. Ze was jong, droeg langgedragen ouderwetse kleren en had het tengere figuur van een kind. Haar uiterlijk straalde onschuld uit. Ze heette Ewa.

Het lichaam krijgt veel aandacht in het boek. Een huisarts krijgt voortdurend te maken met het menselijk lichaam en Zeger is zich hiervan erg bewust. Hij schrijft over handen die warm of koud zijn, over lippen die zoveel zenuwuiteinden hebben zodat die uitermate geschikt zouden zijn om iets te onderzoeken, maar dat kan natuurlijk niet bij vreemden. Gelukkig blijft er een afstand tussen patiënt en dokter. Hij bekent zijn voorliefde voor bleke, jonge androgyne, onschuldige meisjes. Deed denken aan Humbert Humbert uit Lolita van Vladimir Nabokov, die ook dat jonge, lucide van jonge meisjes zo aantrekkelijk vond. Nou ja, dit thema is ook al heel oud, denk maar aan de mythe van Salomé waarin het hoofd van Johannes de Doper geofferd wordt omdat een koning een jong meisje begeert. 


Psyche en Cupido- Bron

Eenmaal in Polen aangekomen met het restant hulpgoederen dat overbleef na de diverse grenscontroles, volgt de rest van het verhaal. Eigenlijk gaat het niet eens om de daadwerkelijke gebeurtenissen daar. Door flashbacks komen we steeds meer te weten over het verleden van Zeger, zijn relatie met zijn broer en zijn ouders, vooral zijn vader krijgt de nodige aandacht. Lees en huiver welke gevolgen zijn daad had voor zijn zoon!

En ja, de verleidingen waaraan een arts blootstaat zijn groot, een greep in de opiatenkast is zo gedaan. Verslaving ligt op de loer en ook dit motief draagt bij aan de ontwikkeling van de personages. Ewa komt steeds meer in beeld, zij moet het hoofd boven water zien te houden door meerdere banen tegelijk te hebben. Haar man zit werkloos thuis, maar is wel politiek actief. Veel liefde is er niet tussen hen, dus voelt Zeger zich vrij om met haar om te gaan. Ze bezoeken congressen, ziekenhuizen, haar werk en haar tuberculeuze moeder. Met meegebrachte medicijnen en verbandmiddelen kan Zeger een kleine bijdrage leveren aan het eeuwige tekort in een ziekenhuis. Helaas kunnen de meegenomen handschoenen niet gesteriliseerd worden, ze zijn disposable, dit moet voor een ziekenhuis daar in die tijd overkomen als een geweldige verspilling! Wat een verschil met het gemak waarmee hier in het westen alles zo makkelijk voor het grijpen ligt en vervangen kan worden.

Het contact met de praktijk in Nederland is mondjesmaat mogelijk. Zo af en toe spreekt hij zijn waarnemer en zijn betrokkenheid is groot. Zeger is trots op zijn grote praktijk en kent zijn patiënten, eigenlijk heeft hij moeite om de zorg over te dragen, hij blijft zich verantwoordelijk voelen. Het lijntje tussen Nederland en Polen blijkt uiterst nuttig in een noodgeval, hoewel je daar achteraf vraagtekens bij kunt zetten. Maar omdat het verhaal ook een thrillerachtig element heeft mag de lezer dat zelf ervaren. Net als de titel van deze bespreking, deze kan pas verklaard worden wanneer het boek gelezen is. Dus is dit het advies: lees het boek en reis mee naar de peilloze diepten van het wezen van de mens.




De auteur

Noud Bles werd 19 maart 1945 in Vinkeveen geboren. Begon in de jaren zestig te schrijven en ontving in 1964 de poëzieprijs van de Jong Nederlands-Belgische Literaire Dagen. Publiceerde vijf romans, twee verhalenbundels, drie gedichtenbundels en losse bijdragen in kranten en tijdschriften. Is zelfstandig auteur, lid van de Auteursbond (voorheen VVL/Vereniging van Schrijvers en Vertalers) en woont in Gendt (Over-Betuwe). Verzorgt cursussen verhalen schrijven, begeleidt leeskringen en maakt literaire programma’s, ook werkt hij aan literaire projecten zoals het culturele huisprogramma Radboud Reppen en Roeren van de Radboud Universiteit. In Nijmegen is hij mede-oprichter van de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen en de werkgroep Literaire bakens Nijmegen. De Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid honoreerde zijn bijdragen aan de lees- en taalcultuur met een TAALent 2016.

Noud Bles schrijft columns en feuilletons, vertaalt soms uit het Duits, vertelt en schrijft over de literatuur uit veel uiteenlopende landen, organiseert regelmatig literaire publieksactiviteiten en werkt aan nieuwe verhalen en aan een nieuwe roman. Op 11 november 2011 verscheen zijn laatste verhalenbundel en werd op museum De Stratemakerstoren het literaire baken Faust aan de Waal onthuld. Zin roman De laatste hand verscheen in 2017.


Titel: De Poolse weg
Auteur: Noud Bles
Uitgever: Aspekt
ISBN: 9789463384605
Pag.: 257
Genre: roman
Verschenen: deze herziene editie 2018, oorspronkelijk 1990