maandag 31 december 2018

Haruki Murakami - Ten zuiden van de grens

Recensie door Tea van Lierop 
Atlas Contact


                                                                     ‘Pretend you’re happy when you’re blue
                                                                      It isn’t very hard to do’

                                                                      Song Pretend - Nat King Cole


Een onwaarschijnlijk waarachtig meesterwerkje



Ik’. Hiermee opent Hajime zijn verhaal. Een krachtiger opening is bijna niet voor te stellen. Luister en lees het bovenaardse, subtiele en hartverscheurende verhaal dat Murakami zijn personage laat vertellen. De naam Hajime betekent ‘begin’, het verhaal zal uitwijzen of er behalve het begin van zijn geboorte nog meer startpunten zullen opduiken. Murakami kennende is hij meester in plotwendingen waardoor een bestaande situatie door een min of meer heftig voorval zomaar kan veranderen en niets meer is zoals het was. En vreemd genoeg lijkt zo’n transformatie heel gladjes te verlopen, net alsof het helemaal geen moeite kost om moeilijke beslissingen te nemen en de consequenties te aanvaarden. Tot zover de hooggespannen verwachtingen van dit boek, dat in 1992 voor het eerst verscheen, het is zijn zevende roman.




Hajime kreeg een beschermde opvoeding, hij was enig kind en z’n referentiekader reikte niet verder dan een levenswijze zoals hij en zijn ouders hadden. Een geborgen leven zonder ontberingen, hoewel het gebrek aan een broertje of zusje hem het gevoel gaf niet compleet te zijn. Groot was de verrassing toen hij lotgenote Shimamoto leerde kennen. Samen deelden ze het ‘enig-kind’ zijn en dat verbond hen veel langer dan de tijd dat ze samen op dezelfde school zaten. Het lijkt wel of zij het ontbrekende stukje is dat Hajime mist, het zou kunnen wijzen op een nieuw begin. Vanaf dit punt wordt Hajime’s leven ingrijpend beheerst door de mooie Shimamoto. De twee kinderen delen lief en leed, het maakt helemaal niets uit dat het meisje sleepte met haar linkerbeen. Samen luisterden zij naar de uitgebreide platencollectie van haar vader en die nummers zullen nog lange tijd een rol blijven spelen in Hajime’s herinnering.

Ik luisterde meestal naar rock-’n-roll. Maar al snel begon ik ook van de lichte klassieke muziek te houden die ik bij Shimamoto hoorde. Dat was muziek ‘van een andere wereld’, en dat ik ertoe was aangetrokken had er waarschijnlijk alles mee te maken dat Shimamoto tot deze andere wereld behoorde. Een of twee keer per week brachten we een middag door op de bank met een kop thee die Shimamoto’s moeder voor ons had gezet, luisterend naar de ouvertures van Rossini, de Peer Gynt suite of de pastorale van Beethoven.’

Hier wordt het ontbrekende deel van Hajime duidelijk zichtbaar, het maakt hem gelukkig en compleet. Helaas zal dit gevoel niet van lange duur zijn. Wanneer Shimamoto naar een andere school gaat, verdwijnen alle zorgvuldig opgebouwde vertrouwelijkheden, alsof er een betovering was waarvan de ban nu ruw verbroken is. Het verlangen is nooit verdwenen, altijd wanneer er een andere liefde is, blijft de schim van Shimamoto aanwezig.
Het leven van Hajime verloopt eigenlijk wat grillig. Hij heeft wat relaties, soms erg onstuimig die hij typeert als ‘absorberend’. Dit zou misschien kunnen wijzen op een aanvulling van dat deel dat hij nu mist, want zonder zijn grote (jeugd-)liefde is hij weer de gespleten Hajime die maar een deel van zichzelf is, het andere deel is voorlopig onzichtbaar. Die absorberende seksuele relatie heeft nevenschade aangericht aan Izumi waarmee hij op dat moment een relatie heeft, het is haar nicht waaraan hij zich zo te buiten gaat. Wat een onverkwikkelijke toestand…, maar hij kan niet anders.

Het lijkt of Hajime zijn leven onder controle heeft, hij trouwt, krijgt via zijn schoonvader de kans wat jazzclubs te exploiteren en heeft daarnaast af en toe een vriendinnetje. De muziek is een leidmotief. Murakami maakt in z’n romans gebruik van een waaiertje motieven, altijd fijn voor de liefhebber dat er weer eentje opduikt. Hier dus de muziek, maar ook de kat, het oortje, de spiegel en ja, ook de put wordt genoemd. Dit keer is Shimamoto degene die zich op de bodem van een put voelt zitten. Want natuurlijk zien de twee elkaar ooit terug, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en de queeste die voor beiden noodzakelijk is moet ergens toe leiden. Waartoe mag de lezer zelf ontdekken, maar dat het een wonderbaarlijke, ontroerende zoektocht wordt is duidelijk. Alle ingrediënten zijn aanwezig voor een indringende leeservaring.

De transformatie van Hajime is een kwestie van vallen en opstaan. De comfortabele positie van een man die zakelijk gezien gearriveerd is een gezin heeft lijkt voor een tijdje bevredigend, maar is niet blijvend. Schoonvader is een raskapitalist en de schimmige manier van zakendoen begint Hajime tegen te staan. Weer dat gevoel een ander leven te leiden, weer het gevoel iets te ontberen.
De piekervaring waarnaar Hajime op zoek is, en ook Shimamoto, blijft een zoektocht. Het wordt een aantal keren erg spannend en bevreemdend tegelijk wanneer liefde en dood erg dicht bij elkaar komen te liggen.
Wat wordt, is de rol van Yukiko, z’n vrouw?

Ik twijfelde of ik de kracht in me had om voor Yukiko en de kinderen te zorgen. Mijn visioenen, die dromen voor mij alleen sponnen, hielpen niet langer. De leegte was tot in alle hoeken leegte. Ik had lang in deze leegte vertoefd en geprobeerd me eraan aan te passen. Ik was eindelijk beland op mijn bestemming en daar moest ik aan wennen. Misschien was het nu mijn beurt om een droom te spinnen voor anderen. Dat was wat me te doen stond. Ik wist niet hoeveel kracht zo’n droom had. Maar om aan mijn leven op dit moment enige zin te geven, moest ik me met alle kracht die ik in me had aan deze taak wijden. Misschien.’

Dit bijzonder mooie ragfijne boekje las ik voor de tweede keer. Deze keer met nog meer plezier vanwege het verhelderende boek van filosoof Ype de Boer - Murakami en het gespleten leven. Een toegankelijk boek waardoor de leeservaring intenser wordt.
Tenslotte wil ik dit citaat niet onvermeld laten, zo waar!

‘‘Heb je er weleens over nagedacht hoe het zou zijn om een broertje of zusje te hebben?’‘
Nee, nooit.’
Hoezo? Hoezo heb je daar nooit over nagedacht?’
[…] Het was ook een heel lang antwoord. Ik slaagde er niet in me beknopt uit te drukken. Maar wat ik wilde zeggen kwam uiteindelijk hierop neer: ‘De persoon die ik nu ben heeft nooit broers of zussen gehad en als ik ze wel had gehad dan zou ik nu een ander persoon zijn dan wie ik nu ben en daarom is het eigenlijk strijdig met de logica dat de persoon die ik nu ben nadenkt over eventuele broers en zussen.’’
 


De auteur

Haruki Murakami (村上春樹, Murakami Haruki; Kioto, 12 januari 1949) is een Japanse schrijver en vertaler.

Hoewel hij werd geboren in Kyoto groeide hij op in Kobe. Zijn vader was de zoon van een boeddhistische priester. Zijn moeder was de dochter van een koopman uit Osaka. Beiden gaven les in Japanse literatuur. Murakami was echter altijd meer geïnteresseerd in de Amerikaanse literatuur, waardoor hij zich een westerse schrijfstijl eigen maakte, waarmee hij zich onderscheidde van zijn Japanse tijdgenoten.

Murakami kreeg een opleiding toneel aan de Waseda-universiteit in Tokio. Daar ontmoette hij zijn latere vrouw Yoko. Zijn eerste baan was in een platenzaak. Na zijn studie opende hij in Tokio samen met zijn vrouw een jazzbar, "Peter Cat". (1974-1981). Deze zaak leidde hij van 1974 tot 1982. Dit verklaart waarom veel van zijn boeken en met name "Dans, dans, dans" een muzikaal thema hebben. Dans, dans, dans is genoemd naar het lied van The Beach Boys Dance, Dance, Dance, en het boek Norwegian Wood is genoemd naar het lied van The Beatles.

Murakami schreef geen fictie tot na zijn dertigste. In 1987 kwam zijn echte doorbraak met de publicatie van Norwegian Wood, een nostalgisch verhaal over verlies en seksueel opgroeien van een tiener die terugkijkt op zijn studentenleven en verliefd wordt op twee vrouwen tegelijkertijd. Van dit boek werden miljoenen exemplaren gekocht door Japanse jongeren, waarmee hij een nationale beroemdheid werd. In 1986 verliet hij Japan en reisde door Europa, waarna hij zich vestigde in de Verenigde Staten. Hij gaf daar onderwijs aan de universiteit van Princeton (New Jersey). In deze periode schreef hij Dans, dans, dans, De opwindvogelkronieken en Ten zuiden van de grens.


Tussen het schrijven doet Murakami veel aan hardlopen. Hij liep verschillende marathons en volbracht ook enkele triatlons.
Titel: Ten zuiden van de grens
Auteur: Haruki Murakami
Vertaling: Elbrich Fennema
Uitgever: Atlas Contact
ISBN: 9789025442088
Pag. : 240
Genre: literaire fictie
Verschenen: oktober 2013

vrijdag 28 december 2018

Matias Faldbakken - De Hills


Recensie door Truusje
Uitgeverij J.M. Meulenhoff 



Vergane glorie of de opmars van modernisering


In de sfeer van een als Weens koffiehuis ingericht etablissement, maken we kennis met de naamloze protagonist, een hoogsensitieve kelner die in zijn eentje het opnemen en het uitserveren van de bestelling voor zijn rekening neemt. Al dertien jaar is hij er werkzaam en, naar het lijkt, behoorlijk vergroeid met de geldende mores die daar immer heersen.
Al die jaren hebben zijn werkzaamheden iets voorspelbaars en de houvast die dat hem biedt, maakt dat de conservatief ingestelde kelner zich als een vis in het water voelt en zijn werk met verve en zelfverzekerdheid kan uitvoeren. Hij verstaat de kunst zich onzichtbaar te maken, werkt heel bewust en is zich tevens zeer bewust van zijn handelen. Zijn observatievermogen is groot en gedetailleerd zijn beschrijvingen - hoewel dit natuurlijk de credits voor de auteur zijn die de kelner deze eigenschap heeft aangemeten -. Een behoorlijk gestructureerd heerschap dus, deze ik-verteller.

'Het beroep dat ik uitoefen, stelt twee eisen aan me: ik moet beroepstrots hebben en ik moet mezelf kunnen wegcijferen. De beroepstrots leidt ertoe dat ik me voor mijn welbevinden aan rigide routines moet houden, aangezien ik als hoogsensitief mens geen prijs stel op verrassingen of veranderingen. Door mezelf weg te cijferen kan ik met mensen omgaan en hen bedienen zonder er zelf bij betrokken te raken.'

De naam van het Noorse restaurant is 150 jaar geleden ontstaan, doordat de familie Hill er vanaf 1846 een confectiecentrum bestierde en het is, onafhankelijk van de gewijzigde bedrijfstak in latere jaren, altijd de naam 'De Hills' blijven voeren.
De uitgebreide en gedetailleerde omschrijving van het restaurant branden het gehele interieur in je netvlies, daar is gewoonweg niet aan te ontkomen.

Ondanks de kenmerken van Jugendstil - de stroming die van eind 19e tot begin 20e eeuw terrein veroverde in Europa -, wordt de ruimte beschreven als behoorlijk schmutzig, met het zwartgeblakerde plafond van het flamberen in de keuken, vettige wanden, verrookte plafonds en schilderijen - uit de tijd dat er binnen nog gerookt mocht worden - versleten mozaïek op de vloer, de klassieke marmeren tafelbladen, de stickers op de wanden en de kroonluchter die er hangt als baken van de vergane glorie.
Zijn ritueel om zich dagelijks in zijn outfit te hijsen, geeft hem zijn broodnodige houvast. Het ziet er keurig uit, maar het vele dragen en wassen geeft het een sleets uiterlijk. Vergane glorie misschien, maar voor de kelner zijn houvast aan het oude.

Onze hoofdpersoon heeft zo zijn eigen ritme, gewoontes en principes, werkt precies en met een nogal stoïcijnse houding. (Tijdens het lezen heb ik steeds het beeld van Anthony Hopkins voor me gezien. Het zou de perfecte hoofdrol voor hem zijn bij een eventuele verfilming.) Gemakkelijk laat hij zich niet verleiden om uit zijn rol te vallen en hij geeft blijk van het kennen van zijn pappenheimers, wat ze graag eten en drinken en hun gewoontes. Hij is ogen en oren, maar houdt zich verre van het geven van zijn mening en stelt zich conflictvermijdend op.

Het boek heeft, ondanks dat er meerdere dagen verstrijken, iets weg van een éénakter. Het toneel is en blijft het restaurant en het vilten gordijn aan de kromme messing buis, dat voor de ingang hangt, is het doek waardoor de personages hun acte de présence maken.

Wanneer een vrouw - is ze nog een meisje, is ze een vrouw? Een vrouwmeisje. - haar opwachting maakt, veroorzaakt dat de nodige opschudding. Ze heeft lak aan conventies, neemt het niet zo nauw met de tijd, bestelt vierdubbele! espresso's, is constant met haar mobiele telefoon bezig en lijkt zich nodeloos op te dringen aan de andere gasten. Al dat grenzeloze en moderne gedoe zorgen ervoor de onze kelner last krijgt van een sluimerend onbehagen en een moreel dilemma. Hierdoor dreigt hij met zichzelf in conflict te komen. De sfeer, maar ook de kelner, worden grimmiger. De dame houdt de gemoederen danig bezig.

'Van een afstandje lijkt ze op een engel, van dichtbij op een duivel.'

De oude Johansen is de huispianist - hij blijkt behept te zijn met een grote verzamelwoede - die op een verdekt opgestelde plek op de entresol zijn repertoire ten gehore brengt. Hij heeft in de gaten dat de kelner zichzelf wat aan het verliezen is en waarschuwt hem.

''Wanneer de organisatie van het ego spaak loopt, is de ineenstorting nabij.'
De oude Johansen hoeft zich niet eens om te draaien om mijn ontwrichte stumperigheid te kunnen vaststellen. Blijkbaar heb ik de uitstraling van een stakker, dwars door mijn ingebeelde maliënkolder en schild van service, routine en voorspelbaarheid heen.'

Voor de negenjarige Anne heeft hij uiteindelijk nog ontzag en eigenlijk is zíj de enige die hij nog serieus kan nemen.

Neem ook eens de tijd om de prachtige stofomslag goed te bekijken. Het staat mijns inziens symbool voor allerlei individuen van diverse pluimage en de kat is de kelner die het geheel feilloos en sluw in de gaten houdt.

Faldbakken schrijft op een luchtige manier. De verfijnde humor doet regelmatig glimlachen, maar voelt ook net zo vaak aan als satirisch. Wie het verhaal laat bezinken, zal ook de verontrustende, onderliggende boodschap voelen van de dreiging van vergane glorie en het moeten wennen om mee te gaan met de modernisering.
Zijn uitgebreide uitweidingen over de kleinste details maken het verhaal misschien soms wat traag, maar mij stoorde dit allerminst. Het maakte me juist zo duidelijk hoe de kelner in zijn vel steekt en hoe hij zich als een vis in zijn 'eigen' domein voelt rondzwemmen.
Een magnifieke roman die me meteen inpakte en me het gevoel gaf om het niet te snel op te souperen.

Auteur

Matias Faldbakken (1973 Hobro, Denemarken) is kunstenaar en schrijver. Hij schreef eerder een trilogie onder het pseudoniem Abo Rasul. 'De Hills' is de eerste roman die in het Nederlands is vertaald.

Titel: De Hills
Auteur: Matias Faldbakken
Vertaling: Lucy Pijttersen
Pagina's: 240
ISBN: 9789029092517
Uitgeverij J.M. Meulenhoff
Verschenen: oktober 2018

woensdag 26 december 2018

Martin Amis-Rachel, een document

Recensie door Roosje
Uitgeverij: Atlas Contact Olympus



Een reusachtig debuut *


In 1973 debuteerde de toen 24-jarige Martin Amis met The Rachel Papers.
Hoofdpersoon Charles Highway staat op de drempel van de volwassenheid; bij het begin van de roman is hij nog vijf uur negentien jaar; daarna is hij volwassen. Dit boek is de verslaglegging en eveneens het verslag van zijn Eerste Grote Liefde: Rachel. Het gaat over Charles' kennismaking met haar, zijn beramingen haar voor zich te winnen, zijn verovering van haar, zijn relatie met haar en het verwaaien van de liefde.

In zijn eigen woorden (of die van Martin Amis; misschien is er zekere overeenkomst tussen Charles Highway en Martin Amis):

'Want er is iets onherroepelijks met mij gebeurd, en ik ben er erg op gebrand te weten wat het is. Dus: wanneer ik, laat ik zeggen, de afgelopen drie maanden nog eens doorloop, en probeer om al mijn vroegrijpheid en kinderachtigheid, mijn zesdeklasknapheid en vijfdeklassstoutigheid, al mijn eigendunk en zelfingenomenheid en walging van mijzelf, en al mijn… noem maar op, op een rijtje zet, misschien zal ik dan in staat zijn mijn harmartia (zonde; hoogmoed, rdv) te plaatsen en kan ik zien wat voor een soort volwassene ik zal worden. Of niet, wat ook mogelijk is. Het zal hoe dan ook best leuk zijn' (p. 9)


Charles houdt van al zijn familieleden en van Rachel een dossier bij; een archief, waarin allerlei info zit: dagboekfragmenten, aantekeningen, papieren bewijsmateriaal, feiten, vrij-associatief proza, brieven (p. 227). Naar aanleiding van dit archief is het onderhavige boek geschreven. Ook de stijl van deze roman loopt van feitelijk, via plechtstatig of intellectualistisch naar vrij-associatief en zelfs naar slang-achtige jongerentaal met allerlei woordvondsten en woordbreisels. Het is zoals Charles zelf zegt een vorm van zelfonderzoek, maar vooral natuurlijk de geboorte van een heus schrijver (net als bijvoorbeeld bij Proust in De verloren tijd en ook in Vestdijks Terug tot Ina Damman, waarin Anton Wachter ontdekt dat hij schrijver is; en in talloos veel andere romans). En natuurlijk zoals dat tegenwoordig heet: een coming of age (of bildungsroman).

Marcel Proust (publiek domein)


Charles een een intelligente maar uitermate pedante knul. Hij strooit graag met intellectualistische beweringen waarin vooral de dichters Blake en Shakespeare centraal staan. Bij de beoordeling van zijn toelatingsexamen tot een van colleges in Oxford krijgt zijn pedanterie een gevoelige tik. Een hippe, jonge docent wijst hem erop dat hij beter de werken zelf kan gaan lezen dan de ingewikkelde intellectualistische exegesen ervan. Maar hij wordt wel toegelaten.

De hoofdpersoon is niet iemand voor wie je snel sympathie ontwikkelt: pendant, eigenwijs, smerig, hang naar seks, drank en drugs (volgens mij zijn de hoofdpersonen bij Martin Amis nooit zulke fijne mensen, met wie je zo lekker mee kunt leven; het zijn altijd wat norse en nare mannen met een moeilijke verhouding tot vrouwen etc) maar Amis' stijl en beschrijvingen zijn zo goed en zijn humor en ironie zijn zo vilein en meeslepend dat ik werkelijk af en toe in lachen uitbarstte. En ook zijn er momenten waarop je een beetje met Charles te doen krijgt: hij doet per slot erg veel moeite voor Rachel; en het moment dat hij ziet dat zij ook maar gewoon meisje is, dwz wanneer hij in haar slipje een remspoor ziet, is vertederend.

De structuur is een beetje ingewikkeld maar wel goed doordacht; dat wekt mijn bewondering . De 'romantijd' is de vijf uur voordat Charles twintig jaar wordt. De tijd waarover het gaat ongeveer de drie maanden uit de periode Rachel. Met nog wat flash-backs naar nog vroeger. Het is niet een netjes aaneen geschreven roman; het zijn meer losse stukje (als in het Rachel-dossier, de 'Rachel papers'), waardoor je je oriëntatie wel eens kwijt bent. Ook is het verhaal een cirkel: het begint ongeveer waar het ook eindigt. De inhoudsopgave, de titels van de hoofdstukken suggereren toch wel dat Charles de roman in vijf uur geschreven heeft.

Dit is een van die boeken die je niet te snel moet opgeven en je moet even doorlezen om te zien hoe goed het is. Het irriteert je, maar je moet ook erg lachen; het is afstotelijk en hilarisch. Er is sprake van gelaagde niveaus binnen het verhaal. Het is gewoon heel erg knap geschreven. De verbeelding en zelfverbeelding van de hoofdpersoon zijn uitstekend vorm gegeven. De gebruikte taal is fantastisch. Het is bijna niet voor te stellen dat iemand van 24 jaar zo'n goed boek schrijft.

Het is voor mij de laatste maanden blijkbaar een periode van de debuten uit de oude doos: Vestdijk, Terug tot Ina Damman: een schitterende Proust-adaptatie; Hugo Claus (op 19-jarige leeftijd!!) met De Metsiers, geïnspireerd op Faulkners As I Lay Dying; en het debuut en helaas enige werk van Alain-Fournier (ook nog erg jong, voor in de twintig?), De grote Meaulnes.

Nu ik erover nadenk zie ik dat The Rachel Papers en Terug tot Ina Damman precies hetzelfde thema hebben: jonge gevoelige en intelligente jongeling komen door de liefde voor een meisje tot de ontdekking dat ze schrijver zijn.


* Ik schreef dit verhaal drie jaar geleden; ik had nog niet veel ervaring in het schrijven van stukjes.




Over de auteur:

Martin Amis (Swansea, Wales, 25 augustus 1949) is een Engels schrijver. Hij is de zoon van Kingsley Amis, die eveneens schrijver was.
Martin Amis werd vooral bekend door zijn tweede roman Dead Babies uit 1975. De titel van het boek veroorzaakte zoveel opschudding en afkeer dat de uitgeverij de titel veranderde voor de paperback versie in Dark Secrets.

Zijn werk wordt dan ook gekenmerkt door moreel en mentaal geweld. Dit heeft hij gemeen met de schrijversgeneratie uit de jaren vijftig, the Angry Young Men.
Amis experimenteert graag: met vorm, stijl, maar ook inhoud. Hij gebruikt Amerikaans Engels, straat-Engels en dialecten van verschillende minderheidsgroepen in zijn romans.
In februari 2007 werd hij benoemd tot hoogleraar 'creative writing' aan het Manchester Centre for New Writing aan de universiteit van Manchester, waar hij in september 2007 begonnen is.
Zijn afwijzing van en waarschuwingen tegen de radicale islam hebben hem het neologistische etiket 'Blitcon' (= British Literary Neocon) opgeleverd; dit etiket deelt hij met twee andere prominente literaire figuren van zijn generatie, Ian McEwan en Salman Rushdie. (bron)


Titel: Rachel, een document
Titel oorspronkelijk: The Rachel Papers
Auteur: Martin Amis
Vertaling: R.J.H. Jonkers
Uitgever: Atlas Contact Olympus
ISBN: 9789046704677
Pag.: 232
Genre: fictie
Verschenen: 2015

dinsdag 25 december 2018

Jan P. Meijers - Ladders van Schuim


Recensie door Truusje
Uitgeverij AquaZZ



Moeder, hoer, partner, godin


1976, Zuid Holland

Het gezin Bolder, bestaande uit vader, moeder, Peter en zijn oudere zus Marjon, woont in een arbeidersbuurt. Het beste vriendje van Peter is Wilfred, uit een schijnbaar beter milieu. Deze woont met zijn moeder en oudere zus op een woonark, maar de moeder van Peter vindt dat maar niets. 'Het zijn niet ons soort mensen'. Peter kan dan ook maar beter spelen met de kinderen die in hun eigen wijk wonen. Maar toch, zijn vriendschap met Wilfred wint het.

Peter is negen jaar wanneer hij door Wilfred wordt aangestoken door het modelbouwvirus. Wilfred bouwt de meest mooie vliegtuigen, die hij aan Peter laat zien. Deze raakt er danig van onder de indruk. Bij de speelgoedwinkel weet hij een catalogus te bemachtigen en besluit om de Focke-Wulf te kopen, wanneer hij het benodigde bedrag bij elkaar heeft gesprokkeld. Vol trots laat hij het eindresultaat aan zijn moeder zien, maar out of the blue reageert ze niet zo enthousiast als hij had verwacht.

'Ze sperde haar ogen open en kneep ze daarna samen. Met één beweging sloeg ze de Focke-Wulf uit mijn handen. Het vliegtuig maakte een korte vlucht naar de keuken-vloer. De propeller en het landingsgestel braken door de val af, de vleugels zaten nog aan de romp, maar een was scheef geknakt. Ik hoorde de piep van het keukenkastje waar het stoffer en blik lag. Mijn handen bleven in de lucht hangen en toen ik ze langs mijn lichaam liet vallen, zat mijn moeder al op haar hurken. Met twee halen veegde ze de onderdelen bij elkaar op het blik.'

Focke-Wulf
Het gebeuren kan hij niet plaatsen, maakt hem erg verdrietig en boos op zichzelf. Zijn moeder had hem toch gewaarschuwd voor Wilfred, waarom was hij dan toch met hem meegegaan naar de woonark om naar zijn vliegtuigen te kijken?
Het gebeurde blijft hem bezighouden, totdat zijn vader hem vertelt wat de reden is van haar reactie. Doordat zijn moeder er nooit zelf over heeft willen praten en hij zich een akkefietje herinnert van een moment dat hij eens met zijn moeder bij een vijver stond, besluit hij dat hij haar later alles zal vragen.

In deze coming of age roman volgen we, vanuit het ik-perspectief, de ontwikkeling van Peter, zowel zijn fysieke als zijn mentale ontwikkeling. Het is een zeer intelligente jongen, die nooit iets kwaads in de zin heeft.
De ontluikende seksuele gevoelens uitten zich voor het eerst bij het zien van de badmode in de Wehkampgids. Op de middelbare school is het zijn lerares Frans waar hij van onder de indruk raakt, omdat ze een kokerrok draagt. Zijn fantasie gaat met hem aan de haal.

Hij conformeert zich gemakkelijk aan de ideeën van zijn ouders en de idealen die zijn moeder voor ogen heeft. Haar goedbedoelde adviezen, drukken hun stempel op hem, in zijn denken, vriendschappen en zijn voorzichtige stappen op het pad der liefde.

'Waarom heb je Marjon wel apart genomen en mij niet?'
'Omdat het de taak van je vader is, daarom.' Ze sloeg haar armen over elkaar. [...]
'Er is meer dan de technische kant,' begon ze. 'Het is pas echt als je van iemand houdt, en dat kan maar van één mens.' [...] 'Nu je erover begonnen bent, wil ik dit zeggen. Seks alleen uit lust, wat je tegenwoordig hoort, dat is een heilloze weg.'

Peter groeit op en ontwikkelt zich tot adolescent. Op een zeer boeiende manier en in een rustig tempo neemt de auteur je mee door de jaren van ontwikkeling van de protagonist, zoals de vriendschap met een schoolvriendin, zijn schaamte voor zijn jeugdpuistjes, het gepest omdat hij naar de Havo gaat en de rest van de jongens naar de LTS, zijn ouderwetse leren schooltas die het moet ontgelden tijdens het gepest.
De tijdgeest wordt met oog voor de details zo beeldend en filmisch uitgewerkt, dat ik het eenvoudig geprojecteerd kreeg op mijn netvlies. Dat de mores aan verandering onderhevig is, omdat normen en waarden meebewegen, wordt mooi uitgewerkt zonder moralistisch te zijn.

Zijn eerste liefde beleeft Peter met Heidi, de twee jaar oudere zus van Wilfred. Het is een heerlijke tijd die ze samen doorbrengen. Ze genieten van elkaars nabijheid en de ladders van schuim, maar helaas laat Heidi het na verloop van tijd afweten. Het is Wilfred die hem dan hardhandig uit zijn droom haalt over Heidi. Peter begint nu zelf ook te beseffen dat de invloed van zijn lieve moeder groot is geweest. Hij heeft zich voorzichtig ontwikkeld tot een jonge man met een eigen identiteit, die zich los kan maken van de moraal van zijn moeder.

De realistische schrijfstijl heeft me aangenaam verrast met zijn mooie zinnen en bijzonder plezierige, rustige manier van opbouwen. Bedrieglijk eenvoudig loodst de auteur de lezer door het leven van Peter. Bedrieglijk, omdat er zoveel meer inhoud in het verhaal zit dan het misschien op het eerste gezicht zou lijken. Heel getrouw weet de auteur allerlei details in het verhaal te integreren die me een feestelijk gevoel van herkenning gaven over de bekende dingen uit mijn eigen jeugd. Van Toppop, Bubblicious kauwgom, sokken als propjes in je rubber laarzen, de handdoek die je over je stapel kleren legt op het grasveld van het zwembad, de ouder-wetse leren schooltas en later de pukkel uit de dumpstore, tot een keer naar je nieuwe school fietsen om te kijken hoe lang je er over doet. Fantastisch om deze dingen terug te lezen in dit boek.
Ook de ontwikkeling van de jonge Peter is trefzeker neergezet, wat getuigt van een groot inlevingsvermogen. De auteur beschrijft nauwgezet de sfeer uit de jaren '80, weet zich uitstekend te verplaatsen in het hoofd van zijn protagonist, die op zijn beurt onder mijn huid wist te kruipen.

Ik ben overtuigd. Ladders van schuim is een fantastische en boeiende leeservaring van Hollandse bodem, die aanzet tot nadenken en het herlezen absoluut meer dan waard is.

Auteur

Jan P. Meijers is schrijver en lezer, gitarist en luisteraar, en soms lanterfant.
Welke boeken hijzelf leest, en zijn recensies, kun je vinden op Hebban.

​Hij leest ook graag werk in wording op www.schrijvenonline.org.
​Wil je dat hij jouw werk daar leest? Plaatst dan op de pagina Contact een bericht met de titel van jouw werk. Daarnaast is hij verhaalredacteur bij coöperatieve uitgeverij In De Rieten stoel. 
(Bron: http://www.janpmeijers.nl/)



Titel: Ladders van schuim
Auteur: Jan P. Meijers
Pagina's: 234
ISBN: 9789078459880
Uitgeverij AquaZZ
Verschenen: mei 2018

maandag 24 december 2018

Bronja Hoffschlag - P.I.D.

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Agema







Nostalgische muzikale thrillerachtige trip



Geestverruimende middelen heb je echt niet nodig tijdens het lezen van dit boek, de leesstof heeft die uitwerking al op de lezer. De trip bestaat uit een reis in de tijd, we gaan terug naar eind jaren 60 van de vorige eeuw en volgen Tom, die in zijn jeugd geobsedeerd raakt door de geheim gehouden persoonsverwisseling van Paul McCartney. Wanneer hij die ontdekking doet kan hij niet meer stoppen met het zoeken van bewijzen en tekent alles op. Tegelijkertijd speelt zijn hippieleven in Californië een rol, vooral wanneer hij kennis maakt met Charlie Manson, ja precies, de beruchte sekteleider.

Waarom wordt er een heel boek over deze gegevens geschreven? Dat komt doordat er zoveel onduidelijkheden zijn en de autoriteiten een dubieuze rol gespeeld hebben. Maar ook omdat het prachtig is een roman te lezen gebaseerd op feiten, met een totaal eigen twist. Voeg daarbij de vele songtitels, de mooie beschrijvingen van vriendschappen en er komt een meer dan onderhoudend boek tevoorschijn. Kijk vooral ook even naar de buitenkant, want die is behoorlijk opvallend. De kleuren zijn heel sprekend, een grote glanzende zwart-blauwe kever, een echte beatle, op een licht oranje ondergrond. Ook het formaat is een beetje afwijkend, het is een vrij breed en stevig boek waar je niet makkelijk omheen kunt, het trekt de aandacht.

bron

Thomas Robert Fremont is het absolute hoofdpersonage in het boek, hij staat in het midden van een aantal andere figuren die onderling ook weer verbanden hebben en zich ontwikkelen. Thomas’ ouders, Robert en Beth, hebben beiden een prominente plek. De vader krijgt een dubieuze rol in het verhaal. Moeder weet niets van de rol van de vader in de zaak en wordt doelbewust gescheiden van haar zoon. Geen wonder dat de relatie tussen Robert en Beth zijn beste tijd gehad heeft. Tweede verhaallijn is de familie die naast hen woont. Het buurmeisje van toen woont er nog steeds en is nu een alleenstaande moeder met twee kinderen, waaronder redder in nood Syd. En de derde lijn is de hippietijd.

bron

Om niet teveel weg te geven zal ik in algemeenheden verder gaan en het meer over de stijl, de spanning en de historie hebben. Het verhaal speelt zich af in verschillende tijden, in het begin is er een stukje waarin Tom een vluchtpoging doet en daarbij zijn aantekeningen in bewaring geeft aan het buurmeisje van toen, dit is in 1969. Gelukkig staan boven de hoofdstukken de data, dit helpt bij het volgen van het verhaal, want er is geen chronologie. Sprongen in het verleden en het heden wisselen elkaar af. Rode draad in het verhaal is de ‘complottheorie’ waarin Tom heilig gelooft en die hij ook met uiterste precisie opgetekend heeft en gestaafd met bewijzen. 

Door dit thema loopt zijn hippietijd in Californië waarin hij terecht komt met de gitaarspelende, blowende, flowerpowerbeweging en Charlie Manson in het bijzonder. De schurk Manson, zie ook Het Schervengericht van A.F.Th.van der Heijden (!) zal later als dekmantel gebruikt worden om Tom op te pakken, dit wordt een beetje grimmig verhaal, je kunt het bijna niet geloven hoe er wordt omgegaan met feiten en aannames. 

bron


Spannend is het in elk geval wel, vooral ook wanneer Tom in beeld komt wanneer hij in een inrichting zit en aan het woord komt. Veel geluk heeft hij niet gekend in zijn leven, hij is wantrouwend geworden na alles wat hem is overkomen. Wanneer Kirstie hem een beetje los weet te krijgen en samen met Syd zorgt dat Beth’s wens in vervulling gaat, lees je soms wat passages die niet zouden misstaan in een feelgood roman, maar dat kan dit boek wel hebben. Het is geen bloedstollend spannend boek, het is meer een verhaal waarin veel verteld wordt over de achtergrond van het vermeende complot Paul Is Dood in een uiterst onderhoudend en soms bizar decor van de zoektocht van de achterblijvers.

Vaak waren Charlie en ik ‘s nachts buiten, terwijl de anderen sliepen of binnen platen draaiden. We rookten marihuana. Soms namen we LSD en spraken dan over het leven, muziek en alles wat ons bezighield. Ik wilde hem vertellen over Paul, maar ik was bang dat hij me voor gek zou verklaren, zoals mijn ouders hadden gedaan.’ (2017-118)

Het boek geeft ook een mooi tijdsbeeld van de jaren ‘60, waarin de moeder van Syd opgroeit en valt voor de verleiding van de man die Syds vader zou worden. Dat soort sfeerbeelden van rokerige cafés waarin optredens waren van bandjes, de losse moraal die daarbij hoorde, maakt het tot een fijn en goed toegankelijk boek waarin vriendschap, liefde en trouw een belangrijke rol spelen. Lees hoe de verhaallijnen uiteindelijk bij elkaar komen en geniet!


bron


Biografie

Ik ben geboren in Schiedam in 1981, opgegroeid in Vlaardingen en woon sinds 2004 in Rotterdam. Op mijn vijfde ben ik begonnen met lezen en ontwikkelde ik een liefde voor taal. Sinds mijn veertiende schrijf ik zelf, maar ik maakte zelden iets af en had nooit de ambitie om iets te publiceren. Schrijven was gewoon iets dat ik leuk vond om te doen: experimenteren met perspectieven, stijl en opbouw. In de loop der jaren vond ik mijn ‘eigen’ stijl gevonden en uiteindelijk de discipline om een manuscript af te maken.

In november 2013 verscheen de psychologische thriller ‘De Dode Kamer’, het eerste deel in de Project X trilogie, dat lovende recensies kreeg en in 2014 de Hebban Debuutprijs won. In juni 2014 verscheen van mijn hand de thrillernovelle ‘Snuff’, een stand-alone. Datzelfde jaar ging ik op uitnodiging van zanger Hugo Koch een samenwerking aan met de metalband Burning. Voor hun debuutalbum ‘Nightmares’ (verschenen in maart 2016) schreef ik de teksten voor het nummer ‘Razors and Reasons’ en de eerste twee delen van het drieluik ‘Anthem For The Lost Souls’.

In augustus 2015 zag ‘De Skinner Methode’, het tweede deel in de Project X trilogie, het levenslicht. Later dat jaar bereikte ‘DSM’ de eerste plaats in de Hebban Leesclub Hall of Fame met een score van 9,7.

In 2017 verscheen mijn eerste roman, 'P.I.D.', gebaseerd op waargebeurde feiten. In 2018 schreef ik drie teksten voor de EP 'The P.I.D. Files' van Burning. Momenteel werk ik aan het laatste deel van de 'Project X Trilogie', dat in 2019 zal verschijnen.


Titel: P. I.D.
Auteur: Bronja Hoffschlag
Uitgever: Agemo
ISBN: 9789082137071
Pag.: 320
Genre: Roman
Verschenen: juli 2017


vrijdag 21 december 2018

Michael Ondaatje - Blindganger


Recensie door Roosje
Uitgeverij Nieuw Amsterdam


*Mogelijk spoilers*


Het donkere doolhof van de oorlog


In 1945 gingen onze ouders weg en werden wij toevertrouwd aan de zorgen van twee mannen die mogelijk crimineel waren. We woonden aan Ruvigny Gardens, een straat in Londen, en op een ochtend zei onze vader of moeder dat we na het ontbijt even met het hele gezin moesten praten, waarna ze vertelden dat ze een jaar naar Singapore gingen, zonder ons. Niet zo heel lang, zeiden ze, maar ook weer niet kort. Tijdens hun afwezigheid zou er uiteraard goed voor ons gezorgd worden.’ (2018: 13)

Zo begint Blindganger van Michael Ondaatje. Een fijne, veelbelovende start van een geheimzinnig boek, of eigenlijk een geheimzinnige zoektocht naar de ouders van Nathaniel, de hoofdpersoon en zijn zus Rachel. Hij is veertien en zij zestien jaar. Een collega van de ouders of van de moeder zorgt voor hen, zij noemen hem De Mot, Rachel verdenkt hem van criminele praktijken. Zij weten niet of hun ouders op de hoogte zijn van zijn criminele staat. Een lange stoet van bonte types komt na het vertrek van de ouders over de vloer, onder wie De Schicht en Olive Lawrence, geograaf en etnograaf en vriendin van de eerste.

Het leven is best aangenaam en spannend met school, bijbaantjes en vreemdsoortige nachtelijke tochten met De Schicht, al wordt Rachel wel redelijk volwassen  en blijft Nathaniel een avontuurlijk en gevoelig jochie, die op zijn beurt kennismaakt met het andere geslacht: Agnes. De kinderen komen erachter dat de moeder helemaal niet afgereisd is naar het andere einde van de wereld; zij vinden haar hutkoffer met haar kleren erin. Aan het eind van deel Een is moeder terug; was ze ooit weggeweest? Het begin van het boek is nog een beetje jongensachtig avontuurlijk. Ik kreeg hier en daar een associatie van de romans van John Irving, maar daarna, als Nathaniel volwassen is en hij op zoek gaat naar betekenissen en oplossingen, wordt de sfeer en het algehele gevoel weemoediger, melancholiek, wanhopig soms.

Daarna begint de lange doolhofachtige, nachtmerrieachtige zoektocht naar het verleden van de moeder.

Het verhaal wordt niet verteld, dat is een van grote pluspunten van dit boek. Je ondergaat als lezer het verhaal. Het is ook niet zo zeer dat het vertelde 'nu' één geheel vormt. Nathaniels 'nu' gaat met horten en stoten en slaat stukken over. Ook de gebeurtenissen in het verleden onthullen zich niet makkelijk en overzichtelijk. Voor sommigen is deze roman daarom geen boek waar ze van kunnen genieten. Het vertelde volgt al tastend de weg als in een doolhof, soms zit het op de goede weg en soms loopt het dood.
De toon van het verhaal is mistig en geheimzinnig, zoekend en uiterst gevoelig, nostalgisch en weemoedig. Dat geeft echt een heel aparte smaak aan dit boek.

Het is niet zo heel simpel veel over dit boek te vertellen, juist vanwege de mysterieuze en mistige sfeer. Veel behoeft geheimhouding, er dreigt voortdurend gevaar, maar niet op de avontuurlijke jongensachtige wijze van het begin. Mistslierten waaien je in je gezicht, de reuk van de nachtelijke rivier op een schip met duistere zaken aan boord, tastende handen in de aarde en in het niets. Uiteindelijk worden veel geheimen aan Nathaniel onthuld, maar dat maakt hem geen gelukkiger mens. Verdriet en weemoed zijn zijn deel geworden, naast de liefde voor zijn moeder en haar ‘collega’s.’

Rest slechts mijn aansporing deze roman zelf te gaan lezen en te ondervinden of deze Ondaatje iets voor jou is. En ik denk: The English Patient moet ik nu ook echt eens gaan lezen.

Auteur

Michael Ondaatje (Colombo, Sri Lanka, 12 september 1943) is een Canadees schrijver, van Burgher-oorsprong (Tamil-Nederlands).
Ondaatje kwam in 1954 met zijn moeder vanuit Sri Lanka naar Engeland en vestigde zich in 1962 in Canada, alwaar hij ook de Canadese nationaliteit aannam. Hij studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Toronto en later aan Queen's University in Kingston, Ontario (Master of Arts). Van 1971 tot 1983 doceerde hij aan de York University en het Glendon College te Toronto. In 1988 werd hem de Orde van Canada verleend.

Hoewel Ondaatje een veelomvattend oeuvre op zijn naam heeft (ook poëzie, scenario’s, non-fictie), is hij het meest bekend als schrijver van romans. Zijn romans bestaan vaak uit 'snapshots', korte, filmische scènes, die hij ingenieus met elkaar verbindt. Kenmerkend is het voortdurend wisselen van het perspectief van tijd en verteller. In al zijn werken is sprake van een continu sterk dwingende handelingsrichting. Typerend zijn ook zijn minutieus gedetailleerde beschrijvingen. Vooral zijn vroege poëtische werken The Collected Works of Billy the Kid en Coming Through Slaughter kenmerken zich door een sterk beeldend taalgebruik en veel metaforen. Zijn werken hebben alle een sterk poëtische ondertoon.

Ondaatje verkreeg wereldbekendheid met zijn roman The English Patient (1992), waarvoor hij in 1992 de Booker Prize ontving en in 2018 de Golden Man Booker Prize (een publieksprijs ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de Booker Prize) en waarvan later een Oscar winnende film werd gemaakt (The English Patient). Ondaatje maakte ook zelf naam als maker van meerdere succesvolle films.

Auteur: Michael Ondaatje
Ttiel: Blinganger (Warlight)
Vertaling: Inger Limburg Lucie Rooijen
Pagina's: 288 pagina's
ISBN: 9789046823927
Uitgeverij Nieuw Amsterdam
Verschijningsdatum: september 2018

donderdag 20 december 2018

Ulrich Alexander Boschwitz-De reiziger

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Lebowski




Als een dwaallichtje door donker Duitsland



De titel van het boek ‘De reiziger’ doet vermoeden dat het gaat om iemand die vrijwillig op stap is, niets is minder waar. Deze reiziger die luistert naar de naam Otto Silbermann is gedwongen op de vlucht, alleen omdat hij Joods is en daardoor als ongewenst te boek staat. De man op de vlucht heeft behalve wat kleding en andere benodigdheden een flinke som geld mee waarmee hij hoopt het land uit te komen.
Het is de tijd rond de Kristallnacht, de nacht van 9 op 10 november 1938 en Otto wordt gedwongen zijn huis te ontvluchten. Wanneer hij later naar huis gaat ziet hij de chaos in zijn huis:

Hij liep haastig naar boven en belde een paar keer aan, en omdat hij niemand hoorde komen deed hij zelf open. Vol ontzetting zag hij de glasscherven op de loper en stelde vast dat de grote gangspiegel kapotgeslagen was.’

Het verhaal wordt helemaal verteld vanuit het perspectief van Otto, de lezer hoort alleen zijn kant van het verhaal en dat heeft zo zijn voordelen. Je wordt volledig meegetrokken in deze tocht en het maakt de identificatie met het hoofdpersonage bijna vanzelfsprekend. Je zit naast hem wanneer hij een gesprek aanknoopt met een medereiziger, schrikt je wezenloos wanneer hij zijn tas met geld heeft laten liggen in de coupé en voelt de angst wanneer er plots geüniformeerde gezagsdragers naderen die hem wellicht op zullen pakken.

De auteur heeft geen autobiografie geschreven, tijdens de Kristallnacht was hij het land al uit, hij schreef het boek in 1939. Het is niet duidelijk op grond waarvan hij het schreef, maar een paar autobiografische elementen heeft hij er wel in verwerkt. De vader van de auteur was net als Otto Silbermann een succesvol Joods zakenman en zowel Ulrich als Otto deden poging illegaal de grens over te steken.

Deze reis door Duitsland begint aanvankelijk optimistisch, Otto heeft het idee dat hij met zijn kapitaal de grens wel over zal komen. Tenslotte zijn er altijd mensen die zich laten omkopen en hij begint vol goede moed. Onderweg komt hij in contact met allerlei mensen. Hij maakt een praatje, of juist niet wanneer hij vermoedt dat betreffende persoon niet te vertrouwen is. Hij eet wat met ze, hij wordt zelfs verliefd. Kris kras reist hij Duitsland door, achterdochtig om zich heen kijkend, want overal loert het gevaar. Omdat hij er niet Joods uitziet loopt hij niet direct gevaar. Zijn vrouw is niet Joods en heeft onderdak gevonden bij haar broer. Wanneer Otto vraagt naar een plekje in het huis van zijn zwager wordt hem dat geweigerd.

De beklemming en het net dat zich steeds meer om hem sluit is pijnlijk voelbaar en de manier waarop de auteur dit weet over te brengen getuigt van een staaltje verbeelding

‘Hamburg – Berlijn
Berlijn – Dortmund
Dortmund – Aken
Aken – Dortmund
En zo gaat het misschien altijd door. Ik ben nu een reiziger, voor altijd een reiziger.
Ik ben eigenlijk al geëmigreerd.
Ik ben naar de spoorwegen geëmigreerd.
Ik ben niet meer in Duitsland.
Ik zit in treinen die door Duitsland rijden. Dat maakt een groot verschil. Hij luisterde weer naar het denderen van de wielen, de muziek van het reizen.
Ik ben veilig, dacht hij, ik ben in beweging.
Ja, en het is bijna gezellig.’
Otto weet dat ook hij niet altijd zuiver op de graat was, hij houdt zichzelf van tijd tot tijd een spiegel voor:

 ‘Ja, als jullie er niet waren, zou ik niet worden vervolgd. Dan kon ik een normale burger blijven. Maar omdat jullie bestaan, word ik ook uitgeroeid. Terwijl we in feite niets met elkaar gemeen hebben! Hij vond het onwaardig om zo te denken, maar toch dacht hij zo. Als veel mensen steeds maar tegen je zeggen: jij bent een prima vent, maar je familie deugt van geen kanten, of: je neven zijn slecht volk, in tegenstelling tot jou, dan kun je door zo’n algemene opvatting makkelijk worden aangestoken.’

Zelden las ik een boek waarin die beklemming zo geleidelijk en natuurlijk verwoord wordt. De hoop die Otto nog lang op de been houdt, maakt je als lezer bijna wanhopig, want je weet al dat dit niet goed kan aflopen. Het is veel meer dan een vluchtende Joodse man. Het gaat over hoe een mens in het leven staat, welke keuzes hij maakt en of die gerechtvaardigd zijn, of je handelt naar eer en geweten. Dit boek houdt ook de lezer een spiegel voor, hoe zou jij reageren en dan vooral beide kanten bekijken dus die van Otto en die van zijn vijanden.

De auteur

Ulrich Alexander Boschwitz (1915-1942) werd geboren in Berlijn. Hij verliet Duitsland in 1935, en kwam in Noorwegen terecht, waar hij onder het pseudoniem John Grane zijn debuutroman Menschen neben dem Leben publiceerde. Na een verblijf in Frankrijk en Luxemburg vestigde hij zich in 1939 in Engeland. Ondanks zijn joodse achtergrond werd hij kort geïnterneerd en per boot naar Australië gedeporteerd, op het roemruchte schip HMT Dunera. In 1942 mocht Boschwitz terugkeren naar Engeland, maar werd het schip M.V. Abosso getorpedeerd en kwam Boschwitz, met 41 anderen, om het leven, op 27-jarige leeftijd.



Titel: De reiziger
Titel oorspronkelijk: Der Reisende
Auteur: Ulrich Alexander Boschwitz
Vertaling: Izaak Hilhorst en Irene Dirkes
ISBN: 9789048846214
Uitgeverij Lebowski
Pag.: 224
Genre: Roman
Verschenen: november 218