maandag 10 december 2018

Andreas Pflüger-Nooit en te nimmer

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Xander





De wrok van Aaron


Aanbevelingen op boeken zoals ‘Nagelbijtend’, ‘Briljant’ en ‘Retespannend’ hoeven niet altijd een reden te zijn om het boek te willen lezen, het ligt eraan wie het schrijft en ook of het onderwerp van het boek aantrekkelijk is. Dit is een thriller met een uitdagende cover. Een zwarte ondergrond met aan de linkerkant een gedeelte van een vrouwengezicht met brailletekens. De combinatie blindheid en het uitvoeren van geheime operaties lijkt op zijn zachts gezegd een uitdaging en de vraag is hoe het mogelijk is dat zo’n persoon bij een elite-eenheid van de politie zou kunnen werken? Wie is deze vrouw en met wie heeft zij een rekening te vereffenen? Dat zijn voldoende vragen om het boek open te slaan en kennis te maken met haar achtergrond.

Jenny Aaron wil wraak nemen op de moordenaar van haar vader. Zo klinkt het als een simpel thema en wat is het dan geweldig om te lezen welk enorm netwerk de auteur gebouwd heeft om dit uit te werken. Dat Jenny blind geworden is één van de pilaren van dit netwerk. Het verlies van haar gezichtsvermogen is gerelateerd aan haar werk en aan de vurige wens af te rekenen met haar vaders moordenaar. Haar bijna bovennatuurlijk gevormd karakter en de ijzeren beheersing van lichaam en geest door opvoeding en training, maakt Jenny tot protagonist. Niet dat ze continue als een heilige wordt neergezet, integendeel zelfs, haar sterkte is juist haar zwakte. Door niet te luisteren naar mensen in haar omgeving die het goed menen, zoekt ze de grenzen op van haar kunnen en de afgrond is op die momenten niet ver weg.

Waar lichaam en geest één moeten zijn voor prestaties op topniveau ligt Jenny regelmatig met één-nul achter door haar blindheid. Zij laat zich echter niet laat weerhouden. Door training en goede collega’s om zich heen ontstaat het beeld van een zeer krachtige vrouw.
De lezer krijgt een inkijkje - in deze context niet helemaal het juiste woord, maar wel het goede begrip -  in het overleven in stressvolle operaties waarbij iedere kleine inschattingsfout fataal kan zijn voor jezelf of je maten. Bij een slechtziende wordt het gehoor scherper. De kleinste verandering in geluid weet zij op te merken en te duiden waardoor haar aandeel in de operatie onmisbaar is. Ook het reukvermogen wordt sterker ontwikkeld, dat helpt een omgeving te lokaliseren. Het drama van de blindheid wordt interessant uitgewerkt, vooral de medische uitleg over de relatie tussen adrenaline en de hersenschors is beangstigend om te lezen en maakt het meeleven met Jenny vanzelfsprekend. Haar werk en die onvermijdelijke afrekening zorgen voor enorme spanningen, die pal tegenover haar genezing staan.

Ze wil hem vertellen over de adrenaline die in haar hersenschors tekeer is gegaan als een beroerte, het zwarte weefsel dat binnen in haar groeit, de verdroogde nutteloze cellen die ze voor eeuwig met zich mee moet zeulen.’ (2018-221)

Van de wereldwijde criminaliteit die wordt beschreven, word je niet vrolijk. Nietsontziende zelfverrijkende machtswellustelingen zonder een greintje mededogen voor iemand buiten hun kringetje, beheersen een deel van de politiek, de aandelenbeurzen en het bedrijfsleven. Hun macht reikt ver en doordat ze barsten van het geld kunnen ze naar hartenlust omkopen. In dit boek zit een enorme knappe plotwending die alles op zijn kop zet. Heel verrassend en sterk gedaan.
Daarop zal een antwoord moeten komen van de misdaadbestrijding en dat gebeurt natuurlijk ook. De diep geheime ‘Afdeling’ is een bijzondere eenheid waarbij een kleine zeer goed getrainde groep geacht wordt extreme opdrachten uit te voeren. Vanzelfsprekend moeten deze leden goed op elkaar ingespeeld zijn. Dit onvoorwaardelijk onderling vertrouwen loopt als een rode draad door het boek en is één van de thema’s. Het gaat er soms keihard aan toe en die situaties worden realistisch beschreven, heel spannend, hierover valt niets meer te vertellen, dit moet de lezer echt zelf ervaren.

Waar wel over verteld mag worden is de prachtige soms bijna poëtische schrijfstijl. Het verhaal is vloeiend geschreven, soms met een enorme vaart, vaak ook met indringende, diepgaande en uitgebreide bespiegelingen van Jenny. Over haar jeugd, de alles bepalende rol van haar vader, de rol van de moeder die totaal tegengesteld is, de vanzelfsprekendheid waarmee Jenny het politievak inrolde en de meer dan mooie beelden van haar innerlijke belevingswereld:

Het is of Aaron naar een razendsnelle zonsverduistering staart. De schaduw van de maan zich voor een ster perst, die volledig verbergt, aan de randen een fonkelende stralenkrans van wit licht die opeens uitdooft en alleen gapende duisternis achterlaat.’ (2018-144)

Het boek ademt beheersing van lichaam en geest, haar meester zegt:
de energie van de aarde stroomt via het kyushopunt op je voetzolen door je lichaam. Dat is ook zo als je binnenshuis bent. Raken de voeten de grond niet, gebruik er dan een hand bij. Je hebt via de yang-meridiaan bij de schedelbasis contact met de hemel. Jij bent de bliksemafleider. De energie moet je lichaam via je andere voet verlaten, met je andere hand naar de tegenstander toe.’ (2018-330)

De in dit boek genoemde termen afkomstig van de samoerai kende ik niet, maar het gaat om het idee van beheersing en die technieken hebben Jenny enorm geholpen om op het juiste moment de grootste druk te weerstaan en adequaat te handelen.


Wat wel bekend voorkwam is de zin uit De goddelijke komedie van Dante:
Op ‘t midden van ons levenspad gekomen, kwam ik bij zinnen in een donker woud, want ik had niet de rechte weg gekozen.’ (2018-72)
Samenvattend vind ik het niet alleen maar een thriller, er zit zoveel meer in aan wijsheid en psychologie. Het maakt niet zoveel uit welk etiket erop geplakt wordt, dit is een boek om met flinke vaart uit te lezen, je kunt het moeilijk wegleggen, een aanrader!



De auteur

Andreas Pflüger (1957) studeerde theologie, germanistiek en filosofie in Berlijn. Hij schreef al vele toneelstukken, hoorspelen en scenario’s voor Tatort. Zijn vorige roman, Voor eens en altijd, had eveneens Jenny Aaron in de hoofdrol en was een groot succes.

Titel: Nooit en te nimmer
Auteur: Andreas Pflüger
Uitgever: Xander
ISBN: 9789401609296
Vertaling: Cora Cool
Pag.: 416
Genre: Thriller
Verschenen: 2018

vrijdag 7 december 2018

Erich Maria Remarque - Arc de Triomphe


Recensie door Truusje
Uitgeverij Cossee



Het einde van een vlucht

Na het lezen van het prachtige 'De nacht in Lissabon' was het voor mij volkomen vanzelfsprekend om ook 'Arc de Triomphe' te lezen en ik kan zonder blozen schrijven dat ik daar absoluut geen spijt van heb. Dat Uitgeverij Cossee beide titels opnieuw heeft uitgebracht is natuurlijk niet voor niets.

De schrijfstijl van Erich Maria Remarque heeft de kracht om de lezer te betoveren en mee te slepen door middel van trefzekere dialogen, monologue intérieur, wonderschoon proza, het scherpe oog voor detail en de filmische en zintuiglijke beschrijvingen. Geuren, kleuren, de natuur, maar zeker ook emoties worden magnifiek weergegeven.

Dit oorspronkelijk in 1945 uitgegeven boek handelt over de periode in de aanloop van de Tweede Wereldoorlog. Ravic - niet zijn echte naam - een Duitse vrouwenarts van in de veertig, is Duitsland ontvlucht, nadat hij in een concentratiekamp heeft gezeten en in 1933 daar op gruwelijke wijze door de Gestapo is 'verhoord' cq gemarteld. Hierbij werd zijn vrouw Sybil ingezet als pion en gemarteld om hem een bekentenis te ontlokken. Sybil echter pleegt een paar dagen later zelfmoord. Ravic weet te vluchten en zoekt zijn toevlucht in Parijs, alwaar hij in illegaliteit verblijft in een duister en groezelig hotel.
Saillant detail is dat de hoteluitbaatster een souterrain met portretten heeft van de heersers van die tijd en afhankelijk van wie de gast op dat moment is, een bepaald schilderij op diens kamer hangt.
Om een zakcentje te verdienen verricht hij voor een schamel bedrag operaties uit naam van professor Durant, een corrupt arts die niet meer beschikt over voldoende fijne motoriek om een scalpel te hanteren, maar wel het honorarium opstrijkt.

De rest van de tijd heeft hij aanspraak aan een hoerenmadam, controleert hij periodiek de meisjes, speelt hij een spelletje schaak met zijn Russische vriend en alter ego Boris Morosow, drinkt aanzienlijke hoeveelheden calvados en dwaalt 
's nachts regelmatig doelloos over straat, omdat hij de slaap niet kan vatten.

'De vrouw kwam schuin op Ravic af. Zij liep vlug maar met iets eigenaardig wankelends. Ravic merkte haar pas op toen zij al bijna naast hem was. Hij ontwaarde een bleek gezicht, uitstekende jukbeenderen en ver uiteenstaande ogen. Het gezicht was strak als een masker, het zag er uitgehold uit en haar ogen hadden in het licht van de straatlantaarns een zo glazig lege uitdrukking, dat zijn aandacht erdoor werd getrokken.'

Wanneer hij haar aanspreekt blijkt ze Joan Madou te heten en het plan te hebben opgevat om ten einde raad de Seine in te springen. Hij weet haar er echter van te weerhouden en biedt haar aan om met hem mee te gaan en samen een paar borrels te drinken.

'Ik moet al dronken zijn, dacht Ravic. Vandaag eerder dan anders. Of misschien ligt het aan het flauwe licht. Of allebei. Dit is niet meer diezelfde onbeduidende, verwelkte vrouw. Dit is iets anders. Plotseling zitten er ogen in en een gezicht. Iets dat naar me kijkt. Misschien komt het door de schaduwen. Of van dat zachte vuurtje, achter mijn voorhoofd, waar zij door verlicht wordt. De eerste gloed van dronkenschap.'

Joan vertelt actrice en zangeres te zijn en gevlucht uit het Italië van Mussolini. Ondanks dat hij denkt dat zijn vermogen om lief te hebben is gestorven met de dood van zijn vrouw en hij Joan in eerste instantie zo snel mogelijk kwijt wil, belanden ze in een stormachtige affaire, die gevoed wordt door veel calvados en cognac. Doordat deze twee protagonisten het overgrote deel van de roman een rol spelen heeft de auteur ruim de tijd kunnen nemen om hun karakters uit te tekenen en uit te werken, hun persoonlijke drijfveren voor deze relatie en de plot langzaam te ontrollen. Het complexe van deze relatie in het interbellum wordt heel indringend neergezet, maar desalniettemin zeer waarheidsgetrouw.
Beiden zijn door het noodlot banneling geworden en voelen zich ontheemd, bang om een ander te vertrouwen, maar uiteindelijk vinden ze toch hun veiligheid onder elkaars vleugels.

Hun wegen scheiden zich op het moment dat Ravic wordt opgepakt, nadat hij zich in een benarde situatie begeeft doordat hij op straat eerste hulp verleent en hij een volhardende agent geen papieren kan laten zien. Hij wordt de grens met Zwitserland overgezet, maar weet na een paar maanden weer terug te komen.

Zijn martelaar van de Gestapo, Haake, blijft Ravic in gedachten achtervolgen en wanneer hij hem plots ziet opduiken in Parijs, merkt Ravic dat hij niet wordt herkend. Hierop bereidt Ravic een plan voor, dat uiteindelijk lijdt tot een spannende, onvermijdelijke, maar onthutsende apotheose.

Om nog even terug te komen op de schrijfstijl van Remarque..... het is ronduit genieten wanneer er pareltjes van zinnen en metaforen voorbij komen.
'Het morgenrood stond hoog achter de huizen. De hemel erboven was bleekgrauw. Als een paar slapende flamingo's dreven de wolken erin.'

Paradoxen spelen een grote rol in de thema's die in dit boek zijn verwerkt, zoals liefde en wraak, aantrekken en afstoten, vluchten of blijven, vriendschap en verraad.

Waar de vertaling van 'De nacht in Lissabon' een vloeiend geheel vormt, doet de herziene vertaling van C.J. Kelk in 'Arc de Triomphe' heel af en toe een beetje gekunsteld aan. Zo hier en daar een zin die niet lekker loopt of een woordvolgorde die minder soepel leest. Maar vrees niet.....dat gebeurt eens in de 20 bladzijden. (Wellicht ben ik hier de pietlut)

Aandachtig lezen is het sleutelwoord voor dit boek om alle facetten langzaam in je op te nemen. Erich Maria Remarque is een meester in het beschrijven van gevoelens van een mens in een nijpende situatie. Zonder al te veel op het sentiment te werken, weet hij heel fijntjes de juiste snaar te raken en de triestheid van hun beider verhaal weer te geven. De demonen en de onderhuidse angst van de verbitterde Ravic voor wéér een moment van vluchten, larderen de tekst.
Het Parijs van de 30-er jaren wordt trefzeker neergezet en je loopt als het ware mee in de pas met Ravic en Joan.

Doorspekt met prachtige zinnen van fijnzinnige proza en rake aforismen is dit een magnifiek verhaal dat ik nog lang in mijn hoofd mee zal dragen.
Wie genieten wil van de klassieke juweeltjes die de tand des tijds hebben doorstaan, kan ik het werk van Remarque van harte aanbevelen.

Wie geïnteresseerd is in de recensie van 'De nacht in Lissabon'......

Auteur

Erich Maria Remarque, oorspronkelijk Erich Paul Remark, (Osnabrück, 22 juni 1898 –Locarno, 25 september 1970) was een van de bekendste en meest gelezen auteurs van Duitse literatuur in de twintigste eeuw. Nadat hij zijn Duitse nationaliteit tijdens het nazi-regime in 1938 verloor, verkreeg hij in 1947 die van de Verenigde Staten.

Zijn ouders waren van bescheiden afkomst. Hij herstelde de originele spelling van zijn familienaam "Remarque", die in de 19e eeuw was veranderd in "Remark", om zich te distantiëren van zijn eerste roman Die Traumbude. In 1929 veranderde hij zijn tweede voornaam "Paul" in "Maria" om zijn moeder te eren.

Tijdens zijn studie aan de Universiteit van Münster werd hij in 1916 opgeroepen om zijn legerdienst te vervullen. Remarque vocht aan het Westelijk Front en werd verscheidene keren gewond. Nadat hij in 1917 in België door een Shrapnel-granaat was geraakt verbleef hij tot het eind van de oorlog in een Duits militair hospitaal.

Na de Eerste Wereldoorlog volgde hij een leraarsopleiding, door de overheid aan oorlogsveteranen voorbehouden. Hij gaf enige tijd les en was ook actief als steenhouwer, bibliothecaris, zakenman, journalist, redacteur en testrijder voor een Berlijns bandenbedrijf. Zijn schrijverscarrière startte hij als toneelcriticus (voor de Osnabrücker Tageszeitung) en sportjournalist (Sportbild).

Op 31 januari 1929 verscheen zijn eerste echte roman, tevens zijn meest succesvolle boek Im Westen nichts Neues, waarin hij de ervaringen weergaf van Duitse frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog. Het riep veel weerstand op in het Duitsland van de Weimarrepubliek. De eerste uitgever aan wie hij het boek aanbood, weigerde het te publiceren. Ondanks de enorme politieke controverse werden er het eerste jaar al 1,2 miljoen exemplaren van verkocht. Het vervolg, Der Weg zurück, verscheen in 1931.

Na de machtsovername door de nazi's in 1933 werden zijn boeken op instigatie van Joseph Goebbels in het openbaar verbrand en zijn werk werd in Duitsland verboden. In 1938 werd hem zijn Duits staatsburgerschap ontnomen, maar hij verbleef al sinds 1932 in Zwitserland. In 1939 emigreerde hij naar de Verenigde Staten en hij verkreeg de Amerikaanse nationaliteit in 1947. Later woonde hij afwisselend in Zwitserland en de Verenigde Staten.

Remarque huwde twee keer met Jeanne Zamboul (in 1923 en 1938) en scheidde ook twee keer van haar. In 1958 trouwde hij met de actrice Paulette Goddard
(Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Erich_Maria_Remarque)


Titel: Arc de Triomphe
Auteur: Erich Maria Remarque
Vertaling: C.J. Kelk
Pagina's: 420
ISBN: 9789059367753
Uitgeverij Cossee
Verschenen: februari 2017


donderdag 6 december 2018

Elizabeth Jane Howard-Bevrijding. De Cazalets deel 4

Recensie door Tea van Lierop
Atlas Contact



Lief en leed, volop beroering bij de Cazalets



Eindelijk verscheen het vierde deel van de Cazalets, deze keer is de titel Bevrijding. De titel houdt een belofte in, zou het werkelijk voor iedereen een bevrijding zijn? En waarvan dan? Behalve de oorlog die net afgelopen is, zijn er ook de nodige individuele brandhaardjes. De jongvolwassenen worden volwassen en dat dit een proces is van vallen en opstaan weet Howard goed te verwoorden. 

Van kleine kinderen tot de hoogbejaarde Dolly komen we te weten wat er in hen omgaat en hoe ze tegen de buitenwereld aankijken. Nu zou je je af kunnen vragen of dat wel te doen is, een zo’n groot aantal personages volgen en voldoende aandacht geven om niet ondergesneeuwd te raken. Na drie delen zijn er al talloze familieleden aan bod gekomen en natuurlijk komen er ook nieuwelingen bij en gaan er dood. Een dynamisch geheel dat de opperste concentratie vergt van de lezer.


De opzet is weer dezelfde als in de voorgaande delen, het boek bestaat uit vrij lange hoofdstukken met elke keer een personage in het centrum en ook deze keer zijn er delen gewijd aan ‘De Buitenstaanders’. Juist zij zorgen voor een interessante aanvulling op de centrale personages, want de familie leeft tenslotte te midden van de maatschappij. De klassenverschillen en hoe de Cazalets daarmee omgaan krijgen ook in dit deel een mooie plek. Polly wordt verliefd, dit is niet voor het eerst. Maar een mens schijnt nu eenmaal voorbestemd te zijn een keer flink teleurgesteld te worden in de liefde. Deze keer is het wel raak en ik ga beslist niets vertellen over de details van haar nieuwe echtgenoot, alleen dat de beelden van zijn huis menig hart sneller doen kloppen.
Wat een prachtige beschrijvingen weer van het Engelse platteland en het leven van de welgestelden! Veel fantasie heb je echt niet nodig om je te wanen in het prachtige decor van weleer. Ook wanneer het vergane glorie is hoor en zie je de echo’s uit het verleden.

Niet alle jongvolwassenen zijn even gelukkig. Ze moeten hun weg nog vinden, elk op zijn en haar manier, de meisjes krijgen hierin wat meer aandacht dan de jongens. Louises leven verloopt enigszins teleurstellend, al vanaf het begin lijkt ze een stuurloos meisje, dat haar talenten wel wil gebruiken, maar door omstandigheden elke keer in een ongemakkelijke positie belandt. Niet alles is haar eigen keuze, de oorlog was voor haar een enorme klap, hierdoor kon ze niet meer vrij kiezen. Maar ook wanneer er wel een keuze is, laat ze zich leiden door praatjes en glamour in plaats van haar gezonde verstand te gebruiken. Ze blijft impulsief en voor haar zoontje lijkt ze weinig te voelen. Alsof dat allemaal nog niet genoeg is overkomt haar ook nog iets dat, wie haar een beetje gevolgd heeft kan het beamen, alleen haar zou kunnen overkomen. Ook hier weer geen spoilers, gewoon zelf lezen.

De schone schijn ophouden en daarmee leven is blijkbaar een strategie om het leven in goede banen te kunnen leiden. Diana typeerde in dit verband Edward heel goed, zij meent dat het hem ontbreekt aan 'morele moed'. Dit is nog zwak uitgedrukt.
Dit thema is in de andere delen ook ter sprake gekomen, er wordt meer niet dan wel gezegd, zodat je automatisch uitkomt op veronderstellingen en er ook geen confrontaties komen, waardoor het lijkt of iedereen tevreden is. Aan Edward en Villy wordt in dit deel terecht de nodige aandacht besteed, er moet iets veranderen. De hele familie heeft ermee te maken, direct of indirect.

Het is niet altijd makkelijk om direct te weten over welk personage het gaat, ineens is er een wisseling en aan de lezer de eer om de draad vast te houden. Toch is dit wel een goede manier om de spanning er een beetje in te houden, je graaft even diep in het geheugen naar namen en bijbehorende karakteristieken en je bent weer bij de les.
Clary krijgt het in dit boek behoorlijk voor haar kiezen, je moet als lezer wel met haar meeleven, gelukkig heeft zij een uitlaatklep, ze schrijft. Mooi om te zien hoe Howard zichzelf portretteert als auteur in de gedaante van Clary, het taalgebruik is om van te genieten:

‘Eigenlijk, zei ze, had ze het idee om over de tijd van juffrouw Milliment en die van haarzelf te schrijven, met ongeveer hetzelfde personage dat in beide periodes leefde. ‘Ik maak me geen zorgen over het maken van de hoofdpersoon,’ had ze gezegd. ‘Ik weet hoe ik dat moet doen.’ Maar dagen, weken zelfs, was dat het enige wat ze wist. De botten van het verhaal kletterden rond in haar hoofd zonder dat ze zich aaneen leken te voegen.’ (2018- 485)

Nog even een grappig detail over Polly. Net als vroeger maakt ze ook nu weer een lijstje over voor- en nadelen. Alleen gaat het nu niet over futiliteiten, maar zet ze op een rijtje wat ze van haar nieuwe kennis vindt en komt er in twee kolommen, een ingekorte versie van respectievelijk de na- en de voordelen:

'Hij heeft wel wat van een kikker.
Hij zei dat hij een ‘paar dagen’ wegging en dat was niet zo
(oneerlijk).
Hij draagt behoorlijk afschuwelijke kleren. (Moet ook vies
zijn, als hij woont in die rommel.)

Ik praat graag met hem.
Hij maakt me aan het lachen.
Hij heeft buitengewoon voorkomende manieren.' (2018- 360)

Dit vierde deel vind ik boeiender dan deel drie, er zijn wel weer veel relationele ontwikkelingen, maar het soapgehalte is veel lager en er zijn ook heel mooie passages bij, zoals Christopher die zijn liefde uitspreekt en vervolgens een verrassende keuze maakt. Voor wie nog moet kennis maken met deze familie zou ik zeggen: “Ga deze serie lezen!” en voor wie al gelezen heeft: “Op naar het vijfde deel!”

De recensies van de eerdere delen van deze serie staan ook op metdeneusindeboeken:

Lichte jaren deel 1
Aftellen deel 2
Verwarring deel 3 

De auteur

Elizabeth Jane Howard (Londen, 26 maart 1923 – Bungay (Suffolk), 2 januari 2014) was een Brits schrijfster.
In de eerste helft van de jaren negentig schreef Howard een serie boeken getiteld The Cazalet Chronicles. De door de British Broadcasting Corporation (BBC) in 2001 uitgezonden televisieserie The Cazalets is gebaseerd op de eerste twee boeken van deze reeks, The Light Years uit 1990 en Marking Time uit 1993. Ook van het derde en vierde boek, Confusion uit 1993 en Casting Off uit 1995, zou een serie worden gemaakt, maar deze plannen gingen uiteindelijk niet door. Het laatste boek van The Cazalet Chronicles, getiteld All Change, werd in 2013 gepubliceerd. In 1999 schreef ze Falling, een roman waarvoor ze inspiratie ontleende aan haar relatie in de jaren negentig met een man die een pathologische leugenaar bleek te zijn.
(bron Wikipedia)





Titel: Bevrijding
Auteur: Elizabeth Howard James
Uitgever: Atlas Contact
ISBN: 9789025450601
Vertaling: Inge Kok
Pag.: 624
Genre: fictie
Verschenen: 2018

dinsdag 4 december 2018

Pauline van Dort en Elsbeth Smulders - De stenenspringer

Recensie door Truusje
Uitgeverij Maretak


Vriendschap en bewegen met de dieren

'De Stenenspringer' gaat over de vriendschap tussen de Aboriginal jongen Winnie en de kraai Moola. En over de vriendschap die ze sluiten met de dieren die ze onderweg – op hun zoektocht naar water – tegenkomen.

'Pauline van Dort (1963) maakte er prachtige, op Aboriginal kunst gebaseerde illustraties bij.
Fantastisch om deze tekeningen met je kind te ontdekken en erover te praten.
Dit boek is ook een en al beweging. Een belangrijk uitgangspunt van de auteur Elsbeth Smulders, docente dansexpressie.
Ga het avontuur aan met je kind en hip als een kraai, beweeg als een salamander, kronkel als een slang, spring als een kangoeroe en ren als een emoe!'

Pauline, hoe is dit kleurrijke en vrolijke boek tot stand gekomen?

Een jaar of acht geleden stond ik met mijn zoontje in de branding op het strand van Callantsoog. Moeders praten met moeders en ik kwam toevallig in gesprek met Elsbeth Smulders; zij vertelde dat ze verhalen schrijft, waarop ik haar zei dat ik illustrator ben.
Ons gesprekje duurde destijds hooguit tien minuten en toen we uit elkaar gingen zei ze, dat als ze het later wat rustiger heeft met haar kinderen, ze me een verhaal zal sturen.

En dat deed ze, november vorig jaar; al die tijd heeft ze mijn naam onthouden.
Ze stuurde me het concept van dit boek; ‘De stenenspringer’,  ik las het, vond het meteen een bijzonder verhaal en verwees haar naar Uitgeverij Maretak, waarvoor ik al eerder had gewerkt.

Jullie hebben dus contact gezocht met Uitgeverij Maretak. Hoe verloopt het proces van conceptverhaal en het toevoegen van illustraties. Ben je gebonden aan de wens van de uitgever?

Drie dagen later kregen we bericht dat de uitgever, Luc Noorlander, graag met ons een prentenboek wilde maken van dit verhaal. Hij wilde het voor de Kinderboekenweek van 2018 klaar hebben, omdat het thema daarvan vriendschap zou zijn en dit verhaal daarover gaat.
We werden wild enthousiast en konden het bijna niet geloven! Om de boel door te spreken maakten we een afspraak en kon ik aan het werk met het maken van de illustraties.

Pauline van Dort en Elsbeth Smulders
Eerst heb ik me ingelezen in de Aboriginal cultuur en ben meteen aan de gang gegaan. Een hele stapel schetsen van alles wat bij me opkwam omtrent het verhaal van 'De stenenspringer'. Niet alleen van de hoofdpersonen, maar ook van de omgeving waar het zich afspeelt, wat er groeit en bloeit en hoe sommigen van hen wonen, in hutten.

Aboriginals zijn een natuurvolk met een heel puur idee: zij vinden dat zij van de natuur zijn (en niet andersom, zoals wij westerlingen denken) en gaan daar met veel respect mee om. Ze voelen aan waar water in de grond zit en waar ze eetbare dingen kunnen vinden, zoals zaden en vruchten. Omdat het er warm en droog is, zocht ik vormen van zaden en zaaddoosjes om te gebruiken.
Als ze kunst maken doen ze dat in een stippeltechniek en vaak in abstracte vormen. Ik dacht meteen: dit wil ik gebruiken in het boek.
Ook maakte ik een ruwe schets van iedere dubbele pagina.

Weer gingen we met ons drieën om tafel en de auteur en uitgever gingen akkoord met mijn plannen. 'Het boek mag helemaal vol', zei de uitgever.

De illustraties zijn niet alleen getekend. Van welke technieken heb je gebruik gemaakt?

De illustraties heb ik 1 op 1 gemaakt, als dubbele pagina’s.
Ik wilde dat iedere bladzijde verrassend zou zijn, kleurrijk, dat de dieren lief zijn en dat de tekst qua vorm ook goed in de tekeningen paste. Omdat ik ook grafisch vormgever ben, kreeg ik de kans om ook de hele vormgeving van het boek te doen.
Het gebruikte lettertype is van P.M. Noordzij, een medestudent aan de KABK (Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten) waar ik gestudeerd heb en er les kreeg in letterontwerpen van zijn vader, Gerrit Noordzij. Het is ook een prachtige letter en ik vind het erg goed passen in dit boek.

Om het geheel zo afwisselend mogelijk te maken heb ik gemengde technieken gebruikt, verf, kleurpotlood, collage, papierdruk, krijt.
De ene keer zie je Winnie en Moola helemaal uitgewerkt, de andere keer alleen een contour en/of een deel van hen.
Ook de vriendschap tussen hen wilde ik steeds laten zien. Ik vind het belangrijk om zelf te kunnen bepalen wat ik weergeef en niet de tekst zomaar klakkeloos te volgen.
Soms is het leuk om een detail uit het verhaal te belichten, in plaats van iets te ontwerpen dat teveel voor de hand ligt. Steeds als er een pagina af was stuurde ik Elsbeth een foto en overlegden we over het geheel.

Waar Winnie leert springen van Moola heb ik een foto gebruikt die ik van mijn zoontje maakte, toen hij in Frankrijk een keer in het water sprong. Die houding vind ik mooi.

Er hoort een website bij het boek en het biedt mogelijkheden tot bewegen met kinderen. Kun je daar iets over vertellen?

De website die bij het boek hoort is www.stenenspringer.nl  Daarop is ook een bewegingsles te vinden bij dit boek.
Elsbeth, de auteur, is bewegingsdocente en vanuit haar professie vindt ze het heel belangrijk dat kinderen veel beweging krijgen. Het feit dat de jeugd tegenwoordig te weinig lichaamsbeweging krijgt is een hot item en door middel van boeken als deze kunnen kinderen op een leuke en vrolijke manier gestimuleerd en gemotiveerd worden om samen te bewegen.

Gaan we in de toekomst nog meer van je zien en horen?

Het was een geweldig avontuur om dit boek te illustreren en ben nu heel trots op het resultaat! Vanzelfsprekend sta ik open voor andere projecten en wie weet wat er nog weer eens op mijn pad komt. 

Mocht je meer werk van mijn hand willen zien......neem eens een kijkje op mijn website; http://www.paulinevandort.nl/


Titel: De stenenspringer
Auteur: Elsbeth Smulders
Illustraties: Pauline van Dort
Aanbevolen leeftijd: 4-6 jaar
Pagina's: 32
ISBN: 9789043704816
Uitgeverij Maratak
Verschenen: november 2018


zondag 2 december 2018

Elias Canetti-De behouden tong

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij De Arbeiderspers privé-domein




Een bijzonder en boeiend verhaal over Canetti’s jonge jaren



Tijdens het lezen van een aantal romans van Iris Murdoch kwam ik de naam Elias Canetti tegen, hij was één van Murdochs minnaars en ik weet dat minimaal één roman aan hem werd opgedragen, ‘Vlucht voor de tovenaar’ ‘The Flight from the Enchanter’(1956), het bleek zelfs dat hij model stond voor één van de personages. M’n nieuwsgierigheid werd voldoende geprikkeld om iets meer te weten te komen van deze bekendheid en las ‘De behouden tong, Geschiedenis van een jeugd’ ‘Die gerettete Zunge, Geschichte einer Jugend (1977), het eerste deel van zijn autobiografie. Het beslaat de periode 1905-1921, z’n eerste 16 levensjaren.
Het boek is verdeeld in 5 delen waarin elke keer, behalve een nieuw tijdvak, ook een nieuwe plaats van handeling beschreven wordt.

Het begon in Roestsjoek, een plaats in Bulgarije. Daar werd Canetti geboren in 1905 en spelen zijn vroegste jeugdherinneringen zich af. Waarom gekozen is voor de titel wordt meteen verklaard op de eerste pagina. Dat het zijn vroegste herinnering is komt waarschijnlijk door het barbaarse karakter ervan, het is niet zo kindvriendelijk om een klein kind dagelijks te confronteren met ‘de man met het mes’ 
 
Canetti droeg zijn boek op aan zijn vader, George Canetti, over hem en zijn moeder komen we veel te weten, net als over zijn tijd op school. Een beetje betweterig was de kleine Elias wel, dat hij slim was mocht iedereen weten. Veel van zijn interesses werden met de paplepel ingegoten.

[…] ‘Maar toen merkte ik op hoe hij zijn hoofd langs de krant bewoog en deed het hem na, achter zijn rug, zonder het blad voor ogen te hebben dat hij op de tafel tussen beide handen hield, terwijl ik achter hem op de grond speelde. Op een keer riep een bezoeker die binnengekomen was, hem aan, hij draaide zich om en betrapte mij op mijn denkbeeldige leesbewegingen. Toen richtte hij het woord tot mij, nog voor hij zich tot de bezoeker bekommerde, en legde mij uit dat het op de letters aankwam, vele kleine lettertjes, waar hij met zijn vinger op klopte. Weldra zou ik ze zelf leren, zei hij, en wekte in mij een onstilbaar verlangen naar letters.’

De autobiografie geeft een mooi tijdsbeeld. Het gist in Europa, het zijn de jaren voor WO1 en zijn ouders waren Sefardische Joden. Het geloof speelt een belangrijke rol. Toen één van de gouvernantes – de familie was welgesteld – de kinderen enthousiast maakte voor Jezus, Jeruzalem en de geweldig mooie gezangen die daarbij hoorden, was moeder daar helemaal niet over te spreken.
Er is ruim aandacht voor de literatuur. Vader Canetti geeft zijn zoon klassiekers te lezen die bewerkt waren voor jongeren, maar daar zaten niet de verhalen over Odysseus bij, die leerde Elias later kennen en hij was meteen in de ban van een aantal van de Griekse helden en heldinnen. Niet alle verhalen kwamen even goed over, zo verafschuwde hij Medea, die haar kinderen offerde om Jason te wreken. Z’n moeder stelde hem gerust dat zij dat zeker nooit gedaan zou hebben, zij zou de kinderen meegenomen hebben in de toverwagen. 


Woedende Medea-Eugène Delacroix
 

De jonge Elias weet zich veel te herinneren, dit geeft een gedetailleerde biografie. Voor de lezer uitermate boeiend, ook omdat zijn taalgebruik zo vloeiend is. Door de verschillende tijdvakken, de familie woont in meerdere Europese landen, zijn die herinneringen misschien beter af te bakenen omdat een gebeurtenis zich vaak hecht aan een locatie. Door de diverse verhuizingen moet Elias meerdere talen leren en dat gaat hem erg goed af. Thuis was de voertaal Ladino, een Sefardische taal, maar zijn ouders spraken Duits tegen elkaar als geheimtaal.

Tijdens gesprekken met z’n vader hoort hij dat mag studeren wat hem het beste bevalt. Koopman zoals z’n vader en ooms hoeft hij niet te worden. Zijn vader wilde eigenlijk toneelspeler worden,  maar door z’n kleine gestalte en een vader die zijn zoons in de zaak wilde hebben, ging die wens niet in vervulling. Wat dat betreft gunde hij Elias een vrijere keuze.

Elias’ moeder wordt vroeg weduwe, haar man sterft wanneer ze 27 jaar is, en staat er alleen voor. Zij krijgt, tot groot verdriet van Elias, veel aandacht van mannen. Elias is behoorlijk jaloers en laat dat goed merken. Z’n moeder is geen ongecompliceerde 'alleen-maar-lieve moeder'. Ze stelt nogal wat eisen aan Elias en wanneer hij als zestien jarige een openbaring meemaakt in Zwitserland - een schitterende passage - verwijt ze hem luiheid omdat hij zo opgaat in het leren op zich. Hij wordt ruw wakker geschud en moet mee naar Duitsland, weg uit het hem zo dierbaar geworden Zwitserland.

Dit boek las ik met veel genoegen. En hoewel ik niet helemaal onbevooroordeeld tegenover Elias Canetti sta vanwege zijn negatieve uitlatingen over, de toen al overleden, Iris Murdoch in zijn autobiografie (2005), wil ik toch de andere delen van de autobiografie lezen. Om meer te weten te komen over zijn leven.

De auteur

Elias Canetti (Roese (Bulgarije), 25 juli 1905 - Zürich, 14 augustus 1994) was een Duitstalige schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1981. Canetti was de broer van de Franse platenuitgever en theaterdirecteur Jacques Canetti.

Elias Canetti was de oudste zoon van een gegoede koopmansfamilie, afkomstig van Sefardische joden. Hij bracht zijn kinderjaren door in Bulgarije en Engeland. Na de vroege dood van zijn vader in 1912 woonde hij met zijn moeder en jongere broers in verschillende Duitstalige landen: Oostenrijk (Wenen), Zwitserland (Lausanne en Zürich) en Duitsland (Frankfurt). In 1924 verhuisde Canetti terug naar Wenen om scheikunde te studeren. In 1929 studeerde hij af als chemicus aan de universiteit van Wenen. Hij heeft echter nooit als chemicus gewerkt. Tijdens zijn jaren in Wenen werden filosofie en letterkunde zijn grootste interesses. Eens geïntroduceerd in de literaire milieus van Wenen begon hij te schrijven. In 1934 huwde hij Veza (Venetiana) Taubner-Calderon (1897–1963). Hun relatie werd omschreven als “dynamisch”: Canetti bleef interesse houden voor relaties met andere vrouwen.

Canetti woonde in Wenen tot in 1939. De Duitse inval deed hem en zijn vrouw naar Engeland emigreren waar hij na de Tweede Wereldoorlog bleef. In Londen leerde Canetti de schilderes Marie-Louise von Motesiczky kennen. Ze bleven jaren hechte “vrienden”. Veza stierf in 1963 en Canetti huwde in 1971 met Hera Buschor (1933 – 1988). Ze kregen in 1972 een dochter Johannah.

Hoewel hij een Duitstalige schrijver was, leefde Canetti tot halverwege de jaren zeventig in Groot-Brittannië. De laatste twintig jaar van zijn leven woonde hij het merendeel van de tijd terug in Zürich. Canetti stierf 1994 in Zürich en werd daar begraven vlak bij de laatste rustplaats van James Joyce. Als eerbetoon werd op het Livingston-eiland (een eiland van de Zuidelijke Shetlandeilanden) bij Antarctica een berg naar hem genoemd: Canetti Peak. 
 
In 1967 werd hem de Grote Oostenrijkse Staatsprijs toegekend.
In 1972 ontving hij de Georg-Büchner-Preis.
In 1981 kreeg hij de Nobelprijs voor Literatuur.


Titel: De behouden tong
Auteur: Elias Canetti
Uitgever: De arbeiderspers privé-domein
Vertaling: Theodor Duquesnoy
ISBN: 9789029508650
Pag.: 351
Genre: autobiografie
Verschenen: 1978

vrijdag 30 november 2018

Leni Zumas - Rode klok


Recensie door Roosje
Uitgeverij Atlas Contact



De levens van vrouwen

Geen spoilers!

Vier vrouwenlevens volgen wij, of eigenlijk zijn het er vijf. De vier leven in een plaatsje aan de westkust, aan zee, in Oregon - het fictieve Newville, een paar honderd kilometer van de hoofdstad Salem, dat niet verward moet worden - maar ergens toch ook weer wel - met Salem, Massachusetts, waar in 1692 gruwelijke heksenprocessen plaatsvonden, die we nog in zo’n beetje de helft van de horror- en heksenfilms genoemd zien worden. Dit is het Salem in Oregon.

Het is ergens in de 21e eeuw, hoewel in het huis van de Echtgenote nog een pick up gebruikt wordt om muziek te luisteren en de Biografe nog een telefoon heeft die niet met internet verbonden is en de Genezeres haar energie uit batterijen haalt. De vrouwen leven zichtbaar hun vrouwenleven, dat heel anders is dan het leven van de mannen. Meteen vermoeden we Margaret Atwood om de hoek te zien aankomen met haar The Handmaid’s Tale. De andere twee vrouwen zijn de Dochter en de Genezeres.

Het is opvallend dat we in de eerste helft van het boek - zo ongeveer dan - de vrouwen alleen aangeduid zien met hun functie, niet met hun eigennaam. In het begin weten we nog niet veel van hen en blijft veel verhuld en/of in de lucht hangen. Maar Zumas schrijft heel lucide. Opmerkzame lezers kunnen zelf het plaatje gaan inkleuren. Geloof me, dat ga je vanzelf doen en het klopt.
Daarom kan ik van het verhaal eigenlijk weinig vertellen; dit moet je zelf gewoon doen. Het belangrijkste personage is de Biografe, die een biografie schrijft over de negentiende-eeuwe Faröerse vrouw en ijswetenschapper Eivør Mínervudottír, die niet de weg van vrouwen volgde en die haar wetenschappelijk werk niet onder haar eigennaam gepubliceerd kreeg. Ze stierf op het ijs en kreeg een zeemansgraf:

‘Ze liet geen geld of bezittingen of een boek of een kind na, maar haar lijk heeft dieren in leven gehouden, die op hun beurt weer andere dieren in leven hebben gehouden.’ 
(2018: 408).

Het is het leven van gewone vrouwen. Zij leven onder de dreiging van de nieuwe paternalisering van mannen, in het bijzonder de nieuwe wetgeving die van kracht gaat worden, die abortus en ivf verbiedt. Side effect is dat kinderen twee ouders horen te hebben, dus dat ongetrouwde vrouwen, Bom-moeders (eigenlijk met een ‘m’, b(ewust)o(ngehuwde)-moeder) geen kind meer mogen hebben. Het is allemaal niet zo verschrikkelijk als in Atwoods dystopische roman, maar de dreiging is overal tastbaar.

Er is grote aandacht voor wat vrouwen bezighoudt met veel nadruk op het lichamelijke: gewenste en ongewenste zwangerschap; menstruatie; een tikkende biologische klok (ziedaar de titel, klok wordt ook gebruikt voor baarmoeder); ivf; het moederschap, hoezeer gewenst, is zwaar; het lichaam dat veranderd door hormonen en zwangerschap; schaamlipcorrecties; schaamhaar;  huwelijk; single blijven, gewenst en ongewenst; overspel; ovulatie; gynecologen; abortussen, legaal en illegaal; gezondheid; huishouden; gezond eten en snoepzucht; seks; lesbianisme; adoptie. Het boek brengt je bijna terug naar de jaren 70 met allerlei actiegroepen en nadrukkelijke eis voor vrouwenrechten en emancipatie. Misschien dat dat mensen afschrikt.

Zumas schrijft heel helder en heel zorgvuldig. Langzaam borduurt zij het plaatje helemaal vol. Misschien zijn er mensen die die stijl een beetje saai zullen vinden. Dat is het niet. Levens van vrouwen zijn nooit saai, ook niet de levens van vrouwen in het verleden. Dat vrouwen nog steeds geen gelijke rechten hebben, niet in het Westen en ook niet in ontwikkelingslanden - ik zocht even naar de politiek-correcte term, maar ontwikkelingsland mag, als ik het goed begrijp -.
Niet schuilt het ‘kwaad’ van Zumas’ boek in de fictieve dystopie als bij Atwood, maar feitelijk in de gewone wereld van nu. De Amerikanen in Zumas boek hebben de pech dat zij een president kregen, die niet iedereen wilde, de Biografe zegt: een president waarop ik niet gestemd heb. Dat is natuurlijk een steek onder water.

De natuur, de zee, het land, de aarde, dieren, bescherming van dieren spelen een zeer grote rol. De Genezeres staat daar symbool voor.

Het is lastig veel van het verhaal prijs te geven, dus dat doe ik niet.  De roman is uitermate goed geschreven en boeit tot op de laatste van dit lijvige werk. Het is een echt vrouwenboek, dus ik weet eigenlijk niet wat mannen ervan zullen vinden. Daar ben ik wel heel benieuwd naar. Als je er zin in hebt, laat me dat dan weten.

Auteur

Leni Zumas is een Amerikaanse schrijver en woont in Portland, Oregon . Zij is de auteur van twee romans ( Red Clocks and The Listeners ) en een verhalenverzameling (Farewell Navigator). Haar korte fictie en essays zijn verschenen in Granta , The Cut, The Sunday Times Style (VK), Tin House, Lenny Letter, The Collagist , Quarterly West en elders. Ze geeft leiding aan de MFA- en BFA- programma's aan de Portland State University .

Zumas groeide op in Washington, DC, waar ze de Sidwell Friends School volgde. Ze studeerde af aan de Brown University en het Amherst MFA-programma van de Universiteit van Massachusetts. Voor Portland State doceerde ze aan Columbia University , Hunter College , Eugene Lang College, het Great Smokies Writing Program aan de UNC Asheville en het Juniper Summer Writing Institute.

Het eerste boek van Zumas, Farewell Navigator: Stories, werd in 2008 door Open City uitgegeven. Miranda juli zei over de verzameling: "Als de duisternis ooit je vriend is geweest, is jouw verhaal hier." "Het is een zeldzame schrijver die ons dichter bij mensen kan brengen die we misschien de straat oversteken om te vermijden", schreef een recensent in LA Weekly. Zumas was geprofileerd in de Debut Fiction-uitgave van het tijdschrift Poets & Writers en stond in de documentaire 60 Writers / 60 Places (2010) van Michael Kimball en Luca Dipierro.

Auteur: Leni Zumas
Titel: Rode klok - Red Clocks
Vertaling: Linda Broeder
Pagina's: 416
ISBN: 9789025453282
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: november 2018


donderdag 29 november 2018

Philip Roth-Het contraleven

Recensie door Roosje 
Uitgeverij De Bezige Bij 






Twee broers of over het schrijven van romans

 


Spoilers!!!! Onderstaande analyse niet lezen, voor je het boek zelf gelezen hebt, tenzij het je niet kan schelen.

Wat een intrigerend boek, wat een boek vol kuilen, struikelingen en dubbele en driedubbele bodems, wat een verbaal kanon - ja, dat is Philip Roth meer dan toevertrouwd -, wat een taaltiran, wat een zinnen-mitrailleur, wat een charmeur, wat een woordentovenaar!

Vijf hoofdstukken kent deze roman uit 1986:
  1. Basel, over broer Henry, die overlijdt na een hartoperatie.
  2. Judea over broer Henry, die, safe and sound, naar een dorp op de West-Bank,, Agor genaamd, Judea, Israël is verhuisd.
  3. In de lucht, Nathan verhindert - sort of - een vliegtuigkaping.
  4. Gloucestershire, het pastorale landleven in Engeland, dat wil zeggen in het vooruitzicht, over de dood van Nathan, na een fatale hartoperatie. M.i. het kernhoofdstuk.
  5. Onder christenen, het prille huwelijksgeluk - NOT! - van Nathan en Maria in Engeland.

Wat een raar boek, wat zijn die hoofdstukken op een vreemde wijze met elkaar verbonden! In het eerste hoofdstuk gaat Henry dood en in het volgende is hij springlevend. In hoofdstuk 4 gaat Nathan dood en lijkt dat op een omgekeerd hoofdstuk 1: Nathan lijkt Henry te zijn geworden. Vier hoofdstukken zijn plaatsbepalingen, een hoofdstuk gaat niet eens over Gloucestershire, tenzij je dat opvat als de green pastures van na je dood - dat zou best kunnen -. Het laatste hoofdstuk is geen plaatsbepaling maar speelt zich af in de groene heuvels en mistige dagen van het Engelse platteland, dus Gloucestershire.
Het laatste hoofdstuk: het prille huwelijksgeluk van Nathan en Maria wordt in de kiem gesmoord, letterlijk en figuurlijk; nog voor hun kind geboren is, is het alweer over. Zij zijn er snel achter dat ze te verschillend zijn.

Het duurde even voor ik doorhad waar deze roman eigenlijk over gaat. Terzijde: in verhouding tot Lolita vind ik deze roman nog tamelijk inzichtelijk; ligt vast aan mij ;-). Dit boek gaat over de roman, over het schrijven van een roman, over de poëtica van Philip Roth. Zo is het begrijpelijk dat Roth gebruik maakt van zijn alter ego Nathan Zuckerman. Over Nathan Z heeft Roth een aantal romans geschreven en zelfs in zijn autobiografie De feiten. De autobiografie van een schrijver (1988) speelt Nathan Z een hoofdrol.
Waarom maakt een auteur gebruik van een alter ego? Iedereen weet dat je alter ego jou vertegenwoordigt. Nathan Z is Philip Roth. Deze roman maakt de noodzaak van het gebruik van een alter ego duidelijk. Nathan Z is nodig om het onderzoek naar het schrijven van romans door Philip Roth mogelijk te maken. Nathan Z is Philip Roth maar eigenlijk nog veel meer; hij is ook de Philip Roth die in andere situaties anders zou kunnen reageren. Nathan Z is ruimer dan Philip Roth, maar valt toch ook met hem samen.

Via Nathan Z, en in deze roman ook zijn broer Henry, kan Roth helemaal los gaan met ‘what if’-situaties. Denk eens aan Roths roman Het complot tegen Amerika: een ‘what if’-verhaal par excellence.
Om zich nog vrijer te kunnen bewegen schrijft Nathan Z een roman die op autobiografische data is gestoeld: Carnovsky (lees: een Zuckerman-roman). Hoe verhouden feiten, autobiografische feiten, zich tot fictie? Maakt de fictie de feiten eigenlijk niet zelfs beter? Kunnen bepaalde situaties, bepaalde kwesties niet beter onderzocht worden door ze fictioneel te maken? Denk aan: wat betekent het om jood te zijn? Om een jood te zijn in de diaspora? Om een jood te zijn in Amerika, de plek waar je geboren bent, maar je grootouders niet, waar de Holocaust niet heeft plaats gehad? Om een jood te zijn in Zwitserland, in Engeland, in Europa dus, waar de Holocaust nog steeds voelbaar is maar een soort van ondergeschoffeld wordt (diep trauma). Om een jood te zijn in het Eigen Land (hoofdletters van mij, rdv), Israël? Om een jood te zijn op de West-Bank, een orthodoxe jood, een geseculariseerde jood in Jerusalem?

Dus: hoe ziet de roman eruit als ik, Nathan Zuckerman, Nathan - mijzelf - en Henry dood laat gaan? Hoe ziet die roman eruit als ik zelf doodga en ik de roman schrijf vanuit het standpunt van Henry? Hoe ziet de roman eruit als ik mijn eigen ‘Beobachters’ standpunt laat varen en me stort in een verliefdheid met een niet-joodse vrouw, een goj, een sjikse? Maria heet niet toevalligerwijze ‘Maria’, naar de moeder van de Messias; ze is christelijk in al haar poriën. (Voor de volledigheid: de Messias is voor de joden nog niet gekomen; joden wachten nog op Zijn komst; Jezus is de Messias van de christenen, niet van de joden).

Dan is er het andere punt wat hier nauw mee samenhangt: Philip Roths poëtica. Hoe schrijft Philip Roth? Hij schrijft in ieder geval met een hoop dubbele bodems. Hij schrijft en hij reflecteert op dat schrijven van hem, hij onderzoekt met zijn schrijven; soms bijna in een zin. Hij schept verwarring - zo zijn er twee Maria’s, Henry’s Maria in 1. Basel, een seksueel vrijgevochten vrouw met wie hij niet durft weg te lopen van zijn gezin. En de Maria van Nathan, een preutse, ingetogen Engelse vrouw van betere komaf met een hoop issues. In het begin van hoofdstuk 4 staan een paar ideeën over fictie die Nathan te berde brengt: 1. er is fictie die met veel kabaal in de lucht geschoten wordt; 2. er is fictie die niet aanslaat, explosieven die niet willen ontbranden; 3. er is fictie die gericht is op het binnenste van de schedel van de schrijver zelf. (min of meer letterlijke citaten, ca. p. 223, 1997, mijn versie).

Ook met deze hele roman schept Roth verwarring, waaruit hij poogt het beste te halen voor een roman maar ook het verloop beschrijft van het schrijven van een roman. Het vervolg op zijn roman Carnovsky. De tweede versie van Carnovsky deel 2 (hier ook verdubbeling!) wordt door Henry en door Maria - Nathans Maria - na Nathans dood gevonden op zijn bureau. Henry heeft zo zijn redenen om de bladzijden waarin hij voorkomt en waar zijn buitenechtelijke relaties worden beschreven, te willen vernietigen. Zijn vrouw weet het niet en hij wil zijn huwelijk niet op het spel zetten. Maria is bang dat haar ex naar wie zij terug wil - als ik het goed heb onthouden - haar aandeel ziet in het leven met Nathan. Maria laat toch alles liggen en denkt dat zij ermee weg komt door te stellen dat dit een roman is en alles fictie. Later denkt Henry ook in die richting: het is een roman, het is fictie. Maar het knelt, die relatie fictie - werkelijkheid, het schuurt.

Overigens ben ik zelf dol op een roman die het schrijven van fictie, van een verhaal, van een roman, van de roman in kwestie - en je dus als lezer zogenaamd meeleest met het schrijfproces - tot thema heeft. Gek genoeg zijn die er niet heel veel. Ik denk hier aan Leon de Winter, Hoffman’s honger (dacht ik, ik doe het uit mijn blote hoofd). In poëzie is het gebruikelijker te dichten over het dichten. Het meta-niveau.

Ik meen dat dit boek, Het contraleven, voornamelijk gaat over het schrijven van romans door Philip Roth. Zijn onderzoek hiernaar: hoe zit het misschien, hoe zou het kunnen zijn, hoe experimenteer ik, bijvoorbeeld met behulp van ‘what-if-verhalen’.


Kaïn heeft Abel gedood, een gravure van Gustave Doré
Maar er zijn andere thema’s die steeds terugkomen; in willekeurige volgorde:

--angst voor impotentie; letterlijk en figuurlijk! Dat is een terugkerend thema bij mannelijke auteurs, zie bijv. T.S Eliot, The Waste Land; Nabokov, Lolita. Volgens mij een veelvoorkomend thema in Amerikaanse literatuur. Meer dan in Nederlandse literatuur?

--de verhouding van joodse Amerikanen tot Israël; zie ook Nicole Krauss, Donker Woud.

--wat betekent het om jood te zijn als je niet gelovig bent en niet in Israël woont? Roth is vele malen beticht van ‘joodse zelfhaat’.

--relatie tot vrouwen, echtgenotes en minnaressen. Roth zelf is ook een paar keer getrouwd geweest; een ‘vrouwenman’.

--wat betekent het om broers te zijn? Overeenkomsten, verschillen? Een soort van Kaïn en Abel? Broedermoord, letterlijk en figuurlijk.

--leven en dood - zijn ernstige zaken (stukje uit een boeddhistische soetra...)

--‘what-if-situaties’

--persoonsverwisseling: Henry wordt Nathan en vice versa; twee Maria’s; Zuckerman en Roth.

--dubbele bodems; driedubbele bodems.

De lijst is niet volledig.

Nog een paar woorden over Roths stijl. Philip Roth is een zeer hartstochtelijk auteur. Hij schrijft met de pen als was het een geweer. Hij vuurt de woorden, de zinnen, de verhalen, de kwesties met volle sterkte op je af. Dat is heftig. Hij is niet de auteur van het zuinige woord. Maar altijd is hij über-intelligent, hij onderzoekt hoe de dingen voor hem zijn en hoe alles verandert. Talloos zijn de allusies, er is sprake van veel intertekstualiteit, - zeer leerzaam -. Hij beziet de zaken vanuit zo’n beetje alle perspectieven die er bestaan. Daar moet je wel een beetje tegen kunnen. Ook het gebruik van al die dubbele bodems en het niet afhoudende van zijn prachtige zinnen, daar moet je in groeien, denk ik. Het contraleven is, evenmin als Operatie Shylock, een roman waar je mee moet beginnen, denk ik. Ook de ‘joodse kwestie’ is een onderwerp dat niet iedereen aanspreekt. Niet makkelijk, maar heel erg rijk. 
I love him ;-)





Over de auteur:

Philip Milton Roth (Newark, New Jersey, 19 maart 1933 – New York, 22 mei 2018) was een Amerikaanse literaire schrijver. Hij werd geboren als kind van tweede generatie Joods-Amerikaanse ouders.

Roth behaalde in 1955 zijn master in Engelse literatuur, waarna hij zijn dienstplicht vervulde. Hij doceerde literatuurwetenschappen aan diverse Amerikaanse universiteiten, het laatst aan de University of Pennsylvania. Vanaf 1992 legde hij zich geheel toe op het schrijven.

Op 22 februari 1959 trouwde Roth met Margaret Martinson, van wie hij zich in 1964 liet scheiden van tafel en bed. Margaret overleed in 1968 na een auto-ongeluk. In 1990 trouwde Roth met de actrice Claire Bloom; in 1994 gingen ze uit elkaar. Bij de verschijning van zijn roman I Married a Communist (1998) werd Roth door verschillende journalisten bekritiseerd omdat hij zijn breuk met Bloom zou hebben verwerkt in het mislukte huwelijk van zijn personages Ira Ringold en Eve Frame.

In november 2012 maakte Roth bekend te stoppen met schrijven. Hij stierf in mei 2018 op 85-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Manhattan aan een hartstilstand.

Philip Roth schreef veelal over de Joodse identiteit en de politieke cultuur in de Verenigde Staten. Hij werd met name beroemd door de seksueel revolutionaire roman Portnoy's Complaint (1969). The Breast, The Professor of Desire en The Dying Animal vormen de Kepesh-trilogie, en handelen over het leven van de seksueel vrijgevochten professor David Kepesh. Roths meest geroemde boeken zijn American Pastoral (1997), I Married a Communist (1998) en The Human Stain (2000), die samen de American Trilogy genoemd worden omdat ze een soort biografie van het naoorlogse Amerika vormen: het eerste boek handelt over de Vietnamoorlog en de protestgeneratie, het tweede over het tijdperk-McCarthy en het derde speelt tegen de achtergrond van het Lewinsky-schandaal. Alle drie de boeken worden 'verteld' door Roths literair alter ego, Nathan Zuckerman.

In 2004 verscheen The Plot Against America, dat gezien wordt als een ander hoogtepunt in Roths oeuvre. Dit boek gaat over een what-if-geschiedenis, die zich afspeelt in de VS tijdens de jaren dertig en veertig, wanneer de verkiezingen niet door de zittende president Franklin D. Roosevelt worden gewonnen, maar door vliegpionier Charles Lindbergh, van wie bekend is dat hij benaderd is voor het presidentschap en wiens nazi-sympathieën en isolationisme gedocumenteerd zijn. Onder 'president Lindbergh' worden er allerlei antisemitische wetten doorgevoerd in de VS, waartegen de joodse familie waar de roman om draait, zich moet verweren.

Sindsdien schreef Roth verschillende kortere romans, die vaak handelen over de fysieke en mentale aftakeling van een mens. Meest geroemd is Everyman (2006), een korte maar aangrijpende roman over verlies en sterfelijkheid. De titel is een verwijzing naar het gelijknamige middeleeuwse toneelstuk (zie Elckerlijc), waarin 'de mens', als hij gaat sterven, verantwoording moet afleggen over zijn aardse gedragingen.



Bibliografie (alleen antiquarisch):

Titel: Het Contraleven
Auteur: Philip Roth
Vertaler: Rob van der Veer
Uitgever: De Bezige Bij
Verschijningsdatum: oktober 2008
Druk: 4e druk
Aantal pagina's: 429 pagina's
ISBN: 9789023421740
Categorie: Literaire romans