donderdag 28 november 2019

Thornton Wilder - De brug van San Luis Rey

Recensie door Philipp van Ekeren
Uitgeverij Van Oorschot


Verbonden in het noodlot

Een fictief ongeluk van vijf mensen in de achttiende eeuw is voor een monnik de aanleiding om onderzoek te doen naar het handelen van God. Zijn onderzoeksresultaten naar de slachtoffers vormen de basis voor deze roman. In drie hoofdstukken worden de uiteenlopende hoofdpersonen gevolgd en steeds meer komen hun connecties aan het licht. Naast een schitterende beschrijving van het leven in die tijd in Lima (Zuid-Amerika) worden de persoonlijkheden verfijnd beschreven. Maar ook met humor zoals de volgende zin illustreert:

"Menige morgen betrad oom Pio het paleis via gangen waar men niemand anders tegenkwam dan een biechtvader of een vertrouwde souteneur en zat met de onderkoning aan de ochtendchocola.".

De introductie begint in hoofdstuk 2 met Doña Maria, de Marquesa de Montemayor, een steenrijke excentrieke vrouw. Eenzaam hunkert zij naar de liefde van haar dochter die naar Spanje is gevlucht. Obsessief is zij bezig voor haar kind het lot af te weren middels advies per brief én de vlucht in bijgeloof. Als, onder druk van hogerhand, de actrice Camila Perichole na een schandalig optreden haar excuses moet komen aanbieden ontgaat dit Doña Maria volkomen.

Het volgende hoofstuk begint met Madre María del Pilar, het hoofd van het klooster waar de tweeling Manuel en Esteban te vondeling worden gelegd. De broers ontwikkelen zich maar blijven altijd samen. Ze hebben alleen elkaar. In hun puberteit wordt Manuel verliefd op de actrice Camila Perichole, voor wie hij brieven moet schrijven naar haar 'connecties'. Dit gaat ten koste van de relatie tussen de broers. En ook hier spaart het lot hen niet.

Als laatste komt de impresario van de actrice, oom Pio, ten tonele. Hij voedt haar op, brengt haar alle kennis en kundigheid bij en is haar eeuwig trouw. Naar mate de actrice in hogere kringen verkeert neemt zij afstand van haar mecenas. De liefde van oom Pio is blind en daarom blijft hij tot het bittere einde aanhouden. En dat alles heeft een connectie met de brug uit de titel. Afijn, meer ga ik niet weggeven want dat zou het leesplezier van toekomstige lezers alleen maar verminderen. 

De kracht van Thornton Wilder is dat hij de personen tot leven laat komen. Neem nou als voorbeeld de volgende zin:

"Er was iets in Lima wat in meters paars satijn was gehuld waaruit een reusachtig opgezwollen hoofd en twee dikke beparelde handen staken; en dat was de aartsbisschop."

Geen succesverhalen maar rauwe werkelijkheid. De armoede van de puissant rijke elite tegenover de bittere miserie van het gewone volk. Wat macht en liefde met mensen doet. Dat maakt deze roman zo mooi. Het laat tevens zien dat er in pakweg negentig jaar niet veel is veranderd in de wereld. Wat wel opvalt zijn de stijlvolle omgangsvormen die, naar mijn persoonlijke mening, in de huidige maatschappij aan erosie onderhevig zijn. Dat Thornton Wilder ook toneelstukken heeft geschreven verbaast mij niet. Dit verhaal is duidelijk opgebouwd uit vijf aktes. Zonder veel moeite zie ik het verhaal al voor me op de bühne.

Veel thema's zitten in deze roman verweven. Dat maakt het voor mij een interessant boek. Het geeft een scherpe kijk van het tijdloos menselijk handelen. Daarom is dit zeker een aanrader.

In mijn keuze om dit boek te gaan lezen was, na de synopsis, ook de omslag hier debet aan. Prachtig in zijn eenvoud en daardoor intrigerend en sterk. Complimenten voor de ontwerper Christoph Noordzij en de nieuwe vertaling door Peter Bergsma. En tevens dank voor het Schwobfonds dat deze uitgave mogelijk heeft gemaakt.

Auteur

Thornton Niven Wilder (Madison (Wisconsin) 17 april 1897 - Hamden (Connecticut), 7 december 1975) was een Amerikaans schrijver van romans en toneelstukken.

Tot 1938
Wilder bracht een deel van zijn jeugd door in Sjanghai, waar zijn vader consul-generaal was. Op school was hij vaak een buitenbeentje, met hoogbegaafde trekjes. Hij studeerde aan de Universiteit van Yale te New Haven, begin jaren twintig aan de American Academy in Rome (archeologie) en vervolgens te Princeton (Franse taal en letterkunde). Eind jaren twintig doceerde hij Frans aan een jongensschool te New Jersey en van 1930 tot 1937 was hij hoogleraar literatuur (toneel en klassieken) aan de Universiteit van Chicago.

Tussen deze activiteiten door had Wilder inmiddels naam gemaakt als romanschrijver, met name met The Bridge of San Luis Rey (1927), een reeks aaneengeschakelde karakterstudies die zich ontwikkelen naar een bedoeling achter de ogenschijnlijk willekeurige dood van vijf mensen na de ineenstorting van een hangbrug in Lima, Peru, 1714. Wilder ontving hiervoor de Pulitzerprijs. In 1930 had hij veel succes met het toneelstuk The Woman of Andros (zich afspelend in het decadente Griekenland, kort voor de christelijke jaartelling) en in 1935 behaalde zijn satirische roman Heaven's My Destination grote oplagen. Vervolgens bleef het in literair opzicht een paar jaar stil rondom zijn persoon.

Vanaf 1938
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Wilder inlichtingenofficier bij de luchtmacht in Noord-Afrika en Italië. Vanaf 1938 was hij inmiddels weer druk bezig met schrijven en maakte vooral naam met zijn toentertijd als vernieuwend te boek staand toneelwerk, met een ‘brechtiaanse’ vervreemdende, anti-realistische benadrukking van het toneelelement en acteurs die uit hun rol stappen. Bekende voorbeelden zijn Our Town (1938, waarin hij zoekt naar een transcendente waarde in het dagelijks leven van een archetypisch Amerikaans stadje), The Skin of Our Teeth (1942, een satire met veel symboliek en loodzware humor over de familie Antrobus) en The Matchmaker (1954), welke laatste in 1964 weer het uitgangspunt vormde voor de bekende musical ‘Hello Dolly’. Voor The Skin of Our Teeth en The Matchmaker ontving Wilder zijn tweede en derde Pulitzerprijs (voor toneel). Ook ontving hij onder andere de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel in 1957 en de National Book Award in 1968 (voor zijn populaire lange roman The eight day).

Wilder bleef ook na de oorlog doceren aan diverse scholen en Universiteiten, onder andere van 1950 tot 1951 poëzie te Harvard. Hij trad nooit in het huwelijk en stierf in 1975 in Hamden (Connecticut). Aldaar werd hij begraven op de Mount Carmel Cemetery.

Titel: De brug van San Luis Rey
Auteur: Thornton Wilder
Vertaling: Peter Bergsma
Pagina's: 141
ISBN: 9789028261143
Uitgeverij Van Oorschot
Verschenen: oktober 2015

maandag 25 november 2019

Hector Malot – Alleen op de wereld

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Rainbow bv





Een klassieker van formaat


Nog nooit las ik dit jeugdboek, het kwam er niet van. Nu ligt hij dichtgeslagen naast me en met een diepe zucht probeer ik woorden te geven aan deze leeservaring. Het is niet alleen het verhaal van Rémi dat me zo getroffen heeft, maar ook het nawoord van vertaler August Willemsen. Ik las de uitgave waarin Rémi nog de ik-verteller is waardoor het verhaal dichtbij de lezer staat. Ik heb geen tissues nodig gehad tijdens het lezen, tenslotte was het verhaal wel min of meer bekend. Maar wat was het genieten tijdens de trektochten van Rémi en wat is het heerlijk dat - wanneer je gereisd hebt in Frankrijk - je mee kunt reizen omdat je iets herkent van de beschreven landschappen en plaatsen. Wel moet de moderne tijd plaats maken voor de negentiende eeuw en dat vraagt enige aanpassing, met de beschrijvingen van Malot lukt dat prima.

Het boek werd geschreven in 1878 en was meteen een bestseller. In 1880 verscheen de eerste Nederlandse vertaling door Gerard Keller. Hector Malot was 10 jaar ouder dan Emile Zola en het verbaast me niet dat in het nawoord is te lezen dat Zola een groot bewonderaar was van Malot. Heel duidelijk komt dit naar voren in de steenkolenmijn, één van de vele prachtige passages waarin Rémi angstaanjagende avonturen beleeft en het erop aankomt als groep te overleven. Ook Zola schreef in De mijn over het leven in een mijnstreek. De beklemming is in beide boeken aanwezig en zegt iets over de tijd waarin mijnen nog een belangrijke rol spelen in delen van Frankrijk. Vooral het sociale aspect is een thema in de roman van Zola, maar ook Malot laat merken dat wie onder de grond werkt niet de hoogste status heeft, maar je had weinig keuze, er heerste bittere armoede.

Het verhaal van Rémi heeft een hoog gehalte van toevalligheden die hem elke keer helpen zijn weg te vinden. Maar dat geeft niets, het is een boek geschreven voor kinderen en werd in eerste instantie – zoals in die tijd vaak gebeurde - als feuilleton uitgegeven. Wanneer vondeling Rémi acht jaar is wordt hij verkocht door zijn pleegouders aan meneer Vitalis, een merkwaardige, mysterieuze man die als hondendresseur aan de kost probeert te komen. Samen met aapje Joli-Coeur en de honden trekken ze grote delen van Frankrijk door en al reizend steekt Rémi heel wat op van Vitalis. Met inventieve middelen onderwijst Vitalis elementaire stof die Rémi bijzonder goed van pas zal komen, zoals lezen, schrijven, zingen, muziek spelen, maar ook over geografie. 

bron


Het blijkt dat Rémi toch niet zo alleen op de wereld is, er zijn dingen gebeurd die hem op het spoor zetten te gaan zoeken naar de waarheid rondom zijn familie. Vreugde en verdriet wisselen elkaar af. Wat zo mooi lijkt kan door domme pech weer verdwijnen, dat zijn de trieste momenten en zorgen voor weer een nieuw avontuur, want Rémi moet na elke verandering weer verder. Zonder geld wordt het moeilijk om aan eten en onderdak te komen, maar met de dieren en zijn eigen vaardigheden komt er tijdens voorstellingen brood op de plank. Niet altijd voldoende...

‘Joli-Coeur, die boven op mijn reiszak zat, trok me nu en dan aan mijn oor om mijn aandacht te trekken, wanneer ik dan mijn hoofd naar hem omdraaide, wreef hij over zijn buik met een gebaar dat niet minder veelzeggend was dan de blik van de honden.’


Deze klassieker laat zich op meerdere niveaus lezen. De vertaling van August Willemsen (1999) krijgt van de Volkskrant de lovende woorden: ‘De prachtige vertaling van August Willemsen geeft ons het tempo terug van het origineel.’ De tekst roept inderdaad het tijdsbeeld op waarin het verhaal zich afspeelt, de landschappen, de manier waarop men aan de kost kwam en de armoede in de gezinnen verbeelden moeiteloos het leven van toen. Het nawoord van Willemsen geeft een ongelooflijke meerwaarde aan het boek. Een aantal zaken had ik zelf ontdekt, zoals de vorming van Rémi die doet denken aan filosoof Jean-Jacques Rousseau. Rousseau had ideeën over het opvoeden van kinderen, ze moesten zich zo vrij mogelijk kunnen ontwikkelen, weg van de stad, in de vrije natuur zou het beste zijn. De uitgebreide beschrijvingen van de vorming van Rémi maken van dit boek een Bildungsroman. 

Rémi hield van de natuur. Als kind had hij een tuintje waarin hij gewassen teelde, toen hij dit moest verlaten omdat hij verkocht werd aan Vitalis voelde het alsof hij de hof van Eden verliet.
De zoektocht van Rémi kan aangemerkt worden als een queeste. Om zijn familie te vinden reist hij stad en land af en ondervindt hierbij vele moeilijkheden, teleurstellingen maar ook vreugde en vriendschappen.

Over dit boek is veel te vertellen, op te zoeken en te vinden. Welke uitgave je ook leest, het is een verhaal voor kinderen en volwassenen en geschikt voor herlezen om steeds weer nieuwe dingen te ontdekken. Voor mij was het een geweldige kennismaking en laat het boek graag een plaats innemen tussen de werken van tijdsgenoten in Frankrijk, maar ook in de rest van Europa. 



De auteur

Hector-Henri Malot (La Bouille bij Rouen, 20 mei 1830 – Fontenay-sous-Bois, 17 juli 1907) was een Franse schrijver. Hij studeerde rechten in Rouen en Parijs, maar uiteindelijk werd literatuur zijn passie. Hij werkte als literatuurcriticus voor L'Opinion Nationale en als theatercriticus voor Lloyd Français. Zijn veruit bekendste boek is Alleen op de wereld.(Wikipedia)

Titel: Alleen op de wereld
Titel oorspronkelijk: Sans famille
Auteur: Hector Malot
Uitgever: Uitgeverij Rainbow bv ism De Arbeiderspers
ISBN: 9789041712066
Vertaling: August Willemsen
Pag. : 520
Genre: Fictie
Verschenen: oorspronkelijk 1878
Verschenen: deze editie 2006

vrijdag 22 november 2019

Eveline van de Putte - Nieuwe namen, levensverhalen van transgender ouderen

Recensie door Truusje
Uitgeverij De Brouwerij | Brainbooks
Beautiful people do not just happen
- Elisabeth Kübler-Ross

'Het is nooit te laat om gelukkig te worden'

Van de Putte heeft vele gesprekken gevoerd met transgender ouderen. In dit boek geeft ze achttien van hen een podium om hun persoonlijke verhaal te doen, dat ze op een openhartige wijze met haar hebben gedeeld. Bewonderenswaardig, omdat er in de nabijheid van ouderen vaak vreemd wordt gekeken naar de welbewuste keuze die ze hebben gemaakt of overwegen om dit traject in te gaan.
Onlangs is er in België een artikel verschenen dat ouderen in woonzorgcentra zich niet altijd veilig genoeg voelen om hun geaardheid openlijk te tonen. Medebewoners staan er lang niet altijd open voor en het resulteert soms zelfs in pesterijen. Voor velen nog heel onbekend en... onbekend maakt immers helaas vaak onbemind, terwijl uiteraard iedereen het recht mag hebben om te mogen zijn, zoals je wilt zijn.

'De mensen durven zich er niet te outen en kruipen terug in de kast', [...] 'Dat doen ze puur uit angst voor afkeurende reacties en pesterijen. We horen situaties van mensen die, omwille van hun geaardheid, gemeden worden door andere rusthuisbewoners. Of ze horen achter hun rug 'vuil janet'. In de gewone samenleving kan je zulke mensen en situaties mijden, maar in een woonzorgcentrum zit je ermee opgesloten. Dat is geen prettige oude dag.'

Nieuwe namen is een uitzonderlijke bundel verhalen. Het geeft een integer beeld van de beweegredenen, gevoelens, strijd en angst om 'uit de kast' te komen en toont indringende en aangrijpende verhalen van transgender ouderen die zelf aan het woord komen. Maar ook van partners die te maken kregen met de wens van hun man of vrouw die hun vaak lang verborgen, sluimerende en gekoesterde wens om openheid van zaken te geven openbaar durfden te maken.

'Op een gegeven moment krijgen sommige transgenders het gevoel dat ze ermee moeten stoppen, omdat ze bang zijn voor het gedonder op hun werk of thuis. Ik heb het meerdere keren gehoord, dat de zorgvuldig verzamelde, dure maar angstvallig verstopte kleding in de container gedumpt werd. Het is een terugkerend verhaal: 'het' steeds weer proberen te onderdrukken, dan toch weer nieuwe kleding kopen, om uiteindelijk toe te geven aan een allesoverheersend gevoel dat zegt: gatver, heb ik weer een rok aan. Dat wil ik niet. Ik wil gewoon man zijn. Volgens mij gaat het vaker om niet durven dan om niet willen.'

Wie in transitie gaat heeft, buiten het gevoel dat hij/zij straks kan zijn zoals hij/zij dat eigenlijk al heel lang heeft gewild, uiteraard ook de nodige zorgen en vragen; accepteert mijn omgeving me nog wel, zal ik mensen gaan verliezen; mijn gezin, partner, kinderen, familieleden, vrienden, mijn werk? Discriminatie, pesterijen en soms een sociaal isolement of eenzaamheid liggen op de loer, niet alleen ná een transitie, maar juist ook in de periode daaraan voorafgaand. Daarbij is de gehele weg van de transitie niet gemakkelijk, zowel fysiek, als mentaal. Er gebeurt nogal wat; operaties, hormonen, veelvuldig je verhaal moeten doen aan allerlei artsen en jezelf uiteindelijk als iemand van het andere geslacht presenteren.

Doordat er vroeger niet vaak openlijk over gepraat kon worden of het geloof bleek een obstakel, heeft de weg voor een oudere die twijfels heeft over de eigen geaardheid vele obstakels gekend. Homofilie was al wel min of meer bekend, maar van het begrip transgender was eigenlijk nog geen sprake of er werd niet over gepraat. Praten over seksualiteit was sowieso vaak al een precair onderwerp. Het is dan ook hartverwarmend om te lezen dat partners soms al langer het gevoel hadden 'dat er iets aan de hand was', maar wel hun man/vrouw door dik en dun blijven steunen op de lange weg naar transitie en dat de wederzijdse liefde dit soms zelfs kan overleven, hoewel een echtscheiding vaak onvermijdelijk is.

'Mijn ouders kwamen niet alleen uit een generatie die niets wist, ze hebben ook nooit moeite gedaan om iets te begrijpen. Mijn vader heeft me nooit het gevoel gegeven dat hij me als man accepteerde. Mijn moeder probeerde weleens iets te laten doorschemeren in een Sinterklaasgedichtje.'

Heel bijzonder is het verhaal van een man die in transitie is en bijna tegelijkertijd een zoon heeft gekregen door een transitie.
Stuk voor stuk zijn het verhalen die niet alleen over het geluk gaan dat ze nu in de hoedanigheid van het andere geslacht door het leven kunnen gaan, maar ook over de offers die een transitie bijna onvermijdelijk met zich meebrengt.

Met veel respect heeft Van de Putte deze unieke verhalen opgetekend, waarbij ik veel waardering heb voor de mensen die het hebben aangedurfd om hun soms moeilijke en pijnlijke verhaal te doen, zonder dat ze in de anonimiteit hebben willen blijven.  Echter, het gaat hier niet alleen over mensen die een definitieve transitie naar het andere geslacht hebben ondergaan, maar tevens laat de auteur travestieten, crossdressers, transmannen en -vrouwen aan het woord.

Een prettig leesbaar, interessant en integer boek dat ik van harte aanbeveel om een beeld te krijgen van de mens achter de transitie. Een zeer belangrijk boek voor wie zich openstelt voor het verhaal van een medemens.

Het verhelderende nawoord is verzorgd door Paula Vennix, psycholoog, sociaal seksuologisch onderzoeker, transgenderdeskundige en zelf ook transgender. Zij geeft interessante uitleg en informatie over wat het transgender zijn inhoudt.
Verder is een literatuurlijst en een verklarende woordenlijst opgenomen, en een lijst met organisaties waar een transgender persoon kan aankloppen.

Auteur

Eveline van de Putte (1966) groeide op in het rustige Zeeland, maar trok al gauw de wijde wereld in: reizen, andere culturen ontdekken zijn nog altijd haar passie.
Behalve schrijfster is Eveline ook fotograaf en trainer. Veel van haar werk richt zich op mensenrechten en empowerment. Ze gebruikt kunst om onbekende groepen stem en gezicht te geven. 
(Bron:http://www.uitgeverijdebrouwerij.nl/eveline-van-de-putte/)

Van haar hand zijn eerder al een aantal boeken verschenen over ouderen, zoals Fosten Tori waarin ze de levensverhalen optekent van ouderen in Suriname en Krachtig 80!, een verzameling verhalen van tachtigplussers. In het boek Van ver komen ouderen aan het woord die hun roots buiten Nederland hebben en in Stormachtig stil geeft Van de Putte een stem aan de roze ouderen.

Titel: Nieuwe namen, levensverhalen van transgender ouderen
Auteur: Eveline van de Putte
Pagina's: 272
ISBN: 9789078905912
Uitgeverij De Brouwerij | Brainbooks
Verschenen: mei 2018

woensdag 20 november 2019

Vonne van der Meer – Vindeling

Recensie door Roosje
Uitgeverij Atlas Contact





Vluchteling, vindeling, verlorenling


Jutka Horvath is een Hongaars meisje, haar moeder heeft haar meegenomen op haar vlucht naar Nederland, weg van haar politiek onvrije vaderland, weg van haar echtgenoot, weg van Jutka’s vader. Jutka heeft een bochel, die door een priester gezien wordt als de aanhechting voor premature vleugels van een engel. Jutka is eenzelvig en op haar hoede.
Het scharnierpunt in haar leven is de vondst van een vondeling in een afvalcontainer. Ze verlangt er zo naar dat kind te krijgen, te adopteren, een kind van zichzelf en voor zichzelf te hebben dat het tegendeel gebeurt: zij mag het niet eens aanraken en het kind verdwijnt direct weer uit haar leven. Zij had het kindje horen huilen, zij had hem gevonden, deze vondeling maar ook deze vondst mocht zij niet voor zichzelf houden.

‘Lang geleden had ze al begrepen dat haar als vrouw zonder man niet zomaar een kind in de schoot zou vallen, om er een te vinden moest het lot haar goedgezind zijn. Soms nam ze op haar zwerftochten door de stad een omweg langs een speelplaats of schoolplein in de hoop op een blikwisseling met een kind dat haar uitkoos om voortaan bij te horen. Eenzame kinderen te over en op menig smoeltje las ze: wat doe ik hier, niemand houdt van mij. Word ik nog opgehaald of hoe zit het? Maar wanneer ze het kind dan benaderde bleek het nooit zo alleen op de wereld als in dat boek, moeder was nog even boodschappen doen of vader stond in de file.’ (2019: 8)

‘De wieg bleef leeg. De brandweerman liep haar voorbij en droeg het kind over aan een hulpverlener in een gifgeel hesje die het in een deken wikkelde en ermee in de gereedstaande ambulance stapte. Ze protesteerde dat het haar vondeling was, zij had de baby als eerste horen huilen, maar een agent pakte haar bij de arm en maande haar tot kalmte.’ (ibidem: 9)

Niemand luistert naar haar. Die nacht neemt ze een besluit: ze geeft het vinden op: ‘Ze wilde nooit meer zo hevig verlangen naar iets wat ze niet een mocht vasthouden.’
Niet alleen geeft ze vinden op, de voorwerpen, de gevonden voorwerpen die zij op straat tegenkomt, vindt, maar niet gezocht geeft. Haar aantekeningen daarover verliest zij, per ongeluk of expres. Dan komt een jongen die terugbrengen. Hij is haar dankbaar; hebben zij elkaar ooit vroeger ontmoet?

Die aantekeningen vormen het geraamte en de ziel van deze roman: het verloren leven van Jutka Horvath, Hongaarse noch Nederlandse, over het hoofd gezien, niet gevonden door het leven. Of is het eerder zo dat Jutka zich niet wil laten vinden, zij die de vindster van verloren zaken in eigen persoon is, een soort Franciscus.

Het boek begint ongeveer daar waar het eindigt, een soort cyclisch geheel. We leren Jutka kennen in hoofdstukken waarin zij over zichzelf lijkt te vertellen, over het leven van haar excentrieke moeder en haar op een grootstedelijke zolderkamer, waar Jutka alle avonden alleen is. Haar vader kent ze niet, ziet ze nooit. Haar omgang met anderen, met kinderen op school is stroef en ongemakkelijk. Maar ze heeft een gave: zij vindt dingen op straat en ze is op een gegeven moment in staat die voorwerpen terug te bezorgen aan de eigenaren. Op deze wijze zien we hoe anderen Jutka beschouwen, wij zien hun dankbaarheid, hun ongemak hun gevoelens kenbaar te maken, of hoe Jutka zelf de boot af houdt. Prachtige miniatuurtjes zijn deze ontmoetingen van vreemden met de ‘vindeling’.

Vonne van der Meer is een ingetogen verteller. Ik heb wel meer romans van haar gelezen. Ze is ook een behoedzaam verteller. Er vallen geen grote woorden, er zijn geen grote metaforen en vooral zijn er nergens clichés. Wat een rijkdom is het een auteur te lezen die zonder clichés schrijft. Ik ben daar namelijk tamelijk allergisch voor. Haar stijl is ‘soepel’, zo zegt ons een tekst op de achterkant van dit boek. Nu eens omzichtig dan weer onverhoeds leren wij het meisje Jutka kennen en haar verloren lopen in dit leven. Zij die voor andere mensen een heilige is omdat zij hun innig geliefde spullen terugbezorgt, kan zelf het geluk niet vinden. Is het een gebrek aan de vader, ligt het aan de eenzame vlucht van haar boze moeder, is het te wijten aan haar lichamelijke mismaaktheid, die voor haar met de jaren steeds zwaarder gaat wegen?

Een gedetailleerd portret van een verloren meisje, de teloorgang van een hunkerende vrouw is deze roman en Van der Meer treft diep.

De auteur

Vonne van der Meer (Eindhoven, 15 december 1952) is een Nederlands schrijfster van toneelstukken en romans.
Van der Meer was het jongste kind in een gezin van drie. Na haar eindexamen ging ze een jaar naar de Verenigde Staten, waar haar liefde voor het toneel werd aangewakkerd door de acteerlessen die ze volgde.
Van der Meer volgde de regieopleiding aan de Amsterdamse Theaterschool. In 1976 werd haar monoloog De Behandeling uitgevoerd door Toneelgroep Centrum. In 1978 werd zij regieassistent van Frans Marijnen bij het RO Theater waar ze ook zelf stukken ging regisseren, waaronder van Goethe, Osborne, Frisch en een bewerking van Plato's Symposium. Daarna regisseerde ze een kleine tien jaar bij uiteenlopende gezelschappen als Baal, Centrum, De Haagse Comedie en het RO Theater. Bij het laatste gezelschap ging in 1996 ook haar toneelstuk Weiger nooit een dans in premiere.
In 1985 verscheen haar eerste verhalenbundel, Het limonadegevoel en andere verhalen, waarna ze ongeveer elke twee jaar een boek uitbracht. Als haar doorbraak wordt gezien de roman Eilandgasten, waarin zes verhalen staan, met als verbindend element een vakantiehuisje op Vlieland. Het werd het eerste deel van een succesvolle trilogie met dit basisgegeven; later volgden De avondboot en Laatste seizoen. De eerste twee delen werden verfilmd door Karim Traïdia.

Vonne van der Meer bekeerde zich in 1994 tot het katholieke geloof. Haar echtgenoot, de eveneens bekende schrijver van toneelstukken en romans, Willem Jan Otten, bekeerde zich enige tijd later ook. (Wikipedia)


Titel: Vindeling
Auteur: Vonne van der Meer
Pagina's: 240 
ISBN: 9789025454180
Uitgeverij Atlas Contact
Categorieën: Literaire romans Romans algemeen
Verschenen: maart 2019

dinsdag 19 november 2019

Paul Christiaan Bos - Ariane het Maanuiltje

Recensie door Truusje
Uitgeverij Noordboek



Getuigenis van een liefdevolle passie

Na een ernstig auto-ongeluk zocht kunstschilder Paul Christiaan Bos (1956) noodgedwongen naar een nieuwe passie en raakte geïnspireerd en bedwelmd door de Uil; met name heeft hij grote bewondering voor de Gouduil, een Friese benaming voor de Kerkuil. De in Friesland woonachtige auteur/kunstschilder beschikt over een stuk grond waar hij voldoende ruimte heeft om zijn nieuwe ideeën te kunnen realiseren. Hieruit werd Het Uilen Project geboren; in zijn tuin ontwierp hij een grote Uilenburcht en kocht twee Uilen, die er hun eigen territorium in vonden. Beschermd tegen roofvogels, zoals onder andere de buizerd, hebben ze de mogelijkheid om op een geheel natuurlijke manier leven, zoals ze dat ook in de vrije natuur zouden hebben gedaan. De burcht is niet alleen aantrekkelijk voor de Uil zelf, maar ook voor prooidieren en zo worden de Uilen actief gehouden en moeten ze op hun eigen prooi te jagen. De tuin bleek dermate 'uilvriendelijk', dat er ook andere Uilen zijn komen aanvliegen die daar aan het jagen zijn gegaan. Het Uilenpaartje voelde zich zo op hun gemak in Bos' tuin, dat er nakomelingen zijn geboren.

'De hoge Slaapbomen rijzen duister in de schemering. Achter hun ruggen klimt de nacht uit het oosten omhoog. Het licht verdwijnt snel. In de tuin laat nog een enkele merel van zich horen; kraaien rafelen in kleine groepjes over, op weg naar hun nachtverblijven. Het begint allengs af te koelen.'

Portret Feetje
Vanuit een voor de Uilen onzichtbare schuilplaats heeft Bos de vogels jarenlang intensief en met veel geduld geobserveerd en zich, langzaam maar zeker, hun gedragingen en communicatiemethode eigen gemaakt. Dit resulteerde in 2015 tot het verschijnen van Het Uilen Dagboek en in 2016 De Uilen Tuin met schetsen, tekeningen, schilderijen en poëtisch uitgewerkte dagboekaantekeningen. Middels zijn recente boek Ariane het Maanuiltje heeft hij er met geestdrift een groots en ontroerend vervolg aan gegeven, dat ook deze keer weer is opgebouwd uit dagboekaantekeningen. Zijn geoefende schildersoog ziet de kleinste details in kleuren, en de beschrijvingen van wat het ziet wanneer een nachtelijke observatie wordt beschreven, hebben een melancholieke toon.

'Ik neem stilletjes plaats in de schuilhut. Alles is nog in diepe rust. Dat is het mooie aan deze tijd van de dag: je kunt een schuilplaats opzoeken zonder jezelf op te dringen. Boven mijn hoofd, die de takken en twijgen kaderen als glas-in-lood, is de hemel diepblauw. Het rode licht op de bemoste bast zakt allengs in, het kan nu niet lang meer duren. Lucht en kleur koelen steeds sneller af. Vanaf de grond trekt een blauwe schaduw langs de bomen omhoog; alleen de toppen blijven voorlopig nog vurig afsteken tegen de snel donker wordende hemel. En dan is daar eindelijk het eerste, langverwachte geritsel.'

Owlery Observatie 2
Voor zijn schilderijen gebruikt hij vijfhonderd jaar oude technieken om 'het zonlicht' op een zo optimaal mogelijke wijze te laten doorschijnen in zijn schilderijen. Dat wat hij op deze manier schildert heeft een grote intensiteit en geeft het zijn schilderijen iets transparants, een heldere lichtinval en een intense diepte. Hiervoor heeft hij zich deze oude techniek, die tot op heden bijna niet meer wordt gebruikt, eigen gemaakt en was hij genoodzaakt om zijn eigen verven te maken. Zijn schilderijen vinden wereldwijd hun weg naar bewonderaars.

'Paul Christiaan Bos stelt extreme eisen aan zijn werk. Het is dan niet zozeer de detaillering als wel vooral de kleur en het licht waar het om gaat. Om die te bereiken moet hij in lagen werken. Om de verf tot leven te brengen en als het ware licht te laten uitstralen, komt tussen elke laag een zogenaamde “withoging” van zijn speciale tempera. Deze tempera wordt gemaakt van zeldzame balsems en de eieren van zijn kippen (een 16de eeuws ras), die daarvoor een bijzonder dieet moeten volgen. De pigmenten die hij gebruikt worden vaak van handgedolven mineralen gemaakt, en sommige van zijn penselen moet hij met de hand laten maken. Alleen op deze manier kan hij namelijk bereiken wat hij nastreeft, namelijk dat het 'zonlicht' als het ware van binnen uit de verf komt. Al zijn schilderijen stralen namelijk licht uit.' 

Bos laat met dit boek zien dat zijn talent niet alleen ligt in het schilderen en tekenen, maar zijn pen ligt hem overduidelijk ook heel goed in de hand en op heel invoelende manier kan hij schrijven over 'zijn' Uilen. Hij verstaat de kunst om de lezer meteen zijn verhaal in te slepen. Zijn beschrijvingen getuigen zo prachtig van zijn passie en onbegrensde 'uilenliefde', dat hij weet te raken en emoties oproept. Gedreven en liefdevol en zelfs op een tedere, hartstochtelijke wijze maakt hij de lezer deelgenoot van wat hij ziet en voelt, waarbij hij toch  ook ruimte laat voor humoristische beschrijvingen.

Vader en Dochter
De hoofdrol is voor Ariane, een wat te klein uitgevallen kuiken dat hij, vers uit het ei en met ups en downs, helpt opgroeien tot een indrukwekkende Uil die uiteindelijk de beslissing neemt om de vrije natuur in te vliegen. Adembenemend - met een brok in mijn keel - las ik de slotpassage, waarin ze nog eenmaal terugkomt en op de hand gaat zitten van haar beschermheer, als om definitief afscheid te nemen.

'Ariane nam een beslissing toen ze voelde dat de tijd rijp was; en ik zou trots moeten zijn dat ik haar heb kunnen helpen zover te komen. Ik zou trots kunnen zijn op een redding die zo volledig en afgerond bleek: hij hielp haar immers veranderen van een kleine stakker tot een volwaardige, sterke Uil zonder haar wild-zijn aan te tasten. Maar in plaats van trots voel ik alleen gemis. Een gemis zo intens als bij de Sterre van vroeger.'

Owlery IX Sterre
Van het begin tot het einde is dit een unieke lees- en kijkervaring. Een bijzonder mooie hardcover om te genieten van de oogverblindende tekeningen en schilderijen, en je door de auteur mee te laten voeren in het leven van de Gouduil. Een fenomenale manier om te onthaasten en - al is het dan vanaf de bank - terug te keren naar het basale, de wonderen die de natuur prijsgeeft, maar waar we zo vaak geneigd zijn om met grote snelheid aan voorbij te gaan.



Het werk van Bos is te bezichtigen in Galerie Noordvleugel te Veenklooster

Kijk hier een YouTubefilmpje van een gesprek met de auteur. Hierin leest de auteur tevens een stukje voor uit zijn eigen werk, op een fantastische manier.

Wie net als ik geen genoeg kan krijgen van het werk van Bos, kan zich er hier tegoed aan doen.

Titel: Ariane het Maanuiltje
Auteur: Paul Christiaan Bos
Pagina's: 144
ISBN: 9789056155537
Uitgeverij Noordboek
Verschenen: augustus 2019

maandag 18 november 2019

Juli Zeh – Nieuwjaar

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Ambo | Anthos






Messcherpe reconstructie van een verborgen verleden

Bijschrift toevoegen
Een modelgezinnetje lijkt het, een vader een moeder en twee jonge kinderen. Beiden dragen zij de zorg over de kinderen en het huishouden. Zij, Theresa draagt iets meer bij aan het inkomen, haar man Henning voegt zich moeilijk in zijn fiftyfifty-rol. Er is iets waardoor hij last heeft van ‘HET’ dat hem regelmatig aanvalt, medische onderzoeken lijken echter niets verontrustends aan te tonen. Henning boekt – achter de rug van Theresa om – een vakantie naar Lanzarote. Daar gaat hij de strijd aan met zijn demonen die hem al vele jaren kwellen. De openingspassage:

‘Zijn benen doen pijn. Aan de achterkant, waar de spieren zich bevinden waar je zelden een beroep op doet en waarvan hij niet meer weet hoe ze heten. Met iedere keer dat hij trapt stoten zijn tenen tegen de voering van zijn sportschoenen, die voor hardlopen en niet voor fietsen zijn gemaakt. Zijn goedkope fietsbroek beschermt niet genoeg tegen het schuren, Henning heeft geen water bij zich en zijn fiets is veel te zwaar.’


Henning heeft het moeilijk en wil iets aan zijn conditie doen, hij huurt een fiets en gaat totaal onvoorbereid de strijd aan met een berg. Het is erg warm op de eerste dag van het nieuwe jaar, het oudejaarsfeest is achter de rug, zijn levendige knappe vrouw had het prima naar haar zin op de dansvloer met een Fransman. Hij hield zich bezig met de kleintjes. De fietstocht kan gezien worden als metafoor voor zijn demonen, hoe dichter hij bij de top komt hoe zwaarder het wordt. Pijn overal, dorst en honger kwellen hem, maar hij moet door. Eenmaal aangekomen in het dorp blijkt het nog niet zijn eindbestemming te zijn, daarvoor moet hij nog een stukje verder en daar ontmoet hij een vriendelijke vrouw die hem laaft.

Terwijl Henning zijn monsterrit op de fiets maakt komen herinneringen los die vertellen over zijn verleden, zijn huwelijk, zijn kinderen en vooral zijn rol hierin. Voortdurend is er de twijfel of hij wel capabel is om de liefhebbende echtgenoot te zijn en de zorgzame vader die echt van zijn kinderen houdt. Het perspectief is vanuit Henning bekeken, als een onzekere, kwetsbare man wekt hij sympathie op. De zelfkwelling die gepaard gaat met de monsterlijke fietstocht past bij de doorzetter die hij zo graag wil zijn. Voortdurend vergelijkt hij zijn rol met die van Theresa, zij doet alle moeite om het gezellig te maken met de kinderen. Het hele eiland struint ze af om een kerstboompje voor de kinderen te zoeken en te vinden. Uiteindelijk komt ze terug met een onooglijk ding vol kitscherige versiering, maar het is bedoeld als herinnering voor de kinderen, ze vinden het kunstboompje met versierinkjes geweldig!

Door de lichamelijke uitputting kan het zijn dat hij zich dingen inbeeldt, is het de hitte die hem beelden van herinnering, herkenning bezorgt? Tussen waarheid en fictie belandt hij in een fase van een droom, wel een droom die echt lijkt met zintuigen die op volle toeren werken. De aard van de droom kan niet verteld worden hier, maar heeft alles met het verleden te maken.

Lanzarote is een vulkanisch eiland. De gedetailleerde beschrijvingen van de natuur dragen bij aan de sfeer van het boek. Bloemen, geuren, het bijzondere gesteente en de ruigte omringen de getergde Henning, waardoor hij extra weerloos lijkt. Waarom kan hij niet gewoon blij zijn met alles wat hij heeft? Voor het antwoord moet hij nog wat geduld hebben en zijn beproevingen doorstaan. 

In de droom, het visioen, de herbeleving lopen heden en verleden door elkaar heen. Aan het einde van het boek worden verbanden zichtbaar en zie je ook dat de auteur motieven heeft gebruikt om het verhaal te versterken.
Met zijn zus Luna heeft Henning een speciale band, zij krijgt een bijzondere plek in het boek. De auteur kan zich zeer goed inleven in volwassenen, maar minstens zo goed in jonge kinderen.

‘Mama heeft hun over de vogels verteld, het doet haar plezier als de kinderen zich daarvoor interesseren. Maar wat heeft hij aan zijn kennis van vogels? Helemaal niets. Overbodig is die, nutteloos. Sowieso wordt alles alleen maar erger als je dingen weet.’

Juli Zeh heeft een briljant inlevingsvermogen, het hoofdpersonage moet eerst door een hel om verlost te worden van zijn demonen. Door de pakkende schrijfwijze en trefzekere karakterbeschrijvingen is deze roman niet alleen spannend, maar raakt je regelrecht in de ziel.


De auteur

Juli Zeh (1974) debuteerde in 2001met Adelaars en engelen. Met Speeldrift (2006) brak ze door bij het grote publiek. Daarna volgden diverse romans. In 2016 verscheen Ons soort mensen, dat genomineerd voor de Europese Literatuurprijs. Juli Zeh ontving voor haar werk een groot aantal prijzen, waaronder de Duitse Boekenprijs, de Friedrich Hölderlingaanmoedigingsprijs, de Per Olov Enquistprijs, de Ernst Thollerprijs en de Thomas Mannprijs. Ze wordt alom beschouwd als een van de belangrijkste hedendaagse Duitse schrijvers. (website Ambo | Anthos)


Titel: Nieuwjaar
Auteur: Juli Zeh
Uitgever: Uitgeverij Ambo | Anthos
Vertaling: Annemarie Vlaming
ISBN: 9789026346415
Pag.: 171
Genre: fictie
Verschenen: 2019

vrijdag 15 november 2019

Nino Haratischwili - De Kat en de Generaal

Recensie door Truusje
Uitgeverij Meridiaan



Een openstaande oorlogsschuld

Na het overweldigende succes van de fenomenale, vuistdikke kroniek 'Het achtste leven (voor Brilka)' - haar derde roman, maar het eerste werk van Haratischwili dat in een Nederlandse vertaling uitkwam - waren de verwachtingen van haar tweede vertaalde roman hooggespannen. Zullen de lezers ook dit verhaal in hun hart sluiten?

Het is 1995 en in de Tsjetsjeense Republiek Itsjkerië woedt de Eerste Tsjetsjeense oorlog die het Russische leger naar het dorp heeft getrokken waar de zeventienjarige Noera Gelajeva woont. Noera droomt van een beter leven, zonder oorlog en ziet zichzelf het liefst verhuizen naar rustiger oorden.

'In Grozny had je geen lucht om adem te halen, geen tijd om te dromen, geen slaap en geen gedachten. In Grozny woedde de oorlog, er waren schoten, explosies en pure overlevingsdrang, de wens om levend van a naar b te komen. De haat was overal voelbaar, de vluchtende mensen, de avondklok en de kou werkten op je zenuwen, de doden in de papperige sneeuw waren soms zo verminkt dat ze niet eens meer op doden leken, alsof deze oorlog een nieuwe categorie uitvond, een afwijkende variant van de mens.'

In Moskou duikt de zachtaardige Malysj het liefst met zijn neus in de boeken, ziet er geen brood in om het leger in te gaan, zoals zijn dode vader hem was voorgegaan, maar zijn moeder heeft een andere visie en doet erg haar best om hem op andere gedachten te brengen. Veelvuldig vertelt ze haar zoon over de heldendaden van zijn vader, die in Afghanistan zijn missie uitdroeg om de mensheid te redden. Wat ze hiermee bereikt is dat Malysj's beeld van zijn vader met elk verheerlijkend verhaal daalt, maar vaders spullen worden uit het stof gehaald en Malysj kan niet anders dan het te zien als een fait accompli. Met een zwaarmoedig hart vertrekt hij om dienst te doen.
Hier schetst de auteur een indringend beeld van een jonge man die in zijn leven noodgedwongen een heel ander pad zal moeten bewandelen dan hij voor zichzelf voor ogen had.

'Hij had niets van de plunjezak gezegd en ook zijn moeder had gezwegen, woorden zouden op dat moment zinloos zijn geweest. Natuurlijk wilde ze er een signaal mee afgeven. Hij voelde gewoon welke eisen en verwachtingen er op de bodem van die zak lagen en hem kilo’s zwaarder maakten.'

Zijn compagnie wordt gelegerd in de buurt van het dorp van Noera, waar ze even de tijd krijgen om tot rust te komen. Malysj en zijn kornuiten gaan op zoek naar ander etenswaar dan het eeuwige voer van het leger. Dan komen ze in contact met Noera. Met het stellige voornemen om flink te sparen voor een betere toekomst wil ze hen voor een flink geldbedrag regelmatig eieren en kippen leveren, maar ze heeft nóg een wens; ze vraagt de jongens om iets belangrijks voor haar uit de voorraadkamer te halen en de volgende keer mee te nemen.

Historische gebeurtenissen nemen een belangrijke plaats in, zowel in 'Het achtste leven (voor Brilka)' als in 'De Kat en de Generaal' en in beide boeken heeft de auteur een motief verwerkt. Deze keer gebruikt ze Rubik's kubus als een opvallend en terugkerend element. Het overkoepelende thema van dit boek is, buiten kijf, schuld en boete.

Het gelaagde verhaal kent meerdere plots - zowel qua personage, als qua tijd - en vier protagonisten. Hierdoor verspringt ook het perspectief en wisselt de auteur tussen het ik- en hij-perspectief. Ook deze keer spelen de oorlog en onverwerkte gebeurtenissen een grote rol. In een interview dat ik bijwoonde, vertelde Haratischwili over de research die ze heeft gedaan in het hedendaagse Tsjetsjenië, over de angst die overal voelbaar is; een geïsoleerd land dat officieel nog steeds een deel van Rusland is en een dictatoriaal bewind heeft. Nog altijd is de bevolking niet vrij om openlijk te praten en de beeltenis van Poetin hangt op elke straathoek in het opnieuw opgebouwde land dat qua uiterlijk nu het gevoel geeft of je je in Dubai bevindt.

De invloed die de oorlog en de daarmee verbonden geschiedenis heeft op het mens-zijn, wordt pijnlijk duidelijk en mondt uit in gruwelijkheden. Wanneer de soldaten door hun meerdere worden gesnapt tijdens een van de voedseltransacties, wordt Noera als represaille gevangen genomen en in het bijzijn van de vier jonge soldaten gemarteld, maar ze houdt zich ijzersterk wat alleen maar meer woede opwekt. Het gebeuren en vooral het ijzingwekkende einde zal Malysj zijn verdere leven niet meer van zijn netvlies kunnen wissen en doet hem verharden tot een meedogenloos man.

Het verhaal maakt een sprong naar het Berlijn van 2016. De Georgische actrice Sesili - die zichzelf Kat noemt - heeft daar een optreden en wordt aangesproken door een journalist, De Kraai, die haar vraagt voor een klusje als look-a-like. Na ampel beraad stemt ze in en komt ze in contact met De Generaal, een zeer welgestelde projectontwikkelaar die zich na de oorlog heeft kunnen verrijken door het lucratief opkopen van gedevalueerde aandelen en obligaties. Zijn grote verdriet is het verlies van zijn dochter Ada, zijn oogappel en grootste geluk, die hij overal mee naartoe nam en zoveel heeft geleerd over kunst. Het drukkende gevoel dat haar vader niet oprecht is over zijn verleden, deed haar adoratie dalen en als ze uit een andere hoek iets over zijn verleden te horen krijgt, heeft hij bijna volledig bij haar afgedaan. Dit triggert De Generaal en grijpt hem bij zijn lurven terug in zijn verleden. Zijn niet aflatende schuldgevoel en het voor hem onverteerbare feit dat er nooit recht is gesproken, doen hem besluiten om het heft in eigen hand te nemen.

Door het gebruik maken van prachtige beeldspraak, als-vergelijkingen en wonderschoon beeldend proza weet Haratischwili je bijna willoos mee te slepen in haar verhaal en de levens van haar personages. Ze verweeft ook een aantal klassiek-Russische literaire werken in het verhaal, zoals Nabokov's 'Ada' en Michail Lermontov die met 'De held van onze tijd' ook het leven van een soldaat in de Kaukasus beschrijft. Sophocles' Antigone, waarin Kat haar rol speelt, geeft het verhaal ook een passend thema mee. Deze klassieke tragedie over de Griekse mythologie heeft als motto dat je verstandig moet zijn om geluk te vinden en de goden niet moet provoceren. 'Het centrale thema van het stuk: Het individuele geweten versus de staatswetten; de morele of goddelijke wetten versus de menselijke wetten.'

Haratischwili heeft ook deze keer weer bewezen een rasverteller te zijn en weet te raken, hard te raken. Een diepe buiging voor de auteur die het niet schuwt om ook de politieke omstandigheden in een dictatuur aan de kaak te stellen.
De vele personages die ze ten tonele voert maken het voor sommigen misschien een complex boek, maar allemachtig... wat is dit weer smullen.


'De klok in de andere kamer stond op vijf voor twaalf. Dadelijk zou hij het spel openen.'

Auteur

Nino Haratischwili (Tblisi 8 juni 1983) is een Georgische romanschrijver, toneelschrijver en theaterregisseur, woont en werkt in Hamburg, Duitsland en schrijft in het Duits. Ze heeft talloze onderscheidingen ontvangen, waaronder de Adelbert von Chamisso-prijs, de Kranichsteiner Literaturpreis en de Literaturpreis des Kulturkreises der deutschen Wirtschaft.
(Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Nino_Haratischwili)



Titel: De Kat en de Generaal
Oorspronkelijke titel: Die Katze und der General
Auteur: Nino Haratischwili
Vertaling: Elly Schippers en Jantsje Post
Pagina's: 680
ISBN: 9789025453329
Uitgeverij Meridiaan
Verschenen: september 2019

woensdag 13 november 2019

Eduardo Mendoza – De stad der wonderen

Recensie door Tea van Lierop
Meulenhoff




Wonderen?

Deze lijvige roman laat zich niet een-twee-drie in een hokje stoppen. Meerdere verhalen vormen een dicht netwerk. Wat uiteindelijk de hoofdlijn zal worden hangt af van de interpretatie van de lezer. In elk geval staat het vast dat de opbouw van het boek noopt tot doorlezen en vooral goed opletten, er komen nogal wat personages in voor en de Spaanse namen zijn niet zo makkelijk te onthouden. Met regelmatig even terugbladeren en dankzij de aantekeningen komt het goed en verlies je de greep niet.

Twee hoofdverhaallijnen dus. De openingszin geeft meteen het idee van het belang van de eerstgenoemde personages: ‘Het jaar dat Onofre Bouvila in Barcelona aankwam heerste er een koortsachtige bedrijvigheid in de stad.’
Deze Onofre komt uit een arme Catalaanse streek ten zuidwesten van de Pyreneeën. De woorden die de auteur gebruikt om die onherbergzame omgeving te beschrijven roepen schitterende beelden op van een ruige omgeving

‘Er waren dagen dat geen mens deze angstaanjagende, mistige gebieden durfde te betreden. Dan kon men klokken horen luiden waar geen kerken of kapellen waren en stemmen en gelach tussen de bomen horen klinken en soms zelfs dode koeien de sardana zien dansen: iedereen die deze dingen hoorde of zag werd onherroepelijk krankzinnig. De bergen die de dalen omringden waren steil en bijna het gehele jaar door met sneeuw bedekt; de huizen waren gebouwd op palen, de mensen leefden er in stamverband en de mannen, ruw en stug, droegen nog dierenhuiden.’

Wanneer Onofre zijn intrede doet in Barcelona is de opbouw van de eerste Wereldtentoonstelling (1888) in volle gang. Tijdens de voorbereidingen van deze tentoonstelling krijgt Onofre de gelegenheid veel op te steken over het reilen en zeilen van Barcelona. Hij heeft geen cent te makken en moet op zoek naar werk. Eerlijke baantjes zijn schaars en het aanbod werkzoekenden enorm. Via Delfina, dochter van de pensionhouder, komt hij in een anarchistische groepering terecht en krijgt hij de kans een netwerk op te bouwen. De jongen is zwaar ontgoocheld vertrokken uit zijn ouderlijk huis, zijn vader bleek niet de held te zijn die hij zijn familie jarenlang had voorgespiegeld. Zijn jaren in Cuba bleken hem geen rijkdom gebracht te hebben, in tegendeel, met schulden en een aapje kwam hij terug in Europa. ‘De Amerikaan’ noemde men hem, een mooi pak en een panamahoed gaven hem die uitstraling.

Aanvankelijk heeft Onofre helemaal geen kwade bedoelingen, hij zoekt werk, vindt het niet, komt met het baantje in de anarchistische groep ook niet veel verder en zet al zijn slimheid en lef in om op een minder eerlijke manier aan geld te komen. De ontmoeting met Efrén Castells – een reusachtige verschijning – levert een levenslange vriendschap op.
Intussen wordt Barcelona historisch en geografisch in kaart gebracht. Wie overheersten er, welke sporen lieten ze na, hoe zit het met de rivaliteit tussen Catalonië en de rest van Spanje en hoe kwamen beslissingen betreffende stadsuitbreiding tot stand? Tijdens de avonturen van antiheld Olonfe (hij ontwikkelt zich niet zo gunstig) wordt er heel wat verteld over politiek, vooral de trucs over de handel in onroerend goed zijn doortrapt. Hoewel het een roman is zijn er veel zaken echt gebeurd, de wereldtentoonstellingen, de uitbreiding van de stad en allerlei uitvindingen die vooruitgang brachten.

Een grote rol is weggelegd voor Delfina. Zij is de schrik van de buurt vanwege haar valse zwarte kater met de duivelse naam Beëlzebub. Wanneer ze boodschappen doet neemt ze dat beest mee en dwingt ze de verkopers lagere prijzen te rekenen. Delfina en Olonfe zullen elkaar nog vaak tegenkomen en ook haar vader is van belang voor het verhaal.

Behalve die zwarte kater, die beschouwd wordt als onheilsprofeet, is er meer bijgeloof in het verhaal. In het pension waarin Onorfe zijn intrek nam woont een waarzegster die hem voorspelt dat hij drie vrouwen zal ontmoeten, alle drie met een andere missie. Later zal hij erop terug kunnen kijken. Ook op het platteland is men er niet ongevoelig voor bijgeloof, in de streek waar Olonfre vandaan komt waren de mensen bijgelovig vanwege ‘dichtbegroeide, in nevelen gehulde stukken grond.

Het hoofdpersonage ontwikkelt zich van een ontgoochelde jongen tot een niets – en bijna niemand ontziende schurk. Zo af en toe roept hij zichzelf tot de orde

‘Anderen zijn ongelukkig geweest en kunnen hun ongeluk misschien aan mij toeschrijven. O, wat verschrikkelijk om ineens al deze dingen te beseffen nu het te laat is voor berouw en verzoening! Bij dit plotselinge inzicht viel hij als door de bliksem getroffen op de grond.’

Om daarna weer terug te vallen in zijn oude patroon.

Het einde is spectaculair en verrassend. Zie het als machtsvertoon in de overtreffende trap waarbij meerdere partijen wedijveren en er eentje de show steelt. Met een misschien een verwijzing naar de hoogmoedige Icarus uit de Griekse mythologie?

Het boek heb ik met veel interesse gelezen, het is spannend en afgezien van de vele namen en het feit dat het boek iets korter had gekund, was het een boeiende leeservaring. Bovendien geeft een prachtig tijdsbeeld van de Spaanse geschiedenis. Schitterend is het stuk waarin de film ontdekt wordt en daarmee alles op het gebied van spektakel verandert. En de twee wereldtentoonstellingen natuurlijk. Uitgebreid worden de processen beschreven wat daar allemaal voor komt kijken, hoe er zaken gedaan worden en niet te vergeten wie de financiële afwikkeling na afloop mag doen. Het goed uitgewerkte karakter van Olonfre geeft het boek een enorme meerwaarde en zorgt voor een evenwicht tussen het verhaal over de stad en het het hoofdpersonage. 

Bron

De auteur

Eduardo Mendoza (Barcelona, 11 januari 1943) is een Spaanse schrijver.
Mendoza studeerde rechten in de jaren zestig. In 1973 verhuisde hij naar New York, om daar te werken als vertaler voor de Verenigde Naties. Daar bleef hij wonen tot 1982.
Terugkerende thema's in het werk van Mendoza zijn het Spanje ten tijde van het Franco-regime en het leven in Barcelona.
In 1995 kreeg hij het ereteken Creu de Sant Jordi van de Generalitat de Catalunya, in 2007 voor zijn een jaar eerder verschenen roman Mauricio o las elecciones primarias de Premio Fundación José Manuel Lara. In 2010 won Mendoza de Premio Planeta voor Riña de gatos. In 2016 werd de Cervantesprijs aan hem toegekend.(bron)

Auteur: Eduardo Mendoza
Titel: De stad der wonderen
Uitgever: Meulenhoff
Vertaling: Francine Mendelaar en Harriët Peteri
ISBN: 9789029087841
Pag.: 496
Genre: fictie
Verschenen: 2014

dinsdag 12 november 2019

André Gide - Moerassen

Recensie door Roosje
Uitgeverij Vleugels



Zonder titel*

We volgen gedurende zes dagen een man zonder naam, een ik-personage, tijdens zijn leven en het schrijven van zijn literaire stuk, dat de volgende titel draagt: Moerassen**. We volgen hem in zijn dagelijkse doen, in de struggle zouden we nu zeggen van de urban jungle van zijn agenda, verplichtingen, sociale bezoekjes van vrienden - bijvoorbeeld van best friend Hubert -, andere literatoren op letterkundige avondjes, van zijn bff - hij slaapt bij haar maar niet met haar; hiermee geeft hij indirect te kennen niet hetero te zijn; de bff heet Angèle -, van een reisje, van het schrijven en afronden (?, dat is nog maar de vraag) van zijn boek Moerassen.

Het boek is nog net in de 19e eeuw geschreven maar doet direct erg modern aan. Vanaf de eerste woorden weet je als lezer dat dit geen gewone roman is, of een autobio, of een toneelstuk, of poëzie, terwijl alle genres in dit boek voorkomen. Bovendien krijgt de naamloze schrijver geen naam, is zijn werk misschien een écriture automatique? Dat is het ook niet helemaal. Het boek is een mengelmoes van dagboek, roman, autobiografie, toneelstuk en poëzie.
Ik dacht aanvankelijk: dit is een roman met sterke autobio-kenmerken.

Wat natuurlijk ook direct opvalt - en daar is Gide heel expliciet in - is dat dit boek zowel het schrijfproces toont van het boek en tegelijk het onderwerp ervan is. Een boek over het schrijven van een boek; en dat boek heeft sterkte autobiografische én algemeen-menselijke trekken; het is bedoeld als een egodocument én als platform voor filosofische en literair-theoretische uiteenzettingen.
Dat doet allemaal erg zwaar aan, maar zo schrijft Gide helemaal niet. Hij schrijft met grote luim en ironie, maar ook met grote ernst en aandacht voor de algemeen menselijke zwaarmoedigheid en diens existentiële twijfel..

Voor de zekerheid expliciteert Gide ons helemaal voorin zijn boek:

Ik wacht met het uitleggen van mijn boek tot anderen het mij uitleggen. Het eerst te willen uitleggen maakt dat je al meteen de betekenis ervan beperkt; want we mogen dan wel weten wat we te zeggen hebben, we weten niet of dat ook het enige is wat we zeggen…’ (2019: 11)

Wij lezers worden expliciet uitgenodigd een duit in Gides zakje te doen. Echter, wat blijkt in het verloop van het boek? Die lezers zijn blijkbaar niet de  contemporaine ‘letterkundigen’, die op een cultureel avondje bij vriendin Angèle, hem alsmaar over Moerassen (onder)vragen en hem aan een filosofische en literair kruisvuur lijken te onderwerpen. Tenminste, zo ervaart de ‘Schrijver’, een enkele keer ‘het Schrijvertje’ genoemd, het. Hij krijgt het acuut benauwd ondanks de ventilator die Angèle heeft laten aanbrengen, en hij moet weg.

Moralist Barnabé zegt - in parafrase -: u wilt de mensen dwingen tot handelen, want u hebt een afkeer van stilstand, maar de daden moeten uit henzelf voortkomen. (ib.: 63).
Galéas zegt - nog steeds in parafrase -: je geneest een zieke niet door op zijn ziekte te wijzen, maar te tonen wat gezond is. (ib.: 64).
De ‘grote’ dichter Valentin Knox (ongetwijfeld ironisch bedoeld, rdv): gezondheid is geen belangrijk goed, het is slechts de middelmaat van alles. Ziekte is juist geen gebrek maar zij heeft een meerwaarde: een gebochelde is een mens plus een bochel. (ib.: 64-65). Kijk eens bij Vergilius, waar Tityrus de normale mens vertegenwoordigt: ’…het is de mens die niet tegelijk met ons sterft en die leeft met hulp van ieder van ons.’ (ib.: 66) Die uitspraak is natuurlijk helemaal tegen het verkeerde been. Die Tityrus van Vergilius is juist de hoofdpersoon in het boek van de Schrijver. Die Tityrus staat symbool, of is een metafoor voor, De Tevreden Mens; de mens die zijn moerassige land beziet en er gelukkig mee is. Natuurlijk is er veel beter en vruchtbaarder grond denkbaar, grond die je kunt bewerken en waar je geen koorts (malaria!) oploopt, maar het is zíjn land en hij doet het ermee.

De Schrijver zou graag een Tityrus zijn en vol tevredenheid neerliggen - Tityrus recubans bij Vergilius - maar zo is hij niet. Het platteland en de buitenlucht doen niets voor hem, integendeel. Na het literaire avondje van Angèle is hij totaal van de kaart. In bed heeft hij de meest uiteenlopende, maar in ieder geval vreselijke gedachten, die langzaam overgaan in een afschrikwekkende toestand van illusoire beelden in de overgangsfase van waken naar slapen, om natuurlijk uit te monden in een onontkoombare nachtmerrie, waaruit hij angstzwetend ontwaakt en volkomen in de put  en uitgeput is. Hij stelt niets voor als schrijver, etc etc.

Toch, een enkele keer kijk hij uit het raam - het raam van Angèle - en mompelt: ‘Het leven, het leven van anderen! Dat, het leven! Het leven zien! Wat het toch is te leven!’ (ib.: 93) Een uitspraak die iets van vitalisme heeft, maar dat kan direct weer omslaan in diepe wanhoop en afkeer van datzelfde ‘Leven!’.

Een reisje met Angèle moet uitkomst brengen. De Schrijver zoekt het platteland om ruim te kunnen ademen. Het reisje bekomt hun slecht. Niet zozeer de bestemming is van belang, zo beweert de ik, met élan, maar het vertrek. Hoe dan ook, het miezert zowat de hele dag en Angèle heeft slechts haar parasol meegebracht en haar paraplu thuisgelaten. In een donkere schuur wachten zij tot het weer opklaart.

Hij houdt een agenda bij maar kijkt er zelden in. Hij schrijft zaken op om ze niet te hoeven herhalen, zoals hij ook voortdurende losse blaadjes vol schrijft met invallen en poëtische oneliners. Zijn agenda corrigeert hij ook net zo makkelijk weer. Zo staat er op een dag: proberen om 6 uur op te staan - dat noteert hij vrijwel iedere dag. Dan wordt hij op een dag om 8 uur wakker en voelt zich ziek; dan streept hij 6 uur door en vervangt dat door 11 uur.

Ironie en ernst, tegenstellingen, eigen observatie en de mening van anderen, als ook de omstandigheid dat het verhaal niet verloopt langs causale lijnen, maken dit boek en dit verhaal, dat eveneens het scheppingsverhaal van het boek is, tot een meerlagig avontuur, met absurdistische trekken, waarin het uitstekend past dat het boek niet maar bij één genre is onder te brengen. Woordspelig als in ironische stukken; woordspelig als in poëzie. De structuur is heerlijk circulair; het eindigt ongeveer zoals het begon, behalve dat Hubert vervangen is door Gaspard en Moerassen door Polders. Over Polders werd eerder opgemerkt dat hij dat maar eens wilde voltooien. Of Moerassen nu einde gekregen heeft? Ja zeker, en wel dit:


Om zes uur kwam mijn trouwe vriend Gaspard.
Hij kwam van het schermen. Hij zei: ‘Hé! Zit je te werken?’ Ik antwoordde: ‘Ik schrijf Polders…
(ib.: 114)


Hulde aan de Uitgeverij Vleugels die dit boek opnieuw heeft uitgegeven.

* Omdat Gide zijn boek geen eenduidig genre geeft, besluit ik maar net zo (?) tegendraads mijn stukje geen titel te geven, als was het een modern abstract schilderij (I wish…).

In het Frans Paludes, een archaïsche benaming die nog slechts voorkomt in de medische term paludisme = malaria. Paludes verwijst naar het Latijn - palus, paludis - van met name Vergilius, die prominent in Gides tekst voorkomt. Verder zijn er connotaties met ludes = spel; pa-lude (fonetisch voor pas lude) = zonder spel: spel en ernst, hetgeen slaat op de toon van Gides tekst. Het spelen met woorden, hun vorm en betekenis is van belang in deze tekst en wijst al vooruit op het absurdisme als van dada (mijn opvatting, rdv; lees ook nawoord van vertaalster Hannie Vermeer-Pardoen).

*** Automatisch schrijven (ook wel écriture automatique genoemd) is het schrijven zonder vooropgezet idee, met het doel de tekst te gebruiken voor een literair doel.
Literair gezien kan automatisch schrijven worden vergeleken met improviseren. De auteur schrijft wat in hem opkomt, ongeacht of het syntactisch juist is of niet. Het idee is dat men zo het onbewuste aanspreekt en op die manier tot nieuwe en onverwachte teksten kan komen, die evenwel qua idee dicht bij de opsteller liggen. De ontstane teksten worden vaak (niet per se) verwerkt tot poëzie, waarna ze dikwijls geredigeerd worden. Auteurs die automatisch schrijven toepasten zijn: André Breton, Louis Aragon en Guillaume Apollinaire.
Automatisch schrijven wordt wel een surrealistische techniek genoemd omdat deze voor het eerst doelbewust werd toegepast bij Dada en het surrealisme. 

Auteur

André Paul Guillaume Gide (Parijs, 22 november 1869 aldaar, 19 februari 1951) was een Frans schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1947.

Gide was de zoon van een protestantse vader uit de Midi en een uit een katholieke familie afkomstige maar tot het protestantisme bekeerde moeder uit Normandië. Hij was een van de belangrijkste schrijvers van zijn generatie.

De streng protestantse opvoeding door zijn moeder heeft hem schuldgevoelens en frustraties opgeleverd als jongeman. Ook zijn nicht Madeleine Rondeaux, met wie hij opgroeide en met wie hij ten slotte huwde, was puriteins; hun huwelijk was louter een spirituele verbintenis en is nooit geconsummeerd. Later raakten zij vervreemd, maar haar terminale ziekte bracht hen weer bijeen; zij overleed in 1938. In 1923 kreeg Gide ondertussen een overspelige dochter bij Elisabeth van Rysselberghe, de dochter van Théo en Maria van Rysselberghe.

Gide heeft zich uiteindelijk bevrijd van deze hem verstikkende banden. Door het lezen van de werken van Nietzsche, door ontmoetingen met schrijvers als Oscar Wilde en door de ervaringen tijdens zijn Afrikaanse reizen ontwikkelde hij zijn geestelijk evenwicht als universeel humanist wiens non-conformistische levensstijl werd aanvaard.

André Gide streefde ernaar open te blijven staan voor nieuwe kunststromingen als dadaïsme en surrealisme, of de mystieke kunst van William Blake, wiens werk hij vertaalde.

Op middelbare leeftijd ging hij een langdurige vriendschap en verhouding aan met de vijftienjarige Marc Allégret (1900-1973), die hij adopteerde en die later een bekend filmproducent zou worden.

Terugkerende themas zijn het religieuze en het zinnelijke, waarbij de balans in de loop der jaren steeds vaker naar het zinnelijke doorsloeg. Vanaf zijn eerste werk schreef Gide over zijn eigen leven, zijn eigen psyche; het zou hem nooit lukken zijn eigen 'Ich' uit te sluiten. Zijn werk wordt narcistisch genoemd.

Zijn homoseksualiteit komt in zijn werk pas later aan de oppervlakte: in de vroegere werken draait hij er nog wat omheen. Toen hij echter in de jaren negentig van de negentiende eeuw drie jaar doorbracht in Algerije, viel veel van zijn geremdheid van hem af, mede doordat hij verliefd werd op de jonge Athman. Daarna verschenen zijn grote werken l'Immoraliste (1902) en la Porte étroite (1909). Tijdens WO I schreef hij Corydon (gepubliceerd na de oorlog, in 1924) waarin hij de homoseksualiteit in een gunstig daglicht stelt en zich beroept op grote figuren als Blaise Pascal en Montaigne. Overigens was hij voorstander van een viriele vorm van homoseksualiteit, die hij beschouwde als niet "tegen de natuur", maar wel "tegen de norm". In 1926 kwam Les Faux-monnayeurs uit, door Gide wel zijn "enige roman" genoemd. Het was in ieder geval zijn monumentaalste.

Berucht is zijn houding tegenover de veelzijdige kunstenaar Jean Cocteau, op wie hij altijd heeft neergezien, zonder dat de reden daarvoor ooit duidelijk is geworden. Gides dagboeken wekken de indruk dat er (deels seksuele) jaloezie in het spel was.

Toen van de Amerikaanse auteur Gore Vidal in 1948 het openlijk homoseksuele The City and the Pillar uitkwam - een doorbraak in de VS - stuurde Gide de schrijver een exemplaar van Corydon.

In de jaren twintig begon Gide zich te bekommeren om de maatschappelijk zwakkeren. Hij werd een voorvechter van gelijkberechtiging van de vrouw en was voorstander van een humanere behandeling van misdadigers.

In de jaren dertig had hij, zoals vele schrijvers in die tijd, sympathie voor het communisme, vooral onder invloed van het evangelie. Maar na een reis naar de Sovjet-Unie in juni 1936, in gezelschap van Jef Last, keerde hij ontgoocheld terug. Naar aanleiding van dit bezoek schreef hij een destijds opzienbarend reisverslag Retour de l'U.R.S.S. (1936) dat scherpe kritiek bevatte op de toestanden die hij had aangetroffen. De Sovjet-autoriteiten waren niet gelukkig met dit boek, waardoor Gide in de Sovjet-Unie in ongenade viel. Hij verloor vele communistische en socialistische vrienden.[1]

In de jaren veertig ontwikkelde zijn denken over het concept van de vrijheid zich: absolute vrijheid, aldus Gide, was zowel schadelijk voor de maatschappij, als voor het individu.

Als oprichter van de Nouvelle Revue française (1909, na een abortief begin in 1908), maar vooral als vrijgevochten schrijver, heeft Gide een enorme invloed uitgeoefend op latere generaties Franse schrijvers en op de ontwikkeling van de moderne Franse roman, de Nouveau roman.

Het werk van André Gide is geprezen en aangevallen, maar zowel voor- als tegenstanders erkennen zijn meesterschap over de vorm. Hij kreeg eredoctoraten van diverse universiteiten, waaronder Oxford. In 1947 ontving Gide de Nobelprijs voor Literatuur. In 1952 zette de Katholieke Kerk zijn werk op de lijst van verboden boeken.

Titel: Moerassen - Paludes
Auteur: André Gide
Vertaling: Hannie Vermeer-Pardoen
Pagina's: 135
ISBN: 9789078627753
Uitgeverij Vleugels
Jaar: 1895; 1926; 2019