Recensie door Tea
van Lierop
Uitgeverij Pluim
Lamlendige
misantroop wekt toch sympathie op
Om maar met de deur
in huis te vallen: de titel is dubbelzinnig bedoeld. Zo dat hebben we
gehad, er is een pruimelaar in het boek en een vrouw, geplukt wordt
er ook. Zo ongeveer kan de titel, mooi gedrukt op een nachtblauwe
ondergrond, geduid worden. Ook staat een gestileerd takje van de
pruimelaar met een paar witte vruchtjes op de omslag. Mooi gedaan en
de achterflap belooft een hommage aan de falende mens.
Die mens is
Mattis, een jonge man die zijn wel en vooral wee in de ik-vorm
meedeelt aan ons, de toehoorders. Zijn stijl is schitterend, tijdens
het lezen is het alsof Verhulst voorleest, je hoort het prachtige
Vlaams, de intonatie en ook het schitterende vocabulaire dat hij
gebruikt. De zinnen zijn ritmisch en soms staan de cadans, de Vlaamse
woorden en uitdrukkingen boven het vertelde en moet je weer even met
beide benen op de grond komen om ook de tekst te begrijpen. Het lezen is
een feestje en staat in schril contrast met hoe Mattis het leven
ziet.
Kommer en kwel is
zijn deel, grappig dat hij zijn hond Kom noemt, minder feestelijk
is de manier waarop Kom aan zijn einde moet komen. De dood en de
gedachte daaraan speelt een belangrijke rol in het verhaal.
Om in de juiste
sfeer te komen moet Mattis gesitueerd worden op een plek waar hij
zijn depressie tot uiting kan brengen. Dat lukt niet in de drukke
omgeving vol prikkels, maar wel in een ‘gat waar drieëntwintig
mensen wonen en de sneeuwruimers in de winter niet komen.’ De
stugheid druipt van de bevolking af.
‘De stugge bewoners van het dorp hadden een begroeting, hoe kort en droog ook, altijd al een vorm van energieverspilling gevonden, maar zodra ze mij met die hond zagen woekerden ze plotsklaps met vriendelijkheid en volzinnen. Ik bestond, omwille van de hond.’
Na de dood van Kom
wordt de makelaar ingeschakeld om het huis te verkopen, Mattis houdt
het niet meer uit. Terwijl aspirant kopers zich al verlustigen aan
het idyllische huis is de situatie van Mattis drastisch veranderd. Tijdens zijn dagelijkse kanotochtje belandt hij in een
bijna mythisch landschap. Onbespied gewaand kleedt hij zich uit en
geeft zich over aan zijn fantasieën en dan is daar een jonge vrouw die hem
bewonderend aankijkt. Deze scene doet denken aan Odysseus die ineens
oog in oog staat met de schone Nausicaa, ook hij was naakt en bij
een water.
‘Ze zat me vanuit haar kano aan te kijken en god weet hoelang zij daar al mee bezig was. […] Toen ik haar opmerkte stond ik tot aan mijn navel in het meer, geen idee of ze me in de ogenblikken daarvoor in mijn volle glorie, nou ja... glorie... had kunnen aanschouwen, maar ik prees me gelukkig dat het schuim mijn schaamstreek aan haar zicht onttrok.’
Elma heet ze en er
lijkt een liefdesrelatie te ontstaan, ware het niet dat zij zich niet
volledig kan geven omdat ze haar gestorven man nog niet kan loslaten.
Voor Mattis is dit een seintje voor een actieplan, hij wil haar
helemaal voor zichzelf. Hierin gaat hij
vrij ver, op een gegeven moment wordt het zelfs macaber. En steeds
weer een stapje verder, maar altijd in de mooie, zangerige
schrijfstijl. Het is moeilijk Mattis weg te zetten als anti-held, hij
weet zich ondanks zijn streken toch aimabel op te stellen. Misschien
omdat hij zo eerlijk is toe te geven wat voor een schurk hij
eigenlijk is, hij slaat iedereen de wapens uit handen door die
houding.
Pesterig is hij ook.
Eindelijk heeft hij Elma waar hij haar wil hebben en dan vraagt zij
hem een kleine liefhebbende toenadering in het openbaar. Wat gebeurt
er: hij weigert! Na al die tijd zijn prooi eindelijk in zijn val
gelokt te hebben, hoeft meneer niet meer, de lol is eraf.
Over de inhoud zal
ik verder niet meer vertellen, zou jammer zijn, maar nog wel iets
over de stijl. Behalve de mooie Vlaamse woorden en uitdrukkingen en
de verwijzingen naar de mythologie, ik noemde Odysseus al, zijn er meer opvallende elementen. De postbode met de naam Petrus was korte tijd een trouwe vriend
waarmee Mattis een vertrouwensrelatie opbouwde, deze rots in de
branding verdween plotseling op brute wijze. Stof tot nadenken voor Mattis,
wat is zijn reactie? Ze konden zo gebroederlijk drinken.
In interviews
vertelt Verhulst dat het geen autobiografie is, maar
er zijn wel punten waarbij Verhulst uit zijn eigen verleden put.
Zoals het huis aan een meer en de isolatie die daarbij hoort, dat maakte hij mee toen hij
in Zweden woonde. En over het drankprobleem dat in zijn familie
voorkomt vertelt hij openhartig in ‘De helaasheid der dingen’.
Het thema in het
boek zou zijn ‘Een man die worstelt met de overgave in de liefde.’
Ik ben het daar mee eens mits die liefde ook voor zichzelf geldt.
Hoe kun je van iemand houden terwijl je jezelf een slappeling vindt,
eentje die zelfs te 'slap is in mensenhaat'. ‘Gefaald in de
misantropie’ zoals hij verzucht in het boek. Misschien eerst dat bizarre
verlangen opgeven en dan verder handelen.
Het boek roept flink
wat discussie op en dat is meestal een goed teken. Ik heb enorm
genoten van de stijl en de inhoud, die is naar mijn mening in balans. Heb ook
gelachen om de taal, soms verzint Verhulst woorden, heel spitsvondig.
![]() |
Auteursfoto: Stephan Vanfleteren |
De auteur
Dimitri Verhulst (1972, Aalst) schreef romans, korte verhalen,
gedichten, essays en toneelstukken en is een van de meest geprezen
auteurs van de Lage Landen. Zijn romans De helaasheid der dingen en
Problemski hotel werden verfilmd. Hij ontving zon beetje iedere eer
die een auteur in deze contreien ten deel kan vallen: zo won hij
onder meer de Libris Literatuur Prijs en De Gouden Uil Publieksprijs,
werd zijn werk in meer dan twintig talen vertaald en schreef hij in
2015 het Boekenweekgeschenk. Hij wordt door het grote publiek omarmd
vanwege zijn humor, scherpe observaties en zinsneden, en indringende
karakterschetsen van de mens op zijn hoogste en diepste punt. Eind
2018 verschijnt Engel in de filmzalen, gebaseerd op het in 2011
verschenen boek Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen
zichzelf te praten.(bron)
Titel: De pruimenpluk
Auteur: Dimitri Verhulst
ISBN: 9789492928573
Uitgever: uitgeverij Pluim
Genre: fictie
Pag.: 112
Verschenen: mei 2019
Hoi Tea, een mooi stuk en het klinkt alsof ik dit boek ook moet gaan lezen! Heb jij de verfilming van "De helaasheid der dingen" gezien? Ik vond de film nog beter dan het boek en heb hem een keer of 5 gezien. Meesterlijk zoals hij zijn thuissituatie beschrijft. Groetjes, Erik
BeantwoordenVerwijderen