maandag 16 maart 2020

Namwali Serpell - De rook die dondert

Recensie door Roosje
Uitgeverij Atlas Contact



De vrouwen van Afrika

‘Een blanke, vergeten man raakt vergrijsd en verdwaald in het hart van Afrika. Hij speurt en spit, al dolend en dwalend, en wordt onze vader bij toeval, onze lukrake pater muzungu. Dit is het verhaal van een natie, niet een kolonie of een volk, dus het start uiteraard met een blanke.
Op een dag kreeg een nobele Schotse arts het idee de bron van de Nijl te vinden. In plaats daarvan vond hij een geul in de grond vol kolkend, stapelend water. Zijn dragers noemden het Mosi-oa-Tunya, wat ‘de rook die dondert’ betekent, maar hij gaf het de naam van zijn koningin.’ (2020, 11).

Victoria Falls dus, de rook die dondert, de rivier de Zambesi, de dam in de rivier, de mensen, met name de vrouwen: blank, bruin en zwart. Vanaf de Victoriaanse tijd tot nu, vrouwen vooral, hun verhalen, de ontwikkeling van Afrika, van Zambia. Het lot brengt hen op de een of andere wijze samen; hun lot lijkt overeenkomsten te vertonen.

‘Tijd, die eeuwenoude, eindeloze stroom, strekt zich uit zover men kan kijken, maar onderweg wordt het steeds in bochten gebogen door een cumulatieve dwaling. Zie het als een grafiek, als de vergelijking, van de archimedische spiraal. Dat is de draaiing die de dag ontrolt, de kering die het keren der seizoenen bepaalt, en de cyclus van jaren en decennia. Maar ook het heelal, die hemelse gyre, draait inwaarts en uitwaarts tegelijk. En zo drijven we mee in de oudste der stromingen - een wenteling diep in de kern van de leegte, het duistere hart van al.’(ib.: 780)

Het ontstaan of de stichting van Zambia zien we als een afspiegeling van de stichting van het oude Rome, in de mythische gedaante van Aeneas, een ontheemde en zwervende Trojaan. Een deel uit boek 6 van Vergilius’ Aeneis, de Romeinse dichter die in navolging van Homeros een mythisch queeste-verhaal schreef, heeft Serpell gebruikt als motto voor haar vuistdikke Afrika-roman. Dat bevreemdt wel een beetje, maar misschien ook weer niet. Aeneas was een vreemde, een ‘buitenlander’ die de grote stadstaat Rome stichtte. Zo ook is Livingstone, een blanke ontdekkingsreiziger, een ‘buitenlander’, blijkbaar de stichter van een deel van Afrika.

Afrika, hart van de duisternis, direct moest ik denken aan het donkere boek van Joseph Conrad, de moederschoot van de mensheid, is ook de plek waar verschillende mensen uit verschillende gebieden uit Europa en Afrika elkaar weer ontmoeten en samenleven.

De mythische moeder van de wereld is Afrika; de verhalen van talloze vrouwen vormen een bijdrage aan haar gestalte en haar ontwikkeling. Mythisch, magisch, tragisch en altijd groots. De grootmoeders, de moeders, de dochters. De watervallen, de dam, de ontwikkeling van het moderne leven en de offers die daarvoor gegeven zijn.

De Italiaanse Sybilla met haar weelderige haargroei overal over haar lichaam, die vooral voor veel opwinding zorgt. Een magische vrouw. Maar ook de verschillende moeders en de verscheidene dochters komen uitgebreid aan het woord. Hun levens worden beschreven, hun verhalen verteld.

Prachtig, poëtisch, voelbaar, tastbaar, luid en heftig, maar toch bleven een gevoel van hevige geboeidheid en alsmaar door willen blijven lezen achterwege. Het is niet omdat het onderwerp oninteressant is, integendeel. Het is niet omdat de verhalen vervelend zijn, nee, dat ook niet. Het ontbreekt een beetje aan een verband, al wordt het verband de lezer zeer duidelijk. Misschien blijven de personages te veel mooi gekleurde poppetjes, en mist hun ontwikkeling een eye-opener. Misschien is er een overkill aan poëzie waardoor het verhaal in het geding komt; misschien ontbreken de woorden om ‘de rook die dondert’ en zijn bevolking samen te smeden tot een boek waaruit je je als lezer niet kunt losrukken.

‘Ze hoorde haar knie breken voordat ze het vuur door het bot voelde trekken. Woede gierde door haar lijf en ze graaide naar wat het ook was waar ze tegen op was gebotst. Ze haalde haar hand open terwijl ze haar arm eromheen probeerde te slaan. Toen hees ze zichzelf omhoog en kwam haar hoofd boven water. Ze hapte naar adem. De bladerloze boom die boven het water uitstak was ruw, maar ze klampte zich eraan vast, hield hem in een houdgreep tot ze haar naakte benen om de stam wist te klemmen […]. Het water donderde en raasde langs haar heen. Aan de boom gepapu’d speurde ze hijgend het kolkende, glinsterende water af.’ (ib.: 776-777)

Auteur

Namwali Serpell (1980) is geboren in Zambia en woont sinds haar negende jaar in de Verenigde Staten waar ze werkt als hoogleraar Engels aan UC Berkeley. In 2014 werd ze door Africa 39 verkozen tot een van de veelbelovendste Afrikaanse schrijvers onder veertig. In 2015 werd een van haar korte verhalen bekroond met de Caine Prize for African Writing. De rook die dondert is haar eerste roman. (Naar de tekst op de achterflap)

Titel: De rook die dondert
Auteur: Namwali Serpell
Vertaling: Linda Broeder
Pagina's: 832
ISBN: 9789025448806
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: januari 2020

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat gerust een reactie achter.
Dat wordt zeer op prijs gesteld en we willen graag weten wat je ervan vindt.