vrijdag 30 augustus 2019

Nils Uddenberg - De oude man en de kat

Recensie door Truusje
Uitgeverij Balans
'Een liefdesgeschiedenis' 


De verleidingskunsten van een huisgodin
'Dit is het verhaal van hoe ik een kat kreeg, hoewel ik had besloten nooit huisdieren te nemen. Het is een banaal verhaal, misschien zelfs een beetje dwaas. Maar ik ben de zeventig gepasseerd, ik heb geen status die ik moet verdedigen en geen carrière om voor te vechten. Ik kan me veroorloven het te vertellen. Zoals veel mannen op mijn leeftijd ben ik best weekhartig en gevoelig.'

Het is bijna winter in Lund - Zweden -, het echtpaar Uddenberg treft een kleine zwerfkat aan in de schuur. Beschut tegen koude en regen, overnacht ze er regelmatig in een werkmand. Wanneer meneer en mevrouw een week of twee naar een appartement gaan, hopen ze stiekem dat de kat een ander en veel interessanter onderkomen heeft gevonden. Maar de kat is volhardend en bij terugkomst blijkt ze van geen wijken te weten. Smekende ogen kijken hen over de rand van de mand aan. Tja... wat doe je dan?

Gegrepen door medelijden hangen ze her en der briefjes op, maar de eigenaar meldt zich niet en de kat heeft klaarblijkelijk voor de eigenaar van de schuur gekozen. Nog even is er de hoop dat de politie weet of er een kat als gemist is opgegeven, maar ook dat contact biedt geen soelaas. Het gegeven dat ze de kat wellicht laten inslapen is meneer zwaar te moede, dus er worden brokjes ingeslagen en de kat mag blijven. In de schuur, verder niet!!!

Met veel humor vertelt Uddenberg over de spiegel die hij zichzelf steeds voorhoudt. Als emeritus hoogleraar psychologie is hem dat niet vreemd en ook de gedragingen van de kat probeert hij te begrijpen. Binnen no time moet hij zichzelf bekennen dat hij zielsveel van zijn nieuwe kameraadje is gaan houden en dat ze zelfs positieve invloed heeft op zijn vermaledijde ochtendhumeur.

'Zo geleidelijk dat het bijna was alsof het niet was gebeurd, waren we het diertje als onderdeel van ons dagelijks leven gaan beschouwen. Een beetje verbaasd constateerde ik dat de vraag 'Waar is de kat?' een van onze meest gebruikte zinnen was geworden. Zonder het ooit te hebben besloten waren we kattenbezitters geworden.'

Beetje bij beetje breidt Poes haar territorium uit. s 'Morgens zit ze met grote, vragende ogen vanaf de vensterbank te miauwen wanneer haar baasjes de gordijnen open doen en mag ze bij wijze van hoge uitzondering eens een keer naar binnen. Maar al snel heeft ze een vaste slaapplaats gevonden op het bed van het vrouwtje. Uddenberg kan niet anders dan zichzelf bekennen een beetje verliefd te zijn geworden.

'We waren verkocht! Onze weerstand was gebroken of misschien eerder verweerd. De kat had gezegevierd. Ik denk dat ze aldoor heeft geweten dat het zo zou gaan. Anders was ze niet zo methodisch doelbewust geweest. Mijn vrouw en, niet in de laatste plaats, ik waren overstag gegaan voor haar verleidingskunsten.'


In korte hoofdstukjes reflecteert Uddenberg op zijn eigen gedrag en het wel en wee van Poes. Hij haalt andere auteurs aan die al eerder over hun ideeën en ervaringen met katten hebben geschreven.
Het verhaal is gelardeerd met wetenswaardigheden over de kat, het gedrag, zijn oorsprong en de vermeende mythologische betekenis die het dier toegeschreven kreeg bij de diverse culturen, uit het verleden en het heden. Tevens beschrijft hij de diverse rassen die er zijn en waarom katten spinnen.

Met verve verhaalt hij over de dieren die zijn jeugd hebben gekleurd en de overtuiging die hij later had, dat dieren niet meer in zijn leven pasten, dat hij er geen verantwoordelijkheid meer voor wilde dragen. Toch - zo moet hij zichzelf bekennen - komt hij nu tot de conclusie dat katten altijd een onderdeel zijn geweest van zijn leven. Het is waarschijnlijk te wijten aan zijn karma dat de 'kleine huisgodin' in hem een baasje heeft gevonden.

Een lief klein boekje voor tussendoor, met een ontroerende en vertederende liefdesgeschiedenis, dat vooral de kattenliefhebber absoluut zal aanspreken. De grappige tekeningen van de hand van Ane Gustavsson maken het geheel mooi compleet.

Onder de link een filmpje van YouTube met een fragment uit De oude man en de kat

Auteur

Nils Uddenberg, geboren op 29 juli 1938 in Lund , is een Zweedse arts en auteur . Hij is een universitair hoofddocent van de psychiatrie en ethiek expert Gentechnologie Advisory Board. Hij maakte ook een nieuwe vertaling van Charles Darwin in het Zweeds voor de 21ste eeuw.

In 1974 behaalde zijn doctoraat in de psychiatrie aan de Universiteit van Lund. In 2000 kreeg hij de naam van de professor door de overheid. In 2001 werd hij gekozen tot lid van de Bos- en Landbouwacademie. Zijn werk in twee banden Ideas for Life werd in 2003 beloond met de augustusprijs voor het beste professionele boek. In 2005 werd Uddenberg door de Society Science and Folk Education genoemd als de People's Educator of the Year voor zijn deskundige en tot nadenken stemmende beschrijvingen van de mens en haar geschiedenis op basis van zowel geesteswetenschappen als biologie, en niet in het minst het evolutionaire perspectief. In de herfst van 2014 verscheen hij in een commercial voor Arla.

Titel: De oude man en de kat
Auteur: Nils Uddenberg
Vertaling: Elina van der Heijden, Wiveca Jongeneel
Illustraties: Ane Gustavsson
Pagina's: 120
ISBN: 9789463820233
Uitgeverij Balans
Verschenen: mei 2019

dinsdag 27 augustus 2019

Sigrid Undset - Kristin Lavransdochter

Boekbespreking door Robert Van der Meiren
Uitgeverij Meulenhoff



Portret van een zondares zonder zonden

“Het is goed, wanneer men iets niet durft te doen, omdat men het niet mooi vindt. Maar het is niet goed, wanneer men vindt dat iets niet mooi is, omdat men het niet durft te doen”


Kristin Lavransdochter, de epische trilogie die de Noorse schrijfster Sigrid Undset (1882-1949) publiceerde tussen 1920 en 1922, speelt zich af in de eerste helft van de 14de eeuw, en is nog steeds het onovertroffen hoogtepunt van de Scandinavische historische romanliteratuur. Voor “haar machtige beschrijvingen van het Scandinavische leven in de middeleeuwen” kreeg de schrijfster er in 1928 de Nobelprijs voor Literatuur voor, en dat was zeer terecht.
Helaas staan schrijfster en boek vandaag op de rand van de vergeetput, en dat is zeer onterecht. De thematiek van het verhaal is immers tijdloos…

Het verhaal

In het eerste deel, De bruidskrans, wordt de jonge, zorgeloze en wat rebelse Kristin door haar vader Lavrans uitverloofd aan de welstellende Simon Darre. Kristin is niet geheel ongelukkig met deze gearrangeerde verloving, maar als ze de ridder Erlend Nikolausson leert kennen en op hem verliefd wordt, verbreekt ze de verloving. Dit is zeer tegen de zin van haar vader, die haar een tijdlang in een klooster onderbrengt om haar tot bezinning te laten komen. Kristin blijft haar vader echter koppig trotseren: ze wil en zal Erlends vrouw worden, en uiteindelijk laat ze zich door Erlend bezwangeren. Lavrans kan nu, noodgedwongen, niet anders dan instemmen met het huwelijk.

Op de huwelijksdag is Kristins zwangerschap duidelijk te zien, en toch draagt ze de bruidskrans, het symbool van maagdelijkheid, als een uitdagend overwinningsteken. Maar als ze voor het altaar neerknielt, besluipen haar in het aanschijn van God de eerste gevoelens van schuld en berouw:

“Het scheen Kristin toe, dat ze met Erlend op een koude steen knielde. Hij knielde met de rode brandvlekken op zijn bleek gezicht. Zij knielde onder de zware bruidskroon en voelde de doffe, drukkende last in haar schoot, de zondelast, die zij droeg. Zij had met haar zonde gespeeld als in kinderspel. Heilige Maagd, nu zou de tijd spoedig komen, dat die voldragen voor haar zou liggen, haar met levende ogen zou aanzien, haar het brandmerk van de zonde zou tonen, de lelijke wanstaltigheid van de zonde, en vol haat, met gewrongen handen tegen de moederborst zou slaan.”

De bekendste, maar wellicht
ook meest ongepaste cover
van deze roman.
Hij weerspiegelt in geen
enkele mate de inhoud,
en zou heel wat beter
geschikt zijn voor een
of andere romantische 
bakvisjesroman. 
Het tweede deel, Vrouw, vertelt over haar huwelijksleven met Erlend, dat niet over rozen gaat. Erlend is een sterke, gerespecteerde ridder, maar frivool en bovendien onbekwaam om een landgoed te bestieren. Door zijn lichtzinnigheid verspeelt hij zelfs zo goed als al zijn bezittingen, waarna het gezin terugkeert naar het landgoed Jörundgaard dat Kristin intussen van haar vader heeft geërfd. Kristin neemt het bestuur over het landgoed stevig in handen, en dat irriteert Erlend. Dat een vrouw een landgoed beheert en, erger nog, aldus aantoont voor zichzelf te kunnen zorgen, is immers ongehoord. Maar tegelijk onderkent hij zijn eigen incompetentie en slikt daarom gelaten de schaamte. Anderzijds moet Kristin de vernedering van Erlends regelmatige ontrouw ondergaan.

Kristin valt in die jaren toenemend ten prooi aan schuldgevoelens over haar jeugdig misgedrag: het dwarsbomen van haar vaders wil, de pijn die ze Simon Darre berokkende, de zonde die ze over zich haalde door zich voor het huwelijk te laten ontmaagden, en niet in het minst omdat ze zich medeschuldig voelt aan de dood van Erlends eerste vrouw, de moeder van zijn twee kinderen.

In het laatste deel, Het Kruis, gaat het schuldgevoel en het verlangen naar penitentie Kristins leven overheersen. Dat enkele van haar kinderen vroegtijdig stierven beschouwt zij nu als een straf van God. Na Erlends dood, en nadat de kinderen hun eigen weg zijn gegaan, treedt Kristin in het klooster in. Vol overgave zet ze zich in voor de pestlijders, ook nadat ze zelf door de ziekte wordt getroffen. Wat ze al niet verloren heeft, schenkt ze weg, tot ze op haar sterfbed niks anders meer bezit dan het vergulde kruis dat ze ooit van haar vader kreeg, en de trouwring aan haar vinger. Als een laatste daad van penitentie en berusting geeft ze ook die laatste bezittingen af aan de kloostersmid die aan haar sterfbed zit. In haar laatste levensuren kan ze, eindelijk, vrede nemen met het leven dat ze leidde, en met de God die haar een leven lang angst inboezemde:

“Zij opende haar ogen en keek naar de ring, die in de donkere vuist van de smid lag. En haar tranen braken in een wilde stroom naar buiten, want het was alsof zij nooit tevoren volkomen begrepen had, wat die betekende. Dat leven, waaraan die ring haar verbonden had, waar ze over geklaagd en gemord had, waar ze tegen geraasd en zich verzet had, dat had ze toch zo lief gehad. Zij had er zich in verheugd met al het kwade en al het goede, zodat het haar zwaar leek ook maar één dag daarvan aan God terug te geven, en er geen smart was, die zij zonder gemis kon offeren.”

Het personage Kristin

Kristin kent een onbekommerde jeugd, met een rustige, begripvolle en voor die tijd ruimdenkende vader die gezin en landgoed met vaste hand beheert, en met een liefhebbende moeder, onderdanig zoals een echtgenote in de 14de eeuw behoorde te zijn. In dat warme nest groeit Kristin op tot een zelfbewuste jonge vrouw met een sterke wil.

Als ze de huwbare leeftijd bereikt komt een einde aan haar onbezorgde leventje. Simon Darre, de man die haar vader voor haar heeft gekozen, is een goede partij. Hij is ernstig, geduldig, onzelfzuchtig en oprecht verliefd, en Kristin beseft dat ook wel, maar binnenin knaagt toch onzekerheid en onrust. Wil ze wel een leven van onderdanige gehoorzaamheid, wil ze wel een stille, volgzame moeder aan de haard zijn… De ontmoeting met de verleidelijke Erlend, een (dan nog) gehuwde man van in de dertig, komt als een verlossing.

Zeventien is ze dan, en vroegwijs. Enerzijds bewondert ze haar moeder wier onderdanige, moraliteitsconforme leven haar tot voorbeeld zou moeten zijn, en eigenlijk zou ze zelf ook wel willen leven naar de geldende zeden en gewoonten, maar anderzijds voelt zo’n levenswandel aan als één langdurige miskenning, ontwaarding en ontmenselijking van haar eigenheid, als een onaanvaardbare ontkenning van haar vrouw-zijn. Het totale gebrek aan zelfbeschikkingsrecht waarbij ze zich als traditionele echtgenote zal moeten neerleggen, gewoon omdat ze “maar” een vrouw is, stuit haar tegen de borst. Ze denkt dat de ogenschijnlijk vrijdenkende Erlend haar verlangen naar zelfbeschikking niet zal fnuiken, en dus zet ze door.

Ze weet precies waar ze aan begint. Ze weet dat het een zonde is, ze weet dat het een vergissing is, ze weet dat “het schenden van haar maagdelijke ongereptheid vóór het huwelijk” (1) algeheel en streng zal worden afgekeurd, ze weet dat ze de rest van haar leven zal moeten vechten tegen onverwoestbare vooroordelen, ze kent Erlends vrijzinnige bohemien-attitude ‒ hij is als het ware een veertiende-eeuwse hippie ‒ en zijn reputatie van rokkenjager, en ze beseft heel goed dat ze door haar daad veel mensen verdriet en pijn berokkent… Om haar eigen stempel op haar leven te kunnen drukken, om haar leven met meer van haar eigen persoonlijkheid te kunnen inkleuren, heeft ze dat er allemaal voor over.

Maar wat ze niet voorziet zijn het schuldgevoel en de wroeging, die al vroeg, met name op de huwelijksdag zelf, de kop opsteken. Hoe haar omgeving haar beoordeelt ‒ of veroordeelt ‒ ervaart ze wel als pijnlijk, maar de noodzaak om zich in die richting uitgebreid te verantwoorden voelt ze niet. Daarentegen gaat de angst, dat ze in de ogen van God ‒ die ze overigens nog niet goed kent (2) ‒ een zonde heeft begaan en ze tegenover Hem verantwoording moet afleggen, haar steeds sterker innemen:

“Zij verlangde ernaar de last van jaren heimelijke zonde van zich af te werpen, de last van missen en godsdienstoefeningen, waaraan zij onrechtmatig deelgenomen had, zonder te biechten en onboetvaardig.”

Dat ze het gedroomde huwelijksgeluk niet vindt, dat Erlend ongegeneerd en openlijk overspel pleegt, dat hij door zijn lichtzinnigheid een deel van zijn vermogen kwijtspeelt, dat enkele van haar kinderen jong sterven… Geleidelijk aan beschouwt ze het allemaal als straffen van God voor die ene zonde. Daar wíl ze oprecht voor boeten. Ze wil niets liever dan dat, ze wil alleen nog dat. Het verlangen naar boetedoening gaat haar beheersen, ze cijfert zichzelf in toenemende mate weg. De onderdanigheid, waar ze als gehuwde vrouw zo van terugschrok, wordt nu haar leidraad ten dienste van anderen.

Dat verlangen houdt haar ook recht. De vele tegenslagen ziet ze als kansen om te boeten, waardoor ze die makkelijker kan verwerken. Toch raakt ze verbitterd. Haar hardheid helpt haar om ongenadig wraak te nemen op Erlend, de man die haar van haar eer beroofde, én om als vrouw met een eigen landgoed stand te houden in een wereld waarin mannen het voor het zeggen hebben (3). Pas op het einde van haar dagen kan ze zich eindelijk overleveren aan Gods genade, en kan ze terugkijken op een leven dat weliswaar over een rampzalig en psychologisch enorm bezwarend parcours liep, maar wel geslaagd is.

Sigrid Undset, schrijfster van huwelijksromans

Ik ben mijn man ontrouw geweest.

Sigrid Undset
Met deze openingszin van haar debuut, de realistische, eigentijdse dagboekroman Marta Oulie uit 1907, raakt Sigrid Undset al meteen de thema’s aan die haar latere oeuvre hoofdzakelijk zullen kenmerken: het verlangen van de vrouw naar seksuele ontvoogding, het vruchteloze zoeken naar huwelijksgeluk, de onmacht om het te verwezenlijken, de ontrouw die erop volgt en het schuldgevoel dat daar de pijnlijke consequentie van is. Maar deze eerste zin uit haar eerste boek was ook de aanzet tot de controverse die Undset zou blijven achtervolgen: enerzijds stoorde de behoudsgezinde goegemeente zich aan de erotische vrijmoedigheid van haar werk, anderzijds vonden de voorvechters van de vrouwenemancipatie dat Undsets vrouwen al te uitdrukkelijk het traditionele gezinsleven en huwelijksgeluk nastreefden (4). Undset heeft die tegenstrijdigheid nooit aanvaard, volgens haar waren de begrippen ‘vrijgevochten vrouw’ en ‘gelukkig huwelijk’ perfect verenigbaar.

In het daaropvolgende decennium diept Undset die thematiek verder uit. Ze voegt dimensies toe en verbindt ingrijpendere ‒ negatieve of positieve ‒ psychologische consequenties aan het soms onvoorspelbare, soms doelgerichte gedrag van de vrouwen die in haar romans de hoofdrol spelen. In Jenny, de psychologische roman waarmee ze in 1911 internationaal doorbreekt, leidt het onbevredigde liefdesverlangen tot zelfmoord, maar in Lente uit 1914 weet de vrouw des huizes een huwelijkscrisis af te wenden en van haar gezin een liefdevolle, stabiele en veilige haven te maken.

Tot 1919 spelen Undsets romans zich in de eigen tijd af, in en rond de Noorse hoofdstad Kristiania (nu Oslo). Maar in de jaren twintig schrijft ze twee meesterwerken die ze in  de middeleeuwen situeert, een tijd die haar als historica uitstekend ligt: Kristin Lavransdochter en Olav Audunszoon op Hestviken. Voor het eerst duikt de religieuze dimensie op: God en kerk zijn als het ware immateriële personages met een bedrukkende functie. Verantwoording en schuld worden nu niet zozeer meer afgewogen tegenover de omgeving, maar (in sterkere mate) tegenover die hogere orde.

Die orde, en de daaraan vasthangende wetmatigheden van de kerk, worden door Kristin niet altijd goed begrepen. Haar twijfel en onzekerheid weerspiegelen in feite de innerlijke tweestrijd waarmee de schrijfster kampte tijdens het schrijven van deze roman; Sigrid Undset zal zich pas in 1924, dus twee jaar na het verschijnen van Kristin Lavransdochter, definitief tot het katholicisme bekeren.

Persoonlijke impressie

Ik las deze roman voor het eerst meer dan vijftig jaar geleden. Niet zozeer het verhaal zelf – daarvan bleven, na al die jaren, alleen de grote lijnen in mijn geheugen achter − dan wel de intense gevoelsmatige indruk die het boek destijds op mij had, maakte dat ik het nooit heb kunnen vergeten. En dus heb ik het, decennia later, nog een keer gelezen.

Sigrid Undset
Net als vijftig jaar geleden bleef ik ook nu overweldigd achter… Overweldigd door de bijzondere gevoelige en invoelende psychologische ontleding van het gevoelsleven van de hoofdpersonen, door de diepgang waarmee religieuze twijfel, geloof, bijgeloof, wroeging, schuld en boete fijnzinnig en uitermate geloofwaardig worden beschreven, door de aangrijpende manier waarop Undset de lezer confronteert met menselijke thema's als trouw en ontrouw, liefde en haat, leven en dood, tomeloos verlangen en frustrerende zelfontkenning, en tenslotte overweldigd ook door het onvergetelijke hoopvolle en tegelijk tragische einde, als Kristin uiteindelijk, moe maar gelouterd, haar leven kan afsluiten.

Kristin Lavransdochter werd geschreven met veel zin voor realisme en met uiterste aandacht voor de correctheid van de historische details over het leven in de veertiende eeuw. Undsets schrijfstijl is van een zachte eenvoud, in een beleefde, ernstige, nuchtere en vriendelijke taal weet ze het hele scala van menselijke gemoedstoestanden indringend over te brengen op de lezer. Het verhaal wordt volledig gedragen door de personages die ze onveranderlijk met liefde en respect benadert; ze is begripvol voor iedereen, en voor alles. Undset laat zich niet verleiden tot ellenlange, dramatische of poëtische landschapsbeschrijvingen en streeft geen literaire artisticiteit of vernieuwende bellettrie na, maar focust zich ten volle op de mensen in haar verhaal.

Het is moeilijk een breedschalig verhaal als Kristin Lavransdochter in één zin te vatten, maar ik doe toch een (zeer persoonlijke) poging: een roman over een vrouw die haar leven lang op zoek is naar respect voor haar eigenwaarde.

Plaats in de literatuur

Sigrid Undset
Meedeinend op de modernistische kunststroming die in de tweede helft van de 19de eeuw ontstond, zetten een aantal auteurs zich in het begin van de 20ste eeuw af tegen de verhalende, sentimentalistische literatuur van de romantiek. Met name ontstond in de jaren na WO I een literatuurstijl die een waarachtiger beeld van de 20ste-eeuwse samenleving ophing en een realisme cultiveerde waarin de mens centraal staat.

Dat laatste is, zoals eerder al gezegd, absoluut van toepassing op Kristin Lavransdochter. In deze roman komt Undsets realistische stijl tot volle bloei. Maar de sterke voorliefde voor de middeleeuwen was dan weer zeer kenmerkend voor de romantische literatuurstijl. Sigrid Undset behoort zonder twijfel tot de moderne stijlperiode, maar met Kristin Lavransdochter ‒ de latere Olav Audunszoon op Hestviken ‒ heeft ze zich dus (nog) niet definitief losgewrikt van de romantiek. De Noorse letterkundige Jörgen Bukdahl kwam ooit met de term “werkelijkheidsidealisme” (5) om die beide werken stilistisch te determineren, en die dekt, ook naar mijn mening, de lading perfect, wel te verstaan met de sterke nadruk op het realisme. Of om het werk historisch nog anders te kaderen: 1922, het jaar waarin Undset het derde deel van Kristin Lavransdochter publiceerde, was ook het jaar waarin James Joyce’s Ulysses verscheen …

Beknopte biografie (6)

De Noorse schrijfster Sigrid Undset (Kalundborg, Denemarken 20 mei 1882 - Lillehammer 10 juni 1949) was de dochter van archeoloog Ingvald Undset (1853 - 1893) en daardoor al vroeg geïnteresseerd in geschiedenis. Ze werkte een tijdje als kantoorbediende, maar kon in 1909 met een Noorse rijksbeurs voor een jaar naar Rome. Nadien legde ze zich uitsluitend toe op het schrijven.

Sigrid Undset aan haar schrijftafel in villa
‘Bjerkebæk’ in Lillehammer. Ze betrok de
villa na haar huwelijk met de schilder
Anders Castus Svarstad, en bleef
er na de scheiding wonen.
In 1912 huwde ze met de Noorse schilder Anders Castus Svarstad (1869 - 1943). Het huwelijk was echter geen succes, en vanaf 1919 leefden de echtgenoten gescheiden. In 1924 bekeerde ze zich tot het katholicisme, waarna ze in 1925 haar huwelijk met Svarstad liet ontbinden. Undset debuteerde al in 1907 met Fru Martha Oulie (Ned. vert.: Marta Oulie). Het schuldmotief en de droom van een ideaal huwelijksgeluk staan hierin centraal, en die thema's zullen haar gehele latere oeuvre kenmerken. In de jaren twintig verschijnen haar twee meesterwerken: Kristin Lavransdochter (1920-22, Ned. vert.: idem) en Olav Audunssøn (1925-27, Ned. vert.: Olav Audunszoon op Hestviken), die zich allebei afspelen in de middeleeuwen.

In 1928 ontvangt ze de Nobelprijs voor literatuur, vooral voor Kristin Lavransdochter, waarin haar realistische stijl zijn hoogtepunt bereikte. Uit afkeer voor het nazisme vlucht ze in 1940 naar de Verenigde Staten waar ze talrijke lezingen gaf over de Noorse cultuur. Ze keert in 1945 naar Noorwegen terug maar overlijdt er vier jaar later. Sigrid Undset was van grote betekenis voor de verbetering van de plaats van de vrouw in de Noorse maatschappij.

(1)   Dr. Victor Claes, Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur, deel VIII, p. 599
(2)   In de veertiende eeuw kwam de kerstening van Noorwegen pas goed op gang.
(3)   De vrouw die, geheel zelfstandig voor zichzelf én haar gezin de kost verdient, was tot dan toe een ongezien fenomeen in de Noorse literatuur. Dit “glazen plafond” werd door Undset doorbroken.
(4)   Zie hieromtrent: Dr. Victor Claes, Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur, deel VIII, 
p. 600
(5)   Bukdahl, J.,: “Sigrid Undset”,  Dietsche Warande en Belfort, jg. 1929.
(6)   Dit is een letterlijke kopie van de biografie die op www.hebban.nl is te vinden. Geen plagiaat, echter: de biografie op Hebban is door mij opgesteld.

Nederlandse titel: Kristin Lavransdochter
Oorspronkelijke Noorse titel: Kristin Lavransdatter
Delen: I. De bruidskrans, II. Vrouw, III. Het kruis.
Auteur: Sigrid Undset (20.05.1882 – 10.06.1949)
Nederlandse vertaling: Dr. Albertus Snethlage
Pagina’s: 1022
Categorie: wereldliteratuur
Genre: historische roman
Uitgeverij Meulenhoff Nederland B.V., Amsterdam
Eerste Nederlandse druk: 1948
Gelezen editie: 8ste druk, 1973

vrijdag 23 augustus 2019

Bianca Boer - DRAⱯIDAGEN

Recensie door Truusje
Uitgeverij Atlas Contact
'De geschiedenis is een zooitje
waar wij een verhaal van maken.'
- Marcel Möring, Louteringsberg
De oorlog voorbij

Een ongepland avontuurtje met een medestudent doet Judith besluiten om te stoppen met haar studie filosofie. Haar kamer zegt ze op en trekt weer in bij Nini, haar oma die haar heeft grootgebracht nadat haar dochter - moeder van Judith, vader onbekend - vroeg kwam te overlijden. De twee zijn op elkaar aangewezen, daar ze alleen nog elkaar hebben.

Al snel blijkt dat haar oma fysiek achteruit is gegaan en ook haar geheugen lijkt haar steeds vaker in de steek te laten. Stukje bij beetje geeft ze haar herinneringen prijs over haar oorlogsverleden. Herinneringen die haar steeds verdrietiger, achterdochtiger en angstiger maken. Ze vertelt Judith over de deportatie naar Auschwitz en het verlies van haar eerste man en dochtertje. Daardoor krijgt het herbeleven van de oorlog een steeds grotere lading. Judith ontdekt door deze verhalen dat ze eigenlijk maar bitter weinig weet van de geschiedenis van haar familie

Ze strijdt met de vraag wat ze met haar toekomst wil en besluit te reageren op een advertentie waarin wordt gevraagd naar figuranten in een Nederlandse film en vrijwel direct wordt ze gebeld met de aanbieding om als edelfigurant te fungeren, in de rol van verpleegster. Een uitgelezen kans om haar oma misschien beter te kunnen begrijpen.

'Ze vraagt of mijn haar eraf mag. Ik begrijp niet goed wat ze zegt. Of het geknipt mag, mijn haar? Dat ik daar uiteraard een extra vergoeding voor krijg, haast ze zich te zeggen. 'Ik ben dol op films,' zeg ik. Ze legt uit dat het een bijzondere productie is over de Tweede Wereldoorlog. Ik kijk opzij naar jou, het is een reflex. Je hoort niets, natuurlijk niets. 'Ik wil weten hoe het is.'

De film draagt de titel 'De krankzinnigen' en speelt zich af in de voormalige Joodse instelling 'Het Apeldoornse Bosch', waarvan de patiënten te maken krijgen met de deportaties.
De combinatie van de draaidagen en de zorg voor haar oma is niet gemakkelijk en Judith staat meer dan eens voor een dilemma hoe ze dit het best in de juiste vorm kan gieten. Meer dan eens is ze genoodzaakt om een beslissing te nemen die niet altijd even handig blijkt uit te pakken.

‘Jouw oorlog zal met jou sterven. Ik kan er nog zoveel over weten, tegelijk begrijp ik er niets van.’

Op beklemmende wijze weet de auteur met dit verhaal de lezer onder de huid te kruipen, net als de draaidagen dat doen bij Judith. Naarmate de opnamen vorderen lijken de levensechte gebeurtenissen grenzen te overschrijden tussen heden en verleden, fictie en werkelijkheid. Ze lopen naadloos in elkaar over en wervelen op zeer inventieve wijze door elkaar heen.
Het horen vertellen over de trauma's van de oorlog en het 'aan den lijve' ondergaan - als is het maar een paar uur per dag - grijpen Judith meer dan eens bij de strot en ze kan haar emoties niet altijd de baas. Hierdoor echter ontpopt ze zich al snel tot een gewaardeerd acteertalent.

Het bijzondere aan dit romandebuut is dat, buiten de ik-vorm waarin het is gegoten, ook het minder vaak voorkomende jij-perspectief wordt gebruikt, waarmee Judith haar gedachten en de gebeurtenissen aan Nini vertelt. Dialogen en innerlijke monologen wisselen elkaar af, waardoor ik me uitstekend kon inleven in de gedachten van het hoofdpersonage. Doordat de auteur gebruik maakt van een compacte en lucide schrijfstijl is het verhaal gemakkelijk te lezen. Geen overbodig bloemrijke taal, wel heel beeldend.

De auteur maakt veel gebruik van korte zinnen, soms zelfs één, twee of drie woorden. Dat is in beginsel wel even wennen, evenals dat het verhaal van start gaat met de beslommeringen van een jonge studente. Het kan het idee geven dat je te maken hebt met een roman voor jong volwassenen, maar gaandeweg het verhaal komen steeds meer aspecten van angst, verdriet, onvermogen en het maken van de juiste keuze naar voren. De sfeer wordt grimmiger en steeds levensechter, niet alleen voor Judith maar ook voor de lezer. De strijd die ze met zichzelf moet voeren is uiterst voelbaar.

Kort gezegd: - misschien clichématig, maar welgemeend - dit verhaal ontroert, zuigt je mee en zindert na. Een uiterst lovenswaardig romandebuut!!!

Auteur


Bianca Boer (1976) is schrijver, dichter en schrijfdocent. Ze won de Nieuw Proza Prijs, publiceerde in De Gids, Tirade en Passionate en trad onder meer op tijdens Crossing Border. In 2007 werd haar verhalenbundel Troost en de geur van koffie genomineerd voor de Selexyz Debuutprijs. In 2010 verscheen de dichtbundel Vliegen en andere vogel en eind 2017 verscheen Auch das ist Geschichte, Ein poetischer Dialog in Briefen, waarin ze met de twee Duitse dichters Ellen Widmaier en Katharina Bauer van gedachten wisselt over kunst, schrijven en literatuur. Haar nieuwe roman 'Draaidagen'is verschenen in de zomer van 2019.  Ook schrijft Bianca Boer theaterteksten, bijvoorbeeld voor de locatievoorstelling De paardenmonologen onder regie van Wim Staessens, die te zien was op Oerol 2010.

Titel: Draaidagen
Auteur: Bianca Boer
Pagina's: 272
ISBN: 9789025455576
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: juni 2019

donderdag 22 augustus 2019

Niña Weijers – Kamers antikamers

Recensie door Roosje
Uitgeverij Atlas Contact


Hoe schrijf je een roman? 

Kamers antikamers is de nieuwe roman van Niña Weijers. Haar debuut De consequenties had me heel prettig verrast. Haar debuut ging over kunst en met name de performance art à la Marina Abramović: het leven en het lichaam van de kunstenaar is onderwerp en subject van de kunst; een roman over het maken van kunst, over kunstopvattingen en wat doet dat met een mens, een vrouw in dit geval.

Over het algemeen lees ik zelden de teksten op de kaften en andere besprekingen, ik ga gewoon mijn eigen leesweg en schrijf daar wel of niet een stukje over. Deze keer had ik wel een handvat of misschien wel twee nodig om mijn gedachten over dit boek op papier te zetten.

Kamers antikamers gaat naar mijn mening over literatuur, en met name over het schrijven van een roman; en dat heb ik bij anderen niet gevonden - ik geef toe dat mijn onderzoekje gering van omvang is -. Veel romans gaan trouwens ook over het schrijven van een roman, een meta-niveau dus; het reflecteren op het schrijven, hoe te schrijven, wat te schrijven, wat is de noodzaak van de auteur nu juist dit aan zijn publiek mee te willen delen, voorbeeld: Ilja Leonard Pfeijffers Grand hotel Europa.

De aanbevelingstekst op de linkerkaft van Weijers boek is:

‘Kamers antikamers is een roman over de poreuze grenzen tussen herinnerde, verzonnen en mogelijke levens. Over de keuzes die je maakt, en niet maakt. Over liefde en vriendschap, en de manieren waarop mensen elkaar vinden en verliezen.’

Ja, dat klopt, is mijn reactie, maar deze tweede roman van Weijers is meer dan dat: het is een zoektocht - een queeste is het inderdaad - naar het schrijven van een nieuwe roman. Dit uitgangspunt doet zo veel meer recht aan Weijers ‘geschreven kindje’.

Op heel veel verschillende manieren onderzoekt Weijers uit welke elementen je roman zou kunnen bestaan. Er zijn personages: hoe vind je die? Nou gewoon, kijk rond in je omgeving, je vriendinnen, platonische, liefdespartners, ex-en; je vrienden, je minnaars en vrienden; je familie: vader, moeder, broertjes, zusjes; docenten, je redacteur van de uitgeverij, je uitgever; je eigen kinderen, je kennissen, geliefde auteurs; of gewoon mensen in de straat, buren, vroegere buren, mensen van vroeger, historische personen; of gewoon het huis waar je in verblijft om die roman te kunnen schrijven. En vooral ook jijzelf; jezelf als personage, als mens en als schrijver. Het is een enorme hoeveelheid mensen uit wie je als schrijver kunt kiezen om een rol te kunnen spelen in je verhaal; - even afgezien of iemand daarop zit te wachten. Meestal zijn je naasten er niet zo kien op om te dienen als romanpersonage; er zijn in de loop der jaren nogal wat geweest tussen auteurs en de mensen uit hun omgeving, vaak een geliefde, omdat de naasten vinden dat zij onjuist verbeeld zijn (mensen, een roman is hoe dan ook fictie, de personages zijn fictief!) -.

En wat doen die personen? Hoe handelen zijn, waarom handelen zij? Hoe staan zij tegenover het hoofdpersonage? Wat zijn hun gevoelens?

En dan hebben we het nog niet gehad over de verschillende thema’s in het boek; in dit geval - ik doe een greep -: liefde, vriendschap, ex-en, kinderen, verliefdheid, heteroseksualiteit, homoseksualiteit (ik bedoel hier lesbische liefde, maar in het kader van gelijke behandeling noem ik lesbische liefde ook homoseksualiteit, wat het technisch gesproken ook is, rdv), biseksualiteit, en alle soorten gevoelens die daarbij horen. Kortom, het leven zelf.

Schrijf niet over seks, zegt de redacteur, en de auteur schrijft over seks; schrijf niet over huisdieren, en de auteur schrijft over Theo, de hond; en de auteur schrijft over Carlo, het fictieve paard (let wel: een fictief paard in een fictief verhaal in een fictief boek: als dat geen meta-niveau is dan weet ik het niet meer).


Een vriendin - M - van het hoofdpersonage heeft een krantenbericht gelezen over een Nederlandse vrouw die bij het skiën verongelukt is. Die situatie wil ze gebruiken om het hoofdpersonage van Weijers boek - tenminste in dit onderhavige stukje - te gebruiken voor haar - M - eigen boek. M zou dan haar hond erven, maar een hond is zo lastig, ze kan niet overweg met honden, nu dan maken we er toch een paard van, dat we Carlo noemen, dat is veel beter...etc. Enorm grappig, als je er eens goed over nadenkt.

Schrijf niet zomaar wat, zegt de redacteur, schrijf niets zonder dat dat een betekenisdrager is (mijn term, rdv), zonder dat dat een relatie heeft met andere zaken. De auteur doet niet anders - maar weloverwogen vanzelfsprekend -. Komisch!

En Weijers schrijft over het schrijven van verschillende situaties, met verschillende personen, die soms dezelfde voorletter hebben: M.

Kamers antikamers is geen boek waarover makkelijk te schrijven is. Ik heb het hierboven 
waarschijnlijk al veel te ingewikkeld gemaakt. Het is een roman over het schrijven van een roman. In Kamers antikamers onderzoekt Weijers op allerlei manieren hoe je dat kunt doen. En ook schrijft zij allerlei fragmenten, korter en langer, die zouden kunnen leiden tot een uiteindelijk verhaal. En inderdaad zijn er fragmenten die veel lijken op verhalen die gepubliceerd zouden kunnen worden.

Het is dus niet ‘het verhaal’ waar je een samenvatting van zou kunnen schrijven als boekbespreker; ’het verhaal’ bestaat uit verschillende mogelijkheden, ook van situaties die elkaars tegenpolen - vandaar de titel Kamers antikamers - zijn, waaruit een publicabel verhaal zou kunnen ontstaan. Zoals een schilder eerst schetsen maakt voordat het grote schilderij gemaakt kan worden, zo schrijft Weijers korte stukjes waaruit een roman zou kunnen ontstaan. Er is een verschil: Kamers antikamers bestaat uit deze stukjes, een soort deconstructivisme, maar dan eentje vooraf. Deconstructureren doe je volgens mij achteraf.

Heeft het zin om op zoek te gaan naar wat ‘echt’ en wat ‘fictief’ is in deze roman? Naar mijn mening, nee, niet doen, alles is fictief in een roman, en al lezend vind je vanzelf de fragmenten waarvan je kunt denken: ja, dit is ‘het verhaal’ dat het hoofdpersonage, de schrijver, uiteindelijk heeft geschreven.

Het zijn niet alleen situaties, personages en thema’s die Weijers onderzoekt, ze voegt beschouwingen van allerlei aard eraan toe, ook literaire. Die zijn vaak bijzonder geestig, getuigend van opmerkingsgave, authentiek, erudiet - maar zeker niet té - en intelligent.

Het is een beetje lastig goed voorbeelden te geven. Ik ben de luiheid zelve en raad aan: zelf lezen!
Deze tweede roman van Weijers is zal vermoedelijk niet bij iedereen een warme plek in het hart achterlaten. Als je houdt van een mooi gestructureerd verhaal, van poëtische taal, van een grote soepelheid, dan ben je waarschijnlijk niet ondersteboven van Kamers antikamers. Je moet ervan houden, van dat gigantische meta-niveau van vertellen, van heen en weer geslingerd worden tussen mensen, thema’s, situaties, waar je het gevoel hebt dat je weinig houvast hebt. Ik ben er dol op; ik ben erg gecharmeerd van romans die gaan over het schrijven van een roman.

(Foto: Annaleen Louwes)
Auteur

Niña Weijers (1987) studeerde literatuurwetenschap. In 2010 won zij de schrijfwedstrijd Write Now!, en ze publiceerde korte verhalen in o.a. 'De Gids' en 'Passionate Magazine'. Door Opzij werd ze in 2013 uitgeroepen tot een van de ‘35 schrijfsters onder de 35’. Ze heeft een vaste column op de website van 'De Groene Amsterdammer'. Haar debuutroman 'De consequenties' werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2015 en is bekroond met de Anton Wachterprijs 2014, de publieksprijs van de Gouden Boekenuil 2015, met de Van der Hoogt-prijs en de Opzij-prijs. 'De consequenties' is in vertaling verschenen in Duitsland, Frankrijk, de USA, Tsjechië en Montenegro. In juni 2019 is haar nieuwe roman Kamers antikamers verschenen. (Bron)

Titel: Kamers antikamers
Auteur: Niña Weijers
Pagina's: 240
ISBN: 978902544561
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: juni 2019

Genre: fictie

dinsdag 20 augustus 2019

Vasili Grossman - Leven & Lot

Recensie door Robert Van der Meiren
Uitgeverij Balans


Indrukwekkend, groots en onvergetelijk!

'Het is nu twaalf jaar geleden dat ik aan dit boek begon te werken. Ik geloof nog steeds dat ik de waarheid heb geschreven, uit liefde en medelijden, omdat ik in mensen geloof. Ik verzoek u mijn boek de vrijheid te geven.'


Dit schreef de Russische auteur Vasili Grossman (1905-1964) in 1961 in een brief aan partijvoorzitter Nikita Chroesjtsjov, één jaar nadat het manuscript van zijn magnum opus Leven & Lot door de KGB in beslag was genomen - of 'gearresteerd' zoals hij het zelf omschreef. 
Het mocht niet baten. In zijn fenomenale roman had Grossman als het ware een röntgenfoto van het Stalin-bewind genomen die de bloedarmoede en alle kwaadaardige kankers van dat totalitaire regime zichtbaar maakte. Ook al was Stalin dan al enkele jaren dood, en ook al voer zijn opvolger Nikita Chroesjtsjov een mildere koers, Leven & Lot spijkerde het stalinisme zo meedogenloos aan de schandpaal dat het boek volgens de staatscensuur een gevaar vormde voor de Sovjetstaat. Grossmans grootste 'misdaad' was wellicht dat hij het nationaalsocialisme van Hitler en het communisme van Stalin allebei even inhumaan en moorddadig vond.

'Om het socialisme in één land te vestigen, moet de boeren de vrijheid worden ontnomen om te zaaien en te verkopen. En Stalin aarzelde niet: hij heeft miljoenen boeren geliquideerd. Onze Hitler zag in dat het Jodendom de vijand was die de nationaal-socialistische beweging in de weg stond. En hij besloot miljoenen Joden te liquideren.' (Pag. 406)

Inbeslagname van het manuscript

Alles wat met het boek te maken had werd daarom in beslag genomen: alle gekende manuscripten, alle notities, het doorslagpapier dat Grossmans secretaresse had gebruikt, tot zelfs het lint uit haar typemachine…
Decennialang bleef de wereld aldus verstoken van een 'groots, weids, diep en verpletterend' (1) meesterwerk, tot een door de mazen van het censuurnet geglipt origineel manuscript toch zijn weg vond naar het Westen, waar in 1989 dan eindelijk de eerste complete editie van Leven & Lot kon verschijnen, bijna dertig jaar nadat Grossman het werk had voleindigd, en 25 jaar na zijn overlijden.

Leven & Lot is een omvangrijk, grillig en veelzijdig epos dat zich afspeelt tijdens de Tweede Wereldoorlog, met de Slag om Stalingrad (winter 1942-1943) als middelpunt. Het panorama is zo enorm breed, de geografische spreiding zo groot en de lijst met personages zo eindeloos dat voor een allesomvattende samenvatting tien pagina’s nog niet volstaan. Want Leven & Lot is niet ‘één’ verhaal, maar een grimmige rondreis langs talrijke scènes waarop mensen hun – meestal noodgedwongen – rol spelen… In Stalingrad voeren Russische soldaten, tussen de gevechten door, gesprekken waarin ongeremd gevloekt en gezondigd wordt tegen de partij-ideologische zuiverheid; in een Duits krijgsgevangenenkamp voor Russische soldaten houdt een oude Bolsjewiek het hoofd boven water, door koppig te blijven geloven in de goedheid van Vadertje Staat; in Oekraïne schrijft een Joodse moeder aan haar zoon brieven over de vervolging van Joodse Russen door andere Russen; in de gaskamer van een nazi-uitroeiingskamp drukt een jonge vrouw het lichaam van een dood jongetje tegen zich aan, denkt 'ik ben moeder geworden', en sterft (2); in Moskou pleegt een Joodse kernfysicus verraad tegenover zijn rasgenoten om zijn wetenschappelijk werk te kunnen voortzetten; in Polen bezoekt 'SS-Obersturmbannfüher' Adolf Eichmann de bouwwerf van een nieuw uitroeiingskamp en wordt er in het midden van de splinternieuwe gaskamer feestelijk getrakteerd op een hapje en een drankje; in Moskou zoekt een vrouw een verblijfsvergunning, maar botst onophoudelijk op de onverzettelijke apathie van de apparatsjiks… 

Letterlijk wegcijferen

Volgend fragment speelt zich af in een Duits concentratiekamp. Ik vond het erg pakkend. Een Joodse boekhouder beseft wat hem te wachten staat, maar wil de gedachte daaraan letterlijk wegcijferen door te doen wat hij zijn hele leven al had gedaan: rekenen…

'Terwijl Rosenberg de boekhouder een kuil groef voor zichzelf en de andere Brenner, ging hij verder met zijn berekeningen: zevenhonderddrieëntachtig in de afgelopen week, de afgelopen dertig dagen daarvoor leverden er alles bij elkaar vierduizend achthonderdzesentwintig op, dat maakte vijfduizend zeshonderdnegen verbrande mensenlichamen in totaal. Hij rekende en rekende, en zo ging de tijd ongemerkt voorbij; hij berekende hoeveel stuks – nee: hoeveel menselijke lichamen – er gemiddeld in een graf lagen: vijfduizend zeshondernegen gedeeld door honderdzestien (van het aantal graven), dat waren achtenveertig komma vijfendertig menselijke lichamen per massagraf, afgerond dus achtenveertig.' (Pag. 195-196)

Honderden scènes, en allemaal zijn het aanklachten tegen de gruwel van de oorlog, de onmenselijkheid van het tirannieke regime van Stalin, en de waanzin die rassenhaat eigenlijk is. De trefzekere letterlijkheid waarmee Grossman de dingen beschrijft (3), zijn meticuleuze detaillering van de feiten en de (bedrieglijke) zachtmoedigheid waarmee hij over de afgrijselijkste gebeurtenissen vertelt, maken het lezen van Leven & Lot bij momenten bijna onverdraaglijk. Vooral zijn beschrijving van de mensonterende wreedheid rond en in de gaskamers ontreddert de lezer, en snijdt hem diep in het hart.

De dood deed zijn dagelijks werk

Een treffend fragment, van een filosoferende Grossman. Aan het woord is een Joodse vrouw die al een tijd in een Duits uitroeiingskamp op de dood zit te wachten:

'De dood! Hij was amicaal en vertrouwd geworden, hij kwam zonder plichtplegingen bij de mensen langs, hij liep hun erven op, hun werkplaatsen binnen, hij kwam een huisvrouw tegen op de markt en nam haar mee met haar mandje aardappelen, hij mengde zich in de spelletjes van de kinderen, bracht een bezoekje aan het atelier waar de dameskleermakers neuriënd de laatste hand legden aan de pelsmantel van de vrouw van de 'Gebietskommissar', hij stond in de rij voor het brood, ging naast een oude vrouw zitten die een kous aan het stoppen was. De dood deed zijn dagelijkse werk, en de mensen deden het hunne. Soms liet hij hen hun sigaret oproken of hun hap doorslikken, soms kwam hij plompverloren binnenvallen als een oude vriend en sloeg hen met een bulderende, domme lach op de rug.' (Pag. 551)

Is het blikveld van deze roman al indrukwekkend breed, het scala aan personages is dat evenzeer. De lijst van de voornaamste(!) personages, achteraan in het boek, telt zomaar even tien pagina’s! Een echt hoofdpersonage aanduiden is zo niet onmogelijk, dan zeker riskant, maar de figuur van de Russische fysicus Viktor Strum springt er toch wel uit, al was het maar omdat Grossman veel van zichzelf in dit personage heeft verwerkt: de Joodse afkomst, het liefdeloze huwelijk, het verraad tegenover rasgenoten (Grossman ondertekende ooit een petitie tegen Joodse artsen die valselijk waren beschuldigd een moordcomplot te hebben gesmeed tegen vooraanstaande Sovjet-mandatarissen), en zijn spijt achteraf…

'Waarvoor had hij die verschrikkelijke zonde begaan? Alles in de wereld was nietig in vergelijking met wat hij had verloren. Alles was nietig in vergelijking met de waarheid, de zuiverheid van één onbeduidend mens: zelfs het rijk dat zich uitstrekte van de Stille Oceaan tot de Zwarte Zee, zelfs de wetenschap.' (Pag. 856)

Grossman vs Tolstoj

De thematiek en de structuur van Leven & Lot - en niet in het minst de titel zelf – doen denken aan dat andere monument van de Russische literatuur, Oorlog en vrede van Leo Tolstoj, en dat is terecht. Naast bedrukte melancholiek, gelaten lotsaanvaarding, diepgewortelde verbondenheid met de aarde, oprechte liefde voor moedertje Rusland en diepe bekommernis om het welzijn van het volk – allemaal karakteristiek voor de Russische romanliteratuur van de negentiende en twintigste eeuw – vallen nog meer parallellen op, zoals bijvoorbeeld dat de Slag om Stalingrad in Leven & Lot even centraal staat als de Slag bij Borodino in Oorlog en vrede; Grossmans Stalin en Hitler zijn Tolstojs tsaar Alexander I en Napoleon. Ook opvallend is dat beide auteurs geregeld het pad van hun verhaal verlaten om te filosoferen over ‘de dingen des levens’. In Leven & Lot mijmert Grossman dan bijvoorbeeld over vriendschap, over goed en kwaad, over antisemitisme, over militaire strategieën, enzovoort…

Er zijn natuurlijk ook verschillen… Van Tolstojs hartstochtelijke lyriek is in Leven & Lot niks te merken; Grossman schrijft koeler, als een goed observerend en zeer geëngageerd journalist (wat hij beroepshalve ook was). Grossmans roman is ook veel autobiografischer, hij was immers persoonlijk betrokken bij veel van de beschreven gebeurtenissen. Maar het belangrijkste onderscheid is toch dat het “J’Accuse” van Grossman veel luider, directer en explicieter klinkt: de volksmens Grossman klaagt onrecht vlakaf aan, de aristocraat Tolstoj aanschouwt het eerder van op veilige afstand.

Conclusie

Leven & Lot is een uniek, grandioos, indrukwekkend meesterwerk. Het is een – ik herhaal het graag - groots, weids, diep en verpletterend verhaal! Het is grimmig, wrang, onheilspellend, somber, gruwelijk, hard en hartverscheurend. Het is echter ook een ware uitdaging voor de lezer, van wie veel wordt gevraagd. Er is de schier eindeloze reeks aan personages die de lezer voortdurend naar de tien pagina’s lange lijst achteraan doet bladeren, en voor de verklaring van 363 noten komt daar nog eens een lijst van dertig pagina’s bij. Er gaat, met andere woorden, maar zelden een pagina voorbij zonder dat de lezer die lijsten moet consulteren (5).

Ruim vijf weken had ik dan ook nodig om door het boek te komen. Maar nu ik het uit heb weet ik dat ik een magistraal, ontluisterend werk heb gelezen, een dat ik nooit ofte nimmer zal kunnen vergeten. Leven & Lot van Vasili Grossman mag, wat mij betreft, schaamteloos en fier naast Tolstojs Oorlog en Vrede staan… En daar stond, tot nu toe, niets!

Auteur

Vasili Grossman (1905-1964) - voluit Vasili Semjonovitsj Grossman – was een Russische schrijver en journalist uit het Sovjettijdperk. Hij was van Joodse afkomst, maar kreeg geen joodse opvoeding. Hij studeerde aan de universiteit van Moskou af als ingenieur, maar vanaf 1936 wijdde hij zich volledig aan de literatuur. Hij was ook lid van de Russische Schrijversbond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog reisde hij als oorlogscorrespondent mee met het Sovjetleger. De Slag om Stalingrad maakte hij van begin tot einde mee, en hij was er ook bij toen het Rode Leger de nazi-uitroeiingskampen van Majdanek en Treblinka bevrijdde. Zijn veelgelezen ooggetuigenverslagen maakten hem tot een beroemdheid in Rusland.


In zijn literaire werk uitte Grossman veelvuldig kritiek op het communisme en op de Sovjetleiders. Hij lag dan ook voortdurend op ramkoers met de staatscensuur die ervoor gezorgd heeft dat een belangrijk deel van zijn werk nooit werd gepubliceerd. Vooral de door Stalin georkestreerde pogroms tegen de Russische Joden verscherpten zijn kritische houding.  
In 1960 werd het manuscript van Leven & Lot, zijn belangrijkste roman waaraan hij tien jaar had gewerkt, net voor publicatie in beslag genomen vanwege té uitdrukkelijke kritiek op, en onverbloemde afkeuring van het stalinistische regime dat hij even misdadig vond als het nazisme van Hitler. Het boek, en alles wat ermee te maken had, bestond niet meer…  

De geruisloze verdwijning van zijn levenswerk heeft Grossman gekraakt. Hij stierf vier jaar later, in 1964, gedesillusioneerd en verbitterd.  

Ruim twintig jaar later dook in het westen plots toch een origineel manuscript van Leven & Lot op, en kon dit fenomenale werk eindelijk gepubliceerd worden.

------
(1) Antoine Verbij in Trouw, 25 oktober 2008
(2) p. 564
(3) Grossman maakte de Slag om Stalingrad zelf mee, en verbleef gedurende ruim drie jaar aan het front als oorlogsjournalist. Hij was er ook bij toen de nazi-uitroeiingskampen van Treblinka en Majdanek door Russische troepen bevrijd werden.
(4) Zie nawoord van vertaalster Froukje Slofstra, p. 942-943
(5) Om het mezelf gemakkelijker te maken heb ik na een tijdje die veertig pagina’s gekopieerd zodat ik tijdens het lezen niet voortdurend heen en weer moest bladeren.

Titel: Leven & Lot
Oorspronkelijke titel: Zizn'I Sud'Ba
Auteur: Vasili Grossman
Vertaald door: Froukje Slofstra
Categorie: Literaire roman
Genre: Tweede Wereldoorlog
Pagina's: 960
ISBN: 9789460034336
Uitgeverij Balans
Verschenen: februari 2016