vrijdag 30 augustus 2019

Nils Uddenberg - De oude man en de kat

Recensie door Truusje
Uitgeverij Balans
'Een liefdesgeschiedenis' 


De verleidingskunsten van een huisgodin
'Dit is het verhaal van hoe ik een kat kreeg, hoewel ik had besloten nooit huisdieren te nemen. Het is een banaal verhaal, misschien zelfs een beetje dwaas. Maar ik ben de zeventig gepasseerd, ik heb geen status die ik moet verdedigen en geen carrière om voor te vechten. Ik kan me veroorloven het te vertellen. Zoals veel mannen op mijn leeftijd ben ik best weekhartig en gevoelig.'

Het is bijna winter in Lund - Zweden -, het echtpaar Uddenberg treft een kleine zwerfkat aan in de schuur. Beschut tegen koude en regen, overnacht ze er regelmatig in een werkmand. Wanneer meneer en mevrouw een week of twee naar een appartement gaan, hopen ze stiekem dat de kat een ander en veel interessanter onderkomen heeft gevonden. Maar de kat is volhardend en bij terugkomst blijkt ze van geen wijken te weten. Smekende ogen kijken hen over de rand van de mand aan. Tja... wat doe je dan?

Gegrepen door medelijden hangen ze her en der briefjes op, maar de eigenaar meldt zich niet en de kat heeft klaarblijkelijk voor de eigenaar van de schuur gekozen. Nog even is er de hoop dat de politie weet of er een kat als gemist is opgegeven, maar ook dat contact biedt geen soelaas. Het gegeven dat ze de kat wellicht laten inslapen is meneer zwaar te moede, dus er worden brokjes ingeslagen en de kat mag blijven. In de schuur, verder niet!!!

Met veel humor vertelt Uddenberg over de spiegel die hij zichzelf steeds voorhoudt. Als emeritus hoogleraar psychologie is hem dat niet vreemd en ook de gedragingen van de kat probeert hij te begrijpen. Binnen no time moet hij zichzelf bekennen dat hij zielsveel van zijn nieuwe kameraadje is gaan houden en dat ze zelfs positieve invloed heeft op zijn vermaledijde ochtendhumeur.

'Zo geleidelijk dat het bijna was alsof het niet was gebeurd, waren we het diertje als onderdeel van ons dagelijks leven gaan beschouwen. Een beetje verbaasd constateerde ik dat de vraag 'Waar is de kat?' een van onze meest gebruikte zinnen was geworden. Zonder het ooit te hebben besloten waren we kattenbezitters geworden.'

Beetje bij beetje breidt Poes haar territorium uit. s 'Morgens zit ze met grote, vragende ogen vanaf de vensterbank te miauwen wanneer haar baasjes de gordijnen open doen en mag ze bij wijze van hoge uitzondering eens een keer naar binnen. Maar al snel heeft ze een vaste slaapplaats gevonden op het bed van het vrouwtje. Uddenberg kan niet anders dan zichzelf bekennen een beetje verliefd te zijn geworden.

'We waren verkocht! Onze weerstand was gebroken of misschien eerder verweerd. De kat had gezegevierd. Ik denk dat ze aldoor heeft geweten dat het zo zou gaan. Anders was ze niet zo methodisch doelbewust geweest. Mijn vrouw en, niet in de laatste plaats, ik waren overstag gegaan voor haar verleidingskunsten.'


In korte hoofdstukjes reflecteert Uddenberg op zijn eigen gedrag en het wel en wee van Poes. Hij haalt andere auteurs aan die al eerder over hun ideeën en ervaringen met katten hebben geschreven.
Het verhaal is gelardeerd met wetenswaardigheden over de kat, het gedrag, zijn oorsprong en de vermeende mythologische betekenis die het dier toegeschreven kreeg bij de diverse culturen, uit het verleden en het heden. Tevens beschrijft hij de diverse rassen die er zijn en waarom katten spinnen.

Met verve verhaalt hij over de dieren die zijn jeugd hebben gekleurd en de overtuiging die hij later had, dat dieren niet meer in zijn leven pasten, dat hij er geen verantwoordelijkheid meer voor wilde dragen. Toch - zo moet hij zichzelf bekennen - komt hij nu tot de conclusie dat katten altijd een onderdeel zijn geweest van zijn leven. Het is waarschijnlijk te wijten aan zijn karma dat de 'kleine huisgodin' in hem een baasje heeft gevonden.

Een lief klein boekje voor tussendoor, met een ontroerende en vertederende liefdesgeschiedenis, dat vooral de kattenliefhebber absoluut zal aanspreken. De grappige tekeningen van de hand van Ane Gustavsson maken het geheel mooi compleet.

Onder de link een filmpje van YouTube met een fragment uit De oude man en de kat

Auteur

Nils Uddenberg, geboren op 29 juli 1938 in Lund , is een Zweedse arts en auteur . Hij is een universitair hoofddocent van de psychiatrie en ethiek expert Gentechnologie Advisory Board. Hij maakte ook een nieuwe vertaling van Charles Darwin in het Zweeds voor de 21ste eeuw.

In 1974 behaalde zijn doctoraat in de psychiatrie aan de Universiteit van Lund. In 2000 kreeg hij de naam van de professor door de overheid. In 2001 werd hij gekozen tot lid van de Bos- en Landbouwacademie. Zijn werk in twee banden Ideas for Life werd in 2003 beloond met de augustusprijs voor het beste professionele boek. In 2005 werd Uddenberg door de Society Science and Folk Education genoemd als de People's Educator of the Year voor zijn deskundige en tot nadenken stemmende beschrijvingen van de mens en haar geschiedenis op basis van zowel geesteswetenschappen als biologie, en niet in het minst het evolutionaire perspectief. In de herfst van 2014 verscheen hij in een commercial voor Arla.

Titel: De oude man en de kat
Auteur: Nils Uddenberg
Vertaling: Elina van der Heijden, Wiveca Jongeneel
Illustraties: Ane Gustavsson
Pagina's: 120
ISBN: 9789463820233
Uitgeverij Balans
Verschenen: mei 2019

woensdag 28 augustus 2019

Laurent Binet – De zevende functie van taal

Recensie door Tea van Lierop
Uitgever Meulenhoff





Spectaculaire machtsstrijd om tekens….



Dit boek kent wat waardering betreft twee uitersten: zij die het boek verguizen om diverse redenen en zij die het een absurdistisch, vlot geschreven en rake roman vinden. Ik behoor tot de laatste groep. Onlangs las ik het voor de tweede keer in een leesclub en was benieuwd of het me weer zou bekoren.
Over de inhoud valt veel te vertellen. In het kort gaat het over ‘het geheim’ van Roland Barthes, Frans literatuurcriticus en -theoreticus, semioticus en filosoof, beïnvloed door de semiotiek en het structuralisme wiens werk grote invloed had op het poststructuralisme. Laat de aspirant lezer vooral niet ontmoedigd raken door deze termen, zonder voorkennis is het ook genieten van het verhaal en de stijl van Binet. In diverse interviews vertelt Binet dat hij de intellectuelen wilde desacraliseren, maar hen ook een hommage wilde brengen. Vooral Barthes, van hem leerde Binet een tekst analyseren en begrijpen. Voilà, er valt iets op te steken!




Om  het verhaal spanning mee te geven verzon Binet een moord met het geheime document als motief. Het document bevatte de (fictieve) zevende functie van taal waarmee grote belangen op het het spel stonden, met dit document kreeg men een wapen in handen. Taal als wapen. De timing was perfect. De Franse presidentsverkiezingen waren juist in die tijd – begin 1980 – actueel. François Mitterand en president Giscard hadden groot belang bij zo’n extra wapen.
Er wordt een fiks aantal personages opgevoerd en bijna allemaal bestaan of bestonden ze echt. Een paar zijn niet direct te herleiden, maar zijn mogelijk wel terug te voeren op bestaande personen zo is het personage Bayard, de sympathieke speurneus, mogelijk gebaseerd op Pierre Bayard. Hij schreef ‘Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen’


Enfin, een moord dus. In het boek wordt Barthes vermoord, in werkelijkheid komt hij om het leven door een ongeluk in maart 1980. Om de moord op te lossen wordt Jacques Bayard in het leven geroepen. Met hulp van Simon Herzberg, taalwetenschapper, begint de zoektocht naar het raadsel. Waarom was er een aanslag, wat was het motief en welke krachten zitten achter dit misdrijf?
Het detectivegehalte zorgt voor een spannend verloop en geeft Binet de gelegenheid uit te leggen wat je allemaal met taal kunt doen. Wanneer je taal herleidt tot tekens en deze tekens vervolgens voorziet van een betekenis kan een goede observator een messcherpe analyse maken wanneer hij iemand gadeslaat.

‘Barthes’ geniale zet was dat hij zich niet beperkte tot communicatiesystemen, maar zijn onderzoeksveld uitbreidde tot betekenissystemen. Als je eenmaal van de taal geproefd hebt, verveel je je tamelijk snel met elke andere vorm van communicatie: de bewegwijzering of militaire tekens bestuderen is voor een linguïst ongeveer even boeiend als tarot spelen of jokeren voor een schaker of een pokerspeler.’

Roland Barthes (fair use)

De zoektocht wordt geen rechte lijn van A naar B omdat er meerdere belanghebbenden in het spel zijn. Grensoverschrijdend op alle fronten volgt stukje bij beetje de ontwarring. Niets en niemand ontziend steekt Binet de draak met beroemdheden als Umberto Eco, Julia Kristeva en haar man Philippe Sollers, Bernard-Henri Lévy afgekort BHL), Michel Foucault en anderen. Ze krijgen een plaats in het boek, niet altijd even voordelig zodat de kritiek niet mals was na het verschijnen. Kristeva en Sollers zullen geen uitnodiging aannemen waarbij ook Binet tot de genodigden behoort. Het satire-gehalte is groot, personages worden vaak enorm karikaturaal neergezet en roept de vraag op wat de reden is om zo van leer te trekken.

Parijs is de start van de zoektocht, maar de aanwijzingen maken het nodig te reizen naar Bologna, Ithaca, Venetië en Napels. Stuk voor stuk levendige en spectaculaire scenes die mij de indruk gaven echt naar theater te kijken. Ook de uitgesproken passages over de gay scene, de seks op de snijtafel en vooral de geheimzinnige Logos Club. Absurde beschrijvingen van verliezers in een dispuut van deze Club doen de lezer huiveren….

‘‘Het is mooi, mijn zeugma! Het is fraai, mijn asyndeton! Maar er moet wel een prijs voor worden betaald. Vanavond zult u de prijs van de taal leren kennen. Want ons devies is, en zo zou de wet op aarde ook moeten zijn: niemand praat straffeloos! Bij de Logos Club wordt er niet met woorden betaald, nietwaar, beste mensen?’
Bayard spreekt een oude, witharige man aan, die twee kootjes van zijn linkerhand mist.’

Eén van de motieven is de zwarte Citroen DS, het is een mooi voorbeeld van hoe feit en fictie verweven zijn. Het iconische ontwerp wordt genoemd in Roland Barthes-Mythologieën (1957) waarin volgens journalist en romancier Jérôme Garcin

‘[…]Barthes in zijn boek het bijtende portret had getekend van de Franse consumptiemaatschappij aan de hand van haar mystificaties [...]’ https://www.groene.nl/artikel/mythen

Uit Mythologies-Roland Barthes


Samenvattend in één zin: ‘De zevende functie van taal legt uit welke macht taal heeft, de machtsstrijd wordt spectaculair uitgevochten waarbij geen enkel middel wordt geschuwd.’
Wie niet terugdeinst voor bovenstaande beschrijvingen kan met dit boek een aantal grandioze leesuren beleven.



De auteur

Laurent Binet (Parijs, 19 juli 1972) is een Frans schrijver. Hij verkreeg bekendheid met zijn verzetsroman HhhH uit 2010.
kBinet is de zoon van een historicus en studeerde literatuur in Parijs. In 1996 deed hij vervangende dienstplicht in Košice, Slowakije, waar hij Frans doceerde aan een luchtmachtschool. Sindsdien is hij leraar moderne literatuur in Parijs en werkt hij ook aan de Universiteit van Vincennes Saint-Denis.

In 2000 publiceerde Binet zijn surrealistische vertelling Forces et faiblesses de nos muqueuses (sterke en zwakke kanten van onze slijmvliezen) en in 2004 verscheen zijn boek La Vie professionnelle de Laurent B. (Het beroepsleven van Laurent B), over zijn ervaringen als docent Frans.

Internationale bekendheid verwierf Binet met zijn debuutroman HHhH (acroniem voor 'Himmlers Hirn heißt Heydrich') uit 2010, zich afspelend binnen het Tsjechische verzet in de Tweede Wereldoorlog, cumulerend in de aanslag op SS-leider Reinhard Heydrich in 1942. Voor dit werk kreeg hij de 'Prix Goncourt du premier roman' toegekend. De Nederlandse vertaling door Liesbeth van Nes verscheen in 2011.

In 2012 verscheen zijn boek Rien ne se passe comme prévu (Nederlands: Niets gaat zoals werd verwacht), over de verkiezingscampagne van François Hollande, in 2015 La septième fonction du langage (Nederlands: De zevende functie van de taal), een roman die speelt met werkelijkheid en fictie, tevens een satire op het intellectuele discours van het Franse poststructuralisme.Wikipedia

Titel: De zevende functie van taal
Auteur: Laurent Binet
Uitgever: Meulenhoff
ISBN: 9789402305852
Vertaling: Liesbeth van Nes
Pag.: 414
Genre: fictieve
Verschenen: april 2016
Verschenen oorspronkelijk: 2015 La septième fonction du langage

dinsdag 27 augustus 2019

Sigrid Undset - Kristin Lavransdochter

Boekbespreking door Robert Van der Meiren
Uitgeverij Meulenhoff



Portret van een zondares zonder zonden

“Het is goed, wanneer men iets niet durft te doen, omdat men het niet mooi vindt. Maar het is niet goed, wanneer men vindt dat iets niet mooi is, omdat men het niet durft te doen”


Kristin Lavransdochter, de epische trilogie die de Noorse schrijfster Sigrid Undset (1882-1949) publiceerde tussen 1920 en 1922, speelt zich af in de eerste helft van de 14de eeuw, en is nog steeds het onovertroffen hoogtepunt van de Scandinavische historische romanliteratuur. Voor “haar machtige beschrijvingen van het Scandinavische leven in de middeleeuwen” kreeg de schrijfster er in 1928 de Nobelprijs voor Literatuur voor, en dat was zeer terecht.
Helaas staan schrijfster en boek vandaag op de rand van de vergeetput, en dat is zeer onterecht. De thematiek van het verhaal is immers tijdloos…

Het verhaal

In het eerste deel, De bruidskrans, wordt de jonge, zorgeloze en wat rebelse Kristin door haar vader Lavrans uitverloofd aan de welstellende Simon Darre. Kristin is niet geheel ongelukkig met deze gearrangeerde verloving, maar als ze de ridder Erlend Nikolausson leert kennen en op hem verliefd wordt, verbreekt ze de verloving. Dit is zeer tegen de zin van haar vader, die haar een tijdlang in een klooster onderbrengt om haar tot bezinning te laten komen. Kristin blijft haar vader echter koppig trotseren: ze wil en zal Erlends vrouw worden, en uiteindelijk laat ze zich door Erlend bezwangeren. Lavrans kan nu, noodgedwongen, niet anders dan instemmen met het huwelijk.

Op de huwelijksdag is Kristins zwangerschap duidelijk te zien, en toch draagt ze de bruidskrans, het symbool van maagdelijkheid, als een uitdagend overwinningsteken. Maar als ze voor het altaar neerknielt, besluipen haar in het aanschijn van God de eerste gevoelens van schuld en berouw:

“Het scheen Kristin toe, dat ze met Erlend op een koude steen knielde. Hij knielde met de rode brandvlekken op zijn bleek gezicht. Zij knielde onder de zware bruidskroon en voelde de doffe, drukkende last in haar schoot, de zondelast, die zij droeg. Zij had met haar zonde gespeeld als in kinderspel. Heilige Maagd, nu zou de tijd spoedig komen, dat die voldragen voor haar zou liggen, haar met levende ogen zou aanzien, haar het brandmerk van de zonde zou tonen, de lelijke wanstaltigheid van de zonde, en vol haat, met gewrongen handen tegen de moederborst zou slaan.”

De bekendste, maar wellicht
ook meest ongepaste cover
van deze roman.
Hij weerspiegelt in geen
enkele mate de inhoud,
en zou heel wat beter
geschikt zijn voor een
of andere romantische 
bakvisjesroman. 
Het tweede deel, Vrouw, vertelt over haar huwelijksleven met Erlend, dat niet over rozen gaat. Erlend is een sterke, gerespecteerde ridder, maar frivool en bovendien onbekwaam om een landgoed te bestieren. Door zijn lichtzinnigheid verspeelt hij zelfs zo goed als al zijn bezittingen, waarna het gezin terugkeert naar het landgoed Jörundgaard dat Kristin intussen van haar vader heeft geërfd. Kristin neemt het bestuur over het landgoed stevig in handen, en dat irriteert Erlend. Dat een vrouw een landgoed beheert en, erger nog, aldus aantoont voor zichzelf te kunnen zorgen, is immers ongehoord. Maar tegelijk onderkent hij zijn eigen incompetentie en slikt daarom gelaten de schaamte. Anderzijds moet Kristin de vernedering van Erlends regelmatige ontrouw ondergaan.

Kristin valt in die jaren toenemend ten prooi aan schuldgevoelens over haar jeugdig misgedrag: het dwarsbomen van haar vaders wil, de pijn die ze Simon Darre berokkende, de zonde die ze over zich haalde door zich voor het huwelijk te laten ontmaagden, en niet in het minst omdat ze zich medeschuldig voelt aan de dood van Erlends eerste vrouw, de moeder van zijn twee kinderen.

In het laatste deel, Het Kruis, gaat het schuldgevoel en het verlangen naar penitentie Kristins leven overheersen. Dat enkele van haar kinderen vroegtijdig stierven beschouwt zij nu als een straf van God. Na Erlends dood, en nadat de kinderen hun eigen weg zijn gegaan, treedt Kristin in het klooster in. Vol overgave zet ze zich in voor de pestlijders, ook nadat ze zelf door de ziekte wordt getroffen. Wat ze al niet verloren heeft, schenkt ze weg, tot ze op haar sterfbed niks anders meer bezit dan het vergulde kruis dat ze ooit van haar vader kreeg, en de trouwring aan haar vinger. Als een laatste daad van penitentie en berusting geeft ze ook die laatste bezittingen af aan de kloostersmid die aan haar sterfbed zit. In haar laatste levensuren kan ze, eindelijk, vrede nemen met het leven dat ze leidde, en met de God die haar een leven lang angst inboezemde:

“Zij opende haar ogen en keek naar de ring, die in de donkere vuist van de smid lag. En haar tranen braken in een wilde stroom naar buiten, want het was alsof zij nooit tevoren volkomen begrepen had, wat die betekende. Dat leven, waaraan die ring haar verbonden had, waar ze over geklaagd en gemord had, waar ze tegen geraasd en zich verzet had, dat had ze toch zo lief gehad. Zij had er zich in verheugd met al het kwade en al het goede, zodat het haar zwaar leek ook maar één dag daarvan aan God terug te geven, en er geen smart was, die zij zonder gemis kon offeren.”

Het personage Kristin

Kristin kent een onbekommerde jeugd, met een rustige, begripvolle en voor die tijd ruimdenkende vader die gezin en landgoed met vaste hand beheert, en met een liefhebbende moeder, onderdanig zoals een echtgenote in de 14de eeuw behoorde te zijn. In dat warme nest groeit Kristin op tot een zelfbewuste jonge vrouw met een sterke wil.

Als ze de huwbare leeftijd bereikt komt een einde aan haar onbezorgde leventje. Simon Darre, de man die haar vader voor haar heeft gekozen, is een goede partij. Hij is ernstig, geduldig, onzelfzuchtig en oprecht verliefd, en Kristin beseft dat ook wel, maar binnenin knaagt toch onzekerheid en onrust. Wil ze wel een leven van onderdanige gehoorzaamheid, wil ze wel een stille, volgzame moeder aan de haard zijn… De ontmoeting met de verleidelijke Erlend, een (dan nog) gehuwde man van in de dertig, komt als een verlossing.

Zeventien is ze dan, en vroegwijs. Enerzijds bewondert ze haar moeder wier onderdanige, moraliteitsconforme leven haar tot voorbeeld zou moeten zijn, en eigenlijk zou ze zelf ook wel willen leven naar de geldende zeden en gewoonten, maar anderzijds voelt zo’n levenswandel aan als één langdurige miskenning, ontwaarding en ontmenselijking van haar eigenheid, als een onaanvaardbare ontkenning van haar vrouw-zijn. Het totale gebrek aan zelfbeschikkingsrecht waarbij ze zich als traditionele echtgenote zal moeten neerleggen, gewoon omdat ze “maar” een vrouw is, stuit haar tegen de borst. Ze denkt dat de ogenschijnlijk vrijdenkende Erlend haar verlangen naar zelfbeschikking niet zal fnuiken, en dus zet ze door.

Ze weet precies waar ze aan begint. Ze weet dat het een zonde is, ze weet dat het een vergissing is, ze weet dat “het schenden van haar maagdelijke ongereptheid vóór het huwelijk” (1) algeheel en streng zal worden afgekeurd, ze weet dat ze de rest van haar leven zal moeten vechten tegen onverwoestbare vooroordelen, ze kent Erlends vrijzinnige bohemien-attitude ‒ hij is als het ware een veertiende-eeuwse hippie ‒ en zijn reputatie van rokkenjager, en ze beseft heel goed dat ze door haar daad veel mensen verdriet en pijn berokkent… Om haar eigen stempel op haar leven te kunnen drukken, om haar leven met meer van haar eigen persoonlijkheid te kunnen inkleuren, heeft ze dat er allemaal voor over.

Maar wat ze niet voorziet zijn het schuldgevoel en de wroeging, die al vroeg, met name op de huwelijksdag zelf, de kop opsteken. Hoe haar omgeving haar beoordeelt ‒ of veroordeelt ‒ ervaart ze wel als pijnlijk, maar de noodzaak om zich in die richting uitgebreid te verantwoorden voelt ze niet. Daarentegen gaat de angst, dat ze in de ogen van God ‒ die ze overigens nog niet goed kent (2) ‒ een zonde heeft begaan en ze tegenover Hem verantwoording moet afleggen, haar steeds sterker innemen:

“Zij verlangde ernaar de last van jaren heimelijke zonde van zich af te werpen, de last van missen en godsdienstoefeningen, waaraan zij onrechtmatig deelgenomen had, zonder te biechten en onboetvaardig.”

Dat ze het gedroomde huwelijksgeluk niet vindt, dat Erlend ongegeneerd en openlijk overspel pleegt, dat hij door zijn lichtzinnigheid een deel van zijn vermogen kwijtspeelt, dat enkele van haar kinderen jong sterven… Geleidelijk aan beschouwt ze het allemaal als straffen van God voor die ene zonde. Daar wíl ze oprecht voor boeten. Ze wil niets liever dan dat, ze wil alleen nog dat. Het verlangen naar boetedoening gaat haar beheersen, ze cijfert zichzelf in toenemende mate weg. De onderdanigheid, waar ze als gehuwde vrouw zo van terugschrok, wordt nu haar leidraad ten dienste van anderen.

Dat verlangen houdt haar ook recht. De vele tegenslagen ziet ze als kansen om te boeten, waardoor ze die makkelijker kan verwerken. Toch raakt ze verbitterd. Haar hardheid helpt haar om ongenadig wraak te nemen op Erlend, de man die haar van haar eer beroofde, én om als vrouw met een eigen landgoed stand te houden in een wereld waarin mannen het voor het zeggen hebben (3). Pas op het einde van haar dagen kan ze zich eindelijk overleveren aan Gods genade, en kan ze terugkijken op een leven dat weliswaar over een rampzalig en psychologisch enorm bezwarend parcours liep, maar wel geslaagd is.

Sigrid Undset, schrijfster van huwelijksromans

Ik ben mijn man ontrouw geweest.

Sigrid Undset
Met deze openingszin van haar debuut, de realistische, eigentijdse dagboekroman Marta Oulie uit 1907, raakt Sigrid Undset al meteen de thema’s aan die haar latere oeuvre hoofdzakelijk zullen kenmerken: het verlangen van de vrouw naar seksuele ontvoogding, het vruchteloze zoeken naar huwelijksgeluk, de onmacht om het te verwezenlijken, de ontrouw die erop volgt en het schuldgevoel dat daar de pijnlijke consequentie van is. Maar deze eerste zin uit haar eerste boek was ook de aanzet tot de controverse die Undset zou blijven achtervolgen: enerzijds stoorde de behoudsgezinde goegemeente zich aan de erotische vrijmoedigheid van haar werk, anderzijds vonden de voorvechters van de vrouwenemancipatie dat Undsets vrouwen al te uitdrukkelijk het traditionele gezinsleven en huwelijksgeluk nastreefden (4). Undset heeft die tegenstrijdigheid nooit aanvaard, volgens haar waren de begrippen ‘vrijgevochten vrouw’ en ‘gelukkig huwelijk’ perfect verenigbaar.

In het daaropvolgende decennium diept Undset die thematiek verder uit. Ze voegt dimensies toe en verbindt ingrijpendere ‒ negatieve of positieve ‒ psychologische consequenties aan het soms onvoorspelbare, soms doelgerichte gedrag van de vrouwen die in haar romans de hoofdrol spelen. In Jenny, de psychologische roman waarmee ze in 1911 internationaal doorbreekt, leidt het onbevredigde liefdesverlangen tot zelfmoord, maar in Lente uit 1914 weet de vrouw des huizes een huwelijkscrisis af te wenden en van haar gezin een liefdevolle, stabiele en veilige haven te maken.

Tot 1919 spelen Undsets romans zich in de eigen tijd af, in en rond de Noorse hoofdstad Kristiania (nu Oslo). Maar in de jaren twintig schrijft ze twee meesterwerken die ze in  de middeleeuwen situeert, een tijd die haar als historica uitstekend ligt: Kristin Lavransdochter en Olav Audunszoon op Hestviken. Voor het eerst duikt de religieuze dimensie op: God en kerk zijn als het ware immateriële personages met een bedrukkende functie. Verantwoording en schuld worden nu niet zozeer meer afgewogen tegenover de omgeving, maar (in sterkere mate) tegenover die hogere orde.

Die orde, en de daaraan vasthangende wetmatigheden van de kerk, worden door Kristin niet altijd goed begrepen. Haar twijfel en onzekerheid weerspiegelen in feite de innerlijke tweestrijd waarmee de schrijfster kampte tijdens het schrijven van deze roman; Sigrid Undset zal zich pas in 1924, dus twee jaar na het verschijnen van Kristin Lavransdochter, definitief tot het katholicisme bekeren.

Persoonlijke impressie

Ik las deze roman voor het eerst meer dan vijftig jaar geleden. Niet zozeer het verhaal zelf – daarvan bleven, na al die jaren, alleen de grote lijnen in mijn geheugen achter − dan wel de intense gevoelsmatige indruk die het boek destijds op mij had, maakte dat ik het nooit heb kunnen vergeten. En dus heb ik het, decennia later, nog een keer gelezen.

Sigrid Undset
Net als vijftig jaar geleden bleef ik ook nu overweldigd achter… Overweldigd door de bijzondere gevoelige en invoelende psychologische ontleding van het gevoelsleven van de hoofdpersonen, door de diepgang waarmee religieuze twijfel, geloof, bijgeloof, wroeging, schuld en boete fijnzinnig en uitermate geloofwaardig worden beschreven, door de aangrijpende manier waarop Undset de lezer confronteert met menselijke thema's als trouw en ontrouw, liefde en haat, leven en dood, tomeloos verlangen en frustrerende zelfontkenning, en tenslotte overweldigd ook door het onvergetelijke hoopvolle en tegelijk tragische einde, als Kristin uiteindelijk, moe maar gelouterd, haar leven kan afsluiten.

Kristin Lavransdochter werd geschreven met veel zin voor realisme en met uiterste aandacht voor de correctheid van de historische details over het leven in de veertiende eeuw. Undsets schrijfstijl is van een zachte eenvoud, in een beleefde, ernstige, nuchtere en vriendelijke taal weet ze het hele scala van menselijke gemoedstoestanden indringend over te brengen op de lezer. Het verhaal wordt volledig gedragen door de personages die ze onveranderlijk met liefde en respect benadert; ze is begripvol voor iedereen, en voor alles. Undset laat zich niet verleiden tot ellenlange, dramatische of poëtische landschapsbeschrijvingen en streeft geen literaire artisticiteit of vernieuwende bellettrie na, maar focust zich ten volle op de mensen in haar verhaal.

Het is moeilijk een breedschalig verhaal als Kristin Lavransdochter in één zin te vatten, maar ik doe toch een (zeer persoonlijke) poging: een roman over een vrouw die haar leven lang op zoek is naar respect voor haar eigenwaarde.

Plaats in de literatuur

Sigrid Undset
Meedeinend op de modernistische kunststroming die in de tweede helft van de 19de eeuw ontstond, zetten een aantal auteurs zich in het begin van de 20ste eeuw af tegen de verhalende, sentimentalistische literatuur van de romantiek. Met name ontstond in de jaren na WO I een literatuurstijl die een waarachtiger beeld van de 20ste-eeuwse samenleving ophing en een realisme cultiveerde waarin de mens centraal staat.

Dat laatste is, zoals eerder al gezegd, absoluut van toepassing op Kristin Lavransdochter. In deze roman komt Undsets realistische stijl tot volle bloei. Maar de sterke voorliefde voor de middeleeuwen was dan weer zeer kenmerkend voor de romantische literatuurstijl. Sigrid Undset behoort zonder twijfel tot de moderne stijlperiode, maar met Kristin Lavransdochter ‒ de latere Olav Audunszoon op Hestviken ‒ heeft ze zich dus (nog) niet definitief losgewrikt van de romantiek. De Noorse letterkundige Jörgen Bukdahl kwam ooit met de term “werkelijkheidsidealisme” (5) om die beide werken stilistisch te determineren, en die dekt, ook naar mijn mening, de lading perfect, wel te verstaan met de sterke nadruk op het realisme. Of om het werk historisch nog anders te kaderen: 1922, het jaar waarin Undset het derde deel van Kristin Lavransdochter publiceerde, was ook het jaar waarin James Joyce’s Ulysses verscheen …

Beknopte biografie (6)

De Noorse schrijfster Sigrid Undset (Kalundborg, Denemarken 20 mei 1882 - Lillehammer 10 juni 1949) was de dochter van archeoloog Ingvald Undset (1853 - 1893) en daardoor al vroeg geïnteresseerd in geschiedenis. Ze werkte een tijdje als kantoorbediende, maar kon in 1909 met een Noorse rijksbeurs voor een jaar naar Rome. Nadien legde ze zich uitsluitend toe op het schrijven.

Sigrid Undset aan haar schrijftafel in villa
‘Bjerkebæk’ in Lillehammer. Ze betrok de
villa na haar huwelijk met de schilder
Anders Castus Svarstad, en bleef
er na de scheiding wonen.
In 1912 huwde ze met de Noorse schilder Anders Castus Svarstad (1869 - 1943). Het huwelijk was echter geen succes, en vanaf 1919 leefden de echtgenoten gescheiden. In 1924 bekeerde ze zich tot het katholicisme, waarna ze in 1925 haar huwelijk met Svarstad liet ontbinden. Undset debuteerde al in 1907 met Fru Martha Oulie (Ned. vert.: Marta Oulie). Het schuldmotief en de droom van een ideaal huwelijksgeluk staan hierin centraal, en die thema's zullen haar gehele latere oeuvre kenmerken. In de jaren twintig verschijnen haar twee meesterwerken: Kristin Lavransdochter (1920-22, Ned. vert.: idem) en Olav Audunssøn (1925-27, Ned. vert.: Olav Audunszoon op Hestviken), die zich allebei afspelen in de middeleeuwen.

In 1928 ontvangt ze de Nobelprijs voor literatuur, vooral voor Kristin Lavransdochter, waarin haar realistische stijl zijn hoogtepunt bereikte. Uit afkeer voor het nazisme vlucht ze in 1940 naar de Verenigde Staten waar ze talrijke lezingen gaf over de Noorse cultuur. Ze keert in 1945 naar Noorwegen terug maar overlijdt er vier jaar later. Sigrid Undset was van grote betekenis voor de verbetering van de plaats van de vrouw in de Noorse maatschappij.

(1)   Dr. Victor Claes, Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur, deel VIII, p. 599
(2)   In de veertiende eeuw kwam de kerstening van Noorwegen pas goed op gang.
(3)   De vrouw die, geheel zelfstandig voor zichzelf én haar gezin de kost verdient, was tot dan toe een ongezien fenomeen in de Noorse literatuur. Dit “glazen plafond” werd door Undset doorbroken.
(4)   Zie hieromtrent: Dr. Victor Claes, Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur, deel VIII, 
p. 600
(5)   Bukdahl, J.,: “Sigrid Undset”,  Dietsche Warande en Belfort, jg. 1929.
(6)   Dit is een letterlijke kopie van de biografie die op www.hebban.nl is te vinden. Geen plagiaat, echter: de biografie op Hebban is door mij opgesteld.

Nederlandse titel: Kristin Lavransdochter
Oorspronkelijke Noorse titel: Kristin Lavransdatter
Delen: I. De bruidskrans, II. Vrouw, III. Het kruis.
Auteur: Sigrid Undset (20.05.1882 – 10.06.1949)
Nederlandse vertaling: Dr. Albertus Snethlage
Pagina’s: 1022
Categorie: wereldliteratuur
Genre: historische roman
Uitgeverij Meulenhoff Nederland B.V., Amsterdam
Eerste Nederlandse druk: 1948
Gelezen editie: 8ste druk, 1973

zondag 25 augustus 2019

Drago Jančar – Die nacht zag ik haar

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Querido





Krachtig verhaal over droom en werkelijkheid


Treffender kan dit verhaal niet beginnen. Het gekozen motto van H.C. AndersenOnze gefantaseerde vertellingen, geschapen uit de werkelijkheid...’ is de gedroomde start van deze roman. Tijdens het lezen komt dit thema, droom en daarbij aansluitend de illusie, als een rode draad terug. Het zorgt voor een meerdimensionaal boek waarbij Stefan (Stevo) het hoofdpersonage, niet alleen zijn eigen verhaal vertelt, maar meteen een zeer interessant politiek tijdsbeeld geeft.
De keuze van de auteur zijn verhaal te laten vertellen vanuit vijf verschillende invalshoeken is erg geslaagd en belicht de personages van diverse kanten.
Er zijn vijf langere hoofdstukken met elk zijn verteller.

Als eerste lezen we Stevo’s verhaal. Hij blikt terug op zijn tijd met Veronika. Aan het einde van dat hoofdstuk komt hij terug op het gedroomde beeld en kennen wij zijn visie op zijn tijd met haar. Hoe Veronika en hij elkaar hebben leren kennen, hoe hun kennismaking uitgroeide tot een liefdesverhouding, welke straf de legerleiding in petto had voor Stevo en Veronika’s reactie hierop.

‘Die nacht zag ik haar, ze stond bijna levensecht voor me. Ze liep in het midden van de barak tussen de stapelbedden door, waar mijn kameraden rustig in hun slaap lagen te ademen. Ze bleef bij mijn bed staan en keek even naar me, als in gedachten verzonken en een beetje afwezig, zoals altijd wanneer ze niet kon slapen en door onze woning in Maribor rondliep, bij het raam bleef staan, op bed ging zitten en dan weer naar het raam liep.’

Het is geen spoiler wanneer ik hier meld dat de verdwijning van Veronika Stevo bezighoudt. Er hangt een waas van geheimzinnigheid rondom de periode waarin Veronika en haar man verdwenen. Er moeten mensen geweest zijn die er meer van weten. Wat is er gebeurd, speelde Veronica's lichtzinnige levenswijze een rol en wat was het ware gezicht van haar echtgenoot?
Welke posities werden er ingenomen tijdens de oorlog? Is er verband tussen de Partizanen en de mensen rondom het echtpaar?

Stevo is cavalerist in Ljubljana en krijgt het verzoek een rijke, verwende jongedame paardrijlessen te geven. Het vervolg zou zich kunnen laten raden, ware het niet dat er factoren zijn die zorgen voor een grillig verloop. Veronika bevindt zich in een totaal ander milieu. De lessen verlopen niet geheel zonder strubbelingen, de jongedame is behalve excentriek ook kritisch tegenover de cavalerie en weigert zich als een rekruut te laten behandelen. De discussies zijn levendige passages vol wetenswaardigheden over het leger en de politiek, met de aantekening dat Veronika geen boodschap heeft aan politiek, ze wil gewoon ‘leven’. Makkelijk om zo’n standpunt in te nemen wanneer je je kunt permitteren apolitiek door het leven te gaan.
 
Haar manier van zorgeloos leven zal niet zonder gevolgen blijven. In tijden van oorlog kan het geen kwaad een beetje voorzichtig te zijn met wie je omgaat en dat is wat Veronika juist niet doet. Verwikkelingen met personeel, omgang met een Duitse arts zullen niet zonder gevolgen blijven. De manier waarop - verteld vanuit meerdere perspectieven - onthult op een bijzondere wijze de waarheid, waarbij interacties tussen de personages en psychologische processen subliem weergegeven worden.

Een bijzonder ontroerende rol is weggelegd voor Veronika’s dementerende moeder. Ook zij wordt slachtoffer, niet in de zin van fysiek verdwijnen, maar ze snapt helemaal niets van al het tumult om haar heen. Weet niet waarom ze moet verhuizen van de prachtige plek waar ze voorheen riant gehuisvest was bij haar dochter en schoonzoon. Wel heeft ze af en toe zeer heldere momenten, vooral wanneer er een gezicht opduikt dat haar in een klap terugbrengt naar een vroeger moment en zorgt voor een memorabele passage in de ontknoping.

‘Ze waren allemaal vrolijk en uitgelaten, en vanuit de ramen en vanaf de balkons werd er naar ze gezwaaid. Ineens zag ik een man die even stil bleef staan en naar boven keek, naar mijn raam en naar mij, leek het. Het was een gedrongen man met brede schouders, hij had donkere wallen onder zijn ogen, zoals je ziet bij mensen die de hele nacht opblijven of slecht kunnen slapen. Zijn gezicht kwam me bekend voor, misschien was hij een van de mensen die bij ons op het landgoed werkten. Ik schrok een beetje van de manier waarop hij keek, ik zag daarin iets bekends, maar ook iets vreemds. Toen draaide hij zich om, liep door en verdween in de menigte.’

Lees dit boek en laat je meevoeren in het gevoelsleven van mensen die leefden in een onrustige tijd en die niet altijd de consequenties konden overzien van hun keuzes. Een universeel gegeven en daarmee herkenbaar. 

 

De auteur

Drago Jančar (Maribor, 13 april 1948) is een van de belangrijkste hedendaagse Sloveense schrijvers. Hij is ook actief als scenarioschrijver, toneelschrijver en essayist. Hij staat in zijn thuisland eveneens bekend om zijn maatschappelijk engagement en zijn kritische houding tegenover de politiek.
Drago Jančar begon als tiener al met schrijven en zijn werken staan onder invloed van het modernisme. Een van zijn centrale thema’s is het conflict tussen het individu en repressieve instellingen zoals gevangenissen, psychiatrische ziekenhuizen, militaire kampen en slavernij (zie Jančars roman De galeislaaf). Jančar staat bekend om zijn laconieke en uiterst ironische stijl, die tot uiting komt in tragikomische wendingen. In veel van zijn romans onderzoekt hij concrete gebeurtenissen en omstandigheden uit de Centraal-Europese geschiedenis, wat voor hem een voorbeeld van de condition humaine is.

Jančar staat niet alleen kritisch tegenover de politieke situatie in zijn eigen land, in zijn essays laat hij zich ook uit over buitenlandse problemen zoals bijvoorbeeld in Kort bericht uit een lang belegerde stad (Kratko poročilo iz dolgo obleganega mesta), waarin hij contempleert over de Oorlogen in Joegoslavië en hij de rol van intellectuelen in etnische, nationale en politieke kwesties problematiseert. Tijdens de jaren 90 voerde hij een polemiek met de Oostenrijkse schrijver Peter Handke over het uiteenvallen van Joegoslavië.

Titel: Die nacht zag ik haar
Auteur: Drago Jančar
Uitgever: Queido
ISBN: 9789021406954
Vertaling: Roel Schuyt
Genre: fictie
Pag.: 224
Verschenen: 2010, deze editie 2018

vrijdag 23 augustus 2019

Bianca Boer - DRAⱯIDAGEN

Recensie door Truusje
Uitgeverij Atlas Contact

'De geschiedenis is een zooitje
waar wij een verhaal van maken.'
- Marcel Möring, Louteringsberg
De oorlog voorbij

Een ongepland avontuurtje met een medestudent doet Judith besluiten om te stoppen met haar studie filosofie. Haar kamer zegt ze op en trekt weer in bij Nini, haar oma die haar heeft grootgebracht nadat haar dochter - moeder van Judith, vader onbekend - vroeg kwam te overlijden. De twee zijn op elkaar aangewezen, daar ze alleen nog elkaar hebben.

Al snel blijkt dat haar oma fysiek achteruit is gegaan en ook haar geheugen lijkt haar steeds vaker in de steek te laten. Stukje bij beetje geeft ze haar herinneringen prijs over haar oorlogsverleden. Herinneringen die haar steeds verdrietiger, achterdochtiger en angstiger maken. Ze vertelt Judith over de deportatie naar Auschwitz en het verlies van haar eerste man en dochtertje. Daardoor krijgt het herbeleven van de oorlog een steeds grotere lading. Judith ontdekt door deze verhalen dat ze eigenlijk maar bitter weinig weet van de geschiedenis van haar familie

Ze strijdt met de vraag wat ze met haar toekomst wil en besluit te reageren op een advertentie waarin wordt gevraagd naar figuranten in een Nederlandse film en vrijwel direct wordt ze gebeld met de aanbieding om als edelfigurant te fungeren, in de rol van verpleegster. Een uitgelezen kans om haar oma misschien beter te kunnen begrijpen.

'Ze vraagt of mijn haar eraf mag. Ik begrijp niet goed wat ze zegt. Of het geknipt mag, mijn haar? Dat ik daar uiteraard een extra vergoeding voor krijg, haast ze zich te zeggen. 'Ik ben dol op films,' zeg ik. Ze legt uit dat het een bijzondere productie is over de Tweede Wereldoorlog. Ik kijk opzij naar jou, het is een reflex. Je hoort niets, natuurlijk niets. 'Ik wil weten hoe het is.'

De film draagt de titel 'De krankzinnigen' en speelt zich af in de voormalige Joodse instelling 'Het Apeldoornse Bosch', waarvan de patiënten te maken krijgen met de deportaties.
De combinatie van de draaidagen en de zorg voor haar oma is niet gemakkelijk en Judith staat meer dan eens voor een dilemma hoe ze dit het best in de juiste vorm kan gieten. Meer dan eens is ze genoodzaakt om een beslissing te nemen die niet altijd even handig blijkt uit te pakken.

‘Jouw oorlog zal met jou sterven. Ik kan er nog zoveel over weten, tegelijk begrijp ik er niets van.’

Op beklemmende wijze weet de auteur met dit verhaal de lezer onder de huid te kruipen, net als de draaidagen dat doen bij Judith. Naarmate de opnamen vorderen lijken de levensechte gebeurtenissen grenzen te overschrijden tussen heden en verleden, fictie en werkelijkheid. Ze lopen naadloos in elkaar over en wervelen op zeer inventieve wijze door elkaar heen.
Het horen vertellen over de trauma's van de oorlog en het 'aan den lijve' ondergaan - als is het maar een paar uur per dag - grijpen Judith meer dan eens bij de strot en ze kan haar emoties niet altijd de baas. Hierdoor echter ontpopt ze zich al snel tot een gewaardeerd acteertalent.

Het bijzondere aan dit romandebuut is dat, buiten de ik-vorm waarin het is gegoten, ook het minder vaak voorkomende jij-perspectief wordt gebruikt, waarmee Judith haar gedachten en de gebeurtenissen aan Nini vertelt. Dialogen en innerlijke monologen wisselen elkaar af, waardoor ik me uitstekend kon inleven in de gedachten van het hoofdpersonage. Doordat de auteur gebruik maakt van een compacte en lucide schrijfstijl is het verhaal gemakkelijk te lezen. Geen overbodig bloemrijke taal, wel heel beeldend.

De auteur maakt veel gebruik van korte zinnen, soms zelfs één, twee of drie woorden. Dat is in beginsel wel even wennen, evenals dat het verhaal van start gaat met de beslommeringen van een jonge studente. Het kan het idee geven dat je te maken hebt met een roman voor jong volwassenen, maar gaandeweg het verhaal komen steeds meer aspecten van angst, verdriet, onvermogen en het maken van de juiste keuze naar voren. De sfeer wordt grimmiger en steeds levensechter, niet alleen voor Judith maar ook voor de lezer. De strijd die ze met zichzelf moet voeren is uiterst voelbaar.

Kort gezegd: - misschien clichématig, maar welgemeend - dit verhaal ontroert, zuigt je mee en zindert na. Een uiterst lovenswaardig romandebuut!!!

Auteur

Bianca Boer (1976) is schrijver, dichter en schrijfdocent. Ze won de Nieuw Proza Prijs, publiceerde in De Gids, Tirade en Passionate en trad onder meer op tijdens Crossing Border. In 2007 werd haar verhalenbundel Troost en de geur van koffie genomineerd voor de Selexyz Debuutprijs. In 2010 verscheen de dichtbundel Vliegen en andere vogel en eind 2017 verscheen Auch das ist Geschichte, Ein poetischer Dialog in Briefen, waarin ze met de twee Duitse dichters Ellen Widmaier en Katharina Bauer van gedachten wisselt over kunst, schrijven en literatuur. Haar nieuwe roman 'Draaidagen'is verschenen in de zomer van 2019.  Ook schrijft Bianca Boer theaterteksten, bijvoorbeeld voor de locatievoorstelling De paardenmonologen onder regie van Wim Staessens, die te zien was op Oerol 2010.

Titel: Draaidagen
Auteur: Bianca Boer
Pagina's: 272
ISBN: 9789025455576
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: juni 2019