maandag 10 september 2018

Willem Elsschot-Tsjip/De Leeuwentemmer

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Polis





Natuurlijk en poëtisch….



Bejubeld

Deze dubbelroman van Alfons de Ridder, alias Willem Elsschot, is een ode aan kleinzoon Tsjip, die bejubeld wordt op een bekende en deels ook nog onbekende Elsschot. We nemen aan dat schrijven voor Elsschot niets meer of minder betekende dan zijn dagelijks leven op te tekenen. 

Door het lezen van dit boek kun je als lezer niet heen om de enorme liefde van de auteur voor zijn kleinzoon en ook dat Elsschot, met behoud van stijl, die gevoelens kan overbrengen. Houd de tissues gereed, die kunnen nodig zijn. Waren zijn vorige werken veelal humoristisch, ironisch of meer, hier spreekt de liefhebbende opa, vader en echtgenoot.

Ook dit deel is een gloednieuwe heruitgave. Een leeuw met Tsjip als leeuwentemmer prijkt op de omslag, het nawoord is van Koen Rymenants.

Structuur

Het boek is opgedragen ‘aan mijn kleinzoon Jan Maniewski’, hierna onmiddellijk gevolgd door een inleiding met de titel ‘Opdracht’, daarna de roman Tsjip. Het laatste gedeelte van Tsjip wordt gevormd door 3 hoofdstukken die samen ‘Achter de schermen’ genoemd zijn. Hierin geeft Elsschot een inkijkje in zijn schrijfproces, bijzonder interessant en ook humoristisch beschreven. Daarna volgt De Leeuwentemmer.

Vreemdeling

‘Ik herinner me niet precies meer hoe en wanneer de vreemdeling in huis gekomen is, maar hij loopt hier nu voortdurend rond.’

Zo begint hoofdstuk 1 en zet meteen de toon. Je voelt het ongemak waarmee deze vreemdeling het huiselijk ritme verstoort en zolang er geen openheid van zaken gegeven wordt wat de precieze rol is van deze vreemdeling wordt er om de hete brij heengelopen. De vreemdeling in kwestie is een Pool, Bennek is zijn naam, en is in huis gehaald om te blokken met Adele, de oudste dochter van Frans Laarmans. Bennek en Adele zitten samen op de handelsschool en kunnen elkaar helpen met leren, maar daar blijft het natuurlijk niet bij. Op de eerste de beste bladzijde komt Elsschot met één van zijn bekende motieven op de proppen, de Pool klapt zijn hakken tegen elkaar bij het begroeten, dat is een van de vele martiale termen die gebruikt worden als motief of als metafoor. Elsschot maakt graag gebruik van deze terminologie, wat te denken van wapengekletter van lepels en vorken of ‘poortjesbenen’, overgehouden uit zijn tijd bij de bereden artillerie en waar de kinderen als kleuters tussendoor kropen.

Huwelijk

Wanneer blijkt dat de vreemdeling dingt naar de hand van zijn dochter verandert de situatie. Niet langer klinkt het gefluister van familie en bekenden, maar wordt een bruiloft voorbereid. De locatie wordt de ‘residence secondaire’ van de familie, dit huis bevindt zich aan zee. De plek behoort al lang aan de familie en het weerzien van bekenden in ‘Vogelzang’ tijdens het drinken van een bier levert prachtige beschrijvingen op.

‘Mathieu de aannemer met vier van zijn metselaars die tevens maats van hem zijn en Buk die niets doet en voor een ledig glas staat. Zij spuwen er lustig op los zonder elkaar te raken en ik spuw dadelijk mee om te laten blijken dat wij nog steeds broeders zijn.’ (blz. 78)

Tot de gasten behoren onder anderen broer Karel en mijnheer Van Schoonbeke, beiden werden ook opgevoerd in ‘Kaas’. Er wordt getrouwd in het gemeentehuis van Coxyde, zonder veel toeters en bellen was dit snel gebeurd. De kerk werd in eerste instantie overgeslagen, maar na enig overleg en twijfel moest Adele in allerijl gedoopt en bijgespijkerd worden in de catechismus en wordt er uiteindelijk toch in de kerk getrouwd. Dit huwelijk kon zomaar niet meer ontbonden worden, ‘tot de dood ons scheidt’.

Polen

Tot verdriet van de hele familie vertrekt het stel naar hun nieuwe stek, Polen. Het is politiek onrustig in Europa, de vrede van Versailles in 1918 heeft bij de Duitsers kwaad bloed gezet. Elsschot stipt de dreiging regelmatig aan en vindt Polen geen veilige plek voor zijn dochter.
Uit Polen komt er plotseling het bericht dat Adele zwanger is en zie hoe de vrouw van Laarmans zich de rol aanmeet als toekomstige oma

‘En toen zijn de poppen aan het dansen gegaan. De naaiwinkel was nog diezelfde avond weder volop in actie en er wordt haakwerk geproduceerd als voor een heel regiment kabouters. Het wit, roze en hemelsblauw verlichten onze huiskamer zodat er geen bloemen meer in nodig zijn.’ (blz. 109)

Tsjip

Wanneer Jan in België op bezoek is bij zijn grootouders loopt Laarmans met hem op de arm in de tuin en worden zij door de mussen begroet, dit levert hem de bijnaam Tsjip op. In diezelfde tuin wordt ook, net als bij Mozes, een Verbond gesloten met de kleinzoon. Het is in dit laatste hoofdstukje van Tsjip dat Laarmans zich van zijn gevoelige kant laat zien en zich met liefde en engelengeduld zal wijden aan zijn grootvaderschap.

In De Leeuwentemmer vertelt Laarmans de avonturen met zijn kleinzoon, dit doet hij in briefvorm aan Walter, zijn oudste zoon. In de zo typerende stijl van Elsschot wordt de lezer vermaakt met de vragen van een jochie aan zijn opa. Een leeuw speelt hierin een belangrijke rol. Zoals een goed opa betaamt moet hij antwoord geven op vragen over de sterkste, is het Duitsland of de leeuw? Dit geeft de auteur de kans om iets te ventileren over de positie van Duitsland.

Zinkend schip

Behalve militaire metaforen gebruikt Elsschot bijzonder veel beeldspraak uit de zeevaart. Het geeft gevoelige onderwerpen een stoer tintje, doet denken aan die bekende sterke snoepjes en een huilende schipper…
Het gezin Laarmans is als een bemanning op een schip, dat zelfs een naam heeft: ‘Revolution’, dit schip dreigt te zinken, of op zijn minst water te maken na de scheiding van Adele en Bennek. Tsjip wordt toegekend aan de moeder, maar wanneer hij na een vakantie bij zijn vader in Polen niet terugkeert is Leiden in last. Uiteindelijk zal Adele het schip van de ondergang redden.

Conclusie

Deze roman is tot nu toe mijn meest favoriete van Elsschot. Andere titels zijn ook erg mooi, maar deze laat me intens meeleven en genieten van de gevoelige Laarmans. Niet alleen het kleinkind, maar het hele gezin wordt liefdevol bij elkaar gehouden. Ook wanneer er eens een vergissing begaan is, blijft hij pal achter z’n gezin staan.
Over de stijl hoef ik weinig meer te zeggen, die is - net als in zijn andere werk - humoristisch, ironisch, vol metaforen, thema’s en verwijzingen. Het poëtische zit vooral in beschrijvingen van de natuur en ik zou niet weten aan wie het boek niet besteed zou zijn.

De auteur

Willem Elsschot (pseudoniem van Alphonsus Josephus de Ridder) (Antwerpen, 7 mei 1882 – aldaar, 31 mei 1960) was een Vlaamse romanschrijver en dichter. Hij schreef poëzie en 750 pagina's proza, met als bekendste titels Lijmen/Het been (roman, 1923 en 1938) en Kaas (roman, 1933). Zijn beroep was reclameman. (bron: Wikipedia)


Titel: Tsjip/De Leeuwentemmer
Auteur: Willem Elsschot
Uitgever: Polis
ISBN: 9789463102575
Genre: literaire roman
Pag.: 304
Verschenen: 2018

vrijdag 7 september 2018

Min Jin Lee - Pachinko


Recensie door Truusje
Uitgeverij J.M. Meulenhoff



'Hoewel thuis maar een begrip is, een woord, is het een krachtig woord,
krachtiger dan de krachtigste bezwering ooit door tovenaars uitgesproken
of door geesten beantwoord.'
Charles Dickens - 'Martin Chuzzlewit'


Veel beslissingen in het leven worden op de gok genomen

'Pachinko*' - een titel die tot de verbeelding spreekt - is een relaas over de politiek-historische geschiedenis van Koreaanse migranten in Japan - de periode van 1910 tot 1989 - en wordt als een rode draad verweven in deze fascinerende familiesaga over vier generaties van een kleine Koreaanse familie. Een fictieverhaal gebaseerd op waargebeurde feiten.

In 1910 lijft Japan Korea in, de Japanse kolonisatie die gepaard gaat met veel politieke onrust. Het Koreaanse leven wordt zwaarder door de krappe financiële middelen. Yangjin, Hoonie en hun dochter Sunja hebben hun huis in het vissersdorpje Yeongdo opengesteld voor betalende kostgangers. Onder hen de doodzieke jonge dominee Baek Isak, die het huis aandoet omdat zijn broer Baek Yoseb hem heeft verteld van zijn goede ervaringen daar.

Wanneer Sunja zwanger raakt van de getrouwde Koh Hansu, stelt hij voor dat hij haar een huis geeft en financieel voor haar en hun kind garant zal staan, maar wanneer ze hoort dat hij een getrouwd man is en vader van drie kinderen wil ze niets meer met de hem te maken hebben.
Isak hoort van de zwangerschap en biedt aan om met haar te trouwen en het kind als de zijne te aanvaarden. Zijn enige wens is om samen naar Japan te reizen om zich bij zijn broer en zijn vrouw Kyunghee te voegen en zich sterk te maken voor het Koreaanse christelijke geloof. Sunja neemt het aanbod van de integere man aan en ze vertrekken naar Osaka waar we het verhaal van Sunja verder volgen.

'Ze stapten uit in Ikaino, het getto van de Koreanen. Toen ze daar aankwamen bij het huis van Yoseb zag het er heel anders uit dan de mooie huizen die ze op de route vanaf het starion was gepasseerd. De lucht van beesten verdrong die van eten dat werd klaargemaakt en zelfs de stank van de privaathuisjes. Sunja wilde een hand voor haar neus en mond slaan, maar hield zich in.
Ikaino was een onzalig oord, een samenraapsel van sjofele woningen. Het waren krotten, ondeugdelijk in elkaar gezet met tweederangs materiaal. [...] Veel metalen daken waren doorgeroest. De woningen waren niet veel steviger dan hutten of tenten.'

De Koreaanse auteur Min Jin Lee woonde in 1989 een lezing bij over de zainichi, zoals de Koreaanse migranten tijdens de Japanse kolonisatie wel werden genoemd. Met haar man verhuisde ze jaren later naar Tokio en kreeg ze de kans om Koreaanse migranten te interviewen. Ze heeft bijna dertig jaar zitten 'broeden' op dit verhaal en dat komt in de details en feiten goed naar voren.

Over het algemeen dichtten de Japanners de Koreanen negatieve stereotypen toe en kregen de zainichi te maken met onrechtvaardigheid, discriminatie en slechte leefomstandigheden. Het verkrijgen van een permanente verblijfsstatus of de Japanse nationaliteit bleek een zeer ingewikkelde aangelegenheid. Zelfs kinderen die in Japan zijn geboren moesten zich op hun achttiende nog officieel melden voor hun papieren. Voor hetzelfde werk kregen de Koreaanse mannen minder betaald dan hun Japanse collega's.
Het bleek zeer eenvoudig om Koreanen zonder proces op te sluiten en ze jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden te laten verpieteren. Zonder bezoek, zonder voldoende voedsel en zonder uitzicht op vrijlating. Een ernstige ziekte en aanstaande dood waren de enige kansen om met de familie herenigd te worden.
Dit overkomt ook Isak. Hij wordt in de aanloop van de Tweede Wereldoorlog gevangen gezet, omdat hij het opneemt voor een christenjongen.

Sunja en haar zoontjes Noa en Mozasu - De laatste is ook Izak's kind - worden als vanzelfsprekend onderhouden door haar zwager en schoonzus, maar ze wil toch zelf ook haar kostje verdienen door zelfgemaakt etenswaar te verkopen op de markt. A hell of a job voor een migrant om tussen de Japanse marktlieden een plaatsje te vinden, maar de dappere Sunja zet door en zoekt mogelijkheden om haar kinderen een goed leven te bieden en hen te kunnen laten studeren. Ze moet soms noodgedwongen haar trots opzij zetten door onorthodoxe beslissingen te nemen.

Noa en Mozasu hebben buitenshuis geen gemakkelijk leven en hebben het moeilijk met hun Koreaanse afkomst. Ze zijn vaak slachtoffer van vooroordelen en pesterijen, zelfs Muzasu die in Japan is geboren. Vooral de intelligente Noa probeert op school ijverig te zijn, stilletjes in de achterhoede te blijven en zich voor te doen als een Japanner. Tijdens zijn volwassen leven weet hij het, uit schaamte voor zijn afkomst, zelfs geheel te verbergen dat hij geen Japanner is.
Zonder dat ze het weet blijft Hansu op de hoogte van het wel en wee van Sunja en de kinderen en zijn rol in haar kleine familie blijft groot. Hansu zit goed in zijn slappe was, runt restaurants, een pachinkohal en wordt gezien als een rijke yakuza**, maar wanneer de nood hoog is brengt hij haar spullen en voedingsmiddelen.

'Ik heb vlees en gedroogde vis meegebracht. Er zitten ook blikken fruit en chocoladerepen bij uit Amerika. [...] In de onderste krat zitten lappen stof; volgens mij kunnen jullie allemaal wel  wat nieuwe kleren gebruiken. Er is een schaar bij, er zijn naalden en garen', zei hij, trots dat hij met die spullen was komen aanzetten. 'De volgende keer neem ik wol mee.'
Sunja wist niet meer wat ze hiermee aan moest. Niet dat ze ondankbaar was. Waar het op neerkwam was dat ze zich schaamde voor haar leven, haar machteloosheid.'

Wanneer de Tweede Wereldoorlog op de achtergrond woedt, is het voor de familie te gevaarlijk om terug te keren naar Korea. In 1950 breekt de Koreaanse oorlog uit en wordt het moederland opgedeeld in Noord- en Zuid-Korea, waardoor de kans op terugkeer nog kleiner is geworden.

Pachinko hall
Alle leden van de hardwerkende familie van Sunja krijgen gedurende hun leven van doen met het maken van keuzes. Niet elke keuze blijkt achteraf de juiste of meest verstandige te zijn. Soms is het maken van een keuze een gok en zo kom ik terug bij de titel van het boek.
Zowel in het leven als bij de Pachinko* moet je soms een gok nemen en weet je  van te voren niet hoe het zal lopen. Er wordt gespeeld in de hoop geluk te hebben.
Als metafoor is Pachinko fraai verweven in dit ingrijpende verhaal.

'[...] er konden maar een paar winnaars en veel verliezers zijn en toch speelden we verder, omdat we hoopten dat we de gelukkigen zouden zijn. Hoe kon je boos worden op diegenen die in het spel wilden zijn? Pachinko was een dwaas spel, maar het leven niet.'

De personages zijn boeiend en levensecht neergezet. Ze worden psychologisch fantastisch uitgediept, zodat het met hen identificeren als vanzelf gaat. De familieleden zijn liefdevol voor elkaar, ook in de moeilijke tijden, maar het wordt pijnlijk duidelijk dat schaamte de liefde danig in de weg kan zitten.
Het boek opent met zeer beeldend, beschrijvend, minutieus en gedetailleerd proza. Soms misschien iets té beschrijvend, zodat er niets aan het toeval wordt overgelaten en je als lezer minder zelf hoeft na te denken, maar doordat het geen westers land betreft - met andere tradities en gewoonten - is dat absoluut niet storend en maakt het dit verhaal juist zeer levend en echt.

Mijn ervaring met boeken die een periode van veel jaren overspannen, is dat ik in het laatste gedeelte vaak wat teleurgesteld raak. (Bij een prachtig boek dat in een tweede deel voortborduurt op het succes van het eerste deel heb ik dat ook.) Zoals er, in de bijna tachtig jaar dat dit verhaal overspant, veel verandert in de loop der tijd, zie je ook de schrijfstijl veranderen van lieflijk proza naar meer grimmiger in oorlogstijd en naarmate we dichter naar het heden komen. In het derde en laatste deel raakt ook dit boek wat van zijn betovering kwijt. Doordat de familiestamboom uiteraard groter en breder wordt, komen er logischerwijze meer personages ten tonele. Het is jammer dat er dan, in tegenstelling tot de eerste twee delen, minder aandacht wordt besteed aan het psychologisch uitdiepen van die karakters. Het epische van het verhaal blijft daar jammer genoeg meer aan de oppervlakte en het krijgt een wat vluchtig, gehaast karakter.

Toch raad ik wel aan om dit schitterende boek te lezen. Het hield mijn aandacht vast tot de laatste bladzijde, de fictie die op waarheid is gestoeld is interessant en in het dankwoord geeft de auteur aan hoe het verhaal is ontstaan.
De vele verhaallijnen zorgen voor een behoorlijke gelaagdheid. Een helder, rijk, maar hartverscheurend verhaal. Ik heb me absoluut geen tel verveeld. 

Kijk ook eens naar de prachtige stofomslag en cover. Tal van kraanvogels staan erop afgebeeld. In Aziatische landen staat deze vogel als geluksbrenger symbool voor een lang leven, vrede en gerechtigheid. De boodschapper van wijsheid en het symbool van vrijheid.

Pachinko* is een mechanisch spel dat van oorsprong uit Japan komt en beschouwd wordt als een arcadespel, maar veel vaker als een gokautomaat. Het is in grote mate vergelijkbaar met de westerse gokautomaat. Een pachinkomachine lijkt op een verticale flipperkast, maar heeft geen flippers en maakt gebruik van een groot aantal kleine balletjes. 

De Yakuza** is een Japanse criminele organisatie die al meer dan 100 jaar actief is. Door de buitenlandse pers wordt de Yakuza ook wel de Japanse maffia genoemd. In Japan zelf staat de organisatie verder bekend als gokudō of bōryokudan; 'gewelddadige groep(en)' bij de Japanse politie en de media, en als ninkyō dantai; 'ridderlijke organisaties' binnen de Yakuza zelf.

Auteur

Min Jin Lee is in 1968 geboren in Seoul, Zuid-Korea. In 1976 verhuisde ze met haar familie naar New York waar ze opgroeide. Als nieuwe immigrant leerde ze lezen en schrijven in Queens bibliotheek. Ze studeerde geschiedenis en rechten en van 2007 tot 2011 woonde ze vier jaar in Japan. In haar werk heeft ze zich laten beïnvloeden door 'Middlemarch' van George Eliot, 'Cousin Bette' van Honoré de Balzac en de Bijbel.

Titel: Pachinko
Auteur: Min Jin Lee
Vertaling: Ineke Lenting & Paul van der Lecq
Pagina's: 512
ISBN: 9789029092494
Uitgeverij J.M. Meulenhoff
Verschenen: maart 2018

donderdag 6 september 2018

Michael Cunningham - De Uren

Recensie door Tea van Lierop
Uitgever Prometheus



Alles wat de klok slaat ademt Virginia Woolf



Wat een idee om Virginia Woolf en Mrs Dalloway in een roman te verwerken waarin het leven van drie vrouwen gevolgd worden gedurende één dag! De verhalen van deze drie personages wisselen elkaar af zodat het een mozaïek wordt van stemmingen, stream of consciousness*, terugblikken, spijt, feest, liefde en de bijbehorende teleurstellingen.

Mrs Dalloway, het boek van Virginia Woolf (1925) had in eerste instantie The Hours als titel en was haar antwoord op de roman Ulysses van James Joyce. Woolf had nogal wat kritiek op Joyce's Ulysses, later kwam ze daar op terug. Beide romans spelen zich af binnen één dag, net als De Uren van Michael Cunningham.

The Hours is een Brits-Amerikaanse dramafilm uit 2002, geregisseerd door Stephen Daldry. De hoofdrollen worden vertolkt door Nicole Kidman, Meryl Streep, Julianne Moore en Ed Harris. Het scenario is gebaseerd op het gelijknamige boek van Michael Cunningham.

De film focust zich op drie vrouwen uit verschillende generaties, wier levens met elkaar zijn verbonden door de roman Mrs. Dalloway van Virginia Woolf. De film kreeg overwegend lovende kritieken en werd voor negen Oscars genomineerd.

Het thema in De Uren is het onvermogen van de vrouwen om hun leven zin te geven. De proloog van het boek is de voorbode van wat er komen gaat, Virginia loopt met haar jaszakken vol stenen het water in en pleegt zelfmoord. Een aangrijpend begin en erg beeldend en gedetailleerd beschreven. Woolf heeft oog voor haar omgeving:

'Ze kijkt stroomopwaarts naar de visser die een rood jack aanheeft en haar niet ziet. Het gele, troebele oppervlak van de rivier (van zo dichtbij gezien eerder geel dan bruin weerspiegelt de lucht)'

De afscheidsbrief voor haar man Leonard vertelt over de ongelijke strijd die ze moet leveren tegen de stemmen die ze hoort, het concentratieverlies en de angst dat ze deze keer niet zal genezen van haar gekte. Ze bedankt Leonard voor de gelukkige tijd die ze hadden voor haar ziekte.

De titel vertelt al iets over het belang van de tijd, door het hele boek speelt de tijd een rol. Niet alleen als tijdwaarneming en het verlopen van de uren, maar ook het slaan van klokken als onderdeel van het leven in de stad met al zijn vertrouwde geluiden. Tijd lijkt hiermee een leidmotief te zijn en dit past ook bij ander werk van Woolf: Mrs Dalloway en De Jaren.
De verschillende tijden waarin de drie geportretteerde vrouwen leven, sluiten hier naadloos bij aan. Ook die zeggen iets over het verstrijken van de tijd. Woolf leeft in 1923 en is schrijft aan Mrs D., boekenwurm Mrs Laura Brown leest in 1949 Mrs D. en tenslotte is er Clarissa Vaugh, bijgenaamd Mrs D., het derde personage.

Eigenlijk lijkt het boek vol motieven te zitten wanneer je erop gaat letten, maar het feest, de bloemen en spiegels springen eruit. Het feest is zo'n beetje het uitgangspunt in Mrs D. van Virginia Woolf, een handig motief, want hierin kun al wat van belang is verwerken. De gasten en hun onderlinge verhoudingen, irritaties, wie worden er wel of niet uitgenodigd, de bloemen en de hapjes, wie verzorgt wat en daarna natuurlijk de teleurstellingen van te hoog gespannen verwachtingen.
Over relaties gesproken, homoseksualiteit is ook één van de vele motieven, kussen die wel of niet door de beugel kunnen, min of meer openlijke verhoudingen, acceptatie en aids zijn terugkerende onderwerpen die een rol spelen.

Oorlogen en sporen die ze achterlieten komen voor in Mrs D.en in De Uren:

'Op dit ogenblik doet Clarissa Louis aan een soldaat denken. Ze lijkt de ouder wordende wereld te bezien vanuit een voorbijgaande werkelijkheid, ze lijkt net zo triest, onschuldig en onoverwinnelijk als de doden op die foto's.'

Vergankelijkheid, vergane glorie zijn allemaal termen voor het verstrijken van een tijd. Een tijd waarin het leven hoopgevend was, zin had, waarin er dromen waren, de liefde bloeide, er nog plannen gemaakt werden. Nu niet meer, er wordt hoofdzakelijk slechts teruggekeken en er is weinig vreugde meer te ontdekken in de personages, ze zijn uitgeblust.

Het personage dat Mrs D. leest, Laura Brown, gaat aan het eind van het boek nog voor een ontknoping zorgen. Maar eerst is ze nog de ongelukkige huisvrouw die zich het liefst in bed verstopt met haar roman. Helaas heeft ze een aantal verplichtingen, haar man Dan is vandaag jarig en ze heeft te zorgen voor zoontje Richy. De tweede is op komst. Een schitterend uitgewerkt hoofdstukje is wanneer ze voorbereidingen moet treffen voor de verjaardag van Dan, ja alweer dat feest! Er zal en moet een taart gebakken worden waarbij de verwachtingen bij lange na niet opwegen tegen het resultaat. Tijdens het maken van de taart denkt ze aan al haar tekortkomingen, vooral onoprechtheid houdt haar bezig, zowel van haarzelf als van haar man. Doen alsof je blij bent met de cadeautjes die met zorg uitgezocht zijn. Dan heeft daar een handje van, hij vindt alles ‘schattig’, Laura weet achteraf niet goed waarom ze eigenlijk getrouwd is met Dan, uit liefde, uit schuldgevoel, uit angst alleen te zijn, uit vaderlandsliefde.

‘Hij was gewoon te goed, te aardig, te serieus, te welriekend om niet mee te trouwen. Hij had zoveel geleden. Hij wilde haar.'

Het is niet alleen kommer en kwel in het boek, zo af en toe is een glimlach op zijn plaats. Wanneer haar vriendin Kitty onverwacht voor de deur staat en Kitty’s man ter sprake komt lezen we Laura’s gedachten:

‘Ray is niet echt een probleem – geen totale mislukking – maar hij is op de een of andere manier Kitty’s versie van Laura’s taart, in hoofdletters.’

Dit boek heb ik gelezen ongeveer een jaar nadat ik Mrs D. las. Er was veel herkenning. Door het verspringen van tijd, personage en namen die dubbel voorkomen, bestaat de kans dat je af en toe even moet terugbladeren. Ik vond dat geen enkel probleem, integendeel, ik vind het een prachtige ode aan Virginia Woolf en het geeft Mrs D. een extra dimensie.

*Stream of consciousness (Engels voor 'stroom van bewustzijn') is een verhaaltechniek die toegepast wordt bij fictie met de bedoeling een veelvoud aan indrukken weer te geven die zich aan het bewustzijn van een individu spontaan opdringen. (bron: Wikipedia)

Virginia Woolf

Virginia Woolf (Londen, 25 januari 1882 – Lewes (Sussex), 28 maart 1941) was een Brits schrijfster en feministe. Tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog was Woolf een belangrijke figuur in het literaire leven van Londen. Ze was lid van de Bloomsburygroep.
Woolf werd als Adeline Virginia Stephen geboren te Londen, in een klassiek Victoriaans gezin. Haar vader Sir Leslie Stephen was een bekend redacteur en literair criticus. Na de dood van haar moeder, Julia Jackson, in 1895 maakte ze haar eerste zenuwinzinking door. Later zou ze in haar autobiografische verslag 'Moments of Being' laten doorschemeren dat zij en haar zuster Vanessa Bell slachtoffer waren geworden van seksueel misbruik door hun halfbroers George en Gerald Duckworth. Na de dood van haar vader verhuisde ze met haar zuster Vanessa naar een huis in Bloomsbury. Ze vormden het begin van een intellectuele kring die bekend zou worden als de Bloomsbury-group, en waarvan onder meer John Maynard Keynes deel zou uitmaken.

In 1905 maakte ze van schrijven haar beroep. Aanvankelijk schreef ze voor het Times Literary Supplement. In 1912 trouwde ze met Leonard Woolf, een ambtenaar en politicoloog. Haar eerste boek, 'The Voyage Out', kwam uit in 1915. Virginia en haar man woonden afwisselend in Londen en Rodmell, waar ze in 1919 Monk's House hadden aangekocht. Ze publiceerde romans en essays, en had zowel bij de literaire kritiek als het grote publiek succes. Veel van haar werk gaf ze zelf uit via de uitgeverij Hogarth Press.

Op 28 maart 1941 pleegde Woolf zelfmoord door haar zakken te vullen met stenen en zich te verdrinken in de rivier de Ouse nabij haar huis in Rodmell (Sussex). Voor haar echtgenoot liet ze een zelfmoordbriefje achter waarin ze schreef te voelen dat ze weer gek aan het worden was, dat ze stemmen hoorde, dat ze er niet meer tegen kon, haar man tot last was, en daarom maar deed wat het beste was. (bron: Wikipedia)


Virginia Woolf 1902, foto George Charles Beresford

De auteur

Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952) is een Amerikaans schrijver. Zijn bekendste werk is de roman The Hours (1998) die werd bekroond met de Pulitzer-prijs en in 2002 werd verfilmd met Nicole Kidman, Julianne Moore en Meryl Streep in de hoofdrollen.
Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio en groeide op in Pasadena, Californië. Hij studeerde Engels aan de Stanford-universiteit en behaalde zijn Mastertitel aan de Universiteit van Iowa. Tijdens zijn studie publiceerde hij al een aantal korte verhalen in de tijdschriften Atlantic Monthly en Paris Review.

Cunningham doceert bij het Fine Arts Work Center in Provincetown, Massachusetts en aan het Brooklyn College in New York. Zijn debuutroman A Home at the End of the World werd in 1990 gepubliceerd en ontving lovende recensies. Voor zijn derde roman The Hours uit 1998 kreeg hij verschillende belangrijke prijzen, waaronder de prestigieuze Pulitzerprijs. Dit boek betekende zijn internationale doorbraak en de verfilming van The Hours met uitsluitend steractrices vergrootte zijn naamsbekendheid aanzienlijk.
Hoewel Michael Cunningham homoseksueel is en homoseksualiteit een terugkerende thematiek in zijn werk is, verzet hij zich tegen het etiket ‘homoseksueel schrijver’ omdat het niet het belangrijkste thema in zijn oeuvre is. (bron: Wikipedia)



Titel: De Uren
Titel oorspronkelijk: The Hours
Auteur: Michael Cunningham
Uitgever: Prometheus
Vertaler: Servaas Goddijn
ISBN: 9789044616576
Pag: 228
Genre: Literaire fictie
Verschenen: september 2010

dinsdag 4 september 2018

Bernhard Schlink - Olga


Recensie door Truusje
Uitgeverij Cossee


Standvastig en vasthoudend


Wie Bernhard Schlink's 'De voorlezer' uit 1995 heeft gelezen - zijn eerste roman waarmee de auteur zich duidelijk op de literaire kaart heeft gezet - herinnert zich het verpletterende slot en de uitgekiende structuur die meteen duidelijk maakten dat een er groot schrijver in hem huist. Zijn roman 'De vrouw op de trap' is met dezelfde kwaliteit binnengehaald, waardoor de verwachtingen van 'Olga' wederom hooggespannen zijn. En terecht, zo blijkt in dit ontroerende, melancholieke verhaal wanneer de laatste pagina is gelezen!

Het verhaal neemt zijn aanvang rond 1900 en speelt zich af in het oosten van het Duitse keizerlijke rijk. Olga Rinke is geboren in een eenvoudig gezin. Haar vader is werkzaam als sjouwer in de haven en haar moeder probeert een extra inkomen te genereren door als wasvrouw te werken. Ze vormen geen warm gezin, haar ouders zijn vastgelopen in hun relatie en er wordt vooral veel gezwegen. Van de buurvrouw leert Olga lezen en schrijven, al voor ze naar school gaat.
Wanneer haar beide ouders snel na elkaar overlijden vanwege een vlektyfusinfectie, gaat Olga bij haar grootmoeder in Pommeren wonen. Deze staat erop dat ze haar naam moet veranderen in Helga, om zo haar Slavische afkomst te ontkennen, maar Olga weigert ernaar te luisteren. Haar uiterlijk is zo duidelijk dat haar afkomst onmiskenbaar is. Voor haar grootmoeder is ze vanaf dat moment de onmogelijke kleindochter.

Al op jonge leeftijd ontmoeten Olga en Herbert Schröder elkaar en ondanks hun verschillen zijn ze vanaf dat moment onafscheidelijk. Zij de tevreden nuchterheid en hij de ongedurige, rusteloze avonturier die vanaf het moment dat hij kan lopen altijd rent en zichzelf letterlijk voorbij holt in het leven. Een ADHD'er avant la lettre misschien?
Herberts ouders zijn niet ingenomen met hun relatie. Hij is tenslotte de zoon van een vermogend landheer en zij is van een onbeduidende afkomst. Een huwelijk staan ze niet toe, maar desondanks houdt hun liefde stand en zijn ze veel samen.

Nogal egoïstisch, ingenomen met zichzelf en ongevoelig voor de tegenwerpingen van Olga - ze verlangt naar een 'gewoon' leven -, jaagt Herbert uit een rusteloos verlangen zijn eigen dromen na. Hij vertrekt als vrijwilliger naar de Duitse koloniën in Zuidwest-Afrika om ten strijde te gaan tegen het Herero-volk en reist verder naar Zuid-Amerika en Siberië.
Bij terugkomst maakt hij al snel grootse plannen om naar het noorden af te reizen. Voordat de Eerste Wereldoorlog een feit is vertrekt Herbert, na wat oponthoud, laat in het jaar 1913 voor een Duitse expeditie naar de Noordpool.

Olga gaat aan de slag als lerares en zet zich gedreven in voor 'haar' kinderen om ze zo goed mogelijk in het leven te zetten en ze een goede bodem te geven om verder te studeren. Ook het weeskind Eik, dat bij een vriendin in het gezin is opgenomen, speelt een grote rol in haar leven en ze stimuleert hem om vooral verder te studeren.
Wanneer ze ziek wordt blijkt dat ze volkomen doof is geworden. Haar baan verliest ze, doordat ze, kort voor de Tweede Wereldoorlog, door de nazi's wordt ontslagen. Op een dovenschool leert ze liplezen en om te gaan met haar doofheid.

Om toch in haar levensonderhoud te kunnen voorzien kan ze een aantal dagen per week, in een domineesgezin aan het werk als naaister. Met de jongste zoon, Ferdinand, ontstaat een innige band. Ze leest hem voor, vertelt hem verhalen over Herbert.
Ook wanneer Ferdinand volwassen is blijft hun band op vriendschappelijke basis bestaan en brengen ze regelmatig tijd met elkaar door. Totdat Olga in 1973 sterft aan de verwondingen die ze heeft opgelopen bij een ontploffing van het beeld van Bismarck*.
Meer dan dertig jaar heeft ze Herbert brieven geschreven die ze poste-restante verstuurde naar Tromsø in Noorwegen, ook al was de hoop op zijn terugkeer allang verloren.

Ferdinand krijgt kort na haar overlijden een brief van Adelheid Volkmann. Hij blijkt de enige erfgenaam te zijn. In gesprekken met haar krijgt hij meer duidelijkheid omtrent Olga's leven. Van een antiquariaat in Tromsø weet hij de brieven los te peuteren. Eindelijk worden ze na al die jaren toch nog gelezen en krijgt hij antwoorden op zijn prangende vragen. Ook Olga had zo haar geheimen....

Het boek is opgebouwd uit drie delen, waarin het perspectief wisselt van alwetende verteller naar de ik-verteller. De ontwikkeling van Olga wordt prachtig beschreven. Haar ideeën en afschuw van de oorlog worden in dit boek ingezet als leidmotief.
Schlink weet met zijn schijnbaar eenvoudige schrijfstijl de lezer te verrassen met een ingenieus gecomponeerde liefdesgeschiedenis, met een intense diepgang en een zeer verrassend slot. De roerige periode uit de Duitse geschiedenis speelt een grote rol, maar nergens worden de gruwelen van de oorlogen in het verhaal verweven. Hij toont zich wederom een groot verteller.
Het heldere en beeldend geschreven verhaal beklijft, is van grote literaire kwaliteit en de personages zijn zeer aansprekend. Eén van de juweeltjes van 2018.

* De Duitse staatsman Otto von Bismarck (1815-1898), ook wel de architect van het Duitse keizerrijk en 'IJzeren kanselier' van Duitsland genoemd, vervulde een centrale rol bij de totstandkoming van het Duitse Keizerrijk in 1871. Van 1862 tot 1890 was hij minister-president van Pruisen en voerde hij een realistische buitenlandse politiek, gericht op een Europees machtsevenwicht. Dit duurde tot Bismarck in 1890 door keizer Wilhelm II ontslagen werd. Daarna voer Duitsland een imperialistische koers, die bekend is komen te staan als Weltpolitik.

Auteur

Bernhard Schlink (Großdornberg, 6 juli 1944) is een Duits schrijver en jurist.
Schlink groeide op in Heidelberg en studeerde daar rechten. In 1975 promoveerde hij. Sinds 2004 is hij hoogleraar in de Staats- en bestuursrecht en rechtsfilosofie aan de Humboldt-Universiteit in Berlijn.
Zijn carrière als schrijver begon met een reeks detectiveromans met als hoofdpersoon Selb, een naam die afgeleid is van het Duitse woord voor "zelf". In 1995 publiceerde hij Der Vorleser (De voorlezer), die in 2008 als The Reader verfilmd is. Het boek (en de film) gaan over een tienerjongen die een relatie heeft met een oudere vrouw die plotseling verdwijnt, maar die hij weer ontmoet als hij tijdens zijn rechtenstudie een zaak over oorlogsmisdaden bijwoont. Het boek werd een bestseller en werd in 39 talen vertaald. Het kreeg diverse literaire prijzen, ook in het buitenland. In 2000 verscheen een collectie korte verhalen, Liebesfluchten (De liefdesval).

Titel: Olga
Auteur: Bernhard Schlink
Vertaling: Marcel Misset
Pagina's: 320
ISBN: 9789059368019
Uitgeverij Cossee
Verschenen: mei 2018

zondag 2 september 2018

Virginia Woolf - Mrs Dalloway


Recensie door Roosje
Uitgeverij De Bezige Bij




Een persoonlijk leesverslag


Mijn verslag schreef ik alweer enige jaren geleden toen we in het Klassieker-genootschap op Hebban deze roman van Woolf bespraken. Het was mijn keuze. Dit boek staat vrijwel altijd bovenaan mijn lijst van mooiste boeken.
Er staan wel spoilers in, hoewel dit geen boek is dat ‘spoiler-gevoelig’ is. 
Ik wil proberen een lans te breken voor dit boek: Mrs Dalloway van Virginia Woolf, eerste druk 1925; het is voor mij een van de mooiste boeken die ik gelezen heb en ik raak er steeds enorm ontroerd door; ik realiseer me heel goed dat dit een boek is dat zich niet snel laat lezen en kennen. Het kost tijd om te savoureren of hoe heet dat…. Het is een heel ander boek dan de meeste andere. 

Waar gaat het boek over? Het gaat over een dag uit het leven van Clarissa Dalloway, wat ze meemaakt en welke haar gedachten en herinneringen zijn, en ook van anderen met wie mevrouw D te maken heeft.

Het staat voor een deel in de Engelse traditie van ironie (soort 'tongue in cheek' met name de passages over psychiater Lord Bradshaw (de auteur sleept ons in haar kamp: wij kunnen het niet anders dan het eens zijn met haar dat Bradshaw een bruut is, iemand die zijn patiënten juist martelt ipv beter maakt; het is natuurlijk kritiek op de psychiatrie van die tijd), maar op veel meer plekken, en in de traditie van de dubbelgelaagde woordbetekenissen, zoals bij Shakespeare, die in dit boek een grote liefhebber heeft in Septimus Warren Smith; en zoals bij Oscar Wilde, bijv The Importance of Being Ernest of The Ideal Husband (toneelstukken).

Laat ik eerst eens even Pieter Steinz' bijbel (Lezen. Gids voor de wereldliteratuur &tcetera, 2003) erop naslaan. Wat zegt Steinz? 'Mrs Dalloway (1925); briljante modernistische roman uit het leven van een Londense societydame' (p. 387). De nadruk ligt op 'modernistische'; oké, door wie is Woolf qua Mrs D beïnvloed? De lange zinnen en contemplatieve stijl en de aandacht voor de werking van de herinnering aan Prousts Op zoek naar de verloren tijd. Aan de experimenten van James Joyce (wiens Ulyxes Woolf en haar man niet durfden uitgeven vanwege het scabreuze karakter) aangaande de stream of consciousness en het meervoudig perspectief in zijn grote werken. Steinz zet Woolfs romans: To The lighthouse en Jacob's Room op eenzelfde lijn. Overigens staat in dit lemma van Steinz Orlando centraal. Dat heb ik nog niet gelezen, enigszins afgeschrikt door een nog ingewikkelder schrijftrant: 'Pseudo-biografie van een adellijke dichter die de eeuwen trotseert en van geslacht wisselt'.

Dus nu weet ik dat deze roman, Mrs D, in de categorie 'modernistisch' valt. In een sensitieve stijl en 'een dromerige sfeer, die de tragiek van haar personages des te schrijnender doet uitkomen' (p. 388), voegt Steinz toe.

Er is heel erg veel over dit boek te zeggen. Eerst maar even over de verschillende thema's die aan de orde komen; ik denk niet dat ik volledig ben:
- WOI en shell shock (posttraumatisch stresssyndroom) en de psychiatrie (kritiek erop); over sociale klasse (kritiek erop);
– over politiek;
– over ouder worden;
– over zwangerschap, seks, het hebben van kinderen (bijv. Rezia Warren Smith  wil heel graag kinderen; Mrs D heeft geen seks meer met haar man Richard; mensen die hier een rol spelen hebben geen of weinig kinderen of zijn hun zonen in de oorlog verloren); 
– over homoseksualiteit (Mrs D was vroeger verliefd op Sally Seton; Septimus Warren Smith was zeer waarschijnlijk verliefd op zijn gestorven vriend Evans; Septimus wil niet met zijn vrouw naar bed);
– over feminisme: Sally Seton, dochter Elizabeth, maar ook een bijfiguur als Lady Bradshaw (die fotografeert als een échte beroeps).

Maar bovenal straalt het boek, ondanks de depressie van Septimus en misschien die van Mrs D en Peter Walsh, een vitalistisch joi de vivre uit. Ergens las ik op wikipedia 'existentialisme'; die term doet te veel aan Sartre denken en is van na WOII. Maar eerlijk gezegd zie ik wel een duidelijke overeenkomst tussen de afloop van dit boek en het eind van De vreemdeling van Camus. In beide gevallen eindigt het boek met het besef dat het leven hier en nu het ware leven is, dat genoten moét worden, dat geproefd moét worden. In Mrs D is het Peter Walsh die beseft en accepteert dat Clarissa de liefde van zijn leven is. Daar helpt geen lieve-moedertje aan; het is zo, klaar. Zijn liefde voor Clarissa maakt zijn leven de moeite waard. En dat moet je dan zien op een spirituele wijze. Want natuurlijk laat Clarissa Richard niet in de steek, en daar gaat het ook niet om.

De roman is een doorlopend innerlijk verslag van een dag uit het leven van een aantal mensen, in de eerste plaats van Clarissa D en natuurlijk de laatste dag van het leven van Septimus Warren Smith. Zijn zelfgekozen dood las ik bij Tim Parks (Waarom ik lees, 2015, p. 39 in een stukje dat gaat over vertalen van oorspronkelijke teksten): ‘Wanneer ik het over Mevrouw Dalloway van Woolf heb, verbaast het me steeds opnieuw hoe weinig aandacht er wordt besteed aan het feit dat in deze roman de zelfmoord van een van de personages wordt gepresenteerd als een geschenk van het individu aan het collectieve, een geschenk dat op een lijn staat … met het feestje dat mevrouw Dalloway geeft voor haar welgestelde vrienden, of sterker nog met het schrijven van het boek zelf.' Ik moet zeggen dat ik hierover nog steeds heel erg aan het nadenken ben. Parks zegt dat Septimus' laatste woorden: 'I'll give it to you' op zijn minst dubbelzinnig is. Het wordt bijna overal vertaald met 'Jullie hebben erom gevraagd'; in mijn vertaling (1980, De Bezige Bij, vertaalster Nini Brunt): 'Ik zal het je betaald zetten' (p.178). Elders las ik op wikipedia dat Mrs D Septimus' zelfmoord begrijpt als een daad om het leven te omarmen. Het is best wel een lastige gedachtegang; maar ik wil hem niet uitsluiten. Moeten we het letterlijk nemen: Ik geef het aan jullie? En het past zeker in het idee van 'existentialisme', het joi de vivre.

Talloos zijn de motieven die steeds de kop opsteken (ik ben niet volledig):
– aanduiding van de tijd door de klokken van Big Ben (mannelijk, verstandelijk, de kloktijd; steeds met dezelfde aanduiding 'De loden cirkels) en de kleinere klokken van St Margaret (vrouwelijk, sensitief; meer soort van beleefde tijd).
– Het zakmes van Peter.– De groene jurk van Mrs D en van miss Pole, de vroegere lerares van Septimus.
– Drie uur: het uur waarop Clarissa het uitmaakte met Peter, op Bourton (het ouderlijk huis van Clarissa); drie uur hoort Rezia het maar slaan als Septimus dood is, terwijl het al 2x 3 uur is; drie uur is het uur van de dood van Christus. Ook de voortdurende herhalingen van zinnen en uitdrukkingen.
De tekst loopt alsmaar door, zonder hoofdstukindeling; die structuur past bij de doorgaande stream of consciousness, die alsmaar aan verschillende mensen wordt doorgegeven. Alsof er een levensadem of zoiets is, die bij iedereen die in dit boek voorkomt (en er komen heel erg veel verschillende mensen in voor; ik denk wel een stuk of 50) naar binnen duikt waardoor wij als lezer hun gedachten en gevoelens kunnen ervaren. De zinnen zijn lang, je moet er heel goed je aandacht bij houden, je kunt geen woord missen, omdat Woolf zo gecomprimeerd schrijft. De taal is ook zo poëtisch, en dat moet ook omdat het om heftige emoties gaat. De heftigheid zit vooral binnenin de mensen (het zijn Engelsen per slot van rekening ;-)).




De figuur van Peter Walsh, viel mij bij deze lezing op, is misschien nog wel belangrijker dan Mrs D. Hij is de intermediair tussen de twee verhalen, de twee figuren: Mrs D en Warren Septimus Smith. Peter komt Septimus en Rezia nl tegen in het park. En ook is Peter degene van wie Mrs D werkelijk houdt, maar sociale conventie maakte het niet mogelijk dat zij samen bleven; Richard Dalloway was een betere partij.

Het is geen makkelijk te lezen boek want het gaat niet om het verhaal ondanks dat er een verhaal inzit. De film van Marleen Gorris met Vanessa Redgrave als Mrs D is prima als verhaal en Redgrave is ook fantastisch maar het synesthesische aspect (de zintuigen vermengen zich: je hoort kleuren, etc.) is zo zeer aanwezig dat je die niet in een film kunt tonen.
Ik heb het boek denk ik 3 of 4 keer gelezen (ik heb er ook een Engels luisterboek van; en al is mijn Engels niet heel goed, ik wil het zeker ook in het Engels gaan lezen) en iedere keer wordt het boek mooier en voller en heftiger.
Ik kan het niet achter elkaar lezen. Het gaat steeds met een paar bladzijden tegelijk. Maar dat is niet erg.

Sommige boeken zijn bedoeld om vaker te lezen: Mrs Dalloway is er zo een, To the Lighthouse; As I lay dying van Faulkner is er zo een; Over de liefde van Doeschka Meijsing; De dood in Venetië van Thomas Mann insgelijks.

Ik weet niet of ik er een klein beetje in geslaagd ben de lans te breken voor Mrs Dalloway. Als jullie nog ergens een keer een gaatje hebben, lees het boek nog een keer. Of zoek van te voren op internet wat info en ga het dan lezen, dan vallen meer muntjes op hun plek.


Virginia Woolf 1902, foto George Charles Beresford
Auteur

Woolf werd als Adeline Virginia Stephen geboren te Londen, in een klassiek Victoriaans gezin. Haar vader Sir Leslie Stephen was een bekend redacteur en literair criticus. Na de dood van haar moeder Julia Jackson in 1895 maakte ze haar eerste zenuwinzinking door. Later zou ze in haar autobiografische verslag "Moments of Being" laten doorschemeren dat zij en haar zuster Vanessa Bell slachtoffer waren geworden van seksueel misbruik door hun halfbroers George en Gerald Duckworth. Na de dood van haar vader verhuisde ze met haar zuster Vanessa naar een huis in Bloomsbury. Ze vormden het begin van een intellectuele kring die bekend zou worden als de Bloomsbury-group, en waarvan onder meer John Maynard Keynes deel zou uitmaken.

In 1905 maakte ze van schrijven haar beroep. Aanvankelijk schreef ze voor het Times Literary Supplement. In 1912 trouwde ze met Leonard Woolf, een ambtenaar en politicoloog. Haar eerste boek, The Voyage Out, kwam uit in 1915. Virginia en haar man woonden afwisselend in Londen en Rodmell, waar ze in 1919 Monk's House hadden aangekocht. Ze publiceerde romans en essays, en had zowel bij de literaire kritiek als het grote publiek succes. Veel van haar werk gaf ze zelf uit via de uitgeverij Hogarth Press.

Op 28 maart 1941 pleegde Woolf zelfmoord door haar zakken te vullen met stenen, en zich te verdrinken in de rivier de Ouse nabij haar huis in Rodmell (Sussex). Voor haar echtgenoot liet ze een zelfmoordbriefje achter waarin ze schreef te voelen dat ze weer gek aan het worden was, dat ze stemmen hoorde, dat ze er niet meer tegen kon, haar man tot last was, en daarom maar deed wat het beste was.

Bibliografische gegevens:

Auteur: Virginia Woolf
Titel: Mrs. Dalloway
Vertaling: Nini Brunt
Pagina's: 223
ISBN: 9789023427537
Uitgeverij De Bezige Bij
Verschijningsdatum: februari 2008