donderdag 19 juli 2018

Pat Craenbroek - Uitgebroed


Recensie door Truusje
Uitgeverij Paris Books


Tijd voor wraak

Lilith Van Winckel - werkzaam bij een forensisch patholoog - voelt zich niet gelukkig in haar huwelijk met haar dominante echtgenoot. Voor de buitenwereld is hij de vriendelijke, liefhebbende man, maar zolang niemand er getuige van is, bezorgt hij haar blauwe plekken en treitert er op lustig los.
Een man in een penitentiaire inrichting, een vrouw die zich geroepen voelt om met de eenzame gevangene te corresponderen.
Een man en een jonge vrouw - zij komt oorspronkelijk van over de grens - delen hun dagen met elkaar in een zwervend bestaan.
Een gedeelte van de belangrijkste personages die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, heb ik hierbij zeer kort 'voorgesteld'.

Lilith krijgt veel verdriet en tegenslag te verwerken, vindt het leven geen feestje meer en besluit dat een aanstormende trein soelaas zou kunnen bieden. Op dit voornemen moet ze wel eerst een poosje broeden en daar neemt ze dan ook ruim de tijd voor.

'De pijn snijdt me doormidden, ze stompt me diep in mijn maagstreek en duwt me in de hoek van de kamer. Daar zak ik in elkaar en blijf ik uitgeput liggen. Ik voel armen die aan me trekken en nog meer naalden die in me prikken.
Ik ontwaak in een onbekend kamertje. Ik ben opgenomen, gedwongen, en daarmee gereduceerd tot een willoos ding dat wordt geobserveerd en pilletjes krijgt. Wanneer ze met me willen praten, snauw ik ze toe dat het hun zaken niet zijn, dat ik dood wil en dat ze me met rust moeten laten.'

Nadat de familie op de hoogte is gebracht van het ongeval met de trein, is haar omgeving niet echt verrast, eigenlijk hadden ze het misschien zelfs wel verwacht.
Het is echter niet zo dat na de uitvaart de rust terugkeert. Dan pas blijkt dat Lilith op geniale wijze allerlei scenario's heeft uitgedacht en dat haar omgeving haar niet snel zal vergeten. Ze zinde op wraak en die wraak zal zoet zijn. Dat zou het tenminste voor Lilith zijn.......

Wanneer een auteur zelf actief is om zijn/haar debuut te promoten en het boekenkind bij diverse recensenten aanbiedt, ben ik altijd wat terughoudend. Er wordt zo ontzettend veel geschreven, dat je door de debuutbomen het boekenbos soms bijna niet meer ziet. Toch heb ik 'ja' gezegd tegen Pat Craenbroek, nadat ik wat informatie had gezocht op internet. Het feit dat ze zelf gerechtsarts is geweest, trok me over de streep en......ik heb hiervan geenszins ook maar een klein beetje spijt gehad.
Dit boek zit gewoon magnifiek in elkaar, heeft meerdere lagen die ingenieus met elkaar verweven zijn en de auteur speelt handig met het gegeven 'tijd'. Door de diverse flashbacks krijgt de lezer stukje bij beetje een completer plaatje. En die intelligent gedoceerde informatie maakt het me nou juist zo moeilijk om, zonder te spoileren, iets te vertellen over het verloop van het verhaal. Alles in het boek heeft raakvlakken met elkaar en het is juist zo fantastisch om steeds iets meer te kunnen koppelen aan dat wat je ondertussen al te weten bent gekomen.

De auteur beschrijft verlies, moord, eenzame opsluiting, verraad en wraak stevig en invoelbaar, daarom zijn de zinnen van fijn proza juist zo opvallend mooi. Er is daarin sprake van evenwicht.
De korte hoofdstukken brengen steeds een perspectiefwisseling, waarbij de hoofdstukken waarin Lilith aan het woord is, en was, vanuit de ik-vorm zijn geschreven.

De term 'literaire thriller' die prijkt op de cover dekt mijns inziens niet voldoende de lading en doet het boek zelfs tekort. Het verhaal maakt zeker nieuwsgierig naar de beweegredenen van de personages en er is geregeld sprake van een spanningsboog en cliffhangers. Toch zou ik liever spreken van een spannende psychologische roman. Niet omdat ik het geen thriller vind, maar omdat de auteur heel diep in de hoofdpersonages is gedoken en ze psychologisch heeft uitgediept. Het gaat in dit verhaal uiteraard wel om de prangende vraag; wie-heeft-het-gedaan?, maar een zeer belangrijke bijkomstigheid is; wat zijn de beweegredenen? En die beweegredenen worden door Craenbroek nou juist zo goed uitgewerkt.

Dat de auteur in België woont is heel af en toe te merken aan de schrijfstijl en woorden, maar het is allerminst storend te noemen. Eigenlijk heeft het juist iets charmants.

Hoe zit het met de geloofwaardigheid van het verhaal? Daar zou je lang over kunnen twisten. De auteur heeft de rode draad van het verhaal minutieus uitgewerkt, alles klopt. Je kunt je als auteur natuurlijk geen autonome, eigenwijze personages en toevalligheden in je boek permitteren, want dan wordt je uitgedachte plot door elkaar geschud. Het verhaal als geheel is niet voor 100% uit het leven gegrepen, maar who cares? Gewoon lezen dit boek! Het is een verbluffend goed doordacht, verduiveld goed geschreven debuut.

Auteur

Pat Craenbroek (Brussel, 1966) is een vrouwelijke arts die in het begin van haar carrière als gerechtsarts aan de slag ging. Nu werkt ze zowel in de zakenwereld als in de klinische praktijk. Als kind won ze opstelwedstrijden en werd ze geprezen om haar taalgevoel. Toch koos ze voor een medische loopbaan. Het schrijven is echter altijd blijven kriebelen en de voorbije jaren schreef ze in haar zeldzame vrije uurtjes stukken die samen de thriller “Uitgebroed” zijn geworden.


Titel: Uitgebroed
Auteur: Pat Craenbroek
Pagina's: 330
ISBN: 9789492883230
Uitgeverij Paris Books
Verschenen: juni 2018

woensdag 18 juli 2018

Manu Joseph - Miss Laila, Gewapend & Gevaarlijk


Recensie door Truusje
Uitgeverij Podium



Gevaarlijke mannen dragen een broekrok

Mumbai, ook bekend als Bombay

Akhila Iyer - bijna afgestudeerd arts - houdt zich bezig met het maken van pranks, - zeg maar candid camerafilmpjes - die ze upload op social media, waarin ze de Indiase en rechts georiënteerde hindoe-maatschappij aan de kaak stelt. Ze wil de hypocrisie laten zienen de wreedheid van de heersende ideologie. De samenleving is er nog altijd verscheurd door de geloofsstrijd tussen moslims - die koeien slachten - en hindoes - die varkens slachten.

Wanneer ze terugkomt van een rondje hardlopen, ziet ze een grote groep mensen bijna bloot op straat, verscholen achter auto's of beschermd door een kring mensen die wel gekleed zijn. Niet gealarmeerd, door het idee dat er wel vaker vreemde dingen in de stad gebeuren, rent ze de trap op van het gebouw waar ze woont, maar onderweg komt ze meer mensen tegen. Ze lijken te vluchten.
Eenmaal in haar woning aangekomen komt haar een bericht onder ogen dat er ongeveer een half uur geleden aardschokken zijn gevoeld en dat er een 80 jaar oud en onbewoonbaar verklaard gebouw is ingestort. Er liggen mensen onder het puin. Akhila pak haar dokterstas en gaat poolshoogte nemen.

Met dit gegeven ontvouwt dit derde boek van Joseph zich in een lichtelijk satirisch, tongue-in-cheek verhaal met vele lagen en flashbacks, waarbij de rode hoofddraad zich in pakweg twaalf uur ontrolt.

Onder het puin wordt een man opgemerkt die met zijn benen onder een balk vastligt en via een smalle tunnel is te bereiken. Akhila is ter plaatse, nadat ze en passant door een groepje mannen is mishandeld. Ze hebben het gemunt op de dame die verantwoordelijk is voor de pranks.

'Eindelijk besluit Akhila over het puin te lopen, ook al weet ze zeker dat ze met elke stap lucht uit de longen van iemand diep beneden perst. Er staat een groepje soldaten op het platte stuk beton waar ze het signaal hebben opgepikt.'

Vanwege haar tengere figuur kan Akhila een aantal maal de tunnel inkruipen naar de, door het puin bedolven, man om hem medische bijstand te verlenen. Hij weet met uiterste krachtsinspanning uit te brengen dat er twee terreurverdachten in een auto op weg zijn naar Gujarat, te weten Jamal en Laila, beiden moslim, met als kanttekening dat Jamal hindoe was, maar moslim is geworden om te mogen trouwen met zijn grote liefde. 
Pas aan het eind wordt duidelijk wie de man onder het puin is en hoe hij aan deze informatie komt.

(Saillant detail is dat de auteur een soortgelijke situatie - een man na een aardbeving onder het puin, die alleen bereikbaar was via een smalle tunnel - van dichtbij heeft meegemaakt. In de hoedanigheid van journalist wilde hij de waarheid schrijven.)

Achtervolging

Hier wordt nog een extra laag aan het verhaal toegevoegd en volgen we de Inlichtingendienst en de antiterreureenheid die het stel over de snelweg achtervolgen. Tussen deze instanties wordt niet naar behoren samengewerkt. Ze werken elkaar juist tegen, vanwege de verschillende belangen.
De antiterreureenheid - alom bekend als Baardmannen of Baarden, pakken moslims op die als verdacht worden gezien en schromen niet om ze ook te doden - alsook de rol van de machtige Rashtriya Swayamsevak Sangh, afgekort als RSS, worden duidelijk uitgewerkt.

'De strijd om het meisje (Laila tt) is feitelijk gewoon weer een ruzie in de wereld tussen een praktisch mens die schaamte kent en een praktisch mens die niet bang is voor schaamte. De Dienst is als de goeden die goed lijken omdat ze als de dood zijn dat ze als kwaad worden gezien. Zulke angsten kennen de Baarden niet. Sterker nog, ze zijn zo slecht in het verhullen van hun moorden dat Mukundan vermoedt dat ze juist als moordenaars bekend willen staan.

Op uitnodiging van het Letterenfonds verblijft de auteur in het appartement aan het Spui, boven boekhandel Athenaeum, dat schrijvers uit het buitenland ter beschikking wordt gesteld. 
'Het centrum van onze drukke, volle, vieze stad bezien door een inwoner van New Delhi: wat is het hier mooi, wat is het hier schoon, wat zijn de mensen goed gekleed en wat rijdt het verkeer keurig in banen - en dan ook nog allemaal in dezelfde richting.'

Conclusie

Manu Joseph heeft zijn maatschappijkritische kijk op de samenleving en de rechtshandhaving in India verweven in deze licht satirische, cynische, uiterst tragische, maar desondanks met subtiele humor doorspekte roman. De auteur houdt alles open en stuurt de lezer niet met zijn mening.
Het verhaal is verstoken van sentimentaliteit en een voorbeeld van hoe het zomaar kan gebeuren. Het geeft een 'prachtig' beeld van het (dis-)functioneren van de rechtelijke macht in zijn geboorteland. 

Alexander Reeuwijk in gesprek met Manu Joseph
bij boekhandel 'Het Leesteken' te Purmerend
Op vernuftige wijze weet de auteur in deze roman te spelen met het fenomeen 'tijd', legt diverse verhaallijnen bloot en zet de lezer danig op het verkeerde been. Dat de identiteit van de man onder het puin zo lang verborgen blijft en de vraag welke motieven de twee terreurverdachten hebben, maken het verhaal spannend. Het leest bedrieglijk gemakkelijk, maar het is wel zaak om goed bij de leesles te blijven om de gebeurtenissen goed te kunnen duiden en de puzzelstukjes op de juiste plaats te leggen.

De hoofdpersonages worden naar behoren uitgediept, maar enkele anderen lijken toch wat aan de platte kant te zijn gebleven. We leren bijvoorbeeld Miss Laila alleen kennen door de ogen van haar jongere zusje Aisha Raza, de auteur kruipt zelf dan ook niet in haar hoofd. Het heeft ook eigenlijk geen meerwaarde om te weten wat ze denkt. 

Waar ik niet zo aan kan wennen is dat literaire boeken tegenwoordig regelmatig van die schreeuwerige covers krijgen aangemeten. Het heeft een hoog chicklit-gehalte, waardoor literatuurliefhebbers het misschien toch links laten liggen.

Het is een roman die zich richt op het vertellen over problematieken in de falende politieke Indiase rechtsstaat. De auteur geeft veel informatie over het dagelijke leven in India, het kastenstelsel* en klassensysteem**, de traditionele en moderne ongelijkheid.

Wat mij betreft: een aanrader en een zeer geslaagde pageturner mét inhoud.

*Kastenstelsel: Kaste-systeem is een systeem waarin mensen worden geboren en ze blijven daar hun hele leven in. Dit systeem kweekt meer ongelijkheid dan het klassesysteem.

**Klassesysteem: Klasse refereert een systeem van gelaagdheid waar individuen in de samenleving zijn in verschillende klassen op basis van verschillende factoren als economie, beroep, etc. Het is mogelijk om in een hogere klasse te komen door hard werken en het vergaren van rijkdom. In India is dat ook mogelijk door corruptie. Er is respect voor hen die corrupt zijn, omdat het getuigt van een zekere intelligentie. Ook topsporters en Bollywood acteurs genieten meer welstand en dwingen daardoor ook respect af.

Auteur

Joseph werd geboren op 22 juli 1974 in Kottayam (India) en groeide op in Chennai . Hij is afgestudeerd aan het Loyola College in Chennai en heeft het Madras Christian College verlaten om stafchrijver te worden bij Society magazine. Hij is voormalig redacteur van het tijdschrift OPEN en columnist voor The International New York Times en The Hindustan Times. In 2007 was hij een Chevening Scholar . Hij woont momenteel in Delhi. Zijn debuutroman Slimme mannen (2010) won de Hindu Literary Prizeen de PEN/Open Book Award. De PEN-jury beschreef hem als '[...] die zeldzame vogel die de lezer zo wild kan entertainen als hij hen beweegt'.
Zijn tweede roman, Het onzichtbare geluk van andere mensen, verscheen in september 2012. De semi-autobiografische roman werd beschreven door The Wall Street Journal als een werk dat een 'duistere, lugubere lach injecteert in een immens ontroerend verhaal van verlies'.

Titel: Miss Laila, Gewapend & Gevaarlijk
Auteur: Manu Joseph
Vertaling: Harry Pallemans
Pagina's: 223
ISBN: 9789057599019
Uitgeverij Podium
Verschenen: mei 2018



dinsdag 17 juli 2018

Toni Morrison - Beminde


Recensie door Roosje
Uitgeverij De Bezige Bij


Een donker verleden

Als op een dag Sethe, haar dochter Denver en Sethes vriend Paul D. terugkomen van een vrolijk dagje uit  vinden zij op de stoep van Sethes huis, nr. 124 Bluestone Road, een jonge vrouw. De vrouw is doornat, zij kwam zomaar met een witte jurk en zwartglanzende nieuwe schoenen aan uit het water. Verklaren kan zij het niet, spreken kan ze nauwelijks en doet dat zelden. Sethe en Denver zijn ervan overtuigd dat deze jonge vrouw met een kinderlijk gezichtje Beminde is. Beminde was Sethes eerste dochter, die net aan kruipen toe was, toen haar moeder de noodzaak voelde haar te doden, om te voorkomen dat zij net als Sethe in slavernij zou opgroeien. We schrijven de periode net na de Amerikaanse burgeroorlog, 19e eeuw, Cincinnati, Ohio; de slavernij was afgeschaft.

Hoofdpersonen in dit verhaal zijn Sethe, de moeder van Beminde; Denver, Howard en Bugla, Sethes andere kinderen. Sethes schoonmoeder, Baby Suggs, die het huis nr. 124 bewoonde voor Sethe. Paul D., Sethes vriend. Halle, Sethes man, is verdwenen, niemand weet of hij nog leeft, ook Paul D. niet, die overal is geweest op zijn zwerftochten maar hij heeft Halle ook niet dood gezien. Sethes kinderen zijn allemaal van Halle; ze was een jaar of 13, 14 toen zij met hem trouwde. Baby Suggs had allemaal kinderen van verschillende mannen; haar kinderen werden haar al snel afgenomen; Halle, haar jongste, kocht haar vrij van meneer Garner van de Sweet Home Farm. 

Maar ook het huis nr. 124 Bluestone Road, dat eigendom is van filantroop Bodwin en zijn zus, is een personage. De drie delen in deze roman beginnen met de situatie van nr. 124:
‘Nr. 124 wrokte.’ (2004: 9).
‘Nr. 124 was lawaaierig.’ (ibid.: 215).
‘Nr. 124 was stil.’ (ibid.: 303).
Het huis leeft en heeft gevoelens ten aanzien van wat het heeft meegemaakt, en dat is nogal wat. Bodwin en zijn zus hebben er hun vroege jeugd in doorgebracht. Baby Suggs ging er wonen nadat Halle haar had vrijgekocht. Navrant is dat Halle zijn hele verdere leven voor Garner zou moeten werken om de ‘losprijs’ voor zijn moeder te kunnen betalen. Maar ook, en dit vooral, kwam Sethe bij haar schoonmoeder in dit huis nr. 124 terecht, na haar vlucht naar vrij gebied, na een oversteek van de Ohio. Vier blanke mannen kwamen Sethe en haar kinderen halen. De handzaag had het nekje van Beminde reeds gebroken. Sethe was van plan haar andere kinderen ook te doden om hen te behoeden voor het lot van de zwarte slaaf. Sethe moest de cel in. Door toedoen van Bodwin kon zij de strop ontlopen. Het huis, nr. 124 had te veel gezien. Sindsdien spookte het er. De bewoners zijn ervan overtuigd dat het Beminde is die komt spoken. Baby Suggs legt het moede hoofd in de schoot en gaat in haar bed de ‘kleuren overdenken’. De zoons Buglar en Howard ontvluchten op jonge leeftijd het spookhuis. Andere mensen mijden het huis ook. Sethe heeft behalve in haar werk weinig omgang met andere mensen. En toen kwam Paul D., om te blijven en vrijwel meteen daarna kwam Beminde en joeg Paul D. weer weg.

Het levende huis staat tegenover de door de slavernij ontmenselijkte zwarte bewoners. Slaven waren geen mensen, ze werden behandeld als dieren of als productiemiddelen. De wrede behandeling ontmenselijkte de zwarte mensen, ontnam hun hun identiteit. Zij hadden geen goed gevoel over zichzelf en over hun lichaam. Baby Suggs predikte als een  profeet een soort eigenliefde, om de vrije slaven een beetje hun menselijkheid terug te geven.
Nr. 124 wordt bewoond door Beminde, het vleesgeworden schuldgevoel van Sethe. Wanneer Beminde in levende lijve voor haar staat raken Sethe en Denver in no time in haar ban. Denver komt op een gegeven moment weer tot bezinning, Paul D. is dan het huis al ontvlucht, en weet niet hoe ze haar moeder moet bevrijden van dit spook met een lichaam dat alsmaar uitdijt, dat al het eten, alle energie, alle liefde, verliefdheid en aandacht van Sethe met grote gulzigheid naar binnen werkt.

Het nu-verhaal is dat van de komst van Beminde. In allerlei flash backs van verschillende mensen, niet alleen van de hoofdpersonen maar ook van bijpersonen als de vriend van Baby Suggs, Stamp Paid - what’s in a name? -, het blanke meisje Amy, Sixo, een maat van Paul D. op Sweet Home - evenzeer: what’s in a name? - en Beminde zelf, al kan ze geen enkele samenhangende zin uitbrengen en denken. Het gevolg van deze caleidoscopische nachtmerries die onophoudelijk de mensen tergen en kastijden, is dat het verhaal vele dimensies krijgt en dat je als lezer de weg nog al eens kwijt bent. Deze voortdurende streams of consciousness deed mij een beetje denken aan de boeken van Faulkner. Het nachtmerrieachtige zit in de onvoorstelbare wreedheden die je terloops en soms minder terloops opgediend worden; situaties en belevenissen van vooral Sethe en Paul D., die elkaar trouwens ook al van de Sweet Home Farm kenden, waar zij slaven waren.

Deze roman van Morrison is in vergelijking met De hut van oom Tom van Beecher-Stowe een geseling van gewelddadigheden en diepe ellende. Morrison is zwart, Beecher-Stowe blank, en dat verschil zegt alles. Heel grappig is dat Beminde blanken benoemt als mensen zonder huid. In deze roman is het normaal om zwart te zijn. Zelfs zozeer dat ik verrast was te merken dat broeder en zuster Bodwin blank zijn. Logisch dat ze blank zijn want zij hadden de middelen en het huis. Ik denk dat het huis nr 124 Bluestone Road een verwijzing is naar De (neger)hut van oom Tom. Huis versus hut; black pride versus een soort van onderworpenheid of misschien wel ‘black shame’. Sethe is misschien behoorlijk de weg kwijt maar ze heeft haar trots, en ergens een gevoel van eigenwaarde. Ik vermoed dat dit boek van Morrison het ‘zwarte’ antwoord is op De (neger)hut van oom Tom, al is het maar voor een deel. Er is iets van een relatie.

Het boek zit vol met motieven, die alsmaar weer terugkomen: de boom op Sethes rug van de enorme afranselingen die zij had gekregen. De kristallen oorbellen die Sethe krijgt van het meisje Amy Denver, dat hielp bij de bevalling van Denver, - en zo kwam Denver dus aan haar naam - toen Sethe al op de vlucht was.
Vooral water, water, water: de rivier de Ohio, waaraan de overkant de vrijheid zich uitstrekt; het vruchtwater van de bevalling, het water van de bewustwording, het water van de vrijmaking; dat heeft misschien ook wel met de doop te maken, bedenk ik me nu. Beminde komt uit het water als zij op de stoep zit van nr. 124. Sethe plast direct in haar broek als zij Beminde ziet; dat lijkt veel op een bevalling waarbij zij haar vruchtwater verliest. Beminde heeft zo’n een dorst, letterlijk en figuurlijk. Eerst drinkt zij water, en blijft maar drinken. Later drinkt zij alles op in het huis, bijna tot en met het lichaam van Sethe. Slokop.
De smaak van ijzer in de mond van Paul D. Zijn vastgeroeste tabaksdoos; er is op een gegeven moment sprake van dat die tabaksdoos open is en overstroomt (zie vorige item water) maar ik kon er niet goed wijs uit of dat in het verleden was in een flash back of dat het in het heden was met betrekking tot de situatie van Beminde.
Het beroemde de feestje van Bay Suggs, naar aanleiding van de twee emmers bramen die Stamp Paid geplukt had op een verborgen plek waar vrijwel niemand kwam.
Er zijn er nog veel meer.

Lees dit verhaal ook niet als een whodunit of een thriller. Niet met rationele ogen, want dan kom je van een koude kermis thuis. Brokken magie, caleidoscopische fragmenten van wreedheden, moord, lynching, verkrachting, uitbuiting. Spoken en andere bovennatuurlijke verschijnselen. Waarheid, leugens, verzinsels, bonte kleding, soort exotisch voedsel - voor mij dan, voedsel van de zwarte mensen uit het zuiden met veel mais, okra, dat soort dingen. Niet alles word je duidelijk, zaken lijken elkaar ook tegen te spreken, niet helemaal te kloppen. Ik denk bijvoorbeeld aan de verhalen over Sethes kinderen. Ik kwam er niet helemaal uit.
Ook qua vertelstijl vertegenwoordigt deze roman de mensen over wie het verhaal gaat. - Ik zou er de roman in de oorspronkelijke taal wel eens op na willen slaan. Ik vermoed hier en daar wel ‘slang’, maar dan die van de 19e eeuw.

Een vreemd en wreed verhaal met een soort van open einde, dat je eigenlijk niet verwacht na zo veel onheil, rampspoed en onmenselijkheid. Een van de grote thema’s is de ontmenselijking van de slaven door hun meesters. De daad van Sethe wordt breed uitgemeten als iets onmenselijks, hoe kan een moeder haar kinderen iets aandoen? Terwijl Sethe in tegenstelling tot Baby Suggs haar kinderen van één vader had en ze zelf mocht opvoeden. Baby Suggs had alleen haar jongste kind nog maar. Niet alleen is de daad van Sethe een wanhoopsdaad en zelfs een daad van liefde, zij wilde haar kinderen het slavenleven niet deelachtig laten worden. En toch wordt zij verteerd door spijt en schuldgevoel. Daarin blijkt zij juist helemaal niet onmenselijk. Niets menselijks is haar vreemd, maar misschien heeft ze dat zelf niet helemaal door.

Deze roman uit 1987 is helaas nog steeds actueel in een samenleving waarin mensen met een donkere huid in Amerika nog steeds geconfronteerd worden van dat slavernij-verleden: Black lifes matter!

Over de auteur

Toni Morrison (Lorain (Ohio), 18 februari 1931) is een (Afro-Amerikaanse, rdv) Amerikaanse schrijfster.
In 1993 ontving ze de Nobelprijs voor Literatuur voor haar oeuvre. In 2012 ontving zij de hoogste civiele Amerikaanse onderscheiding: de Presidential Medal of Freedom. Een aantal van haar boeken wordt gezien als klassiekers van de Amerikaanse literatuur, waaronder The Bluest Eye, Beloved (waarmee zij een Pulitzerprijs won), en Song of Solomon. Haar stijl is bijzonder door thema's van epische proporties, levendige dialogen en tot in detail uitgewerkte Afro-Amerikaanse karakters.

Auteur: Toni Morrison
Titel: Beminde;
Oorspronkelijke titel: Beloved
Vertaling: Nettie Vink
Categorieën: Literaire roman
Pagina's: 350
ISBN: 9789023473558
Uitgeverij De Bezige Bij
Oorspronkelijke verschijning: 1987; mijn ex. 1992

zondag 15 juli 2018

Doctor Faustus-Thomas Mann

Recensie door Tea van Lierop
Uitgever De Arbeiderspers




Taal, Tijd en Toon


Deze roman is het verhaal van een genie die zijn ziel verkoopt aan de duivel. Thomas Mann begon aan dit werk in 1943 en voltooide het in 1947, het jaar waarin het ook gepubliceerd werd. Maar zijn eerste aantekeningen dateren al van 1901. De oorspronkelijke titel luidt: Doktor Faustus, Das Leben des deutschen Tonsetzers Adrian Leverkühn erzählt von einem Freunde.'


In het boek vertelt Serenus Zeitblum, humanist, de levensgeschiedenis van toondichter Adrian Leverkühn. De naam Zeitblum verwijst naar 'tijd' en Mann koos deze niet voor niets. Het moment waarop Thomas Mann zijn roman begint te schrijven is ook het begin van de verteltijd in de roman, midden in WOII. Met de beschrijving van Adrians leven gaat hij terug naar hun gezamenlijke jeugd en geeft hij de feiten van historisch Duitsland in de aanloop naar WOI.



'Maar niets, ook mijn eigen zwakheid niet, zal mij beletten voort te gaan om haar te vervullen,- en dus knoop ik weer aan bij de opmerking dat het ons canon-zingen met Hanne-van-de-stal was, waardoor Adriaan bij mijn weten voor het eerst met de sfeer van de muziek in aanraking werd gebracht.' (pag 37)

Wanneer Adrian het gymnasium bezoekt komt hij terecht bij zijn oom. Deze is vioolbouwer en heeft een muziekinstrumentenhandel. Tijdens dit verblijf raakt hij bevangen door de kunstgrepen van de harmonieleer en komt in aanraking met Wendell Kretschmar, de plaatselijke organist. Deze Kretschmar is van grote invloed op Adrian, behalve muzieklessen geeft hij ook lezingen. Adrian beweert dat muziek hem niet persoonlijk raakte, het is een wonderlijk fenomeen waarover hij met distantie sprak. Na twee jaar theologie besluit Adrian compositie te gaan studeren.

De vele uitgebreide passages over muziek kunnen soms wat technisch aandoen. In hoofdstuk 22 staat bijvoorbeeld een verhandeling over twaalftoons muziek, dit is een wijze van componeren en wordt toegeschreven aan Arnold Schönberg.

Hoofdstuk 25 is helemaal gewijd aan de duivel en is tevens een kantelpunt in het boek. Door Adrians geestesgesteldheid, een gevolg van een bordeelbezoek, is hij ontvankelijk voor zo'n personage. In diverse uitdossingen verschijnt de diabolische verleider in de kamer van Adrian. Deze ontmoeting vindt plaats in het Italiaanse plaatsje Palestrina.
Zeitblom is op de hoogte van deze ervaring door een geheim document waarin Leverkühn zijn ontmoeting met de verleider heeft opgetekend.

'Daar voel ik mij eensklaps door snijdende koude getroffen, als zat iemand in de winterwarme kamer en ging opeens een raam open naar buiten naar het vriesweer. Kwam echter niet van achter mij, waar de ramen zijn, maar valt mij van voren aan. Schiet omhoog van het boek en kijk in de zaal , zie daar Sch. Zeker al teruggekomen is, want ik ben niet meer alleen: Iemand zit in de schemering op de paardenharen canapé, die met tafels en stoelen bij de deur ongeveer midden in het vertrek staat, waar wij des morgens het ontbijt gebruiken, - zit in de hoek van de canapé met het ene been over het andere, maar het is Sch. niet, het is een ander, kleiner dan hij, lang zo fors niet en hoegenaamd geen echte heer. (pag. 246)

Het pact met de duivel houdt in dat Leverkühn een creatief leven mag leiden, maar dan zal hij de liefde moeten afzweren; zijn leven zal zo koud zijn […] 'dat de vlammen van het produceren nauwelijks heet genoeg zullen zijn om je erin te verwarmen' […] (pag. 275)

Het personage Adrian is deels gebaseerd op Nietzsche. Er zijn een aantal overeenkomsten te melden zoals het bordeelbezoek, de besmetting met syfilis, de psychische aandoening en het citaat uit Nietzsches Ecco homo 'waarbij alles als zalig dictaat wordt ontvangen', zelfs de leeftijden waarop beide heren slachtoffer werden van de besmetting en de aandoening komen overeen. Het hele boek is doorspekt met teksten van anderen, Mann streefde ernaar die geleende teksten zo organisch mogelijk te verweven met zijn fictie.

'Apocalipsis cum figuris' (Wikipedia)

Boven de piano van Adrian hangt de gravure Melacolia 1 van Dürer met daarop het magisch vierkant. De som van vier getallen in het vierkant van zestien vlakken bedraagt altijd 34. Dit getal zien we terug bij Luther, die op 34 jarige leeftijd zijn 95 stellingen aan de kerkdeur van Wittenberg spijkert, Adolf Hitler is 34 jaar wanneer hij in 1923 zijn Novemberputsch onderneemt en Leverkühn is 34 jaar wanneer hij 'Apocalipsis cum figuris' componeert.
Andere merkwaardige overeenkomsten zijn te vinden in het getal 39. Luthers vertaling van het Nieuwe Testament verscheen toen hij 39 jaar was, in 1522. Hitler voltooide in 1928 zijn 'geheime boek', hij was toen 39 jaar, Leverkühn voltooide op 39 jarige leeftijd zijn 'geheim opus' in 1924.
In het nawoord van G.A. von Winter van mijn exemplaar staat een zeer interessante uiteenzetting over het vervangen van cijfers door letters, hieruit komen vele verrassende resultaten, een puzzel voor de liefhebber.

Dürer Melancholia I (Wikipedia)

Maar wat is nu het verband met Adrian Leverkühns compositietechniek? Het antwoord is te vinden in het boek en wordt in het nawoord verder verklaard. Hierin gaat G.A. von Winter nog een stapje verder door de grondvorm van Leverkühn te vergelijken met de grondvorm in het werk van Thomas Mann.

Het motto'

De dag ging heen, en de invallende duisternis verloste de levende wezens op aarde van al hun zorgen en inspanningen. En ik, ik maakte me als enige op om de gevaren van de reis en de kwellingen bij het zien van zoveel ellende te trotseren: ervaringen die de herinnering waarheidsgetrouw zal weergeven. O Muzen, o verheven talent, kom mij te hulp! O geheugen, dat vastlegde wat ik zag, nu zal uw ware adel blijken!' ( tweede Zang uit het Inferno, 'De goddelijke komedie - Dante Alighieri, vertaald door Frans van Dooren)

De ondergang die geschetst wordt in deze tweede Zang lijkt op het historisch Duitsland tot en met het vernietigende nationaalsocialisme. Het verschil met Dante is dat in de roman van Mann geen verlossing kwam.

Het boek eindigt met:

'Wanneer zal uit de uiterste hopeloosheid een wonder dat het geloof te boven gaat, het licht van de hoop opgaan? Een eenzaam man vouwt zijn handen en spreekt : God zij jullie arme ziel genadig, mijn vriend, mijn vaderland.' (pag. 558)

Dit boek is dichtgeslagen, maar uitgelezen is een groot woord. Ja, ik las alles, genoot intens van veel passages en vond veel achtergrondinformatie. Er waren ook technische essay-achtige stukken bij die ik niet helemaal oppikte, ze waren ingewikkeld vanwege het technische aspect. Maar dat neemt niet weg dat ook van die stukken delen zijn blijven hangen. Door dit boek is in elk geval mijn bewondering voor Thomas Mann nog groter geworden. Ook genoot ik van de gedetailleerdheid en het zeer dichte weefwerk van politiek en muziek.

De auteur

Paul Thomas Mann (Lübeck, 6 juni 1875 - Zürich, 12 augustus 1955) wordt beschouwd als een van de grootste Duitse schrijvers uit de twintigste eeuw. Tot zijn bekendste werken behoren de romans Buddenbrooks en De Toverberg, alsook de novelle De dood in Venetië. Zijn werk werd sterk beïnvloed door dat van Goethe, Nietzsche en Schopenhauer. In 1929 kreeg hij de Nobelprijs voor de Literatuur. Hij week in 1936 voor het Duitse naziregime uit naar Zwitserland, woonde van 1939 tot 1952 in de Verenigde Staten waar hij uitgroeide tot een belangrijke exponent van de strijd tegen het fascisme, en daarna tot zijn dood weer in Zwitserland.


Titel: Doctor Faustus
Auteur: Thomas Mann
Vertaling: Thomas Graftdijk
Uitgever: De Arbeiderspers
Pag.: 579
ISBN: 9789029564977
Genre: Literaire fictie
Verschenen, deze uitgave: 1985
Verschenen, oorspronkelijk: 1947

zaterdag 14 juli 2018

Maria Boonzaaijer - Hunkering

Recensie door Truusje
Uitgeverij Aspekt


Wanneer verlangen voortleeft, doet de liefde de ander geen kwaad



Het verhaal

"De klap kwam bij het ontbijt op die vrijdagmorgen".

"Patrick heeft een ander. Hij heeft niet alleen een ander - dat gebeurt wel vaker, ze was niet gek - maar hij wil godbetert ook met die ander verder. Na vijfentwintig huwelijksjaren wil hij van haar af, Julia. Zo bijt hij haar toe: ik wil van je af. Alsof ze een vlo is. Ongedierte dat je tussen twee vingers fijnknijpt. Een kwaal waarvan je verlost wilt worden".

Ongeloof en verbijstering vechten om voorrang bij de tweeënvijftig jarige Julia en ze beseft dat ze voor de tweede keer in haar leven aan de kant wordt gezet, door een man waar ze van hield. Toch, wanneer ze de deur voor de laatste maal achter zich dichttrekt, voelt ze enige opluchting dat ze "die leugen achter zich kan laten".

Bij gebrek aan woonruimte trekt ze in bij haar dochter Sigrid. Zij hoort op haar werk dat er een etage in de stad vrij is en regelt een afspraak voor Julia. Het appartement is een uitgelezen kans - de huur is laag -, maar de verhuurder zoekt iemand die tevens het huis schoonhoudt én zich wil bekommeren om een oudere man die de hoofdetage bewoont. Vol vertrouwen begint Julia een eigen leven.

De bewoner die onder haar woont blijkt de knorrige, vijfentachtig jarige Todi te zijn van Portugese afkomst. Hij ziet Julia als de zoveelste "huurling" en accepteert geen enkele bemoeienis van haar. Hierop start de verbouwereerde Julia een charmeoffensief en al snel ontdooit Todi.

"De nieuwe huurling brengt onrust, doet hem 's nachts zweten. Is zij een wraakengel die gekomen is om de geheimen van zijn verleden weer op te graven? Is zij Theresa? Hij zou willen wegvluchten, ja, voor altijd wegzeilen [.....]"

Er ontstaat een liefdevol en intiem contact, die haar eerst in verwarring brengt, maar voor beiden heel waardevol wordt.

Ondertussen heeft Julia ook zorgen om haar dementerende moeder en ze bezoekt haar in het verzorgingstehuis. Haar gevoelens jegens haar kille, strenge moeder zijn niet warm te noemen en ze voelt zich heel verlegen met de situatie wanneer haar moeder seksueel getinte handelingen vertoont en openlijk verliefd lijkt te zijn. Wanneer ze in de wandelgangen een oude vriendin tegen het lijf loopt, vertelt deze over haar werk, waardoor Julia langzamerhand meer begrip voor haar moeder begint te krijgen. Een onthulling uit het verleden van haar moeder en ook het ontstaan van de warme vriendschap met Todi zijn eyeopeners voor haar.

Todi vertelt haar over een verloren liefde uit zijn jeugd in Portugal. Hij worstelt nog steeds met het een gevoel van falen en wil nog éénmaal terug naar Setúbal. Samen met Julia vertrekt hij om op zoek te gaan.

"Ja, daarom ben ik hier. Om de geschiedenis tot de orde te roepen. Om een spaak in het wiel te steken van de loop der dingen. Om het lot een loer te draaien".

Hoe zal het Todi en Julia vergaan? Zal Todi vinden wat hij ooit achter heeft gelaten?

Er passeren nog enkele personages de revue.
De oudere zus van Julia en de schrijver die boven Julia woont. Voor hen is er ook een laag gereserveerd in dit verhaal. Ook zij hebben, ieder op hun eigen manier, te maken met eenzaamheid en hunkering, al gaan ze daar niet al te handig mee om.

Conclusie

Met 'Hunkering' heeft de auteur een taboedoorbrekend verhaal neergezet over liefde en hunkering naar warmte. Ze laat de lezer beseffen dat seksuele gevoelens niet persé aan leeftijd gebonden zijn. Ze is er op een zeer integere wijze in geslaagd om dit thema neer te zetten, waarbij ze alles vertelt zoals het is, maar waar nergens iets banaals om de hoek komt kijken.

De personages worden goed uitgediept. De flashbacks over de jeugd van Julia geven de lezer de informatie die nodig is om zich helemaal in te kunnen leven.

Door de gelaagdheid van het verhaal weet de auteur de hunkering van meerdere kanten te belichten, zonder aanzien des persoons.

De schrijfstijl is soepel. De mooie zinsopbouw neemt je mee vanaf de allereerste pagina. Een eyeopener ten aanzien van álle vormen van waardigheid, warmte, genegenheid, verlangen, liefde en lust versus leeftijd of handicap.
Maria Boonzaaijer weet heel fijntjes te ontroeren.

De auteur

Maria Boonzaaijer is docent drama, stemcoach en chansonnière. Eerder schreef ze:
-Papa Tango (2009),
-Het vreemde meisje (2013)
-Joodse buren (2015)

Titel: Hunkering
Auteur: Maria Boonzaaijer
Categorie: Roman
Pagina's: 272
Uitgeverij Aspekt
ISBN: 9789463382540
Verschenen: augustus 2017