dinsdag 20 november 2018

Sofia Lundberg-Het rode adresboek


Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Ambo | Anthos

                                                                      Ik schenk je mijn herinneringen.
                                                                      Ze zijn mijn kostbaarste bezit.
                                                                      (pag. 13) 


Als een warm dekentje..

Een romantische omslag zegt iets over de inhoud. Nu zijn er diverse gradaties romantiek. Zonder in te gaan op details van de diversiteit in dit genre, zou deze roman geplaatst kunnen worden in het vakje feelgood. Vandaar ook de titel. Het warme dekentje appelleert aan veilig binnen zitten, alle comfort binnen bereik, vervolgens het verhaal instappen en je mee laten voeren met de personages. De auteur neemt je mee naar Stockholm, waar Doris - geboren in 1918 – haar levensverhaal optekent. Dit verrassende verhaal wordt opgedragen aan haar nichtje Jenny, die grote delen van Doris’ turbulente leven niet kent.

Waar te beginnen? Met het rode adresboekje natuurlijk. Het is de titel van het boek en tevens een motief, de namen in het boekje vertegenwoordigen belangrijke personen die ooit een deel waren van het leven van de nu 96 jaar oude Doris. Veel van deze namen zijn doorgestreept en kregen de vermelding overleden. Deze personen achter de namen vormen het kader van deze roman, het testament. 

Ongeveer om en om komen alle vroege herinneringen en het heden aan bod. Doris is oud en hulpbehoevend, maar de geest is nog helder en ze laat zich niet betuttelen. Hoewel de ene hulp de andere niet is, zo heeft een van haar verzorgsters de neiging haar warme eten als een brij op te dienen (!), wordt ze toch redelijk verzorgd en leren we haar kennen als een lieve, niet veeleisende vrouw. 

Met haar boekje, haar herinneringen en haar foto’s binnen handbereik schrijft ze velletje na velletje haar testament aan Jenny. Dat nichtje is onderdeel van het verhaal en er kan in de recensie geen sprake zijn van spoilers. Dus neem gewoon aan dat er meerdere kanten zitten aan de relatie van Doris tot Jenny en dat achteraf kijken en beoordelen makkelijker is dan middenin een crisis de juiste afweging te maken.

Is het rode adresboekje een motief, dan is het thema liefde en vriendschap. Dat liefde vele facetten kan hebben blijkt uit haar vriendschap met kunstenaar  
N. Nilsson, Gösta, zo staat hij in het adresboek. Deze man ontfermde zich over haar toen ze als dertienjarig meisje het huis uit moest om dienst te doen in het artistieke huishouden van S. Serafin, Dominique. Gösta was een bekende Zweedse schilder. De sterke vriendschapsband zal standhouden tot hij sterft, niet dat ze elkaar altijd veel zagen, maar hun gezamenlijke dromen en het schrijven van brieven zorgde voor een onverbrekelijke zielsverwantschap. Het was een platonische liefde, Gösta was homoseksueel en moest dat in die tijd verbergen. 

Shadows, twilight, (1929)  Gösta Adrian -Nilsson (fair use)

'Eén keer heb ik ze gezien. Het was laat op de avond en ik stapte madames slaapkamer binnen om haar kussens op te schudden voor de nacht. Ze stonden dicht tegen elkaar aan met de gezichten naar elkaar toe, voor twee van Gösta’s schilderijen die tegen het bed aanleunden. Gösta had zijn arm over de heup van de jonge man geslagen. Hij liet hem los alsof hij hem gebrand had. Niemand zei iets, maar Gösta hield zijn wijsvinger voor zijn mond en keek me strak aan. Ik schudde de kussens op en verliet intussen de kamer. Gösta’s vriend verdween de hal in, en vervolgens naar buiten. En is nooit meer teruggekomen.' 
(pag.36)

Een andere verhaallijn, en dat is toch wel de mooiste, meest tragische van allemaal, is die van de architect S. Smith, Allan. Dit is zuiver fictie, hoewel zijn naam erg lijkt op een architect die geboren werd in 1949. Deze man en Doris lijken voorbestemd voor elkaar. Erg romantisch en bijna te mooi om waar te zijn, het perfecte stel. Ook hierover verder geen details, maar lees en leef mee hoe het hen verging. Vergeet niet dat WO II roet in menig eten zal gooien. Gemaakte plannen en gekoesterde dromen moeten wijken voor overleven.

De passages in het heden vertellen hoe Doris keer op keer moet inleveren. Aan het beetje schuifelen in huis en aanrommelen, komt abrupt een einde wanneer ze valt en haar heup breekt. Gelukkig is ze handig met haar laptop en ook wanneer ze in het ziekenhuis ligt houdt ze via Skype contact met haar nichtje Jenny. De rol die Jenny uiteindelijk zal spelen aan het einde van het boek. Hoe deze onverzettelijke vrouw haar tante verzorgt en verrast, is mooi beschreven. Terwijl ze bij haar tante is heeft ze de gelegenheid rond te snuffelen in het huis en alvast een deel van het testament te lezen. Mooi moment om ook nog even in te gaan op de inhoud en vragen te stellen.

En nu mijn bevindingen. Dit romantische boek kon me zeker van tijd tot tijd bekoren. Er waren verrassingen, niet alles was voorspelbaar, het is vlot geschreven, erg toegankelijk. Maar ik kon niet alle beschrijvingen van verdriet waarderen. Ik bedoel wanneer er zeker vier keer gerept wordt van snot dat druipt of afgeveegd wordt aan alles wat voorhanden is, haak ik af. Heeft een verhaal zoiets nodig? Het teveel aan dit soort sentiment heeft voor mij een flink deel van het mooie concept bedorven. Neemt niet weg dat een ander zich hier misschien helemaal niet aan stoort, dus voor de liefhebbers van dit soort feelgood met een grote portie drama zeg ik: een aanrader!



De auteur

Sofia Lundberg (1974) is journalist en redacteur. Het rode adresboek begon als blog en werd zo succesvol dat ze besloot het te bewerken tot een roman. Ze woont met haar zoon in Stockholm.

Titel: Het rode adresboek
Auteur: Sofia Lundberg
Uitgeverij Ambo | Anthos
Vertaling: Marika Otte
ISBN: 9789026341656
Genre: fictie
Pag.: 319
Verschenen: deze editie 2018
Verschenen oorspronkelijk: 2017

vrijdag 16 november 2018

Paolo Cognetti - De buitenjongen en De acht bergen


Recensie door Philipp van Ekeren
Uitgeverij De Bezige Bij


Een dubbel-recensie van de twee laatste boeken van Paolo Cognetti


De buitenjongen

Tegenover de roman van 'De acht bergen', het verhaal van de Italiaanse vader en zoon met het gebergte staat de persoonlijk vertelling 'De buitenjongen'. De terugkeer of vlucht van de schrijver Paolo Cognetti naar de alm. Op zoek naar rust, loutering, contemplatie en afzondering. Een gekozen retraite, alleen tussen de woeste elementen van de natuur. Eenvoud is het cruciale woord. Maar ook de vraag óf de schrijver alleen kán zijn. Dat resulteert in prachtige zinnen.

 'Ik heb nooit een kameraad gevonden die zo kameraadschappelijk is als de eenzaamheid'.

Ook in deze novelle is de natuur overweldigend. De fascinatie van de flora & fauna worden zo krachtig beschreven dat de lezer weer ongemerkt de vertelling in worden getrokken. Dat was ook al het geval bij 'De acht bergen' waarbij de natuur het decor én een hoofdrol speelt. De novelle is opgedeeld in hoofdstukken per seizoen en bestrijkt een jaar. Een prachtige beginregel van de tweede alinea in subhoofdstuk 'In het wit' weet precies de ochtend te beschrijven:

'Vanochtend was de wereld een blanco pagina'.

Zeker in combinatie met 'De acht bergen' zijn de natuurbeschrijvingen een overdaad. Alhoewel prachtig en beeldend beschreven verliest de vertelling wat mij betreft aan kracht. Het verslag van de schrijver in 'De buitenjongen' worden werken van andere bekende internationale & Italiaanse schrijvers geciteerd naar aanleiding van een beleefd natuurfenomeen, gebeurtenis of gevoel. Een mooie quote bij het afscheidsdiner van zijn twee vrienden:

'Ik had drie stoelen in mijn huis,’ schreef Thoreau, ‘een voor eenzaamheid, twee voor vriendschap, drie voor gezelschap'.

Soms naar mijn smaak net iets teveel zodat het bijna neigt naar literair koketteren. Wat er zwaar inhakt als de vader op visite komt in de berghut. Hij beschrijft het dat er in september 'iemand' langskomt. Juist het woord 'iemand', wat enkele regels later staat voor zijn vader, creeërt een enorme afstand. Er is geen interactie, geen communicatie, geen band. Je zou als lezer denken dat na zo'n tijd om na te denken, reflectie en introspectie in de bergen de opening tussen zoon en vader zal bewerkstelligen. Niet dus.

Als ik de twee boeken naast elkaar zet gaat mijn voorkeur duidelijk uit naar 'De acht bergen'. Dat heeft meer diepte qua personages, ontwikkeling, familierelaties en overleven in de Italiaanse bergen. Ik beschouw deze novelle, die drie jaar voor ‘De acht bergen’ verscheen, als een voorstudie waarin de hoofdpersoon alleen zichzelf tegenkomt. Het voegt niet zoveel toe. Sterker nog, het doet afbreuk aan ‘De acht bergen’. De bijfiguren zijn mannen van weinig woorden. Van vriendschap is geen sprake. En dan de uiteindelijke onontkoombare vriendschap met de hond 'Lucky' als finale.

Titel: De Buitenjongen
Auteur: Paolo Cognetti
Originele titel : Le otto montagne
Vertaling: Yond Boeke en Patty Krone
Categorie: Literaire roman
Pagina's: 160
ISBN: 9789403122304
Uitgeverij Bezige Bij
Verschenen: juni 2018



De acht bergen

Het succes van de roman ‘De acht bergen’ is waarschijnlijk veelzeggend over dit tijdsgewricht. In een volledig geautomatiseerde en gedigitaliseerde maatschappij ontstaat een tegenbeweging: de hang of wellicht romantische behoefte naar de natuur, de eenvoud en de retraite. Om tot zichzelf te komen, zichzelf te vinden of om te louteren. Deze roman voorziet in deze behoefte.

Maar er spelen meer thema’s. Het gaat ook over een moeizame vader-zoon relatie. De vader is een zwijgzaam man die alleen in de bergen rust vindt. Daarbij probeert hij de liefde voor de bergen over te brengen door zijn zoon Pietro mee te nemen op zijn tochten. Maar de communicatie tussen die twee is miniem. Een klein, bijna intiem moment van contact is als de vader op een succesvolle bergtocht even zijn hand op de schouder van zijn zoon legt en even knijpt. Na verloop van tijd zet Pietro zich puberend tegen hem af. Hij gaat niet meer de bergen in met hem.

´Ik had hem geen grotere slag kunnen toebrengen. Weigeren met hem mee de bergen in te gaan: het was onvermijdelijk dat het ooit zou gebeuren, hij had het moeten zien aankomen´.

Pas op latere leeftijd beseft hij de onmacht van zijn vader. Zeker versterkt door een dramatische gebeurtenis van de vader als weesjongen. Pas later komt de hoofdpersoon Pietro erachter dat zijn vriend Bruno zijn rol in het bergbeklimmen met zijn vader heeft overgenomen door het vinden van een routekaart met gekleurde lijntjes. Een prachtige scene in het boek is dat Pietro refereert aan de gezellige tijd met zijn moeder op de alm. Fijntjes corrigeert zijn moeder dit beeld door hem te zeggen dat hij zijn mond niet open deed en zich altijd terugtrok. Precies wat hij zijn vader altijd verweet.

Een ander thema is de tegenstelling tussen de ‘bergjongen’ en de ‘stadjongen’ en hun vriendschap van jongs af aan. Als vader plots overlijdt brengt zijn laatste wens de beide jongens weer bij elkaar om op een plaats hoog in de bergen een hut te bouwen. In alle thema’s van de hoofdpersonen is de natuur, in de vorm van bergen, bossen, bomen en de fauna in het Italiaanse hooggebergte van doorslaggevende betekenis. Niet alleen als decor maar ook de strijd tegen de bergen tijdens de seizoenen. De omgeving wordt uitgebreid beschreven zonder dat dit, voor mij, storend wordt. Het intensiveert de beleving van de lezer.

Een krachtige rol is weggelegd voor de vrouwen. Zij gaan het gevecht met de bergen niet aan maar blijven in het dal en zorgen dat alles goed loopt. Zij zijn de stabiele factor. Pietro’s moeder ontfermt zich over Pietro, Bruno en zijn vrouw Lara. De moeder van Bruno is een vrouw van weinig woorden maar staat altijd klaar, weet hoe je een muildier moest beladen, een pakzadel moest vastzetten en hoe je het dier moest aansporen als het weigerde door te lopen. Zelfs op hoge leeftijd klimt ze zonder problemen naar boven als het nodig is. En Lara, neemt het doortastende besluit om op tijd met haar kind te vertrekken uit de bergen. Haar man Bruno geeft de voorkeur aan de bergen waar hij uiteindelijk aan ten onder gaat. Geen romantisch maar een bitter realistisch eind van deze overlevingsstrijd.

De stijl van het boek is toegankelijk, heel af en toe een beetje lyrisch zoals:

'De herinnering is het mooiste toevluchtsoord´.

 Maar het verhaal leest makkelijk en open. De queeste naar de essentie van de bergen,

'Wie zal meer hebben geleerd, hij die de tocht langs acht bergen heeft gemaakt of hij die de top van de berg Sumeru heeft bereikt.'

is voor mij niet duidelijk geworden. Maar het is en blijft een prachtig en indrukwekkend boek. Een aanrader.

Auteur

Paolo Cognetti (Milaan, 1978) is een Italiaanse schrijver en documentaire-maker.
'De acht bergen' betekenden zijn definitieve doorbraak als auteur in Italië en verschijnt in dertig landen. Het werd beloond met de Premio Strega Giovannie en de Premio Strega 2017, de belangrijkste literatuurprijs van Italië.

Titel: De acht bergen
Auteur: Paolo Cognetti
Originele titel : Le otto montagne
Vertaling: Yond Boeke en Patty Krone
Categorie: Literaire roman
Pagina's: 224
ISBN: 9789023466413
Uitgeverij Bezige Bij
Verschenen: augustus 2017

woensdag 14 november 2018

Vladimir Nabokov-Lolita

Leesverslag door Roosje en Tea 
Uitgeverij De Bezige Bij 




"Lolita, mijn levenslicht, mijn lendevuur. Mijn zonde, mijn ziel. Lo-lie-ta: de tongpunt daalt drie treden het gehemelte af en tikt bij drie tegen de tanden. Lo. Lie. Ta. Ze was Lo, gewoon Lo, als ze met haar één meter vijftig 's ochtends met één sok aan stond. Ze was Lola in een lange broek. Ze was Dolly op school. Ze was Dolores als ze ergens haar naam onder zette. Maar in mijn armen was ze altijd Lolita."
Openingszin *


Het verhaal (Roosje)


Dit is het levensverhaal van Humbert Humbert; zijn apologie, lijkt het wel. Naar eigen zeggen zit hij in de gevangenis in afwachting van zijn proces en van zijn dood, naar hij een beetje suggereert. Waarom hij in de cel zit, lees je pas aan het eind van het verhaal. 

Zijn verhaal is het verhaal van een man die valt op meisjes die nog niet in hun vruchtbare jaren zijn, de tijd net voordat de menarche hen met ijselijke vaart voortsleurt naar het Rijk der Volwassen Vrouwen. Zijn eerste seksuele ervaring heeft hij met een meisje van zijn leeftijd in de vroege puberteit, Annabel Leigh. Beiden zijn zeer Europees. Helaas is er geen toekomst voor hen, hetgeen HH zijns ondanks traumatiseert. Heeft zijn seksuele voorkeur voor meisjes, nimfijnen, - analoog aan serafijnen - te maken met het verlies van Annabel? 




Hoe dan ook. HH zit een paar keer in een psychiatrische inrichting; de psychiater diagnostiseert hem als zijnde ‘in aanleg homoseksueel’ en ‘volledig impotent’ (1992: 44). Als lezer moet er nu een lampje gaan branden ergens in je hoofd: het kan zijn dat de dokter het bij het juiste eind heeft, het kan ook zijn dat hij compleet de plank misslaat; het kan zijn dat HH doet alsof hij Lo verkracht om zijn impotentie te verbloemen, het kan zijn dat hij de psychiater recht in zijn gezicht uitlacht. Op psychiaters heeft HH het niet zo; hij wijst erop dat er zenuwartsen zijn die gefortuneerde patiënten een behandeling geven, waarin hij hen deelgenoot laat worden van hun eigen verwekking (ironie). Een kort huwelijksleven met Valeria voldoet geenszins. Zij zijn snel gescheiden, dat wil zeggen zij loopt weg met een taxichauffeur zonder nek.

Hij gaat mee op een poolexpeditie, ongetwijfeld om af te koelen. Hoe dan ook, met een kleine erfenis op zak zoekt hij verpozing op het platteland en komt wonderlijkerwijs terecht in het dorpje Ramsgate in New England, waar hij ook weer via een gelukkige omweg kennis maakt met de weduwe Charlotte Haze, die een nimfijnse dochter heeft, Dolores, die HH Lolita noemt (allerlei grappen en gedoe om haar naam, in enig verband ook met ‘mater dolorosa’, Carmen, etc).
Een huwelijk ligt op de loer en HH hoeft niet veel moeite te doen zijn vrouw weer kwijt te raken. Daarna gaat hij met Lolita op reis, verkracht haar en zij hebben een verhouding, zijnde vader en dochter, tenminste zo brengt HH dat. Hij heeft niet helemaal goed in de gaten dat hij daardoor hun verhouding alleen maar schunniger maakt.

Lo moet dan toch weer een keer naar school. Dat wordt weer in New England, Beardsley (verwijzing naar Aubrey Vincent Beardsley (Brighton (Engeland, 21 augustus 1872 – Menton (Frankrijk), 16 maart 1898) was een invloedrijk Engels illustrator en schrijver. Zijn werk wordt gerekend tot de stroming van de jugendstil of art nouveau.) Lo speelt in een schooltoneelstuk ’De betoverde jagers’ (denk aan Shakespeares Midsummernightsdream’; het leidmotief ‘de betoverde jagers’ speelt overal in deze roman een rol: iedere keer komen ze weer om de hoek kijken). 

The Dancers Reward, Salomé: a tragedy in one act

Maar op een gegeven moment heeft Lo er helemaal geen zin meer in en wil ze met HH opnieuw op reis. Hun einddoel ligt heel zuidelijk. HH’s paranoia aangaande een ontvoerder van Lo wordt groter. Als dan het ergste toch gebeurt, wanneer zij in het ziekenhuis ligt en HH even afwezig is, vraag je je als lezer af: was het dan wel paranoia, als het echt gebeurt waar je zo verschrikkelijk bang voor was? En was het eigenlijk niet zo dat HH haar al een beetje zat was? Het feit dat zij lipstick gebruikt en inmiddels ook al menstrueert kan betekenen dat zij nimfijn af is. Vanzelfsprekend zet hij alle zeilen bij haar te vinden.

Het zijn lege jaren zonder Lo en ondanks een nieuwe vriendin, een low life van een zielige vrouw.
Nog eenmaal treft hij zijn Lo, als zij hem om geld vraagt. Hij achterhaalt haar adres, bemerkt dat zij zwanger is en getrouwd en zij niet meer met hem mee wil. Uit het voorwoord weet de opmerkzame lezer reeds hoe het Lo zal vergaan in haar huwelijkse en moederlijke staat.
Niets blijft HH over dan Lo’s ontvoerder op te sporen en met hem af te rekenen.

HH’s levensverhaal wordt voorafgegaan door een Voorwoord van ene Dr. John Ray jr. Daardoor weten we meteen hoe het HH en Dolores vergaan is, en hoef je als lezer het verhaal niet te lezen om het spannende verhaal; de afloop is direct bekend. Het manuscript is Ray overhandigd door een vriend, die de advocaat was van HH. Ray gaat even in op dit manuscript en op de ‘melaatsheid’ ervan (al zegt Ray dat HH ‘melaats’ is, p 9). HH is een geperverteerde en psychopathische engerd (mijn woorden, rdv), maar was hij op tijd naar een psychiater gegaan en was die arts in staat geweest hem te genezen, dan hadden we niet zo’n fraaie roman als Lolita bezeten. Wat een fijne paradox!

Ook vindt Ray dat de casus Lolita (mijn woorden rdv) in psychiatrische kringen klassiek zal worden, maar als kunstwerk overstijgt HH’s poging tot boetedoening.

Een nawoord sluit HH’s zielige leven af, of was het toch niet zo zielig, en dat is van de hand van Nabokov. Daarin verantwoordt de schrijver zich voor dit boek, en hoe je het misschien zou moeten lezen omdat veel kritiek, vooral van morele aard hem ten deel was gevallen. Nabokov houdt niet van romans met een morele les, of waar je iets uit zou kunnen leren, feiten of ideeënromans of zo. Ook vindt hij autobiografische romans of mensen die menen dat romans autobiografische gelezen zouden moeten/kunnen worden, van een minderwaardig allooi. Het komt er feitelijk op neer dat er maar één soort roman is voor Nabokov: die van het soort l’art pour l’art . De plezier van het schrijven, de plezier van het lezen, de taalspelletjes, de rare fratsen, maximale hilariteit, de allusies, de rijmpjes, de parodieën (allemaal mijn parafrase, rdv).

Ik laat nu even Nabokov zelf aan het woord:
Nadat ik me heb uitgegeven voor de beminnelijke John Ray, de persoon in Lolita die het voorwoord schrijft, wekt elke opmerking die rechtstreeks van mij komt mogelijk de indruk - ook bij mijzelf, overigens - dat ik me uitgeef voor Vladimir Nabokov die over zijn eigen boek praat. (ibid.: 375).
Is dat humor / ironie of niet?


De verteller (Tea)


In de openingszin van het voorwoord wordt melding gemaakt van twee mogelijke titels van deze roman die we bespreken. ‘Lolita’ of ‘De bekentenissen van een blanke man’, waarvan de tweede doet denken aan Bekentenissen van Jean-Jacques Rousseau, een autobiografie uitgebracht in twee delen: 1787 en 1789. Dat Rousseau een totaal andere visie had op een autobiografie dan Humbert blijkt wel uit de regels die Rousseau opstelde voor een dergelijk werk. Hij wilde zichzelf aan zijn medemensen laten zien zoals hij was, oprecht en gedetailleerd. Opmerkelijk genoeg zegt hij er wel meteen bij dat schrijven op zich al een leugen is, een zich verbergen. Dit gelezen hebbend, hoe zit dat met Humbert? Heeft hij een parodie geschreven op Bekentenissen van Rousseau? 

Aan het woord is Humbert Humbert. Hij vertelt zijn verhaal vanuit de eerste persoon met van tijd tot tijd een passage waarin hij over zichzelf spreekt in de derde persoon. Op die momenten beschouwt hij zijn eigen daden vanuit een ander perspectief, hij neemt afstand. Dit komt erg humoristisch over en geeft vooral reliëf aan het verhaal. We weten helemaal niet of HH een betrouwbare verteller is, surfend op Google is er veel informatie te vinden. In een studie van Romi Loomans ** is te lezen dat HH in zijn jeugd traumatische ervaringen heeft opgelopen waardoor hij bepaald gedrag zou vertonen. Wanneer dat zo is, blijft zijn waarneming overeind, hij vertelt ons wat er volgens hem gebeurd is, toch? 

Nou, zo eenvoudig ligt het niet, want in dit boek wordt het verhaal verteld door HH, hij moet flink terug in de tijd, want tussen het moment van het opschrijven van zijn memoires en het begin van zijn relatie met Lolita zit 5 jaar. Is zijn geheugen zo goed dat hij alles nog precies weet? Heeft hij zaken weggelaten, mooier gemaakt, verzonnen? Wij weten het niet, er is maar één verhaal en Dolores’ versie komt al helemaal niet aan bod.
Een voorbeeld van het niet feilloze geheugen van HH geeft hij zelf op pag. 319:
Ik merk dat ik ergens twee gebeurtenissen heb verward, mijn verblijf met Rita in Briceland onderweg naar Cantrip, en ons tweede bezoek aan Briceland onderweg terug naar New York, maar zulke wazig overvloeiende kleuren mogen door de schilder die terugblikt niet versmaad worden.
Het ontbreekt onze protagonist absoluut niet aan het vermogen te manipuleren, dat zegt hij zelf in het boek. Door tijdens zijn opnames in de psychiatrie de kunst af te kijken hoe je iemand kunt misleiden, lukt het hem een aantal keer te ontsnappen aan hachelijke situaties waarin hij zich zou kunnen verraden. Hij vindt zichzelf daarin heel slim en steekt dat niet onder stoelen of banken.
Betrouwbaar of niet betrouwbaar: deze HH heeft een zieke geest en weet de lezer toch in te pakken tijdens het lezen.
Deze confessie zou best een parodie kunnen zijn, tenslotte was Nabokov thuis in de Franse letterkunde en had hij vast ook kennis van het werk van Rousseau.


Ironie (Roosje)


Deze roman barst uit zijn voegen van de ironie, de parodie, de woordspelletjes, hilarische momenten en situaties - of die in ieder geval uiterst hilarisch verteld worden -, allusies van allerlei aard, ook seksueel, verwijzingen naar auteurs uit de wereldliteratuur.
Ik moest echt wel vaak grinniken, terwijl ik het boek aan het lezen was.
Lees ook even het bovenstaande stuk waarmee Nabokov zijn nawoord begint. Je ziet dat de ironie en de dubbelzinnigheid eraf spat. Fictie is bij uitstek het medium om van alles mee uit te proberen. Het is niet alleen het medium om spannende verhalen te vertellen of ook het soort van verhalen dat mensen ontroert of juist verheft. Het is het medium om mee te spelen. Fictie is spelen met taal, zoals een schilder speelt met zijn doek en zijn verf.

Lolita is de eerste roman die Nabokov schreef in het Engels; zijn moedertaal was Russisch; hij had al veel geschreven in zijn eigen taal. Je kunt merken dat hij geen native speaker was. Ik geef een voorbeeld. Het meer waar hij van plan was Charlotte in te verdrinken: het our glass lake. Tenminste, zo denkt HH dat het heet en hij vraagt zich ook af waarom het zo heet. Hij komt erachter dat het Hour glass lake heet, het zandlopersmeer, naar zijn typische vorm. Our en hour klinken hetzelfde. Het Engels zit vol met zulke homofonen (Nlds bijv: steil - stijl), nog meer dan in het Nederlands, zeg ik op de bonnefooi. Voor iemand die een taal leert vallen zulke kwesties direct op. Voor de native speaker is het gesneden koek en die snapt niet eens waar iemand zich druk over maakt of waar hij zich vrolijk over maakt. Dit soort grapjes zitten er veel in dit boek. ook het gegoochel met namen van kinderen en mensen en plaatsen. 

Het soort van overdreven chique taalgebruik, veelal in erotische zaken, die dan enerzijds de boel toedekt met de mantel van de verheven taal, maar anderzijds de platvloersheid ervan benadrukt.
Voorbeeld: ‘We mogen niet vergeten dat een pistool het freudiaanse symbool is van het midden-voorledemaat van de Ur-vader.’ (ibid.: 263)

Met dat pistool is nog iets aan de hand, een allusie. Ik noem het altijd ‘het pistool van Tsjechov’. Als er in het begin van een stuk van de toneelschrijver een pistool te zien was, ergens, niet zo opvallend, dan kon je donder op zeggen dat dat gebruikt ging worden en er waarschijnlijk doden gingen vallen. Dat is doet Nabokov hier ook. Een beetje lezer, op de hoogte van zijn literatuur, weet dat Nabokov hier op Tsjechov duidt, maar hij doet er wel zijn eigen ding mee: bij Nabokov wordt dat pistool een freudiaans symbool van letterlijke mannelijkheid, de penis dus. En dat terwijl we als lezer het vermoeden hebben dat HH niet helemaal potent is, vermoedelijk zelfs redelijk impotent, ondanks de verkrachtingsverhalen die hij Lo laat vertellen, die best wel eens niet waar kunnen zijn. Denk aan het rapport van de psychiater in het begin van de roman. Die Betoverde Jager zou best eens HH zelf kunnen zijn, ‘betoverd’ in de zin van ‘impotent’. En ook terwijl we hadden kunnen weten dat Nabokov een gruwelijke hekel heeft aan freudiaans gegoochel. Zo kun je in één zin heel veel zaken tegelijk lezen. Het knappe van Nabokov is dat hij dat zó doet dat de lezer in staat is hem te volgen in zijn hilarische hersenspinsels.


Allusies (Tea)


Het boek is zeer rijk aan allusies. Ze zijn onder te verdelen in een aantal categorieën en we zullen hier een paar voorbeelden toelichten. 

In het eerste hoofdstuk wordt op de eerste pagina melding gemaakt van Lolita’s voorgangster, later zullen we haar naam te weten komen: Annabel Leigh. Hier is meteen een belangrijke verwijzing te zien naar Annabel Lee, de vrouw in het gelijknamige gedicht van Edgar Allan Poe.
De woorden van Humbert Humbert in Lolita:

Ladies and gentlemen of the jury, exhibit number one is what the seraphs, the misinformed, simple, noble-winged seraphs, envied. Look at this tangle of thorns.
Dames en heren van de jury, bewijsstuk nummer één is wat de afgunst wekte van de serafijnen, de misleide, eenvoudige, edel-gevleugelde serafijnen. Bekijkt u dit doornenkluwen.
De strofe uit het gedicht van Edgar Allan Poe:

With a love that the wingèd seraphs of Heaven Coveted her and me.
en wij minden zozeer dat het hemelse heer afgunstig keek op ons neer
Niet alleen Edgar Allan Poe, maar ook andere auteurs laten hun echo horen in Lolita.
Wanneer in deel twee de paranoïde Humbert Humbert op zoek is naar Lolita’s verblijfplaats vindt hij overal aanwijzingen van de man die zijn nimfijn ontvoerd heeft. Als een detective ontdekt hij dat de ontvoerder een zeer belezen man is, Frans spreekt, zijn klassiekers kent. Bij het bestuderen van de hotelinschrijvingen laat hij zijn fantasie los op ‘N.S. Aristoff, Catagela, NY en James Mavor Morell, Hoaxton, Engeland. Wat zou dit kunnen betekenen? H.H.’s hersenen maken overuren en hij komt op het lumineuze idee dat Catagela de naam is van een stad uit het theaterstuk Acharniërs (425 v.Chr.) van Aristophanes. Hier is iets grappigs aan de hand, de naam van de stad is verzonnen. Wanneer je de Griekse naam zou vertalen in het Engels krijg zoiets als Mockington, en hoax betekent ‘bedrog’, dus hier speelt de auteur een prachtig spel met mogelijke dubbelzinnigheden en gecodeerde boodschappen.
Aan de lezer de eer en het genoegen zoveel mogelijk verwijzingen te spotten, het zijn er vele en van allerlei aard. Denk aan sprookjes, de bijbel, filosofen, romanpersonages etc.


Moreel aspect (Roosje)


De reden waarom ik vroeger dit boek heb weggelegd was dat ik geen verhaal wilde lezen van een pedoseksueel. Echter, Nabokov schrijft geen verhaal van een pedo die een meisje verkracht. Nabokov schrijft een verhaal dat complete fictie is, zoals hij zelf in het nawoord aangeeft. Ik ga nog een stapje verder: deze roman is een roman over het schrijven van een roman: meta-niveau. Zogenaamd is het levensverhaal van HH, een apologie, een zichzelf vrijpleiten en een soort van boetedoening, een beetje dan. Maar feitelijk schrijft HH tijdens ons lezen van Lolita de roman Lolita. Wij lezen mee met zijn schrijfproces. Niets van dit verhaal heeft te maken met de ‘werkelijkheid’ buiten de roman. Het gaat niet over een pedo, het gaat niet om een griezel, het gaat om een hoofdpersoon die zelf ook totale fictie is: het meest onbetrouwbare personage dat er is. Niet voor niets suggereerde ik al in het begin van mijn lezen dat dit boek leek op de film The Usual Suspects. Het is niet helemaal precies zo maar toch wel een beetje.

Het gaat in deze roman over de talige werkelijkheid, die van de roman in zijn algemeenheid: roman = fictie; en om het ontstaan van de roman Lolita in het bijzonder.

Het is een Amerikaans-puriteinse kwestie romans en romanpersonages direct te linken aan vooral amoraliteit en perversie (en atheïsme, ik praat Nabokov een beetje na). Daarom kon dit boek ook niet in Amerika verschijnen; de eerste druk verscheen bij een Franse uitgever.
Tegelijk proef je de hypocrisie. Een roman over deze seksuele kwestie, die niet eens een seksuele kwestie is, mag niet, maar een jong meisje mag wel lippenstift op en tennissen in een kort broekje. Daar nemen de meeste Amerikanen geen aanstoot aan: een meisje dat zich verkleedt als een erotisch wezen. Je zou het nog een stukje verder kunnen oprekken: door die erotiserende gewoonte (jong meisje, lippenstift, kort broekje) maakt een samenleving het pedoseksuelen wel erg makkelijk. Evenals de moeder van dat meisje; gelukkig is Lolita een meisje dat zich niet op de kop laat zitten.



Persoonlijke leeservaring en wat anderen er niet zo prettig aan zouden vinden, aan Lolita van Nabokov. (Tea en Roosje)


Dit boek ligt al een tijdje te wachten, wel of niet lezen? Ik had een stok achter de deur nodig om het te gaan lezen. Die stok was een leesgroep, eenmaal opgegeven kun je er met goed fatsoen niet meer onderuit. En hoe groot was de verrassing dat het me meteen greep, eerst in korte tijd gelezen om het verhaal te vatten, daarna een langzame lezing om optimaal te kunnen genieten van het betoverende proza, wat is dat ontzettend knap gedaan, zelfs het allerlelijkste tovert woordkunstenaar Nabokov om tot een poëtisch landschap. Bijzonder goed gedaan, en wanneer je dan ook nog beseft dat het allemaal metafictie is... inderdaad, Roosje haalt het ook al aan dat krijg je met het gezamenlijk lezen van boeken zoals Het contraleven-Philip Roth.
Lezers die zich teveel laten inpakken door het vermeende thema - het verleiden van een nimfijn - slagen misschien minder goed door die laag heen te prikken en worden boos of verontwaardigd. Ook zou Nabokov valselijk beschuldigd kunnen worden gevoelens te hebben in die richting. Maar zo is het niet, het is allemaal verbeelding en wat voor verbeelding! Schitterend hoe de paranoia steeds grotere vormen aanneemt en hoe H.H. zich bedient van onder andere knettergekke namen, echt heel humoristisch!

Dit ‘morele’ aspect en het spelen en vrij associëren met en van taal en literatuur maken dat dit boek niet voor elke lezer geschikt is. Ook het verhaal dat geen fijn en sympathiek verhaal is, kan makkelijk tegen gaan staan. Als je geen ‘goed verstaander’ bent (en dat is helemaal niet erg :-)) van Nabokov vind je er gewoon niets aan. Dat is zeer begrijpelijk.
Ik heb de laatste maanden de neiging wat ‘moeilijkere’ boeken te lezen, die ik dan ook nog eens onder en vergrootglas leg. Moeilijk, in de zin van anders dan veel romans; in de zin van ingewikkelde structuur (verdubbelingen zoals bij Anna Blamans Eenzaam avontuur), of verschillende what-if-plots naast elkaar in Philip Roths Het contraleven; dit boek is m.i. ook een roman die gaat over het schrijven van een roman; wat kan een schrijver allemaal in het werk stellen een roman te componeren); in de zin van een ingewikkelde puzzel van motieven, spel met de werkelijkheid (Thomas Rosenboom, Publieke werken; T.S Eliot, The Waste Land).
 
Ook Lolita van Nabokov is geen makkelijk boek. De onsympathieke hoofdpersoon staat een mens al te makkelijk tegen. Het verhaal van een onbetrouwbaar personage dat je steeds op het verkeerde been zet, kan je als lezer ook best een beetje zwaar op de maag vallen. En dan al die toespelingen op de wereldliteratuur, het voortdurende spel met taal. Ik kan in ieder geval niet meer dan 20 bladzijdes Lolita in een keer aan. Maar wat heb ik ervan genoten, van zijn taalpuzzel en talige streken. Een boek om talloze malen te herlezen, of stukjes eruit. Mijn aantekenschrift staat vol pijltjes en tussen haakjes van de verwijzingen en zaken die ik toch even moest opzoeken op internet. Wie was Marat ook al weer. Ook maak ik associaties die Nabokov zelf niet gemaakt kan hebben, zijn blauwe hotel, ‘blue hotel’ riep stante pede het liedje van Chris Isak bij me op. Nabokov zet je aan tot het maken van je eigen associaties en synesthesie (daar vertelt Tea vast meer over: ‘go ahead, Tea!’)

Jacques-Louis David - De moord op Marat bron

Nabokov (Tea)


Wie was deze man, waar kwam hij vandaan en wat bezielde hem? Tijdens het lezen van Lolita kwamen de vragen langzaam opborrelen, enig speurwerk levert een aantal interessante bijzonderheden op. We vroegen ons onder meer af waarom Nabokov zoveel kleuren benoemt in z’n proza.



‘Wat me tot waanzin drijft is de tweeledige aard van die nimfijn – van elke nimfijn misschien; die mengeling in mijn Lolita van tere dromerige kinderlijkheid en een soort griezelige platvloersheid, die voortkomt uit de wipneuzige schalksheid van advertenties en tijdschriftfoto’s, uit het wazige roze van jeugdige dienstmeisjes in het Oude Land (ruikend naar geplette madeliefjes en zweet); en uit heel jonge lichtekooien vermomd als kinderen in provinciebordelen; en dat alles mengt zich dan weer met de verfijnde smetteloze teerheid die sijpelt door de muskus en de modder door de drek en de dood, o God, o God.’ (pag. 56)

Het gebruik van zoveel kleuren in het proza van Nabokov komt door zijn synesthesie. Mensen met synesthesie nemen iets waar met meerdere zintuigen tegelijk. Veel kunstenaars hebben deze ‘gave’. Bij Nabokov worden letters onverbrekelijk met kleuren verbonden, dat is dan de verklaring die we zochten in de leesgroep. De moeder van Nabokov had ook synesthesie en wees de jonge Vladimir op allerlei details, die werden opgeslagen in het geheugen. In zijn boek Geheugen spreek zal hij al die opgeslagen herinneringen gebruiken.
In Hoe verliefd is de lezer-Doeschka Meijssing’ is te lezen dat Nabokov het in de VS helemaal niet makkelijk had, moest sappelen om rond te komen. Karel van het Reve woonde als student een Russian Summer School bij in Vermont en beweert zich weinig te herinneren van gastdocent Nabokov, hij maakte niet veel indruk.

‘Zijn colleges staan onder de studenten bekend als ‘Dirty lit’ vanwege zijn verregaande interpretaties van Anna Karenina en Madame Bovary. Hij stuurde eens een student op een tentamen weg omdat die op de vraag ‘wat is de naam van de boom hier buiten het raam?’ geen antwoord kon geven. Wie zulke dingen niet weet kan niets van literatuur begrijpen. Zie ook zijn examenvraag aan de studenten: ‘Welke kleur heeft het flesje dat het arsenicum bevat waarmee Emma Bovary zich vergiftigt?’’(pag.299)


Nabokov Biografie 

 

Vladimir Nabokov (1899-1977) stamt uit een Russische aristocratische familie die, met achterlating van al haar bezittingen, in 1917 naar het Westen vluchtte. Nadat Nabokov in de jaren dertig aanvankelijk in Duitsland woonde, week hij later uit naar Parijs. Het feit dat zijn vrouw Véra joodse was speelde daarbij een belangrijke rol. Na het bombardement op Rotterdam van 10 mei 1940 zag Nabokov in dat zijn vrouw en hij ook in Frankrijk niet langer veilig zouden zijn en vluchtte het gezin met een van de laatste boten via de haven van Saint-Nazaire naar Amerika. Het enorme succes van Lolita (1955) maakte hem financieel onafhankelijk. In 1959 verhuisde hij naar Zwitserland. Hij schreef een groot aantal inmiddels klassieke romans, waaronder Pnin, De verdediging, Ada en De gave. Behalve een van de grootste schrijvers van de twintigste eeuw was hij een gerenommerd vlinderkenner. In 2009 verscheen postuum zijn laatste roman, Het origineel van Laura.



*Lolita, Vladimir Nabokov. Vertaling: Rien Verhoef
De openingszin van Lolita werd gekozen op plaats 5 van de American Book Reviews lijst van beste openingszinnen. (bron)
**link naar artikel 


Titel: Lolita’s
Auteur: Vladimir Nabokov
Uitgever: De Bezige Bij
ISBN: 9789023419983
Vertaling: Rien Verhoef
Bladzijden: 384 pp.
Genre: Literaire fictie
Verschenen: deze editie 2006

dinsdag 13 november 2018

Elizabeth Taylor - Hotel Claremont


Recensie door Truusje
Uitgeverij Karmijn



Oud zijn is pas hard werken

Elizabeth Taylor is een van de vier bijna vergeten Britse Grandes Dames, maar Uitgeverij Karmijn heeft het literaire werk van haar hand weer nieuw leven ingeblazen door het opnieuw uit te geven. Juni 2016 verscheen Angel en nu dus Hotel Claremont.

Het verhaal speelt zich voor het grootste deel af in een hotel, waar een aantal oudere dames en heren voor hun oude dag een kamer huren. Zo ook de lange, stevig gebouwde weduwe, mevrouw Palfrey die zich in januari door een taxi met haar bagage laat afzetten bij Hotel Claremont, een van de vele hotels aan Cromwell Road, Londen.
Haar kamer is niet direct wat ze had verwacht. Met een vloerkleed dat er nogal sleets uitziet, een dichtgespijkerde schouw en een naar schroeilucht riekende radiator, heeft ze het gevoel dat ze in de kamer van een dienstmeisje is beland. Voor de badkamer moet ze helaas eerst de gang op.
Haar eerste indruk van het diner is dat het er nogal sjofeltjes uitziet en niet de kwaliteit heeft die ze gewend is. In ieder geval had ze zich er een andere voorstelling van gemaakt.

Het komt me als heel bijzonder voor dat het toentertijd - het boek stamt uit 1971 - in Engeland blijkbaar niet ongebruikelijk was dat de ouderen ervoor kozen om hun oude dag in een hotel te verblijven.

Na de maaltijd verhuizen de gasten naar de lobby voor een kopje koffie, een babbeltje, een spelletje, wat lezen of om een breiwerkje ter hand te nemen. Aldaar leert mevrouw Palfrey het kleurrijke gezelschap medebewoners kennen en zoals het in een besloten gemeenschap meestal gaat.......men houdt elkaar nauwlettend in de gaten en bespreekt elkaar wanneer er geen andere oren in de buurt zijn. Vanzelfsprekend heeft iedere gast zijn of haar eigen hebbelijkheden of onhebbelijkheden en zijn er onderling de nodige irritaties te bespeuren. Met name enkele dames proberen elkaar de loef af te steken en zich beter voor te doen dan ze in werkelijkheid zijn.
Toch lijken ze zich desondanks, wanneer ze de ander beter leren kennen, min of meer met elkaar te vergroeien. Het leidt ook tot tragikomische passages. Ze hebben allemaal hun eigen verhaal te vertellen, maar er wordt bijna steevast door elkaar heen gepraat en geluisterd wordt er niet. De hotelhouder begint het groepje bejaarden lastig te vinden. Ze hangen hinderlijk rond, lopen in de weg en hun gedrag stoort hem.

Wat voor mevrouw Palfrey het meest genante is, is dat haar steeds wordt gevraagd wanneer ze nou eens bezoek krijgt. Zelf weet ze echter dat ze dat niet hoeft te verwachten, omdat haar dochter Elizabeth en schoonzoon in Schotland wonen en haar kleinzoon Desmond - een pedant mannetje - is ook al geen trouwe bezoeker.

Dan ontmoet ze, door een ongelukje, de jonge Ludo Myers en er ontstaat een bijzondere vriendschap. Ze smeedt een snood plan en nodigt hem uit om bij haar in het hotel te komen dineren.

'Het liep allemaal van een leien dakje. [...] Ze glom.
'Kun je me twee glazen sherry brengen, Antonio?' zei ze tegen de ober. 'Ik denk medium dry. Vind je dat goed Desmond?'
Ludo boog zijn hoofd.'

Dit toneelstukje loopt natuurlijk onherroepelijk uit op een pijnlijke situatie, waardoor mevrouw Palfrey danig in verlegenheid wordt gebracht.

De hoogbejaarde en slecht mobiele mevrouw Albuthnot woont het langst in Hotel Claremont en is de eerste die noodgedwongen moet verhuizen. Om haar eer hoog te houden zegt ze dat ze een ander hotel heeft gevonden.

'Op een ochtend lazen ze in de kolom overlijdensberichten van de Daily Telegraph. 'ARBUTHNOT - Op 10 september, in verpleeghuis The Breamer, Bastead, Middlesex, Elvira, Anne, geliefde zuster van Constance en Dorothy Proctor. Begrafenis in besloten kring. Geen bloemen.' [...] 'Ik zou gegaan zijn,' zei meneer Osmond chagrijnig. Hij keek even naar mevrouw Palfrey. Ze hadden misschien samen kunnen gaan om haar de laatste eer te bewijzen, passend gekleed, en in een passende gemoedsgesteldheid.
'We mogen niet eens weten waar het zal zijn,' klaagde mevrouw Burton. [...]
'Het zou aardig zijn geweest als we een krans hadden kunnen sturen,' zei mevrouw Post. '"Van haar vrienden in Hotel Claremont", of zoiets.'

De dagen slepen traag voort in ledigheid, men lummelt wat rond, wacht op bezoek of mijmert over vervlogen tijden en het verdriet om wat voorbij is en nooit meer terugkomt. Wat me heel erg raakte was de volgende passage;

'Oud zijn was pas hard werken. Het was net als een baby zijn, maar dan omgekeerd. Een zuigeling leert elke dag iets kleins; bejaarden verliezen elke dag iets kleins. Namen glippen weg, data betekenen niets meer, volgorden raken in de war en gezichten vervagen. De eerste jeugd en de ouderdom zijn allebei vermoeiende tijden.'

Een flirtage die mevrouw Palfrey in verlegenheid brengt, leidt wederom tot een ongelukje. Wie zal haar nu kunnen opvangen...........?

Hotel Claremont is een heerlijk boek. Je proeft van de Britse stiff upperlip waar de ouderen zich van bedienen om zich beter voor te doen dan ze zijn. Het doet me denken aan Hyacinth Bucket: 'Mrs Bouquet, lady of the house speaking.....'
Op mij komt dit verhaal heel realistisch over, waarbij de ouderen een tikkeltje karikaturaal zijn neergezet. Dit doet echter niets af aan het plezier dat ik had aan dit bijna vergeten literaire werk van de alom gewaardeerde Taylor. Ze schrijft zo bijzonder soepel en schijnbaar eenvoudig dat je ongemerkt wordt meegevoerd in het wel en wee van de personages. Heel fijntjes weet ze precies de vinger op alle zere plekjes te leggen en ze laat de personages het werk voor haar doen.

Auteur

Elizabeth Taylor (geboren Coles , 3 juli 1912 - 19 november 1975) was een Engelse schrijver en schrijver van korte verhalen. Kingsley Amis beschreef haar als 'een van de beste Engelse romanschrijvers geboren in deze eeuw'. Antonia Fraser noemde haar 'een van de meest onderschatte schrijvers van de 20e eeuw', terwijl Hilary Mantel zei dat ze 'behendig, voldongen en enigszins onderschat' was.

Elizabeth werd geboren in Reading, Berkshire, de dochter van Oliver Coles, een verzekeringsinspecteur, en zijn vrouw Elsie May Fewtrell. Ze volgde een opleiding aan de Abbey School, Reading en werkte daarna als gouvernante, tutor en bibliothecaris. Ze trouwde in 1936 met John Taylor, eigenaar van een zoetwarenbedrijf, waarna ze voor bijna heel hun huwelijksleven in Penn, Buckinghamshire woonden. Ze was kort lid van de Britse Communistische Partij en vervolgens een vaste voorstander van de Labour Party 

Taylor's werk houdt zich voornamelijk bezig met de nuances van het dagelijks leven en situaties, waarover ze schrijft met behendigheid. Haar sluwe maar aanhankelijke portretten van het middenklasse en hogere middenklasse Engelse leven wonnen haar als een publiek van discriminerende lezers, evenals trouwe vrienden in de wereld van de brieven. Ze was een vriend van de schrijver Ivy Compton-Burnett en van de romancier en criticus Robert Liddell. Haar lange correspondentie met laatstgenoemde vormt het onderwerp van een van haar korte verhalen, 'The Letter Writers' (gepubliceerd in The Blush, 1951), maar de brieven werden vernietigd, in overeenstemming met haar algemene beleid om haar privéleven privé te houden. Een gruwel van publiciteit is het onderwerp van een ander beroemd kortverhaal, 'Sisters', geschreven in 1969.

Anne Tyler vergeleek Taylor ooit met Jane Austen , Barbara Pym en Elizabeth Bowen - 'allemaal zielezusters', in de woorden van Tyler.

Elizabeth Taylor was ook een goede vriendin van Elizabeth Jane Howard, die door de weduwnaar van Taylor werd gevraagd om na de dood van Elizabeth Taylor een biografie te schrijven. Howard weigerde vanwege wat volgens haar een gebrek aan incident was in het leven van Taylor. 

Elizabeth Taylor stierf op 63-jarige leeftijd aan kanker in Penn, Buckinghamshire.
In de 21e eeuw ontstond er een nieuwe interesse in haar werk door filmmakers. In de jaren zeventig had Ruth Sacks Caplin een aangepast scenario geschreven op basis van Taylor's roman Mrs. Palfrey in Claremont. Het scenario van Caplin bleef tientallen jaren liggen, totdat haar zoon, Lee Caplin, de rechten op de film in 1999 kocht. De filmbewerking van Ruth Sacks Caplin, geregisseerd door Dan Ireland, werd eindelijk uitgebracht in 2005 met de Britse actrice Joan Plowright in de titelrol.
De Franse regisseur François Ozon maakte in 2007 een film van 'The Real Life of Angel Deverell' getiteld 'Angel', met Romola Garai.

Titel: Hotel Claremont
Auteur: Elizabeth Taylor
Vertaling: Johannes Jonkers
Pagina's: 224
ISBN: 9789492168306
Uitgeverij Karmijn
Verschenen: oktober 2018

zondag 11 november 2018

Iris Murdoch-Op zand gebouwd

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Contact





Een tikkeltje moraalfilosofie en een snufje magie…

 

Op zand gebouwd is de vertaling van de Engelse titel The Sandcastle, (1957) de derde roman van Iris Murdoch. Een bijzonder toegankelijk en vermakelijk boek met duidelijk herkenbare elementen van haar schrijfstijl. De setting is dit keer een school. In haar vorige boek - Vlucht voor de tovenaar (1956) - vormde de school alleen decor van de beginsituatie, nu speelt de school een belangrijke rol in de hele roman. De heerlijk beschrijving van de ‘public schoolis een belangrijk onderdeel van het leesplezier.

[…] ze gaven uitzicht op een klein voortuintje en een ligusterhaag waarvan de blaadjes in de blakerende hitte slap neerhingen. De tuin lag aan een laantje waar de keurige halve villa’s als spiegelbeelden tegenover elkaar stonden. Het was een nieuwe woonwijk, modern van opzet en zeer goed gebouwd. Boven de rode daken en het kwijnende gebladerte van de bomen rees hoog in het dampige midzomer licht de neo-gotische toren van de St. Bride’s school, waar Mor hoofd van één der huizen was.’


In het kort komt de inhoud neer op buitenechtelijke relatie tussen twee mensen, de aantrekkingskracht van een ander leven, het ontsnappen aan een keurslijf en de vrije wil.

Het huwelijk van echtpaar Nan en Bill Mor zit in het slop en Mor is opgetogen wanneer er een schilderes opduikt met de naam Rain. Zij krijgt de opdracht een portret te schilderen van de ex-directeur van de school. Het lijkt alsof Mor betoverd wordt door haar verschijning, hij laat zich helemaal inpalmen door haar talent en haar flair. Het echtpaar heeft twee kinderen die een niet onbelangrijke plek krijgen in het verhaal. De twee hebben eigenaardige gewoontes en riten die uitstekend passen bij het magische element waar Iris Murdoch bekend om staat. De beschrijvingen daarvan zijn geweldig en roepen de sfeer op van vervlogen tijden van het oude Engeland met z’n kostscholen en strikte geboden, verboden en het schenden daarvan.

Nan mag dan slachtoffer worden van een echtgenoot die haar bedriegt, maar zij zal zorgen voor meerdere plotwendingen. Het is ijzersterk van Murdoch dat in dit boek de vrouwen een enorm krachtige rol krijgen toebedeeld, tijdens het lezen zie je niet hoe het verhaal zal aflopen. Van tijd tot tijd wordt het spannend met soms grappige en absurde passages. Ook in dit boek zit weer een schitterend verslag van een gebeurtenis die met water te maken heeft, wederom één van Murdochs vaste motieven. Dit keer met een auto. De oude Engelse auto’s zijn een onderdeel van het Engeland van de jaren ‘50 en statussymbolen van de Britse middle- en upperclass. Murdochs verhalen spelen zich meestal af in de hogere sociale klasse, de personages bewonen vaak mooi ingerichte huizen met grote tuinen. 


Cover of the first edition (wiki)
Tim Burke, een vriend van Mor is edelsmid en heeft een winkel. Geen keurige zaak met alles op z’n plek, maar een vertrek waarin een groot deel bestaat uit een soort uitdragerij waar alles door elkaar ligt. Vooral allerlei snuisterijen en sieraden die hij ergens voordelig op de kop getikt of gekregen heeft. Heerlijk om in rond te struinen en vormt een enorm contrast met de kostbaarheden die wel netjes in vitrines liggen. In de zaak vinden ook ontmoetingen plaats. Tim is politiek actief en wil Mor enthousiast maken voor een politieke functie. Om het verhaal nog wat spanning mee te geven heeft Tim een oogje op Nan en door de mooie sieraden is de link met een geladen sfeer al snel gelegd. Geniet van de glimmende edelstenen en andere prullaria. Wanneer je erover leest hoor je de geluidjes van de steentjes die tegen elkaar aankomen, erg sprankelend vooral wanneer er ook nog licht op komt. Zintuiglijk schrijven, dat doet Iris Murdoch en dat is één van de redenen waarom haar boeken zo’n genot zijn om te lezen.

Iris Murdoch schrijft ook een beetje ‘weird’, er gebeuren echt heel vreemde dingen. Wanneer je je van alles een voorstelling gaat maken, en dat gebeurt natuurlijk met lezen, verbaas je je in het begin, maar na meerdere boeken wordt verbazen herkennen en past het ineens precies bij de sfeer die Murdoch typeert.
Uiteindelijk wil ze het goede van de mens benadrukken. Na alle verleidingen waaraan een mens bloot komt te staan verschijnt, als een fee met een toverstafje, iemand met inzicht die een totaal ander licht op de zaak werpt en de makkelijke weg niet neemt, maar de middenweg zoekt. Het zijn processen waarin Murdoch de lezer meeneemt, prachtig verpakt in magie, humor en wat filosofie.

Dit boek heb ik ook weer met veel plezier gelezen, geen moment teleurgesteld, maar weer verrast door de levendigheid van het verhaal en de personages. Het is geen loodzware kost, integendeel, het boek laat zich zonder enorme inspanningen veroveren en eerlijk gezegd kijk ik uit naar haar volgende ‘De Klok’.



De auteur

Dame Jean Iris Murdoch (Dublin, 15 juli 1919 – Oxford, 8 februari 1999), was een filosofe, die haar grootste bekendheid dankt aan haar werk als romanschrijfster.
Murdoch had een voor die tijd erg vrije moraal. Ze had relaties met veel verschillende mannen, vaak met meerdere tegelijk, ook na haar huwelijk met John Bayley. Dat waren zonder uitzondering invloedrijke mannen, vaak afkomstig uit de wereld van wetenschap en cultuur. Er gingen geruchten dat Murdoch ook relaties met vrouwen zou hebben, maar dat ontkende ze altijd.Iris Murdoch leidde een productief leven. Naast het schrijven van romans en ander werk gaf ze vaak lezingen, in binnen- en buitenland, vooral over haar werk als schrijfster maar ook over filosofie.

In 1978 kreeg ze de Booker Prize voor haar roman The Sea, the Sea. Het boek gaat over een gepensioneerde regisseur die zich op het platteland terugtrekt. Daar ontmoet hij zijn eerste liefde, van wie hij zijn hele leven is blijven dromen en die zich zonder een spoor achter te laten uit zijn leven heeft teruggetrokken. Zijn verlangen naar haar laait weer op, wat tot noodlottige verwikkelingen leidt.In 1987 kreeg ze de onderscheiding Commander of the Order of the British Empire, waardoor ze zich Dame Iris Murdoch mocht noemen.


Titel: Op zand gebouwd
Titel oorspronkelijk: The Sandcastle
Auteur: Iris Murdoch
Uitgever: Contact
Vertaling: Jean Schalekamp
ISBN: 9789025463106
Pag.: 307
Genre: fictie
Verschenen: 1974
Verschenen oorspronkelijk: 1957