maandag 17 juni 2019

Johan Harstad – Max, Mischa & het Tet-offensief

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Podium



                                                                   ‘De dag begint’ (openingszin)

Ver weg van de oppervlakte...
 

Deze zeer lijvige roman is er eentje van een buitengewone categorie. Hij zou nu al een moderne klassieker genoemd kunnen worden. Door thema’s volop de ruimte te geven krijgt het boek diepte, inhoud en verband. Harstad doet niet aan ‘aanstippen’, hij gaat grondig te werk met opsommingen, lange beschouwingen en gedetailleerde observaties van gedachten en handelingen.
De thema’s zitten al in de titel, Max is een van de hoofdpersonages, een Noorse jongen die als tiener met zijn ouders emigreert naar de V.S. Mischa is zijn grote liefde en kunstenares, het Tet-offensief heeft alles te maken met wat zijn oom Owen meemaakte. Uiteindelijk lopen al deze verhaallijnen naast en door elkaar.

Het boek is opgebouwd in forse hoofdstukken. Ik las dit boek in een langdurige leesclub, 6 maanden deden we erover om het boek in gedeelten te lezen en te bespreken. De openingszin ‘De dag begint’ wordt gevolgd door een beknopte terugblik wat er allemaal gebeurd is met Max en is tevens een vooruitblik van wat er in het boek allemaal aan bod zal komen.

‘Ik zal over jullie allemaal vertellen.
Ik schrijf dit tenslotte voor jullie, voor ons, voor mijzelf. Ik schrijf dit voordat ik het vergeet, zoals jullie het misschien al vergeten zijn, zoals alles vroeg of laat in shit verandert, zoals Wohlman ook altijd zei (Mordecai had een theorie dat hij in werkelijkheid 仕手 bedoelde – het Japanse woord shite; de hoofdpersoon in no-drama’s).’

Een recensie te schrijven is bijna een onmogelijke opgave omdat de neiging bestaat net zo uit te weiden als in het boek. Ellenlange zinnen gebruikt de auteur, er komt bijna geen einde aan en het verveelt niet, je wilt weten hoe het verder gaat en waarom, hoe en wanneer! Dat is meteen ook de oorzaak van het enorm aantal pagina’s, de schrijver houdt de lezer vast, eenmaal gegrepen laat hij niet meer los. Het sterke is dat je het boek ook gewoon een paar weken kunt laten liggen, je bent zo weer in het verhaal.
Verhaal, ja waar gaat het over? Max emigreert met zijn ouders naar de V.S., ontworteling, aanpassing en vriendschap met Mordecai geven hem een nieuw leven onder compleet andere omstandigheden. Totaal anders dan in Noorwegen waar hij met zijn vrienden scenes uit Apocalypse Now naspeelde, dit is de link met de broer van z’n vader, Owen, die werkelijk vocht in Vietnam.

Owen is ook in de V.S. terechtgekomen, heeft geen contact meer met zijn familie. Hij heeft een prominente plaats in het boek. Er wordt diep ingegaan op zijn leven voor, tijdens en na Vietnam. Hoe komt iemand in zo’n oorlog terecht, met welke verwachtingen en hoe komt de man eruit? In een prachtig hoofdstuk wordt verteld hoe hij liefdevol opgevangen wordt door een echtpaar zonder kinderen. Hun zoon leeft niet meer en het paste allemaal zo mooi, Owen die muzikaal is en werk zoekt, het echtpaar in chique Apthorp, dat voldoende plaats heeft. Maar het drama is nog niet ten einde, niets is wat het lijkt en alles is eindig. Het komt tot een ontmoeting met zijn neef Max, die inmiddels een vriendin heeft, Mischa, de kunstenares.

Een tweede, zeer belangrijk thema, de kunst in al zijn vormen. Er is toneel, vele namen passeren de revue zoals Samuel Beckett

‘En tot slot zou ik zeggen: kijk naar Beckett, de laatste regieaanwijzing aan het eind van Godot, als Vladimir en Estragon samen besloten hebben om op te stappen, bestaat slechts uit de volgende woorden: ‘Ze blijven staan.’’

Mischa schildert, ze heeft een heel eigen stijl, is succesvol en exposeert. De auteur is zelfs zover gegaan de fictieve kunstwerken te construeren op de computer en catalogusteksten geschreven , zie de link Mischa Grey - A Retrospective. https://issuu.com/lacktr/docs/mmt1, (met dank aan het speurwerk van een van de leesclubdeelnemers) 

Veel aandacht is er voor film, Apocalypse Now heeft een bijzondere plek tussen alle andere films, de link met Owen is nadrukkelijk aanwezig en wanneer je de film gezien hebt geeft dat het boek een extra dimensie denk ik.

[…] ‘Dit is de ergste gebeurtenis na de oorlog: over een paar dagen mag het gips eraf (dat van boven tot onder is volgeschreven door bijna alle leerlingen van de Gauselschool, lijkt het wel, op creatieve wijze aangebracht rond de woorden CHARLIE DON’T SURF! en I LOVE THE SMELL OF NAPALM IN THE MORNING’ […] 

En de muziek natuurlijk... er gaat een wereld voor je open. Prachtig gecomponeerd komt na het hoofdstuk Bladblazerblues, hierover straks meer, een hoofdstuk met de zakelijk aandoende titel KPM. Een uitgebreid verslag van de strijd die Owen levert met het vinden van betaald werk. Hij maakt muziek, zit zelfs in een band, maar zaken veranderen en op een gegeven moment is er geen sprake meer van enige vastigheid. Bijna aan de grond komt hij in contact met een man die hem onder zijn hoede wil nemen, een absoluut onorthodoxe behandeling staat Owen te wachten. Hij wordt werkelijk door de mangel gehaald, net zolang tot de ‘meester’ tevreden is en hij geschikt geacht wordt te gaan werken voor KPM.

‘De musici die de opnames voor KPM verzorgen, vormen een geheim leger van artiesten die een eenmalig honorarium ontvangen en die alle toekomstige rechten afstaan, zowel op aarde als in het universum, voor ofwel uitgemolken kwaliteitsmuziek of voor albums vol absoluut identiteitsloos muzikaal behang, voor elk denkbaar gebruik.’

Bladblazerblues met als ondertitel ‘The Sprawl’ roept de verwachting van weemoed, afscheid, vergankelijkheid en klinkt geweldig met zijn 3 bl’s. Ik citeer even een stukje uit mijn reactie in de leesclub

‘Zoals van elk hoofdstuk tot nu toe ben ik ook van bbb erg gecharmeerd, ik vind het ongelooflijk knap dat de auteur iedere keer de juiste snaar weet te raken met zijn woorden, hij musiceert bijna met taal. Ik ben al een stuk verder en raak nog meer verknocht aan de vervlechting van kunst in het verhaal. Die melancholie speelt natuurlijk continue als achtergrondmuziek, ook wanneer het niet direct over Owen gaat. Er is meer afscheid, verdriet en vergankelijkheid. Sprawl, een woord met een beeld en een gevoel, heel mooi en ook weemoedig, verstedelijking waardoor natuur verdwijnt, vernietiging?’

Na vele uren lezen is het boek nog steeds niet echt uit, er staat zoveel in dat het nog regelmatig terug zal komen in flashbacks - Vietnam, Noorwegen, Apocalypse now, Beckett, De neushoorn van Ionesco – en zal zorgen voor een herbeleving. Misschien is het boek niet voor iedereen weggelegd, maar voor liefhebbers van een roman met belangrijke thema’s als relaties, liefde, ontworteling, macht, politiek en kunst (ik ben er vast een paar vergeten) en die zich kunnen verliezen in het uitgebreide, zeer leesbare taalgebruik is dit een heel fijne, beklijvende roman. Bedankt Johan Harstad!


De auteur

Johan Harstad (1979) debuteerde in 2001 met een bundel verzameld proza. Zijn debuutroman Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? werd opgevolgd door de roman Hässelby, een David Lynch-achtig verhaal over een man die al 42 jaar bij zijn vader woont. In 2011 verscheen zijn young adult sf-roman Darlah. Voorafgaand aan zijn succesvolle roman Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? publiceerde de Noorse schrijver Johan Harstad de verhalenbundel Ambulance. De Nederlandse vertaling van deze verhalenbundel verscheen in 2014. In 2017 verscheen zijn nieuwe roman Max, Mischa & het Tet-offensief. Naast zijn schrijverschap werkt Harstad als grafisch ontwerper onder het label LACKTR.

Titel: Max, Mischa & het Tet-offensief
Titel oorspronkelijk: Max, Mischa & Tetoffensiven
Auteur: Johan Harstad
Uitgever: Podium
Vertaling: Edith Koenders Paula Stevens
ISBN: 9789057598500
Pag.: 1020
Genre: fictie
Verschenen: mei 2017

Ludwig Bauer - NURU N'ZURI, Leeuw komt terug naar huis

Recensie door Truusje
Uitgeverij KLIN




De koning der dieren

Met dit kinderboek heeft de relatief jonge Uitgeverij KLIN haar veertiende boek uit de Kroatische literatuur in een Nederlandse vertaling uitgegeven. Kinderliteratuur in dit geval.

Ludwig Bauer heeft met 'NURU N'ZURI, Leeuw kom naar huis' een krachtig en dapper verhaal geschreven, om voor te lezen aan de allerkleinsten, of om zelf gelezen te worden door de wat oudere kinderen.

Nuru de Leeuw is een attractie in het circus van Orgelman. Helaas leidt het vertrek van de slimme aap Arnold  tot het faillissement van het circus, omdat hij daar de touwtjes in handen had. Het enige dat er voor Orgelman overblijft is de kooi met Nuru, maar daar is letterlijk geen droog brood mee te verdienen en hij wil de leeuw eigenlijk vrijlaten, maar dat zal niemand hem in dank afnemen.
Dan klinkt de stem van een oude vrouw, die zich voorstelt als fee - incognito - en vraagt de leeuw wat hij graag zou willen.

'Eh, ' zuchtte Nuru. 'Ik heb genoeg van de wereld gezien en als ik nu zou kunnen kiezen dan zou ik het liefst terug naar Afrika willen, naar mijn geboortestreek. Maar ik kan Orgelman niet achterlaten in armoede en ellende.'

Gelukkig weet de goede fee een slimme oplossing. Ze tovert Nuru om in een schattige, kleine kat, zodat ze in alle veiligheid kunnen reizen naar het land waar Nuru vandaan komt. Onderweg beleven ze samen spannende avonturen, maar de aardige en sterke Nuru weet overal een oplossing voor.

'Mevrouw Olifant!' riep Nuru zoals hij geleerd had in de stad. 'Kan ik u ergens mee helpen?''Oh dat kun je, koning der dieren,' zei de vrouwtjes olifant. 'Ik ben mijn jong kwijt, hij is verdwaald. Ik ben bang dat hij van honger dood zal gaan, of dat hij per ongeluk in de rivier vol krokodillen stapt of dat een roedel hyena's hem te pakken krijgt... Hij is nog zo klein en kwetsbaar.'


Zonder een moraliserende en wijzende vinger zal Bauer menig jonge lezer weten te boeien.
De vertaling van Nada Šunjić leest heel helder en de voortreffelijke illustraties van de hand van Marsela Hajdinjak bieden veel kijkplezier. Er is veel te ontdekken wat zorgt voor voldoende gespreksstof om samen met de kleinsten door te babbelen over de moedige en onverschrokken  avonturen van Nuru de Leeuw. 

Aan de basis van Uitgeverij KLIN staat Sanja Kregar. Zij is afkomstig uit Kroatië en met haar bevlogenheid is ze de stuwende factor achter het in het Nederlands uitbrengen van moderne literatuur uit haar eigen geboortestreek. Regelmatig verschijnen er ook vertalingen van haar hand.
Met het doel voor ogen om de culturele uitwisseling tussen de Nederlandse en Kroatische taal te stimuleren, richtte ze in 2015 Stichting KLIN op. Het resultaat is een bijzonder fonds dat zich jaarlijks met nieuwe titels vergroot.

Auteur

Ludwig Bauer (ook: Ljudevit, Lujo) (Sisak, 1941) is een Kroatische schrijver, vertaler en redacteur.
Bauer, van huis uit Duits en Kroatisch, is afgestudeerd in de Slavistiek aan de Universiteit van Zagreb, waarna hij zijn opleiding vervolgde in Bratislava en Praag. In zijn lange loopbaan heeft hij vele verschillende functies bekleed. Hij werkte als vertaler van wetenschappelijke literatuur en fictie, doceerde Slavistiek in Zagreb, Londen en Washington, was hoofdredacteur van de uitgeverij Globus en het literair tijdschrift Naša knjiga, beide in Zagreb. Hij redigeerde anthologieën, schoolboeken, schreef recensies en literaire kritiek.

Ook is hij bekend als scenarioschrijver van de populaire tekenfilms Profesor Baltazar, columnist, publicist en voorvechter van interculturele vraagstukken. Bauer begon met schrijven in de jaren vijftig van de twintigste eeuw, in verschillende talen. De meeste bekendheid kreeg hij door zijn romans en kinderboeken. Het proza van Lujo Bauer bevat omvat elf romans voor volwassenen. Een vaak terugkerend thema is het lot van de Duitsers en Oostenrijkers in zuidoost Europa. Zijn schrijfstijl is helder, scherp, soms cynisch en zeer evocatief. De romans zijn intellectueel prikkelend, de personages worden spitsvondig weergegeven, de verhaallijnen zijn gelaagd, doordacht en serieus met een humoristische ondertoon. Bauers werken voor kinderen omvatten verhalen, romans en toneelstukken. Sommige van zijn kinderboeken zijn opgenomen in boekenlijsten in de scholen in de regio. Ludwig Lujo Bauer woont en werkt in Zagreb.
(Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ludwig_Bauer)

Nederlands Druk: 1  juni 2019 Hardcover 20 pagina's AVI E6
Titel: NURU N'ZURI, Leeuw komt terug naar huis
Auteur: Ludwig Bauer
Illustraties: Marsela Hajdinjak
Vertaling: Nada Šunjić
Pagina's: 20
AVI: E6
Aanbevolen leeftijd: 8 - 11 jaar
ISBN: 9789492160157
Uitgeverij KLIN
Verschenen: juni 2019

zaterdag 15 juni 2019

Mariëlle Hageman - De geschiedenis volgens Bicker (1746 - 1812) + interview


Recensie door Truusje
Uitgeverij Van Oorschot


'Ik zal me beijveren om mijn plicht eerst goed te leren kennen
en er dan zo veel mogelijk aan te voldoen.'
Jan Bernd Bicker 1796


Verba volant, scriba manent*


Met 'De geschiedenis volgens Bicker' heeft Mariëlle Hagemande persoonlijke geschiedenis beschreven van Jan Bernd Bicker aan de hand van onder andere zijn eigen aantekeningen uit zijn archief en die van zijn familie. Sinds begin 1900 zijn deze stukken verdeeld over het Stadsarchief Amsterdam en het Nationaal Archief van Den Haag. Uit zijn archief wordt zijn leven duidelijk.

De auteur schrijft dat ze zo dicht mogelijk bij de bronnen is gebleven en alle feiten die beschreven worden gestaafd zijn uit andere bronnen, zoals die, per hoofdstuk, uitgebreid zijn gedocumenteerd in de verantwoording achterin het boek.
Bicker heeft zijn eigen belevenissen nauwgezet bijgehouden in zijn dagboeken, autobiografische aantekeningenboekjes, verslagen, verhalen en aantekeningen van de vroedschap. Ook zijn er briefwisselingen met hem en zelfs zijn proefschriften bewaard gebleven.

Jan Bernd Bicker - geboren 27 augustus 1746 - was een indrukwekkend en opmerkelijk man uit onze vaderlandse geschiedenis en de tijd van De Verlichting** in de 18e eeuw. Hij was een groot voorstander van democratische hervormingen en een geducht tegenstander van stadhouder Willem V van Oranje. Door zijn republikeinse opvattingen was hij niet bij iedereen even geliefd.
Al generaties lang zaten de leden van de familie Bicker goed in hun slappe was. Zijn grootvader was een familiebedrijf gestart dat leningen verstrekte aan degene die zich de rente kon veroorloven. Zelfs de Russische keizer wist hen te vinden. De voorvaderen van Jan Bernd Bicker hebben allen een functie gehad in het stadsbestuur van Amsterdam.

Jan Bernd Bicker
Op dringend advies van zijn vader volgde hij de studie filosofie en rechten aan de Universiteit van Utrecht, zodat hij zijn vader in het bedrijf zou kunnen opvolgen. Bicker echter wilde de politiek in, daar lag zijn hart, en in het voorjaar van 1768 begon hij zijn politieke loopbaan als commissaris van kleine zaken.

Een jaar later trouwde hij met Catharina Six, een telg uit het beroemde Amsterdamse geslacht Six, zoals door Geert Mak beschreven is in 'De levens van Jan Six'. Negen kinderen werden er uit dit huwelijk geboren. Bicker werd kapitein van de schutters, maar na de geboorte van Suze, de oudste dochter, heeft hij gedurende twee jaar in het familiebedrijf gewerkt, waarna dit werd ontbonden. Het bloed kruipt waar het niet kan gaan en Bicker volgde zijn hart en koos toch weer voor de politiek. Op zijn vijfentwintigste kwam hij in aanmerking voor de functie van schepen en kreeg hij te maken met de martelpraktijken in de pijnkamer.

'Bij het martelen had Bicker zo zijn vraagtekens. Niet dat hij tegen martelen op zich was, want dat hoorde nu eenmaal bij de rechtspraak, maar hij vroeg zich af of het niet onnodig vaak werd ingezet om een bekentenis af te dwingen. Zijn collega Joan Graafland [...] vond ook dat een bekentenis niet altijd nodig zou moeten zijn om iemand een straf op het schavot te kunnen geven. Als er overtuigend bewijsmateriaal was, dan moesten ze een verdachte gewoon kunnen veroordelen, ook als die ontkende. Want als zijn schuld al bewezen was, dan was het toch 'tegen de billijkheid en menslievendheid' om een misdadiger nog te pijnigen alleen om een bekentenis te krijgen?'

Catharina Six
Een belangrijke carrière volgde. Hij was bewindhebber bij de West Indische Compagnie en op verzoek van het stadsbestuur keerde hij weer terug in de functie van schepen. Ook had hij een flinke vinger in de pap in de besprekingen over de onafhankelijk van de Verenigde Staten.
Onenigheid binnen de vroedschap*** deed Bicker besluiten zijn ontslag in te dienen. De hervormingen van de patriotten werden teniet gedaan en Willem V werd in het zadel gehesen. De gevechten tussen patriotten en Oranjegezinden leidden ertoe dat Bicker, en met hem vele anderen, de stad uitvluchtte via Antwerpen naar Brussel, Frankrijk en Zwitserland.


Tijdens de ballingschap komt Catharina te overlijden, op 13 februari 1793.
Het overlijdensbericht luidde:
'Het heeft de Alleenheerser behaagd mijn teerbeminde huisvrouw, vrouwe Catharina Six, in de ouderdom van ruim veertig jaren, nadat wij bijna vierentwintig jaren in de allergelukkigste echtverbintenis verenigd zijn geweest, door een zachte dood van mij te scheiden.'

Uiteindelijk zou hij zeven en een half jaar in het buitenland verblijven, toen hij het verzoek kreeg terug te keren met de belofte dat alle vonnissen tegen hem zouden komen te vervallen. Zijn idealen was hij nog niet kwijt en hij bekleedde diverse functies vanuit zijn democratische overtuiging, maar een staatsgreep had als gevolg dat Bicker gevangen gezet werd op locaties in Wijk bij Duurstede en Leeuwarden. Dat Napoleon zijn broer Lodewijk Napoleon in het zadel hielp en het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk inlijfde, was de doodssteek voor de idealen en inzet van Bicker.

Stadhouder Willem V van Oranje
Bijna 300 pagina's over een turbulent leven zoals dat van Bicker, is zelfs nog tekort om alles te beschrijven. Niet alleen op het gebied van zijn politieke loopbaan heeft hij het nodige te verduren gehad, maar ook zijn privéleven is niet gespaard gebleven. Heel veel gebeurtenissen passeren de revue en het boek verdient de aanbeveling dat het een soepel en prettig leesbaar verslag is. Wie verwacht dat het een geromantiseerde vertelling is, zou van een koude kermis thuis kunnen komen, maar zo is het ook niet bedoeld. 

Nadrukkelijk geeft Hageman aan dat het hier geen biografie betreft, maar het persoonlijke verhaal van Bicker en daarmee een stuk geschiedenis van een fascinerende tijdsspanne. Hiermee wordt meteen de titel van het boek duidelijk. Het is niet de geschiedenis ván Bicker, maar vólgens Bicker; zijn eigen verhaal, verteld door de pen van de auteur. Geen extra opsmuk en geromantiseerde passages om het verhaal smeuïger te maken, maar gewoon zoals Bicker het heeft vastgelegd.
Het resultaat is een uiterst boeiende verhalende non-fictie. Een genre dat minder gebruikelijk is, maar op deze manier is het verhaal is zo dicht mogelijk bij de hoofdpersoon gebleven.
(Zie ook het interview met de auteur hieronder.)

Het lezen van dit boek heb ik ervaren als een magnifieke geschiedenisles. Lezen en ondertussen de tablet bij de hand houden om van alles wat er beschreven wordt meteen op te zoeken. Ik ben geïntrigeerd geraakt door de persoon Jan Bernd Bicker en het voelt als heel bijzonder dat, toen hij bij Enkhuizen aan wal is gegaan en vervolgens onderweg ging naar Hoorn, gewoon langs mijn huis is gereden.

Het schilderij 'De overmeestering van de Kattenburgerbrug door de patriotten (1787)' is gebruikt voor de omslag van het boek.


*Verba volant, scriba manent Gesproken woorden vervliegen, het geschrevene blijft

**De Verlichting - of Eeuw van de Rede - was een cultureel-filosofische en intellectuele stroming in Europa die ruwweg samenviel met de 18e eeuw. Het was een reactie op het dogmatische autoriteitsgeloof. In deze periode ontstond een culturele stroming of beweging van intellectuelen met als doel het gebruik van de rede en het filosoferen te bevorderen. De rede gaat alleen maar af op feiten, hoe verborgen die ook zijn. De Verlichting stond aldus voor bevordering van de wetenschap en intellectuele uitwisseling. De propagandisten ervan bestreden het bijgeloof, misbruik van recht in kerk en staat, intolerantie en kwamen op voor zekere grondrechten. (Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Verlichting_(stroming))

***Vroedschap is het bestuurscollege van de stad, zoals destijds gebruikelijk in de westelijke provincies van de Bataafse Republiek.

Auteur

Mariëlle Hageman is (kunst)historicus, schrijver en (archief)onderzoeker.
Eerder heeft zij 'Amsterdam in de wereld' en 'Het A'damboek' geschreven.








Titel: De geschiedenis volgens Bicker (1746 - 1812)
Auteur: Mariëlle Hageman
Genre: Verhalende non-fictie
Pagina's: 270
ISBN: 9789028283015
Uitgeverij Van Oorschot
Verschenen: november 2018


Interview met de auteur

Hoelang ben je bezig geweest met onderzoek, voorbereiding en schrijven?
Je bent in het stadsarchief geweest, internet afgezocht, maar welke bronnen heb je nog meer kunnen raadplegen?

Ik kwam het archief van Jan Bernd Bicker tegen bij een ander project waaraan ik werkte voor het Stadsarchief Amsterdam. Dat is al zeker tien jaar geleden. Ik vond het verhaal dat ik in de aantekeningen, memoires en brieven in zijn archief las zo boeiend dat ik er eigenlijk meteen een boek van wilde maken. Ik had ook ander werk te doen en ik kon me tussendoor maar af en toe met Bicker bezighouden, maar als ik even tijd had kwam ik weer bij hem terug. Uiteindelijk heb ik het afgelopen jaar gebruikt om het boek ook echt te gaan schrijven.

Ik heb het boek vrijwel helemaal gebaseerd op Bickers eigen archief, waarvan een deel in het Stadsarchief bewaard wordt en een deel in het Nationaal Archief in Den Haag. Wat Bicker zelf heeft opgeschreven en bewaard was leidend. Vandaar ook de titel De geschiedenis volgens Bicker: het is echt het verhaal vanuit Bickers perspectief en ik ben bij het schrijven heel dicht bij de bronnen gebleven. Ik wilde graag laten zien hoe bijzonder die zijn, ook aan mensen die zelf niet zo snel een achttiende-eeuws archief in zouden duiken.

Boekpresentatie 30-11-2018
Natuurlijk heb ik ook wel aanvullend onderzoek gedaan. Soms was dat ook gewoon nodig om te begrijpen waar Bicker het eigenlijk over had. Ik heb me vanzelfsprekend verdiept in wat er al over die periode geschreven is. Hier en daar heb ik ook andere archieven geraadpleegd. Bicker was bijvoorbeeld een aantal jaar schepen in Amsterdam. De schepenen hadden onder meer de rechtspraak in hun takenpakket. Bicker maakte notities over een zaak tegen een meisje dat ervan beschuldigd werd haar pasgeboren baby te hebben gedood. Hoe het precies zat met die zaak heb ik uitgezocht in het archief van de schepenen.


De feiten zijn allemaal non-fictie en de geschiedkundige feiten heb je verwerkt in het boek, maar als er ergens bijv staat dat het op 3 november regende, zijn dat ook feiten die je hebt gevonden?

Ja! Ik heb niets verzonnen. Bicker heeft zijn belevenissen vaak heel gedetailleerd beschreven. Dan noteerde hij dus bijvoorbeeld ook wat voor weer het was. En waar hij dat niet heeft gedaan, heb ik soms gekeken of ik dat kon ontdekken. Voor het weer bestaat een hele goed bron: de historisch geograaf Jan Buisman heeft weerkundige waarnemingen uit de Nederlandse geschiedenis verzameld in een reeks boeken. Voor sommige dagen kun je daarin precies vinden wat voor weer het was. Soms kwam dat heel mooi uit voor het verhaal. Zo ontdekte ik dat juist op de dag dat de vader van Jan Bernd Bicker overleed de bliksem insloeg in de toren van de Zuiderkerk.


Hoe ben je zelf naar Bicker gaan kijken gedurende het hele proces?

Hij was in ieder geval erg fijn gezelschap. Het is best speciaal om iemand die meer dan tweehonderd jaar geleden leefde zo goed te leren kennen. Ik ben hem echt héél leuk gaan vinden. Hij was duidelijk ontzettend slim en scherp. Ik kon erg genieten van zijn manier van redeneren. Bicker stond echt voor zijn idealen: in feite verzette hij zich tegen het systeem dat hem en zijn familie veel macht en rijkdom had bezorgd. Dat vind ik indrukwekkend. Aan de andere kant was hij daarin ook erg rechtlijnig, en soms nogal een betweter, en daardoor af en toe ook wel weer irritant. Maar als hoofdpersoon maakte hem dat juist ook weer fascinerend.

Interessant bij het construeren van het verhaal vond ik ook dat ik heel duidelijk ging zien wanneer Bicker zelf een drijvende rol in de geschiedenis speelde, omdat hij dan ook zelf het verhaal in het boek voortdreef. Dat was vooral zo in de patriottentijd, toen hij fel streed voor democratische hervormingen. Daarna werd hij eigenlijk een beetje een speelbal van de historische gebeurtenissen.

Bicker maakte ontzettend veel mee, veel persoonlijke ellende ook, maar hij lijkt er in zijn geschriften vaak redelijk stoïcijns onder te blijven. Soms heeft dat ook iets grappigs: hij wordt gevangen gezet door zijn politieke tegenstanders, maar benadrukt dan dat hij desondanks prima geslapen heeft. Tegelijk maakt dat de momenten waarop hij duidelijk wél emotioneel is voor mij des te bijzonderder.

In het boek geef ik trouwens geen analyse van Bickers persoonlijkheid. Ik wilde hem vooral zelf laten tonen wie hij was. Op basis daarvan kan iedereen zijn eigen mening over hem vormen.


Boekpresentatie 30-11-2018
Hoe is het onderwerp JB Bicker gaan rijpen in je hoofd? Waarom deze persoon gekozen?

Ik was gegrepen door de combinatie van Bickers enerverende persoonlijke verhaal en het feit dat dat meteen de hele geschiedenis van zijn tijd weerspiegelde. De late achttiende eeuw was een belangrijke en roerige periode in de Nederlandse geschiedenis, die meer aandacht verdient. Nederland werd voor het eerst een democratie. Het werd ook voor het eerst één land, in plaats van een unie van provincies, en kreeg voor het eerst een grondwet. Bij dat alles was Bicker betrokken. En dan was hij bijvoorbeeld ook nog eens getuige van de Franse Revolutie, stemde hij mee over de erkenning van de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, en kwam hij oog in oog met Napoleon. Ik was zelf bij het doornemen van Bickers archief erg met hem gaan meeleven, en werd daardoor als vanzelf ook min of meer meegesleurd in al die historische verwikkelingen. Dat wilde ik in dit boek heel graag delen.


Heb je alle plaatsen die je beschrijft ook daadwerkelijk zelf bezocht?

Nee! Bicker is half Europa door getrokken. Hem overal achterna reizen zat er niet in. Gelukkig heeft hij zelf alles goed beschreven – en heb je tegenwoordig Google Maps!

Het doet me trouwens wel altijd iets, om ergens te komen waar ik weet dat Bicker ook geweest is. Ik ben natuurlijk wel gaan kijken in bijvoorbeeld het Paleis op de Dam, dat vroeger het Amsterdamse stadhuis was. De schepenkamer, waar Bicker gewerkt heeft, heet nu de troonzaal. Heel sneu voor Bicker, die een fervent tegenstander van Oranje was. In Den Haag heb ik in de Galerij Willem V ook stilgestaan voor het schilderij dat Bicker beschreef na een bezoek aan diezelfde galerij. En pas kwam ik op weg naar een afspraak weer langs Bickers huis aan de Herengracht, dat nu onderdeel is van het Waldorf Astoria hotel, en toen kreeg ik toch weer even kippenvel.

vrijdag 14 juni 2019

Santiago Pajares - De regen van Ionah


Recensie door Truusje
Uitgeverij Atlas Contact



Geloof is datgene wat je rest als je verder niets meer hebt

Vanuit het ik-perspectief vertelt Ionah zijn verhaal. Het post-apocalyptische verhaal over zijn leven in de woestijn.

De regen van Ionah is een kleine filosofische en fabelachtige vertelling. In overwegend korte hoofdstukken en met geen woord teveel, wordt de queeste van Ionah uiteengezet. 

Samen met zijn moeder woont hij in een uit restmateriaal opgebouwde keet - 'Daarom weigerde ze ook er 'huis' tegen te zeggen' - die de zandstormen, de zon en de dieren buiten houdt. Een met zand gevulde matras, twee stoelen, een tafel, hun waterzakken en een rek met glazen potten, zijn hun schamele bezittingen. Om zich te laven is er een eigenhandig gegraven waterput. Een kommerlijke moestuin, dadelpalmen en hagedissenvlees - voor de broodnodige eiwitten - voorzien hen van voedsel.
Zijn moeder leert hem vele belangrijke dingen om te kunnen overleven en de elementen van het harde woestijnleven te trotseren, onder andere door hem de technieken van het vechten bij te brengen. Ook hagedissenvallen zetten, de moestuin onderhouden, masturberen en schrijven met een stokje in het zand, zijn elementaire lessen.

'Mama  legde me uit dat woorden dienden om ons die dingen te herinneren die we niet wilden vergeten, dat wat gebeurd was en voor ons belangrijk was. [...] Mama liet me zweren dat ik nooit iets op zou schrijven wat niet waar was, tenzij ik dat duidelijk aangaf. En ik beloofde het, al wist ik best dat ik alleen maar het zand had om op te schrijven, en dat de wind die woorden in het zand uiteindelijk altijd mee zou voeren. Ik vroeg me af waarnaartoe.'

Er was een tijd 'voordat alles anders werd' en wanneer hij daar nieuwsgierig naar wordt, vertelt ze hem over steden, het egocentrisme van de mensen, muziek, vliegtuigen, betaalmiddelen, manieren om ziekten te genezen, regen - 'Ik had zo graag de regen gezien'-en het bestaan van toiletten.

'Ik vroeg het zo vaak dat ze me uiteindelijk uitlegde wat dat was, maar ik kon het niet geloven. Poepen in water! Dat ging lijnrecht in tegen alles wat ze me had geleerd, dus dacht ik dat het een grapje was. Als water in contact kwam met uitwerpselen raakte het besmet. Water was om te drinken of om de moestuinen te begieten. Zo lang ik me kon herinneren, wist ik dat al.

Pajares geeft de lezer verschillende filosofische boodschappen mee die hij magnifiek door het verhaal heeft verweven. Heel mooi laat hij woorden en zinnen mee-evolueren met de geestelijke groei van de protagonist.

Wanneer Ionah twaalf jaar is sterft zijn moeder en is hij op zichzelf aangewezen. De wijze lessen die ze hem ook nog op haar ziekbed heeft verteld, stellen hem in staat om te overleven in de kale uitgestrektheid van het verzengend hete, dystopische oord.

'Zandstormen zijn de manier waarop de woestijn schreeuwt. Hij herinnert ons eraan dat hij hier altijd is geweest, dat hij veel meer is dan zand en zon. De woestijn praat tegen ons en net als iedereen die praat, schreeuwt hij ook. Het is een kwestie van tijd. Mama verstond hem en heeft ervoor gezorgd dat ik dat ook deed, want daardoor zou ik kunnen overleven. Ze kon de luchtstromen en de taal van de duinen lezen. Ze wist wanneer we konden blijven staan en wanneer we in de keet moesten schuilen en het hoofd buigen.'

Na haar dood blijft ze haar zoon in zijn gedachten volgen. Hij praat tegen haar en hoort haar antwoorden. Uit angst om haar wijze lessen te vergeten, herhaalt hij ze steeds hardop voor zichzelf, als om de doodse stilte om hem heen te kunnen trotseren.

In de tekst op de achterflap staat dat Ionah wijs is, maar ook naïef. Dit laatste wil ik toch ten stelligste tegenwerpen. Het is zijn onwetendheid die maakt dat hij de kennis van zijn moeder als een droge spons absorbeert. Hij is leergierig en bovenal zó nieuwsgierig naar water dat uit de hemel valt.

Op een dag besluit hij om te vertrekken en met volle waterzakken en rugzak met proviand trekt hij westwaarts. Wanneer hij onderweg een man vindt - op sterven na dood - neemt hij hem mee, terug naar de keet. Het blijkt een Chinese koerier te zijn, neergestort - hier zit de link naar 'De kleine prins' van Antoine de Saint-Exupéry - met zijn vliegtuig, en documenten heeft die getuigen van de rampspoed die ervoor heeft gezorgd dat alles anders werd. Tussen hem en Shui bloeit een vriendschap op en Ionah krijgt de documenten om op de achterkant daarvan de woorden van zijn moeder te schrijven. Met deze woorden trekt Ionah later de woestijn weer in...

Een juweeltje van een boek, pretentieloos en heerlijk leesbaar. Het is bedrieglijk eenvoudig geschreven, maar met veel, ontzettend veel inhoud.

Lezen dat boek!!!

Auteur

Santiago Pajares Colomo (Madrid , 27 maart 1979) is een Spaanse schrijver
Hij is de zoon van Luis en Maricarmen en de jongste van vier broers (Maricarmen, Isabel en Javier), werd in 1979 in Madrid geboren. Hij leefde zijn hele jeugd in de buurt van Aluche . Hij studeerde ook professionele training. Hij werkte als een computerspecialist in ontwikkelings- en onderhoudstaken. Later verhuisde hij naar Colmenarejo.

Hij schrijft zijn eerste boek met de titel 'El paso de La Hélice' (2004) met 23 jaar. Later schrijft hij 'La mitad de uno' (2006), 'El lienzo' (2009) en 'La lluvia de Ionah' (2011)

Naast het schrijven van romans, besteedt hij zijn tijd aan het schrijven van speelfilms , korte films en korte verhalen, evenals het regisseren of produceren van korte films en webseries zoals 'Friki Channel'.

De korte film 'Berlin' waarvan hij schrijver en producent is, was finalist in alle categorieën die hij koos tijdens het Notodofilmfest Festival in 2010 .

De passage van de Helix (2004)
De helft van een (2006)
Het canvas (2009)
De regen van Ionah (2011)

Titel: De regen van Ionah
Auteur: Santiago Pajares
Vertaling: Jaqueline Visscher
Pagina's: 243
ISBN: 9789025448530
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: mei 2018

donderdag 13 juni 2019

Jeroen Olyslaegers – Wil

Recensie door Roosje
De Bezige Bij



De bello Belgico*


Altijd maar weer die oorlog; voor ons in het Noorden is dat voornamelijk de Tweede Wereldoorlog, voor onze zuiderburen blaast die Eerste ook nog een aardige marche funèbre mee. 

Tijdens WOII is het. Hoofdpersoon Wilfried, woonachtige te Antwerpen zit met zijn vriend Lode bij de politie. Ze hebben dienst genomen omdat zij zo de Arbeitseinsatz probeerden te ontlopen. Maar het lijkt alsof zij van de regen in de drup raken. Hun werk wordt vaak grimmig wanneer ze joden moeten ophalen. Soms is het lachen wanneer zij kleine criminelen de stuipen op het lijf jagen. 
Gaandeweg ontdekken we, de oplettende lezers en toehoorders, dat Wilfried zijn verhaal achteraf vertelt. Hij doet dat aan zijn (achter)kleinzoon; misschien schrijft hij het, misschien denkt hij dat hij het vertelt, misschien dagdroomt hij het. Wie is die achterkleinzoon is en waarom is die knul zo belangrijk voor hem, dat hoop je aan het eind van het boek te vernemen.

Het is altijd lastig niet te veel van het verhaal prijs te geven maar toch wel weer zo veel dat je lust krijgt deze roman van Olyslaegers op te pakken of te luisteren, zoals in mijn geval.

De oorlog lijkt in het nu te gebeuren, maar dat is niet zo. Het verhaal bestaat voornamelijk uit flashbacks om de eenvoudige reden dat Wilfried aan het eind van zijn leven niet meer tot veel meer in staat is dan te vuilbekken en te chagrijnen, ook tegenover zichzelf; juist tegenover zichzelf.

Hij lijkt zijn niet al te heldhaftige positie in de oorlog - of is het soms nog lelijker dan lafhartigheid - een beetje goed te praten of een beetje veel goed te praten. Hij was toch maar een beetje bleu-ig type, hij wist nog nergens wat van. Toen hij zijn vrouw ontmoette wist zij meer van wanten dan hij, hij had geen benul, een lulletje rozenwater was hij (mijn parafrase, rdv, mijn Antwerps/Vlaams is niet zo goed (*geintje*)). Door de politie en door zijn oude, maar zeer ‘foute’ docent ‘Nijdig Baardje’ raakt Wilfried alsmaar verder in het moeras van de oorlogsbende. Na de oorlog zal het bij hem culmineren tot een zeer laffe daad, misschien nog laffer dan al zijn daden tot dan toe.

Een halfhartige houding heeft hij samen met Lode ten opzichte van de jood, die Lode en zijn vader hebben laten onderduiken - tegen een flinke som duiten waarschijnlijk. Maar met wie ben je als vervolgde jood beter geholpen: een hebberige slager, die je laat onderduiken of een nazistische landgenoot of eentje die van twee walletjes eet? Deze kwestie wordt door Wilfried en Lode evenmin fijntjes opgelost. Er lijkt geen held voor te komen in deze tamelijk zwarte roman. Welke Antwerpenaar cq Vlaming was er nu wel een unverfroren held. Lode misschien net iets meer dan zijn maat Wilfried.

Het ik-perspectief in deze roman heeft als bedoeling dat Wilfried zijn visie op de dingen geeft. Bij een ik-personage moet je als lezer altijd op je hoede zijn. Je bent geneigd het personage direct te geloven, maar er zit meestal een adder onder het gras, technisch heet dat een 'onbetrouwbare verteller/personages'; Dat betekent echter niet dat hij altijd en perse liegt; hij kan het zelf niet in de gaten hebben; of hij verdraait de zaken om er zelf beter vanaf te komen of iets dergelijks: een klein leugentje om bestwil of uit wanhoop. Naarmate het verhaal vordert, krijg je aanwijzingen dat er iets in zijn verhaal niet helemaal klopt of helemaal niet klopt. Ik had dat in dit geval toen ik me begon af te vragen aan wie Wil zijn verhaal vertelde of voor wie hij het opschreef. 

Gaandeweg kreeg ik in de gaten dat hij schrijft aan zijn achterkleinzoon, die helemaal niet bestaat, een familielid in de toekomst. Zijn familieleden hebben hem een soort van in de steek gelaten, zo voelt Wilfried dat, met helemaal vooraan de stoet zijn kleindochter, de kritische, de anarchistische, die heel erg ongelukkig was of psychisch ziek. Dat laatste kan een aanwijzing zij dat Wil dat zelf ook is.
Er zijn meer aanwijzingen. Daar ga ik niet op in vanwege de spoilergevoeligheid. Lees zelf maar, ga op zoek naar waar het verhaal wringt of zoiets. Nog een aanwijzing ligt in het heden, dat Wil oud is en onaangenaam voor zijn verzorgster, een vervelend brompot van een oude man.
Misschien probeert Wilfried zich een beetje vrij te pleiten van al te nare zaken die in de oorlog gebeurd zijn en die Lode hem nadraagt: zijn ‘tweezakkerij’, het van-twee-walletjes-eten.

Ik weet niet meer hoe oude Yvette, Wilfrieds later vrouw, was toen ze hem ontmoette. Ik had het idee niet heel jong meer. In ieder geval op een leeftijd dat zij eens moest gaan trouwen omdat het er anders niet meer van zou komen. Toen kwam Wilfried met haar broer Lode mee, een beetje onnozel en kinderlijk nog haast. Let wel: dit is allemaal vanuit Wilfrieds optiek! Misschien zou Yvette het verhaal heel anders verteld hebben.
Daar lag Yvettes kans: zij weet beter van de hoed en de rand dan hij. Wil weet niet wat ermee aan te vangen zoals hij met zijn hele leven toentertijd niets wist aan te vangen, en als hij eerlijk is in zijn hele leven niet geweten heeft. Niet naar Duitsland - de Arbeitseinsatz - te hoeven leek het enige wat hem dreef in WOII. Daarom was hij bij de politie gegaan; hij kwam van de regen in de drup. 

Hij weet niet hoe zich te gedragen ten opzichte van Yvette; zij wel tegenover hem, lijkt het hem: zij stuurt hem liefdesbrieven. Vrouwen zijn romantisch. Hij verdedigt haar eer ook niet wanneer de Duitsers haar te opdringerig zijn. Hij snapt haar signalen niet. Hij is een beetje boers, lijkt het. Zij maakt het uit. Dan mist hij haar. Dat lijkt een beetje een mannending, ook nu misschien nog wel: ze weten niet of ze het wel willen, een soort bindingsangst. Dan maakt de vriendin het uit en dan pas missen zij haar. Zo gaat het ook tussen Yvette en Wil. Opeens weet hij ook, denkt hij het te weten, hoe hij haar moet aanpakken. De eerste erotische avances kwamen van haar. Eindelijk neemt Wil het over en benadert haar ruw en wild, voornamelijk omdat hij denkt dat het zo moet, dat hij haar zo laat zien hoe groot zijn hartstocht voor haar is, en dus zijn liefde voor haar. Liefde en huwelijk zijn altijd sociaal voorgeschreven, volgen de regels van de tijd. 'Een huwelijk, lieve jongen, is een oefening in vernedering tot de dood ons scheidt'., zegt hij tegen zijn gefingeerde (achter)kleinzoon.
Het huwelijk van Elsschot, dat genoemd wordt door Wilfried, heeft hier een heel duidelijke functie, ‘überduidelijk’ zou je bijna zeggen..

Vrouwen moesten wel trouwen om iets van zelfstandigheid te bekomen, een eigen huishouden te kunnen voeren. Thuisblijven en je ouders verzorgen was geen optie. Wel een optie, maar niet te verkiezen boven eigen huis en haard. Verliefdheid en 'courting', het hofmaken, was aan regels gebonden. Niet iedereen kende die regels even goed. Ben je eenmaal getrouwd, dan kan de romantiek overboord. Die heeft dan zijn nut gehad.

Lode is net zo onbetrouwbaar, want hij is verliefd op Wilfried. En deze ging niet in op zijn avances, omdat hij gegeneerd was, verbouwereerd, heel misschien vond hij het wel spannend, maar was hij te bleu om erop in te gaan. Het wassen van Lode voor de ogen van Wilfried vond ik een van de mooiste scènes uit dit boek. Prachtig beschreven en van een ingehouden erotiek, vermengd met schaamte, zich niet weten te gedragen, onzekerheid, ongemak. Veel mooier en oprechter lijkt deze 'liefde' dan die tussen Yvette en Wilfried. Voor mij een van de hoogtepunten uit deze roman.
Heel heel misschien vond Wil het ook wel spannend, al wonnen de schaamte en het ongemak het. Het moet voor Lode niet makkelijk geweest zijn zijn maat aan zijn zus te verliezen. Dit, de homo-erotiek en de mannenvriendschap, is zeker een heel belangrijk thema in dit boek. Voor mij is deze vriendschap belangrijker dan het huwelijk. Authentieker, op de een of andere manier.

En dat brengt me tot de idee dat niemand in dit verhaal helemaal te vertrouwen is, wat natuurlijk heel logisch is. Lees er nog maar eens de vroege WF Hermans op na, bijv. De donkere kamer van DamoclesTranen der acacia's mag ook. Helden in oorlogen bestaan niet. Helden bestaan waarschijnlijk sowieso niet.

Olyslaegers hink-stap-springt door de verschillende tijden in Wilfrieds leven. Ik hou zeer van dit soort heen en weer bewegen door de tijd. Vaak is dat even wennen, maar je moet als lezer altijd op je hoede zijn. Olyslaegers maakt veel gebruik van flashbacks. Van mij mag een auteur lekker heen en weer springen. Zo werken onze gedachten immers ook?
Olyslaegers gebruikt de praesens historicum, de verleden tijd wordt gebracht in de tegenwoordige tijd. Zelf ben ik daar een grote voorstander van. Dat verlevendigt het geheel zeer! Het kan een beetje verwarrend zijn maar een goed auteur weet de tijdlijnen in zijn roman goed te presenteren.


Deze roman ‘las’ ik als luisterboek. Olyslaegers heeft het zelf ingesproken en hij gebruikt voor verschillende personages een ander stemmetje. Hij doet dat met veel vaart, humor, zwartgalligheid en overtuiging. Hij doet dat niet in het plat-Antwerps; dat zou ik niet verstaan, maar wel in het Vlaams. Ik geniet daar, als niet-Vlaamse, erg van. Het luisteren van dit boek vind ik zelfs indringengder dan wanneer ik het alleen maar had gelezen. Ik ben gewend om boeken te luisteren, ik vind het prettig maar ik heb er wel aan moeten wennen. In ieder geval heeft dit luisterboek ook een meerwaarde omdat het voorgelezen wordt door de auteur zelf.

© Koen Broos

Auteur

Jeroen Olyslaegers (Mortsel, 1967) schrijft columns, theaterteksten en proza. Met zijn vorige romans WIJ (2009, genomineerd voor de Gerard Walschap Literatuurprijs) en WINST (2012) maakte hij een rentree in de Nederlandse letteren. In 2014 ontving hij de Arkprijs van het Vrije Woord voor zijn werk en maatschappelijk engagement, en de Edmond Hustinxprijs voor zijn theateroeuvre. Met de roman WIL uit 2016 zette hij het sluitstuk op zijn trilogie over onze ontspoorde tijd en over de positie van het individu tegenover de gemeenschap. Het betekende de doorbraak van Jeroen Olyslagers. Het boek werd bekroond met de Fintro Literatuurprijs (vakjury en lezersjury), de Confituur Boekhandelsprijs, de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Proza, de F. Bordewijk-prijs en stond op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs en de Inktaap. Olyslaegers woont en werkt in Antwerpen.

Titel: Wil
Auteur: Jeroen Olyslaegers
Uitgever: De Bezige Bij
Verschijningsdatum: oktober 2018
Druk: 13e druk
Aantal pagina's: 336 pagina's
EAN: 9789403120300
Categorieën: Literaire romans

* Woordspeling op: Julius Caesar, De bello Gallico: Over de oorlog met de Galliërs.