woensdag 21 augustus 2019

Niña Weijers – Kamers antikamers

Recensie door Roosje
Uitgeverij Atlas Contact






Hoe schrijf je een roman?

Kamers antikamers is de nieuwe roman van Niña Weijers. Haar debuut De consequenties had me heel prettig verrast. Haar debuut ging over kunst en met name de performance art à la Marina Abramović: het leven en het lichaam van de kunstenaar is onderwerp en subject van de kunst; een roman over het maken van kunst, over kunstopvattingen en wat doet dat met een mens, een vrouw in dit geval.

Over het algemeen lees ik zelden de teksten op de kaften en andere besprekingen, ik ga gewoon mijn eigen leesweg en schrijf daar wel of niet een stukje over. Deze keer had ik wel een handvat of misschien wel twee nodig om mijn gedachten over dit boek op papier te zetten.

Kamers antikamers gaat naar mijn mening over literatuur, en met name over het schrijven van een roman; en dat heb ik bij anderen niet gevonden - ik geef toe dat mijn onderzoekje gering van omvang is -. Veel romans gaan trouwens ook over het schrijven van een roman, een meta-niveau dus; het reflecteren op het schrijven, hoe te schrijven, wat te schrijven, wat is de noodzaak van de auteur nu juist dit aan zijn publiek mee te willen delen, voorbeeld: Ilja Leonard Pfeijffers Grand hotel Europa.

De aanbevelingstekst op de linkerkaft van Weijers boek is:

Kamers antikamers is een roman over de poreuze grenzen tussen herinnerde, verzonnen en mogelijke levens. Over de keuzes die je maakt, en niet maakt. Over liefde en vriendschap, en de manieren waarop mensen elkaar vinden en verliezen.

Ja, dat klopt, is mijn reactie, maar deze tweede roman van Weijers is meer dan dat: het is een zoektocht - een queeste is het inderdaad - naar het schrijven van een nieuwe roman. Dit uitgangspunt doet zo veel meer recht aan Weijers ‘geschreven kindje’.

Op heel veel verschillende manieren onderzoekt Weijers uit welke elementen je roman zou kunnen bestaan. Er zijn personages: hoe vind je die? Nou gewoon, kijk rond in je omgeving, je vriendinnen, platonische, liefdespartners, ex-en; je vrienden, je minnaars en vrienden; je familie: vader, moeder, broertjes, zusjes; docenten, je redacteur van de uitgeverij, je uitgever; je eigen kinderen, je kennissen, geliefde auteurs; of gewoon mensen in de straat, buren, vroegere buren, mensen van vroeger, historische personen; of gewoon het huis waar je in verblijft om die roman te kunnen schrijven. En vooral ook jijzelf; jezelf als personage, als mens en als schrijver. Het is een enorme hoeveelheid mensen uit wie je als schrijver kunt kiezen om een rol te kunnen spelen in je verhaal; - even afgezien of iemand daarop zit te wachten. Meestal zijn je naasten er niet zo kien op om te dienen als romanpersonage; er zijn in de loop der jaren nogal wat geweest tussen auteurs en de mensen uit hun omgeving, vaak een geliefde, omdat de naasten vinden dat zij onjuist verbeeld zijn (mensen, een roman is hoe dan ook fictie, de personages zijn fictief!) -.
En wat doen die personen? Hoe handelen zijn, waarom handelen zij? Hoe staan zij tegenover het hoofdpersonage? Wat zijn hun gevoelens?

En dan hebben we het nog niet gehad over de verschillende thema’s in het boek; in dit geval - ik doe een greep -: liefde, vriendschap, ex-en, kinderen, verliefdheid, heteroseksualiteit, homoseksualiteit (ik bedoel hier lesbische liefde, maar in het kader van gelijke behandeling noem ik lesbische liefde ook homoseksualiteit, wat het technisch gesproken ook is, rdv), biseksualiteit, en alle soorten gevoelens die daarbij horen. Kortom, het leven zelf.

Schrijf niet over seks, zegt de redacteur, en de auteur schrijft over seks; schrijf niet over huisdieren, en de auteur schrijft over Theo, de hond; en de auteur schrijft over Carlo, het fictieve paard (let wel: een fictief paard in een fictief verhaal in een fictief boek: als dat geen meta-niveau is dan weet ik het niet meer).
Een vriendin- M - van het hoofdpersonage heeft een krantenbericht gelezen over een Nederlandse vrouw die bij het skiën verongelukt is. Die situatie wil ze gebruiken om het hoofdpersonage van Weijers boek - tenminste in dit onderhavige stukje - te gebruiken voor haar - M - eigen boek. M zou dan haar hond erven, maar een hond is zo lastig, ze kan niet overweg met honden, nu dan maken we er toch een paard van, dat we Carlo noemen, dat is veel beter...etc. Enorm grappig, als je er eens goed over nadenkt.

Schrijf niet zomaar wat, zegt de redacteur, schrijf niets zonder dat dat een betekenisdrager is (mijn term, rdv), zonder dat dat een relatie heeft met andere zaken. De auteur doet niet anders - maar weloverwogen vanzelfsprekend -. Komisch!
En Weijers schrijft over het schrijven van verschillende situaties, met verschillende personen, die soms dezelfde voorletter hebben: M.

Kamers antikamers is geen boek waarover makkelijk te schrijven is. Ik heb het hierboven waarschijnlijk al veel te ingewikkeld gemaakt. Het is een roman over het schrijven van een roman. In Kamers antikamers onderzoekt Weijers op allerlei manieren hoe je dat kunt doen. En ook schrijft zij allerlei fragmenten, korter en langer, die zouden kunnen leiden tot een uiteindelijk verhaal. En inderdaad zijn er fragmenten die veel lijken op verhalen die gepubliceerd zouden kunnen worden.
Het is dus niet ‘het verhaal’ waar je een samenvatting van zou kunnen schrijven als boekbespreker; ’het verhaal’ bestaat uit verschillende mogelijkheden, ook van situaties die elkaars tegenpolen - vandaar de titel Kamers antikamers - zijn, waaruit een publicabel verhaal zou kunnen ontstaan. Zoals een schilder eerst schetsen maakt voordat het grote schilderij gemaakt kan worden, zo schrijft Weijers korte stukjes waaruit een roman zou kunnen ontstaan. Er is een verschil: Kamers antikamers bestaat uit deze stukjes, een soort deconstructivisme, maar dan eentje vooraf. Deconstructureren doe je volgens mij achteraf.

Heeft het zin om op zoek te gaan naar wat ‘echt’ en wat ‘fictief’ is in deze roman? Naar mijn mening, nee, niet doen, alles is fictief in een roman, en al lezend vind je vanzelf de fragmenten waarvan je kunt denken: ja, dit is ‘het verhaal’ dat het hoofdpersonage, de schrijver, uiteindelijk heeft geschreven.
Het zijn niet alleen situaties, personages en thema’s die Weijers onderzoekt, ze voegt beschouwingen van allerlei aard eraan toe, ook literaire. Die zijn vaak bijzonder geestig, getuigend van opmerkingsgave, authentiek, erudiet - maar zeker niet té - en intelligent.
Het is een beetje lastig goed voorbeelden te geven. Ik ben de luiheid zelve en raad aan: zelf lezen!

Deze tweede roman van Weijers is zal vermoedelijk niet bij iedereen een warme plek in het hart achterlaten. Als je houdt van een mooi gestructureerd verhaal, van poëtische taal, van een grote soepelheid, dan ben je waarschijnlijk niet ondersteboven van Kamers antikamers. Je moet ervan houden, van dat gigantische meta-niveau van vertellen, van heen en weer geslingerd worden tussen mensen, thema’s, situaties, waar je het gevoel hebt dat je weinig houvast hebt. Ik ben er dol op; ik ben erg gecharmeerd van romans die gaan over het schrijven van een roman.

(Foto: Annaleen Louwes)
Auteur

Niña Weijers (1987) studeerde literatuurwetenschap. In 2010 won zij de schrijfwedstrijd Write Now!, en ze publiceerde korte verhalen in o.a. 'De Gids' en 'Passionate Magazine'. Door Opzij werd ze in 2013 uitgeroepen tot een van de ‘35 schrijfsters onder de 35’. Ze heeft een vaste column op de website van 'De Groene Amsterdammer'. Haar debuutroman 'De consequenties' werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2015 en is bekroond met de Anton Wachterprijs 2014, de publieksprijs van de Gouden Boekenuil 2015, met de Van der Hoogt-prijs en de Opzij-prijs. 'De consequenties' is in vertaling verschenen in Duitsland, Frankrijk, de USA, Tsjechië en Montenegro. In juni 2019 is haar nieuwe roman 'Kamers antikamers' verschenen. (Bron)

Titel: Kamers antikamers
Auteur: Niña Weijers
Pagina's: 240
ISBN: 978902544561
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: juni 2019
Genre: fictie

dinsdag 20 augustus 2019

Vasili Grossman - Leven & Lot

Recensie door Robert Van der Meiren
Uitgeverij Balans



Indrukwekkend, groots en onvergetelijk!

'Het is nu twaalf jaar geleden dat ik aan dit boek begon te werken. Ik geloof nog steeds dat ik de waarheid heb geschreven, uit liefde en medelijden, omdat ik in mensen geloof. Ik verzoek u mijn boek de vrijheid te geven.'

Dit schreef de Russische auteur Vasili Grossman (1905-1964) in 1961 in een brief aan partijvoorzitter Nikita Chroesjtsjov, één jaar nadat het manuscript van zijn magnum opus Leven & Lot door de KGB in beslag was genomen - of 'gearresteerd' zoals hij het zelf omschreef. 
Het mocht niet baten. In zijn fenomenale roman had Grossman als het ware een röntgenfoto van het Stalin-bewind genomen die de bloedarmoede en alle kwaadaardige kankers van dat totalitaire regime zichtbaar maakte. Ook al was Stalin dan al enkele jaren dood, en ook al voer zijn opvolger Nikita Chroesjtsjov een mildere koers, Leven & Lot spijkerde het stalinisme zo meedogenloos aan de schandpaal dat het boek volgens de staatscensuur een gevaar vormde voor de Sovjetstaat. Grossmans grootste 'misdaad' was wellicht dat hij het nationaalsocialisme van Hitler en het communisme van Stalin allebei even inhumaan en moorddadig vond.

'Om het socialisme in één land te vestigen, moet de boeren de vrijheid worden ontnomen om te zaaien en te verkopen. En Stalin aarzelde niet: hij heeft miljoenen boeren geliquideerd. Onze Hitler zag in dat het Jodendom de vijand was die de nationaal-socialistische beweging in de weg stond. En hij besloot miljoenen Joden te liquideren.' (Pag. 406)

Inbeslagname van het manuscript

Alles wat met het boek te maken had werd daarom in beslag genomen: alle gekende manuscripten, alle notities, het doorslagpapier dat Grossmans secretaresse had gebruikt, tot zelfs het lint uit haar typemachine…
Decennialang bleef de wereld aldus verstoken van een 'groots, weids, diep en verpletterend' (1) meesterwerk, tot een door de mazen van het censuurnet geglipt origineel manuscript toch zijn weg vond naar het Westen, waar in 1989 dan eindelijk de eerste complete editie van Leven & Lot kon verschijnen, bijna dertig jaar nadat Grossman het werk had voleindigd, en 25 jaar na zijn overlijden.

Leven & Lot is een omvangrijk, grillig en veelzijdig epos dat zich afspeelt tijdens de Tweede Wereldoorlog, met de Slag om Stalingrad (winter 1942-1943) als middelpunt. Het panorama is zo enorm breed, de geografische spreiding zo groot en de lijst met personages zo eindeloos dat voor een allesomvattende samenvatting tien pagina’s nog niet volstaan. Want Leven & Lot is niet ‘één’ verhaal, maar een grimmige rondreis langs talrijke scènes waarop mensen hun – meestal noodgedwongen – rol spelen… In Stalingrad voeren Russische soldaten, tussen de gevechten door, gesprekken waarin ongeremd gevloekt en gezondigd wordt tegen de partij-ideologische zuiverheid; in een Duits krijgsgevangenenkamp voor Russische soldaten houdt een oude Bolsjewiek het hoofd boven water, door koppig te blijven geloven in de goedheid van Vadertje Staat; in Oekraïne schrijft een Joodse moeder aan haar zoon brieven over de vervolging van Joodse Russen door andere Russen; in de gaskamer van een nazi-uitroeiingskamp drukt een jonge vrouw het lichaam van een dood jongetje tegen zich aan, denkt 'ik ben moeder geworden', en sterft (2); in Moskou pleegt een Joodse kernfysicus verraad tegenover zijn rasgenoten om zijn wetenschappelijk werk te kunnen voortzetten; in Polen bezoekt 'SS-Obersturmbannfüher' Adolf Eichmann de bouwwerf van een nieuw uitroeiingskamp en wordt er in het midden van de splinternieuwe gaskamer feestelijk getrakteerd op een hapje en een drankje; in Moskou zoekt een vrouw een verblijfsvergunning, maar botst onophoudelijk op de onverzettelijke apathie van de apparatsjiks… 

Letterlijk wegcijferen

Volgend fragment speelt zich af in een Duits concentratiekamp. Ik vond het erg pakkend. Een Joodse boekhouder beseft wat hem te wachten staat, maar wil de gedachte daaraan letterlijk wegcijferen door te doen wat hij zijn hele leven al had gedaan: rekenen…

'Terwijl Rosenberg de boekhouder een kuil groef voor zichzelf en de andere Brenner, ging hij verder met zijn berekeningen: zevenhonderddrieëntachtig in de afgelopen week, de afgelopen dertig dagen daarvoor leverden er alles bij elkaar vierduizend achthonderdzesentwintig op, dat maakte vijfduizend zeshonderdnegen verbrande mensenlichamen in totaal. Hij rekende en rekende, en zo ging de tijd ongemerkt voorbij; hij berekende hoeveel stuks – nee: hoeveel menselijke lichamen – er gemiddeld in een graf lagen: vijfduizend zeshondernegen gedeeld door honderdzestien (van het aantal graven), dat waren achtenveertig komma vijfendertig menselijke lichamen per massagraf, afgerond dus achtenveertig.' (Pag. 195-196)

Honderden scènes, en allemaal zijn het aanklachten tegen de gruwel van de oorlog, de onmenselijkheid van het tirannieke regime van Stalin, en de waanzin die rassenhaat eigenlijk is. De trefzekere letterlijkheid waarmee Grossman de dingen beschrijft (3), zijn meticuleuze detaillering van de feiten en de (bedrieglijke) zachtmoedigheid waarmee hij over de afgrijselijkste gebeurtenissen vertelt, maken het lezen van Leven & Lot bij momenten bijna onverdraaglijk. Vooral zijn beschrijving van de mensonterende wreedheid rond en in de gaskamers ontreddert de lezer, en snijdt hem diep in het hart.

De dood deed zijn dagelijks werk

Een treffend fragment, van een filosoferende Grossman. Aan het woord is een Joodse vrouw die al een tijd in een Duits uitroeiingskamp op de dood zit te wachten:

'De dood! Hij was amicaal en vertrouwd geworden, hij kwam zonder plichtplegingen bij de mensen langs, hij liep hun erven op, hun werkplaatsen binnen, hij kwam een huisvrouw tegen op de markt en nam haar mee met haar mandje aardappelen, hij mengde zich in de spelletjes van de kinderen, bracht een bezoekje aan het atelier waar de dameskleermakers neuriënd de laatste hand legden aan de pelsmantel van de vrouw van de 'Gebietskommissar', hij stond in de rij voor het brood, ging naast een oude vrouw zitten die een kous aan het stoppen was. De dood deed zijn dagelijkse werk, en de mensen deden het hunne. Soms liet hij hen hun sigaret oproken of hun hap doorslikken, soms kwam hij plompverloren binnenvallen als een oude vriend en sloeg hen met een bulderende, domme lach op de rug.' (Pag. 551)

Is het blikveld van deze roman al indrukwekkend breed, het scala aan personages is dat evenzeer. De lijst van de voornaamste(!) personages, achteraan in het boek, telt zomaar even tien pagina’s! Een echt hoofdpersonage aanduiden is zo niet onmogelijk, dan zeker riskant, maar de figuur van de Russische fysicus Viktor Strum springt er toch wel uit, al was het maar omdat Grossman veel van zichzelf in dit personage heeft verwerkt: de Joodse afkomst, het liefdeloze huwelijk, het verraad tegenover rasgenoten (Grossman ondertekende ooit een petitie tegen Joodse artsen die valselijk waren beschuldigd een moordcomplot te hebben gesmeed tegen vooraanstaande Sovjet-mandatarissen), en zijn spijt achteraf…

'Waarvoor had hij die verschrikkelijke zonde begaan? Alles in de wereld was nietig in vergelijking met wat hij had verloren. Alles was nietig in vergelijking met de waarheid, de zuiverheid van één onbeduidend mens: zelfs het rijk dat zich uitstrekte van de Stille Oceaan tot de Zwarte Zee, zelfs de wetenschap.' (Pag. 856)

Grossman vs Tolstoj

De thematiek en de structuur van Leven & Lot - en niet in het minst de titel zelf – doen denken aan dat andere monument van de Russische literatuur, Oorlog en vrede van Leo Tolstoj, en dat is terecht. Naast bedrukte melancholiek, gelaten lotsaanvaarding, diepgewortelde verbondenheid met de aarde, oprechte liefde voor moedertje Rusland en diepe bekommernis om het welzijn van het volk – allemaal karakteristiek voor de Russische romanliteratuur van de negentiende en twintigste eeuw – vallen nog meer parallellen op, zoals bijvoorbeeld dat de Slag om Stalingrad in Leven & Lot even centraal staat als de Slag bij Borodino in Oorlog en vrede; Grossmans Stalin en Hitler zijn Tolstojs tsaar Alexander I en Napoleon. Ook opvallend is dat beide auteurs geregeld het pad van hun verhaal verlaten om te filosoferen over ‘de dingen des levens’. In Leven & Lot mijmert Grossman dan bijvoorbeeld over vriendschap, over goed en kwaad, over antisemitisme, over militaire strategieën, enzovoort…

Er zijn natuurlijk ook verschillen… Van Tolstojs hartstochtelijke lyriek is in Leven & Lot niks te merken; Grossman schrijft koeler, als een goed observerend en zeer geëngageerd journalist (wat hij beroepshalve ook was). Grossmans roman is ook veel autobiografischer, hij was immers persoonlijk betrokken bij veel van de beschreven gebeurtenissen. Maar het belangrijkste onderscheid is toch dat het “J’Accuse” van Grossman veel luider, directer en explicieter klinkt: de volksmens Grossman klaagt onrecht vlakaf aan, de aristocraat Tolstoj aanschouwt het eerder van op veilige afstand.

Conclusie

Leven & Lot is een uniek, grandioos, indrukwekkend meesterwerk. Het is een – ik herhaal het graag - groots, weids, diep en verpletterend verhaal! Het is grimmig, wrang, onheilspellend, somber, gruwelijk, hard en hartverscheurend. Het is echter ook een ware uitdaging voor de lezer, van wie veel wordt gevraagd. Er is de schier eindeloze reeks aan personages die de lezer voortdurend naar de tien pagina’s lange lijst achteraan doet bladeren, en voor de verklaring van 363 noten komt daar nog eens een lijst van dertig pagina’s bij. Er gaat, met andere woorden, maar zelden een pagina voorbij zonder dat de lezer die lijsten moet consulteren (5).

Ruim vijf weken had ik dan ook nodig om door het boek te komen. Maar nu ik het uit heb weet ik dat ik een magistraal, ontluisterend werk heb gelezen, een dat ik nooit ofte nimmer zal kunnen vergeten. Leven & Lot van Vasili Grossman mag, wat mij betreft, schaamteloos en fier naast Tolstojs Oorlog en Vrede staan… En daar stond, tot nu toe, niets!

Auteur

Vasili Grossman (1905-1964) - voluit Vasili Semjonovitsj Grossman – was een Russische schrijver en journalist uit het Sovjettijdperk. Hij was van Joodse afkomst, maar kreeg geen joodse opvoeding. Hij studeerde aan de universiteit van Moskou af als ingenieur, maar vanaf 1936 wijdde hij zich volledig aan de literatuur. Hij was ook lid van de Russische Schrijversbond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog reisde hij als oorlogscorrespondent mee met het Sovjetleger. De Slag om Stalingrad maakte hij van begin tot einde mee, en hij was er ook bij toen het Rode Leger de nazi-uitroeiingskampen van Majdanek en Treblinka bevrijdde. Zijn veelgelezen ooggetuigenverslagen maakten hem tot een beroemdheid in Rusland.

In zijn literaire werk uitte Grossman veelvuldig kritiek op het communisme en op de Sovjetleiders. Hij lag dan ook voortdurend op ramkoers met de staatscensuur die ervoor gezorgd heeft dat een belangrijk deel van zijn werk nooit werd gepubliceerd. Vooral de door Stalin georkestreerde pogroms tegen de Russische Joden verscherpten zijn kritische houding.  
In 1960 werd het manuscript van Leven & Lot, zijn belangrijkste roman waaraan hij tien jaar had gewerkt, net voor publicatie in beslag genomen vanwege té uitdrukkelijke kritiek op, en onverbloemde afkeuring van het stalinistische regime dat hij even misdadig vond als het nazisme van Hitler. Het boek, en alles wat ermee te maken had, bestond niet meer…  

De geruisloze verdwijning van zijn levenswerk heeft Grossman gekraakt. Hij stierf vier jaar later, in 1964, gedesillusioneerd en verbitterd.  

Ruim twintig jaar later dook in het westen plots toch een origineel manuscript van Leven & Lot op, en kon dit fenomenale werk eindelijk gepubliceerd worden.

------
(1) Antoine Verbij in Trouw, 25 oktober 2008
(2) p. 564
(3) Grossman maakte de Slag om Stalingrad zelf mee, en verbleef gedurende ruim drie jaar aan het front als oorlogsjournalist. Hij was er ook bij toen de nazi-uitroeiingskampen van Treblinka en Majdanek door Russische troepen bevrijd werden.
(4) Zie nawoord van vertaalster Froukje Slofstra, p. 942-943
(5) Om het mezelf gemakkelijker te maken heb ik na een tijdje die veertig pagina’s gekopieerd zodat ik tijdens het lezen niet voortdurend heen en weer moest bladeren.

Titel: Leven & Lot
Oorspronkelijke titel: Zizn'I Sud'Ba
Auteur: Vasili Grossman
Vertaald door: Froukje Slofstra
Categorie: Literaire roman
Genre: Tweede Wereldoorlog
Pagina's: 960
ISBN: 9789460034336
Uitgeverij Balans
Verschenen: februari 2016

maandag 19 augustus 2019

Aminatta Forna - De paradox van geluk

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Nieuw Amsterdam







Een absoluut optimistische vertelling over tegenslag

Voor het werkelijke verhaal begint is er een historische terugblik op het lot van de laatste wolf in Greenhampton, Massachusetts. Het is 1834 en de auteur beschrijft een wolvenjager in een ruig landschap. Ze doet dat op een rauwe manier die helemaal past bij de omstandigheden op díe plek, in dát seizoen en in díe tijd. Het is winter en je ziet de jager in de weer met aas en klemmen om zijn taak zo goed mogelijk te volbrengen. Mens beteugelt natuur, of doet een poging daartoe.
Het is een mooie inleiding van wat er te wachten staat in dit bijzondere verhaal.

Er gebeurt nogal wat in het boek. Twee personages zorgen voor een verbindend verhaal. Jean, biologe, verdient haar geld met het inrichten van Natuurlijke Ruimten en het doen van onderzoek naar vossen in de stad. Een sportieve vrouw, gescheiden en een zoon die in de VS is blijven wonen na de scheiding van z’n ouders. Atilla- what’s in a name?- werd geboren in Ghana, is psychiater. Zij lopen elkaar tegen het lijf in Londen op Waterloo Bridge. Zo kan het migratieverhaal beginnen. Want dat is een thema in het boek. De vergelijking van oprukkende natuur – vooral vossen en coyotes – naar de stad waardoor de bewoners bang zijn voor verlies van ruimte, vrijheid en zelfs ziektes, wordt subtiel gemaakt met immigratie.

De ontmoeting leidt tot een nadere kennismaking, niet dat ze hard van stapel lopen, maar zonder teveel te spoileren kan ik wel zeggen dat elk stukje verteld verleden en elke gebeurtenis in het heden de twee elkaar meer leren kennen. Het verhaal speelt zich af op diverse locaties.Prachtig zijn de beschrijvingen wanneer Jean aan het werk is op zoek naar vossen, in de ochtend of ‘s avonds loopt ze haar rondjes en probeert vossen te verdoven zodat ze voorzien kunnen worden van een zender en een naam.

‘Driekwart kilometer ten zuidoosten van Bricklayers’ Arms zat Jean, een Amerikaanse die sinds een jaar in Londen woonde, op het dak van haar appartement. Ze bracht haar verrekijker naar haar ogen om een vos gade te slaan die dansend langs de muur liep rondom het perceel waar zij woonde. Light Bright, zo noemde ze het dier, naar de kleur van de vacht, een diep roodbruin.’

Atilla heeft een turbulent leven achter de rug, maar hij is geen type dat bij de pakken neer gaat zitten, hij denkt na, is behulpzaam en vindt oplossingen. Door zijn werk en ervaringen in oorlogsgebieden stelt hij zichzelf vragen over geluk en tegenslag en hoe mensen daarop reageren. Deze krachtige man en de doortastende Jean meanderen elk met hun eigen lief en leed door het verhaal, maar hun raakvlakken worden steeds talrijker, familie gaat een rol spelen.

Het straatleven krijgt een mooie rol toebedeeld. Jean is goede maatjes met allerlei straatwerkers zoals parkeerwachters en straatvegers. Het beeld dat hiermee ontstaat is erg verbindend en een van de mooiste passages.

‘Abdul, de straatveger, was een van hen. Jean had hem in een opwelling gerekruteerd, ze had hem ’s ochtends vroeg in z’n eentje de straat zien vegen, hem benaderd en gevraagd of hij ervoor voelde bij haar onderzoek te helpen. Op zijn beurt had hij een aantal collega’s ingeschakeld die het meer om het plezier in de gezamenlijke onderneming leek te gaan dan om het geld.’

Rosie en Atilla hadden ooit een relatie, om niet teveel weg te geven zal ik het laten bij een paar steekwoorden: ontroerend, alweer verbindend en tekenend voor deze sympathieke, onvermoeibare man.
Een bijzonder mooi motief is de dans. Atilla danst met een denkbeeldige partner, de dans komt voor in het huis waar Rosie woont, ook heel bijzonder en dan is de stap naar de rituele dans van de dieren niet zo groot.


'In zijn armen hield hij een denkbeeldige partner. Samen gleden ze over de vloer, elkaars bewegingen spiegelend. Aan het einde van de kamer draaide Attila de vrouw rond en liet haar los. Ze wendde zich naar hem toe, haar schouders recht. Attila stak zijn borst vooruit. Traag cirkelden ze om elkaar heen, stampend als een stel raspaarden.'
Robert Graves (bron)

En dan is er nog een passage die me direct in het hart raakte en het verlangen opwekt naar een herlezing van de trilogie 'Weg der geesten' van Pat Barker en een nieuwe titel die ik nog niet kende: ‘Dat hebben we gehad ' van Robert Graves. In deze passage opent Atilla het boek van Graves 

Hij opende de envelop waarin het boek zat. Het was jaren geleden dat hij het gelezen had, hij was erop gestuit tijdens die dagen in Irak. Graves overleefde de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, leed aan shellshock, keerde terug naar Engeland. Dwalend door Londen ontdekte hij een ander soort krankzinnigheid: de krankzinnigheid van de afgeschermden, de verzadigde emoties van de overdaad, de kilte veroorzaakt door comfort, mensen die weinig wisten en ook niks wilden weten van wat de geüniformeerde mannen in hun midden allemaal hadden doorstaan.’

Het boek heeft me geboeid tot het einde, het is een verfrissende roman. Ik vind het sterk dat de auteur de personages geen slachtoffer laat zijn, maar hen veerkracht geeft zodat ze verder kunnen en vaak sterker uit het dal komen. Het is natuurlijk niet iedereen gegeven om zover te komen, daarvoor zijn er teveel externe factoren die tegen kunnen werken. Maar wat zij probeert te zeggen is dat je eigen houding en vooral ook die van de buitenwereld van cruciaal belang is om slagingskansen te vergroten.


Een meer dan fijn boek dat zeker nog na blijft werken en de schitterende cover heeft ook niet voor niets zo’n kleurige vogel, lees vooral zelf over alles wat leeft, overleeft en hyperproductief wordt bij dreigende uitsterving.


Afbeelding gemaakt door Jürgen Matern
Auteur

Aminatta Forna (geboren in Glasgow in 1964) is een Britse schrijfster.
Ze werd eerst bekend als documentairemaakster en reporter voor de BBC. Ze werkte er in de domeinen kunst en politiek. Ook met haar Afrika-documentaires verwierf ze bekendheid. Vanaf 2003 schrijft ze boeken. Haar eerste boek (The Devil that Danced on the Water, memoires) werd al meteen erg goed onthaald, en later werd ze een erg succesvol auteur. (Wikipedia)

Titel: De paradox van geluk
Titel oorspronkelijk: Happiness
Auteur: Aminatta Forna
Vertaling: Aleid van Eekelen-Benders, Mariella Duindam
Pagina's: 321
ISBN: 9789046823880
Uitgeverij Nieuw Amsterdam
Genre: fictie
Verschenen: 2018

vrijdag 16 augustus 2019

Ype de Boer – Het erotisch experiment

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Ten Have                                                          

De schoonheid van de hals en de ronding van de heupen
werken op de seksualiteit niet als ahistorische,
louter natuurlijke feiten in, maar als beelden, waarin
alle maatschappelijke ervaring ligt opgesloten…
Theodor Adorno & Max Horkheimer,
Dialectiek van de Verlichting
                                                                     
 Dit gaat over ons!

Eerder las en besprak ik Murakami en het gespleten leven van Ype de Boer, een boeiende ervaring waaraan ik nog vaak terugdenk en ook nog regelmatig even in blader om wat op te zoeken. De filosofische benadering van de Boer spreekt me aan. Goed leesbaar schrijven en herkenbare voorbeelden geven kan niet iedereen, Ype de Boer wel. 

Dat dit een boek geworden is in plaats van het bedoelde essay over de ‘mogelijkheid en waarde van een filosofisch experiment met erotiek’ komt doordat de auteur zichzelf eerst moest onderwerpen aan een experiment om te toetsen of zijn intuïties over de effecten die beoogd werden zouden kloppen. Het onderzoeken van  onbekende culturen levert ons in elk geval een interessant boek op. 


Dit is wat de auteur wil zeggen:

‘In deze tekst gaat het er dus om de verbeelding anders aan te wenden, tegen het bekende op te zetten in plaats van haar in dienst te stellen van wat men al weet en wil. […] Ik gebruik hier soms ‘we’. De reden voor deze stijlfiguur is dat dit experiment een beroep doet op de verbeeldingskracht van zowel auteur als lezer, van beiden vraagt om de eigen ideeën over seks tijdelijk tussen haakjes te zetten en zich enigszins te laten meevoeren door de overdrijvingen, vreemde beelden, kunstuitingen, opvattingen, praktijken en ficties die aan de orde komen.’

Over de erotische ervaring die Da Correggio weergaf in ‘Jupiter en Io’ staat in de inleiding een prachtig lesje kunstgeschiedenis. Wat een weergaloos schilderij en hoe anders keek men in de tijd van de oude Grieken aan tegen de wereld!

Jupiter en Io Correggio
Tot zover de boeiende inleiding die wel enig denkwerk vergt om datgene wat de auteur precies wil zeggen te begrijpen.
In het eerste hoofdstuk 'Seksuele personages ' staat een citaat uit Foucault Live van Michel Foucault waarop flink gekauwd worden. 

Sinds het christendom heeft de westerse beschaving onophoudelijk gezegd: ‘Om te weten wie je bent, moet je weten waar je seksualiteit over gaat’.

Wanneer je dit letterlijk opvat betekent dit dat seksualiteit je identiteit zou bepalen. Het zou te ver gaan om dat hier ter discussie te stellen, maar het geeft wel aan hoe makkelijk men zegt: ‘Ik ben dit of dat’, terwijl je veel meer bent dan alleen je seksuele geaardheid. De Boer maakt duidelijk hoe de marketing inspeelt op dit vermeende ‘zijn’, bijna alles kan op die manier geïnterpreteerd worden. Denk aan alle reclame die de mens datgene belooft te geven waardoor hij/zij seksueel aantrekkelijk gevonden zal worden. Ook boeken en films schijnen niet zonder seks te kunnen, anders zouden ze niet realistisch zijn (Maarten ‘t Hart is het hier overigens niet mee eens, hij hekelt auteurs die niet zonder die passages kunnen TvL). Al die reclame, het mee moeten doen met alle mogelijkheden die er zijn om op zoek te gaan naar het ‘eigen zelf ’ kunnen resulteren in het gevoel de boot te missen, een loser te worden wanneer je niet meedoet aan de race.

Als voorbeeld wordt Pygmalion – de mythologische figuur die een ivoren beeld van een vrouw creëerde en er verliefd op werd – genoemd als de man die een ideaalbeeld van een vrouw schiep geheel naar zijn eigen zelfbeeld. Hij zocht niet buiten zijn eigen grenzen en werd zodoende verliefd op zijn eigen erotische beeld. Meerdere beroemde personages vullen de rest van het hoofdstuk. We lezen over Don Juan, Markies de Sade en personages uit Murakami’s 1Q84, de manier van analyseren is meer dan boeiend, vooral wanneer je de personages herkent uit de boeken. 

Pygmalion Jean-Baptiste Regnault

Het tweede hoofdstuk met de prachtige titel Erotische atmosferen gaat over de cultureel-historische achtergrond waarin een erotische ervaring ontstaat. Na een analytische blik op erotiek die zich dagelijks gevraagd en ongevraagd aan ons opdringt (niet dat de Boer een moreel oordeel wil vellen, hij signaleert alleen), volgt een aantal passages over erotiek uit het verleden en het Verre Oosten. De uitleg over De verzoeking van Sint-Antonius geschreven door Gustave Flaubert sprak me enorm aan omdat ik het boek een tijdje geleden las, maar in de context van dit experiment krijgt het een extra dimensie en is het een herlezing waard. In ditzelfde hoofdstuk staat een geweldige verhandeling over de unio mystica oftewel de mystieke eenwording met God. Lees over de betekenis van voorstellingen op Middeleeuwse schilderijen, hoe de auteur het accent legt op de vermenging van lichaam en geest en over de interpretatie van mystica, kosmologe en medica Hildegard von Bingen (1089-1179) van het Bijbelse Hooglied.

Ruim aandacht is er voor erotiek in het oude Egypte, Fangzhong shu (China), Boeddhistische tantra, enzovoort. Het is bijzonder interessant om al die verschillende culturen op een rij te zien, ook wanneer je al veel van deze rituelen af weet. Het is niet puur beschrijvend, maar steeds met de focus op dat wat ons beperkt (door het beeld wat we in stand houden) in plaats van het zoeken naar de mogelijkheden buiten het beeld dat we zelf maakten.

In het laatste hoofdstuk het Experimentum eroticum legt de schrijver aan de hand van een aantal voorbeelden en citaten van filosofen uit wat dit Experimentum eroticum werkelijk inhoudt en belangrijker nog: wat niet.
De aanloop naar de kern is boeiend, we hebben die inleiding nodig om het beeld van de essentie te vatten. Denk hierbij aan alles wat ons vast kan houden aan rollenpatronen zodat we nooit de kans krijgen ons te bevrijden van het bekende en vertrouwde. Hiermee wordt nadrukkelijk niet bedoeld eens een nieuwe ervaring op te doen, dat zou niets anders betekenen dan een stapeling zonder verandering.

Hopelijk doe ik het boek recht met deze recensie, er staat zoveel in dat het werkelijk moeilijk is een keuze te maken uit de onderwerpen.
Het is een boek dat met aandacht gelezen dient te worden, een stukje lezen, even terugbladeren en af en toe iets opzoeken, zo is mijn leeservaring te omschrijven. De heldere samenvattingen na elk hoofdstuk zijn meer dan welkom, ze geven een overzichtelijk beeld.
Ik genoot van de filosofen die aangehaald werden, het is fijn hun ideeën toegepast te zien in een verband dat, hoewel totaal niet concreet, toch voorstelbaar is. En hoe geruststellend is het dat de filosofie nooit beoogt antwoorden te geven, maar alleen meer vragen oproept waardoor wij geprikkeld blijven tot nadenken.
Dat doet dit boek ook, bekijk de mooie cover, neem alles op wat erin staat en ga aan de slag op welke manier dan ook!

Ype de Boer website

De auteur

Ype de Boer (1989) schrijft over het samenspel van denken en leven, en verkent de raakvlakken tussen filosofie, literatuur en kunst. Aan de VU promoveert hij op het werk van Giorgio Agamben: ‘de poëet onder de filosofen’. Daarnaast treedt hij op als spreker, vertaalde hij enkele filosofische werken en schreef inleidingen en leeswijzers bij filosofische grootheden.


Titel: Het erotisch experiment
Auteur: Ype de Boer
Uitgever: Uitgeverij Ten Have
ISBN: 9789025907112
Pag.: 224
Genre: non-fictie
Verschenen: augustus 2019

donderdag 15 augustus 2019

Julien Sandrel - De droomlijst


Recensie door Truusje
Uitgeverij Cargo
'Nou, vertel eens, Miss Thelma,
hoe komt het dat je geen kinderen hebt?
Ik bedoel, God heeft je iets speciaals gegeven
en dat zou je, denk ik, moeten doorgeven.'
- Ridley Scott, Thelma & Louise

Een tijd ervoor en een tijd erna

Thelma is een bewust ongehuwde moeder. Hoewel, ze is bewust niet gehuwd toen ze merkte dat ze zwanger was, omdat ze geen vertrouwen had in een huwelijk met de vader. Ze is moeder geworden van Louis en hun band is hecht.

Wat je als moeder hoopt nooit mee te maken gebeurt haar toch. Samen zijn ze onderweg, hij met zijn skateboard en zij wordt opgeslokt door haar werk en is telefonisch met haar baas in gesprek. De twaalfjarige Louis wordt aangereden door een vrachtwagen. Thelma hoort het, maar ziet het niet gebeuren.

Eenmaal in het ziekenhuis wordt hij 'onder zeil' gehouden om geen pijn te ervaren. Zijn situatie is ernstig en er wordt haar medegedeeld dat hij in een zorgwekkende, vegeterende coma is en hij een maand krijgt om te ontwaken. Ze reageert hier, naar omstandigheden, vrij rustig op.

'Ik weet dat mijn laatste gedachten over mijn zoon negatief waren. Iets in de trant van zijn constante behoefte aan aandacht, het feit dat ik geen minuut voor mezelf had, zijn jeugdige egoïsme, mijn behoefte aan wat lucht, verdomme. Ik geloof werkelijk dat het laatste woord dat ik dacht in verband met dat wezentje, vlees van mijn vlees, dat ik duizenden uren heb gewiegd, met wie ik duizenden uren heb gezongen, dat me zoveel gelach, trots en vreugde heeft bezorgd, het laatste wat ik in mijn vastgeroeste brein in verband met hem zei, wel degelijk dat klote-gvd was.'

Heel mooi wordt het perspectief regelmatig gewisseld tussen moeder en zoon, twee verhaallijnen en beide vanuit het ik-perspectief. Louis ontdekt na verloop van tijd zelf dat hij nog in leven is. Hij krijgt wat gevoel terug in de toppen van zijn vingers, maar het enige dat hij zelf kan sturen, zijn z'n gedachten. Dat levert grappige passages op.

'Nou, het spijt me, want ik heb je volkomen op een dwaalspoor gezet. Ik denk toch dat ik nog leef. Er slecht aan toe, maar ik leef. Als we op BMF TV zaten zou er een rode banner over het scherm gaan: 'Breaking news: hij leeft.' Ik moet zeggen, het was niet makkelijk om erachter te komen. Ik had er tijd voor nodig. O, dus jij was er al van op de hoogte dat ik nog leef? Waardeloos dat je het eerder wist dan ik. [...] Ik begon te huilen. Vanbinnen natuurlijk, vanbuiten pokerface.'

Aan zijn bed doet ze alles om zijn zintuigen te prikkelen, met als doel hem uit zijn coma te halen. Wanneer ze thuis in zijn kamer een notitieboekje vindt, beginnen er plannetjes te op te borrelen. Louis heeft namelijk een bijzondere bucketlist. Ze vertelt hem dat ze al zijn wensen voor hem zal beleven om hem er naderhand verslag van te doen, alles te filmen en de video aan zijn bed af te spelen. Alles in de hoop dat hij erop zal reageren.
Tot groot vermaak van Louis zal ze ook de borsten van zijn lerares moeten aanraken. Hij begint in de gaten te krijgen dat zijn moeder wat aan het veranderen is, de fervente zakenvrouw heeft ontslag genomen en is veel vrolijker en spontaner geworden.
Een van zijn grote dromen is om naar Tokyo te gaan, daar op alle knopjes van Japanse wc's te drukken, in een restaurant blind vijf gerechten te bestellen... en alles op te eten! Binnen no time heeft Thelma een ticket geboekt en is op weg naar Japan. Zo volgt de ene reis vliegensvlug de andere op.

Tot zover is het vermakelijk om te lezen hoe de wensen vervuld worden. Zwaar wordt het verhaal nergens, de luchtige toon houdt het licht. Dit betekent ook dat er nergens echt een appèl op de emotie van de lezer wordt gedaan. Het geheel blijft helaas oppervlakkig en het geeft de indruk dat de auteur door het verhaal is gedenderd, zonder het beter uit te werken. Het teveel aan toevalligheden maakt de plot flauw en kinderlijk.
Het idee voor dit debuut heeft absoluut potentie, maar het mist diepgang en psychologisch uitgewerkte personages. Ook al is het fictie, het identificeren met de moeder was voor mij erg lastig. Dat ze haar zoon achterlaat en plaatsvervangend plezier kan maken, wanneer hij op het randje van het leven bungelt, komt niet plausibel over.
De auteur heeft veel verschillende thema's in zijn boek willen verwerken, maar het komt nergens uit de verf. Het onderwerp is een aangrijpend thema, maar het maakt de hoge verwachtingen die de cover en de achterflap beloven, niet waar.

Auteur

Julien Sandrel werd geboren in 1980 in het zuiden van Frankrijk en woont in Parijs. Hij is lange tijd werkzaam geweest als marketing director. Zijn debuutroman De droomlijst, is een wereldwijd fenomeen geworden: het wordt in meer dan dertig landen verkocht en er wordt gewerkt aan een filmscript.

Titel: De droomlijst
Oorspr. titel: La chambre des merveilles
Auteur: Julien Sandrel
Vertaling: Liesbeth van Nes
Pagina's: 224
ISBN: 9789403118604
Uitgeverij Cargo
Verschenen: augustus 2018