vrijdag 21 september 2018

Sei Shōnagon - Het hoofdkussenboek


Recensie door Truusje
Uitgeverij Athenaeum


Memoires van een Japanse hofdame

Er zijn in de loop der tijd al veel dagboeken uitgebracht, maar met 'Het hoofdkussenboek' wil ik stellen dat ik iets bijzonders heb gelezen. Normaliter zal het niet snel voorkomen dat een boek dat duizend jaar oud is door iedere geïnteresseerde lezer ook daadwerkelijk op deze laagdrempelige manier gelezen kan worden. Hoe fantastisch is het dat dit werk door de jaren heen bewaard is gebleven. Een prachtig voorbeeld van een van de oudste, zorgvuldig bewaarde klassieke werken uit de wereldliteratuur. Dit juweeltje is voorzien van een voorwoord door Alfred Birney.
De term 'hoofdkussenboek' is ontstaan omdat Sei haar aantekeningenboekje bewaarde in een lade van haar houten hoofdsteun.

Sei Shōnagon deed als jong meisje dienst als hofdame van Keizerin Teishi - ze stierf op haar drieëntwintigste in het kraambed -, aan het Japanse hof ten tijde van de elfde eeuw na Chr. Het waren de hoogtijdagen van de Heian-dynastie.
Gedurende tien jaar, heeft ze vele aantekeningen gemaakt over de dingen die haar onder de aandacht zijn gekomen, heeft meegemaakt of waar ze haar, soms behoorlijk uitgesproken en onverbloemde, mening over heeft willen geven. Wat opvalt is dat ze een scherpe blik had en heel opmerkzaam was. Er ging aan haar niet snel iets ongemerkt voorbij en de beschrijvingen zijn heel gedetailleerd. De lezer krijgt een buitengewoon beeld van de beslommeringen, gewoonten en verfijnde traditie aan het keizerlijke hof.

[73] 'Op onze vertrekken in de buitenkamer ben ik erg gesteld. Wanneer de halve luiken openstaan komt er flink wat wind naar binnen, zodat het er zelfs ’s zomers lekker koel is. In de winter vind ik het fijn dat er sneeuw of hagel naar binnen waait. Het is er nogal smal, wat onhandig is als er kinderen overkomen, maar als je die wegstopt achter een kamerscherm is alles dik in orde, want dan joelen ze niet, zoals elders. Overdag moeten we voortdurend op onze hoede zijn. ’s Nachts moeten we zelfs nog meer uitkijken, wat ik wel grappig vind.
Heel de nacht hoor je voetstappen, maar als die opeens stilhouden en er met één vinger tegen je deur wordt geklopt, hoort een dame meteen om wie het gaat – kostelijk!'

Sei toont een intelligente, nieuwsgierige, openhartige, romantische 'jongemeisjesblik', maar kan ook ondeugend zijn en de spot met iemand drijven. Ze is bij tijd en wijle heel empatisch, maar kan soms ook behoorlijk kort door de bocht zijn en dingen beschrijven die toch verdacht veel lijken op roddel en achterklap. 
Arrogantie, aanstellerigheid en idolate uitingen ontlokken de lezer echter eerder een glimlach dan een gevoel van irritatie.
Haar aantekeningen verschillen van elkaar. De verhaaltjes, anekdotes, lijstjes en opsommingen geven een fantastisch inkijkje in de dingen die haar bezighouden.
Van enige chronologie is geen sprake. Je kunt het boek op elke willekeurige pagina openslaan, een stukje lezen en de volgende keer een ander stukje pakken uit de bijna driehonderd hoofdstukjes die het boek bevat. Om een paar van haar geweldige lijstjes aan te halen..........

'Dingen die geen steek houden:
Iemand die per se in hofdienst wilde, en die alles daar even saai en vervelend vindt.
Een aangenomen kind dat lelijk blijkt te zijn.
Iemand tegen wil en dank met je dochter laten trouwen en dan maar klagen dat hij niet deugt.'

'Afstompende dingen:
Een onthoudingsperiode weg van huis.
Een triktrakspel waarbij je je stenen maar niet van het bord krijgt.
De woning van een heer die zijn kans heeft gemist bij de officiële benoemingen.
En in de allereerste plaats: langdurige regen.'

'Dingen die ongelegen komen:
Er  wordt iemand  geroepen en jij snelt  naar buiten in de overtuiging dat het  om jou gaat.
Zoiets is des te pijnlijker als het bezoek een cadeautje heeft meegebracht.'

'Aanstellerige dingen:
Iemand die volop een kind vertroetelt waarover helemaal niets bijzonders te zeggen valt.'

Een prachtig beeld geven de beschrijvingen van de etiquette en de heersende cultuur aan het keizerlijke hof, met al zijn rangen en standen. Opvallend is dat de Chinese cultuur van behoorlijke invloed was op die van Japan. Poëzie nam een belangrijke plaats in in de communicatie. Bijzonder was de gewoonte om elkaar bij vele gelegenheden gedichten te sturen, al dan niet met een ietwat schunnige inhoud als flirtage of na een heimelijk bezoek in de nacht.
Maanden en dagen hadden geen naam, maar werden gewoon aangeduid als 'de tiende dag van de zevende maand'. Uren daarentegen werden simpelweg aangeduid met een dierennaam, zoals 'het uur van de schaap'.

Met de keizerin had Sei een goede band en ze bleken verrassend openhartig te zijn tegen elkaar. Ook grapjes werden er met elkaar uitgehaald, zoals de weddenschap over de berg sneeuw. Sei zei zeker te weten dat de berg niet gesmolten zou zijn voor een bepaalde datum, maar de keizerin was geenszins van plan om haar te laten winnen.

‘Ach, wat is de wereld wreed!’ steunde ik. ‘Ik was dolblij dat er sneeuw bij viel toen de berg er al stond, maar Hare Majesteit vond dat zoiets niet meetelde en gaf het bevel om de sneeuw te ruimen...’
‘Ik denk dat zij je echt niet wilde laten winnen,’ lachte Zijne Majesteit.'

Wie verwacht een roman te zullen lezen, zal misschien van een koude kermis thuis komen, want een samenhangend verhaal is dit in geen geval. Murasaki Shikibu, een tijdgenote van Sei, heeft de roman 'Het verhaal van Genji' geschreven, maar het werk van Sei is een boek om dicht in de buurt te houden, steeds even te pakken om er een stukje uit te lezen en vooral om te genieten van haar irritante trekjes, de grappige lijstjes en verhaaltjes. 

De zeer frisse vertaling, direct uit het Japans, is van Jos Vos. Het lezen is een feestje, het bruist en sprankelt door de grappige lijstjes en gebeurtenissen die op schrift zijn gesteld. De vertaler heeft boek tevens uitgebreid geannoteerd, ter verduidelijking van Japanse woorden, gewoonten en (hof)rituelen. De annotaties (437!!!) zijn onontbeerlijk om alles goed te kunnen duiden.

Via onderstaande link is een interessant stuk te vinden om te lezen over: 'Sei Shōnagon en de bloei van de Japanse literatuur'

Auteur

Sei Shōnagon (清少納言), (965 - na 1010) was een Japanse hofdame van de keizerin Teishi aan het Japanse hof in de Heian-periode, die onsterfelijk is geworden door haar dagboek (枕草子 Makura no Soshi), 'Het hoofdkussenboek', dat zij duizend jaar geleden schreef.

Titel: Het hoofdkussenboek
Oorspronkelijke titel: Makura no soshi
Auteur: Sei Shōnagon
Vertaling: Jos Vos
Pagina's: 336
ISBN: 9789025308636
Uitgeverij Athenaeum
Verschenen: februari 2018

woensdag 19 september 2018

Giorgio Bassani - Binnen de muren + De gouden bril


Recensie door Truusje
Uitgeverij De Bezige Bij

Dubbele recensie!


De auteur neemt je mee door de straten van Ferrara

Giorgio Bassani (1916-2000) heeft tot 1981 een groot deel van leven doorgebracht in een Joodse gemeenschap in het Noord-Italiaanse stadje Ferrara aan de rivier de Po. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste moderne schrijvers van Italië.

De kronieken van Ferrara (Il Romanza di Ferrara), in zes afzonderlijke delen, spelen zich af in het Ferrara tijdens de jaren rond de Tweede Wereldoorlog en zijn voor een belangrijk deel autobiografisch te noemen. Onvermijdelijk hebben de jaren van Mussolini een grote stempel op dit werk gedrukt.

Het stadje is duidelijk aanwezig als middelpunt en toneel voor de verhalen, waardoor de setting relatief klein gehouden wordt. De gedetailleerde beschrijvingen van Ferrara maken de verhalen haast filmisch, door met de personages mee te wandelen en zo de historische plaatsen te ontdekken.

De Bezige Bij heeft de gehele kroniek dit jaar in een verzamelbox opnieuw uitgegeven, maar de zes delen zijn ook afzonderlijk beschikbaar. De boeken zijn op magnifieke wijze vertaald door Jan van der Haar.
In 1962 schreef Bassani het meest bekende deel van deze kroniek, De tuin van de familie Finzi-Contini, maar ik beperk me in deze recensie voorlopig tot de eerste twee delen, namelijk Binnen de muren (1973) en De gouden bril (1977).

De gracieuze schrijfstijl, met zijn vaak lange zinnen, meandert op een soepele wijze. Zijn werk is toegankelijk geschreven. Geen woord teveel en schitterend proza dat je diep in je hart raakt, vanuit de herinnering van de auteur op schrift gezet. Bassani toont zich een gevoelsmens die oog heeft voor de buitenbeentjes, de verguisde mens in een gemeenschap, en duikt in die personages om ons te laten zien wat de gevolgen van het buitengesloten worden op een mens kunnen zijn. Hij verstaat de kunst om zich in de ander te verplaatsen. Niet alleen in de verguisde, maar zeker ook in degene die verguist. Dit maakt dat het verhaal gelaagd is en voor meerdere uitleg vatbaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het onvermogen, de tijdgeest, de oorlog(-sdreiging) en het Joods zijn in een overwegend katholiek stadje. De verhalen zijn op een pijnlijke manier zeer realistisch en stemmen tot nadenken.

I Binnen de muren - het eerste deel van deze serie - is een verzameling van vijf afzonderlijke, glasheldere verhalen die, hoewel ze zich allemaal afspelen in Ferrara, verschillende inwoners beschrijven in een decor van de aanloop, tijdens en de naweeën van de Tweede Wereldoorlog. De poëtische schrijfstijl staat in schril contrast met de inhoud van de verhalen, die een getuigenis zijn van een sombere periode. De inwoners kampen met gevoelens van onveiligheid en zien hun dromen in duigen vallen door de oorlog die alom aanwezig is. De personages in de vijf verhalen betalen een zure rekening. De gebeurtenissen en wandaden in deze fascistische periode zijn geput uit de herinneringen van de auteur. 

Ferrara
In vogelvlucht noem ik:
- Lida Mantovani, pas bevallen van haar eerste kind en verlaten door de vader, trekt weer in bij haar moeder Mary. De oudere Oreste Benetti maakt werk van Lida door elke avond bij de dames op bezoek te gaan. Een huwelijk tussen hem en Lida is een logisch gevolg.
- De wandeling voor het eten, waarin een relatie tussen een Joodse arts en een verpleegkundige centraal staat. Ze trouwen en hun huwelijk wordt bezegeld met de geboorte van twee zonen, waarvan de jongste komt te overlijden aan hersenvliesontsteking.
- Een gedenkplaat in de Via Mazzini. Geo Josz komt, na de oorlog, als enige van de 183 gedeporteerden terug uit Buchenwald. Net op tijd om te voorkomen dat zijn naam in de gedenkplaat wordt gebeiteld.
- De laatste jaren van Clelia Trotti. Bruno Lattes keert in het najaar van 1946 terug uit Amerika voor de herbegrafenis van lerares Clelia Trotti en beseft dat hij zich een vreemde voelt in het stadje.
- Een nacht in '43. Apotheker Pino Barilari is getroffen door een verlamming aan beide benen, ten gevolge van een SOA en verslijt zijn dagen met puzzelen achter de geraniums. Hij is er als enige getuige van dat er elf mensen worden geliquideerd en op de stoep worden achtergelaten. Hij wordt als getuige gehoord om de daders te identificeren, maar wil tegelijkertijd iemand bescherming bieden.

Meestal lees ik liever een roman dan een bundel verhalen. Het is steeds schakelen wanneer een verhaal is afgesloten en een volgende begint. Dit ondervang ik door een verhaal als geheel te lezen en het boek dan weg te leggen voor een volgend moment, zodat ik weer fris kan beginnen. Het werkt echt!!!

II De gouden bril

'Met de tijd zijn het er minder geworden, maar toch valt ook weer niet te zeggen dat maar weinig mensen in Ferrara een herinnering bewaren aan dokter Fadigati (Anthos Fadigati, zeker - herinneren ze zich - de keel-, neus- en oorarts die praktijk aan huis hield in de Via Gorgadello, op een steenworp afstand van de Piazza delle Erbe, en met wie het zo slecht afgelopen is, de arme kerel, zo tragisch, hij die als jongeman, toen hij zich vanuit zijn geboortestad Venetië in Ferrara kwam vestigen, leek voorbestemd voor de meest reguliere. rustige en daarom meest benijdenswaardige carrière...).´

Met deze beginzin is de toon meteen gezet.
Fadigati, een vriendelijke en modern uitziende man met een privépraktijk, zoekt aansluiting bij de bewoners van Ferrara. Zijn hoffelijkheid, belangeloosheid en discretie maken hem tot een graag gezien persoon in het stadje en zijn moderne praktijk vaart er wel bij.
Wanneer hij de magische leeftijd van veertig jaar begint te naderen, vinden de mensen dat hij nu toch eindelijk eens ´aan de vrouw´ zou moeten. Het lijkt het gesprek van de dag te worden tot er geruchten de ronde beginnen te doen.

´´Weet je het niet? Volgens mij is dokter Fadigati...´
´Moet je dit eens horen. Ken je die dokter Fadigati, die in de Via Gorgadello woont, zo´n beetje op de hoek met de Via Bersaglieri del Po? Nou, volgens de verhalen is hij...´´

Wanneer Fadigati´s geaardheid op zeer botte en vernederende wijze, in de trein naar Bologna, openbaar wordt gemaakt door zijn lover, wordt het wereldje van de arts zeer benauwend en maakt het hem tot een eenzaam man. Het leidt jammerlijk tot een verstrekkende beslissing.

Het resultaat van Bassini´s herinneringen vormt een hartbrekend mooi en fijntjes geschreven novelle. De schrijfstijl van lange zinnen en vele interpuncties vraagt wel een goede concentratie. Dit vooral bij Binnen de muren. De schrijfstijl van De gouden bril is veel toegankelijker.
Als het even niet lukt, gewoon op een ander tijdstip nog eens beginnen en genieten van deze prachtige, existentiële literatuur uit de vorige eeuw. Nog eens herlezen maakt het verhaal nóg boeiender, daar je steeds weer nieuwe dingen zult ontdekken.
Twee prachtige boeken die een geweldige voorbode zijn voor de volgende vier uit deze reeks. Dus......wordt vervolgd!

Auteur

Giorgio Bassani (Bologna, 4 maart 1916 - Rome, 13 april 2000) was een Italiaans schrijver, dichter, essayist en redacteur.
Hij was een zoon van welgestelde Joodse ouders. Hij ging naar school in Ferrara en in 1939 studeerde hij ondanks de rassenwetten af aan de letterenfaculteit van Bologna.
In 1943 werd hij opgepakt op verdenking van clandestiene activiteiten tegen het fascisme. De brieven die hij vanuit de gevangenis aan zijn familie schreef, werden in 1981 onder de titel Da un prigione (Vanuit een gevangenis) gepubliceerd in de Corriere della Sera. In datzelfde jaar trouwde en verhuisde hij van Ferrara naar Florence en later naar Rome.
Zijn toppunt van succes beleefde hij in 1962 met "De tuin van de Finzi-Contini's". Hierna volgden "De reiger"  in 1968 en "De kronieken van Ferrara" in 1974.
Hij overleed op 13 april 2000 en werd begraven op de joodse begraafplaats in Ferrara.

Titel: Binnen de muren 
Auteur: Giorgio Bassani
Vertaling: Jan van der Haar
Pagina's: 208 
ISBN: 9789403102504   
Uitgeverij De Bezige Bij
Verschenen: april 2018

Titel: De gouden bril
Auteur: Giorgio Bassani
Vertaling: Jan van der Haar
Pagina's: 104
ISBN: 9789023499169
Uitgeverij De Bezige Bij
Verschenen: april 2018

dinsdag 18 september 2018

Witold Szabłowski - Dansende beren


Recensie door Mireille Bregman
Uitgeverij Nieuw Amsterdam




Begrensde vrijheid en grenzen met vrijheid


Bulgaarse zigeuners trokken in de communistische tijd rond met dansende beren als act. In het journalistieke reisverslag Dansende beren vertelt Witold Szablowski hoe deze beren hun vrijheid kregen, maar ook hoe zij een metafoor zijn voor hun bazen.  

'We werden vrij. Niet alleen de Polen, Serven, Hongaren en Tsjechen, maar ook de Esten, Litouwers, Oekraïners, Bulgaren, Kirgiziërs, Tadzjieken, Kazachen en anderen. Een groot deel van de wereld verkreeg de vrijheid zonder daarop voorbereid te zijn. In de meest extreme gevallen kwam die vrijheid onverwacht of was zelfs ongewenst.'

De auteur zelf is geboren in Polen ten tijde van de Sovjet-Unie. Hij heeft meegemaakt hoe in 1989 voor het eerst sinds de Russische overheersing vrije verkiezingen gehouden werden en democratie zijn intrede deed. Omdat de Polen algehele staatsbemoeienis waren gewend, moesten ze leren voor zichzelf te zorgen. Nadat Szablowski met een Bulgaarse journalist in contact was gekomen, kwam hij erachter dat landen als Bulgarije, Albanië, Estland, Oekraïne en Servië met dezelfde problematiek worstelen. Aan de hand van de Bulgaarse dansberen lees je hoe deze landen hun democratische vrijheid kregen. Vooral wordt duidelijk waarom de inwoners heimwee naar het communisme hebben.

Szablowski ziet de volkeren als ongewilde proefkonijnen in een sociaal “onderzoekslaboratorium voor de vrijheid”. Aan de ene kant kunnen ze vrij hun volksvertegenwoordigers kiezen en zijn er meer reismogelijkheden. De keerzijde is dat door de intrede van het kapitalisme op de kolchozen (staatsboerderijen) niet genoeg werk meer is. De inwoners van voormalige communistische landen moeten plotseling op een andere manier aan geld en eten komen. Bulgaarse mannen gaan, in een lange traditie, massaal op een gewelddadige manier beren temmen om toeristen te vermaken. Een van de kunstjes is dat de beren slechte communistenleiders nadoen.

Een berentemmer: “Ik was wel met beren opgegroeid. Ik kende alle liedjes, alle kunstjes, alle verhalen. Toen ik op de kolchoz werd ontslagen, wist ik een ding zeker: als ik verder wilde leven, moest ik zo snel mogelijk een beer vinden. Zonder beer zou ik nog geen jaar overleven.”

Het voorgaande lees je in een verhaal over een berentemmer die zijn berin kwijtraakt door toedoen van stichting Vier Voeters. Deze organisatie krijgt een stem in de rest van het boek. Er wordt verteld over het wel en wee van de dansberen die worden gered en vooral over het aanleren van vrijheid. Tussen de regels door lees je op deze manier over de huidige leefomstandigheden van de berentemmers.

Een woordvoerder over het bevrijden van de laatste gevangen beren: “Ze bleven de beren hun leven lang aan hun neus trekken en dwongen ze op die manier om te dansen. Dat was een droevig gezicht. Het was duidelijk dat dit een kwelling was voor de beren. Die dag voelde ik dus een zekere trots dat de mensen van Vier Voeters daar definitief een einde aan maakten.”

Het boek bestaat uit twee delen: de eerste helft zijn verhalen rondom Bulgaarse beren en bazen. Het tweede deel is geschreven aan de hand van quotes uit het eerste deel en geven de verhalen van gewone mensen uit communistische landen weer. Lady Peron bijvoorbeeld, een Poolse zwerfster die in de Londense stations leeft. Ze is er niet ontevreden mee, want “ze heeft meer van de wereld gezien dan ooit”. In een ander verhaal smokkelt een jongen auto’s aan de Oekraïense grens – gelieerd aan het hoofdstuk “Onderhandelen” over de berenredders.

Op het eerste gezicht lijkt tussen de twee delen geen samenhang te bestaan, vanwege het contrast tussen Bulgarije en de rest van de wereld. Wie echter goed de citaten leest, ziet dat alles als een geheel in elkaar steekt. Zo heeft de auteur de dansberen als metafoor voor de mens neergezet. Een knap staaltje werk, want je hebt het pas door als je uit beide delen verhalen hebt gelezen.

Lady Peron: “Ik had geld, mijn pensioen van vijfhonderd zloty. Dat was voldoende om van te leven. Maar ik leed wel kou in mijn eigen huisje. Toen ik doorhad dat ik zou doodvriezen, pakte ik een tas in, en nog een, en liep naar het station.”

Dit boek met vele verhalen is uiteraard geen lichte kost, maar omdat Szablowski over een vlotte pen beschikt, heb ik het aandachtig en graag gelezen. Door de diverse verhalen van mensen over de hele wereld, krijg je als lezer wellicht andere inzichten over de voormalige Sovjetburgers.

Auteur

Witold Szabłowski (geboren in 1980 in Ostrów Mazowiecka) is een Poolse journalist en auteur. Szabłowski woonde en studeerde een jaar in Turkije en veel van zijn journalistiek heeft zich beziggehouden met Turkse kwesties. Hij is afgestudeerd aan de afdeling Journalistiek en Politicologie aan de Universiteit van Warschau.

Hij won de Melchior Wańkowicz Award 2007 in de categorie Inspiratie van het Jaar voor zijn eerlijke documentatie over de aspecten van de Turkse samenleving die niet algemeen bekend zijn buiten het land. Hij staat bekend om zijn beknopte maar levendige gebruik van taal. In 2008 ontving hij een eervolle vermelding van Amnesty International voor zijn rapport over Turkse eerwraak, To z miłości, siostro ("It's Out of Love, Sister"), dat verscheen in Duży Format. Hij schreef over de situatie van vrouwen in Turkije die werden onderworpen aan verkrachting en eerwraak voor de "zonde" van het willen beslissen over hun eigen lot.

Zabójca z miasta moreli ("The Assassin from Apricot City"), een verzameling van zijn langgerekte journalistiek, werd in 2010 in Polen gepubliceerd. Het won de Beata Pawlak Award en werd genomineerd voor de NIKE-boekenprijs van Polen.

Na een reis naar Cuba vroeg hij zich af of er iets belangrijks verloren was gegaan in de overgang van het communisme naar het kapitalisme. Hij en zijn vrouw, Izabela Meyza, besloten om voor het jaar 2012 te leven alsof ze in communistische tijden waren. Ze droegen kleding uit de communistische tijd, onthouden zich van het kopen van dingen die niet beschikbaar zijn in de Poolse Volksrepubliek, en zochten games en voorwerpen uit het communistische tijdperk op. Samen hebben ze een boek geschreven over hun ervaringen, Nasz mały PRL. Pół roku w M-3, z trwałą, wąsami i maluchem ("Onze kleine Poolse Volksrepubliek: zes maanden in een driekamerappartement met een permanent, een snor en een Fiat 126p")

In 2014 publiceerde hij Tańczące niedźwiedzie ("Dancing Bears") waarin hij schrijft over het creëren van reserves voor beren die eerder als dansende beren werden gebruikt om mensen te entertainen. Hij gebruikt de ervaringen van de voormalige dansberen om verschillen tussen communistische en kapitalistische systemen te onderzoeken.

In 2016 Szablowski's boek Sprawiedliwi zdrajcy. Sąsiedzi z Wołynia ("Righteous Traitors, Neighbors from Volhynia") werd gepubliceerd. Het beeldt het lot af van de slachtoffers en getuigen van de massamoorden van Polen in Volhynië 1943-1944 . Szabłowski richt zich vooral op mensen die op groot persoonlijk risico hulp bieden aan hun buren, Pools of Joods. Het wordt beschouwd als een van de beste berichten over de bloedbaden van Polen in Volhynia.

Titel: Dansende beren
Oorspronkelijke titel: Tanczace Niedzwiedzie
Auteur: Witold Szablowski
Vertaling: Goverdien Hauth-Grubben
Pagina's: 240
ISBN: 9789046823415
Uitgeverij Nieuw Amsterdam
Verschijnt: 24 september 2018

zondag 16 september 2018

Yasunari Kawabata-Sneeuwland

Recensie door Tea van Lierop
Meulenhoff-Modern Klassiek





Beelden als ijskristallen


De trein reed door de lange tunnel over de grens het sneeuwland in.’


Een goede opening is het halve werk. Deze korte, maar zeer krachtige openingszin smaakt naar meer en laat je als lezer meteen instappen en meereizen in dit wonderschone en ongrijpbare verhaal.
Het boek draait om vier personages, twee mannen en twee vrouwen. Hoe deze personages zich tot elkaar verhouden wordt langzaam duidelijk gemaakt. Met de trein als vertrekpunt en de vrouw die bespied wordt via het raam in de coupé begint het bijna sprookjesachtige verhaal.


In de diepte van de spiegel trok het avondlandschap voorbij en daaroverheen bewogen zich de spiegelende figuren als een dubbel geprojecteerd filmbeeld. De menselijke figuren en de achtergrond stonden in geen enkele relatie met elkaar. En toch smolten de mensen in hun transparante ongrijpbaarheid met de stroom van het schemerige avondlandschap samen tot een symbolische, onwerkelijke wereld. (blz. 11)’


Het verhaal

Twee mensen, twee zielen en zeer verschillend, gaan de strijd aan om de afstand tussen hen - letterlijk en figuurlijk - te overbruggen omdat ze niet anders kunnen. De aantrekkingskracht tussen de gehuwde Shimamura, een rijke toneelrecensent, en geisha Komako, is te groot. Waarom het ondanks die aantrekkingskracht niet mogelijk is een gelijkwaardige liefdesrelatie op te bouwen wordt subtiel onthuld gedurende het verhaal. De twee andere personages zijn Yoko - verpleegster en vriendin van Komako - en de man die zij als patiënt verzorgt. Om het verhaal nog wat complexiteit te geven voelt Shimamura zich ook aangetrokken tot Yoko.

Ja, Sneeuwland gaat ook over sneeuw. En geen klein beetje, maar meters! In het bergdorp waar het verhaal zich afspeelt zijn ze eraan gewend. Wanneer het flink gesneeuwd heeft kunnen kinderen vanaf de eerste verdieping van het schoolgebouw zo het gebouw verlaten zonder de trap te gebruiken en dat doen ze, naakt springen ze de sneeuw in!

Contrasten

Hoewel het boek vol staat met contrasten is het geheel een zeer fijnmazig weefsel geworden. Om door te dringen in het weefsel is het nodig om met aandacht te lezen, voor je het weet mis je een ogenschijnlijke kleinigheid.
De contrasten zijn talrijk:
- de sneeuw zijn die contrasteert met de duisternis of de hitte van het vuur
- het verschil tussen platteland en stad - Komako en Shimamura
- maar het meest opvallende contrast is te zien in de karakters van Shimamura - afwachtend - en dat van Komako, die tot actie overgaat.

Japan

De auteur is Japans, ook het verhaal speelt zich af in Japan en maakt het boek een beetje mystiek. Veel meer dan de boeken van Murakami ademt deze roman de echt Japanse sfeer. Dit boek kwam in 1947 uit, dat zorgt natuurlijk voor het verschil in tijd en misschien ook doordat het zich afspeelt in een afgelegen bergdorp waar de mensen langer vasthielden aan tradities. In elk geval wordt er een schitterend beeld geschetst van de huizen, de kleding en gewoonten. Lees hoe hun kleding gemaakt werd en bewonder de vindingrijkheid van de bewoners die zich staande hielden onder erbarmelijke omstandigheden.

De hennepgarens, fijner dan dierlijk haar, waren anders dan in de vochtigheid van de sneeuw moeilijk te verwerken en het donkere, koude jaargetijde was daartoe wel het beste geëigend. In de oude tijd placht men te zeggen dat de natuurlijke wisselwerking tussen de krachten van licht en donker ervoor waakte dat in midwinter geweven hennep in de heetste dagen van het jaar zo koel de huid beroerde.’

Liefde

Hoewel de liefde als een rode draad loopt door het verhaal, is het toch niet het opvallendste thema. Het contrast tussen de twee die elkaar zo vurig willen liefhebben is te groot om ook daadwerkelijk lief te kunnen hebben. Shimamura blijft als een verbaasde toeschouwer zijn rol spelen en kan niet echt van Komako houden, terwijl zij vruchteloos blijft proberen haar liefde over te brengen. Maar er is geen voedingsbodem, de eenzaamheid van beiden is schrijnend voelbaar. Shimamura leeft meer in beelden dan in de realiteit, dat wordt duidelijk in de passage helemaal in het begin van het verhaal wanneer hij Yoko bespied door in de ruit te kijken, maar ook door het werk dat hij doet. De recensies die hij schrijft over westerse balletvoorstellingen worden gedaan aan de hand van informatie die hij krijgt uit boeken en van foto's. 

Tenslotte

Dit boek verlaat je niet meer, eenmaal gelezen blijven de dromerige, onwerkelijke beelden bestaan. Het lijkt alsof de auteur hemel en aarde in elkaar laat overvloeien, verstillend en prachtig:
De vonken verspreidden zich langs de melkweg. Shimamura voelde er zich mee heen opgezogen. Rook stroomde langs de melkweg omhoog en de melkweg zelf stroomde in tegengestelde richting naar beneden. Soms miste een waterstraal het dak en ging het eind ervan trillend over in een wittige nevel, als verlicht in de melkweg’ (blz. 132)

Nawoord

Patricia de Martelaere schrijft in het nawoord dat ‘de westerling Sneeuwland gerust kan lezen als een Griekse tragedie met een universele impact: een verschrikkelijke en in menselijke termen niet geheel te begrijpen strijd tussen krachten die de mens overstijgen maar waarin hij toch geworteld is - een strijd die leidt tot een onafwendbare ondergang die tegelijkertijd een loutering is.’

De auteur

Yasunari Kawabata (Japans: 川端 康成, Kawabata Yasunari) (Osaka, 11 juni 1899 - Zushi, 16 april 1972) was een Japans schrijver die in 1968 als eerste Japanner (en tweede Aziaat) de Nobelprijs voor Literatuur won.* Zijn boeken worden nog steeds gelezen, ook buiten Japan. Hij was de zoon van een arts. Na de vroege dood van zijn ouders werd hij opgevoed door zijn grootvader en bezocht hij de openbare lagere en middelbare school. Van 1920 tot 1924 studeerde hij aan de universiteit van Tokio, waar hij zijn graad in de literatuur haalde. Hij was een van de oprichters van het tijdschrift Bungei jidal, het medium van een nieuwe beweging in de moderne Japanse literatuur. Hij werd lid van de Kunstacademie van Japan in 1953 en in 1957 werd hij benoemd tot voorzitter van de PEN-club van Japan. Op verschillende internationale congressen was Kawabata de Japanse afgevaardigde voor deze club. In 1959 ontving hij de Goethe-medaille in Frankfurt. Kawabata maakte in 1972 een einde aan zijn leven.
*Reden: "Voor zijn verhalend meesterschap, dat met grote gevoeligheid de essentie van de Japanse geest uitdrukt."



Titel: Sneeuwland
Auteur: Yasunari Kawabata
Uitgever: Meulenhoff Modern Klassiek
Vertaler: C. Ouwehand
ISBN: 9789029077569
Pag.: 153
Genre: literaire fictie
Verschenen: Oorspronkelijk 1947, mijn editie 2007

vrijdag 14 september 2018

Rachel Kushner - De vlammenwerpers


Recensie door Roosje
Uitgeverij Atlas Contact


Green Onions. Overleven*,
of Ik was gewoon een meisje dat motor wilde rijden**


Het meisje dat door iedereen Reno genoemd wordt en wier werkelijke naam wij niet leren kennen - logischerwijze zou je kunnen zeggen; hieronder probeer ik uit te leggen waarom dat logisch is - is opgegroeid in Reno, Nevada, een soort Las Vegas. Ze draagt het liefst een afgeknipte jeans en hoge sportsokken eronder, kortom een tomboy. Ze rijdt motor en heeft kunstacademie gedaan. Op de zoutvlakte van Salt Lake crasht ze eerst met haar Italiaanse Moto Valera, 650 supersport, groenblauw metallic en rijdt vervolgens een snelheidsrecord voor vrouwen met een gewonde voet. Dat motorrijden op de zoutvlakte was een soort van kunstproject, een fotoreportage en een soort landschapskunst.

We volgen Reno in haar tocht door New York, waar ze gaat wonen, en door Italië, Rome, platteland, Val d’Aosta, waar ze met vriend Sandro Valera, ook kunstenaar, verblijft en ook met Gianni, tuinman der Valera’s en anarchist, Rode Brigadist*** 

Het boek is een soort coming of age-verhaal, van een meisje uit ruraal Amerika, dat motor wil rijden, kunstenaar wil zijn/worden en een vriendje wil. We schrijven late jaren 70. Ze onderzoekt de New Yorkse kunstscene met galeriehouders, kunstenaarsechtparen, vrije en kinky seks, opkomst van het feminisme. Na voltooiing van het boek dacht ik: ik weet van Reno eigenlijk heel weinig. Ik ben veel te weten gekomen over het Italiaanse rijkeluiszoontje Sandro Valera, over diens oude vriend Ronnie Fontaine, met wie Reno ook een relatie had en herkrijgt, en zelfs van Gianni, de Rode Brigadist. Ik denk dat dat klopt, want Reno begint op het eind van het boek een beetje door te krijgen wie ze is en wat ze werkelijk wil. Voor die tijd liet ze zich een beetje meevoeren op de golven van de New Yorkse scene. Het ene vriendje en het andere, meestal een stuk ouder, die haar en haar kunst ook eigenlijk niet zo serieus nemen. Door Sandro wordt ze beschouwd als een overblijvertje van zijn vriend Ronnie, met wie Reno eerst was. Sandro neemt meestal de jongere vriendinnetjes van zijn vriend over. Je wordt er niet vrolijk van hoe mannen met vrouwen omgaan. Oudere vrouwen, zoals Reno’s vriendin Giddle, zijn vaak eenzaam en als ze geen man hebben, slapen ze met iedereen. Trouwens ook getrouwde vrouwen slapen met iedereen.
Ik meen dat het Gloria is, die op een bepaalde moment een performance doet, die op een bepaalde manier nog verder gaat dan die van Marina Abramovic. Ze staat achter een deur, in die deur zit een soort brievenbus met een gordijntje ervoor ter hoogte van haar vagina. Iedereen mag haar door het gordijntje heen beroeren zo lang hij wil en op welke manier hij wil.

De kunst en de kunstwereld is een van de thema’s in dit boek. Dat is ook het thema van een ander boek dat ik onlangs (her)las: Nina Weijers, De consequenties. En eerlijk gezegd vind ik dat thema door Weijers wel wat duidelijker uitgewerkt. Het boek van Weijers is qua omvang kleiner.
Heel grappig is dat Kushner en Weijers eenzelfde performance noemen. Bij Kushner wordt die uitgevoerd door Giddle, een performancekunstenaar, die speelt dat ze een barjuffrouw is, maar gaandeweg een barjuffrouw wordt. Weijers noemt precies datzelfde voorbeeld. Ik vermoed dat er eenzelfde bron aan ten grondslag ligt. Ik ga er niet vanuit dat Weijers dit van Kushner heeft overgenomen.
Maar wat de kunst van Reno nu voorstelt, daar kom je niet zo een twee drie achter. Ze maakt filmpjes en foto’s, en doet zelf misschien ook een performance in de rol van het kleurenfilmmeisje****. En ze wil iets met die motor waar ze graag op rijdt.
Overigens komen Rothko en Andy Warhol en diens Factory ook nog even om de hoek kijken. Met name Warhol kan natuurlijk niet gemist worden in deze setting. Reno doet hier en daar een klusje voor hem.

Een ander groot thema in deze roman is dat mensen elkaar verhalen vertellen -  als zij aan tafel zitten te eten en hun peuken uitdrukken in de gebakjes en toetjes - dat laatste is grappig, want ik herinner me bijvoorbeeld dat mijn vader na het warme eten zijn peuk uitdrukte op de lege sinaasappelschillen die op zijn bord lagen -.
Mensen vertellen elkaar verhalen, lange verhalen en kortere maar betekeniszwangere anekdotes; verhalen waarin feit en fictie elkaar afwisselen, alsof mensen daarmee willen onderzoeken wie zij eigenlijk zijn en misschien soms ook wie zij zouden willen zijn. Dit thema, door verhalen te vertellen en te horen erachter zien te komen wie je bent, is ook het thema van een paar boeken van Rachel Cusk - hé, dezelfde voornaam maar dat is echt toevallig - : Contouren en Transit. Overigens zijn er boeken mee volgeschreven met de verhalen die mensen elkaar vertellen: The Canterbury Tales van Chaucer, De vertellingen van 1001 nacht, Boccaccio’s Decamerone om er maar eens een paar, niet de minste ten noemen.

Kushner vertelt het verhaal van Reno, Sandro, Ronnie, Gianni en Giddle niet chronologisch. In het begin wisselen hoofdstukken over Reno en Sandro elkaar af, voorafgegaan door een korte inleiding over Sandro’s vader. Teruglezen als je een roman uit hebt, levert altijd veel op. Ik was dit namelijk alweer helemaal vergeten na die bijna 500 pagina’s. Niet chronologisch dus, maar ook niet helemaal logisch. Je kunt makkelijk verdrinken in dit uitgebreide verhaal. Sommige fragmenten herhaalt Kushner letterlijk of een beetje aangepast. Dat heeft een vervreemdend effect. Je denkt dan: dat heb ik toch al gelezen? Waar stond dat ook al weer, over wie ging dat?

De beschrijvingen van de gewelddadige protestmarsen in Rome en de stroomstoring in New York zijn fenomenaal. Kushner is een rasverteller en een kundig beschrijver. Je moet je gewoon mee laten voeren door en op haar stroom woorden en beelden. Reno wordt gewoon meegenomen door de flow van de gebeurtenissen, waar zij niet alles van begrijpt. Het leven dringt zich aan haar op en zij kan niet anders dan erin meegaan.

Kushner is een meester in het gebruik van oneliners. Ik ben daar minder gevoelig voor dan veel anderen, die altijd prachtige zinnen overschrijven, maar in dit boek barst het ervan en ze zijn prachtig. Ik moet er natuurlijk een paar citeren.

(Een vrouw) ‘...die haar handtas vasthield als een gereedschapskist.’ (ibid.: 15)

Ik had een scherp besef van het nu. Niets deed er nog toe behalve die milliseconde van het leven bij die snelheid.’ (ib.: 45)

Elk bestaan is een vorm van slavernij, toch?’ (ib.: 419)

‘Zijn vader zei dat de geschiedenis altijd te laat was voor de afspraak met zichzelf.’ (ib.: 455)

Ik was gewoon een meisje dat naar een fabriek was gegaan om haar vriend te zoeken en hem daar per ongeluk met een ander had aangetroffen.’ (ib: 399).
Met deze uitspraak geeft Reno al aan dat zij een (performance)rol speelt in het verhaal. Misschien is dat haar kunst aan het worden: een rol spelen en dan kijken hoe dat afloopt. Dat speelt in het boek van Weijers namelijk ook een grote rol: waar houdt de performance op en waar begint het échte leven?

Opmerkelijk is het dat ik onlangs drie boeken vlak achter elkaar gelezen heb waarin kunst een groot thema is. Deze roman van Kushner dus en Weijers, maar ook Caesarion van Tommy Wieringa. In het laatste is het de kunst van opbouwen (vuurtoren Alexandrië, waar trouwens Kushners Sandro ook gewoond heeft) en als dat niet lukt van afbreken (een berg in een oerwoud in Zuid-Amerika; denk ook aan Kurz in Heart van Darkness van Conrad; Ook Valera hebben iets met het oerwoud in Brazilië en slavernij; kennelijk zijn Alexandrië en het oerwoud archetypische loci); heel interessant uitgewerkt door Wieringa. Ook bij hem spelen kunst en het échte leven een ingewikkeld spel.
Intertekstualiteit is een complex ding.

Dit is mijn eerste Kushner-roman. Ik ben aangenaam getroffen. Ik heb begrepen dat haar volgende boek, Club Mars, minder experimenteel van structuur en betekenis is. Een interessante vrouw vind ik ook.

*2013: 427, een van de vele titels die Ronnie voor zijn autobiografie bedacht had en opgeschreven had op een rol slagerspapier.
Green Onions is de titel van een instrumentale song van de groep Booker T & the M.G.’s, uit 1962; de song is nog steeds een klassieker. De groep was de eerste raciaal gemengde groep in het zuiden van the States. Al eerder in het verhaal komt de song voor wanneer Reno pas in New York is en haar vriendin Giddle als barmeid werkt bij Rudy’s maar feitelijk een performancekunstenares is - zoals Marina Abramovic -.
Het is een geweldige song, vind ik.

** Zo ziet Reno zichzelf op een gegeven moment.

*** de Rode Brigades waren in Italië wat de Baader-Meinhofgroep  = Rote Armee Fraktion, in Duitsland was, linkse anarchisten, die rechtse zakenlui en politici ontvoerden en soms ook vermoordden. Gianni wordt niet zo genoemd, maar als hij geen lid van die groep was hij toch zeker een aanhanger.

**** Het kleurenfilmmeisje, zoals ik haar maar noem, is een jong en knap meisje dat een kleurenschema ophoudt. Ze wordt heel kort gefilmd en dat staat helemaal vooraan op een filmrol, zodat filmers weten hoe zij hun kleuren moeten afstemmen. Dit meisje zie je als bioscoopkijker niet, zo kort is in beeld. Ik ga ervanuit dat dit werkelijk zo is, maar misschien heeft Kushner het verzonnen.

Auteur

Rachel Kushner (geboren in 1968) is een Amerikaanse schrijver, bekend van haar romans Telex uit Cuba (2008) en The Flamethrowers (2013). Ze woont in Los Angeles
Een van haar invloeden is de Amerikaanse romanschrijfster Don DeLillo .

Titels: De vlammenwerpers
Auteur: Rachel Kushner
Vertaler: Lidwien Biekmann
Pagina's: 478
ISBN: 9789025445928
Uitgeverij: Atlas-Contact
Verschenen: 2013