woensdag 2 december 2020

Paustovski – Verhaal van een leven deel I

Recensie door Cies
Uitgeverij Van Oorschot


Paustovski – Verhaal van een leven deel I


Konstantin Paustovski (1892 – 1968) is buiten het Russisch taalgebied vooral populair in Nederland en Vlaanderen. Deze populariteit is voor een groot deel te danken aan vertaler Wim Hartog en uitgeverijen De Arbeiderspers en Van Oorschot. In het laatste kwart van de vorige eeuw heeft De Arbeiderspers Verhaal van een leven, de zesdelige autobiografie van Paustovski (toen nog geschreven als Paustovskij), in vertaling van Hartog al eens uitgegeven. In 2019 kwam Van Oorschot met een volledig nieuwe vertaling van Hartog, inclusief enkele hoofdstukken die om verschillende redenen (van Stalinistische censuur tot simpelweg kwijtgeraakt) de vorige editie niet hadden gehaald, op de markt.

Verhaal van een leven I bevat de eerste twee delen, Verre jaren (1946) en Onrustige jeugd (1956), en gaat van zijn vroege kinderjaren in de Oekraïne (toen deel van Tsaristisch Rusland) tot aan het begin van de Russische Revolutie wanneer Paustovski half de twintig is. In relatief korte chronologisch geordende (behalve het allereerste) hoofdstukken beschrijft Paustovski gebeurtenissen uit zijn leven. Per hoofdstuk één gebeurtenis waarbij hij in (bijna) ieder hoofdstuk aandacht heeft voor iets wat hem is opgevallen in de natuur. Keer op keer weet hij hierdoor op inventieve wijze de sfeer neer te zetten passend bij de gebeurtenis in desbetreffend hoofdstuk. Zijn liefde en aandacht voor wat er in de natuur om hem heen te zien is, gaat heel ver. Zelfs wanneer hij tijdens de Eerste Wereldoorlog werkend als hospitaalsoldaat kort achter het front een dode vrouw aan de kant van de weg vindt dan nog heeft hij aandacht voor de bij die in het haar van de vrouw verward is geraakt.

Op gelijke voet met zijn passie voor de natuur staat zijn passie voor de Russische literatuur. Er gaat bijna geen hoofdstuk voorbij of Paustovski noemt wel een aantal (on)bekende Russische schrijvers of hij citeert een aantal regels uit een Russisch gedicht. Zijn grote liefde voor en uitgebreide kennis van de Russische literaire traditie vinden we ook terug in de vorm van zijn autobiografie. De al eerder genoemde korte en bondige hoofdstukken lezen (bijna) als losstaande korte verhalen en zijn overduidelijk geïnspireerd door de Russische korte verhalen traditie, met name Tsjechov. Bijna losstaande korte verhalen, omdat om ieder hoofdstuk te kunnen begrijpen je enige voorkennis uit voorgaande hoofdstukken nodig hebt.

In zijn schrijven combineert Paustovski de vormtechnische aspecten van het korte verhaal met zijn kwaliteiten als schrijvend journalist. Dit zorgt voor mooie heldere zinnen en een gedegen focus op de gebeurtenis die per hoofdstuk wordt beschreven waardoor je als lezer een goed beeld krijgt van het leven in het westelijk deel van Tsaristisch Rusland aan het begin van de twintigste eeuw. Het zorgt er, helaas, ook voor dat de schrijvende journalist Paustovski te veel afstand neemt van zijn hoofdonderwerp; zijn eigen leven. Er is weinig tot geen (zelf) reflectie van de ‘oude’ Paustovski op het doen en laten van de ‘jonge’ Paustovski, laat staan dat er sprake is van zelfkritiek. De journalistieke schrijver Paustovski houdt veel voor ons achter. Zo is er bijvoorbeeld ‘slechts’ sprake van kalver-, hoofse- en platonische liefde, maar schrijft hij nergens over ontluikende seksualiteit, puberale lusten en andere innerlijke zoektochten waar iedereen tijdens het volwassen worden mee te maken heeft. Dit is een jammerlijk gemis, zeker in een autobiografie.

Vooral in het deel Onrustige jeugd lukt het de journalistieke literator Paustovski niet om zich te houden aan het literaire principe ‘show, don’t tell’. Zo vertelt hij op pagina 385 (hoofdstuk 6 in Onrustige jeugd) hoe hij een volwassen man werd. En op pagina 397 (hoofdstuk 8 in Onrustige jeugd) schrijft Paustovski dat hij zich voor het eerst Russisch in hart en nieren voelt. Hoe deze significante veranderingen in zijn gemoedstoestand zijn verdere doen en laten beïnvloeden wordt niet duidelijk. Er is bar weinig ontwikkeling en daardoor weinig verschil te bespeuren tussen de vijfjarige in zichzelf gekeerde, zich eenzaam en verlaten voelende Paustovski en de vijfentwintigjarige nog steeds in zichzelf gekeerde, zich eenzaam en verlaten voelende Paustovski aan de vooravond van de Russische Revolutie. Voor de schrijver Paustovski is de ‘jonge’ Paustovski de enige onveranderlijke en daardoor stabiele factor in een verder snel veranderende wereld om hem heen.

Doordat Paustovski er voor gekozen heeft om zijn onderwerp (zichzelf) met journalistieke afstand te beschrijven is er geen plaats voor veel zelfkritische reflectie en ontwikkeling bij de ‘jonge’ Paustovski. De ‘jonge’ Paustovski wordt hierdoor deels ongeloofwaardig waardoor de zeggingskracht van Verhaal van een leven I als autobiografie beperkt is. Het boek blijft steken bij de ‘jonge’ Paustovski als (metaforisch) kalm stromend beekje en de schrijver-journalist Paustovski die ons een mooie beschrijving geeft van de vogels in de rietkraag van datzelfde beekje. Dat dan weer wel. 

Titel: Verhaal van een leven deel 1: Verre jaren / Onrustige jeugd
Auteur: Konstantin Paustovski
Reeks: Russische bibliotheek
Pagina's: 645
ISBN: 9789028261501
Uitgeverij Van Oorschot
Verschenen: februari 2016

dinsdag 1 december 2020

Rob van Essen - Een man met goede schoenen

Recensie door Philipp van Ekeren
Uitgeverij Atlas Contact


Dromen als ik te zwaar getafeld heb… 


De goede zoon was mijn eerste kennismaking met het werk van Rob van Essen. Niet zozeer zijn toegankelijke schrijfstijl maar door het uitzinnige verhaal sprak mij gelijk aan. Deze laatste uitgave van Van Essen kreeg ik cadeau. Alhoewel ik een enorme fan ben van A.L. Snijders met zijn ZKV's (zeer korte verhalen) moet ik eerlijk bekennen dat ik niet snel een verhalenbundel zal kopen. Simpelweg omdat ik meegenomen wil worden in een lang verhaal en niet steeds 'opnieuw' wil beginnen.

Dit is niet van toepassing op deze twintig verhalen. Het zijn namelijk geen verhalen maar de beschrijving van opmerkelijke episodes. Geen begin en geen einde. Gelijk vanaf de eerste alinea wordt de toon gezet zonder dat de lezer én de hoofdpersoon enige weet hebben van wat hun te wachten staat. Je wordt instant deelgenoot van de onzekerheid.

"Nooit eerder is Walter met een klant meegegaan naar huis." of "Pas toen ik in de intercity naar T. zat, dacht ik: ik ben niet uitgenodigd, ze heeft me ontboden."

Van Essen is een scherp observator. De hoofdstukken beginnen vaak vanuit de eerste persoon in een doorsnee situatie tussen bekende of onbekende personen. In veel gevallen is de protagonist 'een schrijver' die na het werken even een frisse neus haalt, buiten de deur een kop koffie gaat drinken of boodschappen doet. Vervolgens laat Van Essen zijn ongebreidelde fantasie los. Synchroniteit, een uitzinnig therapeutische experiment, een kasteeltje uit roerhoutjes, bewoond door witte muizen in een kamer van het koninklijk paleis, ongeboren nageslacht bezoekt ouders, reïncarnatie, obsessieve fascinatie voor een onderbuurman met een tattoo van een oog op zijn hoofd, een wereld waar buiten als binnen wordt beleefd tot het verstoren van een vrijgezellenuitje. Een selectie uit de uiteenlopende onderwerpen. Altijd met menselijk handelen als uitgangspunt. Hoofdpersonen met rituelen, twijfels, onzekerheden, enige gelatenheid, soms paranoïde of nieuwsgierig. Doodgewoon en alledaags. En zo toegankelijk en goed geschreven dat je het idee krijgt dat het jou ook zou kunnen overkomen. Soms komen personages terug in een ander verhaal.

Het resultaat is een bijzondere lezerservaring met bizarre wendingen, vervreemding, zeg maar een unheimisch gevoel. Van Essen blijft je op een verrassende manier te boeien. Het overkomt de hoofdpersoon. Je beleeft het mee. Alledaagse gebeurtenissen leiden tot een volslagen merkwaardige en beklemmende situaties. Maar het knappe is dat het niet onwerkelijk overkomt. En er is ook veel te lachen. Hilarische taferelen en bizarre gebeurtenissen. Qua sfeer doet het gelijk denken aan de films van de Zweedse regisseur Roy Andersson. Gewone mensen in ongewone omstandigheden. Vervreemdend en tegelijkertijd betoverend. Meer over de verhalen wil ik niet prijsgeven. Toekomstige lezers moeten net zo onbevangen kunnen genieten als ondergetekende.

Het behoeft geen verbazing te wekken dat ik na elk verhaal even moest ik bijkomen. Ik kan mij niet herinneren dat ik eerder een schrijver heb gelezen met zo'n eigenzinnig genre. In deze wereld is niets onmogelijk. Verleden, toekomst blijken tijdloos in het heden. Een man met goede schoenen is een aanrader voor iedereen die verrast wil worden, die eens iets anders lezen wil. Die open staat voor deze frisse wind in de Nederlandse literatuur. Vervelen is er niet bij. Dat garandeer ik u.

Titel: Een man met goede schoenen
Auteur: Rob van Essen
Pagina's: 224
ISBN: 9789025464127
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: oktober 2020

vrijdag 27 november 2020

Merlin Sheldrake - Verweven leven. De verborgen wereld van schimmels

Recensie door Roosje
Uitgeverij Atlas Contact


Het geheime leven van paddestoelen


Een aantal jaren geleden gaf ik regelmatig paddenstoelenexcursies voor een natuurorganisatie. Paddenstoelen spreken mensen tot de verbeelding. Dat komt onder andere omdat ze maar een korte tijd te zien zijn, en het is nooit zeker of die prachtige ‘rood met witte stippen’ dit jaar weer op dezelfde plek tevoorschijn komt als het vorige. Of de herfst nat of droog is, dat is ook van belang. Zelf ben ik nog altijd betoverd door de prachtige kleuren, de uiteenlopende vormen, de lichtval op de plaatjes aan de onderkant. Altijd is het weer spannend of je ze wel kunt vinden en welke soorten er zijn. Overigens zijn er het hele jaar door paddenstoelen maar in de herfst het meest. 
Mensen wilden altijd weten hoe ze precies heetten en of je ze kon eten incluis de hallucinogene soorten. Dat eten-of-niet vond ik nog wel interessant. De enige paddenstoelen die ik ooit gegeten heb zijn oesterzwammen, die aan een boom groeien en die zo opvallend van vorm zijn dat je ze niet kunt verwisselen met een giftig nichtje of neefje.

Door deze achtergrond was ik speciaal geïnteresseerd in dit boek van mycoloog Merlin Sheldrake, die ze geen paddenstoelen noemt, maar schimmels, en daar heeft hij helemaal gelijk in. Paddenstoelen zijn de vruchtlichamen van het mycelium dat in de grond groeit en zich aan onze ogen onttrekt. Alsof het appels van een appelboom zijn.

Merlin Sheldrake (1987) is een bioloog en een schrijver met een achtergrond in plantenonderzoek, microbiologie, ecologie en wetenschapsfilosofie. Hij heeft een Ph.D, in tropische ecologie aan Cambridge University voor zijn onderzoek aan ondergrondse schimmelnetwerken in tropische wouden in Panama. Hij brouwt tevens zijn eigen bier en wijn en fermenteert zijn voedsel. Hij is inderdaad de zoon van Rupert Sheldrake.

Vroeger leerde ik dat je grosso modo drie functionele soorten kunt onderscheiden: 1. De mycorrhiza’s - een wetenschappelijke term voor symbiotische schimmels -, die samenwerken met planten, gras en bomen, zoals de vliegenzwam, de iconische ‘rood met witte stippen’; 2. De killers, de killer-zwammen, die een boom doden door in het levende hout door te dringen, zoals de reuzenzwam of honingzwam; 3. De opruimers, de schimmels die het dode hout afbreken. Dit typische onderscheid, dat door de schimmels zelf niet altijd strikt gemaakt wordt (grapje), - honingzwam kan doden en opruimen -, wordt niet door Sheldrake gemaakt en dat is helemaal niet erg. Hij heeft het eigenlijk niet over de schimmels die doden. In natuurorganisaties waren daar verschillende opvattingen over: een boom die door een schimmel ‘vermoord’ wordt was toch al ziek; de andere visie is dat de schimmel een harteloze moordenaar is die ook gezonde bomen velt. Sheldrakes verhaal over schimmels is tamelijk positief; misschien dat de ‘schimmelmoordenaars’ hier niet zo goed in passen?

De verborgen wereld van schimmels en de processen daarbij zijn onderzoeksmatig gezien zo ingewikkeld, doordat dat zich bijna totaal aan onze blik onttrekt. Dat doen natuurlijk meer biologische en chemische processen. Schimmels hebben eveneens een geheim leven omdat ze in verband werden gebracht met sjamanen en heksen en zo. Paddenstoelen kunnen je vergiftigen of zelfs doden, dus let op! De enige wezens die volgens mij immuun zijn voor al het schimmelvergif zijn slakken.

Misschien is het meest fascinerende aan met name mycorrhizaschimmels dat zij samenwerken met bomen, grassen, planten en met ‘planten’ zonder bladgroen: de wood wide webs. Planten krijgen via fotosynthese voedsel maar hebben vaak nog extra voedingsstoffen nodig. Schimmels hebben geen bladgroen en dus geen fotosynthese en moeten op andere wijzen aan hun voedsel komen. Die kunnen vaak van bomen krijgen, maar voor wat hoort wat.

Schimmels kunnen zich gigantisch verspreiden onder de grond. Sheldrake vertelt - en dat wist ik al, maar dat geeft natuurlijk niets - dat het grootste levende wezen op aarde de honingzwam is. Als je die in het bos tegenkomt kun je wel raden waarom. Een uitbundige paddenstoel met vele hoeden en stelen en ook zo groot. Niet zo groot als de reuzenzwam maar toch mega, al naar gelang de vochtigheid in de grond. Er is een honingzwam in Oregon, die honderden tonnen weegt (onder de grond), zich uitstrekt over tien vierkante km en tussen de 2000 en 8000 jaar oud is. Dat is zo immens dat het je voorstellingsvermogen te boven gaat.

De symbiose tussen schimmels en bomen, planten en grassen is ook zo’n grote kwestie dat je je dat nauwelijks kunt indenken. Er zijn maar weinig planten die zonder de hulp van schimmels kunnen leven, dat zijn de pioniers, zoals klaprozen. Het is een ingewikkeld en uitgebreid systeem van onderlinge hulp met voedsel, noodzakelijke voedingsstoffen, afweerstoffen tegen ziekteverwekkers. Ook tussen bomen van verschillende soorten kan een uitwisseling ontstaan, via de schimmels, die met hun ook zeer kleine hyphen overal kunnen komen, tot in de wortels van bomen. En daar krijg je als lezer heel goede zin van. We lezen voortdurend over milieuvervuiling, klimaatverandering en uitsterven van verschillende soorten dat zo’n successtory als die van de symbiose tussen verschillende levende wezens je humeur en positief gevoel een giga oppepper bezorgt.

Sheldrakes aanpak is een wetenschappelijke en een persoonlijke. Die combinatie spreekt me erg aan. Dit boek is er een in de categorie ‘populair-wetenschappelijk’ maar is niet oppervlakkig; het is in tegendeel een zeer interessant en uitgebreid boek. Veel mensen zullen getroffen worden door her geheime en verborgen leven van schimmels. Een indrukwekkend notenapparaat en gebruikte literatuur vergezellen deze studie. Ook de foto’s zijn inzichtelijk. Op zaterdag 21 november j.l. stond er een lovende bespreking van deze studie in de wetenschapsbijlage van NRC.

Titel: Verweven leven. De verborgen wereld van schimmels
Auteur: Merlin Sheldrake
Vertalering: Nico Groen
Pagina's: 384
ISBN: 9789045036144
Uitgeverij Atlas Contact
Verschenen: oktober 2020

dinsdag 24 november 2020

Jean de la Ville de Mirmont - De zondagen van Jean Dézert

Recensie door Roosje
Uitgeverij Oevers


Een luie zondag


Een alwetende verteller - met een wat ironische inslag blijkt later of misschien lees je dat ook wel direct - introduceert ons een jongeman, die hij voorstelt als Jean Dézert. De alwetende verteller, die mogelijkerwijs ook Jean de Ville de Mirmont zou kunnen heten, suggereert dat de jongeman ook best een andere naam had kunnen dragen. Hij verbeeldt derhalve een bepaald type jongmens - je verwacht hier bijna ‘jongmensch’ met sch. Welk type jongmens? Kleurloos gekleed in ieder geval, niet opvallend in een menigte, mager, weinig aan lichaamsbeweging doend, met een doodgewoon leven als ambtenaar op een non-descript ambtelijk kantoor, waar hij weinig inspannend en vermoedelijk ook weinig belangwekkend schrijfwerk verricht. En dat povere schrijfwerk bestaat ook nog voornamelijk uit het opzoeken in het kantoorarchief van nog minder belangwekkende zaken, want uit het verleden. Suffer en saaier kan een leven niet zijn. Dat vindt hij zelf eigenlijk ook wel, deze Jean, die niet alleen zijn voornaam met zijn schepper deelt; ik bedoel niet de Schepper maar de auteur van dit vrij korte prozawerk. De zes werkdagen van de week zijn saai maar noodzakelijk of vice versa. Dat betekent dat het op de zondagen aankomt van het leven te genieten en om er wellicht ook vorm aan te geven. Dat verklaart meteen de titel van deze korte roman, of novelle, maar wat doet het ertoe hoe we het prozastuk ook noemen. Nou ja, niet helemaal alleen op de zondagen komt het aan, want ook heeft deze Jean - de fictieve Jean als ook de non-fictieve - een bescheiden hobby: hij schrijft, hij poogt gedichten te schrijven maar getuige deze korte roman zijn zijn pogingen niet erg succesvol.

De zondagen, daarop wil Jean het leven in zijn volle omvang proeven en betasten. Het probleem is vaak: wat zal hij gaan doen op die zondagen? Hij woont nota bene in Parijs, dus denk je als lezer: dat moet niet moeilijk zijn. Jean is niet erg vermogend, maar hij kan wel wat spenderen. Het ontbreekt hem aan voorstellingsvermogen waarschijnlijk. Hierin verschilt hij vermoedelijk van de Sisiphus van de latere auteur Albert Camus - ik wil haast opmerken: daar heb je hem weer. Volgens Jean Dézert en Albert Camus heeft het leven geen zin. Camus vertelt op eigen wijze de mythe van Sisiphus na: ondanks het harde en nutteloze leven doet die Sisiphus iedere keer opnieuw wat hij moet doen en wel uit volle overtuiging. Die overtuiging, die verbeelding wellicht, mist onze Jean.

Wat doet hij zoal op zijn vrije zondagen? Een keer heeft hij alle reclamefolders verzameld die hij her en der gekregen heeft en doet een ronde langs de aangeprezen zaken: een kapper, die hem op onvolprezen wijze doorzaagt over het gewilde kapsel; een ‘Oosterse’ badinrichting met ‘blinde’ masseurs; een bioscoop met doorlopende voorstelling - door mij altijd ‘de Cinéac’ genoemd; een ‘culinair’ bezoek aan een vegetarisch en anti-alcoholisch restaurant, waar je verplicht bent je calorieën te tellen. Deze zondagsbeschrijving is tamelijk hilarisch en schurkt tegen het absurde aan. Echt absurd is het niet maar het gaat toch aardig in die richting. Hilarisch maar tegelijk ook heel tragisch is de korte liefdesverhouding die hij heeft met de dochter van een ondernemer in grafbenodigdheden. Niets heeft hij in te brengen en hij vindt haar misschien wel ‘leuk’ maar meer is het niet. Zij neemt in alles het voortouw, ook waar het hun verloving betreft, het enige reisje dat zij maken dat alleen bestaat uit het reizen met de trein en het zitten op het treinperron. Ze maakt het even gemakkelijk weer uit omdat zijn gezicht haar bij nader inzien niet bevalt. Haar vader had Jean al gewaarschuwd, maar hij heeft geen idee hoe hij hiermee om moet gaan. Dan besluit hij dat er drie dingen zijn die een man kan doen als hij liefdesverdriet heeft: 1. Aan de zwier gaan; 2. Aan de alcohol; 3. Zelfmoord plegen.

Alle drie probeert hij met een zekere overgave; ‘zekere’ want erg diep reiken zijn gevoelens niet noch zijn overgave.

Vertaalster Mirjam de Veth verwoordt het zo: ‘Treuriger dan zelfmoord plegen is geen zelfmoord kunnen plegen omdat je beseft dat je zo inwisselbaar bent dat je dood geen lege plek zal achterlaten.’ (2020: 94).
De Veth heeft deze korte roman van een fantastisch nawoord voorzien, waarin zij het een en ander uitlegt - voor zover je dat nog niet zelf zo begrepen had - met een messcherp inzicht. En vooral legt zij verbanden tussen de beide Jeans: de fictieve over wie deze roman gaat, en de auteur Jean, die precies hetzelfde personage is. Ik dacht: autobiografische kan het bijna niet zijn. Het meest tragische is misschien dat Jean de la Ville een uitweg zag in de dreigende oorlog, die van 1914-1918, zoals zovelen van zijn tijdgenoten: idealisme! vaderlandsliefde! Lang heeft De la Ville niet gehad om zijn noodlottig besluit te betreuren; hij stierf al snel.

Jean de La Ville de Mirmont (1886-1914) werd geboren in een aristocratische familie in Bordeaux en raakte in Parijs bevriend met François Mauriac (winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1952). Zijn leven was kort en zijn oeuvre klein: de roman De zondagen van Jean Dézert, een gedichtenbundel, een verzameling verhalen, en brieven. Hij sneuvelt in 1914 aan het front, nog geen achtentwintig jaar oud. https://uitgeverijoevers.nl/jean-de-la-ville-de-mirmont-de-zondagen-van-jean-dezert/

De thematiek is behoorlijk zwaar: de zinloosheid van het leven; een personage dat zich daarbij neerlegt, niet op hartstochtelijke wijze maar op een relativerende wijze. Jean is zich bewust van zijn onbeduidende leven, dat wel zo onbeduidend is dat dat besef geen enkel verschil maakt. Toch is de stijl helemaal niet zwaar. De la Ville schrijft met een gemak, met een eenvoud, met een ironie die de molensteen van een nutteloos leven bijna veertjeslicht maakt, bijna tot op het absurde. Natuurlijk wordt de lezer niet vrolijk van deze geschiedenis maar de auteur stelt hem in staat weg te kunnen kijken bij dit existentiële leed.

Titel: De zondagen van Jean Dézert
Auteur: Jean de la Ville de Mirmont
Vertaler: Mirjam de Veth - zij heeft ook een geweldig nawoord geschreven -
Pagina's: 122
ISBN: 9789492068415
Uitgeverij Oevers
Verschenen: [oorspr. 1914; eerste Nederlandse vertaling: 2001]; juli 2020

zaterdag 21 november 2020

Sam Shepard – The One Inside | Die Vanbinnen

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Nobelman
 

 

Broeierige introspectie – of toch bekeken worden?  


De gedachten van de oude man die terugkijkt op zijn leven zijn allesbehalve samenhangend en vormen ook geen verhaal op zich, maar doen denken aan een fotoalbum met zwart wit foto’s en pastelkleurige plaatjes met tussen de bladen spinnenweb papier. Verwissel de volgorde van de blaadjes en blader versneld door het album: en zie, dat is bij benadering het beeld dat opgeroepen wordt bij het lezen van het boek. 

De oude man heeft het veel over zijn vader, deze is overleden en wordt voorgesteld als een miniatuurman, verpakt in plastic en als versiering opgehangen naast een dartbord of liggend naast een rijtje soortgenoten dat bewaakt en gadegeslagen wordt door een stelletje gangsters waar een van een paar mooie meisjes een miniatuur oppakt en het plastic voorzichtig verwijdert. De herinneringen aan de vader lopen als een rode draad door het verhaal en hebben direct te maken met de verteller die (veelal amorfe) beelden aan zich ziet verschijnen. Een jonge vrouw, Felicity, is met de vader. Tussen hen er is een groot leeftijdsverschil en het meisje heeft ook grote aantrekkingskracht op de, dan nog jonge, verteller. Deze rivaliteit levert problemen op. 

Vrouwen krijgen een prominente plaats in de gedachten van de oude man, niet alleen Felicity, maar ook zijn eigen vrouw – waarmee hij dertig jaar samen was – , het ‘Chantagemeisje’ en de moeder van Felicity. Al deze personages lieten hun indruk achter en vormen nu de voedingsbodem voor zijn warrige gedachten die het album vullen. Extra kleur geven de herinneringen aan zijn werk als filmmaker. Feit en fictie lopen in die wereld altijd al door elkaar, maar in de verwarrende gedachten van de oude man krijgen ze een extra dubieuze functie. Is waarheid nog te onderscheiden van zijn hallucinaties? Niet dat dit overigens veel ter zake doet om het verhaal, de gefragmenteerde gedachtestroom, te kunnen volgen, want dat is ondoenlijk. Juist door de stroom laten vloeien en van tijd tot tijd ankers te vinden en te koesteren krijgen de gedachtespinsels van de oude man hun beslag. 

Wat te denken van honden die elke keer weer opduiken? En wanneer er geen honden zijn nemen wolven of coyotes hun wel plaats in. Roofdieren met hun afschrikwekkende gedrag komen zo vaak terug dat ze, samen met de barre weersomstandigheden en de lelijkheid van de dingen een dreigend beeld oproepen. Het leven van de oude man moet hard geweest zijn, er is weinig zachts of liefdevols te ontdekken in de herinneringen. Om te lezen is dit beeld op een indringende manier mooi, maar geeft tegelijkertijd een spookachtig, onwerkelijk en onvoorstelbaar desolaat bestaan weer waarin ook de zelfkant van het Amerikaanse leven zichtbaar wordt en waarin de schoonheid van de natuur een tegenhanger vindt in de ongenadige wind die het landbouwers moeilijk maakt. Deze oerkrachten zijn net zo essentieel in het leven van de oude man als het artificiële van de film, het café en de auto’s. 

Om het boek te kunnen waarderen is het goed om te weten dat Sam Shepard een veelzijdig kunstenaar was. Hij was schrijver van toneelstukken en verhalenbundels,  als acteur, speelde hij in meer dan 60 films en schreef filmscripts. Hij overleed in 2017 aan de gevolgen van de ziekte ALS. Zoveel talenten verenigd in één persoon hoeft geen garantie te zijn voor een goed eindproduct. Deze geweldige roman is er eentje met meerdere gezichten. Aan de ene kant is er de introspectie, de herinneringen lijken waarachtig te komen van een personage dat geleefd en geleden heeft, aan de andere kant worstelt hij met de gewaarwording dat hij bekeken wordt. Dit lijkt een link naar zijn laatste boek Bespieder van de Eerste Persoon waarin hij die observeert naast degene staat die geobserveerd wordt, de twee rollen schuiven moeiteloos in elkaar zodat één persoon beide rollen kan spelen. Het schuiven met identiteiten is terug te vinden in Die Vanbinnen waarin vader en zoon van rol zouden kunnen wisselen. 

Het voorwoord van Patti Smith is een welkome introductie van de roman, meteen weet zij de juiste toon te vinden waarop je als lezer kunt ‘inzetten’. De woorden van Smith geven tijdens het lezen een extra dimensie aan het bijzondere verhaal van de ‘ontwakende verteller midden in zijn gedaanteverandering’. Lees vooral ook het artikel dat vertaler Gerrit Brand schreef over Sam Shepard.

De auteur 

Samuel Shepard Rogers III (Fort Sheridan (Illinois), 5 november 1943 – Midway (Kentucky), 27 juli 2017) was een Amerikaans toneelschrijver, scenarist en acteur, zowel op het toneel als in speelfilms. Hij won in 1979 de Pulitzerprijs voor drama en werd voor zijn acteerwerk diverse malen genomineerd voor belangrijke filmprijzen. 

Shepards geschreven werk is dikwijls brutaal en absurdistisch. Het tijdschrift New York riep hem uit tot "de belangrijkste toneelschrijver van zijn generatie" In Nederland genoot Sam Shepard grotere bekendheid als acteur dan als auteur. Tot nu toe werd slechts één boek van hem in het Nederlands vertaald, Motel Chronicles, in 1984. Meer dan dertig jaar geleden dus. Uitgeverij Nobelman bracht daar verandering met de vertaling 'Bespieder van de Eerste Persoon' en is zeer verheugd om te melden dat er nog een vertaald werk van hem aankomt! (bron)

Titel: The One Inside | Die Vanbinnen
Auteur: Sam Shepard
Vertaling: Gerrit Brand
Uitgever: Uitgeverij Nobelman
ISBN: 9789491737572
Pag.: 203
Genre: fictie
Verschenen: deze editie 2020 , oorspronkelijk 2017