dinsdag 21 april 2020

Theo Mulder - De hersenverzamelaar

Recensie door Koen de Jager
Uitgeverij Balans



Frenologie; een pseudowetenschap

Als de term 'wiskundeknobbel' of 'talenknobbel' u bekend voorkomt, dan is de Duitse arts en hersenonderzoeker Franz Joseph Gall (1758-1828) gelukkig nog niet helemaal vergeten. Het zijn termen die voortleven vanuit zijn werk dat door neuropsycholoog Theo Mulder uitgebreid wordt beschreven in De hersenverzamelaar.

Gall was een arts uit Duitsland die in Wenen praktijk hield als huisarts. Daar begon hij zich te verdiepen in de anatomie en werd hij gefascineerd door het grote verschil in aanleg en gedrag tussen mensen. Hij meende dat de oorzaken hiervan in de hersenen te vinden waren en begon met het verzamelen van schedels. Niet die van de gemiddelde Wener, maar van genieën en kunstenaars, moordenaars en geesteszieken, kortom; de extremen.

Hij ontwikkelde een leer waarbij de vormverschillen van de hersenen leidend waren voor verschillen in de schedels van mensen. Al naar gelang hersenen veranderden, plooide de schedel zich daaromheen en waren verschillen te 'bevoelen' door uitstulpingen en putten in de schedels. Hij ging daarin vrij ver, voerde mensen dronken en liet ruzies ontstaan, en begon het gedrag te noteren en hoofden te bevoelen;

'Hij aarzelde niet om interessante plekken op de hoofden met verf te markeren.'

Langzamerhand ontstond zo zijn schedelleer waarbij men aan het hoofd van de mens het karakter kon aflezen. Met zijn assistent Spurzheim ging Gall lezingen geven die al snel razend populair werden. Niet in het minst omdat hij het show-element niet schuwde, maar ook omdat het behapbare materie was voor het publiek dat niet altijd uit geschoolde academici bestond. Zijn verzamelwoede omtrent schedels nam zulke vormen aan dat hofbibliothecaris Michael Denis expliciet in zijn testament liet opnemen dat zijn schedel niet in de handen van Gall mocht vallen na zijn overlijden; 'Mein Kopf geht nicht nach Gall.'

Gall mocht uiteindelijk niet meer optreden in Wenen omdat zijn ideeën te materialistisch zouden zijn. Hij vertrok naar Berlijn en later naar Amsterdam. Uiteindelijk zou hij in Parijs eindigen, waar hij ook begraven ligt. Uiteraard werd zijn eigen schedel ook onderzocht en die uitslag was opmerkelijk;

'De aanwezige deskundigen waren teleurgesteld, want op basis van de hersen-schedelleer was er eigenlijk niet veel opvallends te zien en te voelen aan de schedel van de meester zelf. Het was allemaal wat gewoontjes.'

Het boek, en dat is een verdienste, gaat na de dood van Gall nog zo'n 100 pagina's door. Het behandelt namelijk ook de lotgevallen van zijn assistent Spurzheim, die zijn leer commercieel uitbuitte tot in Amerika, waar hij overleed. Het boek gaat nog verder en laat zien welke navolgers de schedelleer of frenologie kenden en hoe dit nog doorwerkt tot in onze eeuw.

Maar het belangrijkste is toch Franz Joseph Gall en de duiding van zijn leer. Mulder geeft aan dat het makkelijk is om met de bril van nu hoofdschuddend achterom te kijken en ons af te vragen hoe men in zo'n leer heeft kunnen geloven. Hij zet het verhaal in Gall's tijd en laat zien dat hij als wetenschapper wel degelijk van belang is geweest. Hij was een voortreffelijk anatoom en feitelijk een vroege gedragswetenschapper. Hij beschreef het belang van zenuwbanen en zag als eerste dat hersenen 'ontstonden' uit het ruggenmerg. Hij legde het fundament voor de neurowetenschap. Tegelijk viel hij keihard in een methodologische valkuil. Hij was zo overtuigd van zijn eigen leer dat hij wist waarnaar hij zocht en het bijgevolg ook vond. Hij deed geen controleproeven en liet collega's niet meekijken. Verder nam hij geen leerlingen aan en liet hij geen spoor op schrift achter.

Mulder laat dus prima zien hoe Gall tot zijn leer kwam, wat zijn verdiensten waren en waar hij de mist in ging. De erfenis, in de vorm van zijn opvolgers, komt ook uitgebreid aan bod, net als de voors en tegens van zijn leer. Zo lezen we over rekruteringsbureaus gebaseerd op de frenologie. Er werd serieus gedacht dat mensen op uiterlijke kenmerken geselecteerd konden worden voor bepaalde functies. Op een ander niveau waren er ook schaduwkanten. Er sloop een racistisch wereldbeeld en een westerse superioriteitsgedachte, de ideeën over schoonheid en de perfecte schedel binnen.

Het boek is geen dikke biografie, het telt 360 pagina's. Dat heeft te maken met het feit dat Gall weinig tot niets opgeschreven heeft over zijn persoonlijk leven. Hij was getrouwd en had een zoon, maar leefde gescheiden van hen. Hij schreef wel brieven, maar in de regel als hij iets nodig had van iemand. Daarom valt het te prijzen dat zijn biografie is uitgebreid met een goede beschrijving van de tijd waarin hij werkte én de invloed van zijn leer op de wetenschap die na hem kwam.

 Titel: De hersenverzamelaar
Auteur: Theo Mulder
Pagina's: 360
ISBN: 9789460039324
Uitgeverij Balans
Verschenen: september 2019

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat gerust een reactie achter.
Dat wordt zeer op prijs gesteld en we willen graag weten wat je ervan vindt.