vrijdag 15 februari 2019

Willem Frederik Hermans - Volledige werken deel 04


Recensie door Koen de Jager


Engelbewaarder


Deel 04 van de volledige werken van Willem Frederik Hermans bevat de romans Herinneringen van een engelbewaarder en Het evangelie van O. Dapper Dapper. De verschillen tussen deze romans zijn aanzienlijk, maar ik heb ze beide met plezier gelezen.

Herinneringen van een engelbewaarder speelt zich af in de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog. Bert Alberegt is officier van justitie en rijdt een meisje dood. Hij verbergt haar en probeert aan geld te komen om zijn joodse vriendin achterna te reizen die al op de boot naar Engeland zit. Van zijn goede vriend Erik hoort hij wat later dat de dochter van twee oudere mensen vermist is en of hij via zijn werk hier wat meer van te weten kan komen. Ook komt hij te weten dat de Gestapo achter zijn broer Rense aan zit, die kunstschilder is. Met deze ingrediënten wordt een onderhoudend verhaal verteld, gezien vanuit het perspectief van de engelbewaarder van Alberegt. Bijvoorbeeld als Alberegt's kantoor wordt opgeblazen;

'Ik duwde hem achteruit. Een hoog suizen sloot zijn oren af. Een tweede slag weerklonk...Een vrouwtje liet zich op haar knieën vallen en begon hardop tot de Moedermaagd te bidden. Geheiligd ogenblik. Geen schoner muziek kan mij ooit in de oren klinken, dan het bidden van mensen in nood.'

Ik vroeg mij in het begin af wat die alwetende figuur van de engelbewaarder toevoegde. In enkele recensies na het verschijnen van de roman werd het afgedaan als een goedkope truc, zeker omdat ook de duivel ten tonele verschijnt. Een naïeve voorstelling van goed tegen kwaad stond er te lezen (achter in het boek staan de recensies in een toelichting genoemd). Toen ik wat aangekruiste citaten bekeek, bleken ze allemaal uit passages te komen die met deze figuur te maken hadden, dus voor mij voegde het zeker wat toe.
Het is een boek van zo'n 390 pagina's in een stijl die ik erg prettig vind om te lezen;

'Het was of een ijskoude wind uit een later leven dat nog zwarter was dan zijn heden hem in het gezicht blies.'

Die stijl is radicaal anders in de tweede roman, Het evangelie van O. Dapper Dapper. Het is een vervolg op de experimentele roman De God Denkbaar Denkbaar de God, die ik in een ver verleden al eens heb gelezen. Ik wist dus een beetje wat ik kon verwachten, want ook dit is een absurdistisch verhaal. Hermans wijkt af van iedere gebruikelijke verteltechniek, als hij het verhaal vertelt van de evangelist, geïnspireerd door Olfert Dapper (u weet wel, van de Dapperstraat). Dat verhaal begint als volgt;

'Vijf miljard jaar geleden was de wereld herschapen en O. Dapper Dapper liep. Het was een elektrische schrijfmachine waar hij uit voortkwam, want de levenslopen van apostelen werden in dat tijdperk niet meer met de hand geschreven.'

Die schrijfmachine gaan we nog tegenkomen, die wordt ergens gebouwd, 'uiteraard' zo groot als twee handelsmaatschappijen. Maar niet voordat we kennis hebben gemaakt met de Heilige Nefeline, Professor Doctor Monique Santiago, Hank de hippie en de oude geilaard. De vliegtuigscene en kaping met een sinaasappel is er eentje die je wel bijblijft uit dit boek. Dat klinkt absurd en dat is het ook. Het is een spelen met taal, ik verwachtte op een gegeven moment dat kleuren of gebeurtenissen terug zouden komen en dat deden ze ook, ik werd er aardig in meegenomen. Je kijkt niet gek op als, rekening houdend met het openingsfragment, de schrijfmachinemonteur zijn intrede doet bijvoorbeeld.
Hermans veroorlooft zich zelfs een verwijzing Gerard Reve als hij zegt;

'Zoals er mannelijke katholieken zijn die met mannelijke ezels paren, zo bestaan er mannelijke vleermuizen die geen goddelijker genoegen kennen dan het bevruchten van vrouwelijke katholieken.'

Ook uitgeverij Van Oorschot krijgt nog een sneer maar het zijn vooral de bizarre wendingen die verrassen;

'Een krankzinnig idee kwam op in het geteisterde brein van de palingboer, namelijk dat ze moesten proberen de biljartbal tot het rooms-katholicisme te bekeren.'

Bizar, maar passend in het verhaal. En die schrijfmachine? Die wordt gebouwd, van gigantische afmetingen, voor O. Dapper Dapper. Hij wordt gebruikt ook;

'Een afgrijselijke gil. Juist op dat ogenblik zwaait toevallig de letter X omhoog, grijpt in zijn vlucht het vallende kind en slaat het te pletter tegen de papierrol. De moeder krijst en rukt zich de haren uit het hoofd. Een rode X staat, druipend van het bloed, op het papier en lijkt, door zijn grootte, de ondertekening van het doodvonnis voor de gehele wereld.'

Het is geen verhaal waar iedereen mee uit de voeten kan denk ik, maar ik heb er van genoten. Ik bevind me in goed gezelschap, want Martin Ros zei er destijds over in het Algemeen Dagblad;

'Het evangelie van Dapper is [...] met bloed geschreven... en elke bladzij is een giller van zwarte humor. Hermans' grote woede heeft zich weer eens ontladen in een nog wel wat duistere, maar toch ontzettend vermakelijke persiflage.'

Ik sluit mij daar bij aan.

Auteur

Willem Frederik Hermans (Amsterdam, 1 september 1921 – Utrecht, 27 april 1995) was een Nederlands schrijver van romans, novellen, verhalen, poëzie, toneelstukken en scenario's, alsmede van essays, kritieken en polemieken. Daarnaast was hij actief als fotograaf en maker van surrealistische collages. Hermans behaalde cum laude de graad van doctor in de wis- en natuurkunde (1955, fysische geografie). Hij weigerde de P.C. Hooft-prijs (1971), maar accepteerde wel de Prijs der Nederlandse Letteren (1977), die hij uit handen van de Belgische koning Boudewijn ontving. Hermans wordt met Gerard Reve en Harry Mulisch gerekend tot De Grote Drie, de drie belangrijkste naoorlogse Nederlandse auteurs.

Titel: Volledige werken deel 04
Auteur: Willem Frederik Hermans
Pagina's: 784
ISBN: 9789023473480
Verschenen: oktober 2012

donderdag 14 februari 2019

Siegfried Lenz-Een minuut stilte

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Van Gennep




Onder de oppervlakte bruist het


Wanneer de afloop niet zo tragisch was, zou dit verhaal niet zo sprankelend zijn. Dit lijkt een oneerbiedige conclusie, maar is het niet, dit liefdesverhaal wordt hierdoor een ‘romance’. Een verboden romance, dat wel, want het betreft een 18 jarige leerling en zijn lerares Engels. Meestal lopen dit soort relaties niet goed af, maar deze kent wel een zeer tragisch einde. Als een echte tragedie compleet met koren, wordt het verhaal verteld. Aan het woord is Christiaan die zijn liefde voor Stella bezingt. De titel ‘Een minuut stilte’ geeft aan dat stilte en zwijgen vaak meer zeggen dan spreken. Veelzeggend zwijgend dus, een prachtig concept waarmee het boek vol staat.
Het is een boek over verlangen, hunkering, wederzijdse aantrekkingskracht en de vindingrijkheid elkaar te bereiken. De liefde is het thema en water kan beschouwd worden als het belangrijkste motief.

De openingsregels zijn voor het schoolkoor, de toon is meteen gezet wanneer ze zingen : ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder.’, het gezang en de klanken van de Matthäuspassion van Johann Sebastian Bach vullen de ruimte en helpen de juiste sfeer te scheppen. Probeer daar maar eens ongevoelig voor te blijven. Meteen daarna wordt Stella Peterson voorgesteld aan de hand van haar foto, Christiaan spreekt haar direct aan alsof ze erbij is en dat voelt vrij natuurlijk aan, het lijkt een eerbetoon. Hij zal dit tijdens het verhaal regelmatig doen, het schept intimiteit en voelt goed.

Tijdens die herdenkingsplechtigheid gaan de gedachten van Christiaan terug naar de tijd waarin hun liefde opbloeide. Gefragmenteerd komt Stella tot leven. Het zijn stukjes en niet alles wordt helder. Er zijn meerdere mannen in haar leven, maar hun relatie tot Stella weten we niet precies. Voor Christiaan telt alleen zijn relatie tot haar en die bijzonderheden komen we wel aan de weet.
Denk niet dat er seks scenes voorkomen in het boek, er wordt in die richting slechts gesuggereerd. De lezer moet het doen met de ‘dubbele hoofdafdruk in het kussen’ en meer van dit soort suggestieve beschrijvingen, maar dat is ruim voldoende om de verbeelding te laten spreken. Momenten van euforie worden afgewisseld met momenten van onbegrip.

‘Ik wilde weten waarom ze niet aan de zwemwedstrijd had willen meedoen, en ze zei: ‘Heel eenvoudig Christiaan, ik mocht niet winnen. Als je zoveel sterker bent, mag je daar geen gebruik van maken, een gratis overwinning zou niet eerlijk zijn.' Ik was het niet met haar eens, vond haar verklaring neerbuigend, hoogmoedig. Ik zei: ‘Sterker zijn is iets waar je zelf voor hebt gezorgd, dat heb je eerlijk verkregen.’ Ze glimlachte, en zuchtend zei ze: ‘Ach Christiaan, de omstandigheden moeten kloppen, voor een goed resultaat moeten de omstandigheden kloppen.’' (2010-43)

Dat het water het belangrijkste motief is blijkt uit de locatie waar alles zich afspeelt, Hirtshafen. Daar is zee, strand, er wordt gewerkt in de zeevisserij, gefeest, gezwommen en de vader van Christiaan heeft een vrachtschip waarmee hij grote stenen kan verplaatsen. Stella is een sportieve vrouw met een grote liefde voor de natuur, Lenz laat haar vaak gekleed gaan in het groen. Aan het eind laat de zee zijn verraderlijke karakter zien en slaat het noodlot toe, extra wrang omdat hier ook de lijnen samenkomen van het werken met stenen en de menselijke behoefte vertier te zoeken op het water.

In de les moeten de leerlingen Animal Farm van George Orwell lezen en bespreken. Hoewel Christiaan erg zijn best gedaan heeft en dacht het goed gedaan te hebben zijn er aanmerkingen, hij verzuimde de gevolgen te noemen van het resultaat van de revolutie. Stella haalt als voorbeeld het boek van Wolfgang Leonhard met de titel ‘Die Revolution entläßt ihre Kinder’ aan.
Wanneer Christiaan vraagt waarom Stella per se ‘Light in August’ van William Faulkner wil lezen zegt ze:

‘‘Hij is mijn favoriete schrijver,’ zei je. ‘Een van mijn favoriete schrijvers deze zomer.’- ‘En wat boeit je zo in hem?’ […] en zonder lang na te denken wijdde je me in de wereld van Faulkner in, in zijn lofzang van de wildernis daar aan de Missisippi, een wildernis waar beren en herten heersten en waar de opossum en de moccasinslang leefden, tot zaag- en katoenmolens het land veranderden.’ (2010-62-63)

Dit was mijn kennismaking met deze auteur, er staan meer titels klaar om te lezen, dit is een goede introductie. Ik houd van zijn schrijfstijl en zijn kunst beeldend te schrijven. Tevens vind ik het gegeven dat hij zijn personages zijn eigen voorkeuren laat verwoorden - de liefde voor Faulkner is autobiografisch -  helemaal geen bezwaar.




De auteur

Siegfried Lenz (Lyck, Oost-Pruisen, 17 maart 1926 – Hamburg, 7 oktober 2014) was een Duitse schrijver. Tot 1951 werkte hij als journalist.

Lenz was een zoon van een douanier. Op 13-jarige leeftijd kwam hij bij de Hitlerjugend. In 1943 werd hij soldaat in de marine. Hij weigerde een opstandige medesoldaat dood te schieten en deserteerde. Nadat hij door de Britten krijgsgevangene gemaakt was, ging hij als tolk aan het werk. Na een korte tijd werd hij weer vrijgelaten door de Britten. Na de oorlog studeerde Lenz in Hamburg Engels, literatuurwetenschap en filosofie. Hij maakte deel uit van de Gruppe 47, die na de oorlog de Duitse literatuur wilde bevorderen. In 1948 kwam hij bij de krant Die Welt. Toen in 1951 zijn eerste roman Es waren Habichte in der Luft verschenen was, nam hij bij de krant ontslag. Hij besloot om daarna als schrijver in zijn onderhoud te voorzien. Net zoals schrijver Günter Grass voelde Siegfried Lenz zich sterk met de politieke partij SPD verbonden. Siegfried Lenz kreeg talrijke literaire prijzen. In 1988 werd hij met de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel (Friedenspreis des Deutschen Buchhandels) onderscheiden. Samen met Heinrich Böll en Gunther Grass wordt hij in Duitsland gerekend tot de Grote -naoorlogse- Drie.(bron)



Titel: Een minuut stilte
Titel oorspronkelijk: Schweigeminute
Auteur: Siegfried Lenz
Uitgever: van Gennep
ISBN: 9789461641410
Vertaling: Gerrit Bussink
Pag.: 110
Genre: fictie
Verschenen: oorspronkelijk 2008, NL vertaling 2010

maandag 11 februari 2019

Juan José Arreola - Het wonderbaarlijke milligram


Recensie door Roosje


De wondere wereld van Arreola

*een paar spoilertjes*


Hoe moeilijk is het toch om een verhalenbundel te bespreken? En zeker zo’n bundel korte verhalen van Juan José Arreola, waar absurdisme hand in hand gaat met woordspelletjes, omkeringen zich neervlijen met opgeheven vingertjes. Langzaam savoureren, niet alle stukjes achter elkaar er doorheen jassen; een snoepje voor het slapen gaan, een oppepper voor je gemoed en innerlijke staat. Een echte slow-reader dus.

Arreola heeft niet ontzettend veel geschreven, zo laat vertaler, Guy Posson, ons in een uitleiding weten; het meeste schreef hij jaren 40-50, 20e eeuw. Arreola beweegt zich meer in de traditie van Borges dan in de lijn van Marquez, Vargas Llosa, Cortazar. Posson bedoelt: Arreola was geen linkse politieke activist. Ik denk als argeloze lezer: maar voorkeur voor een of ander soort absurdisme en magisch-realisme (deze prachtige term heb ik laatst opnieuw ontdekt) hebben al deze midden- en Latijns-Amerikaanse auteurs toch wel in zekere mate gemeen.

Arreola heeft er een handje van je steeds op het verkeerde been te zetten, als je denkt dat je de richting in een verhaal hebt ontdekt kan het zomaar zijn dat hij weer compleet een andere kant opschiet. Dat is heel grappig maar ook in zekere zin vermoeiend. Je moet als lezer goed bij de les bijven. Nu moet je als serieuze lezer altijd goed bij de les blijven....

Arreola houdt ervan de spelen met taal, met gezegdes en uitdrukkingen, met bijbelse spreuken en citaten.
Een voorbeeld van het uitbundig spelen met taal en spreekwoorden is het eerste verhaal, dat heet ‘Parturient montes’, en de regel daaronder citeert Arreola verder... nascetur ridiculus mus. Horatius, Ad Pisones, 139. (mus is geen mus, maar muis). Latijn lijkt wel af en toe op het Nederlands maar soms toch ook weer niet (*knipoog*).
Het duurde even voordat ik me realiseerde dat het Nederlands een vergelijkbaar spreekwoord kent: ‘De berg heeft een muis gebaard’; mijn Latijn is niet meer wat het ooit was; en ooit was ik geen uitmuntend Latinist. Dat van die bergen en die muis werkt Arreola uit, maar op een heel andere wijze dan je zou verwachten. En het loopt eigenlijk af met een behoorlijke anti-climax. Ook al herken je niet direct het spreekwoord dan nog is het een prachtig maar ook een beetje zielig verhaal.
Ik ben toch maar eens internet gaan afspeuren naar de fabel van Horatius en de vreemde Latijnse vorm ‘parturient’. Ik citeer Onze Taal:

'De berg heeft een muis gebaard' wordt gezegd als er hoge verwachtingen waren gewekt, maar het resultaat weinig bleek voor te stellen. Een hoop drukte om niets dus, veel geschreeuw en weinig wol.
Dit spreekwoord gaat terug op een fabel van Phaedrus, een Romeinse schrijver uit de eerste eeuw na Christus. In de fabel Mons Parturiens ('De barende berg') wordt verteld dat op een keer een berg moest bevallen (alsof het de gewoonste zaak van de wereld is – moeten we denken aan een vulkaanuitbarsting of een lawine?). De berg begon geweldig te beven en iedereen keek vol schrik en spanning toe. Toen alles weer rustig was, bleek dat de berg alleen maar was 'bevallen' van een muis. (Ook hier wordt verder niets over vermeld – misschien kwam er een muisje uit de berg gehuppeld?) Phaedrus zegt daarna dat deze fabel van toepassing is op iemand die grote bedreigingen uit, maar uiteindelijk niets doet.
In het spreekwoordenboek van F.A. Stoett staat bij 'De berg heeft een muis gebaard' dat het “eene navolging van Horatius” is (parturiunt montes, nascetur ridiculus mus – 'de bergen zijn in barensnood; er zal een lachwekkend muisje uit komen'). Horatius gebruikte de fabel van Phaedrus als onderdeel van zijn advies aan schrijvers om een verhaal in simpele (niet-bombastische) woorden te beginnen.'

'Horatius heeft zijn fabel ontleend aan de ‘oude Griek’ Phaedrus, wiens fabel vertaald wordt in het Latijn als ‘ Mons Parturiens’. Bij Horatius heet het: ‘Parturiunt montes...’
En nu snap ik pas hoe ook Arreola in zijn verhaaltje speelt met het Latijn; hij combineert de beide titels, die veel op elkaar lijken, maar grammaticaal verschillen (en grammatica heeft altijd mijn volle belangstelling genoten); zie hierboven: parturiens en parturiunt in een eigen verzinsel parturient, tenzij Arreola zich verschreven heeft en mijn uitleg nergens op slaat. Ik houd het voor een knappe woordgrap en een woordpuzzel voor taalidioten (dus dan ben ik er ook eentje). In zijn titel zou het volgens mij in correct Latijn moeten zijn: Parturientes montes.... een soort van potjeslatijn: altijd vermakelijk, one way or the other.'

Misschien ben ik hierboven een beetje te diep ingegaan op Arreola’s woordgrapjes, maar een goed voorbeeld is het wel. Je leest een eenvoudig verhaaltje, en het is het eerste ook nog dus je bent als lezer helemaal blanco, en denkt: waar gaat dit over? Hoe zit dit in elkaar? En dan ga je puzzelen en overdenken en dingen opzoeken in het grote Latijnsche Woordenboek, op internet en savoureert langzaam het gelezene.

Quod erat demonstrandum: men leze Arreola heel langzaam en met meer dan volle aandacht.

Andere verhaaltjes hebben iets minder van doen met taalgrappen maar met een ander soort absurditeit, zoals het titelverhaal: Het wonderbaarlijk milligram. Hmmm, dacht is, wat is een milligram? want je denkt direct aan een waarneembaar - met welk zintuig dan ook - object. Maar dat is het natuurlijk niet: het is een gewichtsaanduiding, een abstract begrip. Het verhaal is een soort De nieuwe kleren van de keizer plus een flinke dosis kritiek op het kapitalisme/bankwezen (maar die zijn ook nu nog een soort van inwisselbaar, toch?). Dus hier toont Arreola ons toch een soort van linkse kritiek. Maar dan wel helemaal op zijn heel eigen wijze.

Dieren spelen vaak een rol zijn eigenzinnige fabels. Er is ook een bundeltje met fabels van Arreola uitgebracht, Bestiarium, zie bijvoorbeeld: http://uitgeverijoevers.nl/juan-jose-arreola-bestiarium/
De dieren zijn in hun beestachtigheid vaak menselijker dan de mensen zelf. Het moralisme  en de kritiek op mens en samenleving kennen een zeer lange traditie in de literatuur van over de hele wereld. Soms om de directe kritiek een beetje te verhullen, vanwege censuur en andere nasty business. Soms gewoon omdat het leuk is en je het zo lekker hilarische kunt uitvergroten.

Een van de thema’s van Arreola is het onbegrip tussen de seksen, dat ook al zo oud is als de wereld, als ook de discrepantie tussen individu en samenleving, als in Het wonderbaarlijk milligram of de Parabel van de ruil, maar eigenlijk wel in elk verhaal.
Posson vertelt ons dat er veel van Arreola’s eigen leven en welzijn verstopt zit in zijn verhalen.

Lees de bundels gewoon zelf, bij voorkeur voor het slapengaan, misschien ga je dan ook wel magisch-realistisch dromen (*knipoog*).

Als laatste wil ik Uitgeverij Oevers een groot compliment maken over de uitvoering van de bundels: een prachtig stevige kaft, die dus niet meteen gaat omkrullen als je het boek aan het lezen bent, en een binnenwerk dat zich uitstekend laat buigen tijdens het lezen. Dat zie je tegenwoordig niet zo heel veel meer. De grafische vormgeving is ook schitterend.

Auteur

Juan José Arreola Zúñiga (21 september 1918 - 3 december 2001) was een Mexicaanse schrijver en academicus. Hij wordt beschouwd als de eerste experimentele korte verhalenschrijver van Mexico van de twintigste eeuw. Arreola wordt erkend als een van de eerste Latijns-Amerikaanse schrijvers die het realisme vaarwel zeiden; hij gebruikte elementen van fantasie om existentialistische en absurdistische ideeën in zijn werk te onderstrepen. Hoewel hij weinig bekend is buiten zijn geboorteland, heeft Arreola gediend als de literaire inspiratie voor een legioen van Mexicaanse schrijvers die geprobeerd hebben de realistische literaire traditie van hun land te transformeren door elementen van magisch realisme, satire en allegorie te introduceren. Naast Jorge Luis Borges, wordt hij beschouwd als een van de meesters van het hybride subgenre van het essayverhaal. Hij publiceerde slechts één roman, La feria (The Fair; 1963).

Titel: Het wonderbaarlijke milligram
Vertaling: Guy Posson
Pagina's: 190 pagina's
ISBN: 9789492068149
Verschenen: december 2017

zondag 10 februari 2019

Yasunari Kawabata-De schone slaapsters

Recensie door Tea van Lierop
Uitgeverij Meulenhoff








                                ‘Ze is diep in slaap. De slaap van de onwetende’ (1982-6)


In gesprek met de duivel 


Dit is het tweede boek dat ik las van deze auteur. Was ‘Sneeuwval’ al enigszins bevreemdend en mooi tegelijk, ‘De schone slaapsters’ is zo mogelijk nog meer bevreemdend. Probeer maar eens in de huid te kruipen van ‘de oude heer Eguchi’, een 67 jarige Japanner, en een huis te bezoeken waar je tegen betaling naast een slapend jong maagdelijk meisje mag liggen. Zo’n huis is op zich al op z’n minst apart en de haren zouden je te berge kunnen rijzen bij het onderwerp, net zoals velen ervaren bij het lezen Lolita van Vladimir Nabokov. 

In dit boek gaat het over meer dan lichamelijke aftakeling en seksualiteit. Door zijn bezoeken aan het huis van de schone slaapsters – waar hij elke keer een ander jong meisje toegewezen krijgt – komen bij het zien en ruiken van de meisjes herinneringen boven van vroeger. Een geur kan een scala aan emoties oproepen uit het verleden, denk bijvoorbeeld aan het ‘Madeleine effect’ van Marcel Proust. De bijna hallucinante evocaties worden niet alleen ontlokt door zijn zintuiglijke ervaringen, maar worden ook veroorzaakt en versterkt door de slaaptabletten die worden verstrekt aan de gasten. Dit zijn overigens andere pillen dan de meisjes toegediend krijgen. 

In tegenstelling tot de ander bezoekers van het huis, is meneer Eguchi nog mans genoeg, voor hem is de verleiding groot om de meisjes niet met rust te laten. Het houdt hem behoorlijk bezig en al mijmerend, dromend en observerend slaat de onrust toe. 

‘Hij deed zijn ogen dicht alsof hij in deze houding ook zelf om iets te bidden had. Maar wat was het anders dan het trieste van een oude man, die de handen van een slapend jong meisje vasthield? Het geluid van de nachtregen, die over een kalme zee begon neer te vallen, drong tot de oude heer Eguchi door.’ (1982-57)

De tussentijden van de bezoeken worden steeds korter en grensoverschrijdend handelen ligt op de loer. Hij maakt de lezer bijna voyeuristisch deelgenoot van wat er allemaal te zien is en hoe zijn gedachten en fantasieën alle kanten opgaan. Het zou ongemakkelijk over kunnen komen, maar dat is bij mij in ieder geval niet gebeurd. Het blijft fictie en het is ook belangrijk om rekening te houden met de Japanse cultuur, die wezenlijk anders is dan de Westerse cultuur. Ik sta nergens meer van te kijken sinds ik de verzamelbundel De brug der dromen - Junichiro Tanazaki las en ook De spiegel van de zonnegodin - Ian Buruma geeft veel prijs van het voor ons exotisch aandoende seksuele leven van de Japanner. Deze cultuur gaat eeuwen terug naar de tijd dat er nog geloofd werd in natuurgoden. Ook op toneel zijn daar nog voorbeelden van te zien.

In het nawoord van vertaler C. Ouwehand wordt verduidelijkt waarom gekozen is voor de titel De schone slaapsters in plaats van de letterlijke vertaling De slapende schonen. Voor westerse lezers is ‘schone slaapster’ een bekend motief. Niet dat dit boek vergeleken kan worden met de afloop van Doornroosje, hoewel het boek aan het einde een verrassende wending krijgt. 

In dit wonderschone en uiterst gevoelige boek waarvoor Kawabata in 1968 de Nobelprijs kreeg, speelt de natuur een grote rol. Door het verhaal meanderen beschrijvingen van bloeiende bloemen, de zee, de golven, de wind en de regen in wisselende omstandigheden al naar gelang de seizoenen. Dit motief is ook een handig handvat om de – enigszins ongemakkelijke – gesprekken tussen de eigenaresse van ‘het huis’ en meneer Eguchi vlotter te doen verlopen. Al keuvelend lopen ze dan naar de ‘geheime kamer’, waar het slapende meisje ligt te wachten en worden vragen beantwoord en huisregels duidelijk gemaakt. 

bron


Tenslotte is er het Boeddha-motief

‘Of zou ze – als in oude verhalen- op een of andere manier een incarnatie van Boeddha kunnen zijn? Zelfs dát liet zich denken. Er waren toch ook verhalen over Boeddha die de gestalte van een meisje van plezier, van een hoer aannam?’ (1982-75)

Hopelijk zijn bovenstaande woorden voldoende om lezers enthousiast te maken voor deze klassieker. Er valt zoveel te ontdekken in dit ogenschijnlijk eendimensionale boekje dat de verrassing groot zal zijn bij het ervaren van de hoeveelheid details waarvan de auteur ons deelgenoot maakt. In elk geval was Gabriel García Márquez zo onder de indruk van dit boek dat hij 'Herinnering aan mijn droeve hoeren' (2004) schreef als eerbetoon aan Kawabata. Márquez zei hierover: 'Het enige boek dat ik zelf geschreven had willen hebben'. 

De auteur

Yasunari Kawabata (Japans: 川端 康成, Kawabata Yasunari) (Osaka, 11 juni 1899 - Zushi, 16 april 1972) was een Japans schrijver die in 1968 als eerste Japanner (en tweede Aziaat) de Nobelprijs voor Literatuur won. Zijn boeken worden nog steeds gelezen, ook buiten Japan. Hij was de zoon van een arts. Na de vroege dood van zijn ouders werd hij opgevoed door zijn grootvader en bezocht hij de openbare lagere en middelbare school. Van 1920 tot 1924 studeerde hij aan de universiteit van Tokio, waar hij zijn graad in de literatuur haalde. Hij was een van de oprichters van het tijdschrift Bungei jidal, het medium van een nieuwe beweging in de moderne Japanse literatuur. Hij werd lid van de Kunstacademie van Japan in 1953 en in 1957 werd hij benoemd tot voorzitter van de PEN-club van Japan. Op verschillende internationale congressen was Kawabata de Japanse afgevaardigde voor deze club. In 1959 ontving hij de Goethe-medaille in Frankfurt. Kawabata maakte in 1972 een einde aan zijn leven. 




Titel: De schone slaapsters
Auteur: Yasunari Kawabata
Uitgever: Meulenhoff
Vertaling: C. Ouwehand
ISBN: 9789029012973
Pag.: 120
Genre: Fictie
Verschenen: Deze editie 1982, oorspronkelijk 1961

vrijdag 8 februari 2019

Prof. S.W. Couwenberg (red.) - Hoe universeel is de westerse idee van modernisme? Jaarboek Civis Mundi 2018


Recensie door Truusje
Uitgeverij Aspect



Moderniteit als eindpunt?


Moderniteit is liberalisme. Dat is voor de meeste van ons de uitkomst van de Koude oorlog. Sindsdien lijkt het liberalisme aan een zegetocht te zijn begonnen. Maar is dit eigenlijk ook wel zo? In het Jaarboek Civis Mundi van Prof. S.W.Couwenberg wordt deze vraag tegen het licht gehouden. 

'Sinds de liberale triomf in de Koude Oorlog en de ondergang van het reëel bestaande socialisme als alternatief concept van de moderniteit is de westerse wereld praktisch identiek geworden met het liberale concept ervan. De universele verbreiding ervan dient zich nu aan als een nieuwe zingeving in de geschiedenis van de moderniteit. In premoderne culturen wordt die zin gezocht in cyclische en religieuze interpretaties van het verloop van de geschiedenis. Met de transitie naar de moderniteit als nieuw beschavingstype is die zinvraag geseculariseerd en in eerste aanleg in utopische termen gepresenteerd. Hier kwamen de grote ‘ismen’ om de hoek kijken, het fascisme en het communisme. Beiden werden in de loop van de 20ste eeuw overwonnen. Wat bleef was het liberalisme.'

'In het jaarboek wordt uitgebreid stilgestaan bij de rol van de denk-groep Civis Mundi en de moderniteit. Het was zaak tegenwicht te bieden aan al te dominante stromingen, door de jaren heen. Is dat nu voorbij? Dat valt te bezien. Het liberalisme roept - als elk ‘isme’ - eigen tegenkrachten op. Ook is er binnen de liberale wereld veel discussie. Het ongelijke levenslot van mensen zal immers altijd reacties oproepen die politiek en ideologisch weer hun weg vinden. Zolang er schaarste is zal er debat zijn, en verscheidenheid.

Het modernisme is dus geen eindpunt, zoveel wordt wel duidelijk bij het lezen van dit boek. Het jaarboek 2018 is wel een soort tussenstop, in de lange reeks jaargangen van dit werk. Een verdienstelijk boek, over een interessante materie, dat veel oog heeft voor de lange termijn invloeden op ons denken en de maatschappij.

Over Civis Mundi

Civis Mundi is een Tijdschrift  voor Politieke Filosofie en Cultuur. Het stelt zich de bevordering van een wetenschappelijk verantwoorde bezinning op de grondslagen, grondproblemen, inrichting en functionering van onze samenleving in nationaal en internationaal verband ten doel.
Het stelt zich hierbij op de grondslag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) en de verdere juridische uitwerking hiervan.

De Stichting Civis Mundi publiceert een tijdschrift dat zes maal per jaar verschijnt en dat als karakteristieken heeft:
- De combinatie van een wetenschappelijk niveau met een grote toegankelijkheid.
- Een speciale belangstelling voor internationale verhoudingen, Europa, politieke filosofie en religie.
- Het bieden van een platform voor iedereen met interessante overwegingen. Zie bijvoorbeeld een overzicht van auteurs in enkele recente jaargangen.
Verder publiceert De Stichting Civis Mundi jaarboeken en organiseert zij lezingen en symposia.
(Bron: https://www.civismundi.nl/)

Auteur

Professor S. W. Couwenberg (1926) is jurist, publicist en emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht, en tevens oprichter van de Stichting Civis Mundi (burger van de wereld). In 2015 ontving hij de onderscheiding 'Desiderius' van de Erasmus Universiteit Rotterdam dankzij zijn bijdrage aan het publieke debat en de opinievorming in de afgelopen eeuw in Nederland.

Titel: Hoe universeel is de westerse idee van modernisme? Jaarboek Civis Mundi 2018
Onder redactie van Prof. S.W. Couwenberg
Pagina's: 248
ISBN: 9789463384674
Verschenen: juli 2018



woensdag 6 februari 2019

Rachel Kushner-Club Mars

Recensie door Roosje
Atlas Contact





Orange Is The New Black: de dystopie bestaat gewoon

*een spoilertje hier en daar*

Club Mars is Kushners vierde roman, maar haar tweede die vertaald is in het Nederlands. Wat mij betreft mag Atlas Contact haar andere twee romans ook vertalen: Telex from Cuba, 2008; The Strange Case Of Rachel K, 2015. Haar De vlammenwerpers heb ik met veel plezier gelezen. Dit boek vond niet in ieders ogen genade. Ik vermoed dat dat met Club Mars een ander verhaal zal zijn. Dit uitstekende vertelde en geschreven verhaal over een aantal gevangenen in de VS en met name hun sociaal-economische achtergrond is verbijsterend dystopisch.
 
Tevoren wist ik al dat dit een heel andere roman zou zijn dan De vlammenwerpers. Ik had het interview van Kushner gezien bij VPRO’s Boeken. Dus ik was gewaarschuwd, en een gewaarschuwde vrouw telt voor twee, wees daarom voorzichtig met het oversteken van een gammele brug die bedoeld is voor een solitaire gang (dit is een grapje, misschien kent iemand die mop?).

Dit boek gaat over vijf mensen, van hen is Romy Hall het personage om wie alles draait. Verder volgen we Gordon Hauser, een docent van onder anderen Romy in Stanville Prison, dat gebaseerd is op Chowcilla Prison, California. Doc, de ‘early corruptor’, de foute politieagent bij de LAPD (2018: 145) volgen we een tijdje omdat hij het maatje was van de femme fatale Betty La France, die in de dodencel zit. Stukken uit het natuurdagboek van Ted Kaczynski verbeelden in zekere zin Romy’s verlangen naar de rust van de natuur, het complete tegenovergestelde van de drukte in San Francisco, waar ze geboren is, en van Los Angeles en van de overvolle cellen. Thoreau wordt her en der ook genoemd, maar Kaczynski heeft meer uitgesproken gedachten en gevoelens over het buiten zijn, en handelt daar tamelijk rigoureus naar.
Als laatste bleven we de neergang van Kurt Kennedy, die Romy stalkt en die haar in de gevangenis doet belanden.

Het gaat niet alleen om de gevangenisverhalen van hen die daar zitten. Het gaat er ook niet om of ze schuldig zijn aan misdaden, want dat zijn ze allemaal. Het gaat om het stringente, idioot onredelijke Amerikaanse rechtssysteem, dat bovendien voor mensen aan de onderkant van de samenleving: arme mensen, drugsverslaafden, mensen zonder goede baan, mensen van beroerde komaf, niet alleen stigmatiserend werkt maar hen zonder rücksichtslos in de afgrond stort. Wie een crimineel is, heeft bijna geen rechten meer; in ieder geval veel minder rechten.

Het gaat om mensen die geen goede kansen kregen in het leven, wier moeder arm was, wier vader afwezig, wier kinderen hun afgenomen werden. Vrouwen die al strippend of tippelend hun brood moeten verdienen. Vrouwen die ook vaak verslaafd zijn; mannen die verslaafd zijn, Vietnamveteranen met trauma’s en pijnklachten, you name it, drank, drugs, te weinig scholing. Het gaat niet alleen om zwarten en latino’s, maar ook om blanken, en ook de nazi’s onder hen, het gaat ook om transseksuelen, die door de mannen noch door de vrouwen worden geaccepteerd en die hoe dan ook de lul zijn omdat ze nergens bij horen en weird zijn. 

Heel duidelijk is dat het, behalve misschien de vuile politieagent Doc, de armen zijn die te weinig kansen hebben en voor wie het Amerikaanse rechtssysteem niet goed is en zelfs in hun grote nadeel werkt. Het zijn ook de mensen die eigenlijk niemand hebben, zoals Romy. Ze had alleen haar moeder en haar zoontje. Haar moeder valt weg en daarom ziet ze haar zoontje nooit meer. Ze was al uit de ouderlijke macht ontzet, haar moeder raakt uit beeld en daarmee ook haar zoontje. Ook info daaromtrent wordt haar consequent geweigerd. Romy rot gewoon weg in de cel. Geen haan die naar haar kraait. Gordon Hauser loopt een tijdje met haar weg, oké, maar ook hij heeft zijn grenzen.

Ik zei het al: een zeer gedegen en kundig geschreven boek met een - voor ons, Europeanen - sympathieke inhoud. Een boek dat je verontwaardiging oproept, een boek dat je medeleven oproept voor mensen, voor met name de vrouwen die het zo veel slechter getroffen hebben dan wij. Je hoeft niet je toevlucht te nemen tot een dystopische toekomstroman om te gruwelen en te griezelen en je afschuw voor het Amerikaanse systeem te voelen. Dit is je reinste dystopie!

De titel verwijst naar de smoezelige stripclub waar Romy werkt als lap dancer.

Of je nu plannen maakt of niet: je blijft toch gewoon bestaan totdat je niet meer bestaat, en dan zijn al je plannen zinloos.’ (ibidem: 17)
Maar in de gevangenis kun je niet alles kwijtraken, want je bent alles al kwijt.’ (ib.: 28) 
Gordon overdenkt: ‘Als je elke dag zei dat je je leven wilde veranderen en zou veranderingen, ging die klaagzang elke dag meer tot het leven behoren dat je al leidde, zodat het verlangen naar verandering in feite een vaststaand gegeven werd dat het mogelijk maakte om het onveranderde leven te laten voortduren want dat je er ontevreden over was, bewees in elk geval dat alle hoop nog niet was verloren.’ (ib: 68) - Nu ik dit citaat nog eens overlees, denk ik: best een lelijke zin; ik zou hem in stukjes hakken. -

Je kunt je afvragen of de vrije Gordon een zo veel gelukkiger mens is, maar hij is wel vrij en gaat iedere avond naar zijn blokhut op de helling van de berg.

Je gaat automatisch liegen tegen de bewakers en de rest van het personeel. Zij belazerden ons, dus wij belazerden hen.’ (ib: 136)

Er is wat mij betreft een tamelijk grote ‘maar’. Ik heb alle afleveringen van de Netflix-serie Orange Is The New Black (en van Making A Murderer, ook op Netflix, een docu, twee series) gezien, en deze serie heeft precies hetzelfde onderwerp als deze roman van Kushner. OITNB kent misschien minder zwaar gestraften en deze gevangenis is meer open dan die van Stanville, maar de problematiek tussen de verschillende vrouwengroepen: zwart, latino, blank, nazi-blank, transgenders, lesbische vrouwen en hun achtergrond is precies dezelfde, en van dezelfde heftigheid waar het gaat om relaties, kinderen, zwangerschappen, drugs, smokkel, oorlogen, misbruik door gevangenispersoneel, manipulaties van alle kanten etc. Daarom kon ik dit boek niet lezen zonder dat de gezichten van al die vrouwen van OITNB me steeds voor ogen kwamen. Dat stoorde me.
Ook vind ik Club Mars, hoe kundig geschreven en hoe sympathiek ook, literair gezien een stuk minder interessant dan De vlammenwerpers.

Ik vermoed dat dit boek Kushner bekend zal maken bij een groter publiek. Er zijn veel lezers die lezen om de ervaring van het meeleven en het gevoel van verontwaardiging. Ik ben daar minder van; ik hou van een beetje uitzonderlijke boeken, ik hou van een meer literair boek.




Over de auteur:

Rachel Kushner (born 1968) is an American writer, known for her novels Telex from Cuba (2008) and The Flamethrowers (2013), The Strange Case of Rachel K, 2015. She lives in Los Angeles.
One of her influences is the American novelist Don DeLillo.

Auteur: Rachel Kushner
Titel: Club Mars (The Mars Room)
Uitgeverij: Atlas-Contact
Vertalerling: Lidwien Biekmann, Maaike Bijnsdorp
mei 2018
432 pagina’s
ISBN 9789025451905

dinsdag 5 februari 2019

Godfried Nevels - Forever 27, The Infamous Club Of 27


Recensie door Roosje
Uitgeverij Aspekt


Forever young....

Wie wil dat nou niet? Altijd jong zijn? Maar toch niet als je voor je 30e jaar al in het graf ligt, toch?

Een prachtig boek van auteur Godfried Nevels over jonggestorven popidolen. Voorop de kaft prijken de portretten van Brian Jones, Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrison, Kurt Cobain en Amy Winehouse. Iconen van de populaire muziek - en nu ik dit schrijf voel ik me echt een oud suffie - wier dood ontzettend tot de verbeelding sprak, juist omdat ze zo populair waren en nog zo ontzettend jong: 27!
Dit boek is geen encyclopedie, dus volledigheid streeft dit boek niet na.
Barry Hay begint met een voorwoord; hij is inmiddels 70 is en hoort niet tot de groep van dode 27-ers, maar Paul McCartney en Mick Jagger leven per slot van rekening ook nog.

Het is opmerkelijk hoeveel muzikanten op hun 27e overlijden, maar er zijn eigenlijk net zo veel die dat doen voor en na hun 27e. Hier is ’27’ een symbolisch getal voor VEEL TE JONG.

Het eerste ‘lemma’ - geen echt lemma dus - gaat over Robert Johnson, een vreemde eend in deze contekst van jonge popartiesten, omdat hij leefde en stierf aan het begin van de eeuw. De toen populaire muziek was de blues en er waren weinig platen en radiostations; de verspreiding van de muziek ging veel langzamer. Maar ook hier spelen drugs en drank en vooral het mysterieuze omtrent zijn dood een belangrijke rol. Daar draait het  bij allemaal om: drank, drugs, verslaving, creativiteit, raadselen omtrent hun dood. In het geval van Kurt Cobain en Robert Johnson kan er sprake zijn van moord. Ik herinner me inderdaad de commotie rond de vermeende zelfmoord van Cobain; ik zag toentertijd een documentaire over hem en zijn vrouw Courtney Love, mogelijk degene die met zijn dood van doen had.

Kurt Cobain
Wat ook opvalt is dat velen aan het afkicken waren en of afgekickt waren en toen toch weer een dosis heroïne of drank of pillen namen en dat niet konden verdragen. Vaak is het heroïne, de drug van de muzikanten. Ik heb dat van dichtbij meegemaakt; een jongen die ik kende en die afgekickt was van de ecstacy (mdma) en speed (amfetamine) en toen het nog een keertje nam, te veel.
Clean zijn en dan niet meer tegen de hoeveelheid kunnen die zij gewend waren. Hoe verdrietig is dat? In die zin is afkicken gevaarlijk.

Jimi Hendrix
Het leven van een popartiest is heel moeilijk, dat wist ik natuurlijk al, dat weten we allemaal. Eerst moet je sappelen en je een rotje werken en hopen dat het wat wordt met je muziek. Dan ben je er en moet je dealen met de druk van de beroemdheid, het on-the-road-zijn, weg van huis en geliefden, presteren, je stage fright alsmaar overwinnen, nieuwe muziek maken, omgaan met fans en groupies, met je manager en hem vertrouwen, omgaan met je medemuzikanten en onenigheid over de te volgen muzikale route, omgaan met de roem die zo plotseling kwam en waar je niet in hebt kunnen groeien; een artistiek writer’s block. Veel creatieve mensen zijn psychisch ook erg kwetsbaar, lijden aan depressie, ocd, bipolariteit. Eigenlijk is het een wonder dat zo velen het nog wel overleven. Het is living on the edge.

Ik las dat Jimi Hendrix plannen zou hebben samen met Miles Davis muziek te gaan maken: dat is eeuwig zonde. Twee van mijn favoriete muzikanten.

Janis Joplin
Dit boek roept een dubbel gevoel bij me op; heerlijk is het te lezen over die artiesten, en hun muziek weer op te zoeken en te luisteren - ik heb geen abo op spotify, maar heb zelf een aardige verzameling en dan is er nog altijd you tube. Van Robert Johnson is weinig materiaal over, maar wel zijn een paar van zijn liedjes heel bekend geworden. En blues was bijna mijn ‘first love’ en ‘first love never dies’. Men zegt dat Johnson gitaar speelde alsof het er twee waren. Hij had een zevende snaar toegevoegd; hij was ongelooflijk vingervlug. Er waren ook muzikanten die op een twaalf-snarige gitaar speelden, zoals blueslegende Leadbelly - ook een van lang geleden, niet oud geworden maar wel ouder dan 27.

Maar zo verdrietig is te lezen over hun strijd op leven en dood - want zo is het wel, natuurlijk - en hun verslavingen en hun teloorgang. Bij sommigen lijkt het wel of ze ongelooflijk zelfdestructief waren: Janis Joplin, Amy Winehouse. Het is voor vrouwelijke artiesten nog veel moeilijker zich staande te houden. Ik denk ook aan iemand als Billie Holiday, die wel ouder geworden is dan 27, maar voortdurend kampte met verslavingen, liefdesverdriet en foute mannen.

Het hoofdstuk dat gaat over numerologie - over het getal 27 - is een beetje een buitenbeentje, leuk voor mensen die dat interessant vinden. Binnen het bestek van dit boek had dat van mij niet gehoeven.

Ook wat minder beroemde muzikanten komen aan bod. Net zulke blije en trieste verhalen.
De muziekbusiness is heftig, vijandig, verslindend, soms dodelijk, en vaak zijn ouders van de muzikanten dat ook.

Dit prachtig vormgegeven boek zie je door zijn afmeting - groot - en kleurrijke pagina’s niet makkelijk over het hoofd. Dat moet natuurlijk ook niet. Zo’n boek moet opvallen en een beetje meer mag dan best.



'Kun je nog zingen, zing dat mee' - ik durf niet te beweren dat dit de beste muziekvideo’s zijn -. Onder de fotos zijn de linken aanklikbaar.

Auteur

Jim Morrison
Op de webpagina staat het allemaal zo mooi bij elkaar; ik ga dat niet dunnetjes over doen. Lees en huiver:

'Na eerdere muziekboeken als Van moment naar muziek en Dutch in the USA verdiept auteur Godfried Nevels zich met Forever 27 in de fascinerende geschiedenis van de roemruchte Club van 27!'

Over het boek

'In 2019 is het precies 50 jaar geleden dat Brian Jones overleed en 25 jaar geleden dat Kurt Cobain zelfmoord pleegde. Twee muzikale legendes die samen met Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrison en Amy Winehouse tot de meest iconische leden van de Club van 27 worden gerekend, de groep van legendarische muzikanten die op 27-jarige leeftijd zijn overleden.'

'In het boek Forever 27 gaat auteur Godfried Nevels in op het leven en het overlijden van tien leden van de Club van 27. Ook zijn in dit boek interviews te lezen met diverse mensen uit de muziekindustrie die dicht bij de leden van de Club van 27 hebben gestaan of daar sterk door zijn beïnvloed. Zo blikt Leon Hendrix terug op het leven van zijn broer Jimi, doet gitarist Marc Benno verslag van de laatste keer dat The Doors in de studio aan het werk waren en vertelt voormalig Nirvana-manager Danny Goldberg over zijn ervaringen met Kurt Cobain. Bijzondere, persoonlijke en openhartige interviews die ‘de mens achter de muzikant’ laten zien. Het voorwoord is geschreven door Barry Hay. Het boek verschijnt op 24 januari 2019.'

'Jimi wilde doorgaan. Hij was helemaal klaar met nummers als Foxy Lady en Purple Haze. Hij wilde zich verder ontwikkelen.' (Leon Hendrix over Jimi Hendrix)

'Janis was erg getalenteerd en wilde succesvol zijn, maar ze had moeite om met de roem om te gaan.' (Country Joe McDonald over Janis Joplin)

'Hoe briljant en hoe snel Brian ook was, het was nooit goed genoeg voor hem. Hij had de goedkeuring van anderen nodig. Hij had het applaus nodig om te overleven.' (Andrew Loog Oldham over Brian Jones).

Godfried Nevels over zichzelf - op dezelfde website -:

'Muziek, onderzoek, true crime en schrijven. Vier persoonlijke interesses die hebben geleid tot diverse gevarieerde publicaties van mijn hand. Ik ben altijd op zoek naar bijzondere verhalen en anekdotes die op papier moeten worden vastgelegd. Als gedegen onderzoeker weet ik zowel in de wereld van de misdaad als in de internationale muziekscene prima mijn weg te vinden. Vol inzet en passie geschreven probeer ik een zo breed mogelijk publiek te bereiken.'

Auteur: Godfried Nevels
Titel: Forever 27 - The Infamous Club Of 27
Aantal pagina's: 210 pagina's
Met illustraties
ISBN: 9789493001107
Verschenen: januari 2019