donderdag 28 juni 2018

Kamel Daoud-Moussa of de dood van een Arabier

Recensie door Roosje
Uitgever Ambo | Anthos




De vreemdeling


Dit boek gaat over de naamloze Arabier die Meursault op een zonovergoten Algerijns strand neerschiet, zomaar zonder echte reden. Tenminste naar eigen zeggen was de gekmakende zon, de immer stralende, een flikkering van iets, door die wrede zon, iets dat wellicht leek op een pistool - herinner ik het me goed? - dat iets was aanleiding voor de Franse Algerijn Meursault om een hem onbekende maar dreigend uitziende Arabier neer te schieten. Daar werd hij voor veroordeeld. Meursault en hem wachtte de doodstraf.
Die Arabier was anoniem, hij had geen naam, hij kreeg geen naam van auteur Albert Camus, hij was een onbeduidend iemand, bijna niet menselijk, slechts een Arabier.

Over deze onbekende Arabier, per ongeluk neergeschoten, gaat de roman, de lange monoloog van Kamel Daoud. Deze Algerijnse schrijver geeft die anonieme Arabier, van wie we niet eens weten of hij een Algerijn was, een naam, een geschiedenis, een verhaal, een zin, een eerbetoon.



Vandaag is mijn moeder nog in leven.
Ze zegt niets meer, maar ze zou heel veel kunnen vertellen.’ (2015: 9)

Zo opent Daoud zijn roman en je weet direct dat dit boek in alles betrekking heeft op Camus ‘De vreemdeling’:

Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet.’ (Camus, 1990: 5)

Je merkt ook direct het enorme verschil in toon, van energie. Daoud stroomt over van energie, ongetwijfeld boosheid, hartstocht, dat voel je. Camus is languissant, de hoofdpersoon een twijfelaar, een navelstaarder. Opmerkelijk hoe eenvoudige zinnen meteen zoveel gevoel en ideeën kunnen oproepen.
Verderop in zijn roman citeert Daoud Camus’ De vreemdeling letterlijk op veel plaatsen (pp. 20, 62, 63, 94, 95, 110, 116, 147-149).


Niet alleen is de taal die Daoud gebruikt poëtisch, boos, hartstochtelijk, lyrisch en haast episch, maar ook is hij daarin filosofisch en analytisch. De ik van de monoloog, die hij houdt tegen een vriend, is de broer van de neergeschoten Arabier, Moussa is zijn naam. Tenminste dat houdt zijn moeder hem voor. Zijn moeder wil wraak, zij wil dat haar verdwenen zoon Moussa de neergeschoten, naamloze Arabier is. Daarmee krijgt de verdwenen Moussa een graf en niet alleen dat, hij wordt gewroken, en de anonieme Arabier krijgt een naam, wordt daardoor een mens. Moeder kan verder met haar leven, of misschien kan ze dan het leven verlaten, dan heeft haar leven zin gehad. En de verteller van deze roman neemt de plaats van zijn broer in, door wraak te nemen en het verhaal te vertellen. Daarmee krijgt de broer van Moussa, de ik, de verteller, een plaats in het leven, een plaats die hij voordien niet had. Zijn moeder houdt alleen maar zijn dode broer. 


Aan de orde komen natuurlijk het Franse kolonialisme, Camus, de ‘Pieds-Noirs’, de Franse Algerijnen, de Algerijnse vrijheidsoorlog, Camus en zijn boek De vreemdeling. Evenals de broer van Moussa zelf en zijn optiek op de vrijheidsoorlog, Algerije, de meer orthodoxe islam - waar hij niets van moet hebben -, zijn obsessieve en daardoor bijna liefdeloze moeder, de behandeling van Algerijnen en Noord-Afrikanen in het algemeen van hun Afrikaanse buren meer naar het zuiden. De ik steekt evenzeer de hand in eigen boezem.* De Fransen waren niet mals in hun omgang met en behandeling van de autochtone bevolking, de Algerijnen zelf hebben net zo veel boter op hun hoofd.


Het is een doorlopend stuivertje verwisselen. De Arabier wordt Moussa, de broer van de verteller, en de dode Moussa wordt de verteller; de verteller wordt Meursault en zelfs Camus, juist omdat hij de verteller is, en wordt de moordenaar, zodat je eigenlijk kunt zeggen dat de ik zowel moordenaar als vermoorde is.
Er is een enorme tegenstelling tussen dit verhaal en dat van Camus, maar Moussa of de dood van een Arabier is tegelijkertijd ook een verdubbeling van De vreemdeling. 


De vreemdeling van Camus is echt een geweldig boek, maar ik heb me net als Daoud wel altijd druk gemaakt om die vermoorde Arabier. De man die zomaar vermoord werd en aan wie verder geen woorden worden vuil gemaakt. Meursault wordt wel veroordeeld voor die moord maar eigenlijk niet om die moord, maar eerder omdat hij niet genoeg gehuild en getreurd heeft op zijn moeders begrafenis.
Ik las het boek van Camus voor het eerst toen ik een opstandige middelbare scholier was. Ik kon helemaal zwelgen in het onrecht Meursault aangedaan omdat hij niet openbaar genoeg gehuild had om zijn moeder. Wat een benepen burgerlijkheid was dat, en zo heeft Camus dat ongetwijfeld ook bedoeld - onder andere -; de filosofische intenties laat ik hier achterwege.


Meestal heb ik als lezer wat moeite met het duidelijke monoloog-zijn van een roman. Dat geeft de roman iets pamflettistisch, waar op zich geen enkel bezwaar tegen is, maar ik lees dat niet zo graag. Liever heb ik dat het verhaal tot me komt via de hoofdpersonen of ook wanneer een verhaal verteld wordt via een ander aan de hoofdpersoon. Dan loopt het verhaal over verschillende katrolletjes en bevind ik me als lezer in de coulissen en niet midden op het toneel. Dan kan ik comfortabel afstand nemen. Toch heb ik dat met deze monoloog-roman van Daoud minder; ik kan het aan, zijn stijl en zijn ingewikkelde plots en verhaal- en persoonsverwisselingen. Juist vanwege dat laatste, denk ik.


In De Groene Amsterdammer, nr 22/2018, staat een lang artikel van Daoud over De Ander. ‘Iedereen is Jonas. Voor de Algerijnse schrijver Kamel Daoud is de grote vraag van deze tijd: wat doen we met de Ander? Wat doet bijvoorbeeld het Westen et de zuidelijke immigrant? Maar ook: wat doet het Zuiden zelf met een vreemdeling? Kan literatuur de wereld redden?’ kopt het weekblad (pp. 40-45). 


Over de auteur
 

Kamel Daoud (Mostaganem, 1970) is een Algerijns schrijver en journalist.
Daoud studeerde eerst wiskunde en later literatuurwetenschappen. Vanaf 1994 werkte hij voor de krant Le Quotidien d'Oran, waar hij ook acht jaar hoofdredacteur was. Daarnaast is hij een veel gelezen columnist.
In 2014 werd door een salafistische imam een fatwa tegen hem uitgesproken.
Daouds romandebuut, Meursault, contre-enquête (2013) - in het Nederlands dus vertaald als Moussa of de dood van een Arabier, won de Prix Goncourt du Premier Roman in 2015.





Auteur: Kamel Daoud
Titel: Moussa of de dood van een Arabier - oorspronkelijk: Meursault, contre-enquête (2013)
Uitgever: Ambo|Anthos
152 pagina's
Vertaler: Manik Sarkar
Verschijningsdatum maart 2018
ISBN: 9789026341922
Categorieën: Literaire roman

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat gerust een reactie achter.
Dat wordt zeer op prijs gesteld en we willen graag weten wat je ervan vindt.