vrijdag 25 mei 2018

Frank Martinus Arion - Dubbelspel

Recensie Roosje
Uitgeverij De Bezige Bij


Vier mannen spelen domino


Het dominospel

Het dominospel waarmee de mannen bij Boeboe Fiel speelden was voor de Antillen standaard, evenals de manier waarop zij speelden. Het heeft achtentwintig stenen, die verdeeld zijn in twee helften. Ze zijn meestal zwart met witte ogen. Per helft of per vak hebben de stenen ogen, variërend van nul tot zes. Zeven stenen zijn dubbel. Men heeft zo de dubbelnul, dubbeléén, dubbeltwee, enz. tot de dubbelzes.
Het spelen bestaat ogenschijnlijk uit niets anders dan het tegen elkaar zetten van de stenen in twee richtingen, meestal beginnend met de dubbelzes. Na ieder spel worden de stenen omgedraaid en door elkaar geschoven; ze worden ‘gewassen’ en wel door een van de partners die het spel gewonnen hebben. Degene die wast hoort als hij klaar is te wachten totdat al de anderen hun zeven stenen hebben opgepakt, vóór hij de zijnen opneemt.’ (2006: 90)

Dat is meteen al lachen: zwarte mannen spelen domino met zwarte stenen met witte ogen; hebben die zwarte mannen ook ‘witte’ ogen?

Een saai spel, zou je denken, een kinderspel, zou je haast denken, hoe kun je daar nou een boek over schrijven? Dan moet je Dubbelspel van Frank Martinus Arion lezen en luisteren. Het luisterboek wordt voorgelezen door de Antilliaanse actrice Manoushka Zeegelaar Breeveld, en zij maakt het verhaal nog veel komischer en tragischer dan het al is. Als je haar Antiliaanse tongval hoort, die ze zo nu en dan nog eens flink aanzet, voel je je direct op Curaçao, tot je je realiseert, en Arion vertelt je dat ook, dat ze daar helemaal geen Nederlands spreken maar Papiamento. Die taal is gevormd door zo’n beetje alle talen van de wereld, dat zegt een van de spelers: Nederlands, Engels, Frans, Portugees, Duits, Joods, Arabisch...

Een saai spel, dat vier mannen spelen op een zwoele zondagmiddag, na het eten, en zonder om geld te spelen... hoezo is dat spannend om te lezen?
Het is reuze spannend en verrekte ingenieus door Arion in elkaar gezet! Een heel ‘vol’ boek.

Vier mannen wonen dicht bij elkaar in Wakota, een buitenwijk van Willemstad, Curaçao; ze zijn vrienden, nou ja, zijn ze dat echt? Twee van hen zijn getrouwd, twee van hen zijn vrijgezel. Maar deze burgerlijke staat is niet helemaal wat het lijkt. De seksen nemen het niet altijd even nauw met de huwelijkse trouw, mannen én vrouwen. Mannen geven soms geld of diensten voor seks en vrouwen verdienen soms noodgedwongen wat bij met het geven van seks, soms houden ze ook wel een beetje van die kerels. Sommige vrouwen doen het gewoon voor niks omdat ze verliefd zijn of genoeg hebben van hun echtgenoot of hem een hak willen zetten.

Arion introduceert de mannen en vrouwen speels in het lopende verhaal

Gedurende de hele morgen neemt Arion de tijd om de mannen en vrouwen van dit boek te introduceren. Hij doet dat speels en meanderend; hij neemt rustig de tijd de situaties en de geschiedenis van de mensen te schilderen.
De vier zwarte vrienden zijn: Manchi Sanantonio, met een enorm huis, te groot voor zijn relatief kleine gezin: vrouw Solema en drie kinderen, bovenop een van de heuvels van Wakota. Manchi is een grote neger (sic! dat schrijft Arion; in 1973 kon dat nog; enne Arion mag dat zeggen, hij is zelf zwart of was, want hij leeft niet meer) van vijftig; zijn vrouw is jonger, mooi en heeft in Nederland gestudeerd. Hij voelt zich bedreigd door haar kennis en kosmopolitisme. Hij is deurwaarder en heeft dromen om rechter te worden, want dat zal hij iedereen wel eens een poepie laten ruiken (mijn woorden, rdv, niet die van Manchi). Manchi wil ook nog een zomerhuis bouwen aan de westkant van het eiland.

Onderaan die heuvel staat het slordige oude slavenhuisje van Boeboe Fiel, met zijn vrouw Nora en zeven kinderen. Nora had er zestien gehad, van verschillende mannen, een paar waren er gestorven, een paar waren al volwassen. Boeboe is taxichaffeur, hij heeft een eigen luxe wagen, en staat op het punt voorzitter te worden van de vakbond van taxichauffeurs; iets waar hij ambivalent over is.
Chamon Nicolas is afkomstig van Saba, een van Benedenwindse eilanden en dus een beetje een allochtoon; zijn moederstaal is Engels. Hij heeft een paar pandjes in bezit en vangt huur daarover; hij wil dat graag onder de pet houden. Hij heeft in het verleden een moord gepleegd en Manchi vindt dat hij er veel te genadig is afgekomen met zijn ‘noodweerexces’. Chamon is overtuigd vrijgezel.
Janchi (in sommige uitgaven gespeld als ‘Juanchi’) Pau is wat lichter van kleur, een arbeider bij de Shell maar ook heeft hij losse klussen. Vroeger heeft hij op de grote vaart gevaren. In de grond is hij een womanizer. Hij wil, onder de bezielende invloed van Solema, een meubelfabriekje opzetten, een coöperatie. Maar eerst moet hij zijn huis nog even afbouwen.
Solema is het vrouwonvriendelijke, sadistische gesar van haar man zat. Nora wil haar zoon Ostrik voor dokter laten leren en baalt ervan dat Boeboe, haar man, zijn geld uitgeeft aan hoeren en drank.

Feitelijk speelt het hele verhaal zich af op een lome zondag op Curaçao, met flash backs om ons op de hoogte te brengen en zaken en gevoeligheden te verklaren; een naspel brengt de lezer op de hoogte van het verdere verloop.

De metafoor: domino spelen is het leven

Het spel wordt door de mannen heel serieus genomen, ook al spelen ze niet om geld. Domino is voor een deel denksport als bridge. Je moet in ieder geval onthouden welke stenen er op tafel liggen en welke nog in handen zijn en je moet kunnen gokken welke stenen je partner heeft. Daartoe wordt er over en weer geseind. Iets dat niet is toegestaan, in bridge is het aanseinen van kaarten wel toegestaan maar dan op zo’n wijze dat de tegenstander het ook kan begrijpen. Omdat seinen dus stiekem gaat, begrijpt de partner niet altijd wat de ander bedoelt.
Solema speelt bridge en Manchi wil het eigenlijk ook leren; hij voelt zich te goed voor zijn vrienden en wil hogerop. Bridge staat in hoger aanzien dan domino; hij is daarom jaloers op Solema en voelt zich de mindere van haar.

De mannen worden bovendien in beslag genomen door hun eigen sores. Boeboe is er het ergst aan toen: hij heeft de vorige avond veel gezopen en geblowd en kan zijn aandacht er moeilijk bijhouden. Zijn partner van die middag, Manchi, wordt steeds afgeleid door zijn eigen gedachten, vrees, dromen (weekendhuis, vrouw, rechter worden). Het andere stel, de vrijgezellen Janchi en Chamon zijn aan de winnende hand. Eigenlijk is Janchi de enige die fris en fruitig is, en met reden. De nederlaag van de getrouwde mannen (sic!) is verpletterend!
Al hun frustratie, dromen, verlangens, en flash backs worden vermengd met het spel, het gokken, het uitzetten van een speelplan, bedenken welke stenen de partner heeft, achter alles iets zoeken - paranoia, die soms geen paranoia is maar helder inzicht. Bijgeloof speelt natuurlijk ook een rol: in het spel en in het leven.
Het spel brengt vier mannen samen die eigenlijk niet zoveel gemeen lijken te hebben maar wier lot aan elkaar geklonken is. De nederlaag van de getrouwde mannen (sic!) is verpletterend!

Het spel parodieert het leven, het leven lijkt op een dominospel.

Het is ongekend en prachtig hoe Arion al de gedachten, de vrees en het hopen van de mannen en de vrouwen handen en voeten geeft. Maar ook hoe hij alles met elkaar verweeft door motieven, onder andere dat van de schoenen, en hoe alles steeds een dubbele bodem krijgt of lijkt te krijgen. Arion is een meester in het schrijven over menselijke kwesties, laten we het voor het gemak ‘psychologie’ noemen.

Schoenen: een belangrijk verhaalmotief

Schoenen hebben in dit verhaal een sleutelrol. De mannen gebruiken damesschoenen als fiches voor gewonnen partijen in plaats van dat op een plank of een papiertje te schrijven.
Die schoenen heeft Manchi, de rijke stinkerd, afhandig gemaakt van Solema. Zij komt zo’n beetje om in de schoenen. Aan de andere kant moet Nora werkelijk alles in het werk stellen om aan vijftien gulden te komen voor schoenen voor zoon Ostrik, die zonder schoenen niet naar school mag. Als ze dat geld heeft, doemt er een duivels dilemma op: moet ze dit geld besteden aan schoenen voor haar zoon of moet ze haar gastvrijheid gestalte blijven geven in de vorm van rum die bij het Portugese avondwinkeltje gekocht moet worden? Dit is natuurlijk een ongekend wrede tegenstelling.
Natuurlijk voelt Nora zich wel de mindere van Solema, maar Solema weet zich socialist en behandelt Nora als haar gelijke of probeert dat tenminste. De vrouwen zitten in zekere zin in hetzelfde schuitje. Hun mannen zijn, ieder op zijn eigen wijze, behoorlijk schofterig.

Het idee om damesschoenen te gebruiken was van Boeboe Fiel. De week tevoren had deze ineens gezegd: ‘We moeten de score niet meer op planken schrijven, maar schoenen gebruiken; damesschoenen, die we evenals de plankjes aan de takken van deze tamarindeboom kunnen ophangen. ‘Wat vinden jullie?’ [...]
‘Als we om schoenen spelen ,’ voegde Chamon eraan toe, zijn armen uitspreidend en iedereen zeer welwillend aankijkend, ‘ dan is het niet meer dan logisch dat die schoenen ook concreet aanwezig zijn. We hadden het al veel eerder moeten doen.’
‘Maar vrouwenschoenen?!’ herhaalde Janchi Pau. ‘Ik zie het verband niet en we staan straks voor schut in de ogen van eventuele toeschouwers.’
‘Juist,’ zei Chamon Nicolas op plezierige toon en voor het gemak ook vergetend dat hij die middag zelf de verliezende partij was, ‘degenen die verliest is daardoor belachelijker.’’
(ibid.: 34-35)

Arion legt tussen door nog even iets uit over schoenen:

Schoenen nemen een bijzondere plaats in in de sociale geschiedenis van de Antillen. Zo droegen de slaven over het algemeen geen schoenen; waardoor het niet-bezitten van deze attributen, meer dan het niet-hebben van welk ander kledingstuk dan ook, het symbool van de armoe is geworden op deze eilanden; officieel tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Toen gold immers nog voor de Emmabrug, die de twee delen van de haven van Willemstad verbindt, dat de ongeschoeiden vrij over de brug mochten, terwijl de geschoeiden twee cent moesten betalen.’ (ibid,: 91)

De roman kent een behoorlijke portie kritiek op de eigen bevolking, de Curaçaose politiek van eigenbelang en nepotisme, bijvoorbeeld door Solema (‘de mensen zijn lui’ en ze wil een soort socialistische coöperaties) en door Manchi, die een hekel heeft aan een laissez-faire-houding, maar daar heeft hij wel zijn eigen kleinzielige redenen voor. Maar anderzijds heeft Arion oog voor het eigene van de bevolking en de trots op eigen kunnen.
  
De grootste angst: gezichtsverlies

Eén van de grootste thema’s van het boek is het gezichtsverlies. Manchi heeft daar wel het meeste last van. Hij heeft door zijn relatief grote rijkdom ook het meest te verliezen. Maar ook Chamon, die een paar kleine krotten van huisjes bezit, wil dat niet weten; hij is bang voor ‘rijk’ versleten te worden en dat hij dan meer moet uitgeven dan hij wil. Boeboe wil zijn gezicht niet verliezen voor zijn collegae taxichauffeurs. Die willen hem als hun leider en hij is bang dat hij dat niet zal kunnen en zijn gezicht zal verliezen. Hij is ook bang dat hij te hard moet werken, want hij is inderdaad wel een beetje lui (zoals Solema zegt, die in Europa is geweest).
De angst voor gezichtsverlies weet Arion overal tussendoor te vlechten en steeds weer op te diepen.

Aandacht voor politiek en economie. Kritiek op en begrip voor de Curaçaose mensen

Hierboven is het al gezegd: Arion heeft behoorlijk wat kritiek op de eigen bevolking, hun luiheid, hun verkeerde wijze van de zaken aanpakken. En veel kritiek op de lokale politiek van onderlinge bevoorrechting - als je lid bent van de juiste politieke partij dan krijg je dingen voor elkaar -; dat overkomt Manchi steeds: hij is voortdurend lid van de verkeerde partij; daarom krijgt hij zelden wat voor elkaar, zoals de zandweg voor zijn huis laten asfalteren.
Solema en Janchi zijn de idealisten van het stel. Er wordt steeds naar een ander Caribisch eiland verwezen: Cuba, waar de revolutie heeft plaatsgevonden en het socialisme de mensen gelukkig maakt (was dat nog zo in 1973? rdv; ja, dat denk ik wel).
Maar uit alles voel ik deze tragikomedie een grote liefde voor de mensen van Curaçao met al hun gedoe en gehossel.

De stijl van Arion

Arion heeft een vreemde stijl. Aan de ene kant loom en je voelt als het ware hoe warm het er is,  vol, expliciet taalgebruik, seks, vloeken, maar aan de andere kant ook beetje stijf, houterig en plechtstatig. Dat lees je wel uit de citaten hierboven. Gaandeweg het verhaal, dat hij met verve en zo boeiend vertelt, houdt dat plechtstatige op te storen en gaat het deel uitmaken van de mensen en hun gehossel. De Papiamentse woorden zijn toepasselijk en verrassen. Des te grappiger is het natuurlijk te beseffen dat Machi en de anderen Papiemento spreken en geen Nederlands, terwijl Arion, zelf een Curçaoënaar, zijn boek in het Nederlands heeft geschreven voor een hoofdzakelijk Nederlands publiek.

Tot slot

Ik vind dit boek zeker een klassieker in onze Nederlandse literaire wereld, Ik vermoed dat het niet vaak meer gelezen wordt, terwijl het in 2006 het gratis boek was voor bibliotheek-bezoekend Nederland Nederland Leest, uitgegeven door het CPNB, die ook het Boekenweekgeschenk uitgeeft. En ik luisterde naar Manoushka Zeegelaar Breeveld.
Ik vind dit echt een ontzettend goed boek, met prachtige verdubbelingen en tegenstellingen, zoals onder andere het schoenenmotief, maar verdubbelingen en tegenstellingen zijn op alle niveaus te vinden. Dat is een van de redenen dat dit een heel ‘vol’ boek is. Veel voller dan ik hier kan bespreken. Ik voel me zelfs niet in staat om aan te geven hoe goed dit boek is.
En het boek is ook heel grappig, en tragisch...
Het boek verscheen in 1973 en ontving een jaar later de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs.

Over de auteur

Frank Martinus Arion, schrijversnaam van Frank Efraim Martinus (Curaçao, 17 december 1936 – aldaar, 28 september 2015), was een Curaçaos schrijver, dichter en taalwetenschapper.
Hij werkte in Nederland, Suriname en op de Nederlandse Antillen en schreef in het Nederlands en het Papiaments. De roman Dubbelspel (1973) vormde zijn debuut en zijn grootste publiek succes.

Literatuuropvatting:
Ik vind en ik blijf vinden dat 'het literaire' niet alles is. De roman moet doordringen in de aspecten waar de sociologie niet kan komen, ze moet onderzoeken en de uitslag van het onderzoek moet waar zijn en waarheidlievend worden opgetekend. (Vrij Nederland, 16 januari 1993)

Auteur: Frank Martinus Arion
Titel: Dubbelspel
Nederlandstalig 400 pagina's
Uitgever: De Bezige Bij
ISBN: 9789023498391
Verschenen: juli 2016

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat gerust een reactie achter.
Dat wordt zeer op prijs gesteld en we willen graag weten wat je ervan vindt.