dinsdag 30 januari 2018

Nicolien Mizee - De kennismaking

Recensie van Roosje
Uitgeverij Van Oorschot


Ik schrijf, dus ik besta


Haarlem, 4 augustus 1994

Beste Ger,
Buiten scheurt het onweer de nacht aan stukken en ik loop ongedurig heen en weer, doe de gordijnen dicht en weer open en besluit toch maar aan die brief aan jou te beginnen.
Je lijkt soms zozeer een verzameling afgeronde theorieën, dat ik me weleens afvraag of je menselijk bent. Ik kreeg even hoop toen ik je twee speculaasjes zag eten, maar nam aan dat je research aan het doen was voor een nieuw scenario.
Je evident aanwezige hartstocht richt zich geheel en al op het werk, en daar voor mij gedrevenheid tot het werk de enige niet-beschamende menselijke eigenschap is, ben ik je als een soort ijsheilige gaan beschouwen, hoewel ervaring me geleerd zou moeten hebben dat alles wat ik ooit aanzag voor iets van een hogere orde, uiteindelijk neerkwam op ‘een menselijke fout’.
(begin van de bundel)

Met een keurig literair verantwoorde Natureingang - met een tongue in cheek - begint Mizee deze kloeke bundel met schrijfsels en vooral faxen - vanzelfsprekend zijn faxen ook schrijfsels; misschien weet niet iedereen meer wat een fax is - aan Ger. 
Ger is Ger Beukenkamp, haar docent Scenarioschrijven. In deze bundel bestrijken de schriftelijke monologen een periode van augustus 1994 tot augustus 1997.

Als we de staat van de Natureingang moeten geloven staat Mizee op barsten of is aan het uitbarsten als een vulkaan, een menselijke vulkaan, een mens die haar schrijven de wereld in slingert. Die wereld is dan haar docent Ger, een perfecte sparring partner, want hij schrijft nooit terug; een ware zenmeester, die de leerling aan zichzelf overlaat, die de leerling in staat stelt zichzelf te ontdekken. Wat minder verheven kun je zeggen dat Ger de Lieve Lita is, de verzonnen dagboekvriendin tegen wie alles gezegd kan worden en die nooit een onvertogen woord zegt of een oordeel velt over de schrijfster. Bovendien spiegelt Mizee zich aan de brieven van Vincent van Gogh; ze is er dol op. (Dat kan ik volledig beamen: qua inhoud, stijl en hartstocht zijn Van Goghs brieven subliem. Ook hij kon niet leven van zijn kunst, ook hij had psychische problemen. In de letterkunde is een lotgenoot zo gevonden!)
Mizee barst uit, in deze bundel. Zij maakt ons deelgenoot van haar worsteling op het pad van het schrijver worden en de even grote worsteling op het pad van het leven.

In het begin is zij nog erg bezig met het schrijven van haar scenario’s, gaandeweg worden haar eigen levensgebeurtenissen meer het onderwerp van haar schrijven, en dat is extra leuk.
We leren haar kennen als een grote tobber, en in het interview met Jeroen van der Kan (in VPRO’s Boeken - tv - op 17-09-2017) zegt ze dat ze gewoon in een diepe depressie zat in die tijd. Aan alles heeft ze gebrek: inkomen, een prettige relatie, een richting in haar leven, een opgeruimde stemming, gezondheid, een goede plek om te wonen en de erkenning van haar schrijversschap. Al is ze een grote piekeraar, ze weet van de nood een deugd te maken: je leeft met haar mee maar moet toch ook vaak glimlachen, en soms grimlachen.
Ze weet met fijnzinnige humor haar relatie met vriendin Louise te beschrijven; de vriendin wil huisje, boompje, kindje, beestje. Mizee wordt daar bepaald misselijk van. Een breuk met Louise kan niet uitblijven.

Louise zegt dat ik niet ‘samen’ kan zijn. Eigenlijk begrijp ik niet wat ze daarmee bedoelt - waaruit haar gelijk misschien blijkt. Maar hoe kun je een ander toebehoren als je jezelf niet een toebehoort?

Hoe kun je nou niets van je laten horen, terwijl je wéét dat ik het zo moeilijk heb!’ riep ze (Louise, rdv) later woedend. ‘Weet je dat ik op het punt gestaan heb je in Giethoorn op te bellen en te zeggen: ik éis een kaart! Nu! Vandaag!’
Ik zat ineengezakt op de bank te luisteren. Een dodelijke vermoeidheid nam bezit van me, en ik kon nauwelijks naar haar luisteren omdat ik zo vreselijk moest gapen en wanhopig bedacht hoe ver het nog was naar mijn huis en mijn bed.

Het ‘lesbisch stijldansen’ - heel toevallig ben ik daar zelf een enthousiaste beoefenaar van -: hilarisch, maar niet over the top, zijn de beschouwingen en beschrijvingen daarvan, als beoefenaar en als assistent van de homo-dansleraar.

Nog grappiger zijn haar belevenissen als tekenmodel. Ze reist stad en land af, met het openbaar vervoer, naar zaaltjes en keldertjes waar zij naakt poseert. Voor geld en ze heeft er geen moeite mee naakt te zijn. Kijk, dat is stoer en aandoenlijk tegelijk.

Grimmiger zijn haar wederwaardigheden met de ambtenaren van de Sociale Dienst en de keuringsartsen WAO. Ze is jaloersmakend ad rem en assertief tegen hen, al vindt zij zelf van niet.
Ze heeft wat zwarte klusjes, het model-zitten, wat schilderen en verven, het assistent-dansleraarschap, maar regulier werk wil ze niet. Daarvoor is ze niet uit het goede hout gesneden, vindt ze.

Zij voelt zich kwetsbaar en een buitenstaander; ze is bang voor grote groepen en voelt zich al snel slecht op haar gemak. Toch weet ze zich in deze jaren, waarin het beroerd met haar gaat, toch te redden. En meer dan dat: ze ondergaat een metamorfose, van menselijke worm tot auteur.

Stijl

De stijl van Mizee kun je wel licht-ironisch noemen en een beetje afstandelijk, terwijl die tegelijk ook heel eigen, heel particulier is en getuigt van een grote helderheid. Ze is scherpzinnig zonder over the top te gaan. Er zijn spoortjes mededogen met de ander en zichzelf zichtbaar. Van de gulle lachers moet zij het niet hebben.
In haar faxen aan Ger oefende Mizee haar stijl, was ze bezig met formuleren van haar gedachten, terwijl ze die soms ook een beetje aanpast aan vorm en structuur - maar dat doet iedere auteur.
Naar eigen zeggen - in het interview met Jeroen van der Kan - heeft ze bij het publicabel maken van haar faxen weinig hoeven te herschrijven.

Je moet er toch niet aan denken dat Mizee haar faxen als sms’jes of whatsappjes (ik weiger ‘appjes’ te zeggen) of godbetert als facebookberichten verstuurd had en niet de bedoeling had gehad die te bewaren voor het nageslacht. Mooi en fijn al die digitale berichten, maar ze verdwijnen als sneeuw voor de zon; alleen Marc Zuckerberg bewaart ze in zijn digitale voorraadkast.

Titel

De kennismaking lijkt me enerzijds te slaan op Mizees kennismaking met de wereld van het schrijven, en anderzijds de kennismaking van de lezer met het begin van Mizee als auteur.
Ik hoop dat uitgeverij Van Oorschot het vervolg gaat uitgeven. De titel duidt daar wel een beetje op.
Verder kan ik haar roman De halfbroer eveneens van harte aanbevelen.

Auteur

Nicolien Mizee (Haarlem, 1965) debuteerde in 2000 met Voor God en de Sociale Dienst. Haar tweede roman Toen kwam moeder met een mes werd in 2004 genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.
In 2006 verscheen En knielde voor hem neer. Voor NRC Handelsblad schreef ze de veelgelezen column ‘Schrijfles’ over haar ervaringen als lerares proza schrijven. De verzamelde columns verschenen in 2009 onder de titel Schrijfles.
In 2015 verscheen het door de pers zeer goed ontvangen De Halfbroer.


Titel: De kennismaking. Faxen aan Ger
Auteur: Nicolien Mizee 
Categorie: Roman, literaire non-fictie
Pagina's: 393 
ISBN: 9789028270206
Uitgeverij G.A. van Oorschot B.V.
Verschijningsdatum: juli 2017






Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat gerust een reactie achter.
Dat wordt zeer op prijs gesteld en we willen graag weten wat je ervan vindt.